Waterdruppels.
Balkonbloempje. We hebben deze zomer heel veel geluk met onze planten op het balkon. De bloemen blijven komen.
Gisteren kreeg ik van mijn moeder een stapel briefkaarten.
Tussen de briefkaarten zaten ook plaatjes van bijvoorbeeld
de Kwatta en een drietal plaatjes die ik gekregen heb
toen ik mijn Eerste Commnuie deed.
Die laatste zie je hier:
Hartelijk gefeliciteerd met je Eerste H. Kommunie. Juffr. v.d. Wijngaard. 1e klas.
Wel Gefeliciteerd ! De Katholieke Actie van de Teresiaparochie. 15-5-66.
Ter herinnering aan mijn Eerste H. Communie in de kerk van de H. Teresia van het Kindje Jezus te Breda op 15 mei 1966. De Pastoor J.C. Oomen.
Misschien denk je waar gaat dat nou weer over,
maar het gaat om het sjabloneren.
Een tijd terug heb ik een paar sjablonen
uitgesneden. Een eerste test uitgevoerd.
Maar de resultaten waren onvoldoende om daarmee
al in mijn boek aan de slag te gaan.
Daarom vandaag nog een paar experimenten.
Onder andere met een douchepuff (ja dat is een echt word).
Alle materialen en de sjablonen liggen gereed. De kapotte douchepuff zie je rechtsonder (in paars).
De eerste versie was met de kwast. Op zich werkte dat beter dan met een roller. Maar ik heb de lino drukverf iets te veel verdund. Daarom vloeit het, op dit papier, te veel uit. De de vezels die blijkbaar op het papier liggen komen los.
Dan een test met een soort spons. Het is een sponsje om mascara uit je gezicht te verwijderen. Het is een vaste spons. De spons zelfs heeft veel verf nodig. Hier zie je het resultaat met het sjabloon nog op het papier.
Dit is het resultaat voor de Turfschipper. Wel mooi die kleurvarianten.
Nog maals met de kwast maar heel voorzichtig met te dunne verf in de top van de Grote Toren van Breda. Deze keer vloeit er niets uit.
Weer met de kwast maar nu door het deel wat ik uitgesneden had op de ondergrond te plakken. Geeft goed effect. Misschien gebruik ik deze negatief wel in het boek.
Dit is een effect met een douchepuff. Doordat het papier zo zuigt worden de scherpe lijnen en vlakken, zwakke vlekken. Misschien leent de vorm zich ook niet zo voor dit gereedschap. Heeft zeker mogelijkheden.
Dit is eigenlijk het enige probleem van de dag: te veel vocht dringt door in het papier en wordt zichtbaar op de achterkant. Dat kan ik in mijn boek niet gebruiken. Dat moet ik morgen oplossen.

Deel 56.
Een vergeten notitie.
De volgende tekst is geschreven op 25 december 2012
maar ben ik veegeten mee te nemen in mijn laatste blog
over het onderwerp Omkareshwar:
Het aantal pelgrims is enorm.
Het aantal mensen dat er van leeft is ook heel groot:
souvenierverkopers, offerverkopers, hoteliers,
eigenaren en werknemers van eet- en drikgelegenheden,
de bedelaars, buschauffeurs en niet in de laatste plaats:
de medewerkers van de heiligdommen.
In alle maten en soorten.
Een serie in een serie: moderne muurschilderingen.
In 1823, op 16 juni om precies te zijn,
vertrok Reginald Heber met vrouw en kind vanuit Engeland
naar Calcutta (Kolkata).
Hij was aangesteld als Anglicaans bisschop voor Calcutta.
Dat bisdom omvatte het grootste deel van India, Ceylon,
Australie en delen van zuidelijk Afrika.
Er was dus wel iemand nodig die bereid was om te reizen.
Na zijn dood op 3 april 1826, gaf zijn vrouw,
in drie delen, zijn reisverslag en een deel van zijn correspondentie uit.
De eerste ditie is uit 1827.
Ik kocht onlangs een herdruk uit 1985.
Reginald Heber, Narrative of a journey through the upper provinces of India, Volume I, first published 1827, reprint 1985, published in India by BR Publishing Corporation in Delhi.
Het deel dat ik nu lees is de introductie die gaat
over de vier maanden (!) lange bootreis van Engeland
naar India.
In het boek leren we ook zijn gezin kennen. Op dat moment heeft hij 1 dochter.
De inleiding beschrijft de praktijk op schepen, om brieven mee te geven
aan tegemoet komende Engelse schepen, met het verzoek de brieven te posten
als de boot in Engeland aankomt.
Om brieven en andere goederen uit te wisselen werd er een sloep
van de ene naar de andere boot gestuurd.
Op een keer gaat Heber met die sloep mee en dan schrijft hij bijvoorbeeld:
On returning to the Grenville I saw my little girl at one of the cabin windows, who shewed great delight in recognizing me.
She had been much distressed at seeing me go off in the boat, and twice began crying.
All this, which, I trust, may be considered as indications both of intelligence and affection, interests me so much that I cannot help writing it down, in the hope that I may read it with increased interest and pleasure one day when her matured good qualities may fulfill the present hopes of her parents, and give those parents a daily increasing motive for gratitude to Him who has lent her to them.
Dear little thing!
I did not suppose, before I possessed her, how closely a child of her age can entwine itself round the heart.
Reginald Heber, pagina XLVIII.
Nederlandse samenvatting:
Terwijl we terug varen naar de Grenville (de boot) zie ik mijn kleine meid
door een van de raampjes van de hut.
Bij mijn vertrek was ze zeer ongerust en moest tot twee keer huilen.
Ik ga er van uit dat dit tekenen van intelligentie en genegenheid zijn.
Het hield me zo bezig dat ik het op moest schrijven zodat ik later
met nog meer interesse en plezier, dit nog eens mag lezen,
om mij en mijn vrouw extra dankbaar voor God te maken.
Ik had me nooit gerealiseerd, voordat ik haar kreeg,
hoe een dergelijk klein kind, je hart kan omwikkelen.
Heber probeert Hindoestaans te leren uit een boek en oefent
door het maken van vertalingen.
In zijn boek (Gilchrist’s Hindoostanee Guide) staat een
vertaling maar Heber vindt dat hij dat beter kan.
Dit is zijn poging:
Sonnet by the late Nawab of Oude
Asuf Ud Dowla (Asaf-ud-Daula)
In those eyes the tears that glisten as in pity for my pain,
Are they gems, or only dew-drops? can they, will they long remain?
Why thy strength of tyrant beauty thus, with seeming ruth, restrain?
Better breathe my last before thee, than in lingering grief remain!
To yon Planet, Fate has given every month to wax and wane;
And—thy world of blushing brightness—can it, will it, long remain?
Health and youth in balmy moisture on thy cheek their seat maintain;
But—the dew that steeps the rose-bud—can it, will it long remain?
Asuf! why, in mournful numbers, of thine absence thus complain,
Chance had joined us, chance has parted!—nought on earth can long remain.
In the world, may’st thou, beloved! live exempt from grief and pain!
On my lips the breath is fleeting, can it, will it long remain?
Reginald Heber, pagina XLIX
Ik waag me niet aan een vertaling.
Dheepan is een van de betere films die ik de afgelopen tijd heb gezien.
De timing van de release van deze film is ook wel erg gunstig
voor de film. Midden in de Europese vluchtelingencrises.
De film gaat over vluchtelingen. Drie mensen die naar Frankrijk gaan en
later naar Engeland.
Eigenlijk is alleen het einde van de film slecht.
Op een geloofwaardige manier, soms heel mooi in beeld gebracht,
wordt een hele kluwe aan problemen gepresenteerd.
Jacques Audiard slaagt er alleen niet in het goede moment voor het einde
te kiezen en gaat dan voor een soort happy end.
Jr voelt het aan als je zit te kijken: oh, dit is denk ik het einde van de film.
Om dan toch nog verder te gaan.
Verder zit alles in de film wat vluchtelingen meemaken:
= onduidelijkheid over hun officiele identiteit;
= een oorlog als reden om te vluchten;
= vertalers die een foute rol spelen;
= goedgelovige hulpverleners;
= slechte opvang;
= boten, treinen, mensensmokkelaars;
= taalproblemen;
= inburgering;
= de oorlog, die voor sommige, in Europa gewoon doorgaat;
= de problemen die mensen hebben om in die ‘ideale’ maatschappij
hun weg en rol te vinden.
Heel compleet, nergens sentimenteel (behalve het eind van de film).
De enige reden die ik kan bedenken om het einde goed te praten
is dat het einde een soort ideaal beeld schetst waar
‘iedere vluchteling van droomt’.
Maar de werkelijkheid is waarschijnlijk dat vluchtelingen vaak
geen beeld hebben van dat eindplaatje.
Als die oorlog/onderdrukking enz maar stopt.
Heel erg de moeite waard!
Vandaag was de traditionele foto van de Roodharigendag. Gaf mij de gelegenheid om ook een paar foto’s te maken.
Slagroom Spaghetti.
Allemaal naar links wijzen met de zonnebloem.
De onderwerpen van mijn foto’s poseren niet voor me. Dat heeft tot gevolg dat de bewegingen die ze maken, hun houdingen, natuurlijk zijn.
I’am having a Red Hair Day.
Ginger Power.
Als je in de Grote Kerk bent zie je steeds weer
nieuwe dingen.
Dan denk je dat je alles wel gezien hebt maar het licht
is iedere keer weer anders en dan vallen je andere dingen
ineens op. Zo ook gisteren.
Het grote kerkorgel.
Het prachtige grafmonument voor Engelbrecht II van Nassau en Cimburga van Baden. Op de achtergrond de triptiek van Jan van Scorel.
Deze keer viel me de wapenuitrusting extra op.
Engelbrecht II van Nassau en Cimburga van Baden.
Op http://www.historisch-toerisme-bureau.nl/artikelen/bredakerk.htm
valt onder andere het volgende te lezen:
Het grafmonument van Engelbrecht II van Nassau
Vier geknielde, albasten figuren dragen een zwartmarmeren dekplaat op de schouders waarop de complete wapenrusting van een Vliesridder ligt uitgestald.
Onder de dekplaat zijn de gisanten van Engelbrecht II en zijn gemalin Cimburga van Baden in blank albast gebeeldhouwd.
Cimburga verkeert in haar mooi geplooide doodskleed in een ontspannen, eeuwige rust.
Haar man, die zoals na recent onderzoek bleek aan een chronische geslachtsziekte leed, toont een uitgemergeld gelaat.
Zijn lichaam ligt moegestreden op de gevlochten doodsmat,
waarvan de strootjes bijna te tellen zijn.
Het zijn geen koude beeldhouwwerken maar mensen, die herkenning en medeleven opwekken.
Detail van de wapenuitrusting: de helm.
De wapenuitrusting van albast.
Aan de andere kant van de kerk is in een van de kapellen deze tekening te zien. Zou het een gerestaureerde ondertekening van een muurschildering zijn?
Ik vermoed dat de afbeelding voorstelt dat de engel Abraham tegenhoudt als hij zijn zoon Isaak om wil brengen in opdracht van God. Dit detail toont misschien de ram die na deze gebeurtenis door Abraham werd geofferd.
Het weer zit niet mee vandaag.
Vanochtend toch al eens een ronde gemaakt.
Zo zag ik bijvoorbeeld in de Grote Kerk
Wiesje Peels & Steffen Maas: Goghflow.
Inderdaad, Vincent van Gogh is ook in 2015 weer de cashcow
voor de Nederlandse horeca.
Vroege bezoeker.
In de kapellen van de Grote Kerk van Breda taferelen die allemaal iets met Van Gogh te maken hebben. Soms een beetje ver gezocht. Goghflow.
De heilige Dimphna van Geel.
Wiesje Peels & Steffen Maas, Bloesem, 2015, Oude Buisse Heide, Achtmaal.
Prachtige foto’s, mooie opstelling.

Compleet met brieven.
De kolen verwijzen naar de Borinage.
De eerste Roodharigen sijpelen binnen, van heinde en verre.
Maar onder de paraplu kan het gezellig zijn.
What’s in a name?
Intussen lagen de vissen al in het water.
Het park krijgt weer heel wat voor zijn kiezen.
Nog een vroege bezoeker.
Iemand heeft een loper (langwerpig, rechthoekig kleed) gemaakt
voor de Singelloop.
Daarom noem ik het de Singellooploper.
Vrijdagmiddag werd de Singellooploper aan de gevel van het Stadhuis van Breda gehangen. Hier is men nog druk bezig met de voorbereidingen. Volgens mij kun je al inschrijven en dan ben je zelf straks ook een Singellooploper (iemand die de Singelloop van Breda meeloopt).
De loper is het resultaat van een grote brei-inspanning. Hier zie je de details van het breiwerk.
Vandaag hangt de loper tegen de gevel van het stadhuis. Wel een beetje goed zoeken. De volgende keer nog iets groter misschien?
Ik ben de vaste bezoeker nog wat informatie schuldig.
Vorgie week ben ik bezig geweest met het sjabloneren
met de sjablonen van de Grote Kerk en de golven.
De voorbereiding van het sjabloneren. Het was zondag wel erg warm. De verf droogde (te) snel.
De eerste resultaten (links op het zacht gele vel). In het boek wat ik net ingebonden heb wil ik de Grote Toren met daaronder de golven op de titel pagina als een soort symbool voor het water terug in de stad. Of de Nieuwe Mark. Maar met het eerste resultaat ben ik nog niet tevreden. De roller kwam niet op alle plaatsen. Ik heb eigenlijk de hele invulling van de sjablonen met mijn vingers gedaan.
De organisatie van de Red Hair Days heeft het
een beetje hoog in de rode bol.
De schaamte zou hun naar hun rode kruin moeten stijgen.
Ik kan nog even doorgaan met flauwe grappen maar
het is zielig om je te presenteren als een 4-daags festival
als alle activiteiten op dag 1 samen te vatten zijn
met een knul die platen draait in een lokale poptempel
en een vage bijeenkomst in een theater.
Vrijdagmiddag, Roodharige Dag Breda, Kasteelplein. Dit is de enige plaats waar tot nu toe iets van activiteiten te bespeuren was.
Wat roodharige op maandag nog in Breda te zoeken hebben,
(dag 4) anders dan op een gewone maandag,
is mij onduidelijk.
Vrijdagmiddag, Roodharige Dag Breda, Kasteelplein.
Laten we hopen dat zaterdag en zondag een leuk en drukbezocht
evenement wordt en dat men volgend jaar het festival
wat realistischer op de kaart zet.
De overvolle treinen zijn weer terug van vakantie
(met vertragingen)!

Deel 56.
Dinsdag 25 december 2012: Kerst.
De dag zijn we begonnen met een tweede bezoek aan de ghats van Maheshwar.
Vervolgens zijn we met de auto naar Omkareshwar gereden.
Als ik dit in mijn boekje schrijf is het inmiddels al 26 december.
Gisteren was het hier (Omkareshwar) super druk.
De hotels zijn overal druk bezet met Indiase mensen die beter gesitueerd zijn.
Daar zitten heel veel, heel dikke mensen tussen. Amerikaans dik.
Sommige van die mensen eten niet gewoon maar laden zich drie maal daags helemaal vol.
Maar de meeste pelgrims die hier gisteren waren, zijn met de bus gekomen.
Afgeladen bussen.
Mensen die ik sprak en vroeg waar ze vandaan kwamen antwoordde vaak ‘Indore’.
Ze zijn hier in Omkareshwar voor 1 dag.
In de ochtend vroeg gekomen, vanavond weer naar huis.
Toen ik kort voor het donker werd ging wandelen kwam ik uit
bij een grote aanlegplaatd voor boten waar honderden mensen
te eten kregen.
Eerst dacht ik dat het om arme mensen ging maar er waren er bij
die met een mobieltje liepen.
Het leek er op dat die mensen op een soort ‘all inclusive’ waren
voor een pelgrimstocht naar Omkareshwar.
Ook bij die aanlegplaats Bobo’s.
Eerder de dag hadden we ze al gezien.
Toen zeiden mensen ons dat het om de prime minister
van Madhya Pradesh ging.
Thuis nog maar eens naar googelen
Ze wilden graag op de foto.
Misschien dan toch geen ‘all inclusive’ dagtocht
maar een politiek evenement?
De zon gaat al onder maar er zijn nog veel pelgrims.
De mensen wachten in lange rijen op het eten dat uitgedeeld gaat worden.
Omkareshwar in de ondergaande zon.
Van hieruit werd brood en werden de sauzen uitgedeeld.
Grote pannen.
Ze boden me aan dat ik mee kon eten.
Het toerisme komt ook in India behoorlijk op gang. Daar leven mensen dan weer van. Hier zie je een paar commerciele fotografen die mobiele printers bij zich hebben om de foto’s die ze van je maken direct te kunnen verkopen. Ik ben ook nog op de foto gezet.
De mobiele printers.
De premier van Madhya Pradesh????
In ieder geval graag op de foto bij het water. Voor de pers en uw eigen reporter.
Omkareshwar.

Deel 55.
De eerste verkenning van Omkareshwar is heel bijzonder.
De komende dagen zal dat iedere keer weer blijken.
Omkareshwar is een klein plaatsje met een (1) hele grote tempel
ter ere van Shiva. Die tempel ligt op een eiland in de rivier.
De rivier Narmada met aan de overkant het eiland Mandhata of Shivapuri.
De Hindoetempel ter ere van Shiva. Een van de 12 Jyotirlinga, zeg maar bijzonder heilige plaatsen.
Niet ver van Omkareshwar ligt een dam in de rivier.
Op de heuvel op Mandhata staat een groot beeld van Shive. Hier zie je dat beeld aan de rugzijde.
Aan alle kanten zijn aanlegplaatsen van boten. Je steekt de rivier over met de boot of je loopt over een van de twee smalle bruggen.
Hier zie je de drukte op de een van de twee bruggen.
Het is druk in de tempel.
Er zijn twee bruggen voor voetgangers.
Er is altijd werk aan de weg.
Onderweg naar de tempel overal verkopers van offergaven.
De route naar de tempel.
Je komt te voet of met de boot.
Vlak voor de ingang van de tempel is het er erg druk. We gaan maar even bij de boten kijken.
De weg naar de boten is onder de doeken van de kramen.
Nog maar een kraampje.
Wassen of gewassen worden, maar altijd met een koe erbij.
Even bij het water bijkomen. op de achtergrond een van de bruggen.
Het pad op de heuvel van Mandhata naar Shiva.
Weer terug over de loopbrug.
Ook op het ‘vaste land’ is een markt.
Met eten voor de pelgrim.
Gisteren bezocht ik de Kunstroute Ginneken.
Eigemlijk was ik niet zo onder de indruk.
De overzichtstentoonstelling in Gemeenschapshuis Vianden
gaf niet gelijk dat warme gevoel dat je verwacht.
Bij het meeste werk vooral een gevoel van ‘alweer’.
Het meest kleurrijke was toch wel de kermis in het Ginneken.
Werken van Bep Branca Wildstrom-Knoop.
Naast het werk hierboven vond ik het werk van De Houtbroeders,
Sil Krol en Jan&Jan Designteam. het leukst.
Theeb.
De afgelopen tijd waren er heel wat films te zien die
zich afspeelden in de woestijn.
Het levert iedere keer weer prachtige beelden op.
Maar in het geval van Theeb is dat het enige positieve
dat ik over de film kan zeggen.
Het verhaal loopt niet, is niet spannend.
Deze film hoeft van mij niet.
Dit is het gebouw waar uitgeverij De Geus gevestigd is in Breda. De gevel heeft een leuk kunstige grap en je kunt er een gedicht lezen.
Dit is het gedicht van Wistlawa Szymborska, winnares Nobelprijs 1996.
Het gedicht gaat als volgt:
Aan mijn eigen gedicht
In het beste geval
word je, gedicht van me, aandachtig gelezen,
becommentarieerd en onthouden.
Tref je het minder,
dan alleen gelezen.
De derde mogelijkheid is dat
je weliswaar wordt geschreven
maar even later in de prullenmand gegooid.
Je hebt nog een vierde uitweg tot je beschikking:
je verdwijnt ongeschreven,
tevreden mompelend in jezelf.
Wistlawa Szymborska
winnares Nobelprijs 1996
Het verhaal had ik natuurlijk al eens gelezen.
Maar ik lees de mysteries van Rechter Tie niet iedere week.
Dan is het iedere keer toch weer een groot plezier.
The house of Books heeft besloten de serie (?) nogmaals
uit te geven. Dat juich ik toe.
Daarom heb ik dit deel ook gelijk gekocht.
De overeenkomst met ‘De naam van de roos’ die in de inleiding
wordt genoemd is niet helemaal terecht.
De plattegrond van het klooster speelt zeker een rol in
deze heel goede detective maar is niet zoals bij
Umberto Eco een van de hoofdrolspelers.
In Eco staat het doolhof, dat het gebouw is, model voor de
opstelling van de kerk tegen de wetenschap.
Het gebouw is bij Eco een metafoor.
Dat is niet het geval bij Rechter Tie.
Hier is het Spookklooster vooral een hindernis die het Rechter Tie
moeilijk maakt om de verschillende zaken in het boek op te lossen.
Dat het boek hier in een ‘benneke meej stekke’ ligt (een afwasteiltje
met wasknijpers) daar moet je niets achter zoeken.
Het teiltje stond op het balkon en de mat was nog nat.
Je gaat een boek niet in het water leggen.
Dus geen diepere betekenis in dit geval.
Dat er in het boek diepe gedachten staan is waar.
Maar laat ik eerst zeggen dat de volgende tekst geen beeld geeft
van het boek. Ik vond het gewoon mooi:
Rechter Tie kon de woorden volgen van het refrein dat met indringende eentonigheid terugkwam:
Sterven is als naar huis terugkeren,
Terug naar het vaderhuis, na de moeizame reis,
Als de druppel die zich weer bij de stroom voegt,
De brede stroom die eeuwig voortvloeit.
Volgens Robert van Gulik werd dit voorgelezen
door de Taoistische monniken in het Klooster der Morgenwolken,
de locatie van het Spookklooster.