
Ik kijk uit mijn slaapkamerraam.
Sinds kort is het uitzicht verrijkt met street art.


Ik kijk uit mijn slaapkamerraam.
Sinds kort is het uitzicht verrijkt met street art.

Ben gisteren nog even langs Lokaal 01 gelopen.
‘Langs’ is in dit verband de juiste term.
Ze waren gesloten en er hing een aankondiging van hun
laatste tentoonstelling (half april).
Helaas stond deze aankondiging niet op hun website.

Dus vanaf half april, een laatste bezoek.

Claude Monet, Le Pont de Bois, 1872, oil on canvas.

Dancing Ganesha, 11th century, Central India, sandstone.

David Morrison, Magnolia branch series no. 3, 2012, colored pencil on paper.

Four leaves from a Kalpa Sutra manuscript, Western India, probably Gujarat, mid-15th century, opaque watercolor and gold on paper.
Wikipedia:
The Kalpa Sūtra is a Jain text containing the biographies of the Jain Tirthankaras, most notably Parshvanath and Mahavira, including the latter’s Nirvana.
Bhadrabahu I is considered the author of the text and it is traditionally said to have been composed about one hundred and fifty years after Nirvāṇa of Mahavira (traditionally 599 – 527 BCE).
De Kalpa Sutra is een Jain tekst.
Het Jainisme is een oude Indiase religie.
De Kalpa Sutra bevat de biografieen van de Tirthankaras,
de 24 spirituele richtingsgevers in het Jainisme.
In de Kalpa Sutra zijn met name de biografieen van Parshvanath
en Mahavira (tot en met het bereiken van Nirvana) opgenomen.
Bhadrabahu I wordt als de schrijver beschouwd
en de tekst zou geschreven zijn 150 jaar na het bereiken van Nirvana
door Mahavia (het wordt algemeen aangenomen dat dit
rond 599 – 527 voor Christus plaatsvond).

Detail van deze versie van de Kalpa Sutra van rond 1450.

Frances Hynes, Travelers, 2011, oil on canvas.

Fritz Bultman, Cobalt and yellow, 1962, oil on canvas.
Dan twee fantastische foto’s van Man Ray.

Man Ray, Venus total eclipse, 1930, een zogenaamde contact print die op dit moment te zien zijn in de Atlas Gallery.

Man Ray, Apple and screw, 1930.
Dit is wat mij betreft de mooiste van de twee foto’s.
De schroef als steeltje is een prachtig surrealistisch beeld.
Heel geslaagd.

Max Weber, Composition with four figures, 1910, charcoal and pastel on laid paper.
![]()
Mel Bochner, If the color changes #4, 1998, oil and acrylic on canvas.

Peter Paul Rubens, Man in Korean costume, about 1617, black chalk with touches of red chalk in the face.
Soms kom je op onverwachte momenten
op hele bijzondere sites terrecht.
Zo kwam ik vanavond op de Biodiversity Heritage Library.
Een bibliotheek met als thema de biodiversiteit.
In die bibliotheek kwam ik uit bij een boek met afbeeldingen van vogels
gemaakt door Christian Ludwig Brehm.
Een Duitse ornitoloog uit het midden van de 19e eeuw.
Hij was geinteresseerd in vogels en schreef (en tekende) een handboek
voor de liefhebber van boerderij en huisvogels en alle andere soorten vogels
die de moeite waard zijn om te temmen:
Handbuch für den Liebhaber der Stuben-, Haus-, und aller der Zähmung werthen Vögel
(Ilmenau, Druck und Verlag von Bernh. Friedr. Voigt, 1832)
Ik toon hier twee afbeeldingen.


Wie herkent deze vogels?

Arnold Newman, Igor Stravinsky, New York City, 1946, gelatin silver print, printed circa 1946.

Beauford Delaney, Portrait of Charlie Parker, 1968, oil on canvas.

Clara Peeters, Bodegon con alcachofa cangrejos y cerezas, circa 1618, oil on board.
(Bodegon (?) met artisjok, krab en kersen)

Driss Ouadahi, On the other side, 2012, oil on canvas.
Kunstenaar uit Algerije: Aan de andere kant.

El Anatsui, Earths skin, 2009, aluminum and copper wire, 177 x 394 inch.
Tot tweemaal toe in deze kunstvaria
twee kunstwerken van dezelfde kunstenaar.
El Anatsui is nieuw voor mij maar de techniek
die hier gebruikt wordt spreekt me erg aan.

El Anatsui, Red block, 2010, aluminum and copper wire; two pieces each measuring 200.75 x 131.5 inch.

Giulio Romano, Study of a grotesque dragon, 1511, ink and wash.

Joan Mitchell, Row row, 1982, oil on canvas in two parts.

Kamanlyk, Vanuatu, Malampa Province, Malakula Island, Lendamboe Village, Australia, Metaniele (Mask of masker), circa 1972, wood, vegetable clay, ochre and fibre.

Man Ray, Catherine Deneuve, 1968, photo.

Marc Chagall, Homage to Gogol, 1917, gouache, watercolour and pencil on paper.

Marc Chagall, Profile at the window, 1918, graphit, gouache and ink on cardboard.

Paul Cezanne, The large bathers, 1906, oil on canvas.
‘
Richard Wentworth, False ceiling, 1995, books and steel cable.
‘
Tenzing Rigdol, Journey of my teacher, 2011, collage silk brocade and scripture.

Brian Clarke, Shopping list (boodschappenlijstje), 2008, lead and stained glass on lead.
Bij zo’n onderwerp ben ik gelijk benieuwd welke boodschappen
er op het lijstje staan:
Bread (brood)
Milk (melk)
Low fat cheese (magere kaas)
Potatoes (aardappelen)
Onions (uien)
Lamb mince (lamsgehakt)
Bacon (bacon)
Sprouts (spruiten)
Tomatoes (tomaten)
Lettuce (sla)
Red Pepper (rode peper)
Cucumber (komkommer)
2 slices Turkey Breast (kalkoenfilet)

Frans Hals, portrait of Hendrik Swalmius, 1639, oil on oak panel.

Georges Braque, Mandolin and score – the banjo, 1941, oil on canvas.

Hanneke Beaumont, Bronze #91, 2008 – 2009, patinated bronze on iron bases.

Henri Matisse, The palace – Belle isle, 1896 – 1897, oil on canvas.

Henri Matisse, The sword swallower; from the Jazz portfolio, 1943 – 1944.
Veel later in zijn carriere.

Hubert Schmalix, Untitled, 2012, oil on canvas.

Johannes Itten, Turm des feuers (Rekonstruktion), 1920 / 1998, holz, metall, glas, blei, motor und zahnrad.

Marc Chagall, Petit bouquet.

Phill Niblock, From the series ‘Street corners in the South Bronx’, 1979.

Rembrandt Harmensz. van Rijn, The visitation, 1640, oil on cedar panel.

Vincent van Gogh, Self-portraits, Paris, 1887, pencil, pen and dark brown ink on wove paper.
Een kunstvaria met een Nederlands staartje.
Geniet!

Dance mask, 1935 – 1965, East Pende (Democratic Republic Of Congo), painted wood.

David C. Driskell, Woman with flowers, 1972, oil and collage on canvas.
Mooi werk.
De vrouw is afgebeeld met op de achtergrond de vorm van een kruis.
Mooie kleuren.

Edward Hald, Cactus Exhibition, 1926, glass produced by Orrefors in 1927, engraved by Wilhelm Eisert.

Elizabeth Catlett, From the series ‘I’am the black woman’, 1946 – 1947, 14 linoleum cuts printed in 1989.

Johannes Vermeer, Diana and her nymphs, 1653 – 1654.

John James Audubon, The birds of America, from original drawings, London, published by the author in 1827 – 1838.

Jules Olitski, Ariadne; orange, 2002, pastel on all rag paper.

Max Ernst, Pietà or Revolution by night, 1923, oil paint on canvas.
![]()
On Kawara, July 20 1969, 1969, man walks on moon, acrylic on canvas.

Pablo Picasso, Notre-Dame de Paris, 1954.

Peter Doig, The architects home in the ravine, 1991, oil on canvas.

Portable shrine, Japan, 19th century, colored pigments and gold foil on lacquered cypress (Hinoki) wood.

Robert Neffson, 57th Street, 2011, oil on linen.

Sayed Haider Raza, Village with church, 1958.
De kunstenaar is oorspronkelijk uit India.
Werkt in Frankrijk.
Dorp met kerk.

Trenton Doyle Hancock, Holed my hand, 2010, acrylic and mixed media on paper.
Mooie dubbelspraak in de titel:
‘Hold my hand’ betekent ‘hou mij hand vast’.
‘Holed my hand’ betekent ‘ik heb gaten in mijn hand gemaakt’.
In de Engelse taal staat de uitdrukking ‘een gat in je hand hebben’
niet voor mensen die geld makkelijk en snel te veel uitgeven.
Was dat wel dan ontstaat er een combinatie van schuld en troost.
En dan die druppels, of zijn het tranen?

Yoko Ono, Doors, 2011, installation view.
De Hermitage komt weer met een tentoonstelling
waar ik hoge verwachtingen van heb.
Met een onderwerp dat dicht bij het Hermitage ligt: Peter de Grote.
Daar kan men enorm mee uitpakken.
De eerste foto’s die beschikbaar komen liegen er niet om:

Anoniem, Portret van Peter de Grote, Rusland, naar Jean-Marc Nattier (1685 – 1766), na 1717, olieverf op doek, State Hermitage Museum, St. Petersburg.
De kwaliteit van de afbeeldingen die het Hermitage ter beschikking stelt is erg goed.
Laten we maar eens inzoemen op dit schilderij.

En nog een stapje verder: een Sint Andreaskruis.


Afdruk van de hand van Peter Lipetsk, afkomstig uit de Fabriek van de Gebroeders Milovanov, 1850 – 1900, brons, gegoten, State Hermitage Museum, St. Petersburg.

Dodenmasker van Peter de Grote, afkomstig uit St. Petersburg. Gemaakt naar het oorspronkelijk afgietsel gemaakt door Bartolomeo Rastrelli, na 1725, gips, bronstint, kist, State Hermitage Museum, St. Petersburg.

Anoniem, Peter I in gesprek in Holland, afkomstig uit de Noordelijke Nederlanden, 1697 – 1700, olieverf op doek, State Hermitage Museum, St. Petersburg.

Kleine kist voor kostbaarheden uit de collectie van Albert Seba, afkomstig uit Ceylon (Portugese kolonie), 17de eeuw, ivoor, hout en zilver, gesneden en geciseleerd, State Hermitage Museum, St. Petersburg.
Wat details?…..let op:

Adam en Eva met allerlei dieren en planten in het paradijs.
De tentoonstelling heet:
Peter de Grote, een bevlogen tsaar
9 maart 2013 tot en met 13 september 2013
in de Hermitage Amsterdam.

Andrea Mantegna, Cardinal Ludovico Trevisan, 1459 – 1460, tempera on wood.

Emil Wachter, Cafteria, 1990, öl auf leinwand

Francisco Goya, Unhappy mother! from The disasters of war, 1810 – 1820.

Gerhard Nordström, Segerpyramiden, 1959 (The Victory Pyramid), etching and aquatint.

Giovanni Bellini und Werkstatt, Virgin and Child with Saints John The Baptist and Elizabeth, 1490 – 1500.
Giovanni Bellini en werkplaats.

India, Uttar Pradesh, Buddha Shakyamuni, late 6th century.

Jan van de Velde II, A winter landscape, 1620 – 1630.
Winterlandschap.
Bijna hetzelfde weer als wij vandaag mogen meemaken.
![]()
Jerry Walden, Reconstructing/Deconstructing: Jerry 91, daytime, 2011, acrylic on canvas.

John Marston, Salmon headdress, 2010, carved and painted cedar, cedar bark.
Gesneden uit cederhout, beschilderd. Cederbast.

Paul Seide, Radio Light, blown glass, mercury and argon gas, 1985.

Peter Paul Rubens, Head of an old man, 1609, oil on oak panel (Hunterian Art Gallery, University Of Glasgow).

Roy Vickers, God 2.0, 1976, screen printing, ink on paper.

Su-Li Hung, Elm tree, early spring, 2011, oil on canvas.
Te lang zijn er te weinig kunstvaria’s verschenen
op mijn weblog maar de problemen met het vorige blogplatform
gaven me zeker geen aanleiding om weer maar eens een logje te schrijven.
Hopelijk is die periode nu voorbij en kunnen we weer vollop
genieten van prachtige kunstwerken op de Argusvlinder.
Deze keer met een groot aantal schetsen, voorstudies.
![]()
A.R. Penck, Dreigeteiltes problem (Tripartite problem), 2011, acrylic on canvas.

Bernardino Gatti, Il Sojaro, study of horizontal Legs, red chalk brush and white gouache.
Datering is bij mij onbekend maar de man leefde en werkte tussen 1495 – 1576.

Claude Monet, Nymphea cuteas avec reflets de hautes herbes, 1914 – 1917, oil on canvas.

Dominique Blain, Missa, 1992, 100 pairs of army boots, metal grid, nylon string.

Giorgio Morandi, Still Life, 1933, etching.

Head of Hades, about 400 – 300 BC, terracotta and polychromy.

J.M.W. Turner, Landscape with water, about 1840 – 1845.
Turner blijft me verrassen.
Dit schilderij is in 1840 gemaakt!

Johan Abeling, Oktober, 2008, oil on panel.

Luc Tuymans, Me, 2011, oil on canvas.

Nick Cave, Sounsuit, 2010, mixed media.
Eigenlijk is hij muzikant.
Nick Cave is een begenadigd popmuzikant.
Popmuzikant van het serieuze soort.
Maar zijn creativiteit is ongegrensd.

Pablo Picasso, Vase Azteque aux quatre visages.
Die ongebrensde creativiteit geldt ook voor Pablo Picasso.

Tom Wesselmann, Great American nude no 5, 1961, oil and mixed media collage on board.
De weg naar Van Eyck is een veel geroemde tentoonstelling
in het Boijmans van Beuningen in Rotterdam.
Maar niet alleen in Nederland is er aandacht voor van Eyck.
Kijk maar eens op de volgende website:
http://closertovaneyck.kikirpa.be
De website is volledig gericht op het beroemde altaarstuk ‘De aanbiddibng van het Lam Gods’.
Het is te zien in de kerk in Gent maar ook op bovengenoemde website.
Daat kan het werk in detail bekeken worden.
Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:
Van Eyck: De aanbidding van het Lam Gods
Van Eyck, detail van het centrale paneel in de onderste rij: De aanbidding van het Lam Gods
Van Eyck, extreem gedetailleerd beeld van een sierraad van het paneel God de Vader.

Master of the Von Groote Adoration, triptych with the adoration of the Magi and Old Testament scenes, 1516 x96 1519, oak.


Francisco de Zurbaran, The flight into Egypt, late 1630s, oil on canvas.

Domenichino, The adoration of the shepherds, circa 1607 x96 1610, oil on canvas.

Lucas van Valckenborch, Winter landscape with snowfall near Antwerp, 16th century, oak.

Jan van de Velde II, A winter landscape, circa 1620 x96 1630.

David Mabb, Untitled, textile design, 2006, paint on wallpaper, mounted on canvas.
Mijn interpretatie van het begrip x91landschapx92 s voor deze blog heel breed.
Dit gestileerde landschap hoort er voor mij ook bij.
Textiel ontwerp, verf op behang, overgebracht op linnen.

Barend Cornelis Koekoek, Winter landscape, 1835 x96 1838.

William Merritt Chase, The olive grove, circa 1910, oil on canvas, mounted on panel.

Vincent van Gogh, Almond blossom, 1890, oil on canvas.

Pentti Sammallahti, Solovki, White Sea, Russia, 1992, gelatine silver print.

Nicolas Poussin, Landscape during a thunderstorm with Pyramus and Thisbe, 1651, canvas.
Wikipedia:
Pyramus en Thisbe is een verhaal uit de Griekse mythologie over de onmogelijke liefde tussen twee jonge mensen uit Babylon. Anders dan in de meeste mythologische verhalen, spelen de Griekse godenwereld en bovennatuurlijke nimfen en saters geen enkele rol.
Het verhaal in het kort:
Pyramus en Thisbe, hij de schoonste jongeling, zij, vooraanstaand onder alle meisjes uit het Oosten, woonden in aangrenzende huizen.
Tussen de huizen zit een spleet in de muur, waardoor zij smachtend elkaars lippen zoeken. Hun ouders hebben elk contact verboden. Zij besluiten elkaar in het geheim te ontmoeten op een plek waar niemand hen zal zoeken bij een oud graf. Thisbe arriveert het eerst maar moet op de vlucht wanneer ze een leeuw treft.
Wanneer Pyramus ten tonele verschijnt, doet hij twee verschrikkelijke ontdekkingen: de pootafdruk van een wild dier en haar sluier, bevlekt met bloed. Er is maar een conclusie mogelijk: zij is de prooi geworden van een roofdier. Hij bedenkt zich niet lang, zonder Thisbe wil Pyramus niet leven en hij stort zich op zijn zwaard. Bij de terugkeer van Thisbe is zijn bloed nog warm en zij aarzelt geen moment.

Mark Rothko, Untitled, Seagram mural, 1959, oil and mixed media on canvas.

Francisco Goya, Unhappy mother, from the Disasters of war, 1810 x96 1820.

Beverly Fishman, Dividose W.E.P.B., 2011, enamel on polished stainless steel.

Petr Konchalovsky, Tatar still life, 1916.

Frank Auerbach, Primrose Hill, Winter sunshine, 1962 x96 1964, oil on board.

Egon Schiele, Sonnenblumen, 1911.

Cyril Power, The Eight, linocut in four blocks.

Master of the Harburger Altar, Saint John the Baptist, about 1515, limewood.

Lydia Panas, Falling from grace, Lettuce, 2012.

Gian Lorenzo Bernini, The Medusa, 1640s, Carrara marble.
Een korte maar daarom niet minder gevarieerde kunstvaria.
Een paar van de afbeeldingen zijn highlights
van veilingen die de afgelopen weken hebben plaatsgevonden.

Claude Monet, Nympheas, 1905, oil on canvas.

Henri Matisse, Bedouine au grand voile, aquatint, 1947, on annam appliquxe9 to wove paper.

Ian Fairweather, Bus stop, 1965.

Jan Havicksz. Steen, The prayer before the meal / Het gebed voor de maaltijd, 1660.
Jan Steen toont ons op dit schilderij zijn levensfilosofie.
Op het stuk papier tegen de muur staat het volgende:
Drie dingen wensch ick en niet meer.
Voor al te minnen Godt den heer,
Maar wens om tgeen de wijste badt
Een eerlyck leven op dit dal-
In deze drie bestaet het al.
Ik wens drie dingen:
– god aanbidden
– dat waarom de wijste mens bidt
– een eerlijk leven
Uit deze drie dingen bestaat alles.
Catalogue Note
In a domestic interior with a view out through an open window to a house and trees, a couple with an infant are about to have a simple meal of bread, cheese and ham. While the mother holds her child still and closes her eyes, her husband removes his hat and holds it before his face to say grace. The inscription on a placard hanging from a nail on the wall behind them is loosely adapted from Proverbs, XXX, 7-9, and serves as the familyx92s creed: “Three things I desire and no more/ Above all to love God the Father/ Not to covet an abundance of riches/ But to desire what the wisest prayed for/ An honest life in this vale/ In these three all is based”. The interior is a plain one, and reflects the modest simplicity of the life the family leads. Reminders of the transitory nature of human life on earth are found in the skull and extinguished candle placed on the shelf near a large book (probably a Bible), and the message is reinforced by the inscription on a piece of paper hanging over the shelf which reads: Gedenckt te sterven (x93Think on Deathx94). The wreath of wheat surmounting the skull is an emblem of resurrection, since the plant must die and be buried in the earth to yield a new plant. Originally Steen painted a large cross above the fatherx92s head (still visible as a shadow of a pentimento), but he painted it out and replaced it with the shelf and the objects on it that provide richer and more subtle allusions to death and resurrection. The key hanging behind the father is an emblem of his trustworthiness. Above the family hangs a belkroon – a chandelier with a bell hanging in the middle, an emblem of watchfulness, on which are inscribed words from the Lordx92s Prayer: u wille moet geschieden (“Thy will be done”). Few Dutch 17th Century paintings, even those by Jan Steen, are so laden with pious texts, which appear as part of the natural interior of the room rather than as superimposed messages.
That he was a catholic, and presumably had catholic patrons, may explain the crucifix that Steen first painted affixed to the wall. Its replacement with vanitas emblems on the shelf is not only a compositional improvement but also deepens the meaning of the painting and reinforces its mood of modest pious humility.
In its quiet mood of unadorned dignified piety this is an unusual work by Jan Steen, and a highly remarkable one. As Arthur Wheelock wrote in his entry for the painting in the Jan Steen exhibition catalogue, “Much of the forcefulness of Steenx92s image results from the surety of his painting technique. Rarely did he convey weight and texture so intently. He carefully modelled his figures with light and shade, endowing them with classical grandeur. He meticulously rendered the woven pattern of the frayed cloth over the barrel, and the crisp folds in the clean white table cloth under the bread and cheese. Finally he convincingly suggested the worn appearance of the fatherx92s chair and the rough wood of the window frame.”1 In few other works did Steen attain the same level of attention to detail and understanding of light and texture.
The subject itself is not unknown in Dutch art. Both protestant and catholic families commissioned portraits of themselves in prayer, often with biblical texts displayed, as here. As Peter Sutton observed and Arthur Wheelock reiterated, Steen was probably influenced by Adriaen van Ostadex92s etching of the same subject, which dates from 1653 (see fig. 1). Though unusual in Steenx92s oeuvre, the subject was evidently in demand from him, since this picture was the earliest of at least four treatments of it by him, all compositionally different. One of these, a work on canvas from circa 1663-65 in the collection of the Duke of Rutland, Belvoir Castle, includes three more figures, but has the same text on a placard above the fireplace.2 In both the Sudeley and Belvoir pictures, and in a version in the John G. Johnson collection in Philadelphia, also from circa 1662-66, passages from the Lordx92s Prayer are inscribed on the belkroon.3
In 1660 Steen was living in Warmond, just outside Leiden, but he had spent part of the previous decade in Delft. The understanding of space in the Sudeley picture, and in particular the diagonal view through the open window to a house and beyond it trees, may well have been inspired by works that he had seen by artists working there, including Pieter de Hooch, although the most analogous works by De Hooch probably date from after Steen moved back to Leiden. The interest in the internal space and the fall of light on the plaster wall and on the different woods of the window frame and shutters may also reflect Steenx92s understanding of developments made by painters in Delft, including Vermeer as well as De Hooch. As Wheelock and others have noted, the open window serves a multiple purpose. It admits light into the room and controls the lighting within it, but it also admits a free flow of fresh air, emphasizing the physical as well as spiritual healthiness of the family, who live within the community represented by the house and trees beyond to which they are linked by the open window, as well as within the internal bonds of the family.
The title given here is an English translation of the traditional Dutch title given to pictures of this subject: Gebed voor de Maaltijd. In England the traditional title is “Grace before Meat,” but in not all pictures of this subject is meat on the table. A painting by Jan Steen of this title, painted in the mid-1660s is in the National Gallery, London.4This picture has always been catalogued as in the collection of Edmund Phipps, London, where noticed by Gustav Waagen, the second of two works there by Jan Steen, and described as ‘A man, a woman, and child. Also animated, clear and delicate’.5 This must however have been a different picture, either another composition entirely, or another version or copy of this one, because the present picture had been lent by James Morrison to the British Institution in 1848, and Waagen did not begin his visits to British collections until the spring of 1850.
Gustav Waagen did however see this picture a few years later, when he admired it in the collection of James Morrison in Harley Street. Waagen, who had clearly not set eyes on it before was struck by the paintingx92s unusually tranquil and reflective mood as well as its outstanding quality: “A remarkable specimen of the fact that this uproarious master could also occasionally represent the touching scenes of humble but happy domestic life. In other respects also, excellence of drawing, decision of forms, equal carefulness of execution in a solid impasto and great transparency, this picture belongs to the finest works of the master.”6
Although Mary Dent-Brocklehurst inherited the present picture from her father James Archibald Morrison in 1934, by which time her husband John Henry Dent-Brocklehurst had inherited Sudeley Castle, it was lent by her elder brother Simon Archibald Morrison to the Royal Academy exhibition in 1938, perhaps because the latter lived in London.
A copy after the Sudeley picture was in the Alfred Wallach sale in Paris, 3 April 1962, lot 17, reproduced in the catalogue. Wybrand Hendriks made a drawn copy of it in the late 18th century, probably while it was in the collection of Johannes Enschedxe9 in Haarlem, where Hendriks lived (now in the Rijksmuseum, Amsterdam).

Jan Havicksz. Steen, The prayer before the meal (detail.

U kijkt naar ruim 40 miljoen euro: Pablo Picasso, Nature morte aux tulipes, 1932.

Paul Signac, Les Andelys, Chateau-Gaillard, 1921, oil on canvas.
Bij het prachtige boek over Petrus van Schendel
– Een leven tussen licht en donker –
zit een schijfje met daarop een heel schetsboek.
Hierbij alvast een van de afbeeldingen.

Petrus van Schendel, Het wonder van Niervaart, (vermoedelijk) schets.

Dalmeyer Volksuniversiteit, nummer 5 van 1926: De groote Kelk van Antiochië
De “Antioch Chalice,” (Kelk uit Antiochië) eerste helft 6e eeuw
Byzantijns; Gemaakt in Antiochië of Kaper Koraon
(historische plaats in Noord Syrië,
de hedendaagse stad daar heet Kurin)
Zilver, zilververguldsel

In het begin van de twintigste eeuw werd deze kelk
ontdekt (waarschijnlijk ergens tussen 1908 en1910).
Toen werd geclaimd dat deze Kelk gevonden was in Antiochië.
Antiochië is voor de vroegchristelijke gemeenschap
een belangrijke stad.
De stad stond op gelijke hoogte met Rome en Alexandrië
als religieuze plaatsen die je moest zien.
De zilveren binnenkant van de kelk werd toen aangewezen
als de Heilige Graal, de kelk die werd gebruikt door Christus
tijdens het Laatste Avondmaal.
Er bestaan inmiddels wel vier kelken wereldwijd
die deze toeschrijving te beurt vallen.
Aangenomen werd dat de rijk versierde voet, die om de kelk
was aangebracht, kort na de dood van Christus was aangebracht.
De wijnranken met druiventrossen vormen het decor voor vogels
(onder andere een adelaar) en dieren zoals een lam en
een konijn en twaalf menselijke figuren die geschriften vasthouden
en in hoge zetels zitten.

Twee van de menselijke figuren werden aangewezen
als afbeeldingen van Christus.
De andere tien figuren werden geïdentificeerd als tien
van de twaalf apostelen of als klassieke filosofen
zoals de profeten die Christus komst voorspeld hebben
in het Oude Testament.
Door de jaren heen is de aanwijzing van de kelk
als de Heilige Graal komen te vervallen.
Er zijn zelfs vragen gerezen rond de echtheid
van de ouderdom van de kelk.
Algemeen wordt aangenomen dat het om een kelk uit de zesde eeuw
gaat die bedoeld was voor de eucharistie.
Recent is echter vastgesteld dat het om een staande lamp gaat.
Zijn decoratie verwijst naar de uitspraak van Christus:
‘Ik ben het licht van de wereld’
De redenering is dat de lamp onderdeel uitmaakt van de kerkschat
van de Kerk van de Heilige Sergios in Kaper Koroan,
ten zuidoosten van Antiochië.
De parochianen zijn waarschijnlijk naar Antiochië gereisd
om daar de lamp te kopen als een geschenk voor hun kerk.

(Van de web site van het Metropolitan Museum in New York)
De uit Breda afkomstige Petrus van Schendel heeft een uitzonderlijk schilderstalent. Hij zal uitgroeien tot een van Nederlands best betaalde schilders uit de negentiende eeuw. Bredax92s Museum exposeert voor het eerst een overzicht van zijn oeuvre. Bruiklenen komen uit heel Europa, want Van Schendel had in zijn tijd een internationale reputatie.

Petrus van Schendel komt op 21 april 1806 in Terheijden ter wereld. Na de dood van vader Gijsbertus gaat moeder Geertruida Brocx naar Breda waar de jonge Petrus al snel een uitzonderlijk tekentalent etaleert dat wordt ontdekt door een gepensioneerde Bredase officier. Maar wil je als Brabander in het begin van de negentiende eeuw gedegen kunstonderwijs volgen, dan moet je de provincie uit. Daarom vertrekt de jonge Petrus in 1822 naar Antwerpen. De academie daar is ideaal: dichtbij, het onderwijs is gratis en je kunt er, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Brussel of Luik, zowel met de Nederlandse als de Franse taal terecht.Ook Van Schendels stadgenoten, de schilders Willem Reinhardt Kleyn, Jacobus Huysmans en zijn zoon Constantinus Huysmans bezoeken de Antwerpse academie.
Weg uit Brabant
Na zijn studie stort Van Schendel zich volledig op de schilderkunst. Hij is zeer ambitieus en wil snel carrixe8re maken. Hoewel hij commercieel talent heeft, vinden zijn werken aanvankelijk weinig aftrek. Hij wordt er wanhopig van en zoekt heil bij de Haagse kunsthandelaar Johannes Immerzeel. Deze ziet er wel brood in, maar wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Wegens voortdurend geldgebrek is Van Schendel gedwongen zijn schilderijen ver onder de vraagprijs te verkopen. Hij accepteert overigens niet alles. Als Immerzeel opmerkingen maakt over fouten in het perspectief wijst Van Schendel hem terecht met de opmerking dat hij in 1828 op de academie een gouden medaille voor doorzichtkunde (perspectief) heeft ontvangen. De jonge Van Schendel blijft overtuigd van zijn kwaliteit en voorspelt Immerzeel dat zijn werk in de toekomst veel geld gaat opleveren. En hij krijgt gelijk, al tijdens zijn leven. Tussen 1858 en 1872 zal Van Schendel, samen met onder andere Jozef Israxebls, Diederik Jamin en Philip Sadxe9e, tot de best betaalde schilders van Nederland behoren.
Om door te dringen tot het kunstcircuit ziet Van Schendel zich genoodzaakt de provincie te verlaten. Maar hij verliest Brabant niet uit het oog. Hij exposeert in 1845 en 1863 in Breda en de parochiekerk van Terheijden schenkt hij het werk ‘Nachtbezoek van de H. Paulus aan de H. Antonius’.
Vanaf 1830 woont hij achtereenvolgens in Amsterdam, Rotterdam en in Den Haag. In 1845 vestigt hij zich met zijn gezin definitief in Brussel. Op dat moment heeft deze stad een grote internationale uitstraling.
Monsier Chandelle en zijn marktgezichten bij avond
In Brussel gaat het beter. Van Schendels atelier in Brussel bestaat uit twee kamers: een helverlicht vertrek voor het eigenlijke schilderwerk en een ruimte die hij kan verduisteren en kunstmatig belichten.
Van Schendel verwerft internationale roem als fijnschilder van kaars- en lamplichttaferelen. Dit in zijn tijd zeer gewaardeerd genre zal hij zijn hele leven trouw blijven. Ook Johannes Rosierse en Petrus Kiers, de Bredanaars Wilhelmus Kerremans en Andreas Vermeulen alsmede de Bosschenaren Jan Hendrik Grootvelt en Thomas van Leent zijn belangrijke vertegenwoordigers van deze stroming. Het kaarslicht wordt zijn handelsmerk en levert hem in Belgixeb en Frankrijk de bijnaam x91Monsieur Chandellex92 op. Ook noviteiten op het gebied van kunstlicht, zoals de elektrische booglamp, neemt hij in zijn werk op.
Het loont Van Schendels schilderijen lang te bekijken. Alleen zo zie je de fabelachtige wijze waarop hij kleding, personen en voorwerpen weergeeft. Zelfs in de donkere partijen ontdek je van alles. De lichtval klopt altijd. Van het felle schijnsel van de kaarsvlam tot het meest subtiele restje licht.
Het schilderij x91Jaarmarkt op de Grote Markt van Bredax92 is een realistische weergave van deze tweejaarlijkse markt zoals die in de negentiende eeuw in Breda werd gehouden. De stad heeft nog weinig winkels en de jaarmarkt is de gelegenheid voor aankopen en ontmoeting. We zien de plaatselijke bevolking in klederdracht, maar ook een muzikant uit Tirol waarvan we weten dat die op de jaarmarkten actief waren. Ook de Bredase Grote Markt met de huizen en de kerk op de achtergrond, is zeer natuurgetrouw weergegeven. Overigens is dit realisme in Van Schendels werk uitzonderlijk. Veel vaker maakt hij van zijn marktgezichten composities waarin hij elementen van verschillende herkomst tot een romantisch geheel combineert of waarin zijn figuren veel meer lijken te poseren. Voorbeeld daarvan is ‘De vogelverkoper in de Wagenstraat in Den Haag’ uit 1844, een schilderij dat koningin Victoria in 1845 kocht als verjaardagsgeschenk voor prins Albert en nu als bruikleen van de Royal Collection op de tentoonstelling te zien zal zijn.
Industrixeble revolutie
Breda’s Museum weet in 2008 de hand te leggen op een ander belangrijk schilderij van Van Schendel. Met steun van de Vereniging Rembrandt koopt het museum een werk waar de Engelse uitvinder van de stoommachine, James Watt, op is afgebeeld.
Wie zien de vijftienjarige Watt een haardtang tegen de tuit van een kokende waterketel houden waarbij hij de kracht van stoom ontdekt. Van Schendel legt het eureka-moment vast dat het begin inluidt van een nieuw tijdperk.
Van Schendel onderscheidt zich zelf ook als uitvinder op werktuigkundig gebied. In 1841 wordt hem een octrooi verleend voor zijn uitvinding tot verbetering van de schepraderen van stoomvaartuigen. Ook publiceert hij technische oplossingen ten behoeve van de droogmaking van de Haarlemmermeer. Veel erkenning voor de uitvindingen komt er echter niet. Hij spoort zijn zoon Thxe9odore aan een ingenieursstudie te volgen, in de hoop dat hij het met een goede achtergrond wel zal redden. En het feit dat hij deze Thxe9odore liet poseren voor de figuur van James Watt heeft daar waarschijnlijk alles mee te maken.

Meester van het perspectief
Techniek is een belangrijk aspect in de schilderkunst van Van Schendel. Hij ontwikkelt een methode om met behulp van wiskundige berekeningen te bepalen waar en hoe groot figuren in een tafereel moeten worden geplaatst. In de tentoonstelling zien we de methode terug in vele bewaard gebleven voorstudies: eigenlijk technische tekeningen voor zijn composities. In 1861 verschijnt de methode in boekvorm.
Zijn faam als kaarslichtschilder staat een bredere erkenning van andere facetten van zijn oeuvre een beetje in de weg. Op de tentoonstelling zijn ook mooie landschappen en portretten van zijn hand te zien. Kunstcritici verwijten hem teveel eenvormigheid met zijn markten bij kaarslicht. Daar hebben ze wel gelijk in, maar het neemt niet weg dat de schilder in dit genre zijn allermooiste stukken heeft gemaakt.
Petrus van Schendel sterft 28 december 1870 in Brussel, nadat hij drie maal in het huwelijk is getreden en twee vrouwen en menige zoon en dochter heeft overleefd. Op zijn laatste zelfportret schildert hij zichzelf met een stapeltje boeken. Op zijn revers zien we de Belgische koninklijke onderscheiding, die hij ontvangt nadat hij dit portret heeft voltooid. Van Schendel heeft die onderscheiding er dan ook later bij geschilderd. Tekenend voor zijn zucht naar erkenning als technisch begaafd kunstenaar en de wetenschappelijke aanpak die hij daarbij aan de dag legde.