om toch zijn werk te kunnen waarderen.
Marc Mulders in het NRC van donderdag 11-06-2020.
Keer op keer bewijst Erwin Olaf dat hij niet alleen
een goede fotograaf is maar gewoon een geweldig kunstenaar.
Een foto van Olaf stond op de voorpagina van de Volkskrant
en daarom kocht ik zaterdag die krant.
De sfeer die door de wereld gaat als gevolg van corona
heeft hij haarfijn weten vast te leggen.
Van de foto’s in de Volkskrant trok deze foto mij het meest. De scherpe schaduw op de muur vind ik super.
Erwin Olaf, April Fool.
Als kerstcadeau kreeg ik het boek Schilderslief van
Simone van der Vlugt.
Ik heb er dubbele gevoelens bij.
Het verhaal van Geertje Dircx verdient aandacht.
Ze ging in begin 1642 werken bij de schilder Rembrandt van Rijn.
In juni 1642 overlijdt Saskia Uylenburgh.
Na het overlijden kregen Geertje en Rembrandt een relatie
waarbij ze zich naar de buitenwereld gedroegen als man en vrouw en
die in 1649 eindigde in een serie van gerechtelijke zaken.
In 1650 laat Rembrandt Geertje opsluiten in het Spinhuis in Gouda.
Na 5 jaar en een inmiddels slechte gezondheid komt ze vrij.
De rechtszaken stoppen dan niet.
Geertje Dircx blijft een belangrijke schuldeiser van Rembrandt.
Na 1656 is ze overleden.
Simone van der Vlugt, Schilderslief. Rond de hierboven genoemde feiten maakt Van der Vlugt een verhaal.
Maar veel meer dan een vlot verhaal maakt Van der Vlugt er niet van.
Daarom vind ik de omschrijving ‘Roman’ zoals op de kaft staat,
wat zwaar aangezet.
De graphic novel Rembrandt (door Typex), die een paar jaar geleden verscheen,
maakt duidelijke keuzes en is daarom in mijn ogen meer geslaagd.
Babi Badalov: I am euromental (2015). Te zien in Club Solo in Breda.
Mijn fascinatie voor kunst komt het meest naar buiten
in mijn aandacht voor kunst waarbij tekst of letters een grote rol spelen.
Daar zoek ik vaak ook mijn inspiratie voor boeken die ik maak.
Zo zag ik onlangs bij Club Solo in Breda werk van Babi Badalov.
Geboren in Azerbeidzjan in 1959, studeert oa in St. Petersburg en
vlucht dan naar West-Europa.
Ik citeer het informatieblad waarin Club Solo zowel Cécile Verwaaijen
als Babi Badalov voorstelt.
Zijn observaties combineert hij met reflecties over actuele geopolitieke problemen die zijn eigen persoonlijke ervaringen weerspiegelen.
Badalov tast de grenzen van de taal af en verkent de beperkingen die ze oplegt. Hij gebruikt vooral linguïstische vondsten.
Op basis van misverstanden door onvoldoende talenkennis maakt hij associaties of haalt hij woorden uit elkaar of verdraait hij ze.
Badalov is ook geïnteresseerd in het manipuleren van betekenis door het visualiseren van taal. Voor hem is schrijven tekenen, en omgekeerd.Letters lopen uit in sierlijke ornamenten.
Hij wil afbeeldingen met letters maken.
De speelwoorden van Badalov gaan ook ergens over: nationalisme, culturele integratie, consumptie, gendergelijkheid, mondialisering,….
Dan vooral die musea in landen waar wat minder aandacht en
mogelijkheden zijn voor kunst en cultuur.
Zoals dit eenvoudige maar mooie museum in Antigua.
Antigua Museo de Capuchinas, in het voormalige Kapucijnenklooster en kerk complex. De afbeeldingen en voorwerpen zijn vaak van lang nadat de vulkaanuitbarsting/aardbeving de stad verwoestte. Veel barok. Maar de opstelling is origineel. De informatie beperkt. Het fotobeleid en de verlichting vaag. Maar een bezoek meer dan waard.
Baby Jesus of the passion, 18th century, baroque, oil on wood. Ik toon, als dat kan, de Engelse beschrijving van de toelichting. Het werk toont het kindje Jezus te midden van al de werktuigen van de passie: het kruis, het ‘INRI’-bord, de doek met de afbeelding van het hoofd van Jezus, tangen, nagels, dobbelstenen, hamer, de trap, de staak met de spons, de speer en ga zo maar door.
Saint Bonaventura, 18th century, baroque, wood carving, polychrome and gilt.
Een blijkbaar lokaal werk met drie vulkanen op de achtergrond: The catholic Antigua Guatemala cries the death of its redeemer Jesus, 19th century, romantic style, oil on canvas, wood carving and gold leaf.
Geen idee wat dit is. Iemand een idee? Ik dacht dat het een mooie foto zou opleveren. Element van een dak of een fontein (?).
Misschien de top van een processiestaf (beetje te groot?) of baldakijn.
Hoofd van een bisschop (?).
Aangezien ik maar wat op bed lag had ik tijd om eens rustig
het boek van Kees Schoenmakers over Dio Rovers door te nemen.
Het verscheen eind vorige jaar en is een prettig boek om
te lezen en door te bladeren.
Het beschrijft het leven van Dio Rovers en dat van zijn
directe familie. Maar de nadruk ligt natuurlijk op
zijn activiteiten op en rond de Grote Kerk in Breda en
zijn vrije werk als tekenaar en schilder, verknocht aan Breda.
Kees Schoenmakers: Dio Rovers – Beeldend monument van Breda (1896 – 1990).
Maar niet alleen als zelfstandig kunstenaar, ook als promotor van kunst en cultuur,
van mede-organisator van carnavalsactiviteiten en het maken van ontwerpen daarvoor,
tot het aan de wieg staan van het kunstonderwijs in Breda (1e directeur St Joost).
Als opleider door het geven van cursussen, als restaurateur van de schilderingen
in de Grote Kerk en als beschermer van erfgoed in de aanloop na en tijdens de
Tweede Wereldoorlog.
Eigenlijk te veel om op te noemen en het boek doet dat natuurlijk veel
beter dan dat ik dat hier nu kan.
Een voorbeeld van een van de vele manieren waarop Dio Rovers betrokken was bij de restauratieactiviteiten in de Grote Kerk van Breda: Tekening fiaal baldakijn, 1926, houtskool op papier en Tekening baldakijn kooromgang, 1926, houtskool op papier.
Even opzoeken, fiaal:
[ architectonische termen] Een gotische bekroning in de vorm van een toren met uitsteeksels, ook wel fioel genoemd. Het werd als decoratief element boven een venster of portaal geplaatst, of als extra verzwaring voor een steunbeer.Een meer gangbare benaming is pinakel.
Dit werk van Dio Rovers ken ik het best: Bredase markt in winter, 1952, olieverf op doek.
Zijn werken met houtskool zien er fascinerend uit: Vissers met netten, 1947, houtskool op papier.
Zijn werk is altijd figuratief maar dit is wel heel dicht tegen abstract aan. Mooi van kleur. Markdal in winter, circa 1940, olieverf op doek.
Een overzichtstentoonstelling van zijn werk, hier in Breda,
zou mij heel veel plezier doen.
The Met, of The Metropolitan, is een van de grootste en
belangrijkste musea. Één keer heb ik het museum bezocht.
De kans dat dit snel nog eens gebeurt is klein.
Maar daarom kun je nog wel volgen wat voor tentoonstellingen
men er organiseert.
‘Sahel – Art and Empires on the Shores of the Sahara’ viel meteen op.
De Sahel is een gebied in Afrika waarbij ik meteen aan een woestijn
moet denken. En Live Aid.
Dan denk ik niet meteen aan oude beschavingen.
Maar die waren er wel.
Deze tentoonstelling laat dat zien.
De afbeeldingen komen van de website.
Dus wil je meer zien, ga kijken.
Mijn afbeeldingen staan in een willekeurige volgorde.
Kenner van deze culturen ben ik niet.
Maar je hoeft geen kenner te zijn om te kunnen zien hoe bijzonder
deze voorwerpen zijn.
Reclining figure, 12th – 14th century, Middle Niger Civilization, Mali, Jenne-jeno of Djenné-Djenno, terracotta.
From the first millennium, the western Sahel—a vast region in Africa just south of the Sahara Desert that spans what is today Senegal, Mali, Mauritania, and Niger—was the birthplace of a succession of influential polities. Fueled by a network of global trade routes extending across the region, the empires of Ghana (300–1200), Mali (1230–1600), Songhay (1464–1591), and Segu (1640–1861) cultivated an enormously rich material culture.
Samenvatting:
Het westen van de Sahel, een regio ten zuiden van de Sahara,
waar nu de landen Senegal, Mali, Mauritanië en Nigeria zijn,
was de geboorteplaats van een reeks opeenvolgende staten.
Gevoed door een netwerk van handelsroutes waren daar de rijken van
Ghana (200 – 1200), Mali (1230 – 1600), Songhay (1464 – 1591)
en Segu (1640 – 1861) die een enorm rijke cultuur ontwikkelde.
The important stars among the multitude of the heavens, 1733, Mali, Timbuktu, paper documents, manuscripts.
The science of astronomy has deep roots in Islamic scholarship.
As early as the ninth century thinkers such as Ahmad ibn Mohammad ibn Kathir al-Farghani’ (d. 861) enhanced mathematical models of the cosmos, using improved instruments, and also revised the Ptolemaic system.
This astronomical instructional text features a diagram that illustrates the rotation of the heavens.
It was used as a guide for tracking the movement of the stars in order to determine the beginning of the seasons as well as decipher horoscopes.
Seated male figure, 12th – 14th century, Middle Niger Civilization, terracotta.
Kneeling figure, 12th – 14th century, Middle Niger Civilization, Mali, Inner Niger Delta, terracotta.
Head, 3rd – 11th century, Niger, Bura-Asinda-Sikka, terracotta.
Veel van de voorwerpen die je in dit bericht ziet zijn grafgiften.
Iedere keer dat een Nederlands politicus over de Islam spreekt
als een minderwaardige/achtelijke cultuur, dan verdraait hij bewust
de werkelijkheid hij is of zijn minst niet goed geïnformeerd.
Als het dat laatste is dan kan hij in het vervolg beter zijn mond houden.
Horse or chariot ornament, 9th – 12th century, bronze, Senegal, Matam Region.
Bala players, 15th – 16th century, Dogon peoples, Mali, North Central Bandiagara plateau, hardwood with organic materials, iron.
Bura-Asinda-Sikka, torso of an equestrian (ruiter), 3rd – 11th century, excavated 1985, terracotta.
Bracelet, 3rd – 11th century, Bura peoples, Niger, bronze.
Female body (Venus of Thiaroye), before 2000 BC(?), Senegal, sandstone.
Equestrian (ruiter), circa 1400, Soninke peoples, Mali, wood.
Female figure, 18th – 19th century, Soninke peoples, Mali, wood.
Een tijdje terug liet ik de poster van de tentoonstelling
al zien op mijn blog.
Maar dit weekend ben ik ook naar de tentoonstelling gaan kijken.
‘Club Solo’ wat is dat? Het is de ‘opvolger’ van Lokaal01 in Breda.
Volgens de eigen website:
Kunstenaarsinitiatief Club Solo presenteert vijf keer per jaar solotentoonstellingen van Nederlandse en Belgische kunstenaars.
Hotel Solo biedt eens per jaar een podium aan een buitenlands kunstenaarsinitiatief.
Café Solo is een podium voor kleinschalige presentaties, zoals muziekoptredens, poëzieavonden, lezingen en filmvoorstellingen.
VISIE
Club Solo biedt mid-career kunstenaars de mogelijkheid werk te maken en te tonen in solopresentaties. De kunstenaar en zijn werk staan centraal. Voor het publiek is Club Solo een laagdrempelig, uitgesproken platform voor Nederlandse en internationale beeldende kunst.
Dit was de poster die ik mooi vond en die me hielp
om Club Solo ook weer een keer te gaan bezoeken.
Cécile Verwaaijen. Ik was benieuwd.
De ruimte van Club Solo is niet groot.
Er is een benedenzaal en twee zalen boven (1 groter en 1 kleiner).
Vroeger was er boven nog een gang. Bovenaan de trap is een ruimte
waarin je loopt als je boven aankomt, een soort van hal.
‘Achter’ de trap is nog een ruimte met een glazen wand
die op de trap uitkijkt. Deze was niet in gebruik voor de tentoonstelling.
Verwaaijen werkt sinds 2018 aan de serie ‘Learning Arabic’.
Ze gaf een periode Nederlandse les aan de ‘nieuwkomers’, vaak
met een Arabische achtergrond en leerde deze mensen beter kennen.
De wens om zelf Arabisch te leren was het begin van een
proces van ‘uitburgeren’, dat leidde tot werken waarvan je
er een aantal in Club Solo kunt zien.
In de benedenzaal is de installatie Goodnight te zien.
De pilaren in de benedenzaal zijn bekleed met tapijt en
gebedskleden.
Goodnight.
Niet alle onderdelen van Goodnight zijn op mijn foto’s te zien.
Mandala.
Ojalá (Ojalá= laten we hopen dat). We zien hier gebedskleden die letterlijk uit elkaar zijn gehaald. Door de andere rangschikking van de onderdelen krijgen die een andere betekenis en waarde. Het is een aanmoediging om dingen die ‘vast zitten’ on beweging te krijgen. Er waait een frisse wind door de kleden.
Flower.
Courage. Twee decoratieve elementen maken zich los van het gebedskleed. Ze willen meer zijn dan een motief in het grote geheel. Ze gaan hun eigen weg.
Orange.
Niqaap.
De teksten zijn voor een deel afkomstig van de flyer
die bij de tentoonstelling wordt uitgedeeld.
Ik was (en ben) enthousiast.
Met enige regelmaat stuurt een gastblogger (uit Middelburg) mij een foto met het verzoek die te plaatsen. Het gaat heel vaak over IJmuiden en de zee/zeevaart. Soms in de vorm van een (zelf geschreven) verhaal en soms in de vorm van een olieverfschilderij zoals vandaag. Het schilderij komt 31 januari te koop via catawiki.
Gisteren kreeg ik een preview voor de Cultuurnacht.
Ik sta die avond zelf te vertellen over boekbinden en laat
mensen daar van alles over zien.
Een van mijn mededeelnemers in de FutureDome is Sylvia Thijssen.
Gisteren ben ik al even bij haar gaan kijken.
Ze heeft een ruimte, die vroeger een fabriekje was, veranderd
in een aantrekkelijke werkplaats en galerie, vol prachtig werk.
Net als aanstaande zaterdag op de Cultuurnacht, was de rode loper al uitgerold.
Ik kwam niet langs de publieksingang maar was daarom niet minder welkom.
Dit is een kleine versie van het beeld ‘De Speelhuisvrouw’ die in de Speelhuislaan te zien is in Breda.
De ruimte die Sylvia ter beschikking heeft bestaat uit een aantal grote en kleine ruimtes, vertrekken, die met elkaar verbonden zijn en overal is werk van haar te zien.
Sylvia Thijssen in de FutureDome, Nassausingel 26, Breda.
Aan de ingang hing dit overrompelend werk.
Zaterdag zal hier de performance plaatsvinden. Spannend.
Ik ben blij dat ik op een rustig moment de gelegenheid gehad heb de ruimte van Sylvia Thijssen te bezoeken. Absoluut een aanrader.
Dat is de titel van een bekend liedje maar, en daar gaat het mij
hier om, de naam van een schilderij.
Toen ik in Málaga de collectie van de dependance van het
State Russian Museum bezocht, was dat één van de werken
die er voor mij uitsprongen.
Maar eerst even iets anders. Er is daar een grote ruimte met een aantal iconen die alle ruimte krijgen om tot hun recht te komen. Selected saints St Demetrios, St Paraskeva en St Anastasia. Late 15th – early 16th century, Novgorod Province, tempera on wood. St Demetrios wordt in Rusland ook St Demetrois of Soluneia genoemd. Overigens is de middelste heilige ook in het rood.
Nikolái Ionin, Woman in red, 1925, oil on canvas.
Ksenia Nechitáilo, Market in Yalta, 1970, oil on canvas.
De tentoonstelling over Anna Akhmatova is een uitdaging. Hoe maak je een aantrekkelijke tentoonstelling over een dichteres? Maar de schilderijen waren prachtig. Pyotr Miturich, Portrait of the composer Arther Lourié, 1915, oil on canvas.
Nátan Altman, Portrait of Anna Akhmatova, 1915, oil on canvas. Veel van de namen van de schilders kende ik niet. Dat maakt zo’n bezoek wel zo bijzonder.
Beide portretten van de dichteres zijn heel verschillend van elkaar maar allebei schitterend geslaagd! Kuzma Petrov-Vodkin, Portrait of Anna Akhmatova, 1922, oil on canvas.
Kazimir Malévich, Portrait of Nikolay Punin, 1933, oil on canvas.
Gisteren bezochten heel wat mensen foto’s van een tentoonstelling
die ik in 1977 heb gezien. Foto’s over het werk van Rubens.
Het bericht plaatste in ik 2018.
Misschien is dat omdat er deze maand een mooie Rubens op de markt komt.
De geschatte verkoopprijs ligt tussen 6 en 8 miljoen dollar.
Maar los van de prijs is het een prachtig werk.
Traditioneel van opbouw in een grote driehoek maar schitterend uitgevoerd: Peter Paul Rubens, De maagd en het Christuskind met de heiligen Elizabeth en Johannes de Doper (The Virgin and Christ Child with saints Elizabeth and John the Baptist), circa 1612.
Vandaag las ik een stukje op de blog van Jona Lendering:
Mainzer Beobachter over de ‘Theory of the Leisure Class’
Thorstein Veblen (1857-1929) ontwikkelde de Theory of the Leisure Class (1899), waarin hij uitlegt dat mensen niet economisch rationeel handelen maar vooral verlangen naar status. Hij wees daarbij op twee aspecten: conspicuous consumption ofwel opzichtig consumeren en conspicuous leisure ofwel opzichtig luieren.
Voorbeelden van het eerste: een Rolex om je pols of vervoer in een dure auto.
Voorbeeld van het tweede: verre vakanties en museumbezoek.
Ik moet denk ik dan concluderen dat ik bij de tweede groep hoor ![]()
Want weer volgt er een bericht over een museumbezoek in Malaga.
Ik ben bijna aan het einde.
In Málaga bezocht ik ook het Centre Pompidou Málaga. Het Centre Pompidou in Parijs is een tijd terug al uitgebreid met een aantal vestigingen in Frankrijk. Zo bezocht ik al eens het Centre Pompidou in Metz. Ook in Malaga is er een gebouw waar men een collectie moderne kunst toont vanuit Parijs. Het gebouw is vooral te groot en te leeg. Het kan hele grote groepen toeristen ontvangen maar toen ik er was liepen er maar een paar bezoekers. Het gebouw heeft een soort van veelkleurige glazen kubus op het dak staan zodat het lijkt op een mislukte parkeergarage (waar het naast gevestigd is).
Er waren twee tentoonstellingen: een collectietentoonstelling
en ‘Alechinsky in ink land’.
Centre Pompidou Málaga, Pierre Alechinsky, Trio, 2011, ink on a 19th century official form.
Dus ik begon bij Pierre Alechinsky.
Toen de collectie: Utopías modernas (moderne utopieën).
Ik maakte er een paar foto’s.
Robert Delaunay; Rythme, Joie de vivir, oil on canvas, 1964.
Frank Stella, The old lady of the garden, from ‘The Cones and Pillars, acrylic paint, glycerophtalic lacquer, fluorescent paint on 11 elements and honeycomb panel, 1986.
Bij dit imposante werk van Stella stond een uitleg in drie zinnen
maar met heel veel woorden:
As successor to the first American abstract artists, Stella rejected the approach of those who, like Pollock, used the canvas as a means of expression, and became the forerunner of abstract painting seeking no further references than those of its own artistic medium.
This work focused on reflection about the illusionism of painting, creating a dialogue between representational space and real space.
After his minimalistic stage, he endeavered to abandon the illusory space of the flat surface through emphatic sculptural and maximalist paintings, into which he finally began te reintroduce the illusionist logic, now amplifying it by constructing the representation in a three-dimensional space.
Samenstelling/vertaling:
Als erfgenaam van de eerste Amerikaanse abstracte schilders,
verwierp Stella de benadering van hen, zoals Pollock,
die het canvas als hun manier van uitdrukken gebruikten,
en werd hij een voorloper van kunstenaars die alleen nog maar
verwezen naar hun eigen artistiek medium.
Dit werk reflecteert op het illusionistische aspect van schilderen
door een dialoog op te zetten tussen de voorgestelde ruimte en
de echte ruimte.
Na een eerdere minimalistische periode, probeert hij
de tweedimensionale ruimte van het canvas achter zich te laten
door sculpturaal en maximalistisch te schilderen,
waarbij het illusionistische aspect van schilderen vorm krijgt
in een driedimensionele voorstelling.
De vertaling is geheel voor mijn rekening.
Heb je suggesties ter verbetering, ik hoor ze graag.
Eva Aeppli, Groupe de 13 (Hommage a Amnesty International), 1968. 13 Clothed mannequins sitting on garden chairs and 16 iron chairs, 3 of which are empty.
Ook bij dit werk was een toelichting voorhanden:
Aeppli’s textile sculptures are sets of life-sized puppets with cadaverous, mute, enigmatic faces expressing a sense of hopelessness, like ghosts awaiting an unknown sentence.
Their repetitive, anonymous character symbolizes the universality of human fragility, and the assumed collective burden of the tragedy of Fascism and the Second World War.
As a kind of memento mori, the drama is increased by the emptiness of three of the chairs, which seem to be waiting for us.
Serving as a reference to Amnesty International, the organization defending human rights, of which she was a member.
Aeppli displays her combative and idealistic spirit.
Ook hier een poging.
Het textiele beeldhouwwerk van Aeppli is een set van levensgrote poppen
met lijkkleurige, doofstomme koppen die een gevoel van uitzichtloosheid uitstralen,
als geesten die wachten op een onbekend oordeel.
Hun repeterend, anoniem karakter symboliseert de universele menselijke broosheid
en de veronderstelde collectieve last van de tragedie
van het Fascisme en de Tweede wereldoorlog.
Als een herinnering aan je eigen sterfelijkheid,
wordt het drama verhoogd door de drie lege stoelen
die op ons lijken te wachten.
Ze dienen als een verwijzing naar de mensenrechten organisatie
Amnesty International.
Aeppli was daar lid van.
Hier toont Aeppli haar strijdvaardigheid en idealisme.
Het bisschoppelijk paleis van Malaga of Palacio Episcopal, Málaga Centro de Arte, is een prachtig gebouw. Je kunt er als het ware niet omheen. Het gebouw staat naast de kathedraal in het centrum van Malaga. in 2014 bezochten we het voor het eerst en in 2019 gingen we er weer op bezoek. Volgens mij is er wel wat veranderd als het gaat wie het gebouw beheert. Maar ik weet dat niet zeker. De gevel is fel gekleurd en in het midden, op de eerste verdieping, daar waar je een balkon of groot raam zou verwachten, is een Piëta te zien. Wie het beeld gemaakt heeft en wanneer, kan ik niet vinden.
De Piëta in een winterzonnetje.
Het gebouw heeft een Arabisch aandoende tuin met hele mooie tegeltableaux. Ook in 2014 maakte ik er foto’s. Maar door issues met Photobucket, mijn vorige hostingpartij voor foto’s, neem ik de foto’s van 2019 allemaal op.
Binnen is het paleis ook erg mooi. De ruimtes worden gebruikt voor tentoonstellingen. Er waren er twee: een met moderne kunst en een met werken van Joaquin Sorolla y Bastida. Deze laatste schilder zou ik een soort van impressionist noemen. Hij leefde van 1863 – 1923. Hij is een tijdgenoot van Vincent van Gogh (1853 – 1890) en Edvard Munch (1863 – 1944). Of deze schilders elkaar of elkaars werk kenden weet ik niet.
Maar eerst de tegels uit de prachtige tuin.
De moderne kunstwerken waren heel uiteenlopend van materiaal, stijl en techniek. Deze vond ik erg goed passen bij de jaarovergang in Nederland: Pere Llobera, Todo Hiper, 2016, oleo sobre lienzo (olieverf op canvas). Todos Hyper betekent ‘Allemaal hyper’.
Niet iedereen kent misschien Joaquin Sorolla.
Deze Spaanse schilder kreeg best veel aandacht bij internationale kunstveilingen
de afgelopen jaren. De prijzen voor zijn werk gaan van
een half tot anderhalf of twee miljoen euro.
Dat zegt niet alles, natuurlijk.
De afgelopen jaren waren er met enige regelmaat, werken van hem te zien
in mijn serie ‘Kunstvaria’.
Hier laat ik eerst wat werken volgen van de ruim 100 die nu in Malaga te zien zijn.
Ik heb geen foto’s gemaakt op de tentoonstelling, Tierra Ardentro (Binnenlands?).
Er liepen zoveel schrikaanjagende bewakers rond, dat ik dat maar
uit mijn hoofd gelaten heb.
Gelukkig was de catalogus goedkoop (en helemaal in het Spaans, jammer genoeg).
Na de werken van de tentoonstelling volgen de werken die ik over de jaren
al eens op mijn weblog heb getoond.
Joaquin Sorolla y Bastida, Paisaja de San Sebastian (het landschap van San Sebastian), oleo sobre lienzo, 1911. Edvard Munch had dit kunnen schilderen.
Joaquin Sorolla y Bastida, El baños de la reina, Valsain. Oleo sobre lienzo, 1907. Dan ben je echt een ‘schilder van het licht’.
Joaquin Sorolla y Bastida, La catedral de Burgos, oleo sobre lienzo, 1910.
Dit is de eye catcher van de tentoonstelling. Dit schilderij staat ook op de omslag van de catalogus. Joaquin Sorolla y Bastida, Vendimiando (de oogst), Jerez. Oleo sobre lienzo, 1914.
Sorolla maakte een serie schilderijen van de typische klederdracht en de mensen uit de verschillende regio’s van Spanje. Op de tentoonstelling is een groot aantal van die serie te zien. Dit is Joaquin Sorolla y Bastida, Tipos de la Alcarria, oleo sobre lienzo, 1912.
De catalogus.
Dan volgen hier de werken die ik de afgelopen jaren
al een keer van Joaquin Sorolla heb getoond, in willekeurige volgorde:
Joaquín Sorolla y Bastida, Andalucía – The Round-Up, 1914.
Joaquin Sorolla y Bastida, Niña en la playa, 1910.
Joaquin Sorolla, Idilio en el mar, 1908.
Joaquin Sorolla y Bastida, Otra Margarita (Another Marguerite), 1892.
Joaquin Sorolla, Cosiendo la vela, 1896.
Joaquín Sorolla, Niña entrando en el baño, 1915.
Joaquín Sorolla, The baptism, 1900.
Joaquin Sorolla, The white boat, Jávea, 1905.
Joaquin Sorolla y Bastida, Un Hebreo, 1898.
Joaquin Sorolla y Bastida, Viejo pescador en una barca (Old fisherman in a boat), 1895.
Het was mijn eerste bezoek aan het Japanmuseum Sieboldhuis. De tentoonstelling met de etsen van Tanaka Ryōhei was het eerste onderdeel van mijn bezoek. Dat brengt je ook in een naast geleden huis en dat zie je nog aan de binnenwand. Het past heel mooi bij de soberheid van de Japanse kunst. Het deel van het museum dat de collectie toont van Philipp Franz von Siebold, doet me denken aan Meermanno in Den Haag: een mooie verzameling die duidelijk lang geleden is ontstaan maar die juweeltjes bevat.
De opstelling van heel diverse objecten is heel sereen.
Er lagen ook boeken. Maar de context ontging me een beetje. Maar dat is niet erg bij een eerste bezoek. De volgende keer moet ik daar meer tijd voor nemen. Philipp Franz von Siebold was een van oorsprong Duitse arts die in Nederlandse dienst een aantal jaren op Deshima verbleef. Door huisbezoeken, zijn netwerk en een reis naar Edo was Siebold in staat veel voorwerpen over/van Japan te verzamelen.
De uitstalling van de voorwerpen is mooi en met respect voor de delicate natuur van sommige voorwerpen.
Waaronder heel veel planten en dieren.
Een deel van de gasten staan op sterk water.
Toen ik in Leiden een foto stond te maken van een boekhandel
viel me de reflectie van een boom in het water van een grote plas op.
Mooie kans om die vast te leggen.
ik maakte de volgende foto, zonder veel na te denken.
Let ook op de kleine blaadjes. Achteraf drukte ik net iets te vroeg af (zo zei je dat vroeger met een fototoestel). Even later vielen er meer druppels in de plas.
Nu alleen nog een paar druppels rechtsonder.
Tanaka Ryōhei is de kunstenaar van wie de etsen zijn die in het Japanmuseum Sieboldhuis worden getoond.
Tanaka Ryōhei
Tanaka Ryōhei (1933) heeft in zijn vijftigjarige carrière meer dan 770 etsen gemaakt met in totaal meer dan 100.000 afdrukken.
Op een paar uitzonderingen na heeft hij alle edities zelf gedrukt, in zijn eigen studio.Tanaka werd geboren in Takatsuki, halverwege Kyoto en Osaka.
Hij had een aangeboren hartafwijking en spendeerde daardoor veel tijd thuis.
Tekenen werd daardoor zijn hobby.
In 1963, toen hij al dertig was, nam hij tekenlessen in het stedelijk kunstatelier voor amateurs in Kyoto.
De lessen werden gegeven door Furuno Yoshio (1909-1978).
Hij was een prentmaker die ook lesgaf in etsen.
Via hem raakte Tanaka gefascineerd door de etstechniek.
Als lid van de Etsersvereniging Kyoto stelde Tanaka zijn etsen tentoon in de Perfecturale galerie Kyoto.
Tijdens de tentoonstelling van 1964 werd zijn werk ontdekt door kunsthandelaar Yamada Tetsuo (1924-1998).
Hij werd Tanaka’s agent en zorgde ervoor dat zijn werk terechtkwam bij galeries, verzamelaars en musea in Japan en later ook in de rest van de wereld.
Tanaka werkte oorspronkelijk in een van de kamers van zijn woonhuis.
In 1969 liet hij een studio aan zijn huis bouwen.
Daar ontwierp en printte hij elke ets.
In 1970 waren zijn etsen zo populair geworden dat hij zijn baan kon opzeggen en zich volledig op zijn kunst kon starten.In de loop der jaren zijn verschillende catalogi met Tanaka’s werk uitgegeven.
In 1985 bracht Yamada een overzichtscatalogus uit in het Japans en het Engels.
Succes in het buitenland volgde.
Tanaka werd uitgenodigd om deel te nemen aan tentoonstellingen in Italië, Joegoslavië, Duitsland, België, de Verenigde Staten, Hong Kong, Finland, China, Mexico en Bulgarije.In 2013, toen hij tachtig werd, maakte hij met een laatste krachtinspanning zijn vijf laatste etsen.
‘Boerenhuis in de zon’ was het laatste werk.
Furuno Yoshio had hem alleen de basis van het etsen geleerd.
Tanaka ontwikkelde zijn eigen technieken.
Zijn technische vaardigheden zijn bijzonder.
Al in de jaren zestig ontwikkelde hij zijn eigen, herkenbare stijl.
Hij wist deze vijftig jaar vol te houden.
Door de belichting en de etsen die achter glas zitten, is het niet eenvoudig te fotograferen. Mijn foto’s zijn slecht. Maar toeval wil dat de eerste foto over weerspiegelde bomen gaan. Tanaka Ryōhei, Waterkant nr 1, ets en aquatint, 1977.
Tanaka Ryōhei, Esdoorns in de herfst. Kleurenets – ets en aquatint van twee platen, 1989.
Dit is een klein detail van het werk. Hier krijg je een idee van de enorme inspanning en beheersing die nodig is om zo’n werk te maken.
Er waren ook twee afdrukken van etsen van Rembrandt te zien: Rembrandt van Rijn, Landschap met boerderij en grote boom, 1641.
Rembrandt van Rijn, Landschap met boerderij en tekenaar, circa 1645.
Je ziet de weerspiegeling van de verlichting in Tanaka Ryōhei, De grote ginkoboom. Kleurenets en aquatint, 1988.
Hier zie je goed hoe zijn figuratieve werk toch een aspect van abstractie heeft. Tanaka Ryōhei, Een zomerse kamer. Kleurenets en aquatint, 1986.
Tanaka Ryōhei, Zomerdag nr 1. Ets en aquatint, 1985.
Mijn foto’s zijn slecht maar gelukkig is er dit boek van Chris van Otterloo.
Of beter nog: bezoek de tentoonstelling Verstilde schoonheid – Japanse etsen van Tanaka Ryōhei in het Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden.
We zijn in Nederland zo verwend met het super Rijksmuseum. Ik maak 1 bericht maar had met gemak 3 of 4 berichten kunnen maken op basis van wat ik er vrijdag heb kunnen zien. Mijn bericht gaat dan ook dwars door de tijd, door de onderwerpen en stijlen. Maar ik heb genoten en ik raad iedereen aan dat ook te gaan doen. Regelmatig. De foto toont de pagina van de website van het Rijksmuseum waar ‘Het Lam Gods’ van Francisco de Zurbarán getoond wordt.
Vanuit de tram zie ik in de verte de Dam, rechts het Koninklijk Paleis en Links de Nieuwe Kerk (De Grote Suriname Tentoonstelling moet ik nog gaan zien).
Het weer was vrijdag niet best.
Binnen in het Rijksmuseum was het beter (Verse gemberthee met een stuk appeltaart). Mijn idee was om vandaag ook even langs de eregalerij te gaan. De nieuwste aanwinst, de gouden Diana en Actaeon Bokaal gemaakt door Paul van Vianen uit 1610 is er te zien (Bruikleen familie Wessels). Daardoor ging ik al dwalend door het Rijksmuseum. Ik kan dat iedereen aanraden.
Zo kwam ik voor het eerst in mijn leven in de bibliotheek van het Rijksmuseum terecht. Ik kende de ruimte van de foto’s. Niet in de laatste plaats door de foto’s van De Bezige Bij.
Vervolgens werd ik afgeleid door dit beeld en het gruwelijke schilderij dat er rechts van hangt: Artus Quellinus, Portret van Johan de Witt, Amsterdam, 1665, carrara marmer.
De laatste buste die Quellinus in Amsterdam maakte, was dit portret van Johan de Witt, raadspensionaris van Holland, de machtigste man van de Republiek.
De Witt was familie en een geestverwant van de voornaamste Amsterdamse regentenfamilies.
Nadat de Johan de Witt en zijn broer in 1762 waren vermoord, werden van deze buste diverse afgietsels gemaakt, die hun weg vonden naar de huizen van hun bewonderaars.
Diana en Actaeon Bokaal, Paul van Vianen, goud, 1610. Badende Diana op de rug gezien.
Liefde bloeit alleen onder de beste voorwaarden:dat wordt hier verbeeld.
Op het deksel is te zien dat de liefde (Venus) voldoende eten (Ceres) en drinken (Bacchus) nodig heeft.
Op de bokaal zelf wordt duidelijk dat liefde geen verraad duldt: daar wordt Diana, godin van de jacht, tijdens het baden bespied door de jager Actaeon.
Als straf verandert Diana hem in een hert, waarna hij door zijn eigen jachthonden wordt verscheurd.
Bruikleen van mevrouw H.G. Wessels, 2019. BK-2019-27.
Dan kun je natuurlijk nauwelijks om de Nachtwacht heen. In restauratie.
In de eregalerij kwam ik ook dit werk van Frans Hals tegen: Portret van Maritge Claesdr Vooght, 1639, olieverf op doek, SK-C-139. Maar mij ging het om het volgende detail:
Echt ‘een boek vol zilverwerk’ met een beschilderde boeksnede.
Frans Hals schilderde een groot aantal fraaie portretten van de Haarlemse hogere klasse; kennelijk voldeed hij aan alle eisen van zijn voorname opdrachtgevers.
Maritge Vooght, echtgenote van burgemeester Pieter Olycan, poseert hier in een traditionele houding, fier rechtop, de toeschouwer recht aankijkend.
Aan de linkerkant vermeldde Frans Hals haar leeftijd: 62 jaar.
Haar wapen daarboven werd later door een andere hand toegevoegd.
Voor ik de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez in liep ging ik nog even langs de wisselende fototentoonstelling met deze keer: Martijn van de Griendt en zijn tentoonstelling On/Off. Twee foto’s spraken me aan.
De tentoonstelling gaat er over dat we tegenwoordig altijd ‘aan staan’, verbonden met het internet, bezig zijn ons zelf te tonen, op te gaan en verbergen in de grote stroom. Hier is een bezoeker van het Lowlands festival die het nodig vind om zelfs vanaf het toilet foto’s de wereld in te sturen.
Of je gelukkig wordt van dit Happinez festival (géén schrijffout) wordt durf ik te betwijfelen. Bovendien wat is (zie briefje tegen de paal links van het midden) ‘horse coaching’?
Eindelijk ben ik er dan. Hier zie je twee schilderijen waarbij sprake is van beeldrijm: Francisco de Zurburán, De heilige Serapion, 1628 en rechts Jan Asselijn, De bedreigde zwaan, circa 1650.
Volledige overgave.
Je leven geven voor een doel groter dan jezelf.
Links de heilige van Zurbarán, die met de armen omhoog gebonden zijn laatste adem uitblaast ten dienste van zijn geloof.
Daarnaast de zwaan van Asselijn, die zijn nest verdedigt met zijn leven.
Het werd hét beeld voor de vermoorde raadpensionaris Johan de Witt.
Het beeldrijm van de wijd geopende armen en vleugels, zo breed getoond in witte verf, toont een overgave in volle overtuiging.
Jan Lievens, Stilleven met boeken, circa 1627 – 1628. Huid als perkament. Ook op het Spaanse schilderij (hier niet te zien) lag op de voorgrond een vers stuk brood.
Rembrandt van Rijn, Lezende oude vrouw (profetes), 1655. Licht.
Abraham Bloemaert, De aanbidding van de Driekoningen, 1624. Pracht en heerlijkheid.
Frans Hals, Regenten van het Haarlemse Oudemannenhuis, 1664. Wees liefdadig. Bij Frans Hals (en trouwens ook bij Rembrandt) valt me steeds op hoe impressionistisch hun werk is als je er wat dichterbij komt. Let maar eens op die witte omslag aan de pols van de figuur in het midden.
Zo ziet dat detail er van dichtbij uit.
Dit is de bouwplaat van een kerstbal die ik kreeg bij aankoop van de catalogus. Wederom een ontwerp van Irma Boom (de catalogus wel te verstaan).
In de catalogus ben ik nog niet begonnen maar ik heb al wel gezien dat het een prachtig kijkboek is.
De ochtend in het Rijksmuseum was geweldig.
De tentoonstelling is om jaloers op te zijn.
Als je zo met de werken in je collectie (en die van andere collecties)
te werk kunt gaan. Ik ben jaloers.