In ink land – In het land van inkt

Vandaag las ik een stukje op de blog van Jona Lendering:
Mainzer Beobachter over de ‘Theory of the Leisure Class’

Thorstein Veblen (1857-1929) ontwikkelde de Theory of the Leisure Class (1899), waarin hij uitlegt dat mensen niet economisch rationeel handelen maar vooral verlangen naar status. Hij wees daarbij op twee aspecten: conspicuous consumption ofwel opzichtig consumeren en conspicuous leisure ofwel opzichtig luieren.

Voorbeelden van het eerste: een Rolex om je pols of vervoer in een dure auto.
Voorbeeld van het tweede: verre vakanties en museumbezoek.

Ik moet denk ik dan concluderen dat ik bij de tweede groep hoor SmileyKleiner
Want weer volgt er een bericht over een museumbezoek in Malaga.
Ik ben bijna aan het einde.

DSC02618CentrePompidouMálaga

In Málaga bezocht ik ook het Centre Pompidou Málaga. Het Centre Pompidou in Parijs is een tijd terug al uitgebreid met een aantal vestigingen in Frankrijk. Zo bezocht ik al eens het Centre Pompidou in Metz. Ook in Malaga is er een gebouw waar men een collectie moderne kunst toont vanuit Parijs. Het gebouw is vooral te groot en te leeg. Het kan hele grote groepen toeristen ontvangen maar toen ik er was liepen er maar een paar bezoekers. Het gebouw heeft een soort van veelkleurige glazen kubus op het dak staan zodat het lijkt op een mislukte parkeergarage (waar het naast gevestigd is).


Er waren twee tentoonstellingen: een collectietentoonstelling
en ‘Alechinsky in ink land’.

DSC02608CentrePompidouMálagaPierreAlechinskyTrio2011InkOnA19thCenturyOfficialForm

Centre Pompidou Málaga, Pierre Alechinsky, Trio, 2011, ink on a 19th century official form.


Dus ik begon bij Pierre Alechinsky.
Toen de collectie: Utopías modernas (moderne utopieën).
Ik maakte er een paar foto’s.

DSC02610CentrePompidouMálagaRobertDelaunayRythmeJoieDeVivirOilOnCanvas1964

Robert Delaunay; Rythme, Joie de vivir, oil on canvas, 1964.


DSC02612CentrePompidouMálagaFrankStellaTheOldLadyOfTheGardenFromTheConesAndPillarsAcrylicPaintGlycerophtalicLacquerFluorescentPaintOn11ElementsAndHoneycombPanel1986

Frank Stella, The old lady of the garden, from ‘The Cones and Pillars, acrylic paint, glycerophtalic lacquer, fluorescent paint on 11 elements and honeycomb panel, 1986.


Bij dit imposante werk van Stella stond een uitleg in drie zinnen
maar met heel veel woorden:

As successor to the first American abstract artists, Stella rejected the approach of those who, like Pollock, used the canvas as a means of expression, and became the forerunner of abstract painting seeking no further references than those of its own artistic medium.
This work focused on reflection about the illusionism of painting, creating a dialogue between representational space and real space.
After his minimalistic stage, he endeavered to abandon the illusory space of the flat surface through emphatic sculptural and maximalist paintings, into which he finally began te reintroduce the illusionist logic, now amplifying it by constructing the representation in a three-dimensional space.

Samenstelling/vertaling:
Als erfgenaam van de eerste Amerikaanse abstracte schilders,
verwierp Stella de benadering van hen, zoals Pollock,
die het canvas als hun manier van uitdrukken gebruikten,
en werd hij een voorloper van kunstenaars die alleen nog maar
verwezen naar hun eigen artistiek medium.
Dit werk reflecteert op het illusionistische aspect van schilderen
door een dialoog op te zetten tussen de voorgestelde ruimte en
de echte ruimte.
Na een eerdere minimalistische periode, probeert hij
de tweedimensionale ruimte van het canvas achter zich te laten
door sculpturaal en maximalistisch te schilderen,
waarbij het illusionistische aspect van schilderen vorm krijgt
in een driedimensionele voorstelling.

De vertaling is geheel voor mijn rekening.
Heb je suggesties ter verbetering, ik hoor ze graag.

DSC02617CentrePompidouMálaga

DSC02615CentrePompidouMálagaEvaAeppliGroupeDe13HommageAAmnestyInternational1968 13ClothedMannequinsSittingOnGardenChairsAnd16IronChairs3OfWhichAreEmpty

Eva Aeppli, Groupe de 13 (Hommage a Amnesty International), 1968. 13 Clothed mannequins sitting on garden chairs and 16 iron chairs, 3 of which are empty.


Ook bij dit werk was een toelichting voorhanden:

Aeppli’s textile sculptures are sets of life-sized puppets with cadaverous, mute, enigmatic faces expressing a sense of hopelessness, like ghosts awaiting an unknown sentence.
Their repetitive, anonymous character symbolizes the universality of human fragility, and the assumed collective burden of the tragedy of Fascism and the Second World War.
As a kind of memento mori, the drama is increased by the emptiness of three of the chairs, which seem to be waiting for us.
Serving as a reference to Amnesty International, the organization defending human rights, of which she was a member.
Aeppli displays her combative and idealistic spirit.

Ook hier een poging.

Het textiele beeldhouwwerk van Aeppli is een set van levensgrote poppen
met lijkkleurige, doofstomme koppen die een gevoel van uitzichtloosheid uitstralen,
als geesten die wachten op een onbekend oordeel.
Hun repeterend, anoniem karakter symboliseert de universele menselijke broosheid
en de veronderstelde collectieve last van de tragedie
van het Fascisme en de Tweede wereldoorlog.
Als een herinnering aan je eigen sterfelijkheid,
wordt het drama verhoogd door de drie lege stoelen
die op ons lijken te wachten.
Ze dienen als een verwijzing naar de mensenrechten organisatie
Amnesty International.
Aeppli was daar lid van.
Hier toont Aeppli haar strijdvaardigheid en idealisme.

DSC02616CentrePompidouMálaga

In de post vandaag

IMG_E2060XerxesInGriekenland-DeMythischeOorlogTussenOostEnWestJonaLendering

Het is een soort van voorbeschouwing. Ik heb het boek nog niet kunnen lezen want het zat vandaag bij de post: Xerxes in Griekenland – De mythische oorlog tussen oost en west door Jona Lendering. Maar Jona en zijn eerder werk kennende durf ik dit best ongelezen aan te prijzen.


Gelezen: Wahibre-em-achet en andere Grieken

JonaLenderingWahibre-em-achetEnAndereGriekenLandverhuizersInDeOudheid

Jona Lendering, Wahibre-em-achet en andere Grieken. Landverhuizers in de oudheid. Dit heldere boekje is uitgegeven ter gelegenheid van de ‘Week van de Klassieken’. In tegenstelling tot andere boekjes die uitgegeven worden bij een ‘week’ een heel geslaagd boekje.


Lees je met enige regelmaat de weblog van Jona Lendering, dan
komen het onderwerp van het boekje, de vele sprekende voorbeelden
en de conclusies niet echt als een verrassing.
Maar het boekje zet een aantal dingen eens op een rij, het zet
de deur open, voor leken zoals ik, naar de nieuwste ontwikkelingen
in het vakgebied oudheidkunde.
Dat DNA- en isotopenonderzoek samengaan met het onderzoeken van
en museumvoorwerpen en oude teksten en dat dit verschuivingen
mee gaat brengen in het huidige beeld van de oudheid,
is verrassend.
‘Oudheidkunde’ laat misschien een wat stoffige indruk achter,
dat doet het boekje van Lendering juist niet.
De wetenschap heeft 1 heel groot probleem: er is altijd
te weinig informatie. Dat leidt ertoe dat je op z’n best
een reconstructie kunt maken van het verleden waarbij
aannames (al dan niet uitgesproken) een grote rol spelen.

Maar het boekje spreekt het best zelf (pagina 50):

Er is een hypothese die alle puzzelstukjes verklaart: interne spanningen tussen enerzijds een onderklasse (al dan niet van nomadische afkomst) die een vroege vorm van Dorisch sprak maar niet kon schrijven, en anderzijds een elite in de burchten die wel schreef, maar in de loop van de dertiende en twaalfde eeuw door geweld de controle over de burchten verloor. Toen de Grieken later opnieuw begonnen te schrijven, deden ook de afstammelingen van de oude onderklasse daaraan mee, zodat het lijkt alsof er een dialect bij is gekomen terwijl in feite alleen maar een nieuwe groep deel is gaan nemen aan de schrijfcultuur.

Bovenstaande tekst is misschien een beetje uit zijn context gehaald maar laat
duidelijk zijn dat het boekje niet altijd heel eenvoudig is, maar wel logisch.

Nog twee stukjes (pagina 57-58):

Het sjabloon waarmee mensen in de Oudheid vertelden over migratie, illustreert dat ze het niet vreemd vonden als een volk voor hongersnood of oorlogsgeweld wegvluchtte. Ze keken er evenmin van op dat in een bepaald gebied meer dan één etnische groep verbleef. Nu de archeologie is verrijkt met DNA- en isotopenonderzoek, blijkt migratie normaler dan verwacht. De verplaatsing van de Romeinse legionairs (of een functionaris als Wahibre-em-achet) was niet uitzonderlijk. Nomadisme was in de Oudheid een gebruikelijke levenswijze: boeren konden hun vaste woonplaats opgeven om met kuddes op pad te gaan, en omgekeerd konden nomaden sedentair worden. Kortom, de mensen waren destijds heel mobiel. En ze wisten het: in het antieke wereldbeeld stamden iedereen af van landverhuizers, en de antieke talen kenden dan ook geen woorden die geheel met ons begrip “migratie” overeenkomen.

 

De vorige alinea is een samenvatting van dit boekje, maar eigenlijk wordt het hier pas interessant. De antieke manier van denken – iedereen stamt af van allochtonen – is immers nogal anders dan die in de huidige samenleving, waarin iedereen een vaste woon- en verblijfplaats heeft en een landverhuizer geldt als afwijkend. Het is lastig een hedendaagse Vergilius aan te wijzen die bootvluchtelingen presenteert als degenen die beschaving komen brengen.

 

Het contrast tussen toen en nu is verrassend.

Dan het laatste stukje;

Dat laat onverlet dat het tevens zinvol is te begrijpen dat de hedendaagse, westerse visie op migratie precies dat is: een hedendaagse, westerse visie. Je kunt ook op een andere manier over migratie denken – of er geheel niet over denken – en de confrontatie daarmee helpt je scherper te zien dat jouw visie plaats- en tijdsgebonden is. Wat uiteraard niet wil zeggen dat ze onjuist is. Onze visie is immers die van een (post)industriële, bureaucratische samenleving en niet die van een agrarische samenleving zonder groot staatsapparaat. Seizoensmigratie maakte plaats voor arbeiderswijken en maakt nu plaats voor een samenleving vol flexwerkplekken.

Kortom het boekje is super actueel en relevant.
Voor 2,99 Euro kun je het niet laten liggen zou ik zeggen.
Voor de gelegenheid heb ik er nog een ander boek bij gekocht.
Dat heb ik nog niet gelezen maar de ondertitel alleen al:

Marcel Hulspas, Uit de diepten van de hel –
Keizers, bisschoppen, ketters, het verval van het christendom en de opkomst van de islam.