Het schutblad is gereed.
Misschien ga ik er nog tekst op zetten maar
de basis is gereed.
Eerder kon ik al wel laten zien hoe het ging
worden maar vandaag is alles gelijmd.
Dan ziet het opengeslagen schutblad er als volgt uit:
Dit is het shabloon dat ik gemaakt heb en dat ik wil gaan gebruiken om het schutblad van mijn bladerboek te illustreren. Niets beter dan de natuur.
De bladeren had ik met spelden geprikt op het papier en vervolgens heb ik het blad/de pagina met een kleine gelli plate voorzien van verf.
De bladeren die worden dan natuurlijk ook geverfd. Daarom kan ik die weer gebruiken als illustratie. De details van de bladeren (kleur, textuur, individualiteit) zijn niet meer te zien maar die zijn straks verderop in het boek uitgebreid te zien. Hier gaat het om de kleur, de vorm en het feit dat deze twee complementaire bladzijdes tegenover elkaar in het boek komen.
Afgelopen zaterdag was ik op de BoekKunstBeurs 2017
in Leiden.
Daar kocht ik een viertal boekjes van de margedrukker
Onder de Korenmaat / Hof van Jan.
De boekjes zijn gemaakt is samenwerking met de
schrijver, vaak mooi geillustreerd en in een kleine
oplage verschenen.
Dat waren de volgende vier juweeltjes:
Heel mooi, heel nieuw: Martin Michael Driessen, Dodendansjes.
Arnon Grunberg, Aan Roos.
Erg mooi gemaakt. Ester Naomi Perquin, Brug.
Twee verhaalvormen, twee perspectieven van dezelfde gebeurtenis. L. H. Wiener, Op zaterdagmorgen na de lessen.
Voor mijn bladerboek ga ik zelf een ontwerp
maken voor het schutblad.
Dat kan denk ik het best met bladeren,
herfstbladeren.
Met relatief kleine blaadjes van allemaal dezelfde vorm maak ik een soort sierslinger. De bladeren lijm ik aan elkaar. Ze gaan straks een deel van het sjabloon vormen.
Boven de sierslinger komt dan het centrale vignet. Dat zijn blaadjes van verschillende groottte en vorm.
Vandaag heb ik de geritste strook van de drager
van de herfstbladen voorzien van een stapeltje
op elkaar geplakte stroken groen papier.
Het groen geeft misschien een accent.
Als de bladen straks aan elkaar genaaid zijn
dan ga ik de geritste strook dichtplakken
en het groene papier garandeert me dan
een bepaalde dikte die er voor moet zorgen dat
het boek mooi dicht kan.
Genoeg gepraat. Wat bedoel je nou?
Hier zie je een willekeurige pagina als voorbeeld. Vijf kleine strookjes groen papier zijn gelijmd tot een dikke strook papier van zo’n 6 centimeter lang. Zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van de pagina is zo’n dikke strook groen papier geplakt. De kant van de groen strook die je nu ziet wordt na het inbinden ingesmeerd met lijm en naar binnen geklapt op de drager. Dan gaat er iets ontstaan zoals je op de volgende foto ziet.
Het wordt een boek. Ik gebruik een aantal technieken die bij het maken van een boek worden toegepast. Maar sommige ook niet omdat de herfstbladen een aparte aanpak nodig hebben. De pagina’s zijn niet allemaal gelijk. Ik denk niet dat ik het boekblok straks kan schoonsnijden. Deze verschillen zal ik moeten accepteren. Toch zeker bij deze eerste versie.
Op deze foto is dat niet te zien. Dit is alleen een ander zicht op de stapel van het boekblok. Maar het boek krijgt schutbladen. Hetzelfde papier als de drager. Maar een deel ervan ga ik ‘illustreren’ met bladmotieven. Sommige bladeren zijn groter dan de drager. Dat is een bewuste keuze. Eigenlijk zou ik het liefst het boek maken zonder de drager. Maar inbinden wordt dan ingewikkeld. Bewust hou ik het gedeelte van het blad dat niet ondersteund wordt door de drager zo klein mogelijk. De drager geeft steun en bescherming aan de kwetsbare, want droge, bladeren. De schutbladen aan voor- en achterkant hebben de grootte van het grootste blad.
Vanochtend heb ik mijn foliepers voor het eerst geprobeerd.
Ik weet dat het werken met zo’n pers nog niet zo eenvoudig is.
Alles let erg nauw:
de manier waarop de letters in de lettertang zitten, de
hoogte van de letters, de temperatuur van de letters,
de positie van de letterhouder, de positie van het papier,
de kwaliteit van de folie,…..
De foliepers is er gereed voor.
Er liggen nog zes boekjes die wel een titel kunnen gebruiken.
Je kunt twisten over het belangrijkste woord in de twee teksten
die in de boekjes zijn opgenomen maar ik kies voor vandaag
even voor ‘SPUUG’.
Een prima titel om een eerste test met de foliepers te doen.
Om nu te zeggen dat het allemaal meteen goed ging. Nee. De folie die ik gebruik is niet duur maar ik heb er ook geen goede berichten over gehoord. Ik hoopte dat de folie goed genoeg zou zijn voor de eerste tests maar het valt tegen. Ik ga bij de winkel eens informeren of zij weten onder welke temperatuur het materiaal zich het best laat verwerken.
Na een tijdje ben ik gestopt met de folie. Blind drukken vind ik ook leuk en dan kan ik eerst vaststellen of de foliepers doet wat hij moet doen. Hier zie je het resultaat op kunstleer. Wat goed te zien is, is dat de letter ‘S’ dieper in de houder zit dan de andere letters. Na deze proef heb ik dat aangepast. De pers wordt in ieder geval warm genoeg.
De eerste test met blind drukken is met de hakken over de sloot. Dus ik gebruik het stuk kunstleer op een van de boekjes.
Vandaag is met de post de boekbindpolis aangekomen
die ik eerder besteld had bij Stichting Lettergieten 1983 in Westzaan.
Een boekbindpolis is een set loden letters met maar een beperkt aantal
exemplaren van iedere letter (en cijfers en speciale tekens).
Boekbinders gebruiken die om titels op de band van een boek te kunnen zetten.
In mijn geval gaat het om alleen kapitalen (hoofdletters).
Het lettertype is Gill Bold, 24 punts.
In de twee plactic zakjes zitten verschillende diktes van spaties en kwatraten.
Morgen uitproberen!
Vandaag ben ik begonnen een aantal bladzijdes te maken
die in mijn bladerboek gaan komen.
De lijmmethode werkte en die heb ik vandaag in totaal
6 keer toegepast.
Deze bladzijde kon ik vandaag onder bezwaar weghalen. Het herfstblad zit goed vast op de drager.
De bovenkant van de drager snij ik of in de vorm van het blad, of in een ander floraal motief. Nog maar even zien hoe dat gaat. Waarom de onderkant niet? In een aantal gevallen zal ik dat ook bij de onderkant doen maar het snijden kan er toe leiden dat de drager veel aan sterkte verliest. Dat is niet de bedoeling.
De drager is er:
= om het herfstblad te ondersteunen en beschermen
= om ruimte in de rug te creeeren zodat de bladeren, de drager
en straks nog de tekst voldoende ruimte in het boek krijgen
= om de bladeren in te kunnen binden
Hier krijg je een idee hoe de ruimte in de rug aangelegd gaat worden. Er zal straks niet zoveel ruimte zijn. De gerilde flappen hebben nog de neiging om open te gaan staan. Door die straks dicht te lijmen zal de ruimte kleiner worden maar zal nog steeds voldoende zijn voor het inbinden en de pakketjes drager, herfstblad en tekst ruimte te geven.
Dit zijn de eerste zes bladzijdes die ik vandaag gemaakt heb. Voor mijn eerste boek zullen het er ongeveer tien worden. Het eerste blad zal een andere vorm krijgen. Daarmee maak ik ruimte voor een inleiding en maak ik het maken van een rug eenvoudig mogelijk (denk ik, het zijn allemaal nog ideeen, ik heb niet eerder een dergelijk boek gemaakt).
Dezelfde bladzijdes maar vanuit een ander perspectief.
Vandaag de eerste bladzijde gesneden en in elkaar gezet.
Uitgaande van de mal die ik eerder maakte heb ik nu van het
echte papier een bladzijde gesneden.
Een extra ril moet straks meer ruimte gaan eisen in de rug van
het boek waardoor ik het eenvoudiger kan innaaien en waardoor
de dikte van de bladeren voldoende ruimte krijgen.
Vervolgens het eerste herfstblad bevestigd.
Nu ligt het onder bezwaar.
Eens zien of de lijm die ik heb gebruikt het herfstblad
op zijn plaats kan houden. Papier en blad zouden er ook
sterker van moeten worden.
Extra ril uitgeprobeerd op de mal.
Het papier op maat gesneden en ook hierin een extra rillijn aangebracht. Zo ontstaat er een ‘brede vouw’.
Hierna het te veel aan papier weggesneden en het blad op het papier gelijmd. Deze eerste bladzijde is er vooral op gericht om een eerste werkwijze te ontwikkelen.
Gisteren ben ik nog verder gegaan met het
inbinden van de serie Stringing together”:
– een boekje zonder kaft maar met extra strook bruin papier, ruime lus
– een boekje zonder kaft, geen extra strook papier, krappe lus
– een boekje met bruine kaft, ruime lus
– een boekje met groene kaft, krappe lus
– een boekje met een kaft van marmerpapier. Het merkteken van
Karli Frigge gebruikt als versiering van de voorkant
De versie met het gele marmerpapier van Karli Frigge ligt boven op de stapel. Je ziet dat ik ook ben gaan varieren met de plaats en het aantal touwtjes waarmee het boekej wordt ingebonden. Het laatste boekje is op twee plaatsen ingebonden.
Nadat ik de vorige foto maakte heb ik nog een zesde versie gemaakt. De kaft is van het papier met de naam Wrinkle (rimpel) en is in het midden van het boekje ingebonden. Je ziet het zesde blauwe boekje hier helemaal links.
Al een tijdje probeer ik boekjes te maken geinspireerd door
de boeken die gevonden zijn in de Mogao-grotten in China.
Een internationaal project probeert via het internet iedereen
inzicht te geven in de vondsten in die Boeddhistische grotten.
Die vondsten zijn nu in musea over de hele wereld.
Wikipedia:
The International Dunhuang Project (IDP) is an international collaborative effort to conserve, catalogue and digitise manuscripts, printed texts, paintings, textiles and artefacts from Dunhuang and various other archaeological sites at the eastern end of the Silk Road. The project was established by the British Library in 1994, and now includes twenty-two institutions in twelve countries. As of 1 March 2016 the online IDP database comprised 137,812 catalogue entries and 483,721 images. Most of the manuscripts in the IDP database are texts written in Chinese, but more than fifteen different scripts and languages are represented, including Brahmi, Kharosthi, Khotanese, Sanskrit, Tangut, Tibetan, Tocharian and Old Uyghur.
Mij gaat het dan niet om de enorme rijkdom aan talen of om de inhoud
van die verhalen maar veel meer over hoe we van de boekrol langzaam zijn
overgestapt naar de huidige codex-vorm van het boek.
Mijn eerste project was de ‘whirl wind binding’ (xuanfeng zhuang).
Een ander de ‘vlinderbinding’ (hudie zhuang)
Mijn huidige project noem ik ‘Stringing together’.
Een van de boeken in de collectie van het International Dunhuang Project
is een heel eenvoudige bindwijze, een stapje in de reis van boekrol
naar codex. Van deze vorm kent men maar 1 exemplaar.
Maar ik vond het een logische stap.
In de documentatie staat er het volgende over:
Afbeelding van het boek in een document speciaal gemaakt met boekbinden als focus.
Ik ben al een tijdje bezig.
Zoals je op het origineel kunt zien gaat het om dubbel gevouwen pagina’s.
Bovenaan iedere kolom met tekst staat een afbeelding.
Ik had nog twee korte teksten staan van Arnon Grunberg en heb er
een kort verhaal aan toegevoegd. Dat laatste is een vertaling
naar het Nederlands van W.L. Idema van een van de Chinese verhalen
uit Dunhuang (uit een boek van hem met een hele collectie vertalingen).
Voor de afbeeldingen heb ik 60 lino-afdrukken gemaakt. 40 van een Boeddha.
Mijn teksten passen op drie A-4tjes.
Deze week heb ik pagina drie gedrukt.
Dit zijn alle pagina’s drie met de lino-afdrukken van een Boeddha.
De eerste vier exemplaren ben ik nu aan het inbinden. Ik vouw de A4-tjes in de lengte dubbel. Aan de binnenkant plak ik een strookje dikker, bruin papier. Dat is om de pagina’s meer stevigheid te geven maar ook om een steviger gaatje te kunnen maken waar het koordje straks door gaat.
Hier zijn de eerste vier boekjes allemaal op dezelfde lengte gesneden. Het boekje kan een paar centimeter korten worden dan een regulier A4.
Dit is dan een van de eerste vier versies van Stringing together.
Bij de teksten van Arnon Grunberg heb ik een ‘moderne’ lino-afdrukken gemaakt. Net als bij de Boeddha’s zijn er geen twee die aan elkaar gelijk zijn. Heel soms zijn er ook afdrukken met de hand bijgekleurd.
In de basis is dit een heel eenvoudige binding. Op de bovenste linkerhoek maak ik met de papierboor een gaatje. Dat gaat dan dus door het bedrukte papier en door de stevige strook bruin papier die er tussen gelijmd zit. Vervolgens gaat er een koordje door. Ik weet niet hoe ruim het koordje moet zitten. Dus bij de eerste zit er veel ruimte is. Later zal ik er nog een maken met minder ruimte.
Nummer twee krijgt een eenvoudige kaft. Die lijm ik niet. Ik maak ook hier door en door een gaatje en vervolgens gaat het koordje erdoor.
Dit is zover als ik nu ben. Twee versies van Stringing together.
Een van zijn beste werken, misschien wel het beste.
Grote verwachtingen of Great Expectations.
Van dit boek heb ik al een paar versies dus
hoorde deze versie van The Folio Society er ook bij.
Charles Dickens, Great Expectations, in de 2017-uitvoering van de Folio Society. De originele illustraties zijn van Marcus Stone.
Voor het boekje ‘Stringing together’ dat ik wil maken
en dat gemodelleerd is naar een van de gevonden boeken
in de Mogao-grotten bij Dunhuang, ga ik afbeeldingen van Boeddha
gebruiken om het boek te illustreren.
Daarbij heb ik 10 pagina’s met ‘moderne’ tekst (Arnon Grunberg).
Daarvoor heb ik een ‘moderne’ lino gemaakt.
Daarnaast heb ik straks 20 pagina’s met een vertaling
van een van de ‘Chinese verhalen uit Dunhuang’.(W. L. Idema)
Daarvoor heb ik 40 Boeddha’s nodig.
Veertig meerkleuren drukken van een Boeddha vragen dus
in totaal zo’n 120 – 160 drukgangen.
Daaraan is gisteren een einde gekomen.
Als laatste actie heb ik een van de lino’s die ik al had gemaakt nog eens aangepast. Ik moet nog even wennen aan zo’n stap want het betekent dat ik niet meer terug kan om afbeeldingen te maken zoals ik die eerder maakte. Immers de lino bestaat niet mee.
Dit zijn dan de laatste afdrukken. Sommige zijn, deels, met de hand ingekleurd.
Daarna heb ik het handzetwerk weer opgepakt. Nog even en dan is de tekst gereed. Nog even zien of de tekst over een of over twee kolommen gaat komen. Als die tekst dan gedrukt is kan het boekje in elkaar gezet worden. 10 Unieke exemplaren want alle lino-afdrukken verschillen van elkaar.
Er ontbreken nog een aantal lino-afdrukken voor deel twee van
het verhaal dat ik ga inbinden onder de naam ‘Stringing together’.
Met de lino’s die ik al had ben ik een nieuwe serie Boeddha’s begonnen.
Maar deze keer heb ik eens geprobeerd een extra lino
te maken voor de kleding.
Dat lukte wel maar het afdrukken, op het blote oog, geeft toch wel eens
te grote verschillen.
Bij een paar lukte het aardig.
Daarna heb ik eens geprobeerd om nog wat kleur met de hand aan te brengen.
De resultaten (het zijn er nog niet genoeg).
Het begon er mee een tweede drukgang aan te brengen in een andere kleur. Dat deed ik al eerder. Toen heb ik een extra lino gesneden. Die is wel veel kleiner dan de eerste drukgangen. Dus sneller gesneden, maar moeilijker op de juiste plaats te krijgen bij het afdrukken.
Bij deze twee afdrukken ging het best aardig. De kleur was niet zoals ik het had willen hebben maar die verf gooi ik niet weg. Ik heb al op een video een hulpmiddel gezien dat er voor kan zorgen dat verschillende lino’s toch steeds op de juiste plaats kunnen komen ten opzichte van het papier. Het kost wat meer papier maar ik vermoed dat het een goede methode is. Dus een volgende keer ga ik dat een proberen. Deze serie maak ik nog op de oude manier af.
Deze afdrukken zijn gemaakt met drie lino’s en zijn daarna met de hand ingekleurd met verf.
Vandaag nog even in mijn werkplaats geweest.
Twee eerste drukgangen Boeddka’s gemaakt: zwart en blauw. Daarnaast verder gegaan met het conserveren van de herfstbladeren voor mijn Bladerboek.
Het aantal bladeren dat al gereed is groeit. Ik weet nog niet hoeveel bladeren ik nodig ga hebben en welke tekst er precies in het boek komt. Maar dat is voor latere zorg. Nu eerst zorgen dat de bladeren beschermd worden voor verdere achteruitgang. Ze worden door de behandeling vooral ook sterker.
Op dit moment werk ik aan een paar verschillende boeken.
Ze zijn allemaal in een verschillend stadium van ontwikkeling.
Het meest concreet is ‘Stringing together’.
Maar ik werk ook aan een boekrol, Free as a jail bird,
Jail house rock en dus het bladerboek.
Al een paar weken geleden ben ik begonnen met het
verzamelen van herfstbladeren.
In de geschiedenis zijn boeken van palmbladeren
een normaal verschijnsel. Onlangs nog waren er
op mijn blog een paar te zien.
Dit was een van die voorbeelden: Manuscript of the Atthakatha of Buddha, palm leaf, in Cambodian script, 19th century. Gift of Prince Darmrong of Siam.
Nu zijn bij die boeken van palmbladeren de bladeren gelijkvormig
en even groot. Bij onze herfstbladeren is dat natuurlijk niet.
Er op schrijven is ook een uitdaging.
Die bladeren zijn niet egaal.
Hoe conserveer en prepareer je de bladeren?
Maar ik ga toch een boek van onze hefstbladeren maken.
Vandaag heb ik een soort drager ontworpen.
Een blad van papier die mij in staat stelt alle bladeren,
grote sterke, kleine tere, in het boek op te nemen.
Bladen die ik aan elkaar kan naaien.
Maar ook bladen die het herfstblad centraal stellen
maar dat sterk genoeg is dat ik een plaats heb
om het blad vast te pakken en om te draaien.
Het ontwerp is nog in ontwikkeling maar aan de onderkant rechts, is witruimte voldoende om het blad straks om te kunnen draaien zonder het herfstblad te beschadigen. Links zitten twee stroken waarbinnen het begin van de nerf van het blad zal komen. Die stroken worden omgevouwen. Die twee stroken gaan het mogelijk maken de verschillende bladen aan elkaar te naaien terwijl de stroken tegelijkertijd voor extra dikte van het papier gaat zorgen zodat de bladeren mooier in het boek passen. Het esdoornblad hierboven is een van de grotere herfstbladeren.
Dit is een voorbeeld van een blad dat veel kleiner is. Dan is het de bedoeling om, zonder de structuur van de drager te veel aan te tasten, zoveel mogelijk van die drager weg te snijden of op een andere manier te benutten.
Hier ligt het ‘boek’ gekanteld. Weer een ander formaat blad. Ik heb niet gezocht naar perfecte herfstbladeren. De meeste hebben wel gaatjes of zelfs scheuren. In een enkel geval heb ik er voor gekozen een groep bladeren te gebruiken.
Hier ligt een van de bladeren op het stevige papier waarvan ik de dragers ga maken.
Van deze bladeren is de conservering grotendeels al afgerond. Ik heb geen idee wat er met de kleuren van de bladeren gaat gebeuren maar mijn verwachting is dat die verder zullen verdwijnen. Maar voor nu zijn die kleuren er in ieder geval nog. Je ziet ook dat ik in een aantal gevallen een tak met bladeren heb gekozen.
Voor het boek dat ik ga maken met als titel
‘Free as a jail bird’, heb ik eerst ervaring
opgedaan met het zetten van een titel op
een boekband.
Vandaag heb ik gewerkt met lijnfileten en een
rolfilet om lijnen blind en met folie op
verschillende materialen te kunnen zetten.
Dit is dan een lijnfilet. Dit soort gereedschap is gemaakt van messing met een houten handgreep. Het messingdeel komt in veel vormen en diktes. de filet kan recht zijn of gebogen. Ze zijn er in verschillende lengtes. Er zijn verschillende bochten en andere vormen. Het idee hiermee is om een tekening te kunnen maken in een boekband. De voorbeelden spreken misschien beter.
Wikipedia:
Messing of geelkoper, is een legering van koper (55-70%) en zink (45-30%).
De naam geelkoper is afgeleid van de kleur. Het is duidelijk geler dan zuiver koper of brons (een legering van koper en tin). Wanneer het materiaal lang is blootgesteld aan de buitenlucht wordt het donkerbruin.
Messing is een waardevol materiaal vanwege zijn hardheid en goede zelfsmerende eigenschappen. Er bestaan drie types messing:
- Alfamessing, met minder dan 40% zink, is flexibel en kan koud gesmeed worden
- Bètamessing, met meer zink naar verhouding, kan alleen heet gesmeed worden. Dit type messing is harder en sterker.
- Wit messing, met meer dan 45% zink, is te bros om algemeen bruikbaar te zijn.
Dit zijn de proefstukken van de vorige keer toen ik letters op de materialen gezet heb. Toen zagen we al dat sommige materialen zich beter lenen voor deze technieken en dat je steeds op zoek moet naar de beste temperatuur en druk voor het materiaal. Er is voor vandaag een proefstukje aan toegevoegd. Het geel op de voorgrond heb ik eerder ook gebruikt bij het inbinden van drie jaargangen Boek Behoud Bericht. Alle proefstukken zijn boekbindmateriaal gelijmd op grijsbord.
Hier liggen twee lijnfileten op te warmen op een warmhoudplaatje.
Hier heb ik lijnen blind gedrukt (dus zonder kleur of inkt) tussen de letters. Zo ontstaat een raster dat met een beetje fantasie lijkt op de tralies van een gevangenis. De lijnen zijn hier aangebracht op het boekbindlinnen. Dat werkte al niet zo gewelding met de letters. Met de lijnen werkt het ook niet super.
Dit is een kurkbekleding. De temperatuur let hier veel nauwer dan je zou verwachten. Ik weet niet van welk materiaal dit precies gemaakt is. Op sommige plaatsen ‘rafelt’ de lijn. Dat is misdchien wel een leuk effect maar dit materiaal is al druk uit zich zelf qua structuur. De lijnen voegen niet veel toe behalve misschien verwarring.
Dit materiaal is ‘Arbetex E’. Dat werkt best goed.
Maar bij dit materiaal: ‘Dainel Original’ werkten de letters goed en de lijnen eigenlijk ook. Met dit resultaat ben ik tevreden.
Hier in het midden, het grootste stuk gereedschap, ligt een rolfilet. Het wieltje is verkrijgbaar in verschillende groottes en vorm. Dit is een enkele maar er zijn bijvoorbeeld ook dubbele. Dan kun je twee lijntjes tegelijk zetten, strak naast elkaar.
Dit ‘kunstleer’ is waarschijnlijk van een synthetisch materiaal. Daardoor lette de temperatuur heel precies. Te koud heeft weinig effect en al helemaal niet egaal. Te warm levert bijvoorbeeld bij de dubbele lijnfilet het probleem op dat het materiaal tussen de twee lijnen gewoon los kwam. Het bleef aan de filet hangen. Dat is hier te zien rechts van het midden. Daar zie je twee keer een blinddruk van een dubbele lijnfilet waarbij bij de rechtse het begin aan de onderkant los is gekomen. Van het grote vierkant zijn de korte kanten met een lijnfilet gezet en de lange zijdes met de rolfilet. Dit brengt allerlei uitdagingen met zich mee: rechte hoek, rechte lijn, hoe de lijnen op elkaar aan te laten sluiten enz.
Ik ben nog een tijd doorgegaan met proberen. De ronde lijn is uit de hand gezet met een rolfilet. De meeste rechte lijnen met behulp van een stuk karton als ‘lineaal’.
Hier gebruik ik een dun stukje karton als ‘stopper’. Het karton ligt over een vorm met lijnen. De nieuwe lijn moet daar op aansluiten maar met een rolfilet is dat niet eenvoudig. Het karton stopt me niet met rollen maar zorgt er wel voor dat de schijf geen indruk in het boekbindmateriaal achterlaat.
De lijn sluit mooi aan op het ‘vierkant’.
Als laatste ben ik nog bezig geweest met folie op het kurk. De temperatuur moest veel hoger dan bij de andere materialen. Maar te warm zorgde meteen voor rafelige randen. Het loodrecht houden van de lijnfilet was ook een belangrijke faktor in het resultaat.
Het was weer een heel leerzame ochtend.
Het was ook de laatste in een serie van drie.
Nu het ontwerp van het boek gaan afmaken
en als de kaft bijna gereed is,
ga ik er de tekst op zetten en misschien ook de lijnen.
De bundel met essays over ‘De Vrede van Breda’ onder redactie
van Raymond Kubben was al eerder op mijn weblog te zien
maar toen had ik het boek nog niet helemaal gelezen.
Nu wel.
Het prachtige boek bevat verhalen in de Nederlandse en
Engelse taal en is prachtig verzorgd.
De band is schitterend met het logo van de viering
van de ‘Vrede van Breda’ in blinddruk.
Het eerste schutblad bevat belangrijke stukken
van het vredesverdrag uit 1667..
Vervolgens wordt er op allerlei maar dan ook allerlei
aspecten van het vredesverdrag ingegaan.
Het plotselinge overlijden van Petrus Coyet, Zweeds ambassadeur
bij de besprekingen, de tocht naar Chatham, de impact
op de grenzen – in Europe en de rest van de wereld,
de publieke opinie in Engeland over de Hollanders,
de positie van het verdrag ten opzichte van eerdere
en latere verdragen, enz, enz.
Waarom zet Zweden eigenlijk om tafel in Breda?
Lees het boek!
Het is de beste publicatie voor een breed publiek die ik
over de Vrede van Breda dit jaar gezien en gelezen heb.
De inleiding is van de burgemeester van Breda en de
uitgeverij is van Kemenade.
Het is een experiment.
Het is nog niet helemaal doordacht.
Misschien wel helemaal niet doordacht.
Het begin is gemaakt met het verzamelen
van herfstbladeren en die te laten drogen.
Nu probeer ik ze een beschermlaag te geven
zodat ze jaren mee kunnen.
De bladeren hebben al zo’n twee weken onder bezwaar liggen te drogen. Dadelijk met een beschermlaag wil ik er op kunnen schrijven en ze inbinden.
Die teksten wordt interessant want die oppervlaktes zijn niet zo glad. Ga ik de teksten drukken of met de hand schrijven?
Schrijven met zwart is misschien niet zo’n goed idee vanwege de donkere kleur van de meeste bladeren. We zullen zien. Het leuke is dat terwijl ik dit schrijf/overdenk, krijg ik al wat ideeen hoe dit op te lossen. Wordt vervolgd.