Vrijdag weer heel wat gezaagd. Langzaam wordt de boom zichtbaar in het koperen plaatje. Het plaatje heeft al wel veel (ondiepe) krassen. Wordt mog veel schyren, vijlen en polijsten.
Categorie archief: Boeken
Zeekat
Nog een fantasievis. Ook deze serie foto´s komen van de workshop ´Monsters en meerminnen´ die in de Artis Bibliotheek gegeven werd door Sophia Hendrikx. We kregen een prachtige reeks boekillustraties te zien. Vandaag ontdekte ik nog iets heel bijzonders, een toevalligheid de te gek is om te geloven.
Caroli Linnaei, Systema Naturae.
Pierre Belon, La nature et diversité des poissons, 1555.
Na afloop van de pauze maakte ik nog foto’s van het interieur van de leeszaal van de Artis Bibliotheek. Van een rijtje boeken en van de wanden. Zie dat groene boek, rechts en de titel: Arcangeli, Flora Italiana. Dat is het werk waarover ik eerder al schreef en waarvan ik een beschrijving zag toen ik dit jaar in Florence was. Dat is een enorm toeval.
Artis Bibliotheek in Amsterdam, onderdeel van Special Collections University of Amsterdam.
Wil je nog veel meer afbeeldingen van dieren zien? Kijk dan eens op Wikipedia Commens. Zoek er op ‘Iconographia Zoologica’, een grote verzameling gedigitaliseerde afbeeldingen. De afbeelding hierboven is een voorbeeld. Dit is de: Spondylus Costatus.
Sophia Hendrikx vertelde over afbeeldingen van monsters en over de nagemaakte voorbeelden die in verzamelingen belandden.
Zeeslangen waren ook een gewild onderwerp van gesprek: The Great Sea Serpent, A.C. Oudemans Jzn.
De monocerote.
Als afsluiting: drie eenhoorns.
Goed margedrukwerk
De Statenhofpers maakt met regelmaat heel mooi werk
met heel veel liefde voor het vak en respect voor de inhoud.
Dit is daar weer een prima voorbeeld van.
Arjan Peters schreef een gedicht over 2 dichters, die
het als een van hun taken zagen, om bij begrafenissen van mensen
zonder familie of vrienden, aanwezig te zijn en zelfs een
gedicht voor te dragen.
Toen Peters het gedicht breder publiceerde werd hij benaderd
door iemand die een foto gemaakt had van de twee dichters.
Het gedicht gemaakt vanuit een herinnering werd ineens versterkt
met beeldmateriaal.
En nu kunnen wij er ook van genieten in een handgezet, -gedrukt,
-ingebonden, genummerde uitvoering met daarin een zwart/wit foto.
Auteur en fotograaf voorzagen het boekje van handtekeningen.
Statenhofpers, Arjan Peters schrijver, Peter H.Toxopeus fotograaf, Cees van ’t Hof drukte de exemplaren van de foto die in een van de pagina’s werd ingestoken. ‘Samen naar Sint Barbara’, is de titel.
De twee dichters waren Menno Wigman en F. Starik.
Een boot zagen?
Zeemonnik in de Artisbibliotheek
Leeszaal van de Artis Bibliotheek in Amsterdam.
In augustus bezocht ik twee workshops in de Artis Bibliotheek.
Ze werden georganiseerd door het Allard Pierson Museum.
De eerste van de twee workshops had als titel:
‘Monsters en meerminnen in natuurhistorische werken uit de vroegmoderne tijd’.
De workshop werd gegeven door Sophia Hendrikx.
Het was een indrukwekkende middag waarvan ik een paar foto’s heb.
Van een zeemonnik had ik nog nooit gehoord maar dit is een afbeelding van dit fenomeen. In latijn: Monstrum Marinum Effigie Monachi. Helaas waren de titels van de auteurs en boeken niet zo vanzelfsprekend voor mij. Dus die kan ik niet met zekerheid vaststellen. Ik weet zeker dat we die middag ‘Ulisse Aldrovandi, De piscibus libri V et de cetis liber I, 1640 en verzorgd door Johannes Cornelius Uiterweer’ en ‘Conrad Gessner, Historia Piscium, 1620’ zagen.
Bij gebrek aan een betere naam, dit is een zeeaap (Simia Marina).
Van sommige van de zeedieren werd verteld dat ze zo groot waren dat ze een boot konden aanvallen.
Monstra Niliaca Parei.
Op twee van deze boeken lag een briefje met de naam van het boek. Vandaar dat ik eerder twee makers en titels kon geven.
Het gaat nog beter worden.
Cursus
Een tijd terug liet ik al een doos met allerlei voorwerpen zien.
Een startpakket voor een cursus hobby edelsmeden.
De cursus bevat een aantal zaken waar ik naar op zoek was:
informatie over gereedschap, wanneer wat te gebruiken en hoe.
Die technieken daar kan ik me nu in trainen.
Tot nu toe zagen en vijlen. Straks nog veel meer.
Mijn eerste zaag- en vijlresultaten. Het onderste ronde voorwerp moet nog gevijld worden. Intussen is ons gevraagd een ontwerp te maken rond het thema ‘on the road’ en ‘sweetheart brooch’. Ik neem dat thema ruim op. Dat kun je zien in onderstaande schetsen.
During the course of the war, servicemen leaving home for the front line had to say goodbye to those they loved, and often left gifts and keepsakes for those they’d be missing. One popular gift was a small brooch depicting the service crest or regimental badge of the soldier in question. This gift was intend for soldiers to show that their home and their families would be in their hearts during their absence. The name ‘sweetheart’ can be misleading here, as it suggests that the item was only given to those in intimate relationships, but this isn’t the case. The sweetheart brooch was given to anyone the soldier would be leaving behind; therefore this could be their wife, parents, and even children. If it was given to a wife or a girlfriend, it was worn by that woman as a symbol of their pride and regard for their soldier.
Afgelopen zondag, onderweg naar en in Zwolle, voor de tentoonstelling Klimaat Expo ’22 en Neo Rauch in Museum de Fundatie, heb ik de eerste schetsen in een notitieboekje gemaakt.
Links een soort van definitief ontwerp, rechts zijn de golven uitgebreid met een boot maar dit is nog een tussenmoment.
Weer een boek?
Met enige regelmaat koop ik boeken.
Als het kan ook nieuw margedrukwerk.
Meestal laat ik die boeken hier zien nadat ik er op
zijn minst iets in gelezen heb. In dit geval is dat
nog niet het geval maar de boeken van Factortum Pers
zijn steeds zo mooi ingebonden dat ik die graag laat zien.
Dit is het boek ‘Er is een tijd’. Het is uitgegeven door Factorum Pers, gebonden door Geert de Koning en heeft een inleiding gespreven door Marcel Möring.
Zo mooi kan ik geen boeken inbinden, zeker niet in een reeks.
Enkele fragmenten uit het bekende bijbelboek Prediker. Prediker is een scherp waarnemer en brengt treffend onder woorden wat hij om zich heen ziet. Hij filosofeert over het leven. Van hem komt ook de uitspraak: ‘Er is niets nieuws onder de zon’. Het verkopen laat ik graag over aan Factotum Pers. Ik begrijp dat deze uitvoering nog verkrijgbaar is.
Dit kan geen toeval zijn!
Het eind van de zomer werd voor mij ingezet door een workshop
gegeven door Sophia Hendrikx: Monsters en zeemeerminnen.
Een middag over boeken over vreemde wezens en dieren in
oude boeken. Een van de ‘gasten’ was ‘Clara’.
Tweede gelegenheid was een workshop door Marieke van Delft met
daarin onder andere aandacht voor de insekten bij Maria Sibylla Merian.
Beide gebeurtenissen in de Artis Bibliotheek in Amsterdam.
Deze posters heb ik al op meerdere plaatsen in de stad gezien in bushokjes: het Rijksmuseum, Clara en onderkruipsels.
Vervolgens ging ik nog net op tijd naar de tentoonstelling in
het Huis van het Boek in Den Haag voor de tentoonstelling ‘Boekenzoo’.
Met natuurlijk als speciale gast: ‘Clara’.
Dan het hele najaar ‘Clara en onderkruipsels’. Je zou bijna denken dat het een samenzwering is van de curatoren van Allard Pierson, Huis van het Boek en Rijksmuseum. Maar ik ben geen complotdenker. Dus binnenkort ga ik zeker naar Amsterdam om ook de interpretatie van het Rijksmuseumte zien. Met Clara, de monsters, de insecten van Maria en alle dieren van de Boekenzoo.
Voor als er plaats is in je agenda
Helaas niet meer in een gezamenlijke setting van Drukwerk in de Marge
met Stichting Handboekbinden.
Voor de margedukkers is er nu de BoekKunstBeurs.
In november houdt De Stichting Handboekbinden
de Boekambachtbeurs 2022.
Met als gevolg dat het beursbezoek dit jaat 2x zo duur is.
In het verleden 1 beurs, 1 weekend, 1 retour met de trein en
mooie margeboeken, papier en gereedschap.
Nu of kiezen of de NS onnodig spekken.
Het zal wel een bestuursego ding zijn (er wordt oerverdovend over gezwegen). De namen van voorheen de BoekKunstBeurs worden er niet beter op: BoekKunstBeurs & BoekAmbachtBeurs. Moeilijk je er een voorstelling bij te maken.
Startpakket
Maria Sybille Merian (Flora Batava 5)
Toen ik me inschreef voor de workshop over de Flora Batava
die gegeven zou worden door Marieke van Delft, hoopte ik
dat we ook origineel werk van Maria Sybille Merian te zien
zouden krijgen.
Gelukkig was dat ook het geval.
De Artis Bibliotheek bevat een exemplaar dat heel dicht staat
bij de Metamorphosis Insectorum Surinamensium zoals die zelf
door Maria Sybille Merian was begeleid bij de publicatie.
Namenlijk de versie uitgebracht door Joannes Oosterwijk.
Die versie heet: ‘Over de voortteeling en wonderbaerlyke
veranderingen der Surinaemsche insekten’.
Het woord ‘voortteeling’ zouden wij niet meer gebruiken. Voortplanting is waarschijnlijk de term die wij nu zouden gebruiken.
Maria Sybilla Meriaen, Over de voortteeling en wonderbaerlyke veranderingen der Surinaemsche insekten, 1719.
Ook hier weer een hele lange ‘titel’ of misschien moet je
zeggen introductie. Want er staat veel informatie in.
Over de
voortteeling en wonderbaerlyke
veranderingen
der
Surinaemsche
insekten.Waer in de Surinaemsche RUPSEN en WORMEN, met
alle derzelver Veranderingen, naar het leven afgebeeldt, en beschreeven wor-
den; zijnde elk geplaest op dezelfde Gewassen, Bloemen, en Vruchten, daer
ze op gevonden zijn; Beneffens de Beschrijving dier Gewassen. Waer
in ook de wonderbare PADDEN, HAGEDISSEN,
SLANGEN, SPINNEN, en andere zeltzame Ge-
diertens worden vertoont, en beschreeven. Alles in
Amerika door den selve M. S. Meiraen
naer het leeven, en leevensgrootte Geschil-
dert, en nu in ’t Koper overgebracht.Benevens een Aenhangsel van de Veranderingen van VISSCHEN in KIK-
VORSCHEN, en van KIKVORSCHEN in VISSCHEN.
De kleuren zijn fantastisch! Die is de ananas.
Deze pagina betreft de cassave, de vlinder is de Anartia jatrophae jatrophae en de hagedis is de sauvegard (gebandeerde reuzenteju).
In de tekst staat bijvoorbeeld (in modern taalgebruik en
een beetje samengevat):
De bruine harige rups heeft Maria in juni 1700 op dit blad gevonden.
De rups at van het blad en Maria heeft hem er mee in even gehouden tot 12 juni toen de rups in een pop veranderde.
Zo’n pop zie je op de afbeelding.
Op 1 juli kwam uit de pop een wit en bruin gevlekt Cappelletje uit.
Die kwamen veel voor op de cassave-akkers van de Heer van Vreedenburg.
Daar vond ik ook deze plant.
Een indruk van de afwerking van het boek.
Dit is de frontispiece van het boek, zeg maar de openingsafbeelding. Het is een beetje een afbeelding in een afbeelding. Een beetje in de verte zie je een Surinaams veld waar iemand met een net insekten probeert te vangen. Op de voorgrond zit een dame aantafel, omringd door allerlei cherubijnen die druk bezig zijn met doosjes gedroogde planten. Er ligt een opengeslagen boek op de grond met afbeeldingen van insecten en planten.
Maar er staat nog meer op de titelpagina. De volgende zaken zijn nog te zien op de onderste helft van de pagina.
Een uitgevers/drukkers vignet met de slagzin: Vigilanter et Quiete, zoiets als ‘Waakzaam en Rustig’.
Joannes Oosterwijk is de persoon die dit boek verkoopt.
By Joannes Oosterwijk,
boekverkoper op den Dam in de Boekzael:
Alwaer dit werk, als ook de Europeesche Insecten in quarto van dezelve Juffrouw
Meriaen naer ’t leven geschildert en afgezet te bekomen zijn. 1719.
Deze versie is waarschijnlijk in opdracht van Balthazar Scott, ingebonden, misschien ook gekleurd (afgezet).
Deze meneer Scott kwam ik ook tegen in de online collectie
van het Rijksmuseum.
Dit is een ontwerp voor een monument voor meneer Scott.
Eerst cassave, dan banaan en dan in detail een rups.
Guajaves.
De informatie die je hier vindt komt voor een deel uit de
facsimile die van de Metamorphosis Insectorum Surinamensium
werd uitgebracht en waar onder andere Marieke van Delft
bij betrokken was.
Een enorm boek.
Hier ligt het boek op de bank, naast mijn pc.
Dit is de ananas in de facsimile. Je ziet dat de platen in de versie van Joannes Oosterwijk ‘verkeerd’ in het boek zijn opgenomen.
De facsimile heeft ook een overzicht met alle bekende door Maria Sybille Merian zelf begeleide versies van Metamorphosis Insectorum Surinamensium. Dit zijn de Nederlandse exemplaren.
Maria had al veel eerder, in Duitsland, boeken laten verschijnen met als onderwerp bloemen en rupsen. Daarvan zagen we in Amsterdam ook een versie.
Der Rupsen,
begin, voedsel
en
wonderbaare verandering
Waar in
De Oorsprong, Spys en Gestaltverwisseling: als ook
de Tijd, Plaats en Eigenschappen der Rupsen,
Wormen, Kapellen, Uiltjes, Vliegen en
andere diergelyke bloedlooze beesjes
vertoond word;Ten dienst van alle liefhebbers der Insecten, Kruiden, Bloemen
en Gewassen: ook Schilders, Borduurders &c.naauwkeurig onderzogt, na ’t leven geschildert, in Print gebragt, en
in ’t kort beschreven
door
Maria Sibilla Meriant’ Amsterdam
Gedrukt voor den Auteur.
Woont in de Kerkstraat, tusschen de Leidsche- en nieuwe
Spiegelstraat over de Parssery de Swaan, alwaar dezelve
Gedrukt , als ook afgezet te bekomen zyn.
Als mede
By Gerard Valk, op den Dam in de wakkere Hond.Verschenen deze werken eerder in het Duits nu werden er ook
versie op de Nederlandse markt gebracht.
Dit is het portret van Maria.
Tijd om de serie af te sluiten met nog een paar
foto’s van de Flora Batava.
Dit is de Lychnis Sylvestris.
De strak georganiseerde beschrijving.
De titelpagina van de losbladige versie die de Artis Bibliotheek van de Flora Batava heeft: 1828.
Hopelijk hebben jullie van de foto’s net zo veel
genoten als dat ik genoten heb van deze workshop.
Flora Batava in Italië? (Flora Batava 4)
De afgelopen tijd was ik in Italië.
Op zich heeft dat niets met de titel van dit bericht te maken,
maar in Italië, in Florence, in het Museo Nazionale Antropologia
ed Etnologia zag ik in de boekwinkel een boek uit 2009 liggen
dat ging over de geschiedenis van de natuurwetenschappen in Italië.
Het boek was nogal prijzig en ik had al een stappeltje
museumgidsen gekocht en dat moet dan allemaal weer
mee naar huis.
Ik bladerde het even door en zag toen de volgende foto staan.
De foto op deze pagina toont de Flora Italiana. Geschreven door Filippo Parlatore. Parlatore ontwikkelde de eerste 5 delen (1848 – 1874) die daarna compleet gemaakt werden met nog eens 5 delen door Teodoro Caruel. Hoe zou dat werk zich verhouden tot de Flora Batava? Maar goed, foto’s maken van een boek in een boek/souvenirwinkel. Ik heb het boek maar gauw teruggelegd.
Op Wikipedia vind je een artikel over Filippo Parlatore.
Ook over Teodoro Caruel bestaat er een Wikipedia-pagina.
Beide pagina’s zijn niet in het Nederlands beschikbaar.
De boeken van de Flora Italiano vind je wel op internet en een
eerste, snel onderzoek levert op dat het om niet geillustreerde
werken gaat.
Daarin zie je volgens mij dat de nadruk of op de wetenschap alleen
ligt of dat er iemand zich ook zorgen maakt om de verkoop.
Maar terug naar de Flora Batava-middag van de Summerschool
History of the Book in Artis.
Marieke van Delft liet ons het vorige project van de familie Sepp zien: Nederlandsche Vogelen door Cornelius Nozeman en uitgegeven door Christiaan Sepp en Zoon, 1770.
Het boek Nederlandsche vogelen heeft weer zo’n
fantastische titel(omschrijving):
Nederlandsche vogelen;
volgens hunne huishouding,
aert, en eigebschappen beschreeven
door
Cornelius Nozeman,
leeraer der Remonstranten
en mede-directeur van ’t Bataefsch genootschap
der proefondervindelyke wysbegeerte
te Rotterdam;
alle naer ’t leeven geheel nieuw en naeuwkeurig
getekend, in ’t koper gebragt, en natuurlyk
gekoleurd
door, en onder toezicht van
Christiaan Sepp en Zoon
Met bijzondere platen zoals deze over 2 pagina’s: Milvi Nidus, staat er bovenaan de pagina, nest van de western marsh-harrier of de bruine kiekendief. De huidige wetenschappelijke naam is Circus Aeruginosus.
Nog een voorbeeld: de Columba Aenas of holenduif.
Voor de Flora Batava (vanaf 1800 verschenen) waren er al wel flora’s. Dit is daar een voorbeeld van. David de Gorter maakte de Flora VII Provinciarum belgii foederati indigena in 1781. Maar dat is een boek zonder de prachtige afbeeldingen.
Volgens mij ligt hier het boek van David de Gorter open bij de mossen.
Tijdens de middag in de Artis Bibliotheek kon ik niet iedere keer
als eerste met de camera bij de boeken staan.
Dus gebruikte ik soms de tijd om eerder getoonde boeken nog een keer
vast te leggen zoals het mij schikte. Daar was voldoende ruimte voor.
Dus…
Dat we dezeversie uit 1735 van Linnaeus mochten hanteren vond ik wel bijzonder. Caroli Linnaei (Carl Linnaeus), Systema Naturae, 1735, Theodorum Haak, Joannis Wilhelmi de Groot. Het ziet er zo eenvoudig uit. Het is wel groot maar dat kun je van deze foto moeilijk afleiden. De impact van dit werk is enorm.
Nog een prachtige plaat uit de Flora Batava: de Aristolochia Clematitis of de Pijpbloem. Zoek eens op internet. Je zult zien dat dit soort platen, een beetje afhankelijk van kwaliteit en uit welke druk van het boek de plaat afkomstig is, gaan tussen de 300 en 1500 euro per stuk.
De titelpagina van: Beschouwing der wonderen Gods in de minstgeachte schepzelen of Nederlandsche insecten van Jan Christiaan Sepp.
Dit is de Vlaamse gaai uit Nederlandsche Vogelen van Cornelius Nozeman, Christiaan Sepp en Zoon waren de uitgever in 1770. Garrulus is de Latijnse naam.
De laatste van vandaag: 2 vogels, de spreeuw en de waterspreeuw. Nederlandsche vogelen, Cornelius Nozeman, Christiaan Sepp en Zoon, 1770, De Sturnus en Cinclus.
Er ging echt een wereld voor me open en het werd nog beter!
Wat hebben de aardappel, aubergine en tomaat gemeen? (Flora Batava 3)
Het zijn drie cultuurvarianten die voorkomen in de nachtschade-familie.
Een andere variant van deze familie komt in dit stukje aan de orde.
We waren druk bezit met de Flora Batava en Linnaeus en toen kwam
een deel van de Flora Batava op tafel dat nog volledige uit losse
delen bestaat.
Dit is het voorblad van de stapel die in een daarvoor bestemde map zit die met lintjes kan worden afgesloten. Het betreft deel 6. De plant die hieronder te zien is kwam voor in aflevering 78. Zoek maar eens op op internet.
Ieder deel (ten minste dit deel) begint met onder andere een lijst met platen. Door de jaren heen wijkt dat een beetje af (vorm, lettertype), maar in grote lijnen is dat wel het geval. De plant die hier volgt heet nu ‘Bitterzoet’, maar toen ‘Klimmende Nachtschade’ of ‘Solanum Dulcamara’.
Plaat met beschrijving.
Dit is een voorbeeld van een eerdere reeks waar uitgever Sepp ervaring mee had: ‘Beschouwing der wonderen Gods in de minstgeachte schepzelen of Nederlandsche insecten’.
De hele ‘titel’ heeft nogal wat voeten in de aarde:
Beschouwing der wonderen Gods in de minstgeachte schepzelen of Nederlandsche insecten
naar hunne aanmerkelyke huishouding, verwonderlyke gedaantewisseling en andere wetenswaardige byzonderheden,
volgens eigen ondervinding beschreven, naar ’t leven naauwkeurig getekent,
in ’t koper gebracht en gekleurd
door
Jan Christiaan Sepp
Dus de platen werden eerst in koper gesneden (kopergravure)
en daarna met de hand ingekleurd. Dat was bij de Flora Batava ook.
Later zal de kleurenlithografie worden ingezet om het kleuren,
of ten minste de basis, te drukken.
Alles afhankelijk van de prijs.
De prijs per aflevering bepaalde de grootte en uitvoeringskwaliteit.
Mannetjesereprijs (Flora Batava 2)
Dit is het eerste voorbeeld dat we bekeken. Flora Batava, Mannetjesereprijs of Veronica Officinalis (Latijnse naam). Het werkte een beetje als volgt. Mensen in het land vonden een interessante plant en stuurde die op naar de redacteur. Die beoordeelde dan de opgestuurde plant, gaf een tekenaar de opdracht de plant na te tekenen, zocht intussen de gegevens bij elkaar over de plant, bekeek de eerste versie van de tekening, gaf eventueel aanwijzingen voor verbeteringen en dan als de plaat goed was ging het geheel naar de drukker.
Dat is in hoofdlijnen zo.
Maar dat roept nog wel een paar vragen op die nog niet
beantwoord zijn voor mij.
Hoe wisten mensen dat ze planten konden insturen?
Hoe stuur je in 1800 een plant op zodat die nog goed
genoeg is bij aankomst om hem te tekenen?
Hier zie je hoe informatie werd verzameld en vastgelegd over de plant. Hier waar de planten vandaan komen. Hier bijvoorbeeld dat de plant is ingeleverd door Favrod en dat die hem vond in een bosje bij Amersfoort.
Blijkbaar was er ook niet echt een programma, zo van: weegbree is aan de
beurt in week 27 dan moeten de inzendingen in week 20 binnen zijn
zodat we genoeg tijd hebben voor het verzamelen van gegevens en het
tekenen, corrigeren en drukken (maken van kopergravures) van de plaat.
Mijn voorbeeld is een totaal verzinsel maar als je de ambitie hebt
alle planten van Nederland in beeld te brengen hoe organiseer je dat dan?
Hier informatie over het gebruik. Blijkbaar werd een aftreksel van deze plant ‘Europese thee’ genoemd en Linnaeus geeft aan dat ook in Zweden een aftreksel van de plant als thee wordt gedronken. Dit brengt ons bij Linnaeus.
Toen Linnaeus in Nederland verbleef zorgde Nederlandse sponsors er voor dat de eerste versie van zijn Systema Naturae werd uitgebracht. Een exemplaar van deze versie van 1735 is ook in het bezit van de Artis bibliotheek. Linnaeus bracht structuur aan in de natuur (zoveel als hij kon) en plaatste bijvoorbeeld de walvis bij de vissen. Had een aparte groep van nog nader in te delen dieren: paradox. Deelde ook de mens in als onderdeel van de natuur, namelijk als zoogdier. Geen onbelangrijke stappen. Caroli Linnaei, Systema Naturae, 1735, Theodorum Haak, Joannis Wilhelmi de Groot.
Een versie van dit boek is ook te vinden op internet.
Eerst moest ik denken aan het radioprogramma ‘Vroege vogels’. Het vraagt aan de luisteraars speciale waarnemingen of zelfs geluidsfragmenten op te sturen. Die informatie gebruikt men dan in hun programma’s. Dan gebruik je het verloop van de seizoenen als een leidraad. Maar ja: radio, vaste groep luisteraars en geen ambitie om compleet te zijn. Hoe doe je dat in 1800. Bij ideeen: ik hoor ze graag. Flora Batava, de plant heet ‘Mannetjesereprijs’ of Veronica Officinalis. Dat de namen van planten en dieren in het Latijn altijd uit twee delen bestaan danken we ook aan Linnaeus.
De plant werd in zijn geheel afgebeeld, inclusief de wortels maar daarnaast ook de zaden, knoppen en de bloemen.
Die platen zijn een voor een al kunstwerken op zich zelf.
Hier nog even de paradox-groep. Gaandeweg zullen alle dieren in deze groep of ingedeeld worden of naar het rijk der fabelen worden verwezen. Hier zie je bijvoorbeeld de pelikaan, de eenhoorn (monoceros), phoenix en de draak nog in het rijtje van Linnaeus staan.
Als laatste voor vandaag nogmaals de beschrijving.
Als de plaats in de wetenschap en de prestaties van Linnaeus
niet direct duidelijk zijn dan kun je op Wikipedia je
geheugen goed verversen.
Via de website van Plantaardigheden is de Flora Batava
helemaal te zien en lezen.
Flora Batava (1)
Het lijkt een beetje alsof ik een soort van serial blogger ben geworden.
Maar toeval wil dat ik het geluk had deel te nemen
aan een aantal zaken die ik interessant en vooral ook mooi vond.
Dat deel ik graag hier.
Een van die dingen was een middag over de Flora Batava (ik wist niet
wat dat was) onder leiding van Marieke van Delft (die ik van naam
kende) in het kader van de Summerschool Historie of the Book.
Een activiteit van het Allard Pierson in Amsterdam.
Vandaag als inleiding een aantal van de slides die Marieke van Delft
met ons doornam als inleiding.
De Flora Batava is een reeks van uitgaves die over een periode van
meer dan 100 jaar verscheen met de ambitie om een beeld te geven
van de planten die in Nederland voorkwamen.
Zoek maar eens op op Wikipedia.
Belangrijk voor de uitgever was een vast aantal platen per boekje. Per aantal boekjes kon je die dan laten inbinden. Idee was dat mensen intekenden op het project en zo iedere keer een boek ontvingen.
De uitgeversfamilie Sepp had daar ervaring mee want werkten ook mee aan deze reeks over insekten: ‘Beschouwing der wonderen Gods in de minstgeachte schepzelen of Nederlandsche insecten […de titel is nog langer…] naar het leven naauwkeurig getekent. 1754 – 1925’. Dergelijke overzichten bestonden dus al wel langer maar dan niet met illustraties. Dat maakten deze uitgaves zo bijzonder.
De redacteuren, verantwoordelijk voor de tekst en de opzet van de tekeningen: J. Kops (de eerste en dus ‘bedenker’ van de opbouw), F.W. van Eeden (vader van), L. Vuyck en W.J. Lütjeharms.
De uitgevers (de risico-nemers): J.C. Sepp, De Breuk samen met F.S. van de Pavord Smits, Erven Loosjes, Vincent Loosjes en Martinus Nijhoff.
Voor de eerste tekeningen werd gebruik gemaakt van platen van een Engelse uitgave. Daarna: G.J. van Os, C.J. van Hulstijn, A.J. Kouwels, Mej La Chapelle, G. van Merkesteijn, J.J. Zuidema Broos, D.J.H. Joosten, Mej. H.C. van de Pavord Smits.
Het plan voor de reeks was in aanleg een particulier idee dat werd gesteund door de overheid door steeds garant te staan voor een aantal exemplaren.
Binnenkort de boeken die we die middag hebben gezien.
In duisternis sluit ik de Boekenzoo-reeks af
De tentoonstelling is voorbij dus is het zaak
om ook mijn reeks Boekenzoo niet te lang te laten doorlopen.
Ik pak de draad op bij de insekten.
Getijdenboek in het Nederlands. Het betreft een handschrift uit de Zuidelijke Nederlanden. Circa 1525. Insecten in de marge; en wat voor een marge!
De verhalen met allerlei monsters doen de ronde en blijven dat doen. Olaus Magnus, Historiae de gentibus septentrionalibus is een boek met dergelijke verhalen en afbeeldingen. Joannes Bellerus is de drukker van deze versie uit Antwerpen. Circa 1571. Het origineel verscheen in 1555 en Wikipedia vermeldt bijvoorbeeld dat in 1822 Sir Walter Scott er nog verwijzigen naar maakt. Dus met recht een gezaghebbend monument.
Dit zeemonster verwerkt even een heel schip!
Woorden schieten tekort.
Apenliefde van een moederaap ging wel heel ver.
Ook Vondel heeft er zo ideeen over: Joost van den Vondel, Vorstelijcke warande der dieren, Sander Wybrantsz, Jan Blom, Andries Vinck, en Aert Dircksz. Oossaen zijn de drukkers in Amsterdam in 1682.
De hele titel schijnt dan te zijn:
Vorstelijcke warande der dieren : waer in de zeden-rijcke philosophie,
poëtisch, morael, en historiael, vermakelijck en
treffelijck wort voorgestelt:
met exempelen uyt de oude historien, in prose;
ende Uytleggingen, in Rijm verklaert,
Die lange titel las ik op deze copie die op internet te vinden is. Daar kun je ook een beetje uit opmaken waarom er zoveel namen bij de drukkers/uitgevers staan.
Terug naar de moederliefde bij apen:
Dit is dan het laatste boek en de laatste afbeelding die ik heb vastgelegd. Er was nog veel meer te zien. Ik heb er veel plezier aan beleefd: Frans Coenen jr: In duisternis. Illustrator: Ferdinand Hart Nibbrig. Uitgever: LJ Veen, Amsterdam, 1902. Vleermuis op de band.
Krokodil eet man (Boekenzoo 12)
De reptielen kwamen aan het eind van de
tentoonstelling aan de beurt.
Nog een verzameling met bijzondere afbeeldingen. Het verhaal dat er bij kwam over de tranen kende ik nog niet. Huis van het Boek, Boekenzoo, Bestiarium (Latijn), handschrift, West-Frankrijk, circa 1450.
Krokodillentranen als lokmiddel om een prooi dichtbij te krijgen.
Verveolgens was er aandacht voor de slang. Die komt al in het begin der tijden, in het scheppingsverhaal in de bijbel voor. Niet positief. Hier in Speculum Humanae Salvationis, een handschrift uit Keulen, circa 1450: Eva met de slang.
De andere afbeeldingen, elk boven een kolom tekst, vond ik ook interessant al hebben die niets met dieren te maken. Maar ze komen denk ik allemaal wel uit Genesis.
God als matchmaker (?).
God schept Eva uit Adam (?).
Van deze afbeelding ben ik het mist zeker van de betekenis maar ik denk dat Lucifer wordt verstoten uit de hemel naar de hel (?). Terug naar de dierentuin. Nog een slang.
Een deel van de afbeelding heb ik een beetje schoon gemaakt. Niet in het echt natuurlijk maar op een foto kan dat eenvoudig. Zo wordt de afbeelding misschien iets duidelijker. Weer Eva en de slang. Hier blijft de slang een dier en niet zoals op de vorige afbeelding een slang met vrouwenhoofd (!). De slang heeft wel slinkse gelaatstrekken. God overziet het schouwspel vanuit de boom. Eva heeft niet een maar zelfs twee appels. Biblia Pauperum (Armenbijbel), latijn, Blokboek, Nederlanden, 1466.
Gelukkig scheen de maan nogal helder (Boekenzoo 11)
Bleek vandaag dat ik er wat betreft de looptijd van de tentoonstelling
Boekenzoo helemaal naast zat.
De tentoonstelling is tot en met morgen nog te zien.
Vandaag is mijn onderwerp Insecten. Ik heb daar niet zo’n band mee,
dus het aantal foto’s dat ik er van gemaakt heb is beperkt.
Maar Erik mag niet ontbreken: Godfried Bomans, Erik of het klein insectenboek. De illustrator van deze versie is Karel Thole. Het boek verscheen bij Spectrum, Utrecht (jaar onbekend). De titel van vandaag is het onderschrift vandeze illustratie met Erik op de rug van een insect, met een boek in de hand).
Volgens mij zitten in dit boek doorzichtige vellen voor de afbeelding met daarop, op de juiste plaats tekst zoals de namen van de vlinders. Dat ‘inlegvel’ is hier omgeslagen zodat de illustraties goed te zien zijn. Eli Heimans en Jac P Thijsse, Van vlinders bloemen en vogels, W. Versluys, Amsterdam, 1898.
Ik kende Eli Heimans niet en dat is onterecht.
Wikipedie helpt weer:
Samen schreven ze de serie Van vlinders, bloemen en vogels waarvan het eerste deel in 1894 verscheen. Daarna richtten ze het tijdschrift De Levende Natuur op, samen met J. Jaspers jr. De eerste aflevering verscheen in 1896.
In 1899 verscheen als volgende mijlpaal van hun samenwerking de eerste druk van de Geïllustreerde flora van Nederland, die later bekend zou worden als de “Heimans, Heinsius en Thijsse” (HH&T). Bij de eerste druk waren de schrijvers nog “Heimans en Thijsse”, maar aan de volgende drukken werkte ook H.W. Heinsius mee, zodat het werk meestal werd aangeduid met de naam Heimans, Heinsius en Thijsse. Deze flora was vooral ook bedoeld voor beginners. Anders dan de oudere flora’s bevatte deze flora niet alleen tekst maar ook illustraties, en bovendien werden zo min mogelijk moeilijke termen gebruikt. Heimans nam in 1901 samen met een aantal anderen het initiatief tot de oprichting van de “Nederlandse Natuurhistorische Vereniging”, later de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. Tot zijn dood zette hij zich enthousiast voor deze vereniging in.
In 1901 solliciteerde hij voor een baan als leraar op de kweekschool, maar die werd gegeven aan zijn vriend Jac. P. Thijsse. Toen in 1904 de gemeente Amsterdam van het Naardermeer een vuilstortplaats dreigde te maken, organiseerden Heimans en Thijsse het verzet hiertegen. Uiteindelijk besloot de gemeenteraad, mede op grond van de verwachte kosten, dit plan niet uit te voeren. Heimans en Thijsse namen nu het initiatief tot het oprichten van een vereniging die het gebied moest aankopen. De Vereniging Natuurmonumenten werd in 1905 in Artis opgericht. Heimans werd echter niet in het bestuur gekozen – in tegenstelling tot Thijsse, die secretaris werd. Zowel het mislopen van zijn betrekking aan de kweekschool als het feit dat hij niet in het bestuur van Natuurmonumenten kwam, weet hij aan zijn joodse afkomst. De relatie met Thijsse bekoelde hierdoor enigszins.
Nog even alle ruimte voor de vlinders (ei, rups en pop).
Fantasievissen beschreven in een fantasietaal (Boekenzoo 10)
Sommigen vinden het misschien saai: iedere dag een stukje Boekenzoo.
Maar de tentoonstelling is voorbij en ik het nog een paar foto’s
van prachtige boeken gereed staan.
Daarom maak ik het nu gewoon af. Vandaag met vissen.
Al eerder was te zien dat de tentoonstelling niet alleen oude boeken omvat. Michael Tingle vertelt en verbeeldt hier het Bijbelverhaal van Jonas en de walvis. Michael Tingle, Jonah and the whale, Avenue Press, Newton Abbot, 2004.
Het gedicht lijkt eenvoudig maar is heel doordacht:
Into an open mouth he swam
Which swallowed half the sea
And everywhere that Jonah went
His God was sure to be
Nog een voorbeeld van veel denkwerk. Het is niet zo eenvoudig om dergelijke fantasievissen te verzinnen. Probeer maar eens. Daarbij ontwikkelde Luigi Serafini een meetstelsel en een taal om de dingen te beschrijven. Allemaal dingen die je verwacht van een oud boek, een codex. Maar dit is uit 1983. Luigi Serafini, Codex Seraphinianus. Meulenhoff/Landshoff, Amsterdam.
Nog een poging een eind te maken over de verhalen over de eenhoorn door gewoon feiten te verzamelen en die te delen. Dat maakt het vorige boek zo bijzonder: verzonnen maar op zo’n manier dat iedereen het meteen door heeft en teglijk kan bewonderen voor wat het zijn: wonderlijke, prachtige gedachtenspinsels. Terug naar dit boek: Noël Antoine Pluche: Schouwtoneel der natuur of Samenspraaken over de bysonderheden der natuurlijke histori (deel 2), Christiaan Wyers, Amsterdam, 1739.
De narwal.
Niet alleen waren er boeken uit verleden en heden maar ook ten minste 1 uit een andere cultuur: Japan. Hiroshige, Een school vissen. The Metropolitan Museum of Art, Gary Schwartz, New York, Maarssen, 1980.
De leporello had wat weinig plaats en daarom stonden de bladen gekromd maar misschien was het opzet. De vissen zwemmen tenslotte is water dat aan de oppervlakte golft.
Strijdolifant (Boekenzoo 9)
Deze plaat toont het ‘reguliere’ gebruik van de olifant door de mens: vervoermiddel of lastdier. Als je goed kijkt zie je ook een aantal kamelen.
Uit dit boek komt die afbeelding: Christoff Frik, Elias Hesse en Christopher Schweitzer, Drie seer aenmercklijcke reysen nae en door veelerley gewesten in Oost-Indien van ’t jaar 1675 tot 1686. Drukker was Willem van de Water, Utrecht, 1694.
Het boek en de tekst was the zien op de tentoonstelling Boekenzoo,
eerder dit jaar in Huis van het Boek in Den Haag.






































































































































