Ben vandaag in Amsterdam.
Gisteren al een kaartje gekocht, een ticket moet je dan zeggen.
Het is al weer even geleden dat ik in het Van Gogh museum ben geweest.
Later meer.
Auteursarchief: Argusvlinder
Drieluik
Mijn volgende werk is een drieluik.
Het komt in mijn inspiratieboek.
Probleem is natuurlijk dat in een boek
je geen drie bladzijdes naast elkaar hebt.
Daar moet nog wat op gevonden worden.
Ik gebruik de oranje pagina’s aan het begin van het boek
en heb een oranje pagina die aan het eind van het boek zit,
eruit gesneden.

Zo kom ik aan mijn drieluik.
Onderwerp van het drieluik is ‘het grasveld’.
Het wordt een experiment met verf.
Tekenen kan ik slecht dus gebruik ik de vormen uit de natuur.
Al een paar weken ligt er een collectie gras en onkruid
te drogen in een telefoonboek in de kamer.
Dat zijn de vormen.
Nadat ik ze van een kleur heb voorzien zullen ze
het grasveld gaan vormen.
Ooit zag ik een animatie waarin een grasveld
vanuit meerdere perspectieven werd getoond.
Met gras alsof het bomen zijn, met gras vanuit
een menselijk perspectief en
van gras vanuit het perspectief van een overvliegende vogel.
Daarom drie perspectieven: met weinig lucht tot heel veel lucht.
De lucht en de gessostructuur voor de wolken heb ik gisteren aangebracht.

Het eerste, losse luik. De foto toont ook de verschillende ‘sponzen’ die ik wil uittesten om structuur aan te brengen in de gesso: een schuursponsje en verschillende make-up sponzen.

Veel nog witte lucht, weinig, nu nog oranje grasveld.

Nu met structuur. Het schuursponsje bracht veel ‘schade’ aan. Het effect was niet waar ik naar op zoek was. Het eenvoudige sponsje met veel gaatjes werkte het best. Volgende keer eens proberen om gesso met een spons aan te brengen.

Dan de pagina’s in het boek.

En nu maar drogen. Dat moet met het huidige weer geen probleem zijn.
Anita Vermeeren in de Grote Kerk: Steengoed!
Dit weekend opende de tentoonstelling Steengoed!
in de Grote Kerk in Breda.
Anita Vermeeren is een van de kunstenaars die er te zien waren
en ze maakten dit weekend een fresco.

Van dat proces, of liever gezegd van het resultaat
heb ik een aantal foto’s.
Daarnaast is de Grote Kerk zelf een kunstwerk.
Dus daar ook een reeks foto’s van.

Voorbeeld van een van de ‘Portretten’ van Anita Vermeeren.

Hier ligt het fresco op de grond. Een profeet.

Hier wordt het fresco aan een kant opgeteld zodat het water en de verf kunnen uitlopen.


Nu even tijd maken voor De Grote Kerk zelf.


Corne van Gool, Zonder titel. Zijn werk werd in de krant het meest genoemd.

Maar eerlijk gezegd vind ik het werk van Norbert Veeger beter: Lost wings.

Een van de mooie grafmonumenten in de Grote Kerk.

Corne van Gool, Pieta.

Grote Kerk Breda, Musicerende engelen.

Grote Kerk Breda, Musicerende engelen, detail.

Grote Kerk Breda, bloemmotieven in de gewelven.

Anita Vermeeren, portret.

Anita Vermeeren, portret.

Petrus.

De Goede Herder.

Sluitsteen in het gewelf.

Plafond boven het hoofdaltaar.

Kroonluchter met wapen van de stad.

Anita Vermeeren. Tijd om het fresco weer rechtop te zetten.






Nieuwe bril
Ik heb een nieuwe bril gekocht
en dit is mijn oude:

HhhH, Laurent Binet

Maar in hoofdstuk 97 gaat hij nog even in
op een van zijn naaste collega’s:
Een onderafdeling van de Gestapo, al is de werkelijke status veel hoger, maar je kunt beter discreet blijven over gevoelige onderwerpen, wordt gevormd door Joodse zaken. Voor de leiding daarvan weet Heydrich al wie hij wil hebben, de aangewezen persoon is die kleine Oostenrijkse Hauptsturmfuhrer, die zulk goed werk aflevert, Adolf Eichmann.
Hoofdstuk 104, een volgende stap in de carrière van Heydrich:
In Berlijn geen ronde tafel of zwarte magie, er heerst een bureaucratische sfeer en Heydrich schrijft ijverig zijn instructies. Göring heeft hem gevraagd het kort en bondig te houden. Op 2 juli 1941, dus twee weken na het begin van Barbarossa, laat hij de volgende notitie verspreiden onder de leidinggevende SS’ers die achter het front opereren: ‘Geëxecuteerd moeten worden: alle functionarissen van de Komintern, de partijfunctionarissen, de volkscommissarissen, joden die functies bekleden binnen de partij of de staat en andere radicale elementen (saboteurs, propagandisten, partizanen, moordenaars, agitatoren).’
Inderdaad bondig, maar ook omzichtig , en zelfs enigszins merkwaardig geformuleerd, want waarom die nadere omschrijving van de joodse functionarissen, terwijl alle functionarissen moeten worden gedood, of ze nu joods zijn of niet?Twee weken later is de gene verdwenen, weggevaagd door de euforie van de overwinningen. Terwijl de Wehrmacht het Rode Leger op alle fronten verplettert, de Duitse opmars sneller gaat dan de grootste optimisten verwachtten, en er al driehonderdduizend Sovjetsoldaten krijgsgevangen zijn genomen, herschrijft Heydrich zijn instructie. Hij herhaalt de belangrijke punten en breidt zijn lijst uit met wat detailleringen (hij voegt er bijvoorbeeld ook de oud-commissarissen van het Rode Leger aan toe). En ten slotte vervangt hij ‘de joden die functies bekleden binnen de partij of de staat ’door ‘alle joden’.
Over de stijl van zijn boek. Hoofdstuk 107.
Natacha leest het hoofdstuk dat ik net heb geschreven. Bij de tweede zin roept ze uit: ‘Hoezo, “het bloed stijgt naar zijn wangen”? “Zijn hersenen bonzen tegen zijn schedelwand”? Dat heb je verzonnen!’
Hoofdstuk 150 gaat over al die mensen die bij de aanslag
(de aanloop, de aanslag zelf en de gebeurtenissen daarna)
betrokken waren.
Dat waren niet alleen Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik).
Ik kan deze geschiedenis niet vertellen zoals het zou moeten. Die hele warboel van personages, gebeurtenissen, data en de eindeloze vertakkingen van oorzaak en gevolg, en die mensen, echte mensen die echt hebben bestaan, met hun leven, hun handelingen en hun gedachten, waarvan ik een flintertje aanstip….
Ik bekijk een kaart van Praag waarop alle appartementen staan aangegeven van mensen die de parachutisten hebben geholpen en hun onderdak hebben bezorgd, iets waar ze bijna allemaal met hun leven voor hebben betaald. Mannen, vrouwen en kinderen, natuurlijk. De familie Svatos, op een steenworp van de Karelsbrug, de familie Ogoun, vlak bij de burcht, de families Novak, Marovec, Zelena en Fafek, die meer naar het oosten woonden. Ieder lid van elk van die families zou een eigen boek verdienen met daarin het relaas van zijn of haar deelname aan het verzet tot in Mauthausen en de tragische ontknoping.De doden zijn dood en het maakt hun niets uit of hun eer wordt bewezen. Het is voor ons, de levenden, dat het iets betekent. De herinnering heeft geen enkel nut voor hen die ze eert, maar ze dient degenen die zich ervan bedienen. Met mijn herinnering bouw ik mijn identiteit op, met haar troost ik me.
Binet is gericht op details, alle details.
Zo maakt hij ons deelgenoot in hoofdstuk 154 van zijn twijfels
over de correctheid van gegevens en hoe daar mee om te gaan
in relatie tot een historische roman van Flaubert:
Deze keer ben ik in het nadeel, want het is veel makkelijker om me op een fout te betrappen bij een nummerbord van een Mercedes uit de jaren veertig dan bij de tuigage van een olifant uit de derde eeuw voor Christus.
Hoofdstuk 205 is een heel belangrijk hoofdstuk.
Over de stelling die Binet hierin inneemt
zijn heel wat blogs geschreven.
Ik neem dit hoofdstuk dan ook helemaal op:
Ik begin het geloof ik te begrijpen: ik ben een infra-roman aan het schrijven.
Inderdaad. Hoofdstuk 205 is slechts 1 zin.
Maar een belangrijke. Het boek is immers een roman.
Je vergeet het soms als je het boek aan het lezen bent.
Het is geen geschiedenisboek.
Dat is ook waar de meeste recensisten problemen mee hebben.
Binet stapt regelmatig met zijn eigen ervaringen (?) in het boek
op de voorgrond.
Als een detective die vertelt over hoe hij de zaak oplost.
In een interview in Vrij Nederland definieert Binet het als volgt:
een geschiedenis verteld als een roman met alle eigenschappen
en technieken van de roman – op één na: fictie
Of zoals de Volkskrant schrijft:
Laurent Binet beschrijft tot in detail hoe dat in zijn werk ging.
Maar – hoogst opmerkelijk voor een roman – hij wijkt daarbij
geen duimbreed af van de feiten.
Hoofdstuk 206, is het de vertaalster of is het Binet?
De bochten van de weg schetsen het lot van een man, en van nog een man, en van nog een man, en van nog een man.
4 x het woord man in 1 zin, 4 x H!
(Heydrich, Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik))
Hoofdstuk 209
Alle blikken zijn op hen gevestigd en de geüniformeerde mannen in het publiek brengen de Hitlergroet als ze langskomen. Heydrich laat zich door de grootsheid van de omgeving overweldigen, ik zie het in zijn blik, trots neemt hij het altaar met daarboven de weelderige bas-reliefs in ogenschouw, aan de voet waarvan de musici weldra plaats zullen nemen.
Muziek is zijn leven, zo weet hij die avond weer, als hij ooit vergeten was; vanaf zijn geboorte is ze bij hem geweest en ze heeft hem nooit verlaten. De kunstenaar in hem heeft altijd overhoopgelegen met de man van daad. Zijn carrière is voor hem bepaald door de loop der dingen. Maar hijzelf is altijd vervuld geweest van muziek, tot op het moment van zijn dood.
Iedere genodigde heeft het programma van de avond in zijn hand waarin het slechte proza te lezen is dat de plaatsvervangend protector zich bij wijze van introductie heeft verwaardigd te schrijven: ‘Muziek is de scheppende taal van kunstenaars en muziekliefhebbers, het uitdrukkingsmiddel van hun innerlijk leven. In moeilijke tijden brengt muziek hem die er naar luistert verlichting en in tijden van grootsheid en strijd schenkt ze hem moed. Maar muziek is bovenal de grootste expressie van wat het Duitse ras cultureel tot stand heeft gebracht. In dat opzicht is het Praagse muziekfestival een bijdrage aan de superioriteit van het heden, dat als fundament wordt beschouwd voor een sterk muzikaal leven van deze regio binnen het Reich de komende jaren.’Heydrich kan minder goed schrijven dan vioolspelen, maar dat maakt hem niet uit, omdat muziek de ware taal is van de kunstenaarsziel.
De programmering is uitzonderlijk goed. Hij heeft de beste musici laten komen om Duitse muziek ten gehore te brengen. Beethoven, Handel, Mozart natuurlijk, waarschijnlijk is men die avond voor een keer aan Wagner ontsnapt (ik weet het niet zeker want ik heb het volledige programma niet kunnen achterhalen). Maar wanneer de noten opklinken van het pianoconcert in c mineur van Bruno Heydrich, zijn vader, gespeeld door de vroegere leerlingen van het conservatorium in Halle, begeleid door een beroemde, virtuoze pianist die speciaal voor de gelegenheid os overgekomen, moet Heydrich, die de muziek door zich laat stromen als een heilzame golf, dia apotheose voelen. Ik zou dat werk ook graag beluisteren. Wanneer Heydrich aan het eind applaudisseert, zie ik op zijn gezicht het trotse waandenkbeeld van alle megalomane grote egoïsten. Heydrich geniet van zijn persoonlijke triomf via de postume triomf van zijn vader. Maar triomf is nog geen apotheose.
Het dilemma: Duits, Nazi, Cultuur.
Ook Binet ontkomt daar niet aan.
210
Gabcik is terug. Kubis en hij roken niet in het appartement van de keurige familie Ogoun die hen huisvest, om hen niet lastig te vallen en bij de buren geen argwaan te wekken.
Door het raam is te zien hoe de burcht zich tegen de nachtelijke lucht aftekent. Kubis, die diep in gedachten naar die imposante massa kijkt, zegt hardop denkend: ‘Hoe zou het morgen om deze tijd zijn…’Mevrouw Ogoun vraagt: ‘En wat zou er dan anders moeten zijn?’ Gabcik geeft haar antwoord: ‘Nee, mevrouw, niets hoor.’
Op de ochtend van 27 mei staan Gabcik en Kubis vroeger dan anders klaar om te vertrekken. De zoon van de familie Ogoun, die hun onderkomen biedt, repeteert nog een laatste keer zijn stof, want vandaag moet hij eindexamen doen en hij is heel zenuwachtig. Kubis zegt: ‘Rustig maar, Lubos, je slaagt, je slaagt heus wel. En vanavond vieren we met zijn allen dat het gooed is gegaan…’
Zwart/Groen. Het achterhalen van de feiten is ingewikkeld.
Ook hier worden we weer deelgenoot in de zoektocht van de detective.
Reusachtig ten opzichte van Klein. Humor!
212
Om negen uur is de zwarte of donkergroene Mercedes voor komen rijden met aan het stuur zijn chauffeur, een reusachtige SS’er van bijna twee meter lang, die luistert naar de naam Klein.
Binet maakt ons deelgenoot van nog een ander probleem.
Een soort bewuste Writers Block.
Hij wil wel schrijven (zoals ik altijd wel boeken wil lezen)
maar stelt steeds de apotheose uit
omdat hij niet wil dat het afgelopen is.
Fantastisch!
215
Terwijl de Mercedes van Heydrich langs de onregelmatige gesponnen draad van zijn lot kronkelt, terwijl de drie parachutisten met al hun zintuigen op scherp en gespannen in de bocht van de dood op de uitkijk staan, herlees ik de geschiedenis van Jan Zizka, beschreven door George Sand in Jean Zizka, een van haar minder bekende boeken.
Men zegt ook dat Zizka een van de grootste krijgsheren is die ooit hebben geleefd, omdat hij nooit een nederlaag heeft gekend. Ik versnipper mijn aandacht. Ik lees allemaal dingen die me van de bocht wegvoeren. En dan stuit ik op de volgende zin van George Sand: ‘Arme of gebrekkige ploeteraars, het is en blijft een hopeloze strijd tegen mensen die zeggen: “Je moet hard werken voor een pokkenleven.” Dat is geen uitnodiging meer, maar een regelrechte provocatie, en dat terwijl ik net van die uitweidingen af wil! Maar geconcentreerd op mijn doel laat ik me nu niet meer afleiden. Een zwarte Mercedes schiet als een slang over de weg, en ik zie hem.
In het volgende hoofdstuk staat naast de gebeurtenissen, de tijd centraal.
218
Hij schiet en er gebeurt niets.
Maanden van voorbereiding en nu blokkeert de stengun, dat Engelse kreng. Heydrich hier binnen zijn bereik, in zijn macht, en zijn wapen weigert. Hij haalt de trekker over en de stengun, in plaats van kogels te spuwen, zwijgt. Gabciks vingers krommen zich krachtig om het nutteloze metalen palletje.
De auto is tot stilstand gekomen en deze keer staat de tijd werkelijk stil. De hele wereld houdt op met bewegen, met ademhalen. De twee mannen zitten als versteend in de auto. Alleen de tram vervolgt zijn weg alsof er niets aan de hand was, op zo korte afstand dat een paar passagiers ook al diezelfde verstarde blik in hun ogen hebben, want ze hebben gezien wat er zich afspeelde, namelijk niets. Het gekrijs van de wielen over de stalen rails verscheurt de stilstaande tijd.
…
‘Wij die misschien eens zullen sterven, noemen de mens onsterfelijk in het vuur van het ogenblik.’ Ik veracht Saint-John Perse, maar zijn poezie veracht ik niet per se. Deze versregel kies ik om op dit ogenblik die frontsoldaten eer te bewijzen, ook al zijn ze boven alle lof verheven.
Hoofdstuk 221 is het laatste hoofdstuk van het eerste deel.
De gebeurtenissen die maar een paar seconden hebben geduurd
worden door Binet breed uitgesponnen waardoor het lijkt
alsof de tijd stilvalt.
Aan het begin van deel twee wordt een tegenovergestelde beweging gemaakt.
Ik herhaal hier heel hoofdstuk 221.
221
Ik ben precies daar waar ik wilde wezen. De bocht van de Holesovicestraat wordt verzengd door een vulkaanuitbarsting van adrenaline. Dit is het moment waarop een aantal individuele microbesluiten, enkel en alleen voortgekomen uit instinct en angst, leidt tot een luidruchtige hik of oprisping van de Geschiedenis.
Elk lichaam neemnt een beslissing. Klein, de chauffeur rijdt niet weg, en dat is een vergissing.
Heydrich komt overeind en trekt zijn pistool. Tweede vergissing. Als Klein blijk had gegeven van hetzelfde reactievermogen als Heydrich, of als Heydrich net als Klein verstijfd op zijn stoel was blijven zitten, dan zou alles waarschijnlijk heel anders zijn gelopen en was ik er misschien niet om er over te vertellen.
Kubis arm beschrijft een halve cirkel en de bom vliegt door de lucht. Maar, zo is het nu eenmaal, niemand doet ooit precies wat hij moet doen. Kubis mikt op de voorbank, maar de bom landt naast het rechterachterwiel. Toch ontploft hij.
Spanjaardsgat
De afgelopen weken zijn er een paar foto’s gemaakt
die de bedoeling hadden om op het web gepubliceerd te worden
maar om de een of andere reden het niet haalden.
Daarom vandaag een korte inhaalslag.

Het Spanjaardsgat met jonge dieren (ganzen?).
India 2012 – 2013: deel 10


Woensdag 12 december
Gol Gumbaz, Ibrahim Rauza, Citadel met Jama Masjid.
Hotel: Shashinag Regency; mooie tuin. Zwembad met water! Het hotel ligt wel 5-6 kilometer van de monumenten af.
Het is 08.40: ontbijt in de warme zon in de tuin.
Gol Gumbaz is ongelofelijk.
Vandaag is Bijapur een kleine stad met 100.000 inwoners,
maar ooit was het de hoofdstad van een rijk met een koning
die zich een dergelijk enorm mausoleum kon veroorloven.
De basis van het gebouw is vierkant.
Op iedere hoek staat een kleine toren (aanzet tot minaret).
Bovenop een enorme koepel.
Binnen is het een (1) grote ruimte, zonder pilaren.
De koepel met aan de basis de zogenaamde fluistergalerij.
Toen we daar liepen zong een onderwijzer zachtjes een lied.
Het was overal te horen.
Toen mochten de leerlingen hun gang gaan,
ondersteund door de aanwezige volwassenen.
Het kabaal was niet te harden.
De ruimte is leeg op een groot, stenen plateau in het midden na
met daarop de grafmonumenten van de koninklijke familie.

Dit is het blad van het zaad en een paar zaadjes die ik gisteren, onderweg meegenomen had.

Gol Gumbaz vanuit de auto, onderweg naar het monument. We kijken er naar uit.

Gal Gumbaz gedeeltelijk verborgen achter het museumgebouw dat er voor staat.

Gol Gumbaz. De naam komt uit het Perzisch: Gol Gumbadh. Dit betekent ‘rozekoepel’ (volgens Wikipedia), een verwijzing naar de bloemmotieven die aan de basis van de koepel zijn aangebracht.

Gol Gumbaz
Gol Gumbaz (meaning, round dome) is the mausoleum of Muhammad Adil Shah II (1627 – 1657 AD), the seventh Sultan of Bijapur’s Adil Shahi dynasty.
Built in 1659 AD, at the architectural zenith of the Adil Shahi dynasty, its immense proportions make this mausoleum a masterpiece of Islamic architecture. With an internal diameter of 37, 92 meter, the tomb’s enormous dome is one of the largest in the world. It covers a floor area of 1703,56 M2, the largest under any domed building in the world.
The tomb is famous for the technically ingenious yet artistic manner in which the hemispherical dome has been constructed on a square base. Instead of pillars, the massive brick dome is supported by a system of eight intersecting arches that create interlocking pendentives (curved wall surfaces forming a transition between the circular dome and its square-shaped support) which bear the load of the dome. Though domes are frequently raised on square bases, the system of interlocking pendentives used her is uncommon.
The Gol Gumbaz is also well-known for its whispering gallery, a gallery around the base of the dome, accessed through winding staircases in the four corner towers. Because of the dome’s remarkable acoustic properties, the faintest sound made at one end of the gallery can be clearly heard at the other end. Every sound echoes 10 to 12 times and reverberates for 26 seconds, the longest known reverberation count of any building.
On the platform in the centre of the tomb chamber are the tombstones of Mohammad Adil Shah, his two wives, his son and daughter, and his mistress, the dancing girl Rambha. Their real graves are in the cellar below.


Toegangsgedeelte van het gebouw. De gebouwen uit deze periode zijn niet heel erg veel versierd maar wel heel typisch.

Dit is een voorbeeld van die typische versiering van dergelijke monumenten.

Hier nog een detail.


Een van de vier torens. Er zijn veel bezoekers. Het blijkt dat hogere klassen op dit moment examen doen en dat de lagere klassen daarom op schoolreisjes gaan.

Hier een poging on de ruimte binnen te laten zien. Van de grafmonumenten tot aan de koepel.

Gol Gumbaz interieur.

Het plateau met de grafmonumenten.

De werkelijke graven van Muhammad Adil, zijn jongere vrouw Arus Bibi,
zijn favoriete dochter en een kleinzoon, bevinden zich in een kelder.

Een nis, een van de weinige versieringen aan de binnenkant van het gebouw.


Toegang tot een van de torens.

De koepel met de ondersteunende gewelven.

Prachtige structuur in de architectuur. Lelijke zin maar de Gol Gulbaz is prachtig in zijn eenvoud

De versiering vanuit het trappenhuis van een van de torens.

Steunberen, versieringen net onder de koepel.

De basis van de koepel vanuit het trappenhuis. Rechts, onder tegen de koepel zie je de rozebladeren of misschien lotusbladeren.

De ruimte buiten naast de koepel. Van beneden zie je dat niet maar de vierkante vorm va de basis van het gebouw en de ronde koepelvorm die er op geplaatst is, laten boven ruimte voor een omgang. Links zie je de bladerversiering tegen de koepel.

De bovenkant van de toren.

Een eerste aanzet tot een minaret? Nee, dat denk ik niet. Dit gebouw was gereed in 1656. De Taj Mahal bijvoorbeeld werd afgerond in 1648. Mohammed Adil Shah, Sultan of Bijapur en de architect Yaqut of Dabul kenden dat gebouw.


De bijbehorende moskee.


Het uitzicht vanaf de Gol Gumbaz. Bij het mausoleum horen nog een aantal gebouwen.

Zicht op de grafmonumenten vanaf de fluistergalerij. Het is een duizelingwekkende hoogte.

De fluistergalerij is zo’n 3,5 meter breed.




Een van de enorme deuren in het gebouw.

Het aantal versieringen is beperkt maar ze zijn daarom niet minder mooi.

De grote toegangsdeur.



Nog een laatste blik.

Van hieruit gaan we naar Ibrahim Rauza, maar daarover meer in een volgende blog.
Het lettertype in de titel van Bijapur 12 december 2012 is van David Kerkhoff en heet Rat infested mailbox Web. De titel van het lettertype (van ratten vergeven brievenbus) heeft niets met India of Bijapur te maken. Het is gewoon een mooi font.
Voorpret

Vandaag door L. gekocht en vooral vanwege de volgende aanduiding:

St. Joost Eindexamen 2013

Jammer van de kwaliteit van de foto die ik van deze foto maakte. De originele foto is van Wim de Leeuw uit de serie Enter the city. Heel sterke foto’s.

Kalle Kuikkaniemi is duidelijk geen Nederlander van oorsprong en daarom verbaast hij zich over sommige taaluitingen. Ik trouwens ook. Het was erg geestig.

Kalle Kuikkaniemi, detail.

Kalle Kuikkaniemi, ‘Nico let op Max. Doorijhoogte 1,9 M’. Spelfouten niet van mij of van Kalle Kuikkaniemi.

Bij de afdeling animatie had iemand dit decor gebouwd. Ik ben vergeten wat de naam van de maker(ster) was.
De installatie van Sjors van der Werf is een verhaal apart. Een combinatie van film, projectie en decor.

Sjors van der Werf.

Op het eerste scherm, linksboven wiep iemand voorwerpen in een doorgeefluik. Bijvoorbeeld wapens of Bla Bla.

Deze voorwerpen werden dan bewerkt.

Hier gaat de Bla Bla over de lopende band.

Om op het laatste scherm als een bruine drek over een persoon te worden uitgeworpen.

Dit is het decor waarop de machines en het proces geprojecteerd werden.


Sjors van der werf: Bla bla.

Een sterke set illustraties bij het boek Death in Venice. De naam van de maakster kon ik thuis niet meer achterhalen maar ik heb me ingeschreven voor een exemplaar van haar boek.

Van dezelfde maakster, een driedimensionaal theaterdecor.

Een film van Roeland van Doorn, samengesteld uit beelden van beveiligingscamera’s.

Nele Brokelmann, Es ist wie es ist, 2013.

Ric Engbersen.

Videostill uit film van Anne van der Sligte, Petronius, 2013.


Tessa Chaplin.


Anne Vlot, persoonlijkheidskenmerken omzetten in een product.

Chistine Willems.

Stoel met een bekleding van hergebruikte plastic zakken.

Zeeuwskapje.

Geinspireerd door Kalle Kuikkaniemi zag ik op de parkeerplaats deze ‘Linkse hobby’.

Fantasielandschappen gefotografeerd door Reinard Haex, Simulacrum, droomreizen.

Planten maken een tuin, Lotte Dirks, Plants make a garden.


Paul Slegers, Laurel & Hardy, 2013.
Verder was er sterk werk van Lynne Main.
Maar dat liet zich moeilijk fotograferen.
‘De waarheid’ van Jasmijn van Dorp vond ik goed.
hopelijk kan ik de krant bijbestellen.
De foto’s van Jiska de Vries, Pauw Vos en Miriam van Beurden
moet ik hier ook noemen.
India 2012 – 2013: deel 9


Dinsdag 11 december
Een hele dag met de auto,
van Hyderabad naar Bijapur.
Ons tweede ongeluk.
Dit keer met de auto.
Niet zo erg als het klinkt.
We reden al even maar waren de stad nog niet uit.
Plotseling remmen en een brommer raakte de linkerspiegel.
Die klapte meteen om en dus was er geen schade.
De wegen zijn goed.
Maar om door een stad heen te komen is toch veel tijd nodig.
De drukte is enorm.

Onderweg had ik deze boom gefotografeerd.
Ik vond hem heel bijzonder.
Blijkt achteraf dat dezelfde bomen bij ons in de straat staan!
Natuurvandaal!
Het lettertype in de titel van Bijapur 11 december 2012 is van Stephen W. Rapp en heet Raniscript Web.
Nieuw project: Drieluik
In mijn testboek ga ik een drieluik maken.
Het moet zo worden dat ik de drie pagina’s naast elkaar kan zien.
Dat is een beetje moeilijk in een boek.
Dus daar moet nog wat over nagedacht worden.
Ik ben geen tekenaar. Heb daar geen ervaring mee.
Dus laat ik de vorm zoveel mogelijk aan de natuur over.
De kleuren en de invulling zijn aan mij.
Mijn inspiratie-boek voor Altered books heeft geel-oranje openingsbladen.
Die ga ik gebruiken.
Ik ben vandaag dus op jacht geweest naar gras en bloemen.
Mijn drieluik wordt een soort grasveld.

De oogst van vandaag.
Het probleem is een beetje dat overal in Nederland op dit moment
de bermen gemaaid worden of zijn.
Wij vinden dat natuurlijk veel te slordig, al die planten die
allemaal maaar door elkaar groeien.
Niet gelijk zijn. Al die rare kleuren. Niet netjes.
Maar daarom is het al moeilijk het een en ander te verzamelen.

Ik heb de oogst een beetje uitgesorteerd.
Vervolgens in het telefoonboek gestopt.
Kunnen ze drogen en heb ik in tussentijd de kans om de ondergrond
voor te gaan bereiden.
Daar heb ik vandaag weer wat Youtube-filmpjes voor bekeken
en een drietal sponsjes gekocht:
Een set schuursponzen (staal), schuursponzen (plastic) en
een assortiment cosmetische sponsjes.
Verschillende vormen en structuren.

Lang leve het telefoonboek!
Marc Mulders: The Moonlight Garden
De ‘catalogus’ bij de tentoonstelling in het Noordbrabant Museum,
of moet ik zeggen het essay (?), ziet er uit als een mooi boek.
Duur, maar daan moeten we maar niet over zeuren in de crisis.
Maar dan moet de rug van de kaft er wel om vast blijven zitten.
Het papier van de catalogus is zwaar.
Dat vraagt om een goede, stevige kaft.
De kaft van mijn exemplaar was al na een paar uur los.
Ik had nog niets in het boek gelezen.
Volgens mij zijn het inbindwerk en de kaft te licht
voor het papier.
Ik zou me er voor schamen.



Maar er klopt nog iets niet.
Als je kijkt op pagina 48 (pas op dat je boek niet uit elkaar valt)
wordt daar gesproken over het werk ‘Waterkant’ uit 2010.
Prachtig werk overigens.
Maar als je het werk op pagina 49 bekijkt dan zie je dat hier iets niet klopt.
De verhoudingen van de afbeelding kloppen niet
met de 90 x 70 cm aanduiding op pagina 48.
Het werk is onzorgvuldig afgebeeld.
Ik kan me het origineel niet meer voor de geest halen dus
weet ik niet wat er precies fout is,
maar dat hier iets mis is, dat is wel duidelijk.
Jammer (en dan blijf ik nog netjes).

Bylin
De Argusvlinder is geen design of mode blog.
Af en toe komt er wel iets dat met design en mode
te maken heeft aan de orde.
Na veel nadenken en onderzoek heeft L.
een nieuwe leren tas gekocht.
Het is een tas van een maker die we voor het eerst zagen op Schiphol.
Daar stond haar model ‘Tulip’ (tulp) tussen de andere
souveniers.
Maar eerlijk is eerlijk de tassen zijn prachtig om te zien.
Naast een model op basis van de tulp heeft de maakster
modellen die uitgaan van de lotusbloem en nog een paar
andere natuurlijke motieven.
De tulp vind ik het meest geslaagd.
Er zijn varianten in een rode lakuitvoering.
Die lijkt misschien wel het meest op een tulp.
Maar er zijn ook andere varianten.
L. koos de volgende:

Staand op de verwarming. Bylin, model ‘tulip’.

Gesloten, bovenaanzicht.

Open, zijaanzicht.

Open, bovenaanzicht.

Gesloten. De cirkel is rond.
Kunstvaria
Deze keer, verhoudingsgewijs, veel Aziatische kunstenaars.
Azie is in meerdere opzichten een opkomende markt.
Misschien is het eerlijker te zeggen dat het Westen
Azie weer ontdekt als artistiek continent.
Want kunst was er altijd al, al heel erg lang,
maar lange tijden minder op ons netvlies.

Hoe kan het ook anders: India opent de rij. Francis Newton Souza, Still life with fish and bread.
Stilleven met vis en brood.
Inderdaad een religieus thema, Christelijk.

Wang Dongling, Untitled, 2006, ink on paper.

Wei Ligang, Fragrant thornbush near streamhead and butterflies on the bank, 2007.

Vasily Kandinsky, In the grey, 1919, oil on canvas.

Kathryn Gabinet-Kroo, Bog river ride, 2011, monoprint.

Prachtig Maya-beeld maar het museum maakt niet duidelijk of dit nu een van de reconstructies is waarover men spreekt op de web site.
Maya figure fust before bloodletting ritual.

Vincent van Gogh, Vue de l’Asile et de la chapelle de Saint-Remy.

Als afsluiter een Chinees kunstenaar met een Indiaase afbeelding: Shi Zhiying, India relief, 2013, oil on canvas.
Vanochtend was het weer beter (leek het)

Bij nader inzien viel het erg tegen…
Fototentoonstelling Kasteelplein

Iets met foto’s uit de bioindustrie.
HhhH van Laurent Binet
Een van de doelstellingen van Binet is om de eerste serie
hoofdstukken, de hedendaagse lezer die niet in detail
op de hoogte is van het oorlogsverloop in Tsjecho-Slowakije,
te informeren over hoe belangrijk Heydrich was voor het Derde Rijk.
Heel hoofdstuk 96 is er aan gewijd, en daarom citeer ik dat hier
in zijn geheel:
Het is ongelofelijk hoe vaak je bij de bestudering van de politiek van het Dritte Reich en met name waar die politiek het meest angstaanjagend is, Heydrich aantreft als het centrale punt waar alles van uit gaat.
Op 23 september 1939 stuurt hij de betrokken diensten een door hem ondertekende circulaire toe die betrekking heeft op ‘het joodse probleem in de bezette gebieden.’ Deze circulaire bevat het besluit tot hergroepering van joden in getto’s en het bevel overal een Joodse Raad in te stellen, de Judenrat onzaliger nagedachtenis, die direct onderworpen is aan het gezag van het RSHA. De Judenrat is ongetwijfeld geinspireerd op de ideeen van Eichmann, zoals Heydrich die in Oostenrijk heeft zien toepassen: de kern bestaat eruit de slachtoffers mee te laten werken aan hun eigen lot. Gisteren plundering, morgen vernietiging.
Het Reichssicherheitshauptamt of RSHA, was de overkoepelende veiligheidsdienst
van het Derde Rijk, opgericht door Heinrich Himmler op 22 december 1939.
Het eerste hoofd van de RSHA was Reinhard Heydrich.
Lokaal01: Once more, unto the breach, dear friends, once more
Gisteren was het dan de laatste dag van Lokaal01 in Breda.
Met een grootse tentoonstelling werd er een punt
gezet achter dit unieke kunstproject.
Al eerder was hier een reeks foto’s van die tentoonstelling te zien
en vanaf vandaag kan ik in de catalogus ontdekken van wie al
die zeer uiteenlopende werken zijn.
Uiteenlopend van materiaal, visie, beleving enz.
Vandaag zijn de meeste foto’s van de performance van BMB Con.

BMB Con bereidt zich voor door de papieren kokers aan te trekken.
De zwartwit foto op de achtergrond is van Wiesje Peels, Once More #1, 2013.
‘Once more unto the breach’ is een zin uit de speech van
Shakespeare’s Henry V, Act III, 1598,
en betekent zoveel als laten we het nog een keer proberen.

Op de kokers van BMB Con worden beelden geprojecteerd die zich wat moeilijk laten vastleggen.

Bij deze Chinese karakters lukt het een beetje.



Het einde van de performance nadert.

BMB Con neemt het applaus in ontvangst.

Presentatie van de catalogus.

Nog twee foto’s van werken: Helmut Smits, Your ad here, 2013.

Paul Hendrikse, All thoughts are prey to some beast, 2011.
Lokaal01 Breda: Once more
Vandaag was het dan zo ver.
De laatste tentoonstellingsdag in Lokaal01 in Breda.
Lokaal01 is slachtoffer van de bezuinigingen op cultuur.
Binnenkort meer foto’s van het evenement vanmiddag.

Lokaal01, catalogus, Once More.
Noordbrabants Museum: Marc Mulders
Het Noordbrabants Museum is onlangs weer geopend.
Na een lange verbouwing.
Waar heb ik dat meer gehoord?
Op een prachtige manier is het Noordbrabants Museum
‘samengevoegd’ met het Stedelijk Museum in Den Bosch.
Beide musea bezoeken zou voor vandaag te veel geweest zijn.
Daarom heb ik me geconcentreerd op het Noordbrabants Museum
en in het bijzonder The Moonlight Garden van Marc Mulders.

De met glas beklede gevel van het Stedelijk Museum.

Marc Mulders, Ecce Homo, 1989. Een vroeg(er) werk van de kunstenaar.

Marc Mulders, Ecce Homo, detail.

Marc Mulders, Zonnebloemen.

Marc Mulders, Zonnebloemen, detail.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail van detail. Let op het samenspel met het tapijt.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail. De lichtwerking is prachtig. Een samenwerkingsverband van kunst en natuurlijk licht.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail van detail. De kleuren passen gewelding bij zijn schilderijen.

Marc Mulders, detail van zijn Desso-Project, 2013.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail. Het glas in lood deel al dekt die omschrijving niet precies de constructie en werkwijze. Dit enorme werk steekt zowat het plafond in.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail van detail.

De introductietekst stond een beetje weggedrukt in een traphal.

Dertig jaar lang is Marc Mulders (Tilburg 1958) actief als beeldend kunstenaar. Deze retrospectieve expositie laat alle aspecten van zijn oeuvre zien, van zijn vroegste olieverfschilderijen tot zijn meest recente tapijtontwerpen.
De instenties van Marc Mulders zijn in die dertig jaar opmerkelijk constant gebleven: het verbeelden van de natuur met al haar diepe symboliek.
Het hart van Mulders’ oeuvre blijft de schilderkunst. Het veroveren van een onderwerp op de olieverf is nog altijd zijn belangrijkste doel. Hij brak in de jaren ’80 door met doeken met een religieuze thematiek. Die werden in de jaren ’90 gevolgd door een lange en succesvolle reeks bloemen- en wildschilderijen. Recentelijk maakten bloemenkelken plaats voor bloemenweiden. Zijn laatste serie is zelfs abstract en gaat over de (denkbeeldige) ruimte achter de bloem.
Sinds de jaren negentig heeft Mulders zich bekwaamd in het schilderen op glas. Hij ontwierp gebrandschilderde ramen voor kerken, openbare gebouwen en particuliere woningen.
Het meest recente raam, The Moonlight Garden, is hier te zien in een frame ontworpen door Piet Hein Eek.

In het museum is verdere heel veel moois te zien zoals dit tapijt met als voorstelling een soort feest vrij naar David Teniers.

Wat te denken van deze prachtige gele zaal, een van de vele prachtig gerestaureerde zalen in het museum.

Zicht op de centrale tuin.

Marc Mulders, The Moonlight Garden catalogus.

Marc Mulders, The Moonlight Garden catalogus, detail van de kaft, in relief gedrukt.

Marc Mulders, De watertuin, een voorbeeld van een van zijn huidige schilderijen uit de catalogus.

De inspiratie.