Silk Roads: in Engeland en Ierland aangekomen

Met dit 22e bericht sluit ik mijn serie over de
Silk Roads-tentoonstelling in Londen (2024) af.
Mijn berichten toonden meer dan 250 foto’s, slechts een
deel van de tentoonstelling in het Britisch Museum.

De tentoonstelling toonde objecten uit een uitgestrekt
geografisch gebied: van Japan via China, het Midden-Oosten
en Centraal-Azië tot Noord-Afrika en West-Europa.

De tentoonstelling belichtte de intensieve interacties tussen
deze regio’s, waarin mensen elkaars smaak en esthetiek
voortdurend beïnvloeden.

Smaak in de letterlijke zin van eten, maar ook in mode,
religie, literatuur, wetenschap en esthetiek; wat we als kunst waarderen.
Het biedt een tegenwicht aan het simplistische cultuurbegrip
dat sommige extreem-rechtse politici hanteren
wanneer zij spreken over ‘onze Nederlandse cultuur’.

De tentoonstelling maakt zichtbaar hoe culturele uitwisseling
de normale manier is geweest voor mensen om met elkaar om te gaan.
En hoe extreem-rechtse politieke retoriek vaak berust op historische
onwetendheid en opzettelijke vereenvoudiging.

Geniet van de voorwerpen die ontstaan zijn
– en zullen blijven ontstaan –
wanneer mensen met aandacht naar elkaar kijken.

DSC00381LondenBritishMuseumSilkRoadsBritainAndIrelandAfterRomeTxtDSC00382LondenBritishMuseumSilkRoadsGoldClaspsTaplowBuckinghamshireEnglandLateAD500s-early600s

Londen, British Museum, Silk Roads, Gold clasps, Taplow, Buckinghamshire, England, late AD 500s – early 600s.

DSC00383LondenBritishMuseumSilkRoadsEasternStyleCoatsInWoolAndIronTXT


DSC00384LondenBritishMuseumSilkRoadsAldhelmManuscriptWithRiddles(AboutAD637-709)BookMadeAtChristChurchCanterburyKentEnglandLateAD900sEarly1000s

Aldhelm, manuscript with riddles (written about AD 637 – 709), this version of the book is made at Christ Church, Canterbury, Kent, England, late AD 900s – early 1000s.

DSC00385LondenBritishMuseumSilkRoadsAldhelmManuscriptWithRiddles(AboutAD637-709)BookMadeAtChristChurchCanterburyKentEnglandLateAD900sEarly1000sTxt


DSC00386LondenBritishMuseumSilkRoadsTheLichfieldAngelLichfieldCathedralStaffordshireEnglandAboutAD800

The Lichfield Angel, Lichfield Cathedral, Staffordshire, England, about AD 800.

DSC00387LondenBritishMuseumSilkRoadsTheLichfieldAngelLichfieldCathedralStaffordshireEnglandAboutAD800Txt


DSC00388LondenBritishMuseumSilkRoadsTheNetworksOfTheSilkRoadsTxt

Zoals te lezen bij de uitgang van de tentoonstelling:

THE NETWORKS OF THE SILK ROADS FORGED CROSS-CULTURAL CONNECTIONS.
THE WAYS PEOPLE INTERACT HAVE CHANGED, BUT THESE CONNECTIONS REMAIN.
THEY WILL CONTINUE TO SHAPE THE PRESENT AND FUTURE.

Of in het Nederlands:

De netwerken van de Zijderoutes smeedden verbindingen
tussen mensen met verschillende achtergronden.
De manieren waarop mensen met elkaar omgaan zijn veranderd
— door bijvoorbeeld vliegtuigen en internet —
maar deze verbindingen tussen mensen blijven bestaan.
Ze zullen het heden en de toekomst blijven vormgeven.

Dat is geen keuze, maar een historisch patroon dat zich blijft herhalen.


Suzanne Duchamp – Zonder lijst (Deel II)

Kijken naar haar werk, zonder keurmerk, zonder genie, zonder ruis.

Er speelt iets in de museale wereld dat me dwars zit.
Het speelt breder dan alleen in de museale wereld,
maar dáár is het voor mij het duidelijkst voelbaar.

Kunst onder de aandacht brengen van een breed publiek
is ingewikkeld, maar het is een kerntaak van musea.
Toch zie ik een ongewenste verschuiving:
van de rol van missionaris naar die van marketeer.

De taak om mensen inhoudelijk te informeren over kunst
verschuift steeds vaker naar het simpelweg binnenhalen
van bezoekersaantallen.

Laat ik eens twee voorbeelden nemen.

Voorbeeld 1

Op de website van H’art wordt een tentoonstelling van de
Roemeense beeldhouwer Brancusi als volgt geïntroduceerd:

Brancusi, The Birth of Modern Sculpture
H’ART Museum presenteert: Brancusi, The Birth of Modern Sculpture.
Voor het eerst komt een toonaangevende collectie kunstwerken van Constantin Brancusi (1876-1957) naar Amsterdam. De kunstenaar wordt wereldwijd beschouwd als de grondlegger van de moderne beeldhouwkunst. De tentoonstelling is gemaakt in samenwerking met het Parijse museum Centre Pompidou. Naast meer dan 31 meesterwerken, inclusief de originele sokkels die Brancusi zelf ontwierp, worden ook foto’s en films van zijn hand getoond.

Website geraadpleegd op 13/10/2025.

In bovenstaande tekst zitten tenminste drie problemen:

= ‘De kunstenaar wordt wereldwijd beschouwd als de grondlegger van de moderne beeldhouwkunst.’

Dat is nogal een bewering.
De meeste Nederlanders kennen waarschijnlijk Constantin Brancusi
niet eens. Ik ken maar 1 werk van de man. De kans is aanwezig
dat dit meer van mij zegt dan van Brancusi maar ik durf dat
te betwijfelen.
De claim dat hij ‘wereldwijd’ als grondlegger wordt gezien,
dat vraagt om meer onderbouwing dan een one-liner.
Daar komt bij dat H’art een reputatie heeft van het maken
van goede tentoonstellingen op basis van de collectie van
het Russische Hermitage. Niet echt een museum voor moderne kunst.
Op basis van die reputatie, kan ik de ‘grondlegger’-uitspraak
niet klakkeloos aannemen.

= ‘Naast meer dan 31 meesterwerken’

Behalve misschien van Picasso zijn er in mijn ogen geen moderne
kunstenaars met meer dan 5 meesterwerken. Ik begrijp dat dit
heel subjectief is, maar mensen maken nu eenmaal geen meesterwerken
aan de lopende band. Kunstenaars maken een continue ontwikkeling
door waarbij er ook meesterwerken worden gemaakt.
Het is juist die ontwikkeling die zo interessant is.

Misschien maken de sokkels, foto’s en films deel uit
van Brancusi’s artistieke ontwikkeling.
Maar het kan evengoed een manier zijn om de tentoonstelling
visueel op te vullen—zeker gezien de hoge entreeprijs.

= ‘in samenwerking met het Parijse museum Centre Pompidou’

Centre Pompidou sluit dit jaar zijn deuren voor een verbouwing
die gepland staat tot in 2030. Dat komt natuurlijk heel goed uit
voor H’art die zelf net de transitie moet maken van het Hermitage
naar andere bronnen. Dat doet niets af van de kunstwerken die
nu in de tentoonstelling te zien zijn. Maar je kunt wel de vraag
stellen: ‘Waarom dan Brancusi’? Daarnaast wordt Centre Pompidou
hier haast gebruikt als keurmerk: als het daar vandaan komt,
dan is het goed.

Voorbeeld 2

Op de radio hoorde ik een reclamespot voor een tentoonstelling
met werk van Mark Manders in Museum Voorlinden.

In 2021 zag ik werk van hem in het Noordbrabants Museum.
Op mijn weblog plaatste ik toen twee foto’s, naast werk van Marc Mulders.
Het werk dat ik toen zag was
Unfired Clay Torso (2014), gemaakt van brons, verf en hout.

De radiospot zit ongeveer als volgt in elkaar:
1: Introductie van Voorlinden en Mark Manders,
2: de slogan ‘Stap in het geniale brein van deze kunstenaar‘,
3: gaat weer over Voorlinden.

Voorlinden is een prachtig museum in een schitterende omgeving.
Ik kan het iedereen aanraden.

Maar in de slogan wordt de tentoonstelling meteen platgeslagen.
De kunstenaar is een genie.
Ja, dan ben je uitgepraat.
Als bezoeker valt daar niets tegen in te brengen.
Een genie maakt immers ook alleen geniale werken.
Dit is een overtreffende trap van ‘meesterwerk’.
Wat het werk betekent, wat het ons wil zeggen,
dat doet er niet meer toe. Het is geniaal! Punt.

Deze manier van mensen naar musea lokken leidt tot problemen.

Er wordt een loopje genomen met feitelijkheid.
Al zullen marketeers zeggen dat ze slechts ‘de grenzen opzoeken’.
Maar hun slogans vervangen de complexiteit van het werk
door een consumptief uitje.

Dit betekent voor de kunstenaar:
het werk wordt een decor voor de mythe, niet andersom.

Voor de bezoeker:
het bezoek wordt gestuurd, ingevuld, en ontdaan van eigen ervaring.

Voor de instellingen:
het is een economische strategie, vermomd als culturele verheffing.

Deze benadering zorgt ervoor dat de mogelijke meesterwerken van morgen
nauwelijks worden opgemerkt.

Ook de geschiedenis zelf heeft lang bepaald
wie of wat zichtbaar mocht zijn.
Niet alleen door keuzes van musea of professoren,
maar ook door familiale overtuigingen.
Abraham Mendelssohn had 4 kinderen. De oudste was zijn dochter Fanny.
Zoals we nu weten, was zij een begaafd pianist en componist,
net als een van haar jongere broers: Felix.
Maar Abraham Mendelssohn schreef ooit aan zijn dochter Fanny:

“Muziek wordt misschien Felix’ beroep, terwijl het voor jou
franje kan en moet zijn.”

Een zin die niet alleen haar talent marginaliseerde,
maar ook de publieke ruimte voor haar als vrouwelijke kunstenaar verkleinde.

Zulke opvattingen waren geen incidenten, maar patronen die zich
blijven herhalen. Ze werkten breed door in een maatschappij
waarin mannen bepaalden wat er gebeurde,
en vrouwen structureel buiten beeld bleven.

Daarom ben ik blij dat ik het werk van Suzanne Duchamp heb gezien.
Zonder lijst van meesterwerken,
zonder keurmerk,
zonder het genie van haar broers.
Zodat ik zelf kon kijken, vergelijken, ervaren.

DSC05337KunsthausZürichSuzanneDuchampUntitled(SelfPortraitInProfileWithCat)Ca1920InkAndPencilOnPaper

Kunsthaus Zürich, Suzanne Duchamp, Untitled (self-portrait in profile with cat). circa 1920, ink and pencil on paper.

DSC05336KunsthausZürichSuzanneDuchampDadaTxtDSC05339KunsthausZürichSuzanneDuchampDadaAndTabuTxtDSC05340KunsthausZürichSuzanneDuchampWorkshopOfJoy1920GouacheWatercolorPencilAndInkOnPaper

Suzanne Duchamp, Workshop of joy, 1920, gouache, watercolor, pencil and ink on paper.

DSC05342KunsthausZürichSuzanneDuchampMarcel'sUnhappyReadymade1920OilOnCanvas

Suzanne Duchamp, Marcel’s unhappy readymade, 1920, oil on canvas.

DSC05343KunsthausZürichSuzanneDuchampMarcel'sUnhappyReadymade1920OilOnCanvasTxtDSC05344KunsthausZürichSuzanneDuchampSolitude-Funnel1921OilEnamelCut-And-PastedPapersInkAndPencilOnCanvas

Suzanne Duchamp, Solitude – Funnel, 1921, oil, enamel, cut-and-pasted papers, ink and pencil on canvas.

DSC05346KunsthausZürichSuzanneDuchampAnIndepedentArtistTxtDSC05347KunsthausZürichSuzanneDuchampOnTheBenchCa1923OilOnCanvas

Suzanne Duchamp, On the bench, circa 1923, oil on canvas.

DSC05349KunsthausZürichSuzanneDuchampSelfPortrait1922OilOnCanvas

Suzanne Duchamp, Self portrait, 1922, oil on canvas.

DSC05350KunsthausZürichSuzanneDuchampSelfPortrait1922OilOnCanvasTxtDSC05351KunsthausZürichSuzanneDuchampManRaySuzanneDechampCa1925GelatinSilverPrint

Man Ray, Suzanne Dechamp, circa 1925, gelatin silver print.

DSC05353KunsthausZürichSuzanneDuchampLateWorksTxtDSC05354KunsthausZürichSuzanneDuchampTheUnderworld1961OilOnCanvas

Suzanne Duchamp, The underworld, 1961, oil on canvas.

DSC05355KunsthausZürichSuzanneDuchampTheUnderworld1961OilOnCanvasTxt


Nieuwsgierig naar deze vrouwelijke Dadaïst en de ontwikkeling
die ze doormaakte?
De kans is er, en waarschijnlijk een stukje dichter bij huis dan Zürich.
In de SCHIRN Kunsthalle Frankfurt is van 10 oktober 2025 tot 11 januari 2026
de tentoonstelling ‘Suzanne Duchamp – Retrospectieve’ ook te zien.
Een zeldzame gelegenheid om haar werk opnieuw te ontmoeten,
dan compleet, in een andere stad, onder een ander licht.
Veel kijkplezier!


India 24/25: Delhi, dag 4 – het Rode Fort: vanwege geschiedenis

Delhi ligt ver van de kust.
Geen haven, geen schepen, geen zeehandel.
Toch staat hier, midden in het land, een fort dat eeuwenlang
het centrum van macht was.
Niet vanwege handel, maar vanwege geschiedenis.

Het Rode Fort was ooit het paleis van de Mughal-keizer.
Hier kwamen hofdienaren, dichters, generaals.
Hier klonken bevelen, werden allianties gesmeed
en werd pracht getoond als bewijs van gezag.
Toen de Britten India overnamen, kozen ze niet voor een havenstad
als hoofdstad — maar voor Delhi. Waarom?

Omdat Delhi iets uitstraalt wat je niet kunt verplaatsen:
een gevoel van centrum.
Van hart.
Van geschiedenis die zich niet laat wegduwen.

DSC01121IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahal

India, New Delhi, Red Fort Complex, Khas Mahal. De prive vertrekken van de keizer. De indeling bij heel veel militaire complexen van leiders volgen hetzelfde patroon van afnemende publieke toegangkelijkheid en toenemende privacy voor de heerser. Je ziet het terug in het Topkapi, in de Verboden stad en dus ook in het Rode Fort. De Khas Mahal was het centrum van het prive-complex waar de keizer zich kon vermaken, kon eten, drinken, baden, bidden en slapen.

DSC01120IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahalTxt


Toen de Britten in 1911 besloten om Delhi tot hoofdstad te maken,
was dat geen keuze voor handel, maar voor symboliek.
Ze bouwden New Delhi naast Old Delhi, als een stad van marmer en orde,
maar het Rode Fort bleef als een echo van wat eraan voorafging.
Ze hielden er parades, plaatsten hun commissarissen in de buurt,
en lieten zien: wij zijn nu het middelpunt.

DSC01122IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahalDSC01123IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahal

Maar Delhi was nooit van hen alleen.

DSC01124IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahalDSC01125IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahalDSC01126IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahalDSC01127IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahalDetailPlafond

Detail van het plafond. Zoals je op eerdere foto’s kon zien staan al de gebouwen op een vlakke basis: de plint. Die kun je nu als toerist niet meer betreden. Dus je kunt nog alleen van buiten naar binnen kijken. Van sommige van de gebouwen zul je zien dat ze helemaal gesloten zijn.

DSC01128IndiaNewDelhiRedFortComplexKhasMahal

Op 15 augustus 1947, toen India onafhankelijk werd,
stond Jawaharlal Nehru op de wallen van het Rode Fort.
Hij hees de vlag van een vrije natie.
De muren die zoveel overheersing hadden gezien,
werden het decor van een nieuw begin.

DSC01129IndiaNewDelhiRedFortComplexHammam

Toegang tot het gesloten badhuis of Hammam.

DSC01130IndiaNewDelhiRedFortComplexHammam

Dat fort, dat na 1857 (de Sepoy Mutiny) door de Britten behoorlijk
werd vernield, bezocht ik vandaag.
De muren hadden de Britten onaangetast gelaten. Ze gebruikten
het fort om zichtzelf te verdedigen. De muren kwamen dus van pas.
Maar veel van de gebouwen in het fort, die ze als minder
belangrijk beschouwden, werden gesloopt:
de beroemde zenana of vrouwenverblijven,
de Baadshahi bagh (keizerlijke tuin) en
meerdere paviljoens.
Daarvoor in de plaats kwamen barakken.

DSC01131IndiaNewDelhiRedFortComplexMotiMasjidPearlMosque

Red Fort Complex, Moti Masjid of de Pearl Mosque. Bij deze prive-moskee van de keizer sta je letterlijk en figuurlijk voor een gesloten deur.

DSC01132IndiaNewDelhiRedFortComplexMotiMasjidPearlMosqueTxtDSC01133IndiaNewDelhiRedFortComplexCopperPlatedDoorOfTheMotiMasjidOrPearlMosqueDSC01133IndiaNewDelhiRedFortComplexCopperPlatedDoorOfTheMotiMasjidOrPearlMosqueTopGedeelteVanDeDeur

Top van de met koper beslagen deur van de moskee.


Dat neemt niet weg dat met een beetje fantasie nog wel een beeld
te krijgen is van hoe het leven er was voor 1857.
De belangrijkste gebouwen liggen ook vandaag nog op één lijn
die loopt van Diwan-i-Khas (keizerlijke troonzaal voor privé-audiënties)
via de overdekte bazaar (Chhatta Chowk),
de grote toegangspoort (Lahori Gate)
naar de straat in Old Delhi waar je de godshuizen van de
belangrijkste religies vindt.
Daarvan zag je foto’s al in mijn vorige bericht.
Ik dwaal nu nog wat verder.

DSC01134IndiaNewDelhiRedFortComplexHiraMahalPaviljoen

Red Fort Complex, Hira Mahal Paviljon. Vroeger onderdeel van de keizerlijke tuin.

DSC01135IndiaNewDelhiRedFortComplexHiraMahalPaviljoenDSC01136IndiaNewDelhiRedFortComplexShahBurjEmporersTowerWaterpartijenEnBarakken

De paviljoens waren, naast een fijne plaats om te vertoeven, ook knooppunten in de watervoorziening. Op deze foto zie je achter de bomen de barakken. Dus geen kleine houten gebouwtjes maar stenen hoogbouw met militaire functie. Deze zijn na 1857 door de Britten aangelegd. Je krijgt hier ook een gevoel voor de grootte van het Rode Fort.


DSC01137IndiaNewDelhiRedFortComplexShahBurjEmporersTower

Red Fort Complex, Shah Burj of Emporer’s Tower. De toren bestaat niet meer zoals je kunt zien. Ook hier voorzieningen om het water in de kanalen en vijvers in beweging te houden en om gebruik te maken van de spiegelende effecten van water bij kaarslicht.

DSC01138IndiaNewDelhiRedFortComplexShahBurjEmporersTowerDSC01139IndiaNewDelhiRedFortComplexShahBurjEmporersTowerDSC01140IndiaNewDelhiRedFortComplexShahBurjEmporersTowerDSC01142IndiaNewDelhiRedFortComplexParkietenDSC01143IndiaNewDelhiRedFortComplexSawanAndBhadonPaviljons

Red Fort Complex, Sawan and Bhadon Paviljons. Nog een tuinpaviljoen. Hier zie je kleine nissen in de plint van het gebouw dat uit rode steen bestaat. De nissen konden worden gebruikt om er verlichting in te plaatsen. Het water dat dan vanuit het paviljoen naar de vijver viel werd verlicht door de lampen.

DSC01144IndiaNewDelhiRedFortComplexSawanAndBhadonPaviljonsTxtDSC01145IndiaNewDelhiRedFortComplexOuterWallFromWithinTheComplex

De muur van het fort van binnenuit gezien.

DSC01147IndiaNewDelhiRedFortComplexStepwellBaoli

Net als het badhuis en de moskee is de stepwell niet toegankelijk. Het ligt er ook niet bij alsof het geen onderhoud nodig heeft. Red Fort Complex, Stepwell of Baoli.

DSC01146IndiaNewDelhiRedFortComplexStepwellBaoliTxtDSC01148IndiaNewDelhiRedFortComplexStepwellBaoliDSC01149IndiaNewDelhiRedFortComplexOuterWallFromWithinTheComplexDSC01151IndiaNewDelhiRedFortComplexDSC01154IndiaNewDelhiRedFortComplexMedebezoekerDSC01155IndiaNewDelhiRedFortComplexDelhiGate

Via deze poort ben ik het complex uitgewandeld: Delhi Gate.

DSC01156IndiaNewDelhiRedFortComplexDelhiGateBinnenzijde


Dynamiek in de stad….of overlast

Wonen in een stad heeft zo de klassieke afweging van
voor- en nadelen:
toegang tot voorzieningen als bus en trein, winkels,
theater, film, horeca en altijd wel activiteiten;
de voordelen.

Waar de nadelen dan beginnen is ingewikkeld.

Is Carnaval in een stad in het zuiden overlast?
Persoonlijk vind ik van niet. Dat hoort erbij.
Maar een filmpleg die een film gaat maken over
carnaval…..

Dat ligt anders. Is dan de geluids-, stank-,
verkeersoverlast en de vervuiling van de stad,
een gebeurtenis die iets toevoegt voor de bewoners
van een binnenstad?

IMG_7932BredaKasteelpleinOverlast

Het basekamp van de filmploeg op het Kasteelplein in Breda.

IMG_7933BredaSchoolstraatFilmlocatieZattegat

Filmlocatie Zattegat (de Schoolstraat).

IMG_7934BredaKasteelpleinBasecampIMG_7935BredaKasteelpleinBasecampIMG_7936BredaKasteelpleinGolfkar

De vorige film van deze filmploeg leverde heel veel geld op. Zou Breda een deel van de toekomstige recette ontvangen of betalen wij alleen de rekening?


Bliksoep en andere beproevingen van een heer

Al bij de inschrijving van het eerste Archiefstuk voor
het Bouillonistisch Archief kondigde ik, tussen de regels
door, het tweede Archiefstuk aan.
Tijd om daarvoor vandaag de officiële inschrijving
te voltrekken.

Het gaat om De avonturen van Olivier B. Bommel en zijn
jonge vriend Tom Poes.
Veel van die avonturen zijn doorspekt met eenvoudige
doch voedzame maaltijden, vaak bij de bezegeling van
het avontuur.

Met enige regelmaat verschijnt soep daarbij als onderdeel
van het verhaal of de epiloog..

IMG_7779PeterAbelBewogenAanhalingenEenOnthulendeLijstCiatenUitDeVerhalenVanMartenToonderUitgezochtEnVoorDagelijksGebruikGerangschiktDoorDeBezigeBij

Peter Abel, Bewogen Aanhalingen – Een onthulende lijst ciaten uit de verhalen van Marten Toonder. Uitgezocht en voor dagelijks gebruik gerangschikt door. De Bezige Bij.


Dankzij het werk van Peter Abel, die een inventarisatie
van Bewogen Aanhalingen in het werk van Marten Toonder
heeft gemaakt, kan ik vandaag een drietal soepsituaties,
elk een miniatuur van bouillonistische betekenis,
als Archiefstuk 002 opnemen:

8363
‘Ik heb mij verstout een eenvoudige Potage à la Conserve en enkele Saucisses Choucroutes voor te bereiden. Mag ik u voorgaan?’

6072
Een onverwachte wolkbreuk veranderde heer Bommels kampplaats in een modderpoel en verdunde zijn soep op onsmakelijke wijze.

4221
De bekwame bediende slaagde er in enkele blikjes te vinden, zodat hij binnen korte tijd een warm bord erwtensoep op tafel kon zetten. Daar hield heer Bommel toen een toespraak bij die het voedsel aanmerkelijk deed afkoelen.

De nummers verwijzen naar de tekeningen waar de tekst
bij hoort. In de boeken van Toonder worden de individuele
verhalen ook steeds begrensd met het begin- en eindnummer
van de tekeningen waarbinnen zich het verhaal afspeelt.
Als een verwijzing naar het recept.

In een eerste observatie op basis van deze drie fragmenten
kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het leven van
een heer zich zelden laat reduceren tot eenvoud.

In deze fragmenten wordt meermaals de maag bediend
met soep uit blik. Dat is niet per se slecht of zonder
smaak maar het getuigt ook niet een verfijnd verlangen
naar een vers bereide maaltijd.

Één van de teksten wekt de indruk dat het verdunnen
van soep tot een smakelijk resultaat leidt
terwijl een heer weet dat het verdunnen het tegenover
gestelde van verrijken is. Het verrijken van het leven
van andere is nu net een van de levenslessen van de
vader van Olie B. Bommel en van heren in het algemeen.

Gelukkig heeft de biograaf van de heer O.B. Bommel, de
heer Marten Toonder, ons vele bouillonistische kronieken
nagelaten waarin we kennis kunnen nemen van
de levensloop van een heer van stand.

Ook Godfried Bomans, in zijn hoedanigheid van
opvolger van burgemeester Dickerdack,
was zo goed om ons inzage te geven in het leven
van een heer. In zijn uitleiding van een van de
boeken introduceert hij Eduard Maurits Elias.

Deze nam zelf de pen ter hand en liet ons documentatie
na over zijn flaneuravonturen in Den Haag.
En hoewel Flaneur niet het centrale onderwerp vormt van
Archiefstuk 002, levert hij wel ondersteunende informatie
die een beeld geeft van het denkraam van een heer.

FlaneurHetVaderland19581017FlitsenVanFlaneur

FlaneurHetVaderland19580927FlaneurHetVaderland19580927HetAtomischEnSoepjaar

De pagina en de kolom waarin Eduard Elias ons laat proeven aan het leven van een heer in een “Het Atomische en Soepjaar”.


Flaneur, Het Vaderland, 27 september 1958:

Ik maak mij nu ten snelste los uit de ban van het jaar 1897, om mij met volle geestdrift terug te storten in de bewogenheid van het jaar 1958, dat door latere sociologen, naar ik vermoed, als het “Het Atomische en Soepjaar” zal worden gekenschetst, omdat het zowel de wonderen van het Atomium, als die van hart- en maag-verrukkende Soepen (met oogstverse groenten en lente-sappige stukjes vlees) bereikbaar maakte voor gans een volk.
Het is een goed ding dat gij, mijne wekelijkse leesklanten, wanneer gij, de begroting van hierboven met die van de here Hofstra vergelijkend, daarna wellicht een beetje mistroostig wordt, een mooi stuk blijdschap en lust in het leven kunt terugwinnen bij de gedachte aan de brede stromen soep, die door mensenminnende potagisten en consommenten over dit lage land, waar eens uw wiegje stond, worden uitgestort.

FlaneurHetVaderland19581017FlaneurHetVaderland19581017Soep03

‘als de soep maar op tafel en de jolijt op het televisievenster en het bioscoopscherm komt’, aldus Elias.


Flaneur, Het Vaderland, 17 oktober 1958:

Nog onlangs heeft de Utrechtse hoogleraar dr. Rümke een, in al zijn zakelijkheid, diep-aangrijpend vertoog gehouden over het feit zelfs de door van de mens ‘geleid’ wordt en dat het de mens niet meer vrij staat zijn eigen individuele dood te sterven. Alles wordt daarvoor in het ziekenhuis, naar de regelen der onpersoonlijke nuttigheid, in gereedheid gebracht.
Ik zal daar niet verder in treden. Ik zou te ver verwijderd geraken van de sfeer van deze zaterdagse kolommen.
Ik wilde eigenlijk alleen maar zeggen, dat de serie foto’s in onze krant voor de goede verstaander onthullend was. Hij wist het allemaal wel. Maar nu kon hij het duidelijk zien. Hoe ons leven door strepen en pijlen geleid wordt en hoe wij langs de kalklijnen, door de overheid getrokken, als onpersoonlijke kuddedieren onze weg moeten gaan.
Die plaatjes demonstreren dan nog maar alleen de mens-op-straat; de kudde in het verkeer. Maar de strepen en pijlen en de bordjes staan – zij het onzichtbaar voor het oog – overal. En de kalklijnen traceren ons gehele leven.
Wij laten ons maar doen.
De zwakke weerstand der individualisten wordt weggedrongen en overspoeld door de springvloeden van de steeds aangroeiende massa, die al best tevreden is als de soep maar op tafel en de jolijt op het televisievenster en het bioscoopscherm komt.

FlaneurHetVaderland19581129FlaneurHetVaderland19581129Soep

De echte cultivé parels.


Flaneur, Het Vaderland, 29 november 1958:

Mijn wandeling door het centrum bracht mij ook voor een juwelierszaak, waar ik in de etalage een bordje zag “Echte cultivé parels”.
Ik heb ze niet gekocht.
Ik ben een restaurant binnengelopen waar ik mij heb tegoed gedaan aan een kop echte mock turtle soep, gevolgd door wat gerookte zalm van echte gekleurde koolvis en een kreeftkokteel van veritabele krab.
Jammer dat ik een vlek maakte op mijn das van echte kunstzijde.

FlaneurHetVaderland19581017FlaneurOndertekening


Hieronder volgen nog foto’s over de boeken die ik van
Ollie B. Bommel heb. Daarin zal snel opvallen dat het
niet alleen de teksten over soep zijn die de garnering
van deze Nederlandstalige gerechten zo bijzonder maken.
Laten we niet vergeten hoe de humor, de prachtige
tekeningen, de karakters van de hoofdrolspelers,
het taalgebruik en de titels van de boeken en verhalen,
dit gerecht op de juist gebalanceerde
en delicate manier kruiden.
Ollie B. Bommel is hiermee gecanoniseerd als
Archiefstuk 002 in het Bouillonistisch Archief.

IMG_7783MartenToonderOllieBBommelEnDeBeuhaas

Marten Toonder, Ollie B. Bommel en de beuhaas. Of en in welke vorm dit verhaal in de handelgeweest is geweest weet ik niet. Dit is een afgeschreven exemplaar uit de bibliotheek.

IMG_7784MartenToonderOllieBBommelEnDeBeuhaasIMG_7785MartenToonderOllieBBommelEnDeBeuhaasOpenbareBibliothekenBredaFiliaalDeVlierenDrStruijckenstr161-Tel44178AfdelingJeugdC5028-74Afgeschreven

Marten Toonder, Ollie B. Bommel en de beuhaas. Openbare Bibliotheken Breda – Filiaal De Vlieren, Dr. Struijckenstr 161 – Tel 44178 – Afdeling Jeugd. C – 5028:74. Afgeschreven.

IMG_7786MartenToonderEenHeerMoetAllesAlleenDoenDeFunixDeToornviolenDeTriffelhoedster

Ook afgeschreven. Marten Toonder, Een heer moet alles alleen doen – de feunix, de toornviolen, de trullenhoedster.

IMG_7787 MartenToonderEenHeerMoetAllesAlleenDoen

Emoticons kende we toen ook al.

IMG_7789 MartenToonderEenHeerMoetAllesAlleenDoenIMG_7790MartenToonderEenHeerMoetAllesAlleenDoenDeFunixDeToornviolenDeTriffelhoedster1969

De tekstverwerker heette toen nog typemachine….

IMG_7791MartenToonderEenHeerMoetAllesAlleenDoenDeFunixDeToornviolenDeTriffelhoedster1969Uitleiding

In dit voorbeeld worden de nummers van de verhalen niet vermeld. De ‘Uitleiding’ staat in deze inhoudsopgave wel genoemd. De uitleiding was een overweging, in dit geval geschreven door Jan Gerard Toonder (de broer van Marten), van zo’n 18 pagina’s.

IMG_7793MartenToonderEenHeerMoetAllesAlleenDoenDeFunixDeToornviolenDeTriffelhoedster1969VoorbeeldEenvoudigeDochVoedzameMaaltijd

Marten Toonder, Een heer moet alles alleen doen, De feunix, de toornviolen, de trullenhoedster, 1969. Voorbeeld van een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Joost laat een schaal uit de handen vallen maar geeft te kennen nog meer voedsel in de keuken te hebben en de gevallen bloemkool wel zelf te nemen.

IMG_7798MartenToonderDaarZitIetsAchterDeWeetmutsHetVergeetboekje1980

In mijn verzameling zitten ook boeken die ik later zelf kocht zoals dit exemplaar van: Marten Toonder, Daar zit iets achter met de verhalen De weetmuts en Het vergeetboekje, 1980.

IMG_7862MartenToonderDeTitels

Overzicht van mijn beperkte verzameling met veel intrigerende titels.


Officiële Opname in het Bouillonistisch Archief

Stuk nr. 002:
Het oeuvre van Marten Toonder, specifiek Olivier B. Bommel en de soepfragmenten

Titel:
De avonturen van Olivier B. Bommel en zijn jonge vriend Tom Poes, met bijzondere aandacht voor drie soepsituaties

Auteur:
Marten Toonder (specifieke fragmenten benoemd)
Inventarisatie: Peter Abel
Documentatie & Canonisering: Argus
Datum van opname: 20 oktober 2025
Locatie: Breda, Nederland

Reden van opname:
Dit Archiefstuk documenteert drie soepsituaties waarin de soep niet slechts voedsel is, maar een semiotisch vehikel voor status, mislukking en ritueel herstel. De soep komt uit blik, wordt verdund door wolkbreuken, en koelt af onder het gewicht van een toespraak. Toch blijft zij aanwezig. Als dampende getuige van het herenleven. De typografie met tekeningen zijn dienstbaar, de humor is gelaagd, de canonisering is onvermijdelijk. De heer Bommel flaneert, struikelt, spreekt, en eet. De soep luistert.

Ceremonieel besluit:
Met dit document wordt het werk van Marten Toonder, in de vorm van drie geciteerde soepsituaties en omliggende reflectie, officieel opgenomen als Archiefstuk nr. 002 in het Bouillonistisch Archief. Het dient als bewijs van de waarde van soep in het literaire herenleven. Het mag herlezen worden bij elke blikopener. Het mag geciteerd worden bij elke verdunning. Het mag dampen naast de het wrk van Daniil Charms.

Ondertekend door:
– De curator (in flanerende tred)
– De zilveren blikopener
– De typografische schaduw van Peter Abel
– De wolkbreuk met canoniserende intenties
– De soepkom, licht verdund


Langs de randen van Michelangelo

Afgelopen vrijdag ging ik naar het Teylers Museum:

Glinsterende mineralen, fossielen uit de dinotijd, supersterke magneten, knetterende elektriciteit, kunst van beroemde kunstenaars en nog zoveel meer. In het oudste museum van Nederland val je van de ene verbazing in de andere. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de indrukwekkende Ovale Zaal. Het lijkt wel alsof je in een tijdmachine stapt! In Pieter Teylers Huis maak je kennis met de idealen van de Verlichting en met actief burgerschap van toen én nu.

Van de website van Teylers Museum.

In dit bericht ga ik nog niet te inhoudelijk in
op de tentoonstelling ‘De mannen van Michelangelo –
Het mannelijk lichaam in het werk en leven van Michelangelo’.

Ik wil stil staan bij wat randverschijnselen en het
deel van het museum waar je langs gaat lopen om
de tentoonstelling te bezoeken.
Teylers is het oudste museum van Nederland en het
interieur is schitterend.

De dag begon natuurlijk in Breda waar ik via het Valkenberg
naar het station liep. Tot mijn verrassing zag ik een enorme
paddenstoelenbank op de wortels van een van de bomen in het park.
De boom lijkt me dood en de paddenstoelen maken daar gebruik van.
De oranjebruine hoeden lagen als een tapijt over de wortels.
Wat een somber en mooi beeld in één.

IMG_7913BredaValkenbergDeBoomIsDoodOfBijna

Toen ik mijn kaartje kocht (2 september) had ik niet in de
gaten dat dit in de herfstvakantie was. Musea zouden er goed
aan doen potentiële kopers te waarschuwen als ze een datum kiezen.
In de herfstvakantie is het onevenredig druk, in het museum
maar ook in het openbaar vervoer.
Bovendien plant de NS in zo’n week groot onderhoud.
Dus Haarlem was slecht bereikbaar en terug naar Breda kon
alleen via een omweg.
Ik had liever een week later gegaan.

Terwijl ik op weg ging naar het station keek ik even in
de brievenbus. Daar lag het NRC en ik zag een van de
aankondigingen voor de tentoonstelling die ik ging bekijken.

IMG_7931NRCHaarlemTeylersMuseumMichelangeloVielNietOpMannenHijVielOpPubersVrijdag17Oktober2025

NRC, Michelangelo viel niet op mannen, hij viel op pubers, vrijdag 17 oktober 2025. Een kop die behoorlijk wringt met de werkelijkheid en heel sensationeel van toon is. Maar dat zie je helaas vaker.

IMG_7929NRCIedereSuccesvolleKunstenaarIsEenNetwerkkoning2Oktober2025IMG_7930NRCDesign2Oktober2025


Marketing en kunst: het is een moeizame relatie.
Binnenkort ga ik er nog eens dieper op in maar de sensatiebewuste
marketing bewijst de kunst geen dienst.
Het heeft de musea gestort in een soort wapenwedloop.
Ze vallen over elkaar heen met groteske slogans om
maar elkaar te overtreffen en de bezoekers binnen te krijgen.
Kunst is duur. Niet alleen om het te kopen maar ook om het
te gaan bekijken. Teylers doet er hard aan mee.

IMG_7925HaarlemTeylersMuseumMichelangeloWaandersDeHandVanEenGenieHannibalDeMannenVanMichelangeloHetMannelijkLichaamInHetWerkEnLevenVanMichelangelo

De twee catalogi die je hier ziet zijn van Teylers Museum. Links: Michelangelo, De hand van een genie, een uitgave van Waanders. Ik zou zeggen: klassiek van (inhoudelijke) opzet en uitvoering. Rechts zie je een uitgave van de Belgische uitgever Hannibal: De mannen van Michelangelo – Het mannelijk lichaam in het werk en leven van Michelangelo. De catalogus links is van de tentoonstelling in 2005, een initiatief van het British Museum waar Teylers en het Ashmolean meewerkten. Rechts de catalogus van 2025. Deze zou ik willen omschrijven als eigentijds maar schuwt de sensatie niet. In hoeverre dat ten koste van de kwaliteit gaat kan ik nog niet beoordelen.

IMG_7926HaarlemTeylersMuseumMichelangeloDeMannenVanMichelangeloDetail

Wat ik heel mooi vind aan de catalogus van 2025 is de omslag.
Je ziet twee afbeeldingen van Michelangelo over elkaar heen afgedrukt.
De groene afbeelding ligt werkelijk bovenop het boek.
Je kunt als het ware de afbeelding van Michelangelo voelen.
In de tentoonstelling probeert men bezoekers aan te zetten tot
het zelf ontdekken en ervaren van de tekeningen. Ze slagen
in de tentoonstelling niet om daar handen en voeten aan te geven
maar de voorkant van de catalogus doet dat wel.

IMG_7928HaarlemTeylersMuseumDeHandVanGod

Alles bij elkaar zal het een heel dure dag worden. Het kaartje
kost 27,50 euro en de catalogus 42,50. Tel daar de koffie met cake,
de NS en de maaltijden bij en de dah kost meer dan 150 euro.

IMG_7914HaarlemTeylersMuseum

De koffie heb ik niet gedronken in het museum. De catering in het
museum is heel beperkt, matig (ik druk me vriendelijk uit) en duur.

IMG_7915Haarlem

Maar het museum is geweldig. Het ademt helemaal de sfeer van de 18e eeuw:
prachtige museummeubels, oude informatiebordjes, stolpen,
originele ruimtes enzovoorts.

DSC05863HaarlemTeylersMuseumDSC05864HaarlemTeylersMuseumDSC05865HaarlemTeylersMuseumDSC05866HaarlemTeylersMuseumDSC05867HaarlemTeylersMuseumTweehoornigMonsterVanFayum

Haarlem, Teylers Museum, Tweehoornig monster van Fayum.

DSC05868HaarlemTeylersMuseumTweehoornigMonsterVanFayumDSC05869HaarlemTeylersMuseumMosasaurusHoffmanniStPietersberg

Mosasaurus Hoffmanni, St. Pietersberg.

DSC05870HaarlemTeylersMuseumMosasaurusHoffmanniStPietersbergDSC05871HaarlemTeylersMuseumDeGroeElektriseermachineVanMartinusVanMarumDoorJohnCuthbertson1784-1791

De grote elektriseermachine van Martinus van Marum, door John Cuthbertson, 1784 – 1791.

DSC05872HaarlemTeylersMuseumDeGroeElektriseermachineVanMartinusVanMarumDoorJohnCuthbertson1784-1791DSC05873HaarlemTeylersMuseumDSC05876HaarlemTeylersMuseumDeOvaleZaalDSC05875HaarlemTeylersMuseumDeOvaleZaalDSC05877HaarlemTeylersMuseumOvaleZaalDSC05874HaarlemTeylersMuseumDSC05878HaarlemTeylersMuseumDSC05879HaarlemTeylersMuseum

Er is ook een Munten en penningenkabinet.
Vooral het gedeelte met de moderne penningen vond ik heel aantrekkelijk.
Één penning wil ik even tonen. Ik maakte twee foto’s:
een met mijn camera en een met mijn telefoon.

DSC05880HaarlemTeylersMuseumAdriaanRolandHolstCharlotteVanPallandt1976

De dichter Adriaan Roland Holst door Charlotte van Pallandt, 1976.

IMG_7919HaarlemTeylersMuseumAdriaanRolandHolstCharlotteVanPallandt1976DSC05881HaarlemTeylersMuseum

De tentoonstelling kan beginnen.
Maar daarover later meer.

Soep van de week: tomatensoep

IMG_7924SoepVanDeWeek

Normaal gesproken maak ik mijn soep op vrijdag. Na een nacht in de koelkast eet ik er dan op zaterdag voor het eerst van. Maar soms lopen de dingen anders. Daarom kocht ik pas gisteravond mijn soeppakket en stond ik vanmorgen in de keuken. Tomatensoep. Winterwortel, knoflook, ui, tomaat, tomatenpuree, tijm, bouillonblokjes. Garnering: biologische kipblokjes, anderhalve paprika in stukjes en gesneden groene olijven.


IMG_7927SoepVanDeWeekTomatensoep


Gisterochtend

IMG_7904BredaKopVanDeHaagdijkVanuitDeBinnenstad

Breda, de kop van de Haagdijk vanuit het centrum. Met vuilniswagen.


IMG_7905BredaNieuwewegRaamInRaam

Nieuweweg, raam-in-raam.


IMG_7906Klaprozen

Klaprozen.


IMG_7907BredaNieuwewegIMG_7909BredaGinnekenstraat

Ginnekenstraat.


IMG_7910BredaVoormaligStadhuisNuBijkantoorVanStadskantoor

Voormalig Stadhuis.


De bibliofiele exorcist, corrector van de zetduivel

Bonaventura Kruitwagen verzamelde teksten over zetfouten, typografische missers en de beruchte ‘zetduivel’ — maar deed dat niet uit louter fascinatie. Hij had een uitgesproken afkeer van slordigheid in drukwerk. Zijn werk was ook een vorm van zuivering: het opsporen, benoemen en corrigeren van fouten als ritueel gebaar. Niet om te veroordelen, maar om het boek zijn waardigheid terug te geven.

De titel is gebaseerd op een zin van Ed Schilders op pagina 109 van het volgende boek.

IMG_7893StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagen

Stichting Desiderata, Ed Schilders, Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen.


Een paar keer per jaar ontvang ik een e-mail van de stichting Desiderata.
Ze brengen met regelmaat een boek uit over boeken of mensen
die in het verleden op bijzondere manier omgingen met boeken.
Het zijn steeds goed leesbare boeken (ik ben geen boekhistoricus)
in een heel mooie uitvoering.
Daarom lees ik de mail vluchtig en koop het boek.

IMG_7894StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenStofomslag

Het boek komt met een heel mooie stofomslag. Meester E.S., Duitse prentmaker, Detail van een ingekleurde gravure van St. Antonius de heremiet.

Daardoor was ik verrast een doos te ontvangen met een boek en een op naam
gestelde envelop. Wat is dit? Wat heeft die brief, in de envelop,
een soort van kopie uit een oud vloeistofkopieerapparaat,
precies met het boek te maken. En van wie is die handtekening op de achterkant?

IMG_7899BonaventuraKruitwagenEncycliekInDeEnvelop

Het duurde even voor ik door had wat ik in mijn handen had:
het boek van Ed Schilders over Bonaventura Kruitwagen met daarin
een aantal van de publicaties van deze boekhistoricus.

IMG_7895 01 StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenSchutbladZetduiveltjes

Het schutblad bestaat uit een verzameling zetduiveltjes.

De brief bij het boek is het eerste levensteken van Kruitwagen na het
bombardement van Rotterdam.
Het bombardement was 14 mei 1940. Het huis waarin hij woonde werd
volledig verwoest, met alles wat er in stond of lag.
Pas op 20 juni 1940 verstuurde Kruitwagen de versie waarvan ik nu
een kopie kreeg.
In de brief beschrijft hij, met een plattegrond, wat hij meemaakte,
waar de bommen vielen en hoe al zijn boeken verdwenen.

De intrigerende titel van het boek van Schilders is:
Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen.

IMG_7895 02 StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenSchutbladZetduiveltjes

Detail van het schutblad.

Ik wil deze boekintroductie beginnen met te vertellen wie
Bonaventura Kruitwagen precies was:

Bonaventura Kruitwagen: boekhistoricus in de marge van het geheugen

Bonaventura Kruitwagen (1874–1954), geboren als Franciscus Josephus Kruitwagen, was een Nederlandse franciscaan en boekhistoricus die zich toelegde op de studie van oude drukken en religieuze teksten. Zijn aandacht ging uit naar incunabelen—boeken gedrukt vóór 1501, zoals vroege Latijnse missalen—en typografische curiosa: zetfouten, marginalia en eigenaardige lettervormen die hij niet als imperfecties zag, maar als sporen van menselijke aanwezigheid in het boek. Ook liturgische teksten, zoals handgeschreven gebedenboeken en gedrukt kerkelijk materiaal, vormden een belangrijk deel van zijn onderzoek.

Als lid van de kloosterorde der Minderbroeders in Wijchen, volgelingen van Franciscus van Assisi, en later werkzaam in Rotterdam, bouwde hij een bibliotheek van circa 9.000 boeken, voornamelijk religieuze drukken, liturgische handschriften, incunabelen en typografisch merkwaardige uitgaven. Deze verzameling weerspiegelde niet alleen zijn wetenschappelijke belangstelling, maar ook zijn rituele omgang met het boek als drager van menselijke sporen. De bibliotheek ging verloren bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940.

Kort daarna schreef hij een brief aan vrienden en kennissen, zijn zogenaamde ‘encycliek’, waarin hij verslag deed van zijn toestand en het verlies. Deze brief vormt het hart van Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen, een postuum eerbetoon samengesteld door Ed Schilders en uitgegeven door Stichting Desiderata.

Kruitwagen was geen canonieke geleerde, maar een rituele lezer: iemand die boeken niet alleen bestudeerde om te bestuderen, maar bewoonde. Zijn nalatenschap leeft voort in de typografische sporen die hij achterliet, en in de reconstructie van zijn leespraktijk door latere boekenvrienden.

De titel ‘boekhistoricus in de marge van het geheugen’ vat zijn positie treffend samen. ‘In de marge’ verwijst naar zijn aandacht voor zowel de letterlijke boekmarge—zetfouten, colofons, typografische eigenaardigheden—als de figuurlijke: boeken en drukken die buiten de canon vallen. ‘Van het geheugen’ wijst op zijn omgang met wat dreigt vergeten te worden. Zijn leespraktijk was geen reconstructie van het verleden, maar een rituele herbeleving van wat nog net aanwezig is—een vorm van herinneren die zich nestelt in typografische sporen, in verloren bibliotheken, in de brief na het bombardement. Zo werd zijn bibliotheek een geheugenarchief, en zijn encycliek een performatief gebed voor wat niet vergeten mocht worden.

Het avontuur van Ed Schilders leidde uiteindelijk tot het boek waar
dit bericht over gaat.
Centraal daarin staat de tweede Cambell van Kruitwagen.

IMG_7897BonaventuraKruitwagenDeTweedeCambellAnnalesDeLaTypographieNéerlandaiseAuXVeSiècle1874

De tweede Cambell, Annales de la typographie Néerlandaise au XVe siècle, 1874.

De Campbell verwijst naar het bibliografische standaardwerk van Marijn Campbell,
getiteld Annales de la typographie néerlandaise au XVe siècle (1874).
Het is een overzicht van Nederlandse incunabelen—boeken gedrukt in de 15e eeuw,
vlak na de uitvinding van de boekdrukkunst.
Campbell was directeur van de Koninklijke Bibliotheek en zijn werk geldt
als een fundament voor de studie van wiegendrukken.

Kruitwagen bezat een handexemplaar van dit boek dat verloren ging
in het bombardement. Later verving hij het door een ander exemplaar.
Waarin hij aantekeningen maakte en correspondentie in bewaarde.
Dat exemplaar werd decennia later teruggevonden door Ed Schilders.

IMG_7896StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagen

Het boek is afwisselend van toon. Naast het bombardement komen er ook
luchtigere onderwerpen aan bod.
Zoals de zetduivel en de bijbehorende citaten.

IMG_7900BonaventuraKruitwagenEncycliekInDeEnvelop

Vandaag is de productie van een boek al een heel karwei.
Maar voor bijvoorbeeld Erasmus (geboren rond 1467 – 1536)
was het vaak nog veel ingewikkelder.
Het proces was veel gevoeliger voor fouten dan vandaag.

Als je een tekst schreef moest je er op vertrouwen dat de drukker goed werk
leverde. Natuurlijk, kon je je zelf actief bezighouden met bijvoorbeeld de
correctie van de drukproeven, maar reizen was in die tijd een hele onderneming.
De drukker zat meestal niet om de hoek.

Vaak was je dan dus afhankelijk van de zetter (de persoon die de loden letters,
een voor een, in de juiste volgorde moest zetten).
Dan had je een corrector nodig die de drukproef moest controleren. Die moest wel
de taal machtig zijn en het hielp als die de tekst ook begreep.

Vervolgens kostte al het werk natuurlijk geld en
de drukker wilde een snel resultaat.

IMG_7901BonaventuraKruitwagenVoorbeeldVanDeEncycliek

De encycliek.

Zetfouten (typo’s) zijn al aan de orde van de dag in mijn blog.
In boeken kwamen die natuurlijk dan ook voor.
Vaak werden de bekende zetfouten in een lijstje in het boek opgenomen.
Bij dat lijstje stond soms een inleiding met een verklaring voor de fouten.
De zetduivel, de (luie) drukker, de zetter en de corrector kregen met regelmaat de schuld.
Soms moest de lezer maar beter oppassen.

Kruitwagen verzamelde dit soort teksten en schreef er artikelen over.
In het boek zijn enkele van deze teksten opgenomen:

Zo beroept de Augustijn Matthijs Pauli (dat was een monnik, geen letterkorps) zich op zijn afwezigheid als hij zegt:
Goet-vvilligen Leser daer sijn door mijn af-vvesenin de tvveeden stuck ingedronghen sommighe Fouten die V.L. [Ulieden] aldus sal believen te verbeteren.

Pagina 95.

De tusschen-komende ziekte des Schryvers is oorzaak, dat de volgende en andere drukfouten die de goedgunstige lezer zal gelieven te verschoonen, zijn ingesloopen.

Pagina 97.

De Drukfouten, die door het uitlaaten of byvoegen van een n of e in den laatsen lettergreep, ook wel taalfouten kunnen maaken, zal men hier en elders mooglyk ook wel ontmoeten, alhoewel ons dus verre geene merkelyke fouten, die den zin veranderen, zyn voorgekoomen; doch Geleerde en Bescheide [= oordeelkundig] mannen, weetende, hoe gemeen dit gebrek is, en hoe bezwaarlyk het zy, een Werk zonder Drukfeilen in ’t licht te brengen, zullen de zelve met heusheid by zich selven gaarne verbeteren. Aan knibbelzuchtigen, die men nooit kan behaagen of voldoen, zullen wy ons niet kreunen.

Pagina 98-99.

….lezen we precies waarom Erasmus zijn lezers kon boeien: door zijn openhartigheid. Geen duiveltjes maar drukkertjes. Hij zei waarop het volgens hem stond, en schreef als een Rotterdammer:

De wet draagt er zorg voor dat niemand een schoen maakt of een kast vervaardigt die niet bevoegd verklaard is door het desbetreffende gilde. Maar de geschriften van zulke belangrijke auteurs, ten opzichte van welk een vrome eerbied op zijn plaats zou zijn, verspreiden ze terwijl ze zo ongeletterd zijn dat ze zelfs niet kunnen lezen, zo lui dat ze zelfs geen lust hebben om over te lezen wat gedrukt wordt[namelijk de proef corrigeren], en zo gierig dat ze liever dulden dar een goede tekst wemelt van fouten dan dat ze voor een paar goudstukken een corrector zouden huren. En juist de brutaalste tekstverknoeiers doen op hun titelpagina’s de schitterendste beloften.

Pagina 119.

Op pagina 109 noemt Ed Schilders Bonaventura Kruitwagen
“de bibliofiele excorsist, corrector van de zetduivel.”
Het is een rake typering, maar ook een ironische.
Want juist in dat citaat sluipt een zetfout binnen:
“excorsist” in plaats van “exorcist.”
Een slip van de pen?
Een echo van de zetduivel zelf?
Of een typografisch eerbetoon aan Kruitwagens obsessie met correctie en imperfectie?

Daarom sluit ik af met een foto van die pagina.
Niet als bewijs van slordigheid, maar als uitnodiging tot herlezing.
Want zelfs de corrector van de zetduivel ontkomt niet aan diens aanwezigheid.

IMG_7903StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenBibliofieleExorcistCorrectorVanDeZetduivel


Bloemen in oktober

Eerder deze maand was ik verrast mooie gele bloemen
te zien in het perk aan het einde van de Verlengde Mark,
aan de Nieuweweg.

IMG_7828InOktober

Toen was het mij niet duidelijk of de plant nog in bloei aan het komen was. Het leek er wel op. Een prachtig gezicht.

IMG_7891BredaMarkendaalsewegBloemenInOktober

Deze week was duidelijk te zien dat de plant inderdaad in bloei aan het komen was. Steeds meer mooie bloemen. Dat in oktober. Het weer is best zacht. Maar toch. Helaas zag ik vanmorgen dat de bloemen beschadigd zijn. Iets of iemand heeft een deel van de bloemen er af getrokken. De losse bloemen lagen nog in het perk.


Pizza van de week

Door omstandigheden heb ik een paar weken geen pizza kunnen eten.
Maar deze week weer wel.

IMG_7889Pizza

Kaas, tomaat (als saus en in partjes), chorizo en kappertjes. Voor de oven.

IMG_7890Pizza

Smullen maar!


Suzanne Duchamp – Deel I

Haar blik is gericht op ons—niet uitdagend, niet afwezig, maar aanwezig.

Zestien foto’s vormen het begin van deze reeks.
Drie daarvan tonen Suzanne Duchamp, niet als icoon, maar als maker.
Eén vergroot op de muur: Suzanne achter de camera, haar blik gericht op het moment van vastleggen. Geen pose, maar een daad.
Eén achter een kaptafel, haar blik recht op ons gericht, terwijl haar reflectie in het raam nieuwsgierig om de hoek lijkt te kijken.
Eén met dubbele belichting: Jean Crotti (echtgenoot) verschijnt achter haar, als een schaduw, als een echo. Geen romantiek, maar een visuele onderhandeling.

Suzanne Duchamp was lange tijd onbekend.
Niet omdat ze niets maakte, maar omdat ze maakte als vrouw.
Zuster van Marcel Duchamp,
de man van het urinoir als kunstwerk.
Vrouw van Jean Crotti,
een Dadaïst, maar geen naam die musea groot op gevels zetten.

Haar werk werd vaak benoemd via anderen, als bijschrift, als echo, als randverschijnsel.

De 3 portretten, deze rituelen van zichtbaarheid:
ze tonen een maker die zich niet wil laten reduceren tot relaties – en de curator van deze tentoonstelling in Kunsthaus Zürich begrijpt dat.

DSC05318KunsthausZürichSuzanneDuchamp 02 Zelfportret

Uitvergroot zelfportret op de muur van het museum: Suzanne Duchamp aan het werk.

DSC05318KunsthausZürichSuzanneDuchamp 01 TxtDSC05319 02 KunsthausZürichSuzanneDuchampPotraitOfJacquesVillonOndertekeningDSC05317KunsthausZürichSuzanneDuchampAvantGardeBeginningsTxtDSC05319 01 KunsthausZürichSuzanneDuchampPotraitOfJacquesVillonOilOnCanvas

Kunsthaus Zürich, Suzanne Duchamp, Potrait of Jacques Villon, oil on canvas.


DSC05321KunsthausZürichSuzanneDuchampYoungGirlWithDog1912OilOnCanvas

Suzanne Duchamp, Young girl with dog, 1912, oil on canvas.

DSC05322KunsthausZürichSuzanneDuchampYoungGirlWithDog1912OilOnCanvasTxt


DSC05323KunsthausZürichSuzanneDuchampSelfPortaitSuzanneDuchampSeatedAtADressingTable1913Photograph

Zij zit. Centraal.
Op een eenvoudige stoel met rechte rug.
Een hoed, een geplooide jurk, een linkerarm die in rust hangt.
Haar blik is gericht op ons: niet uitdagend, niet afwezig, maar aanwezig.
Een dame, nieuwsgierig. Niet erotisch, maar onderzoekend.
Haar rechterbeen zichtbaar, onderbeen en enkel vrij, een schoen die zich toont als accent.
Links in beeld: een gordijn.
Daarachter, in het open raam, haar reflectie.
Die beweegt zich naar voren, lijkt om de hoek te kijken.
In de spiegeling draagt ze een sieraad, een halsketting die in het origineel verborgen blijft.
Twee houdingen, één aanwezigheid.
Suzanne Duchamp als dubbelganger van zichzelf.
Zittend en bewegend.
Rustig en nieuwsgierig.
Binnen en buiten.

DSC05325KunsthausZürichMarcelDuchampDada1916-1923-1953ExhibitionPosterLetterpressInBlackAndRedInkOnLightweightPaper

Eerlijk gezegd kan ik me niet meer herinneren of dit de juiste orientatie is op de poster te tonen. Gevoelsmatig zeg ik ‘Ja’ maar bij Dada weet je dat nooit. Marcel Duchamp, Dada 1916 – 1923, 1953. Exhibition ooster, letterpress in black and red ink on lightweight paper.

DSC05326KunsthausZürichMarcelDuchampDada1916-1923-1953ExhibitionPosterLetterpressInBlackAndRedInkOnLightweightPaper


DSC05328KunsthausZürichSuzanneDuchampDoubleExposureOfSuzanneDuchampAndJeanCrotti1918Photograph

Suzanne Duchamp, Double exposure of Suzanne Duchamp and Jean Crotti, 1918, photograph.

Zij zit. Frontaal.
Hoofd iets naar beneden, iets naar rechts.
Lang gezicht, gesloten ogen misschien. Of een blik die zich onttrekt.
Een jurk, een jas, een boord — niet duidelijk, maar aanwezig.
Voor haar: een tafel. Achter haar: een schaduw.
In die schaduw: Jean Crotti.
Niet naast haar, maar door haar heen.
Zijn hoofd zichtbaar in haar haar.
Zijn ogen misschien open.
De strepen van het gordijn lopen door hun gezichten.
Geen achtergrond, maar raster.
Geen dubbelganger, maar versmelting.
Een romantisch beeld, maar niet sentimenteel.
Een gedeeld portret.
Een gedeelde zichtbaarheid.

DSC05330KunsthausZürichSuzanneDuchampUntitled1916IndiaInkAndWatercolourOnPaper

Suzanne Duchamp, Untitled, 1916, india ink and watercolour on paper.


DSC05332KunsthausZürichSuzanneDuchampBrokenAndRestoredMultiplication1918-1919OilAndSilverPaperOnCanvas

Suzanne Duchamp, Broken and restored multiplication, 1918 – 1919, oil and silver paper on canvas.


DSC05333KunsthausZürichSuzanneDuchampBrokenAndRestoredMultiplication1918-1919OilAndSilverPaperOnCanvasTxt


DSC05334KunsthausZürichSuzanneDuchampRadiationOfTwoSolitarySeparatesApart1916-1920OilGoldPaintStringWaxPlasticGlassBeadsAndTinfoilOnCanvas

Suzanne Duchamp, Radiation of two solitary separates apart, 1916 – 1920, oil, gold paint, string, wax, plastic, glass beads and tinfoil on canvas.

DSC05335KunsthausZürichSuzanneDuchampRadiationOfTwoSolitarySeparatesApart1916-1920OilGoldPaintStringWaxPlasticGlassBeadsAndTinfoilOnCanvasTxt


We hebben stilgestaan bij drie foto’s van Suzanne Duchamp.
Portretten die haar tonen als maker, als aanwezigheid, als ritueel.
In de catalogus krijgen ze waarschijnlijk minder ruimte dan werken als Young Girl With Dog (1912) of Broken And Restored Multiplication (1918–1919).
Daar ligt de nadruk vaak op stijl, op experiment, op aansluiting bij stromingen.
Maar deze foto’s spreken een andere taal.
Een taal van positionering, van zichtbaarheid, van dubbelheid.
Ze tonen niet alleen wat ze maakte, maar hoe ze zich liet zien.

Suzanne Duchamp was lange tijd onbekend.
Of dat terecht is, laat ik aan de lezer.
De curator kiest er in ieder geval voor om haar in de spotlight te zetten.
Niet als icoon, maar als maker.
Niet als bijschrift, maar als begin.

Nerven dragen vorm, bewaren kleur, vervoeren betekenis

Plantenchemie in het Begijnhof door Mandy den Elzen

IMG_7886MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofPoster

Het eerste blad dat ik gefotografeerd heb lijkt op een engel
in vlucht, die op je af komt, met een opvallend groot hoofd,
alsof het ons iets wil zeggen.
Voor de meeste kijkers is dit natuurlijk gewoon een blaadje…..
‘Gewoon’? Nee, helemaal niet gewoon.

Mandy den Elzen heeft gedurende twee jaar het Begijnhof in Breda
bezocht om er bladeren van planten te oogsten en die voor ons
te conserveren en zichtbaar te maken.

Ze maakte 80 platte houten kistjes en verfde die zachtgroen.
Deze cassettes bevatten ieder een beschrijving en een zorgvuldig
geconserveerd blad. De bladen zijn prachtig, ze zijn compleet,
heel, zorgvuldig uitgelegd en hebben hun kleuren behouden.

De beschrijving begint met de Latijnse naam
gevolgd door de Nederlandse naam.
Het geeft details van het moment van vinden, de verzamelaar
en de plaats van de vondst.
Daarna volgt een opsomming van actieve stoffen
met als afsluiting het historisch gebruik.

Dat laatste riep bij mij de vraag op hoe de
hedendaagse wetenschap daartegenover staat.
Eten wij ook bosaardbeien tegen diarree of zetten
we thee van de bladeren als ontstekingsremmer?
Of bleken deze historische adviezen toch minder bruikbaar?

Sommige plantennamen klinken alsof ze al een verhaal in
zich dragen. Bloedwortel, Bloedzuring, Zilverschoon.
Het zijn woorden die klinken als formules, als echo’s van
volksgeneeskunde en botanische poëzie.
Ze roepen beelden op van kleuren, genezing en schoonheid.
Zo is plantenkennis onvermijdelijk ook mensenkennis.
Juist deze sprekende namen sluiten prachtig aan bij het thema
van de Bredase Maand van de Geschiedenis: Natuurlijk.

Naast het bladerarchief is ook een zadenarchief samengesteld.
Twee reeksen kleine flesjes staan er. Ze tonen in elk flesje
een zaadje, als een belofte in glas.
Dat moet ik bij mijn volgend bezoek nog eens langer bij stilstaan.
Bij de zaden stonden en lagen volgens mij ook enkele glazen flesjes
die in Breda zijn opgegraven. Daar is de archeologische
dienst vast verantwoordelijk voor.

De cassettes en belangrijker nog de bladeren en hun
toelichtingen zijn te zien in de tentoonstelling
‘Plantenchemie in het Begijnhof’.

De tentoonstelling loopt gedurende de maand oktober
in het kader van de Bredase maand van de geschiedenis
die als thema ‘Natuurlijk’ heeft.
Bezoek haar, want de verzameling bladeren zijn een genot
voor het oog.

IMG_7874MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofBosaardbeiFragariaVesca

Bosaardbei of Fragaria vesca.

IMG_7875MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofBosaardbeiFragariaVescaTxt


IMG_7876MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 01 VasteLupineLupinusPolyphyllusIMG_7876MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 02 VasteLupineLupinusPolyphyllus

Vaste Lupine of Lupinus polyphyllus.

IMG_7877MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofVasteLupineLupinusPolyphyllusTxtIMG_7878MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofZilverschoonPontentillaAnserina

Zilverschoon of Pontentilla anserina.

IMG_7879MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofZilverschoonPontentillaAnserinaTxt


IMG_7880MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 01 BloedzuringRumexSanguineusIMG_7880MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 02 BloedzuringRumexSanguineus

Bloedzuring of Rumex sanguineus.

IMG_7881MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofBloedzuringRumexSanguineusTxt


IMG_7882MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 01 BloedwortelSanguinariaCanadensisIMG_7882MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 02 BloedwortelSanguinariaCanadensis

Bloedwortel of Sanguinaria canadensis.

IMG_7883MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofBlodwortelSanguinariaCanadensisTxt


IMG_7884MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 01 Oost-IndischeKersTropaeolumMajusIMG_7884MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhof 02 Oost-IndischeKersTropaeolumMajus

Oost-Indische Kers of Tropaeolum majus.

IMG_7885MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofOost-IndischeKersTropaeolumMajusTxtIMG_7887MandyDenElzenPlantenchemieInHetBegijnhofTXT


Een ponsband over het verleden

Een prent, een naam, een vraag aan het Drukkerijmuseum.

Met mijn moeder ben ik bezig geweest spullen door te nemen
die van mijn vader waren.

Mijn vader, geboren in 1930, begon als veertienjarige
met het rondbrengen van alles wat er te bezorgen viel voor
een lokaal bedrijf: drukwerk, boodschappen, materialen en
onderdelen. Na een avondstudie werkte hij altijd in het
grafische vak.
Eerst bij Broese (op de Grote Markt) waar vooral
gelegenheidsdrukwerk werd gemaakt en weer later bij
Dagblad De Stem (in de Reigerstraat) dat door fusies
nu BN/DeStem heet en lang de drukkerij had op het Spinveld.

IMG_7863Koppermaandag1974 01 VolledigePrent

De volledige poster, afmetingen: ruim 60 bij 40 centimeter.


Hij had een plaats voor zijn herinneringen en spullen voor
zijn hobbies. Tussen de spullen vonden we een poster die
mijn moeder niet wilde bewaren. Ik wel.
Het ambachtelijke drukwerk en bijbehorende geschiedenis,
hebben me altijd aangetrokken.

IMG_7863Koppermaandag1974 02 LetterbakPonsband

De centrale afbeelding: een lege letterbak, in diamantvorm geplaatst met daarop een zorgvuldig geschikte ponsband.


Met Copilot maakte ik de volgende beschrijving van de poster:

«««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««

Beschrijving van een vermoedelijke Koppermaandagprent (ontworpen door            Chr. Brouwers, 1974)

Deze prent, ontworpen in 1974 (?) door Chr. Brouwers (?), toont een gelaagde compositie waarin typografie, ambacht en ritueel samenkomen. Centraal staat een lege, diamantvormige letterbak, diagonaal gedrapeerd met een groene ponsband met witte stippen. De letterbak is niet functioneel gevuld, maar fungeert als visueel monument voor het ambacht van de loden letter. De ponsband, sierlijk en losjes neergelegd, verwijst naar een overgangstijdperk: van mechanische typografie naar herinnering.

Rond deze centrale vorm bevinden zich vier illustratieve scènes, elk verbeeldend een archetype uit de geschiedenis van het schrift en de drukkunst:

Beeldhouwer in steen – Gravure als oertekst, taal uit materie.

IMG_7868Koppermaandag1974SteenHakken

Schrijver met ganzenveer – Ritueel schrift, bedachtzaam en ambachtelijk.

IMG_7867Koppermaandag1974Scriptorium

Drukker aan de pers – Mechanische reproductie, typografie in beweging.

IMG_7870Koppermaandag1974Drukpers

Gezel en Meester / Leverancier en Klant  (?) – Overdracht, erkenning en sociale dimensie van het ambacht.

IMG_7869Koppermaandag1974GezelMeesterLeverancierKlant

De achtergrond bestaat uit een collage van houten letters en cijfers, deels driedimensionaal, deels gedrukt, die samen een typografisch reliëf vormen. Fragmenten als “Koppermaanda” en “dag” suggereren het woord Koppermaandag, zonder het expliciet te tonen—een subtiele verwijzing naar het ritueel waarbij gezellen een prent mochten drukken en aanbieden aan stadsgenoten, vaak als proeve van vakmanschap en aanleiding tot feest.

IMG_7864Koppermaandag1974KopperIMG_7865Koppermaandag1974MaandIMG_7866Koppermaandag1974Dag

De prent lijkt niet ambachtelijk vervaardigd met loden of houten letters, maar eerder lithografisch of via een modernere druktechniek tot stand gekomen. De naam Chr. Brouwers en het jaartal 1974 zijn zichtbaar in de compositie, mogelijk als signatuur van de ontwerper.

IMG_7872Koppermaandag1974ChrBrouwersIMG_7873Koppermaandag1974

«««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««««

Vandaag heb ik de foto’s voorgelegd aan het Nederlands
Drukkerijmuseum in Etten-Leur.
Misschien kennen ze de poster of de ontwerper.
Misschien hebben we meer informatie rond het object.

Wat is Koppermaandag?
Koppermaandag is een oude gilde- en drukkersfeestdag die traditioneel werd gevierd op de eerste maandag na Driekoningen (6 januari). De oorsprong van de naam is niet helemaal zeker, maar vermoedelijk komt ze van het woord kopperen—een oud werkwoord dat “feestvieren” of “smullen” betekent, afgeleid van coppe, een drinknap of beker. Het was een dag waarop gilden hun rechten en plichten voorlazen, feest vierden, en soms ook geld inzamelden voor armenzorg of het Leprozenhuis.

Vanaf de 18e eeuw kreeg Koppermaandag een uitgesproken typografisch karakter. Drukkersgezellen mochten op deze dag een prent drukken als proeve van vakmanschap. Deze zogeheten Koppermaandagprent werd aangeboden aan de meesterdrukker, buurtbewoners of stadsgenoten. In ruil ontvingen de gezellen een fooi—de zogeheten kopperfooi—die vaak in de herberg werd besteed. Het was een ritueel van erkenning, ambacht en feest.

Later evolueerde de traditie: drukkerijen begonnen Koppermaandagprenten te sturen aan klanten en relaties, vaak als nieuwjaarswens. De prenten kregen een dubbele functie: een groet én een eerbetoon aan de grafische kunst. In de 20e eeuw raakte het gebruik op de achtergrond, mede door de opkomst van kerst- en nieuwjaarskaarten. Toch zijn er sinds de jaren ’40 pogingen gedaan om de traditie nieuw leven in te blazen, onder andere in Haarlem, Drenthe en Noord-Brabant.

Vandaag de dag leeft Koppermaandag voort als een symbolisch moment voor de grafische wereld—een herinnering aan het ambacht, de overdracht van kennis, en de rituele kracht van drukwerk.

Het kabinet in de kinderwagen

Een leesverslag in drie lagen: proza, poëtica en parafrase.

Als ik iedereen mag geloven, gaat de verhalenbundel ‘Het aanwezige been’
van Arnon Grunberg over gemis.
Volgens de achterflap gaat het over ‘verleiding, verraad en verlies’.

In het titelverhaal (het tweede verhaal in de bundel) speelt
Grunberg met een been: een been dat er is. En ook niet is.
Als het been er niet is, dan is dat zeker een gemis
voor een cellospeelster.

IMG_7776ArnonGrunbergHetAanwezigeBeen

Het eerste verhaal in deze verhalenbundel ‘The Waste Land
laat zich ook lezen als een verhaal over gemis:

het kind dat de vrouw nooit had en dat ze als een gemis heeft ervaren.
En dan: krijgt ze het.

Of het doel in het leven dat de vrouw ooit had als jonge ambtenaar,
dat ze intussen was verloren en mist. Vervolgens hervindt ze het als
vrijwilligster bij een niet-gouvernementele organisatie (NGO).

Of het verloren land van de man die in Londen studeerde en
daar humanist werd genoemd, maar intussen een blinde krijgsheer
en oorlogsmisdadiger was geworden, die op punt staat zijn
land te verliezen.

Allemaal vormen van gemis die in dit korte verhaal te vinden zijn.
Grunberg schetst met weinig zinnen een hele wereld met allerlei
belangen, besluiten en belevenissen.

Hij vertelt veel. En tegelijk: heel weinig
Daarom lees ik het ook als een moderne parabel.

Volgens Wikipedia:

Een parabel is een kort, symbolisch verhaal dat bedoeld is om een morele, religieuze of filosofische les over te brengen. Het verhaal speelt zich vaak af in een alledaagse context en gebruikt herkenbare situaties om abstracte ideeën aanschouwelijk te maken.

Als ik niet wist dat het verhaal in 2022 al was geschreven,
dan zou ik mijn uitleg misschien overtuigender vinden.
Ik leg het hieronder even uit:

Het verhaal ‘The Waste Land’ gaat over het kabinet Schoof.

De hoofdpersoon in het verhaal is een vrouw op leeftijd,
zelfbenoemd topambtenaar, ontevreden, uitgeblust zonder idealen.

‘- als haar werk in Den Haag haar iets had geleerd was het wel dat je nooit moet rekenen op andermans morele instincten en eigenlijk ook niet op die van jezelf -‘

De hoofdpersoon, lees: Dick Schoof.

De hoofdpersoon, meer dan overtuigd van het eigen kunnen,
‘krijgt’ een kind, het grote gemis in haar leven.

‘En toen ze iemand ontmoette met wie ze het (een kind maken, argus) wel wilde, wilde hij niet. Ze had er drie nachten om gehuild,’

‘We moeten het met elkaar doen. fluistert ze tegen het slapende kind, we moeten elkaar een beetje helpen. Je moet me helpen. Ik moet van je gaan houden en ik zal van je gaan houden.’

Het kind, lees: het kabinet.

De hoofdpersoon bindt nauwe banden aan met de blinde krijgsheer
en oorlogsmisdadiger.

‘De minnares van een blinde krijgsheer. Ze werd het met overgave, een onvoorwaardelijkheid die ze niet van zichzelf kende. Dat het geluk, het grote geluk, de vorm kan aannemen van een krijgsheer, een oorlogsmisdadiger, ze kon het amper geloven en ze wenste het niet te bevragen. Als het geluk eenmaal voor je staat moet je er niet te veel vragen over stellen.’

De krijgsheer/oorlogsmisdadiger, lees: Geert Wilders.

Natuurlijk kan dat niet goed blijven gaan.
Er wordt een coup gepleegd en de hoofdpersoon vlucht
met het kind, naar de luchthaven,
waar ze in een fuik terecht komt. Afloop: onbekend.

‘Naarmate ze dichter bij het vliegveld komt, neemt de drukte toe. … Ze tilt het schreeuwende kind uit de kinderwagen. Ze moet de kinderwagen hier achterlaten, anders komt ze er niet doorheen. … Ze drukt het kind stevig tegen zich aan, ook haar kleine koffer zal ze hier achterlaten. Alleen zij en het kind moeten erdoor. … En ze duwt, ze duwt met alle kracht tegen de mensen voor haar.’

De kinderwagen achterlaten, lees: het kabinet wordt demissionair.
Haar kleine koffer achterlaten, lees: kabinet voor een tweede maal gevallen.

De zielloze geschiedenis van het Kabinet Schoof valt
helemaal samen met het verhaal The Waste Land.
Dat kun je met literatuur doen.

Proza
Je kunt het verhaal lezen en genieten van de manier waarop
Grunberg het verhaal in elkaar zet, en blijven bij de betekenis
van de eerste lezing.
De tekst zoals die zich toont—zonder duiding, zonder versiering.

Poëtica
Je kunt achter de verhalen in de verhalenbundel een gezamenlijk
thema proberen te vinden.
Op zoek gaan naar de vorm, het ritmiek en de stilistische keuzes
die de verhaal dragen.

Parafrase
Maar je kunt ook vrij associëren en zoeken naar symboliek met
misschien een boodschap. Een lezing die naast het origineel mag bestaan

Je kunt het ook allemaal tegelijk doen en waarschijnlijk
zijn er nog veel meer manieren om met de tekst om te gaan.

Dat was nog maar verhaal 1 van de bundel met meer dan twintig verhalen!

Soep die goed is voor je ogen

IMG_7857WortelsoepMetPaprikagarnering

De soep van de week is wortelsoep op Indiase wijze. Met wortel, bleekselderie, zoete aardappel, rode peper, ui, garam masala, kokosmelk en limoen. Zelf bedachte garnering: rode paprika. Later nog gekocht: koriander.

IMG_7861WortelsoepMetPaprikagarneringEnKoreander

Zoals altijd: op dag één gemaakt, op dag twee en drie opeten.


Een titel die niet trekt, maar blijft trekken

Over grammatica, ontwerp en de kracht van twijfel.

IMG_7860UitgevrijFragmentOmHetOmslagJaapJungcurtKarelBeunisFrankVanInghHanSteenbruggen

Uitgevrij Fragment, met essay door Han Steenbruggen: Om het omslag – De omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis voor de reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij 1957-1966,


Het boekje ontving ik vorige week.
Naast mijn stoel, op een steeds groeiende stapel boeken,
ligt het boekje.
Er komen meer boeken uit dan je kunt lezen.
Het lukt me niet een boek in een ruk uit te lezen.
Zelfs niet als het om het werkje ‘Om het omslag’ gaat.
De ondertitel vertelt je meteen waar het boekje om gaat:
De omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis
voor de reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij 1957-1966.

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisSybrenPoletKoncretePoezieLP781962

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Sybren Polet, Konkrete poezie (LP 78, 1962)


Maar het boekje trekt wel steeds mijn aandacht.
De titel wringt.
Had de titel niet ‘Om de omslag’ moeten zijn,
‘de’ in plaats van ‘het’?
Het blijft knagen tot ik vandaag besluit het eens
nader te onderzoeken.

Al snel blijkt dat het gevoel goed is:
als de betekenis een kaf of boekband is dan is de juiste
schrijfwijze ‘de omslag’.
Maar er zijn ook andere omslagen: het weer kan omslaan
en we kennen ook een omslag in de economie.

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisGustGilsDriePartiturenLP961962

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Gust Gils, Drie partituren (LP 96, 1962)


Waarom deze keuze? Het is geen fout.
Het kan niet anders dan een bewuste keuze zijn.
De uitgeverij is Uitgeverij Fragment (Frank van Ingh).
Van hen koop ik vaker een boek vanwege de mooie uitvoering.
Het boek verschijnt bij een tentoonstelling rondom
de omslagen in Museum Belvédère.
De directeur van het museum, Han Steenbruggen,
schrijft het essay bij de afbeeldingen in het boek.
Er is te lang aan gewerkt: de eerste plannen voor een
tentoonstelling, bij het Groninger Museum,
dateren al van voor 2008.

IMG_7858UitgevrijFragmentOmHetOmslagPagina21

In de tekst wordt consequent ‘het’ gebruikt bij het
enkelvoudige woord ‘omslag’, bij meervoud gebruikt men ‘de’.
Een vermoedelijk, bewuste typografische keuze.

Wat de reden precies is, weet ik niet.
Maar ik kan enkele mogelijkheden bedenken::

– pockets waren in de jaren 50 een grote omslag.
Ze waren goedkoop, hadden een modern (Amerikaans?) imago
en waren heel succesvol.
– pocketreeksen waren daarbij ook nieuw en binnen de reeksen
in Nederland sprongen de Literaire Pockets van De Bezige Bij
er uit door hun moderne inhoud en vormgeving.
– de ontwerpers, Jaap Jungcurt (beeld) en Karel Beunis
(typografie) maakten in de serie drie keer een omslag:
de eerste serie werd ontworpen met de collagetechniek,
de tweede door gebruik van viltstift, de derde serie door het
werken op basis van tekeningen en de laatste omslagen
kenmerken zich door een zwart-wit beeld.
– door de jaren heen verandert de waardering voor de omslagen
van pockets. In het boek staat een citaat van Dick Bruna,
ontwerper van de omslagen van de ‘Zwarte beertjes’ waarin
hij beschrijft hoe de waardering omslaat: ‘Nu verbaas ik me
er weleens over dat er zo gewichtig over wordt gedaan.’ (pag 22)

Wat precies de reden is, daar zal ik wel niet achter komen.
Misschien moet ik daarvoor de tentoonstelling in
Museum Belvédère bezoeken.

Even over de inhoud, waarom waren die ontwerpen zo bijzonder?

‘In zijn ontwerpen verloor Jungcurt zich zelden in decoratie of routine. Steeds weer wist hij binnen het gekozen stramien van formaat en techniek nieuwe beeldoplossingen te vinden, waarin veelal het vermoeden sluimert van figuratie. Omdat de beelden nooit eenduidig zijn, geven ze alle ruimte tot associeren en dagen ze uit tot onderzoekend kijken.
De composities….., bestaan uit configuraties van scherp tegen elkaar afgezette, heldere kleurvlakken. Ze concentreren zich rond een of enkele motieven, maar zijn afgesneden aan de randen, waardoor ze de indruk wekken zich buiten de randen van het beeldvlak voort te zetten – in de meeste gevallen lijken de composities van in elkaar grijpende kleurvlakken fragmenten van een groter bestel van vormen en vlakken. De spanning die dat oplevert, draagt bij aan de expressieve kracht van elk ontwerp….’

Pagina 11.

Als ik dan toch iets te klagen heb: het gekozen lettertype.
Met name de cijfers ervan.
Als je kijkt naar bijvoorbeeld de jaartallen dan lijkt
de ‘1’ in ‘1958-1961’ visueel los te komen van de rest.
Dat wordt nog versterkt door het koppelteken dat wel heel
dicht aanschuift tegen de ‘8’ van ‘1958’.

IMG_7859UitgevrijFragmentOmHetOmslagPagina27

Verder is het een mooi boek geworden met veel afbeeldingen
ter ondersteuning van de tekst, een overzicht met paginagrootte
afbeeldingen van omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis
en een overzicht van alle deeltjes in de reeks Literaire Pockets.
Aanrader!

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisWillemElsschotLijmenEnHetBeenLP561961

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Willem Elsschot, Lijmen en het been (LP 56, 1961). De foto’s van de omslagen komen van de website van Museum Belvédère.


De stad bekijken bij langzaam toenemend licht

Een visuele wandeling langs wat zich toont, verdubbelt en verdwijnt.

Licht als gids
Vanmorgen begon ik mijn wandeling eerder dan anders.
Het is duidelijk dat de herfst in volle omvang om zich heen grijpt.
Doordat de zon later opkomt en eerder ondergaat,
blijft het ’s ochtends langer donker en valt de avond sneller.
Het wordt frisser en in de natuur veranderen de kleuren.

Dus als ik dan in de ochtend net iets vroeger ga wandelen merk ik
dat meteen. Dan ziet alles er anders uit.
Ook de binnenstad van Breda, waar ik doorheen wandel,
toont zich dan in een ander licht.

Je merkt meteen dat de verlichting anders werkt dan zonlicht.
Dat is volgens mij ideaal voor fotografie.

Zonlicht plaatst alles óf in het volle licht, óf in de schaduw.
Natuurlijk vindt je daartussen heel veel nuances maar die zijn
vooral het domein van de traditionele schilderkunst of het
impressionisme.

Kunstlicht is er vooral om ons de weg te wijzen.
Het is dus niet zo krachtig als de zon. Maar juist die ‘beperking’
zorgt ervoor dat andere zaken worden uitgelicht dan overdag.
Dingen die je overdag niet opvallen spelen nu ineens de hoofdrol.
Rommel op straat, vuilniszakken, lelijke kleuren of vormen,
ze lijken te verdwijnen of minder belangrijk te worden.
Een camera, bij mij de camera van mijn telefoon, ziet dat meteen.

Dus besloot ik vanmorgen daar eens extra op te letten en
nam meer dan 20 foto’s die ik in dit bericht met jullie deel.

IMG_7831BredaCingelstraatKoninginWilhelminapaviljoenLinksEnKMA

Koningin Wilhelmina Paviljoen en op de achtergrond de KMA.

IMG_7832BredaCingelstraatNieuwEnOudIMG_7833BredaCingelstraat

Cingelstraat.

Reflectie en uitsnede
Bij het fotograferen let ik extra op lichtbronnen en
de oppervlakken die het licht terugkaatsen.

In de schemering kan het zijn dat een licht juist te sterk is.
Dan probeer ik die uit mijn foto te houden.
Maar soms lukt dat niet of ben ik nog niet zeker hoe het
er uiteindelijk op de foto uit zal komen te zien.
Ik let extra op weerspiegelingen op glas of op het water.
Op een eerdere foto weerspiegelt een lantaarn in de
ruit van een modern gebouw. Niet op de laten tussen de ruiten.
In het oude gebouw rechts zie je een lantaarn (die
niet te zien is) weerspiegelen in een van de ramen.
De weerspiegeling toont een witte gevel met weer een raam.

Er is een foto waarvan ik twee versies laat zien hieronder.
De eerste foto laat zien hoe ik de foto gemaakt heb.

IMG_7834BredaCingelstraat01HuisVanBrechtRechtsMetInrijpoort1792

Originele, volledige foto. Cingelstraat. Inrijpoort van het Huis van Brecht.

Op die foto krijgen de deur links en de lichtbron linksboven
te veel accent. Eigenlijk zou ik ook liever de steigers niet op
de foto willen zien. Maar dan moet ik misschien een paar weken
wachten want ze zijn net geplaatst.
Natuurlijk leveren de buizen van de steigers ook reflecties op.
Daarom verdwijnen ze niet allemaal uit het uiteindelijke resultaat.
Door een kleinere uitsnede komt het tegenlicht in de poort
beter tot zijn recht, en krijgt het licht
op de kinderkopjes meer nadruk.
Waarschijnlijk valt het jaartal 1792 (boven de deur,
in de timpaan) ook meer op.

IMG_7834BredaCingelstraat02HuisVanBrechtRechtsMetInrijpoort1792

De uitsnede van de eerdere foto. Deze beschouw ik als het echte resultaat.

Het maken van een uitsnede stelt je dus in staat om die
delen van de foto te kiezen waarmee je het verhaal wilt vertellen.

IMG_7835BredaSchoolstraat

Breda, de Schoolstraat.

IMG_7836BredaSpanjaardsgat

Spanjaardsgat.

IMG_7837BredaHoekKraanstraatVismarktstraat

Hoek Kraanstraat – Vismarktstraat.

IMG_7838BredaVismarkt

De Vismarkt.

IMG_7839BredaVismarktstraatGroteKerk

Vismarktstraat en Grote Kerk.

IMG_7840BredaHavenIMG_7841BredaHaven

De Haven.

IMG_7842BredaBeginHaagdijk

Het begin van de Haagdijk.

IMG_7843BredaHaven

De Haven die achteraan nog donker is maar waar op de voorgrond het licht dat tussen de wolken door op het water reflecteert.

IMG_7844BredaTolbrug

Tolbrug.

IMG_7845BredaNieuwewegMarkendaalseweg

De Verlengde Mark tussen de Nieuwe Weg (links) en de Markendaalseweg (rechts).

IMG_7846BredaStJanstraat

St. Janstraat.

IMG_7847BredaGroteMarktZuid

Grote Markt Zuid.

IMG_7848redaGroteMarktJudithOpDeRug

Grote Markt met tussen de bomen het standbeeld Judith op een pilaar. Ik ben zo gaan staan dat het licht deels achter het hoofd van Judith ‘verdwijnt’.

IMG_7850BredaGroteMarktGroteKerkIMG_7851BredaGroteMarktNoordIMG_7852BredaLangeBrugstraat

Lange Brugstraat.

IMG_7854BredaGroteMarktZuidIMG_7855BredaIngangStadserf

Het begin van het Stadserf vanaf de Grote Markt.

Afwezigheid en stilte
Op mijn foto’s zie je weinig mensen. Natuurlijk is het
op een donderdagochtend rustiger in de binnenstad
dan op zaterdagmiddag. Dus er zijn minder mensen.
Ik wacht bewust, zodat er minder auto’s of mensen
in beeld verschijnen.

Mijn foto’s moeten een ander verhaal van de stad vertellen
dan het beeld dat overdag ontstaat.
De foto’s van vanochtend tonen niet alleen andere accenten,
maar ook hoe snel het ochtendlicht verandert —
en hoe stil de stad kan zijn.


Roestige brommer duikt op bij kunsttentoonstelling: sabotage of spontane kunst?

BREDA – Bezoekers van de tentoonstelling Futura Botanica in de Nieuwe Veste keken vreemd op toen er plots een roestige brommer opdook tussen de futuristische kunstwerken. Het voertuig, een deelscooter van Felyx, stond pal naast een installatie van kunstenaar Merlijn Toby.

Volgens de folder – een A5-harmonica met zes zijdes – reageert Toby’s werk op de aanwezigheid van het lichaam door het verschil in elektrische lading op te vangen. “Het werk beweegt, resoneert en lijkt een eigen leven te leiden,” staat er. In de praktijk bleef het object stil. Snoeren liepen langs takachtige elementen naar platte bakken, waarvan de functie niet direct duidelijk was. “Ik zag geen beweging, hoorde niets,” zegt een bezoeker. “Maar misschien moet je het voelen in plaats van zien.”

Geen officiële toevoeging

De brommer is niet opgenomen in de folder. Toch hangt er een QR-code aan het stuur, die leidt naar een website over ‘Metaalflora’—een onbekend project van een performancekunstenaar die zichzelf Rostflora noemt. Op de site staan profielen van roestige fietsen en scooters, met Latijnse namen en beschrijvingen alsof het planten zijn.

Van ongeroest naar geroest

Volgens bronnen in de kunstscene is de brommer niet zomaar geplaatst, maar onderworpen aan een proces van gecontroleerde verwaarlozing. De performance zou hebben bestaan uit het blootstellen van het voertuig aan singelwater, compost, en stadsverkeer—een soort stedelijke groeicyclus. “Roest is bloei,” staat op de website van Rostflora.

Meerdere stadia van mutatie?

Op de kade bij de Nieuwe Veste staan inmiddels ten minste vier roestige fietsen en de deelscooter, bedekt met modder en oxidatie. Daarnaast hangen er enkele fietsen in het hek die niet verroest zijn, maar mogelijk toch deel uitmaken van het experiment. Volgens kenners zou dit kunnen wijzen op een gestage groeicyclus: van ongeroest naar geroest, van functioneel naar fossiel. “Het lijkt alsof sommige voertuigen nog in het kiemstadium verkeren,” zegt een voorbijganger. “Alsof ze wachten op hun beurt.”

Waarom op de Nieuwe Prinsenkade?

De locatie wordt gezien als een overgangszone tussen kunst en infrastructuur. “Het is een uitzetting,” zegt een anonieme bron. “Net als jonge planten die je na het kiemen buiten zet.”

Geen aangifte gedaan

Er is geen schade gemeld en er is geen aangifte gedaan. De brommer is niet geregistreerd als gestolen. De politie is op de hoogte, maar ziet geen reden tot actie. “Zolang het geen gevaar oplevert, laten we het aan de kunstwereld,” aldus een woordvoerder.

Tentoonstelling loopt nog tot eind oktober.

Of de brommer blijft staan, is nog niet beslist. Of het experiment inmiddels is afgerond, ook niet.

IMG_7827BredaNwePrinsenkadeAvonturen

Fotobijschrift: Aan de Nieuwe Prinsenkade, net buiten het centrum van Breda en vlak bij de Nieuwe Veste (bibliotheek en muziekschool), zijn meerdere exemplaren van het Metaalflora-project te zien. Van rechts naar links: Velociflora oxidata F1 t/m F4 (volgroeid, met radiale oxidatie en bastachtige textuur), Scooteria urbana (Felyx-exemplaar, met modderpatina en beginnende roestvorming), en daarachter, in het hek, enkele hangende exemplaren van Velociflora juvenilis—nog niet verroest, mogelijk in kiemstadium. Volgens kunstenaar Rostflora betreft het een stedelijke groeicyclus waarin voertuigen muteren tot botanische entiteiten. De exacte grenzen van het experiment blijven onduidelijk.


Voor verdere unformatie:

QR voor scooteria-urban