Het bord is al vuil.
Waarschijnlijk hangt het er al een tijdje.
Volgende week is het zo ver.
Een prachtig evenement voor de stad.
Voor de binnenstadbewoners wat minder.
De plastichoreca zal de regie overnemen en
je kunt nauwelijks meer in of uit je huis.
Eten in een restaurant – er zijn er opvallend veel
gesloten – zal niet normaal mogelijk zijn.
Alles gaat in de evenementenstand: plastic glazen,
frites met ander vet en suiker.
Dus deze week boodschappen hamsteren.
13 foto’s op 13 augustus
De verzameling oude meesters in de Lakenhal in Leiden is
een bezoek meer dan waard.
Toen ik vanochtend de foto’s aan het voorbereiden was
viel me op dat het 13 foto’s waren die ik vandaag
wilde delen op mijn blog.
Later realiseerde ik me dat het vandaag de 13e is.
Een interessant aantal Rembrandts. Zoals deze. Rembrandt Harmensz van Rijn, Brillenverkoper, circa 1624, olieverf op paneel.
Het gaat bij deze werken vooral om de details:
de brillen van de verkoper bijvoorbeeld, of een selfie van Rembrandt,
de gebedsnoten, de boeken.
Dat zal zich in de latere series doorzetten.
Altijd weer die boeken kun je dan denken. Maar hier zit weer een verhaal achter.
Rembrandt Harmensz van Rijn, Musicerend gezelschap, 1626, olieverf op paneel.
‘het tijdelijke karakter van bezittingen en vermaak’
Even iets heel anders. Wat een werk (in meerdere betekenissen). Willem van de Velde de oude, Het uitzeilen van de Hollandse Vloot van Vlieree (= de rede van Vlieland) op 9 juni 1645. Circa 1650. Oost-Indische inkt op paneel.
Volgens de Lakenhal:
Rechts zeilt het admiraalschip de Brederode van Witte de With, voorafgegaan door drie schepen, waaronder het vice-admiraalschip het Huis van Nassau onder bevel van Joris van Cats. Links voor een aantal sloepen, en het strand van Vlieland met een vuurbaak; rechts in het verschiet Terschelling met de Brandaris. Rechts op de voorgrond drie bruinvissen.
Rembrandt Harmensz van Rijn, Historiestuk met zelfportret van de schilder, 1626, olieverf op paneel.
Daar zien we, een beetje verscholen, het selfie van Rembrandt.
Omgeving van Cornelis Engebrechtsz, Portretten van Dirck Ottens en zijn vrouw Cornelia Pietersdr., 1518, olieverf op paneel.
Cornelis Engebrechtsz. (Leiden, ca. 1462 – Leiden, 1527) was een Nederlandse kunstschilder. Hij was de eerste belangrijke kunstschilder uit Leiden en wordt beschouwd als de grondlegger van de Leidse School. Engebrechtsz. was ook de leermeester van een aantal andere Leidse schilders, waaronder Lucas van Leyden, Aertgen van Leyden en Engebrechtsz.’ eigen zoon Pieter Cornelisz.
Misschien denk je: ‘Wat een saaie schilderijen.’
Maar ik was getroffen door de details en ik moest meteen terugdenken
aan de tentoonstelling (pre-corona) in het Rijksmuseum over de gebedsnoot.
Want ik denk dat beide een gebedsnoot in de hand hebben.
Kijk maar eens.
Dit zijn de handen van Dirck en het voorwerp dat ik bedoel. Een gebedsnoot is een voorwerp ter grootte van een walnoot waarvan je de twee helften kunt openen om dan religieuze voorstellingen te zien die mensen gebruikten voor privé devotie. Rijkdom en religie in één beeld.
Dit zijn de handen van Cornelia met een vergelijkbaar voorwerp. Het is alleen nog rijker versierd. Maar als iemand meer info heeft over de voorwerpen, dan hoor ik dat graag. Ik ga de catalogus er nog eens op naslaan.
De artikelen die ik kon vinden gaan vooral over de identificatie van de achtergrond
en het proberen vast te stellen wie precies de schilder was.
Ergens zag ik nog een opmerking over de gesp van Cornelia, maar verder niets.
Elzeviertjes
Het begrip kende ik niet maar het lijken een soort van
reisgidsen. Heel toepasselijk in deze tijd van het jaar.
Op de tentoonstelling ‘Books that made History’ zag je
naast de geselecteerde werken een paar ondersteunende boeken.
Op zijn minst net zo interessant.
Daar lag dus ook een Elzeviertje.
Op de foto hieronder het Elzeviertje over Polen en de Baltische staten (Links) en rechts het exemplaar over Noord Afrika. Helaas ontbraken verdere details (of ik heb niet goed gekeken). De uitgever zal natuurlijk wel Elzevier zijn.
Maar er lagen ook nog andere boeken dan Elzeviertjes.
Florentius Schuyl, René Descartes. Ik vermoed dat dit boek ‘Renatus Descartes de homine figuris et latinitate donatus’ heet. Maar dat is een gok.
Altijd weer boeken…
Dit opiniestuk van Olaf Leeuwis verscheen donderdag 4 augustus in het NRC. Van de quote van Ted Hughes kun je wat vinden maar het stuk stelt interessante vragen.
Ik moest hem even opzoeken, Olaf Leeuwis.
Dit heeft hij over zichzelf geschreven op Twitter:
Olaf Leeuwis (@OlafLeeuwis) / Twitter Olaf Leeuwis @OlafLeeuwis Boekhandelaar bij Mayflower. Schrijft voor NRC & De Mare. Een vakantiegevoel, maar dan altijd. ‘The sun shone, having no alternative’.
Zo verscheen bovenstaand stuk op de achterpagina.
Een wandeling op een rustige zondagochtend
Deze foto’s hadden jullie nog te goed van mij.
De Ginnekenstraat.
Karnemelkstraat.
Markendaalseweg.
Dezelfde Markendaalseweg maar dan vanaf de Fellenoordstraat.
Nijverheidsingel. De reden van deze foto is het beton in aan de overkant. Net boven de waterlijn. Ik liep hier lang geleden op iedere schooldag langs. Toen zat daar de CHV nog (Coöperatieve Handels Vereniging). Het was een overslagplaats voor onder andere veevoer. Dat werd onder andere via het water met schepen hier gebracht. Dus dat beton was deel van de kade.
Dit ankerpunt werd door de schepen gebruikt om het schip aan vast te houden.
Hoge Brug, Vismarktstraat en Grote Kerk….en het afval van de nacht ervoor dat nog niet is opgeruimd (de gemeente was al druk bezig).
De afgelopen weken was het druk in de Haven.
Weerspiegelingen in ruiten. Altijd leuk. Cingelstraat.
Breda, Cingelstraat.
Boek nummer 8
Ergens is mijn telling van de boeken op de tentoonstelling
Books that made History / Boeken die geschiedenis schreven,
de mist in gegaan.
Volgens het Stembiljet is het boek van vandaag, boek nummer acht.
Het zijn dan ook meteen twee boeken!
Op nummer 8 staan Willem Piso en Georg Markgraf. Hun werk kwam in een publicatie te staan die in twee delen verscheen.
Een naam moet ook nog even vermeld worden: Johannes de Laet. Hij redigeerde het werk van twee geleerden en maakte er een publicatie van.
Het essay is van Mariana Francozo en op pagina 70 en volgend schrijft ze:
Het succes van het boek is in de eerste plaats te danken aan de rijke beschrijvingen van de tropische natuur, maar dat was zeker niet het enige. Ook de opzet, de indeling en de context waarin het boek in de republiek tot stand kwam, hebben bijgedragen aan de impact ervan. Het oek heeft een structuur die we vandaag de dag zouden typeren als ‘encyclopedisch’. In plaats van een verhalend verslag bestaat het werk uit thematische hoofdstukken met een reeks artikelen die beginnen met de lokale naam van een plant of dier, gevold door de Nederlandse en/of Portugese benaming en de fysische of morfologische beschrijving ervan, waarna de gebruiksmogelijkheden en andere interessante of nuttige wetenswaardigheden volgen.
Hoewel het wetenschappelijke classificatiesysteem pas in de achttiende eeuw zou worden ontwikkeld, had de Historia Naturalis Brasiliae al een indeling die nog eeuwenlang bruik- en herkenbaar zou blijven voor wetenschappers en geleerden. In feite was het boek al snel na publicatie een gezaghebbende bron over de flora en fauna van Zuid-Amerika, zozeer zelfs dat de Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus er in zijn taxonomische systeem naar verwees.
Willem Piso & Georg Markgraf, Historia Naturalis Brasiliae. Drukker/uitgever: Franciscus Hackius en Lowijs Elzevier, Amsterdam, 1648.
De boekenpers moet hard werken
Over het hoofd gezien
Boekbinden in augustus (vervolg)
Na mijn vorige bericht over het boekbinden ben ik weer
wat verder gekomen.
Vooral het boekje ‘Hoe te binden!’ met de lezingen van
Hector de Backer is weer een stuk verder.
Te beginnen met een mal voor het prikken van de naaigaten.
Dan leg ik de katernen op de prikmal. Die houten mal gebruik ik nu alleen om er voor te zorgen dat het gat van de els groot genoeg is voor het binden.
Dan de mal erop en het prikken kan beginnen.
Altijd leuk om te zien als het lukt.
Van mijn ouders kreeg ik wat oud papier met de vraag of ik daar nog iets mee kon. Nou deze leuke kleine envelop ga ik zegger gebruiken.
Deze kopieën van een werktekening en instructies kan ik dan weer gebruiken om kladblaadjes te maken. De lege achterkant is steeds goed voor één of twee keer boodschappen doen.
Dan kan het naaiwerk beginnen. Het is maar een dun boekje. Ik heb de afmetingen gelaten zoals ik de katernen gekregen heb.
Gereed. Nu wil ik het boekje nog een tijdje in de boekenpers leggen. Goede reden om mijn droogboeketje nog eens na te kijken.
De katernen voor het enveloppenboek heb ik ook uit de pers gehaald. Daar is aangegeven waar de gaten geprikt gaan worden. Maar dat is voor de volgende keer.
Driehoefijzers
Weer een wandelpareltje uit Breda.
De Brouwerij De Driehoefijzers bestaat al lang niet meer.
Er staan nog een paar originele gebouwen maar de rest is intussen weg
en vervangen door een woonwijk.
Maar er zijn best nog wel een paar dingen die aan de brouwerij doen denken.
Zo staat er nog een grote schoorsteen.
Vanaf de zonkant is het een beter beeld. Let eens goed op het metselwerk…
Daar vind je de drie hoefijzers uit het logo van de brouwerij in terug.
Even verderop staat zelfs een soort van Driehoefijzers-monument in de vorm van een dorpspomp. Het pompmechanisme en de kraan werken niet en zijn op deze foto niet te zien. Wel het Driehoefijzers-logo zoals dat aan twee kanten te zien is. Kijk eens goed naar de kroon van dit monument. Vaak zie je daar florale motieven of stadswapens. Maar hier….
Een omgekeerde kroonkurk.
Tegen over het monument een minibieb!
Dan de Driehoefijzersstraat. Ze doen hun naam eer aan. Kijk eens goed naar het metselwerk (dat in de hele Cerresstraat pareltjes bevat).
Er zit ook nog interessante horeca dus als je in Breda
een een niet te lange, leuke en lekkere wandeling wilt maken…
Boekbinden in augustus
De boekbindwerkzaamheden hebben een tijd stil gelegen.
De verhuis van het atelier naar huis had heel wat voeten
in de aarde en nu kost ook het je draai vinden om
op kleinere schaal thuis te binden ook tijd.
Maar de draad is opgepakt waar hij was blijven liggen:
bij het enveloppenboek.
Met gebruikte enveloppen die anders toch alleen maar
worden weggegooid maak ik een boek. Het is een beetje
bedoeld als vingeroefening. Het resultaat is te
gebruiken als een soort van aanteken- of boodschappenboek.
Ik ga als volgt te werk:
= ik neem 5 vensterenveloppen (die qua afmetingen
aan elkaar gewaagd zijn);
= die leg ik op elkaar. De kleinste bovenop;
= de bovenste envelop is de maat. Daar snij ik de
zijkanten af en de bovenkant. Daarbij moet ik er voor
zorgen dat de envelop nu helemaal open te vouwen is en
dat alle kanten recht zijn. Dan is niet meer te zien
hoe (slordig) de envelop is opengemaakt;
= ik schuif 5 enveloppen in elkaar zodat ze een katern
vormen;
= er zijn intussen 15 katernen. Sommige katernen zijn
voorzien van ‘grafisch werk’ dat van de afgelopen 5 jaar
is overgebleven;
= dan gaat het geheel in de boekenpers;
= daarna kan ik het binden;
= de band wordt een band met opgelegde platten. Die methode
maakt het mogelijk 2 kleuren voor de boekbandbekleding
te gebruiken. Ik heb pas een paar coupons gekregen van
iemand die zelf veel kleding maakte. Die stukken ga ik
proberen op te werken.
Natuurlijk kun je het boekblok nog op één maat snijden in
je snijmachine voordat je de band erom heen gaat maken.
Mijn snijmachine staat op een lastige plaats om te gebruiken
dus kies ik ervoor om de individuele katernen te laten verschillen.
De vensterenveloppen. Sommige hebben geen venster en sommige zijn voorzien van een decoratie.
De enveloppen zijn 5 bij 5 gegroepeerd en van het eerste katern ligt de kleinste envelop boven. In dit katern zit ook een envelop met bubble foam als binnenkant.
Na het snijden ziet die envelop met bubble foam er dus zo uit. Best leuk. Ik heb wel gezorgd dat van het katern dit de binnenste envelop is.
Dat een envelop niet haarscherp aan de bovenkant is geopend maakt niet uit als je er rekening mee houdt bij het snijden van de envelop.
Als er een postzegel of poststempel op de envelop zit dan probeer ik die te sparen bij het snijden.
In de boekenpers zitten op dit moment de droogbloemen maar daar kunnen de enveloppen, tussen twee stukken karton van steviger enveloppen, best bij.
Tussen karton.
Nu nog even de pers aandraaien.
Er lag ook nog een boekje in losse katernen te wachten op inbinden. Het gaat om een tweetal Franstalige lezingen van Hector de Backer. Ze zijn door Boris Rousseeuw vertaald en samengebracht in een boekje onder de titel ‘Hoe te binden?’. Zijn (heel actieve) margedrukkerij heet De Carbolineum Pers. Als het boekblok is ingebonden dan wil ik er een bruin fluwelen boekband om maken. Het fotograferen van de stof geeft niet helemaal de kleur van de stof goed weer.
Daarom nog een poging.
Voor het enveloppenboek ga ik deze twee stukken kunststof gebruiken. Geen idee wat voor materiaal het is maar deze kleuren gaan het best leuk doen, denk ik.
Boekenlegger bij een overhemd cadeau?
Ja, dat klopt.
Vandaag kocht ik twee overhemden en daar kreeg ik een boekenlegger
bij elk hemd cadeau.
Reclame maak ik liever niet vandaar dat ik ze anoniem gemaakt heb.
Dit boek heb ik eerder nog niet op mijn blog genoemd. Maar de boekenleggers heb ik er meteen op geprobeerd. Het boek heet ‘Boekbanden – Bij het afscheid van Rens Top als conservator boekbanden van de KB’. Heel leuk boek trouwens.
Toen ik de boekenlegger zo uit het boek zal steken en voelde dat het
dikker is dan de gemiddelde boekenlegger
moest ik terugdenken aan wat waarschijnlijk mijn eerste bezoek
aan een bibliotheek was.
Ik ging met mijn vader.
De bibliotheek in Breda was toen aan het Van Coothplein.
Nu zit in dat gebouw een restaurant.
In die tijd mocht je als bezoeker van een bibliotheek niet
zelf in de buurt van de boeken komen.
Boeken zocht je op aan de hand van de titel of schrijver in
kaartenbakjes die op tafels stonden opgesteld.
Had je het kaartje gevonden dan liep je daar mee naar een
toonbank waarachter de bibliothecarissen waren.
Die namen je kaartje (kaartjes?) mee en haalde het boek op.
Op de plaats van het boek staken ze een houten plankje.
Dan gaf de medewerker van de bibliotheek je het boek zodat je
kon zien of het boek ook inderdaad het boek was dat
je zocht. Was dat niet het geval dan ging het boek
weer terug op zijn plaats.
Verdere stappen van het proces ken ik niet maar er
zal toch iets met het kaartje moeten gebeuren.
Het boek werd gestempeld op een ingeplakt blaadje als
je het mee wilde nemen. Op dat blaadje stond de uiterste
inleverdatum.
Dit soort dingen weet ik niet precies meer maar ik
moest aan het houten plankje denken toen ik de dikke
boekenlegger voelde.
Boter, kaas en eieren
De bequaemheyd des vrouwlijcken geslachts (7)
Boek nummer 5.
Helaas moet ik zeggen dat ik het essay van Pieta van Beek het minste
vind van de essays die ik gelezen heb in het boek ‘Boeken die geschiedenis schreven’,
het boek dat is verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling.
In een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Bibliotheek en het
Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is een tentoonstelling samengesteld
met ‘de top 25 boeken’ die in Leiden geschreven of gedrukt zijn en die
een impact hebben op de geschiedenis, soms tot op vandaag.
Het boek stond onder redactie van Kasper van Ommen en
Garrelt Verhoeven.
Daar waar de andere essays uitstekend beschrijven waar het boek over gaat,
wat de directe impact daarvan was en wat we daar vandaag nog van merken,
concentreert het essay van Van Beek zich vooral op de acceptatie
van het boek bij directe tijdgenoten/collega’s.
De positie van vrouwen in de universitaire wereld is iets dat veel
mensen bezig houdt. Dus dan is het jammer als niet duidelijk wordt
welke rol dit boek daarin, en in de vrouwenemancipatie in het
algemeen, nu precies gespeeld heeft.
Dus wat er nu precies in het boek staat dat de plaats in deze lijst
van 25 boeken rechtvaardigt, blijft onduidelijk voor mij.
Het enige dat daar over gezegd wordt is het volgende:
Dat laatste, het Logisch Betoog, heeft een strakke scholastiek-filosofische vorm met probleemstelling, argumenten, weerleggingen en conclusie, zoals: ‘Wie van nature het verlangen heeft naar kunsten en wetenschappen, is ervoor geschikt. Vrouwen hebben dat verlangen. Dus zijn ze er voor geschikt.’ [Mijn vertaling, PvB]
Van Schurman vond verstandige vrouwen geschikt voor studie.
Anna Maria van Schurman, Dissertatio de ingenii muliebris ad doctorinam meliores litteras aptitudine. Drukkerij van Abraham en Bonaventura Elzevier, Leiden, 1641.
Op Wikipedia staat de scholastiek beschreven.
Over de methode wordt daar bijvoorbeeld gezegd:
De scholastieke methode
…. De scholastiek wordt verder inhoudelijk gekenmerkt door een vaste werkwijze om problemen en teksten te bestuderen. Eerst poneerde men een quaestio, een vraagstelling waarover twijfel heerste. Die werd onderverdeeld in verschillende articula met stellingen. Vervolgens kwamen de tegenwerpingen aan de orde, ingeleid met bijvoorbeeld sed contra. Hierop volgde een antwoord (responsio), waarna per articulum van de quaestio de argumenten kort besproken werden. …
Ja, ik ben een man.
Wandelpareltje
Boek nummer zes
Uit het essay van Anna-Luna Post het volgende citaat (pagina 55):
Het nam …. de vorm aan van een gesprek tussen drie personages: Simplicio, Sagredo en Salviati. De zeventiende eeuw kenmerkt zich door de grote variëteit aan genres en de creatieve manier waarop wetenschap werd bedreven, en Galileo beheerste dat literaire spel als geen ander. Ook nu laat hij zijn personages samen ronddwalen, ditmaal door het Venetiaanse Arsenaal, waar praktische vraagstukken over schepen en kanonnen aanleiding geven tot bespiegelingen over de ‘twee nieuwe wetenschappen’ die Galileo in dit boek aan bod laat komen: de materiaalkunde en de bewegingsleer.
………
en (Galileo) presenteerde zijn nieuwste werk dan ook als een radicale breuk met de dominante, aristoteliaanse traditie. Terwijl die traditie vooral draaide om het ordenen van reeds gevestigde kennis, vastgelegd in de teksten van Aristoteles en zijn volgers, wilde Galileo juist toe naar een nieuwe manier van wetenschap bedrijven, waarin waarneming en experimenten centraal stonden.
Galileo Galilei, Discorsi e dimonstrazioni metematiche. Drukkerij: Abraham en Bonaventura Elzevier, Leiden, 1638. Dit boek is het vierde boek op de tentoonstelling ‘Boeken die geschiedenis schreven’ in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO).
Nog meer Visserstraat
Vuelta?!
Wandelkunst
Had mijn vrouw maar één zo’n been
Heel regelmatig vallen nieuwe, bijzondere dingen op tijden
de dagelijkse wandeling.
Sinds een paar dagen gebruik ik een app van de Hersenstichting
om mijn wandelingen bij te houden.
Ik heb niets met de Hersenstichting maar vind wandelen leuk.
Maar heel fanatiek ben ik niet en wil ik ook niet zijn.
Twintig minuten per dag lopen, buiten de reguliere activiteiten
als boodschappen doen ed moet kunnen.
Vanochtend viel me het volgende op:
Breda, Valkenberg.
Het begin van de wegwerkzaamheden aan de JF Kennedylaan.
Vanmorgen zag ik dit been (nu na het bekijken van de foto denk ik: het kan ook een poot zijn van bijvoorbeeld een hert) op een elektriciteitshuisje en moest meteen denken aan Bomans en zijn ‘gesprek’ met Marlene Dietrich waarin hij zegt ‘Had mijn vrouw maar één zo’n been’.
Breda, Verlengde Mark, Markendaalseweg.
Dit leuke huis aan de Markendaalseweg is opgeknapt en is er enorm op vooruit gegaan. Nu valt me de datum op: ‘Anno 1796’.
Dit is een screenshot van de app. Ik zou dit niet laten zien als ik niet op nummer 1 stond. Overigens was dat maar kort want mijn directe concurrent heeft later vandaag gelopen. We staan nu gelijk.
Deze foto maakte ik niet tijdens mijn wandeling maar kort daarna. Breda, weekmarkt op dinsdag, ochtendritueel.



































































































