De bequaemheyd des vrouwlijcken geslachts

Boek nummer 5.

Helaas moet ik zeggen dat ik het essay van Pieta van Beek het minste
vind van de essays die ik gelezen heb in het boek ‘Boeken die geschiedenis schreven’,
het boek dat is verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling.
In een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Bibliotheek en het
Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is een tentoonstelling samengesteld
met ‘de top 25 boeken’ die in Leiden geschreven of gedrukt zijn en die
een impact hebben op de geschiedenis, soms tot op vandaag.
Het boek stond onder redactie van Kasper van Ommen en
Garrelt Verhoeven.

Daar waar de andere essays uitstekend beschrijven waar het boek over gaat,
wat de directe impact daarvan was en wat we daar vandaag nog van merken,
concentreert het essay van Van Beek zich vooral op de acceptatie
van het boek bij directe tijdgenoten/collega’s.

De positie van vrouwen in de universitaire wereld is iets dat veel
mensen bezig houdt. Dus dan is het jammer als niet duidelijk wordt
welke rol dit boek daarin, en in de vrouwenemancipatie in het
algemeen, nu precies gespeeld heeft.

DSC03975AnnaMariaVanSchurmanDissertatioDeIngeniiMuliebrisAdDoctorinamMelioresLitterasAptitudineDrukkerijAbrahamEnBonaventuraElzevierLeiden1641

Dus wat er nu precies in het boek staat dat de plaats in deze lijst
van 25 boeken rechtvaardigt, blijft onduidelijk voor mij.
Het enige dat daar over gezegd wordt is het volgende:

Dat laatste, het Logisch Betoog, heeft een strakke scholastiek-filosofische vorm met probleemstelling, argumenten, weerleggingen en conclusie, zoals: ‘Wie van nature het verlangen heeft naar kunsten en wetenschappen, is ervoor geschikt. Vrouwen hebben dat verlangen. Dus zijn ze er voor geschikt.’ [Mijn vertaling, PvB]
Van Schurman vond verstandige vrouwen geschikt voor studie.

DSC03974AnnaMariaVanSchurmanDissertatioDeIngeniiMuliebrisAdDoctorinamMelioresLitterasAptitudineDrukkerijAbrahamEnBonaventuraElzevierLeiden1641

Anna Maria van Schurman, Dissertatio de ingenii muliebris ad doctorinam meliores litteras aptitudine. Drukkerij van Abraham en Bonaventura Elzevier, Leiden, 1641.


Op Wikipedia staat de scholastiek beschreven.
Over de methode wordt daar bijvoorbeeld gezegd:

De scholastieke methode
…. De scholastiek wordt verder inhoudelijk gekenmerkt door een vaste werkwijze om problemen en teksten te bestuderen. Eerst poneerde men een quaestio, een vraagstelling waarover twijfel heerste. Die werd onderverdeeld in verschillende articula met stellingen. Vervolgens kwamen de tegenwerpingen aan de orde, ingeleid met bijvoorbeeld sed contra. Hierop volgde een antwoord (responsio), waarna per articulum van de quaestio de argumenten kort besproken werden. …

Ja, ik ben een man.

Boek nummer vier

DSC03971GalileoGalileiDiscorsiEDimonstrazioniMetematicheDrukkerijAbrahamEnBonaventuraElzevierLeiden1638


Uit het essay van Anna-Luna Post het volgende citaat (pagina 55):

Het nam …. de vorm aan van een gesprek tussen drie personages: Simplicio, Sagredo en Salviati. De zeventiende eeuw kenmerkt zich door de grote variëteit aan genres en de creatieve manier waarop wetenschap werd bedreven, en Galileo beheerste dat literaire spel als geen ander. Ook nu laat hij zijn personages samen ronddwalen, ditmaal door het Venetiaanse Arsenaal, waar praktische vraagstukken over schepen en kanonnen aanleiding geven tot bespiegelingen over de ‘twee nieuwe wetenschappen’ die Galileo in dit boek aan bod laat komen: de materiaalkunde en de bewegingsleer.
………
en (Galileo) presenteerde zijn nieuwste werk dan ook als een radicale breuk met de dominante, aristoteliaanse traditie. Terwijl die traditie vooral draaide om het ordenen van reeds gevestigde kennis, vastgelegd in de teksten van Aristoteles en zijn volgers, wilde Galileo juist toe naar een nieuwe manier van wetenschap bedrijven, waarin waarneming en experimenten centraal stonden.

DSC03970GalileoGalileiDiscorsiEDimonstrazioniMetematicheDrukkerijAbrahamEnBonaventuraElzevierLeiden1638

Galileo Galilei, Discorsi e dimonstrazioni metematiche. Drukkerij: Abraham en Bonaventura Elzevier, Leiden, 1638. Dit boek is het vierde boek op de tentoonstelling ‘Boeken die geschiedenis schreven’ in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO).


Ontsnapt in een boekenkist

Naar de boekenkist gaan kijken in Slot Loevestein
was jarenlang een van de hoogtepunten van mijn zomervakantie.

Maar dan nu:

Voor Grotius (de Latijnse naam van Hugo de Groot) was het basisbeginsel van internationale betrekkingen het wederzijds bindende karakter van contracten en verdragen (pacta sunt servanda), dat de Nederlanders in staat stelde hun overeenkomsten met de plaatselijke bevolking voorrang te geven boven veronderstelde verplichtingen jegens de Portugezen als medechristenen.

Die contracten en verdragen waren dan niet altijd
volledig eerlijk tot stand gekomen. Maar toch.
Dus hoe de Paus de wereldzeeën ook verdeeld had tussen Spanje en Portugal,
de overeenkomsten tussen de Nederlanders en lokale heersers in
bijvoorbeeld de Molukken hadden meer impact, volgens Hugo de Groot.
Zijn beginselen vormen vandaag nog steeds de basis voor internationale
verdragen.

Boek nummer 2

DSC03963BooksThatMadeHistoryHugoGrotius(HugoDeGroot)MareLiberumLodewijkElzevierLeiden1609 01DSC03963BooksThatMadeHistoryHugoGrotius(HugoDeGroot)MareLiberumLodewijkElzevierLeiden1609 02DSC03964BooksThatMadeHistoryHugoGrotius(HugoDeGroot)MareLiberumLodewijkElzevierLeiden1609TXT

Hugo Grotius (Hugo de Groot), Mare Liberum, uitgever was Lodewijk Elzevier, Leiden, 1609.


Het citaat is afkomstig uit ‘Boeken die geschiedenis schreven’,
dat onder redactie van Kasper van Ommen & Garrelt Verhoeven
tot stand kwam. Pagina 34. Het essay van Jan Waszink.