Vandaag was het dan zo ver.
De laatste tentoonstellingsdag in Lokaal01 in Breda.
Lokaal01 is slachtoffer van de bezuinigingen op cultuur.
Binnenkort meer foto’s van het evenement vanmiddag.

Lokaal01, catalogus, Once More.
Vandaag was het dan zo ver.
De laatste tentoonstellingsdag in Lokaal01 in Breda.
Lokaal01 is slachtoffer van de bezuinigingen op cultuur.
Binnenkort meer foto’s van het evenement vanmiddag.

Lokaal01, catalogus, Once More.
Het Noordbrabants Museum is onlangs weer geopend.
Na een lange verbouwing.
Waar heb ik dat meer gehoord?
Op een prachtige manier is het Noordbrabants Museum
‘samengevoegd’ met het Stedelijk Museum in Den Bosch.
Beide musea bezoeken zou voor vandaag te veel geweest zijn.
Daarom heb ik me geconcentreerd op het Noordbrabants Museum
en in het bijzonder The Moonlight Garden van Marc Mulders.

De met glas beklede gevel van het Stedelijk Museum.

Marc Mulders, Ecce Homo, 1989. Een vroeg(er) werk van de kunstenaar.

Marc Mulders, Ecce Homo, detail.

Marc Mulders, Zonnebloemen.

Marc Mulders, Zonnebloemen, detail.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail van detail. Let op het samenspel met het tapijt.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail. De lichtwerking is prachtig. Een samenwerkingsverband van kunst en natuurlijk licht.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail van detail. De kleuren passen gewelding bij zijn schilderijen.

Marc Mulders, detail van zijn Desso-Project, 2013.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail. Het glas in lood deel al dekt die omschrijving niet precies de constructie en werkwijze. Dit enorme werk steekt zowat het plafond in.

Marc Mulders, The Moonlight Garden, detail van detail.

De introductietekst stond een beetje weggedrukt in een traphal.

Dertig jaar lang is Marc Mulders (Tilburg 1958) actief als beeldend kunstenaar. Deze retrospectieve expositie laat alle aspecten van zijn oeuvre zien, van zijn vroegste olieverfschilderijen tot zijn meest recente tapijtontwerpen.
De instenties van Marc Mulders zijn in die dertig jaar opmerkelijk constant gebleven: het verbeelden van de natuur met al haar diepe symboliek.
Het hart van Mulders’ oeuvre blijft de schilderkunst. Het veroveren van een onderwerp op de olieverf is nog altijd zijn belangrijkste doel. Hij brak in de jaren ’80 door met doeken met een religieuze thematiek. Die werden in de jaren ’90 gevolgd door een lange en succesvolle reeks bloemen- en wildschilderijen. Recentelijk maakten bloemenkelken plaats voor bloemenweiden. Zijn laatste serie is zelfs abstract en gaat over de (denkbeeldige) ruimte achter de bloem.
Sinds de jaren negentig heeft Mulders zich bekwaamd in het schilderen op glas. Hij ontwierp gebrandschilderde ramen voor kerken, openbare gebouwen en particuliere woningen.
Het meest recente raam, The Moonlight Garden, is hier te zien in een frame ontworpen door Piet Hein Eek.

In het museum is verdere heel veel moois te zien zoals dit tapijt met als voorstelling een soort feest vrij naar David Teniers.

Wat te denken van deze prachtige gele zaal, een van de vele prachtig gerestaureerde zalen in het museum.

Zicht op de centrale tuin.

Marc Mulders, The Moonlight Garden catalogus.

Marc Mulders, The Moonlight Garden catalogus, detail van de kaft, in relief gedrukt.

Marc Mulders, De watertuin, een voorbeeld van een van zijn huidige schilderijen uit de catalogus.

De inspiratie.

Barbara Vaughan, Kaliva, 2012, pigment print on cold press rag paper.

Catherine Mills, Vanity, 2013, oil on canvas.
Een schilderij met tekst, in dit geval met boektitels,
doet het bij mij altijd goed.
Waar gaat het hier om?
Barbara Vine, The Chimney Sweeper’s Boy.
William Makepeace Thackeray, Vanity Fair.
Alice Walker, The Color Purple.
Twee boeken met als thema homosexualiteit en het boek
waarvan de titel van het schilderij is afgeleid
geeft kritiek op de neiging bezit belangrijker te vinden
dan persoonlijk geluk.
De titel van het schilderij verwijst naar de stillevens
die als motto ijdelheid en leegheid hebben.

Claude Monet, Boats moored at Le Petit-Gennevilliers, 1874, oil on canvas.

Discus thrower (Diskobolos), Roman, second century AD (after lost Greek original, about 450 – 440 BC), Villa Emperor Hadrian, Tivoli marble.

Francisco Zuniga, Familia Indigena, 1976, original six color lithograph.

Gerrit van Honthorst, The duet (het duet), 1624.

Gustave Caillebotte, Petit bras de la Seine effet d’automne, 1890, oil on canvas.

Henri Matisse, Seated woman with a vase of amaryllis, 1941, oil on canvas.

Louise Moillon, Still life with peaches on a ledge, 1620, oil on panel.

Michael Nicoll Yahgulanaas, The hood, 2010.
De motorkap.
Het volgende artikel stond op Breda Vandaag
naar aanleiding van de tentoonstelling van werk van Jaap de Vries.
De tentoonstelling wordt gebracht als een overzichtstentoonstelling.
Dat vind ik niet een juiste benaming.
Daarvoor ligt de nadruk teveel op recent werk.
Dat maakt de tentoonstelling niet minder goed.
Het is een beleving om door de mooie ruimtes te lopen.
31/05/2013
Auteur: Wijnand Nijs
Het werk van de Bredase kunstenaar Jaap de Vries is confronterend.
Tientallen werken van De Vries in twee verdiepingen
van het Breda’s Museum zijn onvermijdelijk, haast verpletterend.
Zondag opent de eerste overzichtstentoonstelling.
De schilder over zijn motivatie en zijn leven.
“Verwarring, daar geniet ik van.”

Jaap de Vries, Celebration (Viering), 2012, waterverf, plakband en papier op aluminium.
“Vrouwen, vrouwen en vrouwen.”
Dat was het eerste werk van De Vries samengevat.
“Twee vrouwen die plassend op een Volkswagen staan,
drie bij vier meter groot.
‘Mooi geschilderd’, zeiden de docenten bij St. Joost.
Maar zou je niet eens een ander onderwerp kiezen.
Maar juist dan dacht ik: ‘Ik ben op de goede weg.
Daar moet ik op doorgaan’.”
En zo geschiedde.
Waarna nog meer vrouwen volgden.
Erotisch. Pornografisch.
Die stempel zou je het werk van De Vries kunnen geven.
Confronterend of verpletterend past ook.
Veel werk is groot.
Hij gaat voor een schilderij staan, spreidt zijn armen.
“Ik ben zelf ook groot. Dit kan ik aan.”
Je kunt er letterlijk niet omheen.

Het atelier van Jaap de Vries in Breda (foto uit boek van Breda’s Museum ter gelegenheid van de tentoonstelling uitgegeven)
Techniek
De Vries schildert met waterverf op aluminium.
Dat vergt een aparte techniek.
“Want het houdt niet, de verf.
Ik schilder mijn werk met de platen liggend op de grond.
Elke kleur moet lang drogen, als het water verdampt is,
blijft het pigment achter. Als het af is, fixeer ik het.
Pas dan is het blijvend.
Anders kun je het er met een nat washandje zo vanaf vegen.”
De Bredase kunstenaar zoekt de grenzen op in zijn werk.
“In kunst kun en mag je alles doen wat je wilt,
op mensen dood maken na dan.
Dat je als kunstenaar geen gebruik maakt
van die onbeperkte mogelijkheden, dat snap ik niet.
Ik snap niet dat je jezelf grenzen oplegt.
Denk niet teveel na, maar doe.”

Jaap de Vries, Threesome (Trio), 2012.
De schilder doet nog steeds.
Zijn werk verandert wel.
“Mijn werk is kleuriger geworden”, weet hij.
Mede ook door zijn wekelijkse internetwerken.
Want elke week plaatst hij een werk van 30 bij 40 cm
ter veiling op zijn website, te koop voor minstens 350 euro.
“Dat biedt ritme.
Ik kan ze ook maken in de tijd dat mijn andere werk ligt te drogen.”
Een paar van deze ‘schetsen’ hangen ook in het museum.
Grote kans dat ze daarna nog op de veiling belanden.
Landschappen als tegenpool
Het negatieve dat hem inspireert vloog
en vliegt hem ook wel eens aan.
Het resulteert in landschappen, die ook een plaats
hebben gekregen in deze tentoonstelling.
“Een tegenpool voor de negativiteit
waarin ik zelf ook verstrikt raakte”, zo vertelt hij.
“Het zijn werken die onschuldig bedoeld zijn.
Ik geef er zelf ook geen duiding aan.”

Jaap de Vries, Pond III (Vijver), 2011, waterverf, acryl en collage op aluminium.
Toch associeerden sommige kijkers het met zijn andere werk.
“‘Ik zou dat bos nooit ingaan’, vertelde iemand me over een werk.”
Terwijl het bijvoorbeeld ontsproot aan zijn maandagse
fietstochten door het Mastbos, iets dat hij jarenlang deed.
“Ik heb het bos zien veranderen.
Gezien hoe het water terugkwam.”
Geen duiding
Geen duiding dus over zijn werk.
Wel een duidelijke boodschap.
“Maar ik kom niet met oplossingen.
De esthetica van zinloosheid, het zoeken van houding
ten opzichte van elkaar en de houding ten opzichte van het leven.”
Al wandelend langs de tentoonstelling, geeft De Vries commentaar
of poneert hij een stelling.
“Ik heb me er nooit bij neergelegd dat de natuur de baas is.
Wij mensen zijn de baas.”
Het slaat ook op zijn eigen situatie.
De Vries is geopereerd aan een hersentumor en ondergaat chemo.
Het zorgt voor de uiterste verwarring die hij als kunstenaar zoekt,
maar dan in hem zelf.
“Daarom is deze periode ook niet negatief.
Ik heb vertrouwen. Die verwarring is ook mooi.”
“Het negatieve is altijd interessanter dan het positieve.
Kijk naar de films van Batman. Batman is een watje,
de Joker die is interessant.
Zeker zoals Jack Nicholson hem speelt.
Ik ben gefascineerd door wreedheid.
Dat mannen tot alles in staat zijn, bijvoorbeeld
dat ze bereid zijn om voor een stukje land oorlog te voeren.”
Schitteren
Zijn schilderijen schitteren door zijn manier van werken.
Het aluminium licht op in de spotlights
en geeft diepte aan het werk.
“Als je het in het daglicht bekijkt, ziet het er weer heel anders uit.”
Confronterend is ook het werk van het kind
dat als expositiebeeld is gekozen.
Indringend, gevoelens van verdriet oproepend.
Het is wat ook zijn andere kunst oproept.
“Je vindt iets mooi en gelijkertijd voel je dat het pijn doet.
Dat vind ik mooi.
Voor de vrouw die dit werk zag,
was dat de reden om het niet te kopen.
Voor mij zou het een reden zijn om het juist wel te kopen.
Het betekent dat je nog wat uit te zoeken hebt.
En wat is dan de aanschaf van een schilderij.
Dat scheelt je een psychiater.
Door er naar te kijken geef je het een plek.”
Jaap de Vries
Bik in het Duister, overzichtstentoonstelling
Breda’s Museum
2 juni tot en met 29 september
Vanmiddag was de opening van de tentoonstelling
van het werk van de kunstenaar Jaap de Vries.
Een jaar of wat geleden heb ik zijn atelier een keer bezocht.

Jaap de Vries: Blik in het duister.
Ik kwam in zijn atelier terrecht omdat hij meedeed
aan het kunstproject: Over de Schutting.
Zijn techniek en zijn voorstellingen maken direct indruk.

De opkomst bij de opening was groot.
Na een korte inleiding en een introductie door een jaargenoot
waren de tentoonstellingsruimtes klaar voor een bezoek.
De meeste gasten vonden het terras heel aantrekkelijk
dus was de tentoonstelling zelf niet te druk.
Het werk hangt er prachtig.

Bij de tentoonstelling is een boek met prachtige foto’s
van onder andere Frans Strous en tekst van Philip Peters.
De tekst moet ik nog lezen dus daarover later.
Het gebeurt niet vaak dat een in Breda werkende kunstenaar
in het Breda’s Museum te zien is.
Grijp die kans aan!
Werp een blik in het duister.

Krishna holds up Mount Govardhan to shelter the villagers ff Braj, folio from a Harivamsa (The legend of Hari Krishna), circa 1590 – 1595. Afkomstig uit hedendaags Pakistan, waarschijnlijk Lahore.
Dit is een van de grote klassieke teksten van de wereldliteratuur.
Hier een manuscript uit ongeveer 1590.
Het manuscript is onderdeel van de Metropolitan Museum collectie.
De afbeelding was al eens eerder hier op mijn blog te zien
maar een paar maanden geleden zag ik er ook een stuk tekst van.
Een geweldige inspiratie voor het Altered Book
over India dat ik aan het maken ben.
Zo mooi wordt mijn boek niet, maar het idee voor een tekst illustratie
zit nu in mijn achterhoofd. Ik ben benieuwd of en hoe het er weer
uit gaat komen.
Kijk maar eens naar die tekst:

En meer in het bijzonder de goudversiering tussen de tekstregels.


Steve Chmilar, Mind over eye no 1, 2013.

Steve Chmilar, Mind over eye no 1, 2013, detail.

Anselm Kiefer, Oh Halme, Ihr Halme, Oh Halme, Der Nacht, 2012.

Anthony Van Dyck, Suffer little children to come unto me, circa 1618 – 1620, oil on canvas.

Carved granite temple step (Sandakada Pahana), 1000 year old pre-Hindu stone step.

Claudio Bravo, Morteros – Mortars, 2001, oil on canvas.

Claudio Bravo, Triacuteptico paquete rojo y blanco (Red and white package triptych), 2005.
Rood/wit pakpapier triptiek.

Derrick Velasquez, Untitled #64, 2013, marine vinyl and walnut.

Face jug, circa 1862, Edgefield District of South Carolina.
Gezichtskruik, Afro-Amerikaans.

Gordon Parks, Grandi Magazzini, Birmingham, Alabama, 1956, photo.

Henri Matisse, La Gerbe (De schoof), 1953 – 1954, ceramic tiles.

Itao Shinjiro, Adjustable iron statue of hawk, before 1894, Japanese call these sculptures Jizai Okimono.
Ijzeren havik die in verschillende standen kan worden gezet.

Keith Haring, Two headed figure, 1986.

Koen van den Broek, Torque #7, Keltisch sierraad, 2013, oil on canvas.

Lucian Freud, The brigadier, 2003 – 2004.

Pair of lime-green ground, Famille-Rose vases, Jiaqing seal, marks and period, 1796 – 1820.

Roderic O’Conor, Red rocks and sea, 1898.

Spencer Finch, Shield of Achilles, Dawn, Troy, 10/27/02, 2013, florescent fixtures and filters.

The Mishneh Torah, Book of Avodah, service, on temple worship, opening panel, folio 41v, circa 1457.

Thomas Houseago, Striding figure II (ghost), 2012, bronze and steel.

William Morris, Zhejiang man from the ‘Man adorned’-series, 2001, blown and applied glass, copper, wire, metal stand.
Lokaal01 in Breda houdt op te bestaan.
Dat is erg jammer want een bezoek aan dit kunstencentrum
is altijd een plezier.
Maar het is niet anders en nog een maal
halen ze alles uit de kast.
Gisteren heb ik er met veel plezier rondgelopen
en een serie foto’s gemaakt.

Het goede nieuws is dat er naast de tentoonstelling nog een extra programma is.

Extra programma Once more…and more.
Het extra programma zal zich onverwacht afspelen en op 8 en 23 juni.
23 juni is als ik het goed begrijp de allerelaatste dag.

Het begint al bij de ingang: “The characters and events depicted in this spectacle are fictitious, any similarity to actual persons, living or dead, is purely coincidental”. U bent gewaarschuwd.

Rechts ‘DemandeMo’, Andrea Medjesi-Jones.
Wie precies wat gemaakt heeft wanneer wordt niet altijd duidelijk.
Het wachten is op de ‘final catalogue of the show’
die op 23 juni wordt gelanceerd.

Wat ik erg goed gedaan vindt, is dat rond het Lokaal01 gebouw
een frame of hek van blauwe latten is gemaakt.
Die blauwe latten komen binnen overal terug.
Je ziet ze bijna op al mijn foto’s.

Vast zonder de steun van Greenpeace, vermoed ik.

Net als voor de meeste werken geldt, je moet het gaan zien.
Hier een hele sliert gezichten tegen de muur en
een portfolio op de grond met schetsen/werk met gezichten.

Renato Nicolodi, Monument aux morts.

Theo Schepens (denk ik).

Kunstwerken maken is leren omgaan met foutmeldingen:
jezelf keer op keer afvragen wat je eigenlijk aan het doen bent.

Fix the economy, make banks pay!
Repareer de economie, laat de banken betalen.

Let me live in a world pure.

Ik zal wel erg ouderwets zijn
maar bij een kunstwerk vind ik het wel belangrijk
dat het er goede uitziet.
Dat het vakwerk niet alleen in het idee
maar ook in de uitvoering,
de communicatie van de toeschouwer zit.
Hier is dat zeker het geval.



Research and destroy.
Hier kun je een hele study over maken.
Deze tekening is onderdeel van een groter werk
dat je op de volgende foto ziet.
Ik ben heel benieuwd naar de catalogus.


Hele sterke foto’s, helemaal in de traditie van
de klassieke stillevens.

Zie hoe de blauwe latten overal terugkomen.
Met beperkte middelen een enorme impact. Proficiat!


Even buiten kijken. Achter en voor.


Nog een Theo Schepens. Ze staan op veel plaatsen
deze kleine, intrigerende beeldjes.

De schilder van dit doek heeft een mooie techniek.
ook de tape die er op zit is geschildert.
Doet me denken aan het werk van Claudio Brave dat ik gisteren zag.
Die heeft een triptiek geschilderd (onder meer)
waarop een hyperrealistische afbeelding van pakpapier te zien is.


Lokaal01. Gaat dat zien!
‘Smanneke’ is de naam die wij aan een designlamp
van Tom L’Istelle hebben gegeven.
We hebben de lamp een tijd geleden in zijn winkel gezien.
Het is een soort wandelend vogelhuisje.
De lamp is een beetje aangepast naar onze wensen en hij gaat
nog op een trapje komen te staan.
Vandaag afgesproken hoie dat er uit komt te zien.
Vandaag kwam eerst de lamp zelf.

‘Smanneke’ wordt in elkaar gezet.

Tom L’Istelle.

Hij begint al een beetje te lopen, maar de eerste stapjes zijn moeilijk.

Het vogelhuisje met lamp.

Praalgraf en het drieluik van Jan van Scorel.

Door de plaats en positie van het enorme schilderij laat het zich heel moeilijk mooi fotograferen. Het licht dat van achter door de ramen komt, maakt het heel moeilijk het schilderij goed te zien. De laatste keer dat ik het zag, op de grote tentoonstelling in Utrecht, was het veel beter te zien. Maar het werk hoort in de Grote Kerk thuis.
Het linkerpaneel van Jan van Scorel’s De vinding van het Ware Kruis toont de zoon van Keizerin-moeder Barbara (Constantijn) die een strijd levert over de Ponte Milvio. Deze slag markeerde de bekering van Constantijn naar het Christendom.

Het schilderij is bijna een stripverhaal. Ieder paneel, ook dit middenpaneel, vertelt een deel van het verhaal. Hier zie je dat de Keizerin-moeder Barbara in het jaar 324 de drie kruisen van Golgotha vindt.

Het rechterpaneel toont het moment waarop het kruis van Christus wordt geidentificeerd en er tegelijkertijd iemand uit de dode opstaat.
Het schilderij dateert uit ongeveer 1540.

Het drieluik “De Vinding van het ware kruis”(Ca 1535) van Jan van Scorel is een altaarstuk dat gemaakt is voor het nieuwe Herenkoor van de Grote Kerk.
De meest waarschijnlijke opdrachtgever is Rene van Nassau Chalon, de eerste Prins van Oranje, zoon van Hendrik III van Nassau. Het drieluik werd geschilderd in het atelier van Jan van Scorel in Utrecht. Het is een van de drie bewaard gebleven monumentale altaarstukken die in de jaren veertig en vijftig van de 16e eeuw in de werkplaats van Jan van Scorel werden gemaakt. Alle andere zijn waarschijnlijk verloren gegaan tijdens de Beeldenstorm (1566).


Als je er dan toch bent, loop je even rond door de Grote Kerk. Je ziet er iedere keer weer nieuwe dingen. Peeter Janssen van der Locht.


Nog een maal, Lokaal01.

Mark Hampson: No more bad art.



Daan Verzele, Hobbelpaard (bij gebrek aan de werkelijke titel)

Gisteren even door het Valkenberg gelopen,
op weg naar Lokaal01, ik verliet het park
via de J.F. Kennedylaan.

Daar zag ik het ineens.
Het gedicht van Roland Jooris.
Natuurlijk gefotografeerd.
Kwam toen tot de volgende compilaties:

Park Het Valkenberg, Breda.
Vogel wipt/
Tak kraakt/
Lucht betrekt/
Bijna niets/
om naar te kijken/
en juist dat/
bekijk ik
Roland Jooris
Roland Jooris: Minimal.
Uit: Het museum van de Zomer, 1974)
Typografie op hekwerk, rechts van entree J.F. Kennedylaan.
In opdracht van gemeente Breda, supervisie door Post-St.Joost, Breda.

Toch een mooie beschrijving van wat een kunstenaar doet en is?
Op het web kwam ik nog het volgende werk tegen
van Steffen Maas, grafisch ontwerper.

Begin mei is er een veiling van impressionistische meesterwerken
bij Sotheby’s in New York.
Er zijn tussen de 71 werken ook twee Nederlandse inzenders.
Deze werken passen allemaal, stuk voor stuk,
in een museum.
Aangevuld met een beperkt aantal andere afbeeldingen en zie daar
de Kunstvaria van vandaag.

Edvard Munch, Kystlandskap fra Hvitsten (Coastal landscape at Hvitsten), 1922, oil on canvas.

Fernand Leger, Trois femmes a la table rouge, 1921, oil on canvas.

Georges Roualt, Arlequin, circa 1956, oil on paper laid on canvas.

Kees van Dongen, Anita (La gitane apprivoissee), 1907 – 1908, oil on canvas.
Ik ben benieuwd hoe lang dit schilderij mag blijven staan van Photobucket?

Marc Chagall, Les cavaliers, 1928 – 1929, gouache pastel and colored crayon on paper laid down on cardboard.

Pablo Picasso, Sylvette, executed in 1954, painted metal.

Paul Delvaux, Eloge de la melancolie (Penelope), 1951 – 1952, oil on panel.

Pierre Bonnard, Coupe et corbeille de fruits, 1944, oil on canvas.

Piet Mondriaan, Church in Zoutelande (Kerk in Zoutelande), 1909, oil on canvas.
Dit schilderij van Piet Mondriaan is toch fantastisch!

Vincent van Gogh, Eglogue en Provence – Un couple D’Amoureux, 1888, oil on canvas.

Vincent van Gogh, Peasant woman reeling yarn, 1885, black chalk on paper.
Vincent van Gogh, Boerin die een draad afwikkeld, zwart krijt op papier.

Zoulikha Bouabdellah, Hobb 22 (Love), 2010, powder coating paint on aluminum.
Letters, of meer in het algemeen schrift, in een kunstwerk.
Dan ben ik je man.

Alexander Calder, Blue feather, circa 1948, sheet metal, wire and paint.
![]()
Diego Giacometti, Console chevreuil; Biche et Bambi, circa 1975.

Dragon and phoenix bowl, China, Daoguang mark and period, 1820 – 1850.
Draak en feniks kom, uit de Daoguang regeerperiode

Vorige week heb ik geleerd dat als een draak 5 tenen/vingers heeft
dat het dan gaat om keramiek dat voor het Keizerlijk hof is gemaakt.
Dus geen export keramiek.
Hier tel ik 5 vingers.

El Lissitkzy, Proun vrashchenia, circa 1919.

Emil Nolde, Bauernrosen und rudbeckien, 1950, watercolor on paper.

Georges Braque, Bouteille de rhum, spring 1914, oil on canvas.

Joan Miro, Personnage, 1978.

Maqbool Fida Husain, Untitled, 1970, oil on canvas.

Marilyn Minter, Not in these shoes, 2013, enamel on aluminum.

Pablo Picasso, Pierrot and Harlequin on a cafe terrace, circa 1922, stencil on paper.

Sascha Braunig, Sticks Together, 2012, oil on canvas.

Wafaa Bilal, Chair, 2003 – 2013, archival inkjet, photograph.

Wakaskatsina sacred mask of the Hopi, Arizona, indian tribe.

Zhao Xiaomeng, #2, 2012, photo.
Zoals vorige week al aangegeven een aanrader.

In onze vorige expositie, IT AIN’T OVER YET,
lieten we zien hoe er door verschillende kunstenaars
wordt gekeken naar de voorspellingen
rondom het einde van de wereld.
Maar gelukkig,
we hebben de gevreesde datum 21-12-2012 overleefd; it ain’t over!
En dus wordt het tijd om ons te richten
op de dag van morgen.
Een dag vol oplossingen, nieuwe ontdekkingen,
luchtigheid en vrolijkheid.
We mogen weer dromen, dromen van morgen.
We moeten dromen!

De tekst hierboven staat wel in de wij-vorm,
maar voor alle duidelijkheid,
ik maak geen onderdeel van KOP of van de groep kunstenaars
die samen de tentoonstelling in het Huis voor de beeldcultuur
in Breda hebben georganiseerd.
De tekst is het eerste deel van hun folder over de tentoonstelling.

De kunstenaars zijn:
Aart Jan Venema
Tom L’Istelle
Stefan Gross
My Anh Hang

Ik heb er gisteren een paar foto’s gemaakt.
Ik vond de roze scultptuur voor het raam
erg mooi maar het lukt niet daar een foto van te maken.

In dit werk staat de Bredase Sint Annastraat centraal.
Er hoort dit volgende schrijven bij (deel):


Dit werk combineert een belangstelling voor fauna
met de straat/wijk-namen van Breda.

Wie de details goed bekijkt snapt waarom dit me zo aansprak.


De makers zijn: Simon Kentgens, Sally Pearce, Rodney Seijkens en Elise Hilenaar.

Gisteren ben ik in het Princessehof in Leeuwarden geweest.
Daar heb ik de tentoonstelling ‘Ming’ bezocht.
Waarmee je een goed inkijkje krijgt in de bijzondere collectie
die dit keramiekmuseum heeft.

’t Gulden Paerdt.
Maar voordat ik aan de tentoonstelling toekwam heb ik
eerst een korte wandeling door de oude binnenstad gemaakt.
Gevelstenen, bovenlichten, grote panden, koningsbomen en een begijnhofje.

Nauta Buma Huijs



Ter Herinnering aan de troonbestijging
van H. M. Koningin Wilhelmina
Der Gemeente aangeboden door de Vereeniging
voor Vaderland en Oranje
31 augustus 1898

Stadhuis, vreemd weggeduwt tussen de andere gevels.


Eewal 55. Drukkerij ‘De Eendracht’
Op de oudste gedetailleerde plattegrond van de stad Leeuwarden uit 1603 van Johannes Sems ziet men op de plaats van de huidige drukkerij ‘De Eendracht’ een pand met een trapgevel en ten oosten hiervan een tuinmuur behorend bij het aangrenzende Huygenshuis. Later werd de muur vervangen door een nieuw woonhuis dat in de achttiende eeuw telkens in de belastingkohieren genoemd wordt.In 1716 was dominee Meinsma eigenaar van beide genoemde panden. Zijn dochter droeg omstreeks 1760 de twee woonhuizen aan dominee A. Passamier over. Hij en z’n kinderen bezaten de panden tot 1783. In dat jaar kocht de joodse koopman Nathan Salomons beide huizen. Diens twee zonen, Salomon en Jacob, deden in 1828 het bezit van de hand voor f 2.637,- aan de koopman Izaak Simons de Vries. Hij bezat een winkel in manufacturen aan de Nieuwestad 114. In de koopakte wordt de indeling van de beide huizen beschreven. Het westelijke pand was twee traveeën breed en bevatte op de begane grond een voor- en een achterkamer met schoorsteen en kast en een gang. Via een wenteltrap was de verdieping te bereiken waar eveneens een voor- en een achterkamer met bedstee, met daarboven een zolder, gesitueerd waren. Onder het huis bevond zich een ruime kelder met bedstee, schoorsteen en kast. De kelder liep onder de straat door en kwam aan de Ee uit, zoals bij de meeste panden aan de Eewal het geval was. Het pand aan de oostzijde was van vrijwel gelijke breedte en bevatte ongeveer dezelfde indeling. Na het overlijden van Izaak de Vries in 1875 erfde zoon Izaak het oostelijke en zoon Samuel het westelijke pand. Het eerste pand was in 1897 eigendom van M.L. Eldermans terwijl het andere toen nog bezit was van de weduwe van S. de Vries, Rachel Polak. In 1900 werd hier het telefoonkantoor gevestigd. Voorheen was dit op de zolder van de Hoofdwacht aan het Hofplein ondergebracht. In 1911 werden de bovengenoemde twee panden vrijwel afgebroken en verrees er met behoud van de oude westmuur een nieuw gebouw met een monumentale gevel. Architect Hero Feddema ontwierp het fraaie pand in de stijl van de Jugendstil of nieuwe stijl, die omstreeks de eeuwwisseling in zwang was. Tot op heden is een ontwerptekening van zijn hand bezwaard gebleven. Het is opgetrokken van oranje verblendsteen die afgewisseld wordt door groen verglaasde bakstenen gevelbanden en gebogen hanekammen boven de vensters. Op de begane grond bevinden zich boven de hardstenen plint drie grote segmentvormig afgesloten ramen en op de verdieping vijf recht. De drie middelste vensters zijn door middel van een doorlopende latei met elkaar verbonden. Boven deze ramen is een opvallende middenpartij opgemetseld die van een tentdak is voorzien, architectonisch gezien een opmerkelijke oplossing. De rest van de gevel wordt door een gepleisterd rondboogfries afgesloten. Behalve de nieuwe deur uit de jaren-zeventig is de gevel gaaf bewaard gebleven. Thans is hier drukkerij ‘De eendracht’ gevestigd. Wat het interieur betreft zijn de ijzeren kolommen in de drukkerijzaal, het houten plafond in de gang en de deur met geëtst glas, waarin de woorden ‘verboden toegang’ te lezen staan, het opmerken waard. De ruiten van het oude telefoonkantoor, zoals seinzaal, spreekcellen, ruimten voor de opslag van cokes en kabels etc. zijn slechts op de oude plattegrond van architect Feddema nog te zien.
Tekst: http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/text/nl/1104/OMD-boekje_1991
Open Monumenten Dag 1991

Eewal 59. ‘De Leeuwarder Onderlinge’
Schildjes met de verstrengelde letters A en F hoog in de gevel van het monumentale pand Eewal 59 verraden de oorspronkelijke bestemming. Het zijn sporen van de opdrachtgever die het neorenaissance gebouw in 1895 heeft laten bouwen: de Algemeene Friesche Levensverzekering Maatschappij, een van de basismaatschappijen van de huidige Aegon. De Algemeene Friesche bouwde het allereerste echte kantoorgebouw van Leeuwarden. Vele kantoren, juist die voor bank- en verzekeringssector, zouden nog volgen tot en met de poen-paleizen van Avéro en Aegon in onze tijd toe. Toen de Algemeene Friesche in 1915 naar het Burmaniahuis aan de Nieuwestad verhuisde, trok in het prachtige neorenaissancistische pand aan de Eewal de in 1850 opgerichte Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij. Deze ‘Leeuwarder Onderlinge’ liet bij de verbouwing dan ook het grote tegelfries tussen de verdiepingen vervangen. de symboliek van de levensverzekering bleef: Johan de Witt, Christiaan Huygens, J.H. van Swinden en R. Lobatto gevat in kransen van laurier en eik doen nu wat mal aan in en gebouw van een brandverzekeraar. Merkwaardig zijn ook de pelikanen van zandsteen die de trapgevels bekronen. De pelikaan zichzelf bloed uit de borst pikkend om zijn jongen te voeden is een oud Christus-symbool dat de levensverzekeraars hebben ingepikt. De Algemeene Friesche, een van de vroege maatschappijen van het land, is in 1844 opgericht. Er is aanvankelijk kantoor gehouden aan huis van de directeur, maar het ging het bedrijf in de eerste halve eeuw zo goed dat er in 1895 op de fundamenten en overwelfde kelders van het vm. Huygenshuis een nieuw kantoor van allure kon worden gebouwd. Architect was Hendrik Kramer die toentertijd in de kenmerkende overdadige neorenaissance-stijl bouwde. Het ging hoog uitrijzen boven de omringende bebouwing en werd zo heel bewust het pièce-de-milieu van de Eewal.De overdaad van de neorenaissance begint meteen beneden. Achter een prachtig smeedijzeren hek (uitgevoerd door de befaamde Leeuwarder kunstsmid Jan Kroes, die ook het hekwerk voor het bovenlicht van de deurpartij maakte) en de hardstenen stoep, is voor het souterrain een plint van blokken hardsteen aangebracht. De onderste blokken hiervan zijn ruw behakt, zg. rustiek werk. Een fraaie trapstoep leidt naar de belétage met deurportiek. Boven het basement is het metselwerk bijzonder zorgvuldig uitgevoerd en voorzien van velerlei versieringen Van diverse soorten natuursteen zijn dorpelbanden, speklagen, negblokken naast en boven de ramen en boogtrommels in gevarieerde vorm uitgevoerd. De boogtrommels boven de verdiepingsvensters zijn het rijkst bedeeld met fraai rolwerk en mascarons en ook de geveltoppen zijn overdadig versierd. AL het beeldhouwwerk (inclusief de leeuwen, pelikanen en portretmedaillons) komt niet uit een gewoon nijverheidsatelier, maar uit de gespecialiseerde beeldhouwfabriek van Van den Bossche & Crevels te Amsterdam, het bedrijf dat onder andere ook het beeldhouwwerk leverde voor de Sint-Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station in de hoofdstad. Het oorspronkelijke tegelfries tussen de hoofdbouwlagen was geleverd door de fabriek van Jan van Hulst uit Harlingen, maar het werd in 1915 door de Onderlinge vervangen door een nieuw tableau. De fabriek van Van Hulst bestond niet meer en het nieuwe is in 1916 vervaardigd door de Delftse fabriek van Joost ’t Hooft & Labouchère, beter bekend als de Porceleyne Fles. Deze fabriek kreeg ook bijzonder werk te verrichten in het Burmaniahuis van de Algemene Friesche. In 1987 onderging het monumentale kantoorpand een zorgvuldige uitwendige restauratie.
Johan de Witt 1625 – 1672),
was in de Gouden Eeuw tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk
negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland
en daarmee de belangrijkste politicus
van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Hij was tevens een begenadigd wiskundige die beschouwd wordt
als een van de grondleggers van de verzekeringswiskunde.
Johan werd met zijn broer Cornelis door Orangisten vermoord
en op gruwelijke wijze verminkt.
De moord behoort tot de meest gedenkwaardige in de vaderlandse geschiedenis.
(Wikipedia)
Christiaan Huygens 1629 – 1695
was een vooraanstaande Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige,
uitvinder en schrijver van vroege sciencefiction.
Hij was een van de leidende figuren van de zeventiende-eeuwse wetenschap.
In de wiskunde was hij een pionier van de kansrekening
en een wegbereider van de differentiaal- en integraalrekening,
hoewel zijn methoden strikt meetkundig bleven.
Aan de natuurkunde droeg hij op vele gebieden bij:
hij formuleerde als eerste correcte wetten voor de elastische botsing,
en uitdrukkingen voor de periode van de mathematische slinger
en de middelpuntvliedende kracht in de mechanica.
Tevens verklaarde hij in zijn Traité de la lumiere (1690)
als eerste licht als een golfverschijnsel
met het Principe van Huygens-Fresnel,
dat vanaf de negentiende eeuw
de algemeen aanvaarde optische theorie werd
en nu deel uitmaakt van het begrip van de dualiteit van golven en deeltjes.
Onderzoek naar de dubbele breking van licht in IJslands kristal
bracht Huygens tot het opstellen van een theorie
voor gepolariseerd licht.
Verder verklaarde hij geluidsverschijnselen met interferentie.
Omdat Huygens als eerste wiskundige formules gebruikte in de natuurkunde,
wordt hij gezien als de eerste theoretische natuurkundige.
In de sterrenkunde droeg Huygens bij door de telescoop
verder te ontwikkelen en het tot dan toe onbegrepen uiterlijk
van Saturnus te verklaren als een planeet met ringen.
Hij ontdekte de maan Titan bij deze planeet.
Als uitvinder heeft Huygens onder meer het slingeruurwerk,
het principe van de stoommachine en een buskruitmotor
op zijn naam staan.
Vanwege zijn speculaties over buitenaards leven
wordt Huygens wel gezien als vroege sciencefiction-auteur.
(Wikipedia)
Jean Henri van Swinden 1746 – 1823
was een Nederlandse wis- en natuurkundige
(Wikipedia)
Rehuel Lobatto 1797 – 1866
was een Nederlandse wiskundige.
(Wikipedia)

Tekst: http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/text/nl/1104/OMD-boekje_1991
Open Monumenten Dag 1991

De jonge Sint Jacob (zie de schelp).


Beetje vreemde gevelsteen.

Eerste steen Sint Anthony Gasthuis.

Stads Weeshuis.

Deur Stads Weeshuis.

Koningsboom Juliana (?)



De horeca was allemaal nog gesloten in Leeuwarden,
dus een kp koffie zat er niet in.
Dan maar direct naar het museum.
Helaas heeft deze tentoonstelling geen catalogus.
Vandaar dat ik dus ook maar weinig afbeeldingen heb.

Grote kalebas-vaas.
De collectie is prachtig.
Grote en kleine stukken.
Aardewerk en porselein van over de hele wereld.
Ook de verzameling Islamitisch keramiek is bijzonder.
Een leuke opstelling waar de keramiek in lades ligt opgeslagen
die je als bezoeker zelf kunt openen.

Ode op de kom
Op de buitenkant van deze kom staat een verkorte versie
van het beroemde Chinese gedicht ‘Ode aan de Rode Klif’.
Su Shi (1037 – 1101) een van de grootste Chinese dichters,
schreef dit gedicht. Hij wordt ook Dong Po genoemd.
Het gaat over het boottochtje dat Su en zijn vrienden
in 1082 maakten naar de beroemde plek Rode Klif.
Kom, Jingdezhen
Late 16e eeuw

Tegendraads Kraakporselein
Kraakporselein heeft per definitie blauwe decoraties
onder glazuur op wit porselein.
Deze schotel is het enige gedocumenteerde niet blauwwitte kraak stuk ter wereld.
De decoratieve patronen zijn hetzelfde als bij het blauwwitte kraak.
Maar in dit geval zijn de decoraties met groene en rode kleuren geschilderd.
Schotel
Jingdezhen, Wanli periode 1573 – 1620.

De centrale afbeelding op de schaal.

Deel van de rand, in een kader.

Deel van de rand, in een kader. Granaatappels ?

Een speciaal soort keramiek heet Swatow.
Chinees export porselein bedoeld voor de Aziatische markt.
Daarnaast stond er een groep bijzondere , grote vazen:

Een martavaan.
Martavanen, magische potten
Martavanen zijn ontzagwekkend grote potten.
Wanneer men per schip op reis ging bewaarde men er water,
fruit of specerijen in.
Daarnaast hadden martavanen in Zuidoost-Azië een rituele functie.
Zo waren ze in gebruik bij geboortes, huwelijksceremonies en begrafenissen.
Volgens eeuwenoude volksverhalen waren het magische objecten
die bijvoorbeeld konden praten.
Nog steeds gebruikt men martavanen in Zuidoost-Azië.
Martavanen zijn vernoemd naar de havenstad Martaban
aan de westkust van het huidige Myanmar.
Deze stad was een belangrijk kruispunt in de porseleinhandel
tussen China en India.
Grote potten uit landen als Vietnam en Thailand
werden ook via Martaban verhandeld.
Het Princessehof heeft de belangrijkste verzameling
martavanen in de westerse wereld.
Er is in het museum ook modern keramiek.
Een kleine selectie:

Karel Appel, Tete, 1978.

Armando, Zonder titel, 2010.
Buiten staat er ook nog keramiek.
Het weer was niet geweldig maar toch een paar foto’s gemaakt.

Volgens mij zijn dit sterrenbeelden.

Hans van Bentem, E.V.E. (Erotic Venus Evil) 2003.

Hans van Bentem, detail met de slang.

Afbeelding van de dag van het Metropolitan Museum
was de armleuning van de stoel
van de Egyptische farao Thutmosis.

Aan de andere kant toont het paneel Thutmosis terwijl hij
op zijn troon zit. Hij wordt omschreven als de jonge god, Menkheperure.
Hij draagt de rode kroon van Beneden Egypte.
Voor hem is de godin met het leeuwenhoofd te zien, Weret, wiens naam
geschreven staat boven haar hoofd.
Achter de koning is de god Thot te zien (met Ibis-hoofd).
“Heer van Hermopolis, geeft leven en een plaats om te leven aan iedereen”,
zegt Thot, “Ik heb je miljoenen jaren van leven en plaats om te leven gegeven,
verenigd met de eeuwigheid.”
Achter de troon staat te lezen:”Al het leven en rond hem zoals bij Re.”

On the other side, the panel depicts the enthroned Thutmose, described as “the young god, Menkheperure,” wearing the red crown of Lower Egypt. In front of him is the lion-headed goddess Weret, whose name is written above her head. Behind the king is the ibis-headed god Thoth “Lord of Hermopolis, giving all life and dominion.” Thoth says, “I have brought you millions of years of life and dominion united with eternity.” Behind the throne is the phrase “All life and dominion around him [like] Re.”
