Adembenemend: Sieboldhuis, Japan Museum, Wabi sabi, Albarrán Cabrera, Nyx #23, 2014, platina palladium print op gampi papier over bladgoud.
Albarrán Cabrera, The mouth of Krishna, #338, 2014, platina palladium print.
Mijn virtuele wandeling over de tentoonstelling Byblos
gaat verder. Een interessante en mooie wandeling.
RMO, Byblos, Kruik in de vorm van een koe, aardewerk, 2500 – 2000 voor Christus.
In de tempel van de Dame werd ook deze zilveren steenbok gevonden (2500 – 2000 voor Christus).
Stempelzegel, brons, 2800 – 2000 voor Christus. Zegels hebben een aantrekkingskracht op me die ik niet goed kan plaatsten.
Byblos, kruik in de vorm van een koe, aardewerk, 2500 – 2000 voor Christus.
De expat uit Libanon en zijn vrouw in Egypte: Levantijnse soldaat in Egypte, kalksteen, gevonden in El-Amarna, Egypte, 1353 – 1324 voor Christus.
Dit is het interieur van de Chiesa di San Giorgio e dello Spirito Santo alla costa, een barokke kerk in in Florence. Op de plaats van deze kerk stonden eerder al andere kerken. De laatste grote restoratie waar we nu naar kijken is uitgevoerd door Giovan Battista Foggini. Het ovale altaarstuk is gemaakt door Anton Domenico Gabbiani: Descent of the Holy Ghost, 1705.
Schildering in het plafond: Alessandro Gherardini, Glory of St. George, 1705 – 1708.
Informatie die ik in de kerk aantrof.
Bij 2 huizen staat vermeld dat ze voormalige woningen zijn
van Galileo Galilei (of bewoond door).
Geen idee of dit correct is.
Straf is wel dat de huizen naast elkaar in dezelfde straat liggen.
Vervolgens liep ik langs een boekwinkel waarvan de
etalage vol lag met prachtige boeken.
Dit boek is gedrukt in Amsterdam. Daarom deze extra foto van De mandatis principum van Carlo Emmanuele Vizzani. Volgens internet uit 1657. Het drukkerslogo geeft aan dat het om een boek gaat gedrukt door Joan Blaeu.
De spreuk bij het logo is: ‘Indefessus Agendo’.
Dit betekent ‘Onvermoeibaar Bezig’.
Op de Wikipedia-pagina over Blaeu staat onder andere
de geschiedenis van het drukkerslogo:
Na verloop van tijd werd het de gewoonte om op de titelpagina een afbeelding te plaatsen van een drukkersmerk.
Eerst gebruikte Blaeu een afbeelding van een weegschaal met in de ene schaal een aard- en in de andere een hemelglobe, als onderschrift: Praestat (Wat Het Zwaarst Weegt).
Na 1621 werd het ‘de Vergulde Sonnewijser’, met aan weerszijden figuren uit de Griekse mythologie: Chronos en Heracles.
Daaronder de spreuk: Indefessus Agendo (Onvermoeibaar Bezig).
In de meest kostbare (ingekleurde) edities werd de zonnewijzer daadwerkelijk verguld met bladgoud.
Sieboldhuis, Japan Museum, Wabi sabi tentoonstelling, Casper Faassen, ReCollection.
Als je keramiektentoonstellingen ziet dan vind je regelmatig
voorwerpen waarbij de scherven aan elkaar ‘gelijmd’ zijn
met een edelmetaal: kintsugi.
Tsukamoto Showzi is een kunstenaar die de Kintsugi-techniek gebruikt.
Tsukamoto Showzi, Kintsugi op een spiegel.
Yamamoto Masao, #64, geen datum bekend. De blauwe vlekjes zijn weerspiegelingen van verlichting op de tentoonstelling.
Yamamoto Masao.
Nog een kloosteromgang. Veel fresco’s. Florence, Basilica di Santa Maria Novella, Lorenzo Sciorina, Battaglio fra cattolici ed eretici al tempo di S. Pietro martire, 1581 – 1584. Detail.
In het complex was ook nog deze enorme zaal te bewonderen. De functie was me niet helemaal duidelijk.
Plafondconstructie.
Alessandro Fei (ook bekend als Il Barbiere), San Domenico resuscita il nipote del Cardinale Orsini, 1581 – 1584. Detail.
Simone da Poggibonsi, Gregorio IX ha la visione della chiesa de S. Pietro sostenuta da S. Domenico, 1581 – 1584.
Bernardino Poccetti, S. Domenico converte matrone eretiche, 1581 – 1584. Geweldig kapsel bij de mevrouw rechts.
Even rust. Florence, Santa Maria Novella.
Sieboldhuis, Japan Museum, tentoonstelling: Wabi sabi. Kobayashi Nobuyuki, Kannabi 3, 2016, platina palladium print op hosokawa papier.
Kobayashi Nobuyuki, Tatae 2, 2019, platina palladium print op hosokawa papier.
Kobayashi Nobuyuki, Wa, 2000, platina palladium print op hosokawa papier.
De tentoonstelling is heel erg de moeite waard om te gaan bekijken.
Ga naar Leiden en ervaar dit moois.
The Met in New York heeft een tentoonstelling met
werken die Ganesha uitbeelden.
Via hun website kies ik drie voorbeelden.
Prachtige voorbeelden, volgens mij.
Standing Ganesha, pre-Angkor, second half 7th century, Cambodja, stone.
Dancing Ganesha, Kalacuri dynasty, circa 10th century, India, Madhya Pradesh, red sandstone.
Seated Ganesha, 16th century, India, Odisha, ivory.
Bij de Basilica di Santa Maria Novella is ook een soort
van schatkamer. Als ze hem zo niet noemen dan is dat onterecht.
De voorwerpen die er te zien zijn lijken een soort
van allegaartje maar de kwaliteit en uniciteit is hoog.
Misschien het mooiste voorwerp dat ik in Florence
gezien heb naast de ‘beroemde’ voorwerpen als de David en
de werken van Leonardo da Vinci:
Onbekende beeldhouwer uit Siena, reliekhouder in de vorm van een buste van een van de 11.000 maagden van keulen. Ursula van Keulen was een koningsdochter die heilig verklaard werd. Er bestaat een legende over haar en 11.000 maagden. Unknown Sienese sculptor, Reliquary bust, one of the eleven thousand virgins of Cologne. End 14th century. Carved polychrome and gilded wood, glass paste.
Basilica di Santa Maria Novella, Bernardo Daddi, Madonna and Child enthroned with Saints Peter, John the Evangelist, John the Baptist and Matthew, 1344. Tempera on panel.
Een ‘Laatste Avondmaal’ van een vrouwlijke schilder. Een groot indrukwekkend werk. Het hangt er in een ruimte waar recht tegenover nog een ‘Last Supper’ te zien is. Plautilla Nelli, Last Supper, circa 1560. Oil on canvas. Rood is dé kleur die er uit springt wat een bijzonder effect oplevert. Het werk hangt hoog in de ruimte en door de breedte is het moeilijk om helemaal in beeld te krijgen. Daarom volgt hier een detail.
Paolo di Dono beter bekend als Paolo Ucello, The Garden of Eden. Early 1430’s.
Paolo di Dono beter bekend als Paolo Ucello, The Original Sin. Early 1430’s.
Florentine goldsmith, Missal cover. First quarter 19th century. Embossed, chiselled and cast silver.
Dit is het andere ‘Laatste avondmaal’. In de ruimte zelf kon ik niet vinden wie de maker van dit werk was. De vorm van het werk is zeker opvallend.
Het complex van de Basilica di Santa Maria Novella omvat
een grote hal die ‘De Spaanse kapel’ (Cappellone degli Spagnoli)
wordt genoemd.
Het complex is tussen 1343 en 1355 en is ontworpen door
Fra Iacopo Talenti.
De fresco’s zijn gemaakt door Andrea di Bonaiuto.
Het is indrukwekkend. Fantastisch.
Met een boek op je schouder (midden, boven).
Christ in limo.
De fresco’s ‘lezen’ als een stripverhaal. Er staan meerdere scene’s die aan elkaar gepakt zijn. Samen vertellen ze niet alleen het leidensverhaal van Christus maar ze verwijzen ook naar de (ontstaans)geschiedenis van de Dominicaner orde.
Het leuke aan een stad als Florence is dat er dingen te zien zijn die misschien niet zo beroemd zijn maar die heel erg de moeite waard zijn om te bekijken. Bijvoorbeeld deze Annuntiation (de aankondiging) gemaakt door Pietro di Miniato (1366 – 1450).
Kijk, daar is het boek, daar links, op die standaard.
Basilica di Santa Maria Novella.
Religie en wetenschap: Aquarius in de vloer van de Basilica di Santa Maria Novella.
Giotto, Crucifix.
Het kerkgebouw van de basiliek is een ding.
Aan de kerk zijn kloostergangen verbonden met allerlei kapellen
die allemaal weer bijzondere decoraties hebben.
Wat een fantastisch complex.
In een van de kapellen zijn de fresco’s van de muur gehaald en weer teruggeplaatst op een manier dat ze beter onderhouden kunnen worden. Deze fresco’s zijn erg oud: Chapel of the Annunciation, Andrea Orcagna and assistants, 1340 – 1347, detached frescoes, Nativity (kerstscene).
Detail.
Omgang met grafmonumenten.
Een foto van Kajioka Miho van de tentoonstelling Wabi-sabi. Ik moet wel een slag om de arm houden want niet alle foto’s van de tentoonstelling staan in de catalogus. Ik moet dus achteraf vertrouwen op mijn discipline bij het nemen van de foto’s.
Sieboldhuis, Japan Museum, Wabi-sabi, Kajioka Miho.
Kajioka Miho, #0020, 2021, gekleurde zilvergelatinedruk.
De fresco’s zijn overweldigend. ‘Perspectief’ is ontdekt als techniek bij het tekenen en schilderen, en dat zullen we weten ook. Florence, Basilica di Santa Maria Novella, Domenico Ghirlandaio. Fresco serie ‘Scenes from the life of the Virgin, 1485 – 1490.
Domenico Ghirlandaio. Fresco serie ‘Scenes from the life of the Virgin: St Joachim is driven from the Temple, 1485 – 1490.
In een eerder bericht stond deze bank ook al. Toegegeven, ik liep er rond als een kind in een snoepwinkel. Je weet niet waar je moet kijken. Overal schitterende kunstwerken, vooral uit de renaissance. Wooden choir bench, design Giorgio Vasari, built by Giovanni Gargiolli, inlaid backrest Baccio d’Agnolo.
Giorgio Vasari, Giovanni Gargiolli en Baccio d’Agnolo.
Basilica di Santa Maria Novella.
Basilica di Santa Maria Novella, Giorgio Vasari, Resurrection of Christ with St Cosmo, St Damiano, St John The Baptist and St Andrew. 1568.
Dit is het boek. Giorgio Vasari, Resurrection of Christ with St Cosmo, St Damiano, St John The Baptist and St Andrew. 1568.
Dit vind ik een heel typische afbeelding. Sterk qua symboliek en heel specifiek voor het Christelijk geloof: God de vader die de gekruisigde Christus ‘draagt’. Florence, Basilica di Santa Maria Novella, Tommaso Guidi ook wel Masaccio genoemd, Trinità, 1424 – 1425.
‘Trinità’ is in het Nederlands ‘De Heilige Drie-eenheid’. Er is een heel interessant Wikipedia-artikel (dat ook in het Nederlands beschikbaar is) over dit werk. Dat kun je hier vinden.
Wabi-sabi
Wabi-sabi is een concept in de traditionele Japanse esthetiek.
Centraal staat de acceptatie van vergankelijkheid en imperfectie.
Wabi-sabi wordt soms beschreven als het waarderen van schoonheid die imperfect, vergankelijk en onvolledig is.
Het komt voor in alle vormen van Japanse kunst.
Sieboldhuis, Japan Museum: Wabi-sabi, Horie Mika, Become a wooden pole, 2019, cyanotypie op handgemaakt Japans gampi papier.
Gampi is een typisch Japans, handgeschept papier.
Handgeschept is per definitie minder glad of effen dan papier
dat machinaal is gemaakt.
Het papier heeft ook ‘natuurlijke’ randen.
Cyanotypie is een oudere vorm van afdrukken van negatieven of
andere voorwerpen. Als belichting dienen de (UV-)stralen van
de zon.
Deze foto’s hebben ten minste op 3 niveaus kans om imperfect,
vergankelijk en onvolledig te zijn:
= het papier zorgt er voor dat iedere afdruk anders is door
de bijzondere structuur. Dat wil zeggen dat die structuur kan
leiden tot bijzondee situaties maar het kan ook de afbeelding
‘verstoren’;
= cyanotypie is afhankelijk van de zon (of een oude hoogtezon) waarbij
belichtingsduur en intensiteit per definitie variabel is;
= de door de fotograaf gemaakte foto draagt natuurlijk ook
bij aan het fenomeen. Daarbij lijkt Horie Mika zich te richten
op natuurlijke transitieprocessen. Die zijn per definitie
imperfect, vergankelijk en onvolledig.
Ik vind de resulteten gewoon mooi.
Horie Mika, Snow melts after a spring breeze, 2020, cyanotypie op handgemaakt Japans, gampi papier.
Horie Mika, Straws that run in the same direction as the water is flowing, 2019, cyanotypie op handgemaakt, Japans, gampi papier.
De tentoonstelling bevat werk van meerdere kunstenaars, uit Japan maar ook uit Nederland. De catalogus is heel bijzonder (maar zal nu wel uitverkocht zijn). Dit was een eerste blik op een zeer interessante tentoonstellin die je blik kan vernieuwen.
Uit de tijd dat er nauwelijks verschil bestond tussen een
ambachtsman en een kunstenaar.
Giovanni della Robbia kwam uit een artistieke familie: vader
Andrea della Robbia was ook een beeldhouwer.
Werken van hun hand vind je in de grote musea van de wereld…….
….en in een drukke winkelstraat in Florence.
Giovanni della Robbia. Dit ‘Tabernacolo della Fonticine’ is uit 1522.
Het complete werk bestaat uit een fontein, een serie beeldhouwwerken, decoratieve elementen en elementen ter bescherming van het geheel tegen weer en wind.
Het werk is geen plat reliëf of een beeldengroep. Het is samenstelling van allerlei componenten. Giovanni della Robbia, Tabernacolo della Fonticine, 1522.
Twee van de hoofdjes van de cherubijnen in de fontein.
Pierre Soulages in 2010, op 90-jarige leeftijd, voor een van zijn schilderijen. Je ziet of hoort niet veel over deze Franse kunstenaar. Maar op 27 oktober 2022 stond een necrologie in de NRC.
Pierre Soulages, Peinture, 1970. Een typisch voorbeeld van het werk van Soulages.
De pagina van de NRC waar het artikel stond. NRC, 27-10-2022.
Er is een tentoonstelling van werk van Gerrit de Morée
in Het Gele Huis in Princenhage.
Ruim één jaar geleden schreef ik ook over hem naar
aanleiding van een muurschildering in Electron.
In het verleden zag ik meerdere keren de muurschildering
in de moderne kerk van Prinsenbeel. Er zijn met verschillende technieken
vormen in de muur aangebracht die een geheel vormen met de
abstracte sculpturen die er voor staan.
Slim bedacht en mooi uitgevoerd.
Heel modern voor een agrarisch dorp als Prinsenbeek was in
de jaren zestig.
Het is werk van Gerrit de Morée.
De ‘poster’ van de tentoonstelling. Gerrit de Morée.
Gerrit de Moréé wordt op 28 januari te ’s Hertogenbosch geboren.
Als kind al toont de Morée een bijzondere belangstelling voor al wat leeft en groeit en bloeit.
Een fascinatie die hij zijn leven lang zou houden en ook tot uiting kwam in zijn werk.
Vooral dieren hadden een bijzondere aantrekkingskracht op hem.
Het zich steeds maar weer kunnen verwonderen over de schoonheid van de natuur en het eindeloos respect hiervoor, waren kenmerkende eigenschappen van hem.
Hij kon inspiratie halen uit de kleinste diertjes en zag het grootse in het kleine.
Zelf vond hij het jammer gat veel mensen aan een hoop dingen voorbij gingen.
In 1923 verhuit Gerrit de Morée met zijn ouders naar Breda, waar ijn vader in dienst treedt als kapelmeester van het zesde regiment infanterie (het roemruchte “Zesde”).
Inmiddels is gebleken dat de Morée over bijzonder tekentalent beschikt, getuige een prachtig pentekeningetje dat hij in die tijd voor zijn vader maakt.
Een opleiding in die richting ligt dan ook voor de hand en de Morée gaat studeren aan de Koninklijke Academie Voor Beeldende Kunsten in Den Bosch en aan de RK Leergangen te Tilburg.
Hier krijgt hij les van kunstenaar Jan van Delft.
Begin jaren dertig studeert de Morée nog enige tijd in Parijs aan de Académie de la Grande Chaumière.
In 1929 behaalt hij zijn MO-akte tekenen, zodat hij naast beeldend kunstenaar ook tekenleraar is.
Een ideale combinatie voor de Morée, want het onderwijs boeit hem.
In het begin geeft Gerrit de Morée voornamelijk les op zijn atelier en op de Nijverheidschool te Roosendaal en de avond-tekenschool te Gilze.
Samen met Niel Steenbergen en Dio Rovers richt hij in 1945 De Vrije School voor Beeldende Kunsten op.
Dit zou het latere St. Joost worden.
Hij vindt het een uitdaging om met zijn studenten nieuwe technieken toe te passen en er uit te halen wat er in zit.
De Morée is graag gezien bij zijn leerlingen die hem soms liefkozen “ome Gerrit” noemen.In 1933 wordt op initiatief van kuntenaar Jan Strube de Bredasche Kunstkring opgericht.
Ook hier was Gerrit de Morée nauw betrokken.
Hij vervulde in het begin even de functie van secretaris.
In de crisisjaren is er ook voor kunstenaars weinig werk.
De Morée verdient in die periode de kost voornamelijk met het maken van enorme hoeveelheden illustraties voor boeken, bladen en tijdschriften.
Gerrit de Morée moet gedurende zijn leven duizenden illustraties hebben geproduceerd.
In de oorlogsjaren maakt hij een aantal muurschilderingen waaronder in het Ignatiusziekenhuis te Breda en in het gemeentehuis te Chaam.
Ook de Duitse bezetters willen wel een muurschildering van hem, maar dit weigert hij door te zeggen dat hij hiertoe gebrek aan inspiratie heeft.Vanaf de jaren vijftig is de Morée ook een veelgevraagd monumentaal kunstenaar.
Hij maakt oa sgraffito’s, mozaïken en glas-in-loodramen voor kerken, bedrijven en openbare gebouwen.
Helaas hebben een flink aantal van deze werken, door kortzichtigheid en onwetendheid de sloophamer niet overleefd.In de jaren zeventig is Gerrit de Morée actief betrokken bij de oprichting van de Beeldenaar.
Een instituut voor amateur beeldende kunst.
Ook werd hij gevraagd om voor korte tijd de functie van directeur te bekleden van De Beyerd.
In 1974 neemt de Morée op grootse wijze afscheid van zijn St. Joost.
Van pensionering is volgens hem geen sprake, odat het gewoonweg niet bestaat is zijn vak.
Hij blijft dan ook tot het einde van zijn leven zeer productief.Op 13 oktober 1981 overlijdt Gerrit de Morée plotseling in kunsthandel Jas te Breda.
Hij is tweeënzeventig jaar oud geworden.
Zijn kunst blijft en het sparen van de muurschilderingen in Chaam zijn een ode aan deze voor Breda zo belangrijke kunstenaar.P. Horward
Gerrit de Morée, De terugkeer van de vogels.
Gerrit de Morée, Luilekkerland, 1973.
Gerrit de Morée, De ontsnapping, 1972.
Gerrit de Morée, Don Quichote.
Gerrit de Morée, De ark van Noach, 1967.
Gerrit de Morée, Witte schapen, zwarte schapen, 1967.
Een heel sterk beeld. Gerrit de Morée, Ruiter, 1967.
Gerrit de Morée, De schepping van de planten, 1968.
Gerrit de Morée, De schepping van de vissen, 1969.
Het Gele Huis, Gerrit de Morée, Breda ons eigen stad, 1979.
De aanleiding van de tentoonstelling is vast ook de verschijning van een boek met vouwplaten van dieren. Hierboven zie je clichés. De linkse is zeker van een bouwplaat.
De voorbeelden.
Het boek: artis-forma.
Het laatste bericht over de tentoonstelling ‘Nachtvlucht’
in Stdelijk Museum Breda over het werk van Pieter Laurens Mol.
Pieter Laurens Mol, Kompas – Storing, ongedateerd (Jaren 70). Olieverf op ijsspateltjes, triplex en messing nagel.
Pieter Laurens Mol, Plus-Minus, 1974. Messing en rubber.
Pieter Laurens Mol, Untitled, 1978. Zwart/Wit foto.
Pieter Laurens Mol, Mood-Doom, 1975 – 1999. Gemoedstoestand / Lotsbestemming. Logboek en werkschrift voor muurschildering.
Stedelijk Museum Breda, Pieter Laurens Mol, Broederschap der Polen, 1976. Teer en kalk op vurenhouten wiggen.
Pieter Laurens Mol, The artist’s studio. Portrait of the artist in his studio, 2012. Zwart/Wit-foto, staalconstructies, loodgietsel, bloempot, glazen pot en loodmenie op kwasten.
Pieter Laurens Mol, Souvenir de Breda, 1988. Aardenwerk drinkbeker afgevuld met asfaltteer.
Een tentoonstelling met veel humor en denkwerk.
Ik heb genoten.
Mijn serie over de tentoonstelling van Pieter Laurens Mol vervolg ik met: The Dream Estate, 1996. Zinkplaat op hout, linnen kussensloop met zwanendonsvulling.
Stedelijk Museum Breda, Pieter Laurens Mol, S.O.S. Pendulum, 1990. Gezwart stalen onderdelen en natuurzijde in gelakt houten kistje.
Een magische pendel om besluiten te nemen op
kruispunten in een mensenleven.
In dit DIY-instrument hangen peillood en noodsignaal
samen aan een zijden draadje.
Pieter Laurens Mol, Hellegids, 1986. Zwavel en houtskoolstof in caseïne op katoenbladen.
Pieter Laurens Mol, Bijlslagregen (Boze Bui), 1975. Houtdruk op papier.
Pieter Laurens Mol, Askruisje, 1968. As van verbrande kunstwerken en getypte tekst op papier.
Pieter Laurens Mol, Memorandum, 1986. Teer en kraaienveren op houten paneel.
Dit voorwerp staat voor iets dat deze dagen veel stof doet opwaaien: Weerbericht, ongedateerd. Katoen wattenbolletjes en tinnen lepel op gezwarte houten basis.
Humor. Pieter Laurens Mol, Twintig na middernacht, 1968. Olie- en aluminiumverf op triplex, greep van de handzaag van de kunstenaar.
Pieter Laurens Mol, Outer Space Pirouettes, 1969. Pirouettes in de buitenaardse ruimte. Schoenzoolsporen op fotoreproductie van detail uit de nachthemel.
Stedelijk Museum Breda, Pieter Laurens Mol, Zonder Titel (Echo van het geweten), 1974. In dit voorwerp moet de echo van ons geweten hoorbaar zijn.
Het had de titel van dit bericht kunnen zijn vanwege de actualiteit. Pieter Laurens Mol, Nachtschilderijtje, 1969. Dispersieverf en oostindische inkt op katoen. Maar wat als moeder natuur besluit het licht uit te draaien?
Pieter Laurens Mol, Nachtvlinder, 1970. Verkoold hout met vlinderdasje in blikken doos.
Dit is een heel mooi werk. Het zwart is zo prachtig. Het was al eerder op mijn weblog te zien. Pieter Laurens Mol, Nachtzwaluw, 1970. Vernis op verkoold vurenhouten paneel, zijden vlinderdasje.
Pieter Laurens Mol, Nocturne, 1978. Zwart-wit fotografie.