In Breda wordt een voormalig PTT-gebouw omgebouwd naar een
complex met woningen, horeca en kantoren.
De periode van slopen ligt nu achter ons.
Er wordt langzaam begonnen met bouwen.
Intussen rond de Trapkes
Gelezen
Voor de feestdagen kocht ik een stapel stripboeken.
Een aantal van de boeken waren al te zien in eerdere
boeken. Vandaag een laatste bericht over de laatste
stripverhalen op de stapel.
Jean Ray, Harry Dickson, Mysteras. ‘The American Sherlock Holmes’ wordt deze stripdetective wel genoemd. Als je het boek leest is het niet moeilijke te raden waarom. Voor mij is een goede detective niet iemand die bij de ontknoping met een stoet aan nieuwe feiten komt. Dan kan het verhaal nog zo mooi getekend zijn en het verhaal nog zo spannend. Maar de ‘nieuwe feiten’-reeks voelt als bedrog. Dat is wel de indruk bij Mysteras waarin de tekeningen gaandeweg het verhaal minder sterk worden. Best leuk tijdverdrijf om te lezen, is mijn conclusie. Er is veel aandacht voor architectuur.
Chetville, Corbeyran, Gourdon (scriptschrijver, de rolverdeling tussen de drie heren is me niet duidelijk), De Meester Chocolatier, deel 3: De Plantage. Veel interessante gegevens over het maken van chocolade. Met plezier gelezen.
Het derde en laatste boek. Tibuce Oger, Indians, De zwarte schaduw van de blanke man. Een soort raamvertelling. Een lange periode van onderdrukking en misbruik door de blanke West-Europeanen wordt in beeld gebracht door een aaneen geregen verhaal. Iedere episode is getekend door iemand anders (16 tekenaars/schrijvers). De losse verhalen sluiten soms op elkaar aan doordat hoofdpersonen in meerdere verhalen voorkomen. Het eerste en laatste verhaal vormen samen 1 vertelling. In hoeverre het een correcte voorstelling van de volkeren en geschiedenis is, laat ik graag aan de lezer over.
Tekening en inkleuring: Dominique Bertail.
De keuze van de voorbeelden in dit bericht zijn min of meer toevallig. Vooral bedoeld om de verscheidenheid in stijl te benadrukken. Felix Meynet.
Corentin Rouge. Je begrijpt het al: Franse tekenaars/schrijvers.
De afwisseling in de verhalen is leuk. Bevalt een je niet dan begint twee pagina’s verder het volgende verhaal. Maar korte verhalen (drie of vier pagina’s) vraagt veel van de schrijftalenten. Nog al eens vraagt de structuur te veel van het schrijftalent.
Emmanuel Bazin. Mooi om het element van de Canadese actualiteit van kindertehuizen voor de Inuit in dit verhaal te verwerken.
‘Indians’ is spannend en heel afwisselend.
Het blijft wel ‘ons beeld’ van de geschiedenis.
Klûnen?
Gordel van papier
In het Huis van het Boek is de tentoonstelling ‘Gordel van papier’
te zien. De titel is natuurlijk losjes gebaseerd op de naam
‘Gordel van smaragd’
Wikipedia:
Gordel van smaragd is een bijnaam van Nederlands-Indië die bedacht is door de 19e-eeuwse Nederlandse schrijver Eduard Douwes Dekker (“Multatuli”). Smaragd is een heldergroene edelsteen. De bijnaam verwijst naar de ligging en uitgestrektheid van de Indonesische archipel (als een gordel) en de schoonheid van de natuur in dat land (als smaragd).
Multatuli gebruikte de naam in het laatste hoofdstuk van zijn spraakmakende boek Max Havelaar (1859), dat eindigt met een aanklacht direct gericht aan koning Willem III:
“Want aan U draag ik mijn boek op, Willem den derden, Koning, Groothertog, Prins… meer dan Prins, Groothertog en Koning… KEIZER van ’t prachtig rijk van INSULINDE dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd…”
De ondertitel van de tentoonstelling is ‘Over de opkomst van het
gedrukte boek in Indonesië’. Aan de tentoonstelling werkten mee
Lisa Kuitert en Eline Kortekaas.
Lisa Kuitert schreef het boek ‘Met een drukpers de oceaan over’ en
Eline Kortekaas doet op dit moment onderzoek naar die onderwerp.
Het is natuurlijk geen tentoonstelling met miniaturen of
exclusieve handschriften. Het is een tentoonstelling over het
ontstaan en de opstart van de grafische industrie (gericht op
vooral boeken) in koloniaal Indonesië.
Ik vond de tentoonstelling super interessant en ga er
een paar berichten over schrijven.
De folder van boekhandel W. Bruining & Co, Batavia, 1860.
Een hopelijk leesbaarder detail ervan.
De tentoonstelling heeft meerdere onverwachte zaken zoals dit boek: H. Beecher Stowe in een vertaling van P. Munnich, De negerhut of het leven der negerslaven in Amerika, Soerabaya, uitgever Fuhri, 1853 – 1885.
NN, Lakschmi Jaarboekje voor 1840, Batavia, Cyfveer en Knollaert, 1840.
De taal en de stijl van de tekst van het afgebeelde lied zorgen voor
optrekkende wenkbrauwen:
Geboortegrond! ach, hoor mijn laatste toonen mijn Vaderland! U
is dit lied gewijd. Mij dunkt, ik min veel meer dan al uw
zonen, de bakermat van mijnen bloementijd. ‘K heb aan uw boezem
’t leven ingezogen en buiten u min ik geen ander land! Vaarwel mijn
land! gij hebt mij opgetogen. U blijft mijn liefde, dierbaar Vaderland.
Hieronder een voorbeeld hoe je als boekhandelaar jezelf voorstelt:
Hopelijk beter leesbaar detail van Aankondiging boekhandelaar P. van der Meer, 1834.
W.J.C. de Senerpont Domis, Hollandsch en Javaansch Woordenboekje, behelzende de woorden die in de dagelijksche verkeering het meeste te pas komen, Semarang, Tjokro die Wirio, 1827.
De stempel is van de Koninklijke Academie te Delft.
Nog een verrassing. Iets dergelijks had ik niet eerder gezien. Buginees manuscript van La Galigo (zoek eens op internet op), Lontar palmblad op rol. Datering onbekend.
Verder op in de tentoonstelling ligt het boekje dat in
de aankondiging van de tentoonstelling op internet wprdt
gebruikt.
De omslagafbeelding van een kinderboek.
Daar sluit ik dit eerste bericht mee af:
Mas Badjing, Dunia Buku, Djakarta, Surabaia, Penerbitan dan balai buku Indonesia, 195x.
Museo Nazionale di San Marco
Florence, Museo di San Marco, Attr to the First master of the Choirbooks of San Salvatore al Monte in Florence, Antiphonary, C134V, Initial C, The Holy Innocents, 1 March 1464 (Gregorian), parchment manuscript.
Florence, Museo di San Marco, Attr to a Florentine illuminator, a follower of Attavante, Gradual, C59V, Initial P, The Christ Child, 16 March 1522 (Gregorian), parchment manuscript.
Het is er weer voor
De snert was in de aanbieding bij de grootgrutter. Er zaten wel twee stukken knolselder in mijn pakket. Op de foto de groente uit het pakket met nog wat groente die ik erbij kocht om meer soep te kunnen maken. Ik heb er ook zelf nog spliterwten aan toe gevoegd.
De reden voor de grote hoeveelheid knolselder zat hem misschien in het wel erg zielige blaadje laurier. Ik heb altijd gedroogde laurierblaadjes in huis. De extra ingredienten waren verse gember en sambal.
Het resultaat is heerlijk.
Spontane structuren
Een paar van de foto’s hebben een ander onderwerp dan
‘Spontane structuren’. Structuren gevormd door sneeuw
en ondergrond.
De foto’s zijn gemaakt tijdens 1 wandeling.
Maar de foto’s waren erg leuk om te maken en misschien vind je
het ook leuk om naar de foto’s te kijken.
Breda, Kasteelplein en Grote Kerk.
Deel van de cadettenflat van de KMA aan het Kasteelplein.
Is dit een bestaand schrift of spontaan bedachte graffiti? Vervolgens is dan de vraag lees je het zoals je het hierboven ziet of….
Of zo?
Kom er eens om: een geveegde stoep. Tegelijk een mooie groep structuren.
De Verlengde Mark ter hoogte van het Franciscanessenplein.
Koppermaandagprent
Toen ik een plaats in de kamer zocht voor de koppermaandagprent
van 2024 van Ruud Huysmans realiseerde ik me het effect van
de vorm bij het recht op zetten van deprent/kaart pas.
Zo vind ik de vorm het meest spannend. Maar dat is vast niet de bedoeling. De ‘0’ en ‘4’ komen op deze manier op hun kop te staan. De leesrichting is tegenovergesteld aan wat we gewend zijn. Maar als vorm vind ik hem leuk.
Zo is het gebruik traditioneler. Je kunt het van links naar rechts lezen. Maar het blijft natuurlijk een mooie prent/kaart. Stichting Drukwerk in de Marge (DidM), Koppermaandag, idee en realisatie Ruud Huysmans.
Glas-in-lood
Steeds als ik door de Karnemelkstraat loop moet ik naar het
grote glas-in-lood werk kijken in het voormalige gebouw van
de Raad van Arbeid.
Of ik het mooi vind weet ik eigenlijk nog niet.
Het zijn drie grote ramen boven elkaar.
Van buiten vormen ze een eenheid.
Het glas-in-loodbekijken is niet eenvoudig.
Rechtsonder staat iets achter het raam, daarom zie je die
hoek rechtsonder nooit goed.
Misschien moet ik eens binnen gaan kijken. Geen idee of dat kan/mag.
Dit werk was eerder onderwerp van een bericht op mijn blog. Toen zag je op de foto alleen de ramen. Hier zie je meer van de geval. Vooral de drie kleine ramen intrigeren me. Zou er bewust een soort van beeldrijm zijn ontworpen en gerealiseerd.
Parkeerplaats Grote Markt
Museo Nazionale di San Marco
Vandaag een begin met de bibliotheek waar nu onder andere
middeleeuwse liederenboeken te zien waren.
De engel rechts, hadden we gisteren in het bericht al gezien:
Florence, Museo di San Marco, The Library, Zanobi Strozzi, Madonna and Child with four angels – Santa Maria Nuova alterpiece, 1434 – 1439.
Bartolomeo di Antonio Vernucci, C2R, Initial A, The three Marys at the tomb, antiphonary, circa 1440 – 1445, parchment manuscript.
Dit laatste detail is het wapen van De’ Medici.
Battista di Niccolo da Padova, C2V, Initial A, St Francis receiving the stigmata, antiphonary, circa 1440 – 1445, parchment manuscript.
Stevig ingebonden maar ook nog voorzien van metalen beslag op de randen van de band.
Alle sneeuw is vermoeid en verdonkerd
Koppermaandag is al weer even voorbij, ik ben laat.
De leden van Drukwerk in de Marge kregen de koppermaandagprent
van 2024 heus wel op tijd in de bus.
Te laat of niet, ik wil je mee laten genieten van het
mooie drukwerk en de mooie tekst er op.
De Koppermaandagprent is mooi van vorm, van kleur, van organisatie en met mooie heldere cijfers en letters uitgevoerd. De maker is Ruud Huysmans en zoals gezegd in opdracht van Drukwerk in de Marge. De letters lopen door elkaar en ook over elkaar. De cijfers die over de tekst staan zijn de cijfers ‘0’ en ‘4’.
Op de andere kant staat een tekst, als zonnestralen en halve zonnen suggererend. Over de tekst tweemaal het cijfer ‘2’. De cijfers van beide kanten zijn natuurlijk ‘2024’.
De tekst is geschreven door de Russische schrijver Konstantin Paustovski in een vertaling van Arie van der Ent.
De regels die ik het best vond passen bij vandaag zijn:
Alle sneeuw is vermoeid en verdonkerd,
op de beek klinkt geritsel, gespat.
Met de berken, naar ochtendlicht lonkend,
van de lentegloed drinkend als wat.
Museo Nazionale di San Marco
Dit voormalig kloostercomplex in Florence is een ongelofelijk
gebouw met verbluffende kunstschatten.
De komende berichten zullen gaan over de zolder!
De zolder is waar de slaapvertrekken, de cellen, van de
kloosterlingen waren. Op de muren werk van oa Fra Angelico.
Het is op dit zolder dat de toegang is tot een bibliotheek.
Niet zomaar een kamer waar boeken werden gezet maar een
ruimte ontworpen door Michelozzo di Bartolomeo Michelozzi
om boeken te bewaren en in te kunnen zien.
De verzameling boeken is verspreid maar de ruimte is
er nog te zien.
In dit bericht een eerste voorsproefje.
Een voorbeeld van een van de gedecoreerde cellen.
Dan de bibliotheek…
…met twee voorbeelden van er zoal te zien was….
Detail van Zanobi Strozzi, Madonna and Child with four angels – Santa Maria Nuova Alterpiece, 1434 – 1439.
Attributed to Zanobi Strozzi, Initial B with St Francis receiving the stigmata, Psalter, circa 1440, parchment manuscript.
Besuikerd op dakleer
De kop van de Haagdijk met rechts de oude ‘De Gruyter’.
Een dunne laag sneeuw op een bergje zand geeft dit soort mooie structuren te zien.
Bij verse sneeuw zijn de sporen altijd interessant.
De nieuwe Verlengde Mark bij het Franciscanessenplein, besuikerd, ziet er heel sfeervol uit.
De nieuwste parkeerplaats in Breda: parkeerplaats Grote Markt.
Besuikerd op dakleer.
Ode aan Antwerpen – afsluiting
Jacob Backer, Predikant Johannes Wtenbogaert, 1638, Museum Catharijneconvent. De naam van de predikant staat op een voorblad van een boek of pamflet dat op dit schilderij te zien is.
Dit is een afbeelding van internet. Het schilderij hing op zo’n manier dat het maken van een foto moeilijk was. Op zich is het schilderij niet zo interessant al zijn er een aantal details die me wel opvielen. Noord Nederland, Een gezin in gebed voor de maaltijd, 1627, Museum Catharijneconvent.
Het aardenwerk, de rode vruchten, de vouwen in het tafellaken en de details van het brood.
Het wel heel werelds zoutvat.
Blozende wangen.
Zwart en wit kant en sierraden aan pols en vinger. Alles bij elkaar een welvarend maar beetje saai gezin.
Peter Paul Rubens, Portret van Anna Anthonis, circa 1615 – 1616, olieverf op paneel. The Phoebus Foundation.
Hendrick de Clerck, De aanbidding van de koningen, circa 1610. The Phoebus Foundation.
Jacob Jordaens, Gevecht van de Lapithen en centauren, circa 1615 – 1617. Olieverf op doek. The Phoebus Foundation.
Antoon van Dyck en atelier, Johannes de Doper en Johannes de evangelist, na 1618. Olieverf op paneel. The Phoebus Foundation. Dat de linkse figuur de evangelist is kun je uit een hele serie zaken opmaken. Niet in de laatste plaats uit de boeken.
Omgeving Gillis Mostaert (in het vorige bericht had ik zijn naam verkeerd gespeld), De brede en de smalle weg, circa 1580, Museum Catharijneconvent.
De smalle en moeilijke weg is de weg die Christus aanwijst. De brede weg is de foute weg. De decoratie van de grote poort over de brede weg laat daar geen twijfel over bestaan.
Op de tentoonstelling waren drie uitvooeringen van hetzelfde thema te zien. In Utrecht hingen ze bij elkaar. In de catalogus staan ze ver uit elaar. Hier de eerste uitvoering: Nicolaes Eliasz. Pickenoy, Christus en de overspelige vrouw, circa 1630. Olieverf op paneel. Museum Catharijneconvent. Met prachtige koppen.
Een soldaat en een farizeeër die al weg aan het gaan is.
Omgeving Hans Vredeman De Vries (?), Jezus en de overspelige vrouw, circa 1560 – 1570. Olieverf op paneel. Museum Catharijneconvent. Ook hir zegt de titel van het werk ‘de overspelige vrouw’. Het al vastgesteld. Maar bij de volgende uitvoering is de titel op dit punt iets anders. De architectuur is hier wel erg belangrijk geworden.
Van dit werk krijg ik spontaan pijn in mijn nek. Jan van Hemessen, Jezus en de op overspel betrapte vrouw, circa 1535. Olieverf op paneel. The Phoebus Foundation.
Dit was het laatste bericht over de tentoonstelling
Ode aan Antwerpen – Het geheim van de Hollandse meesters.
Groentenschoorsteen
Ode aan Antwerpen
Hoe meer ik met deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent
bezig ben, hoe meer voorbeelden ik tegen kom van de slordigheid
(ik zeg het netjes) bij het samenstellen van het publieksboekje en
de catalogus van deze tentoonstelling.
In het publieksboekje wordt een werk beschreven al ‘Beurs van
Amsterdam’. Het werk heet in de catalogus ‘De Dam te Amsterdam
met het nieuwe stadhuis in aanbouw’.
Die titel van de catalogus is ook wat je ziet op het werk.
Het werk heeft niets met de beurs te maken.
Tel daarbij op de de nummering van de werken op de tentoonstelling
die afwijkt van de catalogus, een catalogus zonder register.
Deze tentoonstelling helpt bezoekers niet waardering op te brengen
voor de prachtige werken, het maakt het alleen moeilijker.
Eerder had ik niet deze ervaring bij Museum Catharijneconvent.
Naar Michiel van Mierevelt, Prins Willem van Oranje, circa 1630 – 1645. The Phoebus Foundation.
Op eerste gezicht een chaotisch schilderij.
Er gebeurd veel, niet alles maakt je vrolijk.
Het gaat over vraatzucht, luiheid, afgunst, gierigheid,
hoogmoed, toorn en onkuisheid. De zeven hoofdzonden.
Gillis Mostaert, De Hooiwagen, circa 1575, Museum Catharijneconvent.
’t Is al hooi.
Uit de 16e eeuw zijn gravures van religieuze processies waarbij een hooiwagen meereed, bestuurd door een duivelfiguur en omringd door allerlei lieden die hebberig aan het hooi plukten. Daarmee werd gesymboliseerd dat aardse eerbewijzen en wereldse bezittingen “al hooy” waren, allemaal waardeloos en bovendien duivels. Het symbool schijnt terug te gaan op een Bijbelpassage waar de sterfelijke mens wordt vergeleken met het vergankelijke gras.
Karel van Mander, Calvarieberg, 1592. The Phoebus Foundation.
Toegeschreven aan Jacob van der Ulft, De Dam te Amsterdam met het nieuwe stadhuis in aanbouw, circa 1656, olieverf op doek, Amsterdam Museum.
Adriaen Thomasz Key, Burgemeesterspaar Jacob Bas Claesz. en Grietje Codde, 1586. Privécollectie.
Claes Moeyaert, Pastoor Leonardus Marius, 1647, Museum Catharijneconvent. Voor mij maakt de pastoor dit schilderij niet zo bijzonder maar zijn boeken wel. Vooral omdat je goed kunt zien dat men vroeger de boeken met de rug naar achter in de boekenkast wegzetten.
Kerstboomhoogwerker
In de Nederlandse taal kun je zo eenvoudig nieuwe woorden
maken die vervolgens door alle Nederlanders ook begrepen
kunnen worden.
Soms komt zo’n nieuw woord in aanmerking voor meerdere
interpretaties.
Zou een ‘kerstboomhoogwerker’ een soort trap zijn van
waaraf je makkelijk een kerstboom kunt decoreren?
Of is een ‘kerstboomhoogwerker’ een hoogwerker die
zijn best doet om zich als kerstboom te vermommen?
Breda, hoek Keizerstraat/Houtmarkt, voormalig PTT-gebouw.
Opnieuw
Van een van de drukkers aangesloten bij DidM (Drukwerk
in de marge, een vereniging van mardedrukkers) kocht ik
het Möbiusbandje ‘Opnieuw’. Deze week kwam het met de post.
Het zat in een mooie, bruine envelop.
Bertie van der Meij van Junipers, Opnieuw.
Bertie van der Meij, ‘Opnieuw’ is een dichtregel op een Möbiusbandje (kijk het eens na op Wikipedia). Gedrukt als nieuwjaarsuitgave op Nepalees geschept papier. Het doosje is van Zaans Bord.
Het gaat een van mijn boekenkasten opvrolijken.

















































































































































