Breda, Haven, I can’t understand why people are frightened of new ideas. I’m frightened of the old ones. John Cage.
National Archeological Museum
Het museum bevat ook Egyptische vondsten. Daarop is een deel van het interieur van het museum op aangepast, zoals deze deuren.
De twee-persoons strijdwagen is bijzonder om te zien. Opgegraven door de Frans-Toscaanse expeditie van 1828 – 1929 die onder leiding stond van Jean François Champollion en Ippolito Rosellini.
National Archeological Museum, Florence, Anepigraphic Canopic Jars, 1291 -945 BC, alabaster and painted wood.
Het museum is al lang geleden geopend. Daarom heeft het nog een aantal van die mooie meubelstukken waarin vroeger de voorwerpen in werden tentoongesteld. Niet altijd perfect voor de bezoeker of de voorwerpen maar het oog wil ook wat. Maspers/koppen in een oude kast.
De vindplaats Bab El Gasus is belangrijk omdat op één plaats meer dan honderd mummies van priesters zijn gevonden. Dit had een impact op het denken over mummieficeren, religie enz. Coffin of an anonymous Amon singer, Cachette of Bab El Gasus, 1069 – 945 BC.
Two-sided statue of the God Bes, 304 – 30 BC, Ptolemaic Period.
National Archeological Museum
De tittel van dit bericht is misschien een beetje stoffig.
‘Archeologie’ is volgens mij niet echt populair.
Maar de twee Etruskische beelden vind ik sensationeel.
Het eerste beeld heeft in meerdere talen z’n eigen
Wikipedia pagina, zelfs in het Nederlands.
National Archeological Museum, Florence, Chimera of Arezzo, around 400 BC, bronze and copper.
De ‘Arringatore’ of ‘The Orator’, end 2nd – early 1st century BC, bronze and copper.
Herbarium
Als dat maar goed gaat komen. Ik denk het wel. Als dit voor een echte oplossing was dan had ik de rug van Zaansch bord eerst eens 24 uur in de boekenpers gestopt. Nu ik dat niet gedaan heb krijgen de krachten van de rugbinding nog vrij spel. Intussen zit de rug al een week in klemmen en is het gedrag al beter. Aan iedere kant van de rug ga ik een plat bevestigen en die moet ik ook nog even bekleden.
Voor de platten val ik terug op materiaal dat ik ooit kreeg van mijn schoonmoeder. Ze was heel goed in het zelf maken van kleding en ze had nog een paar stukken textiel liggen. Ze was zuiniger dan ik want ze heeft een groter stuk stof met een paar kleine stukjes bij elkaar gebonden. De driehoek is een ander materiaal maar contrasteert mooi. Misschien kan ik daar nog iets mee.
Het materiaal heeft een soort van kunststof bovenlaagje. Aan de rand zie je dat materiaal niet. Ik gebruik beide maar zorg er voor dat de ‘kale’ laag straks niet meer te zien is.
Het materiaal is mooi. Maar stof laat zich anders verwerken dan boekbinderslinnen, perkament of leer. Ik kon deze stof eigenlijk niet snijden dus heb ik die moeten knippen. Dat is veel minder precies (tenminste als ik het knip). Mijn inschatting is dat ik geen vlieseline op de achterzijde hoed aan te brengen. De kunststoflaag zal de lijm wel vasthouden. Het zal mij nog verrassen.
Eenmaal geknipt strijk ik de stukken wel. Ze hebben lang opgevouwen geleden. Zo klein dat er in deze stukken van ruwweg 23 bij 27 centimeter al vouwen zitten. Ik leg een vochtige doek op de stof en strijk die niet al te heet.
Zowel voor de voor- als achterzijde een stuk op maat knippen.
Gelijmd.
Onder de pers.
Oog in oog
In dit laatste bericht over de tentoonstelling in het
Allard Pierson geen mummieportretten.
Degene die ik gefotografeerd heb staan in de vorige
berichten.
Graag kom ik nog even terug met een algemene indruk.
We weten eigenlijk maar heel erg weinig van de portretten.
Veel van de portretten hebben een onduidelijke geschiedenis
(provenence) van het Egyptische zand naar de tentoonstellings-
zaal.
Aan veel van de portretten is gerestaureerd of geknutseld,
zo lijkt het.
Dat maakt het bijna onmogelijk om goed vast te stellen
wat precies de functie was.
Dat op zich is al leerzaam want dat zegt natuurlijk ook
veel over al die andere voorwerpen, uit Egypte of
ergens anders vandaan, waarop we kritisch moeten blijven.
Wetenschappelijk onderzoek is daarbij onontbeerlijk.
Op de tentoonstelling waren een paar werken die (losjes)
gebaseerd of beinvloed zouden kunnen zijn op
mummieportretten. Daarnaast een fragment van
van een mummiewindsel. Dat was een intrigerend stuk linnen.
Het was een lange doek die horizontaal en achter glas gepresenteerd werd: Fragment van versierde mummiewindselen, 2e eeuw na Christus, linnen, pigmenten en goud. 1966.88a.
Dit is een deel van de bovenste helft.
Dit is een detail van de onderste helft.
Argus in China
In september en oktober 2023 ben ik in China geweest.
De reis ging langs een deel van de zijderoute en in
Shanghai heb ik een vriend bezocht met wie ik, samen
met zijn gezin nog een week op vakantie ben geweest.
Op 1 oktober (en de dagen erna) zijn veel mensen
vrij in China vanwege de nationale feestdag. Dus ik kwam
eind september in Shanghai aan. Mijn reisschema was:
De lijst met plaatsnamen heb ik dus bezocht als Dunhuang, Lanzhou, Xi’an, Shanghai, Suzhou, Hangzhou, Jengdezhen en toen terug naar Shanghai.
Dunhuang bezocht ik vanwege de Mogao-grotten. Het ligt aan de
zuidelijke zijderoute.
Lanzhou was een tussenstop. In China reisde ik met de hoge
snelheidstreinen. Lanxhou lag op de route naar Xi’an.
Xi’an bezocht ik vanwege het Terracotta Army. Maar er is
daar veel meer te zien.
Al deze plaatsen bezocht ik ook om China in 2023 te zien.
Shanghai bezocht ik omdat mijn vriend en zijn familie
daar wonen.
Suzhou omdat zijn vader op die dag 70 werd.
Hangzhou vanwege het meer, de schoonheid van het landschap.
Maar ook daar is veel, veel meer!
Jengdezhen bezocht ik omdat daar porcelein is uitgevonden.
Dat is de plaats waar al het schitterende keizerlijke
porcelein is gemaakt.
Daar maakte ik zelf, voor het eerst, een soort van asbak
van klei op een draaischijf.
Samen met misschien nog wel 30 anderen.
Die productie van die avond moest natuurlijk nog wel
gebakken worden, die werd opgestuurd naar Shanghai en
van Shanghai door mijn vriend naar mij gestuurd.
Dat souvenir kwam deze week aan.
De doos was gehavend maar door het zorgvuldig inpakken in Shanghai is het schaaltje goed aangekomen.
Het idee om zelf een schaaltje te draaien op een pottenbakkersdraaischijf in Jingdezhen leek me prachtig. In een soort winkelcentrum gaven studenten van een kunstacademie overdag en in de avond begeleiding aan iedereen die iets wilde maken. Het was er erg druk. Vooral kunderen, maar niet alleen. Ik ging er ook aan de slag maar had er eigenlijk niet echt over nagedacht. Zeker niet over het glazuur. Dus dat werd de tekst ‘Argus in China’, een soort van bloem op de bodem en een soort van berglandschap op de zijkant. Je moet er wel fantasie voor hebben om dat er in terug te zien.
Het berglandschap met vogels in de lucht. Ik had geen idee hoe de kleuren uit zouden vallen. Het glazuur liep ook snel door elkaar. Dat zal wel zo horen?
De tekst ‘in China’ met ‘China’ in hoofdletters op de zijkant. Het werken met klei op een draaischijf valt niet mee. Dat moet je wel vaker doen om er gevoel voor te krijgen. Maar ik wilde een souvenir zelf maken.
Argus in China.
Eind januari verzonden in China, begin maart ontvangen in Nederland.
De komende tijd volgt een beeldverslag.
Soep van de week
Deze soep zag ik voor het eerst in het kleine filiaal
van de grootgrutter waar ik mijn boodschappen doe.
Harissasoep, een heerlijke paprikasoep.
Dit zijn de ingredienten (die natuurlijk een beetje door mij
werden aangevuld):
Paprika, winterwortel, tomaat, tomatenpuree, knoflook, limoen, ui, bouillonblokjes en water.
Wat wel op de verpakking vermeld staat maar niet op de foto te zien waren, was een pot met gegrilde paprika’s. Van mij mogen er meer paprika’s in zodat de soep wat meer gevuld is. In deze uitvoering is de soep zonder vlees of vis maar het kan voor de smaak best met vlees of vis, denk ik.
Oog in oog
Allard Pierson, Oog in oog – Mensen achter mummieportretten, Portret van een vrouw, 125 – 150 na Christus, hout met encaustische beschildering. H2197.
Naar het einde van de tentoonstelling werd het steeds moeilijker foto’s te maken zonder weerspiegeling van het licht op de portretten. Portret van een vrouw, circa 150 AD, hout van de Egyptische vijg met encaustische beschildering. E12569.
Portret van een vrouw, circa 150 na Christus, hout van de Egyptische vijg met tempera-beschildering. H1168.
Portretfragment van een vrouw, 0 – 25 na Christus, hout met encaustische beschildering. HCCH2481.
Portret van een meisje, 50 – 100 na Christus, hout met encaustische beschildering. APM00724.
Portret van een jonge vrouw, 120 – 130 na Christus, hout met encaustische beschildering. L0440058. Het kartje hieronder vermeld gegevens (over het goud en de meekrap) zonder uit te leggen wat dat betekent (zonder informatie te geven).
Portret van een jonge man, 100 – 125 na Christus, hout met encaustische beschildering. 19615.
National Archeological Museum
Het mooie aan de collectie is dat bij veel werken vermeld
wordt wat de geschiedenis van de vondst en de collecties
is. Daarnaast geven ze ook detailinformatie over de
geslaagde en minder geslaagde restauraties.
Dit is een deksel van een Etruskische urn waar wat problemen zijn met het hoofd. National Archeological Museum of Florence, Lid of a molded cinerary urn in terracotta, 175 – 150 BC.
Gold funerary diadem with laurel leaves, 4th century BC. Gouden begrafenisdiadeem met laurierbladeren.
Vertalen is een kunst en mijn Italiaans is niet bestaand. Coperchio con presa plastica a forma di due cavalieri. Vrij vertaald: Deksel met greep in de vorm van twee ruiters. End 7th – begin 6th century BC. Tomb in Pitigliano.
Helaas heb ik hier geen informatie over. Wel mooie vorm.
Bacile decorato con figurine plastiche di cavalieri e di piangenti. Schaal gedecoreerd met ruiters en rouwenden. End 7th – begin 6th century BC. Tomb in Pitigliano.
Tazza decorata con fregio di animali, Cup decorated with animal friez. First half 7th – second quarter 6th century BC, Vulci, tomba B, ceramics.
#notalion
De belichting van het beeld was een beetje ongelukkig. Etruscan funerary lion, circa 350 BC. This is the tomb of Nevza Arnth.
Etruscan alabaster urn case with a scene from the myth of ‘Seven against Thebes’, Volterra, 2nd century BC. Er is een Engelstalige Wikipedia-pagina over het verhaal dat hier wordt afgebeeld.
Ik heb onvoldoende tijd genoemen om de collectie van dit museum
goed te zien. Mijn reis per trein terug naar Amsterdam,
zou niet veel later beginnen.
Het museum verdient meer aandacht.
Nieuwe Mark
Er zaten twee….
Nee, het waren geen motten.
Er lagen twee bloemen van de zonnebloem een paar maanden
te drogen bij mij in de kamer.
Het ging me vooral om de bloemzijde, de voorkant.
Maar het resultaat viel tegen.
Nu ik ze deze week weg wilde gooien keek ik nog eens
naar de steelzijde, de achterkant.
Daar zie je een fantastische symmetrie en lijnenspel.
Foto gemaakt en toen toch weggegooid.
Oog in oog
Allard Pierson, Oog in oog – mensen achter mummieportretten, Portret van een vrouw, 300 – 400 na Christus, linnen met tempera-beschildering. APM08133.
Portret van een man, 100 – 180 na Christus, hout met encaustische beschildering. APM14498.
Portret van een man, 175 – 225 na Christus, hout met tempera-beschildering. F193231.
Helaas niet helemaal scherp maar nog net leesbaar.
Ik vermeld de nummers van de werken zoals ze bekend zijn in
de diverse verzamelingen. De titel of de materiaalindicaties
geven weinig handvaten bij identificatie van de werken.
Portret van een man, 225 – 275 na Christus, hout met tempera-beschildering. H2196.
Portret van een vrouw, 170 – 200 na Christus, hout met tempera-beschildering. 81AP29.
National Archeological Museum of Florence
Archeologische musea vind ik ingewikkeld.
Gebrek aan kennis is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak
maar al je dan in een grote zaal komt met schalen en vazen
met mooie afbeeldingen, kan ik niet nalater er te gaan kijken.
De eerste vondsten in dit bericht komen uit een tentoonstelling over werken uit een verzameling van een rijke Italiaanse familie met een lange geschiedenis. Ze bezitten deze werken maar blijkbaar ook de villa waar een aantal van deze voorwerpen gevonden zijn. National Archeological Museum of Florence, Kylix, Cup, Type B, Sabouroff Painter, Theseus converses with brigand Periphetes, 470 – 465 before Christ. From Bettolle (Sinalunga, Siena), necropolis Villa Passerini.
Dezelfde vindplaats. Pinakion (small plate), Dancer Amasis dances to music of the double flute of the hetaira (= courtesan) Hippotia, Paseas, circa 510 before Christ.
Neck amphora, Centaur Chiron, Leagros Group, circa 510 before Christ.
Met deze afbeelding op de andere kant.
Amphora with continuous profile, type B, Two pairs of dualling warriors, recalls the Swing Painter, 530 – 520 BC. From Bettolle (Sinalunga, Siena) necropolis of Quercia Caffera.
Gemaakt van een steensoort die een geur afgeeft. Pair of small cinerary urns in fetid stone, circa 5th century BC.
Deze vaas stond op een draaiend plateau. Column krater (Symposium vase for mixing wine and water), Group of Bologna 824, 430 – 410 BC.
De avonturen van een marionet
Als je in Florence bent zie je niet alleen museumkunst.
Je loopt ook over straat en kijkt je ogen uit.
Zomaar op een dag in september.
Street art.
In de ochtend zijn de straten nog leeg.
Zoals Ponte Vecchio.
Met winkels vol kitsch.
Dan de hotelkunst. Dit was het hoofdeinde van het bed waar ik in sliep. Gelukkig heb je dan je ogen dicht.
Graffiti.
Dan was er dat beeld.
Het ging duidelijk over een boek.
Maar wat was het?
De naam op het boek was ‘Le ovventure di un burattino’. Dat vertaald als: De avonturen van een marionet. Het gaat dus over het boek van Carlo Collodi dat wij als ‘Pinokkio’ kennen.
In een volgend bericht een volgende dag.
Oog in oog
Hoe zit het eigenlijk met andere portretten in Egypte? Daarvan zijn op de tentoonstelling ook voorbeelden te zien zoals dit beeld. Allard Pierson, Oog in oog – De mensen achter mummieportretten, Hoofd van een priester, 1e eeuw na Christus, graniet.
Mummiemasker van een bebaarde man, 175 – 225 na Christus, stucco.
Portret van een vrouw, 0 – 100 na Christus, hout met encaustische beschildering.
Inhoeverre de portretten ook echte portretten zijn van de overledenen waarbij ze gevonden worden, is onduidelijk. In dat licht en ook omdat de herkomst vaak niet precies duidelijk is en er nog veel onderzoek nodig is, vind ik sommige aannames over wat we precies zien risicovol. Portret van een jongeman, 100 – 120 na Christus, hout met encaustische beschildering.
Portret van Ammonios, 225 – 250 na Christus, linnen met encaustische beschildering.
Portret van Isarous, 60 – 80 na Christus, lindenhout met encaustische beschildering. Dat lindenhout is flinterdun!
Tekst van de tentoonstelling.
Het portret van deze vrouw Isarous is een van de weinige waarop een naam is vermeld. Volgens de opgraver William M. Flinders Petrie is het aangetroffen te Hawara vlakbij een ander portret met daarop de naam Tiapos. Isarous draagt gouden sieraden, waaronder een halsketting met een lunula(maan)hanger, die regelmatig bij vrouwen en meisjes voorkomt. Een deel van Isarous’ sieraden zijn met stuc in relief aangebracht en daarna verguld.
Herbarium
Het werk aan het ‘herbarium’ ligt al stil vanaf november.
Het is niet echt een herbarium, het is een try-out
voor een boek waarin ik de souveniers van mijn reis
vorig jaar oktober naar China in wil bewaren.
Dat gaat om toegangskaartjes, folders enz.
Als je dat in een regulier blanco boek wilt doen
dan krijgt het boekblok een opdikking waar de rug niet op
is voorbereid. Ik had wat gedroogde planten liggen en
ik had een idee met een flexibele rug met ruimte.
In november had ik de gedroogde planten op papier bevestigd met kleine stroken papier in de katernen. Als papier gebruikte ik inpakpapier van een tuincentrum. Maar dat is wel erg slap. Maar het gaat om een test.
Gisteren wilde ik de boekbindersdraad weer oppakken door na te gaan of en waar eventuele gaten waren geprikt in de rug van Zaansch bord en in de katernen. Het ging meteen mis. Ik prikte met de els meteen in mijn vinger.
De katernen bind ik stuk voor stuk met een cahiersteek op de bergvouwen. De dalvouwen bind ik later in als een regulier boek waarbij je kunt bepalen of er naast de extra vouwen nog meer ruimte in de rug nodig is. De laagstaande zon straft onmiddelijk elke oneffenheid af. In werkelijkheid houdt het papier zich beter dan je hier ziet.
Dit is katern nummer 2. Tussen de bergvouwen waarop de katernen worden gebonden laat ik steeds een ‘loze’ bergvouw vallen. Daardoor ontstaat er al meer ruimte in de rug.
Met herbaria heb ik geen ervaring maar ik vermoed dat te slap papier niet slim is voor een herbarium. De gebroogde planten krijgen dan te veel krachten voor hun kiezen. Bij de folders hoop ik dat dit een kleinere rol zal spelen om dat ik die misschien ga lijmen zodat ze zelf bijdragen aan de stevigheid van het papier. Aan de andere kant worden dit geen boeken die dagelijks geraadpleegd gaan worden. Het papier voor het folderboek heb ik ook al gekozen want dat heb ik 10 jaar of langer geleden zelf uit China meegebracht.
De rug is het volgende avontuur. Over de platten en eventueel een rugbedekking heb ik nog niet nagedacht. Ik ben maar een hobbyboekbinder.
Gelezen
Dit leuke boekje heb ik net uit: geschreven door Garrelt Verhoeven.
‘De vreemde zaak van het quasi-onvindbare Elzeviertje – Een
bibliografische cold case’.
Een soort van detective die zich afspeelt in de wereld
van boekverzamelaars. Heel erge verzamelaars: bibliofielen.
Gelukkig voel ik me door die term ‘bibliofiel’ niet
aangesproken maar een inkijkje in hun wereld is vermakelijk en
interessant.
De Elzeviers waren een legendarisch uitgeversfirma. Ze waren
vooral bekend om hun zeer mooie drukwerk.
Een van hun zeer zeldzame uitgaves is een boek van
Thomas A Kempis: ‘Over de navolging van Christus’, in het
Latijn iets als ‘Imitatione Christi’.
Voor een bibliofiel is deze beschrijving veel te oppervlakkig.
Dan wil je weten in welk jaar het boek gedrukt is, hoe de
boekbinder het papier moest vouwen om de gedrukte tekst
op een goede manier leesbaar te maken, of het exemplaar dat
je in je handen hebt wel compleet is. Kortom wat de
‘vingerafdruk’ van het boek is.
Dit opstellen van de ‘vingerafdruk’ heet bibliogafie.
Welkom in de wereld van Garrelt Verhoeven.
Garrelt Verhoeven, De vreemde zaak van het quasi-onvindbare Elzeviertje – Een bibliografische cold case.
Wikipedia:
Thomas a Kempis (eigenlijk Thomas van Kempen of Thomas Hemerken of Haemerken, letterlijk “hamertje”; Kempen in Keur-Keulen, ca. 1380 – Zwolle, 25 juli 1471) was een middeleeuws augustijner kanunnik, kopiist, schrijver en mysticus. Hij was lid van de spirituele beweging van de Moderne Devotie en een volgeling van Geert Grote en Florens Radewijns, de stichters van de congregatie der Broeders des Gemenen Levens.
…
Zijn bekendste en nog altijd beroemde werk is Over de navolging van Christus (De imitatione Christi), de verzamelnaam voor vier traktaten, waarvan het oudste dateert uit 1424.
Het werk van Thomas a Kempis was in de Middeleeuwen populair.
Er zijn veel edities van, in allerlei formaten en in vele talen.
Ook Elzevier drukte in Nederland (vestigingen in Leiden, Amsterdam,
Den haag en Utrecht) verchillende versies.
De cold case betreft zetwerk uit de tweede helft van de 17e eeuw.
Veel later wordt daar één exemplaar van (her)ontdekt door Charles Motteley.
Die schrijft over zijn exemplaar en het is dat exemplaar dat
onderwerp is van de cold case.
Via Parijs (hierboven: La Bibliotheque Du Louvre en de mahoniehouten vitrinekasten met daarin La Collection Bibliographique Motteley), Brussel, Stockholm en nog een aantal andere plaatsen komen we in Deventer. Met iedere stad komen nieuwe feiten, neuwe visues en nieuwe reconstructies boven water.
Dhr Georg Hartong speelt een sleutelrol in de cold case die uiteindelijk wordt opgelost. Voor wie het fijne wil weten kan maar beter het boekje lezen en er van genieten. Ik heb er intussen ook nog veel mee geleerd.
Oog in oog – De mensen achter mummieportretten.
Je kunt nog naar de tentoonstelling met mummieportretten.
Het is te zien in het Allard Pierson Museum in Amsterdam.
Het zijn de laatste dagen.
Het is niet het bekendste verschijnsel in de Egyptische kunst.
Maar wel aansprekend. Het gaat over iets waar we allemaal
mee te maken hebben: het overlijden en de nagedachtenis.
Hoe ging men te werk in Egypte, zo rond het jaar nul en
de eerste paar honderd jaar in Egypte?
Hoe was dat in die melting pot, die migratiewereld?
Wetenschappelijk onderzoek is nog in volle gang.
De tentoonstelling gaat over de techniek, het materiaal,
het vakmanschap en de feiten (die we vaker niet dan wel weten).
Maar het gaat ook over die fascinerende beelden van
mensen die (bijna) 2000 jaar geleden leefden en die je
nu recht in de ogen kijken. Of doen ze dat toch niet?
De tentoonstelling opent deels direct met de portretten.
Er is ook ruimte om ook even kennis te nemen van hoe
Egypte in de tijd dat de portretten gemaakt werden er
uit zag: deels Egyptisch, deels Romeins.
In kleding, in religie.
Dit beeldje fotografeerde ik omdat ik het zo grappig vond. Allard Pierson, Votiefbeeld van de god Apis als militair, 100 voor Christus – 395 na Christus, brons.
Olielamp met de haven van Alexandrië, 1e eeuw na Christus, aardewerk.
Carnavalstegels
In een eerder bericht vertelde ik al over een tweetal
fotografen die foto’s aan het nemen waren bij het uitgraven
van een carnavalstegel in de Ridderstraat in Breda.
Later zag ik pas dat men niet 1 tegel wilde uitgraven
maar de hele reeks.
Blijkbaar zijn de afgelopen maanden al 4 van
deze tegels verdwenen. Waarschijnlijk vanwege het
koper of de messing.
De lichtere plekken geven de plaatsen aan waar tegels zijn opgegraven. Dit is de Ridderstraat in de richting van de Karrestraat. Overigens bleken de fotografen ook een video te maken. Dat zag ik op de website.
Dit was de oude situatie. Dit is de Ridderstraat richting Grote Markt. De eerste carnavalstegel is die van Prins Driekus I (1967 – 1972).
Op de ochtend dat ik deze foto’s maakte was men al weer begonnen tegels uit te graven. Hier ligt de eerste al in de laadbak.
Met wat fotobewerkingssoftware blijkt het de tegel van Prins Bert I Maskerado IV te zijn (1954 – 1958).
Ben wel benieuwd wat ze met de tegels gaan doen…
















































































































































