Het verhaal over Mandu, ‘Mandu een verborgen parel in India’
was mijn 4300ste blogpost.
Op 29 maar 2005 schreef ik mijn eerste blogje.
Dit hing in mijn wiegje

Mijn moeder vertelde me vrijdag dat dit kruisje in mijn wiegje hing. De mensen die dit type kruisjes herkennen, die weten waarschijnlijk dan ook hoe oud ik ongeveer ben en waar in Nederland ik geboren ben.
India 2012 – 2013: Mandu een verborgen parel in India


Deel 37.
Vrijdag 21 december
– rustdag –
Hoe ik aan die omschrijving kom weet ik niet meer.
We zaten lang in de auto en het laatste deel was de weg erg slecht.

Een fort onderweg, langs de kant van de weg op een heuvel.
Onderweg zag ik een bord boven de weg
die ik erg leuk vond:
Safety on the road
is ‘Save Tea’ at home.
In een vertaling valt de essentie en de woordspeling weg.

Dit is de rivier Narmada, een van de 7 heilige rivieren in India. De komende dagen/plaatsen komen we die steeds tegen.
De route vandaag duurde eigenlijk de hele dag.
We vertrokken rond 09:00 uur en waren om 16:30 uur in Mandu.
Onderweg onder andere een ongeluk gezien.
Een personenauto was bijna frontaal op een vrachtwagen geklapt.
Dat zag er niet goed uit.

Het meer en de steiger daarin, achter het hotel.

Het hotel vanaf dezelfde steiger.
Het hotel bestaat uit een aantal huisjes met of zonder airco
en een aantal tenten.
De huisjes met airco kosten omgerekend ongeveerd 45 euro per nacht.

Soms zijn de tempels fantastisch uitgevoerd met heel complexe schilderingen en beelden; wereldkunst. Soms is het heel eenvoudig.




We hebben er veel gezien maar voor westerlingen blijft het altijd erg leuk.
Mandu ligt boven op een heuvelrug.
De weg er naar toe (de laatste 10 – 15 kilometer) was erg slecht.
Soms was er helemaal geen wegdek.
Maar het was gelukkig niet te lang.
L. is na aankomst wat gaan rusten.
Ik ben het hotel gaan verkennen en kwam zo
bij een eerste monument uit, een moskee
uit de eerste helft van de 15e eeuw met uitzicht
op een aantal grafmonumenten.
Dat belooft wat!

Malik who? / Malik wie?

Wat is dat daar tussen de bomen?

Dit is de achterkant van de moskee van Malik Mughith (Malik Mughith Masjid). Ik kan alleen en Franse en Duitse Wiki-pagina over deze persoon vinden.


Gallerij die je vanaf de zijkant van het gebouw kunt zien.

Grafmonument in de directe omgeving.

Er is in de beurt ook een karavaanserai (Een karavanserai is een soort overnachtingsplek voor karavanen). Maar dat zag ik pas een dag later.

De ingang en het restant van het portaal dat voor de ingang te zien was. Dit deel wordt op internet en in reisgidsen steeds genoemd omdat het bouwmateriaal bestaat uit stukken steen van nog oudere Hindoe tempels.

Malik Mughith’s Mosque
As stated in the inscription on it’s doorway this mosque was built by Malik Mughith, father of Mahmud Khilji in AD 1452. It belongs to the first phase of Muslim architecture in Malwa when material from earlier Hindu buildings was utilised for construction the projecting porch the arched corridors and the small turrets at corners provide an impressive frontage to the building.
De moskee is gebouwd in 1452 door Malik Mughith de vader van Mahmud Khilji
Over de vader kan ik wel iets vinden op Wikipedia (al is het niet veel):
De Khalji’s of Khilji’s waren een Turks-Perzische clan van krijgslieden, die tussen de 12e en 15e eeuw met tussenpozen verschillende staten in het noorden van India regeerden.
In 1436 werd Mahmud Khilji sultan van Malwa. Zijn opvolgers heersten tot 1531 over Malwa,
Malwa is een streek in het noordwestelijk gedeelte van Centraal-India. Het ligt op een vulkanisch plateau in het westelijke gedeelte van de deelstaat Madhya Pradesh. De regio was een onafhankelijke politieke entiteit vanaf de tijd van de Arische stam van de Malava’s tot 1947, toen de Britse Malwa Agency werd opgenomen in de deelstaat Madhya Pradesh (ook wel bekend als Malwa-unie). Een klein deel van de Malwaregio ligt sinds 1947 in de deelstaat Rajasthan. Hoewel de politieke grenzen door de geschiedenis heen zijn verschoven, heeft de regio haar eigen cultuur en taal behouden.

Versiering boven de ingang van de moskee.

Dit is een tweede kijkje in de moskee. Net als vaker in India maar gedeeltelijk overdekt.

Het lettertype in de titel van 21 december 2012 is van Saral Devanagari en heet Std Roman.
Nick van Woert
Ondanks zijn Nederlandse naam is Nick van Woert
geboren en getogen in de Verenigde Staten.
Toen ik afgelopen zomer in Bologna was had het
museum voor moderne kunst een tentoonstelling van zijn werk.
Omdat ik dacht dat het wel eens een Nederlander zou kunnen zijn
ben ik gaan kijken bij MAMbo (Museo d’Arte Moderna di Bologna).

Nature calls, toegangskaarte voor de tentoonstelling van Nick van Woert.
Het grappige is dat het woord ‘natuur’ heel andere associaties
oproept dan de materialen die Nick van Woert gebruikt in zijn werken.
Waar roept de natuur in die wereld van plastic en staal?

Nick van Woert, Untitled (Yellow statue), 2014, resina, uretano, base di acciaio.

Nick van Woert, Untitled, 2013, rame, acciaio, private collection Dubai.

Nick van Woert, Horror vacui, 2010, fiberglass, sculpture and polyurethane adhesive.

Nick van Woert, Untitled (Black statue), 2014, resin, urethane, steel base. Van opzij.

Idem, frontaal.

Nick van Woert, Return to nature, 2011, fiberglass statue, polyurethane, packing peanuts, steel and polyurethane adhesive.

Dit wes erg mooi, je kon er helemaal in lopen. Nick van Woert, Course of Empire, 2013.
Gemaakt met:
Plexiglas, aquarium rocks, sixpack holder, front door, rubber, halloween hand, aluminum, rain gutter, paint, tire tube, tide bottle, liquor bottles, light covers, fake grass, baking soda, fake wood veneer, plastic plants, styrofoam, plastic bags, kitty litter, zombie target, air filter, plaster mold, billboard, magazines, marzipan hotdog, etc.


Nick van Woert, History 2012, bronzo, bianco e acciaio, ProWinko Collection

Nick van Woert, So Fresh, So Clean, 2011, Detail van catalogus.

Nick van Woert, Erratic, 2011, Detail van catalogus.

De catalogus van Nick van Woert: Nature calls.
Zeldzame iconografie?
Pas geleden schreef ik een stukje naar aanleiding
van een fresco dat ik in Italie gezien had.

Ferrara, Monastero de S. Antoinio in Polesine, Gesu al limbo, Scuola Giottesca- Bolognese, Sec XIV.
Dit fresco van de school van Giotto toont een deel van het lijdensverhaal
dat je niet vaak ziet in de schilderkunst.
Christus is in het voorgeborchte en trapt de deur in
zodat de zielen van Adam en Eva en vele andere gelovigen
de hemel in kunnen. De erfzonde verbrekend.
Nu was ik vorige week in het Mauritshuis in den Haag
en ik zie daar een klein schilderij op koper
met een vergelijkbare afbeelding.

Jan Brueghel de Oude / Hans Rottenhammer, Christus in het Voorgeborchte, 1597, olieverf op koper.
Eerst wat over Brueghel (Wikipedia):
Jan Brueghel (Brussel, 1568 – Antwerpen, 13 januari 1625) was een Vlaams kunstschilder uit de barokperiode. Hij wordt wel aangeduid als de Fluwelen Brueghel.
Jan Brueghel was de zoon van Pieter Brueghel de Oude en vader van Jan Brueghel de Jonge. Ook was hij de broer van Pieter Brueghel de Jonge, de grootvader van Jan van Kessel en de schoonvader van David Teniers de Jonge. Zijn vader stierf een jaar na zijn geboorte. Hij kreeg zijn opleiding van zijn grootmoeder, die miniatuurschilderes was, en van Pieter Goetkindt. In 1589 trok hij naar Italië, waar hij in Napels, Rome en Milaan werkzaam was. In Rome raakte hij bevriend met Paul Bril. De twee schilders werkten samen en oefenden een sterke wederzijdse invloed op elkaar uit. Een andere samenwerking was die met Johann Rottenhammer, die hem bekend maakte met de kunst in Venetië. In Milaan werkte Jan Brueghel voor kardinaal Federico Borromeo. Hij keerde terug naar Antwerpen in 1596, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Hij was er een van de meest gezochte schilders naast Peter Paul Rubens en werd benoemd tot hofschilder van aartshertog Albrecht van Oostenrijk en infante Isabella van Spanje. Jan Brueghel stierf op 57-jarige leeftijd aan cholera. Hij had onder andere de landschapschilder Abraham Govaerts en de bloemenschilder Daniël Seghers als leerlingen.

Jan Brueghel de Oude schilderde soms historiestukken, zoals helletaferelen in de stijl van zijn vader, en mythologische scènes.
Opvallend zijn de schilderijen die uit een samenwerking met andere schilders ontstonden: een collega als Hendrick van Balen, Hendrick de Clerck of Rubens schilderde de figuren en Brueghel verzorgde de groene omlijsting. Een Zeer fraai voorbeeld is Het aardse paradijs van Brueghel en Rubens in het Mauritshuis in Den Haag.
Het schilderij van Brueghel is wel wat complexer.
Het vraagt wat meer tijd om naar te kijken. Bijvoorbeeld:

Christus is hier te zien met Adam en Eva achter zich. Die man op de voorgrond met die bruine ‘jas’ kan wel eens Johannes de Doper zijn.

De achtergrond drukt helse taferelen uit. Soms doen die erg modern aan.

De duivel en zijn companen. Ik ben naar aanleiding van al die details op zoek gegaan naar een beschrijving van het schilderij. Niets gevonden.

Dus de toelichting op de details zijn van mij en een expert ben ik niet. Stoet overledenen op weg naar de hel?

Spookachtige figuren.

Kommer ende kwel. Prettig is het er niet bij die duivel.

Met een hoofd gespiest in een boom.
Het zoeken leverde niet veel op.
tot ik op het web kwam bij de site van het RKD, het
Nederlands Instituut van de kunstgeschiedenis.
Zij beheren op dit moment een systeem om afbeeldingen
te kunnen classificeren.
Zo is er een klasse met de naam Iconclass-code 73D94.
Dit staat voor:
Christ leaving hell: he liberates patriarchs, prophets, kings and other persons from hell, among them Adam, Eve, Moses, David, and John the Baptist
Ga je op die code zoeken dan vind je zomaar 10 werken
die dit onderwerp hebben.
Dit is nog een werk met dit thema:

Navolger van Jheronimus Bosch, Christus in het Voorgeborchte (detail), eerste helft 16de eeuw. Helaas zijn de afbeeldingen van de website van het RDK niet zonder watermerk te downloaden. Daarom staan er van die rare tekens door de afbeelding.
Gelezen: De staat van Afrika (Alles veranderde en alles bleef hetzelfde)
Richard Dowden is de auteur.
De Nederlandse titel is: De staat van Afrika (Alles veranderde en alles bleef hetzelfde).
Tussen haakjes staat mijn samenvatting van het boek.
Oorspronkelijke titel: Africa: Altered states, Ordinary Miracles, 2008.
Het boek is dus al wat jaren oud.
Recente geschiedenis kom je dus niet tegen.
Dat maakt het boek interessant en niet af op hetzelfde moment.
Geen Ebola maar wel AIDS en HIV.
Geen burgeroorlog in de Centraal Afrikaanse Republiek
maar wel Burundi en Rwanda.
Kortom, nog steeds actueel.
Voor alle duidelijkheid. Afrika is hier dat deel van het continent
dat ten zuiden van de Sahara ligt. Het ‘donker’ Afrika zullen we maar zeggen.
De hoofdstukken 17 en 18 gaan over de toekomstvisie
die Dowden had in 2007/2008.
Ik vind ze minder relevant.

Dit zijn een aantal van mijn aantekeningen uit/bij dit boek.
“De Europese bemoeienis met Afrika nam veel vormen aan, die grofweg in vier soorten te verdelen zijn:
ten eerste was er de handelaar die zich aan de kust vestigde en als agent of bemiddelaar optrad voor buitenlandse bedrijven;
ten tweede was er de zich vestigende boer die daadwerkelijk land innam en zichzelf kon bedruipen;
De derde soort was die van de koloniale Europese bestuurder, die over Afrikanen heerste maar geen handel dreef en geen land bezat.
En ten slotte waren er – en zijn er- de missionarissen, leraren en hulpverleners die naar Afrika kwamen om hun geloof of hun kennis te verspreiden.” (pagina 205)
Op 12/09/2014 schrijf ik op pagina 257 van het boek
met rode pen het volgende:
Tot nu toe vind ik de verhalen duidelijk,
goed te begrijpen en helder.
Maar dit hoofdstuk over Burundi en Rwanda
begrijp ik niet helemaal.
Op pagina 258 schrijf ik later:
Interessante analyse maar met Senegal
heeft het weinig te maken.
Ik bedoel daar mee dat de analyse interessant is maar
dat die niet specifiek voor Senegal geldt.
“Volgens economisch historicus Angus Maddison waren de Europeanen aan het begin van de negentiende eeuw slechts drie maal zo rijk als de Afrikanen. Tegenwoordig zijn ze twintig keer zo rijk, en wordt de kloof nog steeds groter. In het jaar 2000 produceerden vrie miljoen Ieren, die ooit tot de armste ter wereld behoorden, meer welvaart dan tweehonderd miljoen West-Afrikanen, inclusief de machtige Nigerianen met hun overvloed aan olie en gas. Het hele continent ten zuiden van de Sahara produceerde, afgezien van Zuid-Afrika, minder dan het kleine Belgie.“ (pagina 265)
“De meesten van deze mensen die je op de straten van Afrikaanse steden ziet, worden door het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties tot de absoluut armen gerekend, die leven van minder dan een dollar per dag. Dat klinkt vreselijk arm voor iedereen die in de westerse wereld woont, maar welvaart kent vele vormen en misschien bestaat er in Afrika een vorm die niet te meten is in de dollarberekeningen die economen hanteren. En dan hebben we het niet alleen over waardevol menselijk kapitaal dat niet in geldelijke termen is uit te drukken. Toen de mobiele telefoon in Afrika werd geïntroduceerd, vonden de mensen plotseling overal het geld. Miljoenen Afrikanen bleken rijker te zijn dan de economen en ontwikkelingsdeskundigen hadden beweerd. Veel rijker zelfs. Hoeveel meer verborgen, niet in officiële cijfers weergegeven welvaart kent Afrika?“ (pagina 267)
“Afrika is rijk gezegend met natuurlijke hulpbronnen, mineralen, wouden en, in sommige delen, water in overvloed. Het is een rijk continent met veel arme mensen. Maar de economische ontwikkeling van Afrika was er op gericht om buitenstaanders ten goede te komen, niet de Afrikanen zelf. ……. De politieke geografie maakte de zaak nog erger. Afrikaanse grenzen corresponderen niet met natuurlijke grenzen of demarcatielijnen tussen volkeren.” (pagina 269)
“De koloniale erfenis maakte de Afrikaanse economieën vooral tot leveranciers van grondstoffen.” (pagina 270)
“De enige manier…zou zijn door de opbouw van zijn eigen productiecapaciteit, door ontwikkeling van de bevolking en toegevoegde waarde. Dat was precies wat de Aziatische landen deden,” (pagina 270)
“De Aziaten wisten echter strategieën te ontwikkelen om de moeilijkheden te omzeilen en hun producten toch op de Europese en Amerikaanse markten te krijgen. De waarheid is dat de Aziatische landen naar buiten keken en de wereldmarkten analyseerden, terwijl de Afrikaanse overheden naar binnen keken, aan zelfvoorzienendheid en importvervanging te werken en belasting hieven over exporten. …. Voor hen waren rijke landen hulpverleners en geen markten.” (pag 271)
“Toe de Afrikaanse landen onafhankelijk werden, geloofden de meeste leiders dat het volgende stadium in de opbouw van een natie moest zijn dat de overheid de economie overnam. De nieuwe heersers stelden dat de politieke onafhankelijkheid niet compleet zou zijn zonder economische onafhankelijkheid. Ze zagen zichzelf als degenen die Afrika van de koloniale overheersing bevrijdden en wilden niet alleen het bestuur, maar ook de productie onder hun heerschappij brengen. In land na land werden de mijnen, de landbouwgfrond en de bedrijven genationaliseerd. Het werd gezien als Afrika dat zijn verloren erfenis weer opeiste. De politiek van nationalisering kreeg aanzienlijke ondersteuning van de Wereldbank en donorlanden.” (pagina 273)
“Het gepropageerde doel van de nationalisaties was de hele economie in lijn te brengen met een nationaal ontwikkelingsplan en te verhinderen dat er kapitaal geëxporteerd zou worden. Het effect was dat leiders de absolute controle over het geld kregen. De nationalisaties gaven hun een uitgebreide clientèle en de mogelijkheid om politieke bondgenoten te belonen of vijanden af te kopen. De semistaatbedrijven vormden eveneens een geldkraan voor presidentiële paradepaardjes en neutraliseerden bij voorbaat alle andere welvaartsbronnen die in de verleiding zouden kunnen komen om een oppositie te financieren.” (pagina 273-274)
“Slechts weinigen in de westerse landen leverden in die tijd enige kritiek. Hun belangrijkste zorg gold de loyaliteit in de Koude Oorlog. Tegenwoordig profileren westerse donorlanden zichzelf als de helden van de ‘traditionele waarden’- democratie, rechtshandhaving, mensenrechten en de vrije markt – maar dat zijn nieuwe uitvindingen. In de jaren zestig en zeventig wilden de westerse landen en hun instituten, zoals de Wereldbank, weten welke kant je koos: het Sovjet-blok of het Westen. Ze hadden liever te maken met met een heerser als Idi Amin of Mobutu dan met een verandering van regering, die aanleiding zou kunnen zijn voor een land om aansluiting te zoeken bij de Sovjet-Unie. En dus ondersteunden ze bloedige dictators uit naam van ‘stabiliteit’.” (pagina 275)
“In de voorstellingswereld van de westerse leiders waren de meerpartijendemocratie en de vrije markt zowel de oorzaak als de beloning voor hun overwinning op het communisme. Aangezien de meeste Afrikaanse landen eenpartijstaten waren met een geleide economie, nam men aan dat ook zij zouden profiteren van de oplossingen van de vrije markt. ……
Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank, beide onder leiding van vertegenwoordigers van westerse overheden, voorzagen ze van het beleid en het instrumentarium waarvan zij geloofden, dat er een vrij en bloeiend Afrika mee kon worden opgebouwd.“ (pagina 278)
“Niemand had het onmiddelijke en enorme effect van zulke dramatische programma’s op Afrikaanse staten ooit doordacht. De economische theorie, bekend als de Washington-Consensus, was dat alles goed zou komen met de economieën, zodra ze maar eenmaal bevrijd waren van de bemoeizucht van overheden en zodra de heilige wetten van de vrije markt, naar westerse stijl, waren ingevoerd. …… De theorie ging ervan uit dat er belasting zou worden geheven en dat de rond de overheid geconcentreerde corruptie zou verminderen. …… Maar hun theorieën gingen er ook van uit dat de staten over een juridisch raamwerk beschikten dat de markt in staat zou stellen om vrij en transparant te functioneren.” (pagina 279)
“Het instorten van de munten reduceerde de salarissen van hoge ambtenaren tot om en nabij vijftig dollar per maand. Uitgerekend de mensen die de hervormingen moesten doorvoeren, raakten zelf verarmd. ……. Dat betekende dat veel Afrikaanse staten de enige mensen kwijtraakten die het land konden besturen. Het overheidsapparaat, dat nooit erg effectief was geweest, kwam nu tot volledige stilstand. Het gebrek aan capaciteit leidde ertoe dat hele hordes buitenlandse adviseurs tegen hoge kosten werden ingevlogen, velen van hen zonder enige ervaring met of kennis van Afrika.” (pagina 280)
“Bovenop de leegloop van de ambtelijke top kwam nog eens het ontslag van duizenden lagere medewerkers in staatsdienst, die vaak omvangrijke grootfamilies onderhielden. Degene die hun baan behielden raakten al snel verarmd door de instortende valuta. …… Natuurlijk hadden ze constant geld nodig en velen begonnen hun diensten te verkopen. De kleine corruptie steeg enorm.” (pagina 281)
“De regeringen waren eerst sterk tegen privatisering gekant. Vervolgens begonnen de elites die het land, zijn staatsbedrijven en hulpbronnen hadden bestuurd, deze met behulp van bankleningen op te kopen – de hulpbronnen die zij vernietigd en geplunderd hadden toen ze aan de macht waren.” (pagina 281)
“…en toen de westerse bedrijven hun opwachting maakten in Afrika, hadden ze lokale mensen nodig om hen bij de hand te nemen terwijl ze door Afrika’s bureaucratische jungles laveerden. Wie konden ze beter hebben dan een plaatselijke, machtige politicus? En zo werden de rijke kleptocraten van de oude regimes de nog rijkere bonzen van de geprivatiseerde bedrijven. Alles veranderde en alles bleef hetzelfde.” (pagina 282)
‘De stront verandert, maar de vliegen blijven hetzelfde.’
“Veel leden van de heersende klasse waren nu multimiljonairs in dollars, en het electoraat was arm. In plaats van de staat van de economie te scheiden, klonk de nieuwe wereldorde van de vrije markt ze even hecht op elkaar als ze in de geleide staatseconomieen waren geweest. De bazen en hun maatjes hadden het nog steeds voor het zeggen in het land, dat ze nu bezaten.” (pagina 282)
Zelf ben ik in dat deel van Afrika waar Dowden over schrijft
nooit geweest maar de aanpak waarbij voormalige bestuurders
eigenaar worden van bedrijven ben ik tegengekomen in Rusland.
Dat als maar geld sturen naar landen die een erg rijke
bovenlaag hebben, heb ik zelf ook in India gezien.
Alles bij elkaar een interessant boek.
India 2012 – 2013. Ellora en Ajanta: de tekst


Deel 36.
De afgelopen weken heb ik een aantal blog posts gemaakt
over Ellora en Ajanta. Deze twee sites met rotskloosters
en gebedsruimtes hebben we bezocht in 2012.
Maar door alle prachtige schilderingen en
beeldhouwwerken is de tekst er helemaal bij ingeschoten.
Dus voor ik doorga met indrukken van Mandu
wil ik de indrukken van Ellora en Ajanta nog even
in een blog post samenvatten.
Woensdag 19 december Ellora
Zie 2 emails aan thuisfront (ik kan nog maar 1 mail achterhalen)

Donderdag 20 december Ajanta
Ajanta is, net als Ellora, ongelofelijk.
De ligging van Ajanta spreekt nog meer tot de verbeelding dan Ellora.
De ingangen van de grottempels en – kloosters liggen aan de buitenkant
van een heuvelwand die een hoefijzervorm heeft.
Iedere grot heeft weer een andere verrassing:
prachtige schilderingen aan plafond of tegen de muur
(te schaars verlicht om te kunnen fotograferen), prachtig
gebeeldhouwde kolommen, Boeddha’s, te veel om op te noemen.
Het ‘moderne’ Ajanta is prachtig aangelegd.
Toen we met de auto aankwamen werden we direct
opgewacht door allerlei mensen die ons de weg naar de bus wijzen.
Vanaf het ‘dalstation’ gaan er bussen naar het startpunt.
De bussen vertrekken naar zo’n 70 winkeltjes met eten,
drinken en souveniers.
Bij het startpunt is nog 1 restaurant.
In de site zelf is geen eten of drinken te koop.
Er zijn kramen met drinkwater maar voor westerlingen
lijkt me gebruik daarvan af te raden.
In de bus heen had ik een staplaats en L. zat op de wielkap.
10 Rupees per persoon.
Op de terugweg zaten we in een aircobus (waarvan
onderweg en tijdens stilstaan de deur open bleef).
20 Rupees per persoon.
Bij het startpunt hebben we pakoda’s gegeten.
Het was kort na 11:00 uur.
Vervolgens hebben we ook nog eens een extra liter
water meegenomen.
Na een korte klim komen de grotten in beeld.
Heel bijzonder (vind ik) zijn de Boeddhistische ‘kathedralen’.
Grote hoge ruimtes met daarin een soort stupa.
De zijkanten vaak prachtig versierd met
schilderingen en beeldhouwwerk.
Het is er best druk.
Ik begrijp dat de hogere klassen in het Indiaas onderwijs
nu examen hebben en dat daarom de jongere kinderen
op schoolreis mogen.
De groepen toeristen die wij gezien hebben kwamen uit Japan
(of een ander land uit Zuid-Oost Azia).
Nieuw voor mij op de toeristenmarkt was het gebruik
van laptops. Daar keken/ maakten toeristen
filmpjes van YouTube terwijl ze door de grotten lopen.
Vandaag kwamen daar Japanners bij die met hun iPad
foto’s liepen te maken!
Daarnaast liep er nog een toerleider met een megafoon.
Maar dat waren uitzonderingen.
Als je het goed aanpakt sta je vaker alleen of maar met
een beperkt aantal mensen is een grot.
Je hebt dan alle tijd om de details van de grotten te bekijken.
Wij zijn zo’n 4 uur bij de grotten geweest
en we hebben er slechts een paar niet gezien.
Het lettertype in de titel van 20 december 2012 is van Göran Söderström/Goran Soderstrom en heet Shabash Pro Light.
Mooie lucht boven Breda

Gistermiddag was het weer zover. Een prachtige lucht boven Breda.
Klantenservice Menzis: zo moet het niet
Nadat tot tweemaal toe Menzis een declaratie heeft laten liggen
(Kwijt!), heb ik uiteindelijk afgelopen week betaald gekregen.
Met het proces was ik natuurlijk niet blij.
Als doekje voor het bloeden kreeg ik een bos bloemen.

Mooie bos bloemen van Menzis maar ik was liever beter behandeld door deze ziektekostenverzekeraar.
Nu staat dit voorval niet op zich zelf.
De consumentenbond heeft een onderzoek gepubliceerd in
de uitgave van november van dit jaar en daarin staat
Menzis op de 17e plaats (van de 23 zorgverzekeraars)
als het gaat om de kwaliteit van de klantenservice.

Consumentenbond, Fout beantwoord! is de titel van het artikel.

De 17e plaats van Menzis in de test klantenservice. Dus denk je later dit jaar over te stappen naar Menzis, misschien nog eens goed nadenken.
Dozza (Italie)
Afgelopen zomer waren we in Italie.
Een van de plaatsen die we bezochten was Dozza.
In dit dorp wordt iedere twee jaar een biennale
gehouden rond muurschilderingen: BIENNALE MURO DIPINTO.
Iedere keer worden er in het kleine dorp
weer een aantal muurschilderingen toegevoegd.
Het toch al schilderachtige dorp met prachtig kasteel (Rocca)
wordt er nog interessanter door.
Mijn selectie van de muurschilderingen:

De schilderingen (soms wordt dit begrip ruim geinterpreteerd) zijn te zien op de muren van de huizen in het dorp. Alberto Zamboni, Le radici del pensiero, XXI Biennale del muro dipinto, 2007.

Graziano Pompili, Ort (Luogo, Nederlands: plaats), 2005, XX Biennale d’art del muro dipinto. Een heel andere techniek dan alleen schilderen.

Alberto di Rocco, Doni di cerere, 1979.

De werken worden in heel verschillende stijlen uitgevoerd.

De Bedeschi Nevio, L’uomo e la macchina (Mens en machine), Faenza. Soms gaat het om internationale schilders maar veel komen ook uit Italie zelf.

Piazza Zotti, het dorpsplein.



Ste. Sebastiane.

In de stijl van Morandi: Norma Mascellani, San Giorgio, 1995, Bologna.

Maria Paola Forlani, Madre des Dios de la misericordia, Ferrara, 1993. Sommige werken zijn dringend aan een opknapbeurt toe. Bij andere is dat al gebeurd.

Maria Paola Forlani, detail.

Maria Paola Forlani, prachtig lijnenspel.


Pallozzi Gaetano, Donne del sud, 1989.


Luciano Pezzi, Fausto Coppi. Met Coppi liep het niet zo goed af daarom kijkt hij hier ook vanuit de hemel neer op een wielrenner die wel in de wolken lijkt te fietsen.


Politiebureau met gescheurde muren.

Een griffioen tegen de trap.

Dit is een deel van een groter werk.

Een tegeltableau van Fernando Rava, 1983.

Fernando Rava, een geisoleerde tegel.

Mooi werk, niet alleen omdat het op Picasso lijkt maar ook omdat er verschillende technieken zijn gebruikt. Zo zijn veel handen uitgevoerd in tegels.

De haren links zijn van keramiek terwijl het haar van de figuur rechts geschilderd is.

Messina Franco, Tortura, 1977. Helaas laten sommige werken zich moeilijk fotograferen.

Of deze tegels ook uit de Biennale voortgekomen zijn weet ik niet.

Detail van een van de individuele tegels.



Bec Daniel, Natura Morta, 1967. Inmiddels al gerestaureerd.

Uit Japan: Misao Ono, Auguri l’aquilone, 1995.

Misao Ono, door de smalle straat laat het werk zich moeilijk fotograferen maar dit is een detail met de vlieger.

Tanda Ausonio, Famiglia 1945 – 1965. Mooie techniek.

Zoals bij de POP-art werken van Lichtenstein wordt hier een stripverhaal gebruikt als muurschildering.

Detail: Sono curioso di vedere questa famosa rocca di Dozza (ik ben benieuwd naar dat beroemde kasteel van Dozza; vrije vertaling)

Marchionni Elvio, Strappo, 1989.
Zat er nou asbest in het oude NS station van Breda?

Werkt hier iemand aan het opruimen van asbest of andere schadelijke stoffen? Waarom zijn er dan geen maatregelen voor de reizigers die op 10 meter afstand staan?
Sinterklaaspaard
Afgelopen zaterdag stond op de opiniepagina
van de Volkskrant deze heel grappige cartoon van Arend van Dam.
Arend van Dam is kinderboekenschrijver/illustrator.
Hij heeft ‘traditionele’ Sinterklaas boeken gemaakt
als ook een boek met pieten in alternatieve kleuren.

Arend van Dam, Sinterklaaspaard
Wat zo sterk is aan deze prent is dat hij geen stelling neemt
over Zwarte of Gekleurde pieten.
De pieten in de prent hebben verschillende kleuren
en eerlijk is eerlijk, Sint en de pieten zien er niet blij uit.
Maar de schimmels, die klagen over de benaming ‘Sinterklaaspaard’,
geven aan hoe ze hun geschil gewonnen hebben.
Ze hebben een rechtszaak aangespannen en gewonnen.
Maar wat hebben ze gewonnen.
Ze doen niet mee aan het feest.
De pieten en Sinterklaas zijn niet blij.
Eigenlijk zie ik alleen maar verliezers.
Er zijn mensen die de verwijzing naar het slavernijverleden
vreemd of zelfs belachelijk vinden.
Terwijl andere mensen dit nou juist vanzelfsprekend vinden.
Wat partijen lijken te vergeten is dat je,
ook als je geen kwade bedoelingen hebt,
je toch groepen mensen kunt schofferen.
Maar dit werkt naar twee kanten.
Er zijn ook uitingen die je als schofferend kunt ervaren
waarbij de groep die de uiting doet, daar geen
kwade bedoelingen mee heeft.
Om dit dan aan de kaak te stellen via een rechtszaak (…)
is misschien niet de beste methode.
Herdenkingsweekend 70 jaar bevrijding Breda

Toen we de Grote Markt opgelopen kwamen rond 13:30 uur waren de meeste voertuigen al op de Grote Markt.

In de Reigerstraat stonden nog een aantal wagens te wachten om de markt op te kunnen rijden.

Klein maar bijzonder voertuig.

Open truck. De 40 voertuigen waren van verschillende pluimage.

Het inparkeren op de Grote Markt viel nog niet altijd mee.

Een ambulance.


Achteruit steken.

Jeeps mogen niet ontbreken.

Allerlei voertuigen in allerlei combinaties.



Zicht vanaf het bordes van het Stadhuis.

Veel toeschouwers.

Dodge.


Shammi Pithia: Creation of something meaningful

India in de Hollandse herfst.
Gisteravond was er een concert in de Nieuwe Kerk in Den Haag
van Shammi Pithia. Een muzikant met Indiase wortels,
die vanuit het Verenigd Koninkrijk een soort fusion muziek maakt.
Het geluid van zijn bansuri’s (bamboefluit) mengt hij met het geluid
van bijvoorbeeld een piano, basgitaar, Spaanse gitaar, viool en cello.

Holland India Festival.
Het concert werd gegeven in het kader van het Holland India Festival.
In dat festival staat naast muziek ook dans en film centraal.

Shammi Pithia in het India Muziek Festival in de Nieuwe Kerk in Den Haag.
De Nieuwe Kerk is een prachtig gebouw.
Uitermate geschikt voor concerten op kleinere schaal.

Het publiek neemt plaats.
De CD van Shammi Pithia heet Cosmic en was er te koop.
Ik heb hem net gehoord en eerlijk gezegd deed het
optreden in Den Haag me meer.

Het artwork voor de CD Cosmic.
Op de CD wordt de muziek erg klinisch.
Shammi zei het zelf in zijn introductie op het instrument.
Het instrument laat alles horen wat er in je borstkast gebeurt.
Ben je zenuwachtig, dan heb je direct een extra ongewenst vibrato.
Maar dat maakt het goed bespelen van dit instrument net zo mooi.

De plafondconstructie van De Nieuwe Kerk en de speciale akoestische voorzieningen. Heel indrukwekkend.
De bansuri is een prachtig instrument en Shammi kan er op spelen.
Daar zit de kracht en tegelijk ook de zwakte van Shammi Pithia.
Door andere muzikanten een kans te geven
deel te nemen aan het optreden
wordt zijn actieve aandeel in het concert kleiner.
Daarmee wordt het concert niet beter.
De mooiste optredens gisteravond
waren die waarbij hij bijna solo optrad.

Nogmaals het plafond en het orgel (verborgen achter doorzichtige akoestische elementen die aan het plafond hangen). Allemaal foto’s van voor het concert.
De zangeressen waren een probleem gisteravond.
De neiging bij dit type muziek om de zang te klein te maken,
te iel, te broos, is een valkuil.
Daar werd voor de pauze te vaak ingetrapt.
Het eerste nummer van Sangeeta Bhageloe,
na de pauze, was prachtig.
Maar toen was er durf, zelfverzekerdheid, kracht.

De enige staande man is Shammi Pithia (derde van rechts). Zoek op Internet nog maar eens voor meer foto’s. Die zijn of komen er zeker.
De organisatie had een paar te enthousiaste
crew members te veel.
Mensen die foto’s maakten en daarbij rond gingen lopen,
mensen die zaten te praten.
Allemaal begrijpelijk maar dat kan beter.
Overigens hoop ik nog wel een aantal van die foto’s
te zien op internet. De foto’s met mijn telefoon
zijn van lage kwaliteit.

Alles bij elkaar heb ik genoten van een prachtige avond.
Het was een heel warm evenement met heel veel,
zeer vriendelijke mensen. Een weldaad.
Ik kijk uit naar een volgend optreden!
Het lijkt wel Sinterklaas: veiling en crowdfunding
Vandaag niet 1 maar 2 pakjes.
Het moet niet gekker worden!

Het zijn wel gelijk, de laatste pakjes voorlopig.
Het eerste had te maken met een crowdfunding actie
rond de kluis van St. Franciscus.
Een kluis is een sobere verblijfplaats, haast een grot.
Als Franciscus in Rome verbleef, deed hij dat in
wat vandaag de dag de kerk van St. Franciscus in Ripa wordt genoemd.
Een complex uit de 13e – 17e eeuw.
Wikipedia:
San Francesco a Ripa is een kerk in Rome, genoemd naar Sint Franciscus van Assisi.De kerk vindt haar oorsprong in een klooster in de Romeinse wijk Trastevere. Sint Franciscus was enige tijd in het (latere franciscaner) klooster te gast tijdens een van zijn reizen naar Rome. In de zeventiende eeuw werd de kerk herbouwd en gewijd aan de heilige, waarbij Ripa (“oever”) duidt op de nabijgelegen rivier Tiber.

Voor mij was belangrijk de film ‘Fratello Sole, Sorella Luna’
(Broeder zon, Zuster maan) van Franco Zeffirelli.

Maar in het pakket zit ook een leuke uitklapkaart met de gevel van de kerk. Die techniek is interessant.

Het tweede pakket komt van een stripliefhebber.
Immers het label met het adres bevat een afbeelding van Kuifje.



De doos moet 19 nummers uit twee jaargangen van een Chinese strip bevatten. Wat het precies is ga ik nog nader bekijken maar ik zag veel sociaal-realistische afbeeldingen die door veel jonge Chinese kunstenaars tegenwoordig als uitgangspunt worden gekozen voor hun werk. Dit heb ik op Catawiki gekocht.
Grotere uitersten kan bijna niet:
Een set religieuze voorwerpen als gevolg van een gift
en een set communistische lectuur als gevolg van een bod op een veiling.
Het kan allemaal op de Argusvlinder.
Op de veiling gekocht
Vandaag kwam er een aangetekend pakketje aan.
Ik weet natuurlijk wat er in zit, althans ik had een sterk idee.
Jij als lezer weet het nog niet maar
als je nog even doorleest, weet jij het ook.

Het geheime, aangetekende pakketje.

Het hek is van de dam, waarmee ik maar wil zeggen dat de deksel van het doosje is.

In de doos zitten twee pakjes.

Wat komt daar tevoorschijn. Lijkt wel iets roods.

Twee boekjes met een rode kaft. Een heeft een afbeelding van Mao Zedong op de kaft. Het andere boekje heeft Chinese karakters op de omslag.

Het tweede pakje bevat een zakhorloge met op het deurtje een afbeelding van Mao Zedong.

Groepsfoto.
Voor mij was dit niet een echte verrassing.
Ik had dit immers gekocht op een veiling.
Ik ben al langer geinteresseerd in veilingen en nu kwam ik
een week of zo geleden in aanraking met Catawiki.
Een online veilinghuis.
Ik wilde gewoon eens zien hoie dat nu werkt.
Men heeft er verschillende soorten veilingen.
Boeken, moderne kunst, sieraden, munten, modeltreinen, enz.
Er zijn ook regelmatig (ten minste) twee veilingen met spullen
uit Azia: Aziatica (vintage) en Aziaticaveiling (antiek).
De voorwerpen die je net zag komen van de Aziatica (vintage) van
eerder deze week (maandagavond).

Zo ziet zo’n pagina eruit van waaraf je kunt bieden. Links een tekstuele beschrijving en in het midden de foto’s die beschikbaar zijn en rechts de bedragen die geboden zijn (nu even weggehaald).
De tekst bij dit lot is bijvoorbeeld:

Een van de twee boekjes is veel dunner en heeft een heel andere indeling.
Het dikste boekje lijkt inderdaad het ‘Rode boekje’ te zijn.
Maar dat ga ik binnenkort nog even verifieren bij mijn Chinese kennis.
Om het voorbeeld compleet te maken van wat voor informatie je
precies krijgt, zie je hieronder de foto’s van de webpagina.
Het is overigens de verkoper die verantwoordelijk is voor deze informatie.
De hele veiling, de betaling en de verzending daarna
wordt begeleid met een aantal mails.
Zo wordt ik terwijl ik dit schrijf op de hoogte gehouden dat nog meer lots
vanavond aan de beurt zijn.
Van 1 heb ik al besloten die te laten lopen.








Schattig he, die groene kleur van de wijzerplaat?
den stenne monster the Breda
Een tijdje terug kreeg ik een boekje,
indirect, uit een erfenis.
Het boekje heet ‘De middeleeuwse omwalling van Breda’
en is uit 1978.

Het gaat om een ‘Overdruk uit Jaarboek XXX (1977)’ van de
Geschied- en Oudheidkundige Kring
van Stad en Land van Breda “De Oranjeboom”.
Het boekje is gemaakt door ‘Broese’ in Breda.
Mijn vader heeft daar, lang voor deze uitgave,
de eerste stappen in het grafisch vak gezet.
Een van de leuke dingen van het boekje, dat twee verhalen bevat,
is dat een van de twee schrijvers een opdracht in het boekje
heeft geschreven op de binnenkant van de kaft.

De twee verhalen zijn:
“De middeleeuwse omwalling van Breda”, door Dr. F.A. Brekelmans.
en
“De opgraving van de Gasthuispoort te Breda” door L. Moelands
Brekelmans was gemeentearchivaris van Breda van 1957-1982.
Heeft veel artikelen over Breda op zijn naam staan.
Moelands was amateurarcheoloog en lid van de Archeologische Werkgroep Breda.
Dhr. Moelands was direct betrokken bij de opgraving die hij
in zijn artikel beschrijft.

Binnenkant kaft met opdracht:
Vriendelijk aangeboden door L. Moelands, juli ’78.
Het artikel van Brekelmans levert een leuke reeks jaartallen op
in het ontstaan van Breda en de omwalling:
1160 Vermoedelijk ontstaan van Burcht Breda (Cerutti)
1165 Tolheffing door lokale heren
1198 Voor het eerst is er sprake van ‘castellum’,
een term voor een bouwwerk met militaire doeleinden.
1223 ‘casterum’ (burcht) en villa Breda worden genoemd. Nog geen stad.
1240 Bouw van het eerste Begijnhof
1246 Het ‘hospitale’ wordt genoemd (gasthuis)
1252 stadsrechten worden verleend door Hendrik IV van Schoten
1259 Jaar van de oudst bewaard gebleven schepenacte van Breda
1269 Er wordt een contract overeengekomen tussen Elisabeth van Breda/
Arnoud van Leuven en de stad Breda over de financiering van een kerk
“doen men makede den stenne monster the Breda” monster is monasterium wat kerk of klooster kan betekenen.
1290 Blijde inkomste van Raso II, er wordt gesproken over ‘port Breda’
In het algemeen betekent dit dat er sprake is van een versterkte stad.
Daarnaast wordt het recht verleend ‘cauchidegelt’ te heffen.
Dat staat voor kassei- of weggeld.
1308 Akte van scheiding tussen de Zusters Norbertinessen van Catharinadal
en het Gasthuis.
“eenen weegh gaende neffens den veistgraft twentech voete wijt van den veistgraft of darbi” Veist betekent zoveel als verstekte en graft is gracht of misschien wal.
1330 – 1333 Uitbreidingen met onder andere bakstenen muren
1400 – 1410 De werken worden afgerong
1410 Begin bouw Onze-Lieve-Vrouwekerk
1530 Aanleg van de aarden wallen start door Hendrik III van Nassau.
Aarden wallen waren veiliger dan stenen muren als verdedigingswerk.
1537 Bossche of Gasthuiseindse Poort gereed.
1538 Ginnekenpoort gereed
1546 Haagpoort gereed.
Deze gegevens dateren inmiddels van 35 jaar geleden.
Misschien zijn er inmiddels nieuwe inzichten.
Het verhaal van L. Moelands is voor mij veel actueler.
Ik kan me nog wel herinneren dat met aan het graven was op de Vlaszak.
Er stond een kunstwerk geschilderd op de schutting
dat je in volle pracht kon zien vanaf 1 specifiek punt.
Vanuit een ander perspectief stelde het niets voor.
Daarvan staat een foto in het boekje.
Toeval wil dat het gebouw dat er is weggezet na de opgraving
inmiddels al weer aan vervanging toe is.
Binnenkort dus weer een kans om daar weer opgravingen te doen.

Foto hoek Veemarktstraat, Catharinastraat, Vlaszak.
Hollandsche luchten boven Breda
Onderstaande foto’s zijn van zondag jl, eind van de middag en van vandaag.



Een spel met (spoor)lijnen
Ben vanavond even naar het nieuwe station gelopen.
Ik ga er deze week niet naar toe.
Er rijden geen treinen van en naar Tilburg.
Maar het nieuwe stationsgebouw had ik nog niet gezien.

Een bouwplaats is altijd een spel van lijnen, zon en wolken. Zo ook het station van Breda want tijdens de verbouwing gaat het reizen (vaak niet) door.



Vergelijk het overzichtelijke, ruime, mooie en het designprijs winnende, nieuwe station van Rotterdam met het onoverzichtelijke, veel te grote en lelijke station van Breda.

Die veel te grote stationshal. Je moet als architect toch echt in de jaren ’70 zijn blijven steken als je zo’n gebouw ontwerpt. Wat is het idee daarbij. Wat heeft een reiziger daar nou aan. Het is alleen maar duur in onderhoud en mensen zullen er zich ’s avonds onveilig voelen. De winkels liggen te ver uit elkaar. De kebab en friteszaken zullen het hier goed doen. Maar hoeveel mensen zullen, terwijl ze staan wachten op de trein naar Etten-Leur een jurk of broek gaan kopen bij Sissy Boy? Al die trappen, ook in ruimtes waar ze volledig overbodig zijn. Er is hier absoluut niet nagedacht vanuit de reiziger (zoals in Rotterdam).
Nieuw cadettenritueel?
Zou het schoonmaken van het Stadhouder Willem III-standbeeld
een nieuw cadettenritueel zijn?
Vanavond waren de volgende activiteiten te zien op het Kasteelplein.


Wat zal je moeder trots zijn!