Blogboekje

Even het laatste nieuws over het blogboekje.
Gisteren heb ik de titel donker blauw geverfd (ultramatijnblauw
om precies te zijn).
Ik heb de letters met olieverf geschilderd.
Dat is misschien niet het slimste/beste.
Maar die olieverf heb ik, ik zocht een mooie donkerblauwe kleur
en olieverfschilderijen maak ik toch niet.

 photo DSC_5569LatenWeBeginnen.jpg

Ik heb de titel op drie latjes gelegd.
In alle drie zit een klein spijkertje.
Op deze manier blijven de latjes, ook tijdens het verven,
goed liggen. De letters liggen niet op de ondergrond
waardoor je ook de zij- en binnenkanten goed kunt verven.

 photo DSC_5570blauwEnGebroken.jpg

De letters zaten niet allemaal even stevig aan elkaar.
van begin af aan is de verbinding tussen de ‘B’ en ‘O’ zwak geweest.
Dat zal ik morgen weer aan elkaar lijmen.
Nadeel van olieverf is de lange droogtijd.
De letters drogen nu al zo’n 16 uur
maar ze voelen nog steeds niet droog.

 photo DSC_5571BlogboekjeResultaat.jpg

De letters zijn weer aan elkaar gelijmd.
Die lijm heeft niet zoveel tijd nodig om te drogen.
Uiteindelijk komen al de letters op de kaft van het blogboekje.
Dus dat zel stevig genoeg zijn.

Ik heb gekozen voor dit blauw, blauwe kaft, blauwe titel en
blauw lint om het boekej in te binden, omdat ik in Italie
in de Scrovegni kapel de blauwe hemel van Giotto heb mogen bewonderen.

De kapel wordt op de website ‘Statenvertaling online – bijbel en kunst’ als volgt beschreven:
(http://www.statenvertaling.net/kunst/arenakapel.html)

Enrico Scrovegni was de zoon van Reginaldo Scrovegni, een steenrijke bankier in Padua. Reginaldo was een woekeraar: hij verdiende zijn geld door gebruik te maken van de zwakte van anderen. De Kerk veroordeelde dat als een doodzonde; Reginaldo mocht daarom niet in gewijde grond worden begraven en zijn erfenis zou niet aan Enrico mogen toekomen. Enrico had echter goede connecties en wist toch de erfenis binnen te halen. Als tegenprestatie moest hij zich aansluiten bij een lekenorde, die van de Cavalieri Gaudenti, en de onrechtmatig verkregen gelden teruggeven.

Tevens vroeg hij aan de stad toestemming voor de bouw van een kapel voor gebruik door zijn familie. In 1300 kocht Enrico grond, en in 1304 kon de kapel worden gewijd, aan de maagd Maria. In de tussentijd was de doelgroep van de kapel uitgebreid tot de gehele Cavalieri Gaudenti, waardoor het project bijdroeg aan Scrovegni’s boetedoening.

De Cavalieri Gaudenti stonden onder toezicht van een monnikenorde, die in 1305 bij de bisschop protesteerde tegen de vorderende pracht en praal van de kapel. Die vonden ze veel te uitbundig, en bovendien wilde Scrovegni zonder toestemming naast de kapel een forse klokkentoren bouwen. Het protest van de monniken werd gehonoreerd: verdere bouwactiviteiten werden verboden. De Florentijnse meester Giotto mocht zijn decoratie van het interieur gelukkig voortzetten.

De kapel staat bekend om de verbeeldingskracht en de kleurenrijkdom van Giotto’s fresco’s. Sommigen zien het ensemble als een artistiek hoogtepunt van de figuratieve kunst, enkel overtroffen door de Sixtijnse kapel van Michelangelo. Bijzonder is ook dat de werken ondanks hun leeftijd van 700 jaar vrijwel ongeschonden zijn; de kapel bleef ook gespaard bij luchtbombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Scrovegni-kapel staat in de wijk Arena, vernoemd naar een oud Romeinse amfitheater.
Interieur

Hoewel de kapel gewijd is aan Maria, komt zij er karig af. Fresco’s over haar leven sieren de bovenste ring van een van de zijwanden. Op gelijke hoogte op de andere zijwand scènes uit het leven van de heiligen Joachim en Anna. De meeste ruimte is er voor een serie over het leven van Jezus, die de tweede en derde ring beslaat. De eerste ring toont de zeven zonden en de zeven deugden. Op de wand boven de ingang is het Laatste oordeel geschilderd.