Wat aten de bewoners van het oude Mexico?
De mededeling dat in het oude Mexico honden werden vetgemest
voor consumptie klinkt voor Europese oren ongewoon.
Toch zegt zij vooral iets over de wereld waarin deze beelden ontstonden.
Runderen, schapen, geiten en varkens bereikten Mexico pas
met de komst van de Spanjaarden.
Ook melk, boter en kaas maakten geen deel uit van het dagelijkse menu.
De basis van het dieet werd gevormd door maïs, bonen en pompoenen.
Daarnaast werden onder meer tomaten, chilipepers, avocado’s,
cacao en verschillende vruchten verbouwd en gegeten.
Samen leverden zij een voedzame combinatie
die grote bevolkingen kon onderhouden.
Dierlijke eiwitten kwamen uit uiteenlopende bronnen.
De mogelijkheden verschilden bovendien sterk per regio.
Langs de kusten waren vis, schelpdieren en schaaldieren beschikbaar,
terwijl in het binnenland werd gejaagd op onder meer
herten, konijnen en vogels.
Daarnaast hield men kalkoenen en in sommige gebieden ook honden.
De vermelding op het museumlabel dat deze dieren
werden gefokt en vetgemest voor consumptie
moet daarom niet zozeer als een curiositeit worden gezien,
maar als onderdeel van een breder systeem van voedselvoorziening.
Voor moderne bezoekers trekken juist de honden de aandacht,
omdat zij in West-Europa vooral als gezelschapsdieren worden gezien.
Voor de bewoners van het precolumbiaanse Mexico lag dat anders.
In een wereld zonder runderen, schapen en varkens
namen de beschikbare huisdieren een andere plaats in
binnen het dagelijks leven.
De hondenbeelden uit Colima herinneren eraan
hoe sterk voedingsgewoonten worden bepaald
door de dieren en gewassen die een samenleving ter beschikking staan.
Wat kunnen de hondenbeelden ons vertellen?
Op het eerste gezicht lijken de honden van Colima verrassend herkenbaar.
Hun opstaande oren, compacte lichamen en vaak opgekrulde staarten
doen denken aan levende honden.
Wie de beelden echter nauwkeuriger bekijkt,
merkt dat ze onderling sterk verschillen. Sommige dieren zijn opvallend slank, terwijl andere een bijna tonvormig lichaam hebben. Het is niet duidelijk of deze verschillen verschillende hondentypen weerspiegelen, of dat zij voortkomen uit artistieke keuzes van de makers.
Ook de kleur roept vragen op.
Sommige beelden hebben een roodbruine tint, andere ogen donkerbruin
of bijna zwart.
Zonder technische analyses is moeilijk vast te stellen
of deze kleurverschillen oorspronkelijk zijn,
het gevolg van verschillende baktechnieken vormen
of tijdens hun eeuwenlange verblijf in de bodem zijn ontstaan.
De huidige kleuren vertellen daarom niet zonder meer iets
over de dieren die model hebben gestaan voor de beeldjes.
Op het museumlabel wordt vermeld dat bepaalde honden
werden vetgemest voor consumptie.
Die mededeling verklaart mogelijk waarom sommige afbeeldingen
zo opvallend corpulent zijn uitgevoerd, al blijft ook dat een interpretatie.
De beelden laten zien hoe vertrouwd honden waren voor de bewoners
van het oude Colima.
Tegelijkertijd maken zij duidelijk hoeveel vragen onbeantwoord blijven
wanneer archeologische voorwerpen
vooral als kunstwerken worden gepresenteerd.
Zonder informatie over vindplaats, datering, materiaalonderzoek
of vergelijking met andere vondsten is het vaak moeilijk
om verder te komen dan zorgvuldig kijken en voorzichtig interpreteren.
Juist daardoor blijven deze honden intrigeren:
ze lijken dichtbij, maar geven hun verhaal slechts gedeeltelijk prijs.


