De vijfde en zesde tekst zijn inmiddels opgelijmd.
Helaas komt de lijm door het papier heen.
Jammer maar dit is het geval op alle pagina’s.
Of ik er nu veel of weinig lijm op doe.
De lijm die ik gebruik is een alleslijm voor hobbytoepassingen.
Terwijl ik deze log schrijg heb ik net de nieuwe tekst
onder bezwaar gelegd.
Zal morgen wel droog zijn voor de laatste twee teksten.
Tot nu toe blijft Infinit goed doorbladerbaar.
Er was natuurlijk een kans dat door de toegenomen dikte
van het papier met de tekst, Infinit minder doorbladerbaar zou worden.
Categorie archief: Boeken
Vorderingen aan Infinit
Gisteren was ik al verder dan ik kon laten zien.
Het chassis was onder bezwaar.
Maar nu dan wat foto’s.
Je ziet hier goed hoe de wanden van de doos in wentelwiek gelijmd zijn. Als het goed gedroogd is worden de te lange stukken afgesneden en kan ook de grondplaat op maat worden gemaakt. Dat moet hier nog gebeuren.
Op deze foto’s zie je al wel hoe Infinit straks op deze bodem kan worden getoond. Nu nog zonder de tekst.
Dit is de huidige stand. De lange stukken zijn afgesneden en ook de grondplaat is op maat.
Vorderingen aan Infinit
Infinit is een bouwdoos van Spiabooks.com.
Het is een ‘boek’ waarbij je oneindig de tekst kunt
doordraaien. Een tekst, 8 stukken, ben ik aan het voorbereiden.
Maar omdat je voor een boek ook een kaft of iets anders moet
hebben om de tekst te kunnen beschermen,
maak ik een doos voor Infinit.
Die doos staat je ook toe om Infinit er op te presenteren.
Dit is het ‘chassis’ van de doos, of althans het begin ervan.
Hier krijg je een eerste glimp van hoe het boek Infinit zich laat presenteren. Inmiddels zijn de wanden van de doos ook al geplaatst maar dat kan ik nog niet laten zien omdat de doos droogt onder bezwaar.
Voorbeelden
Naar aanleiding van het boek ‘De basis van typografie’ van Jim Williams
wat voorbeelden van hoe je kunt spelen met typografie in bijvoorbeeld
de krant. In dit geval de zaterdagbijlage van de Volkskrant.
De regels van de tekst staan erg dicht op elkaar,
Hierdoor komt de staart van de letter ‘g’ uit regel 1
in aanraking met de vlag van letter ‘l’ in regel 2.
Ik weet niet of het toeval is of dat bewust gezocht is
naar het in verband brengen van de woorden ‘meehangen‘
en ‘loslaten’
Alle letters ‘j’ uit regel 1
botsen met letters in regel 2.
De leestekens zijn erg prominent in de tekst aanwezig.
In regel 1 staat een programmanaam in italic en de naam is onderstreept
terwijl ik zou zeggen dat die naam niet het belangrijkste is in de tekst.
in de tekst zitten heel veel botsende letters vooral de ‘g’ van regel 2 (groot)
en de ‘k’ van regel 3 (kogels).
Die ‘g’ van kogels weer met het woord ‘op’ in regel 4.
op zijn beurt weer het woord ‘op’ met ‘frontlinie’ op regel 5.
De leesbaarheid van deze tekst staat behoorlijk onder druk.
Hier zie je een hangende apostrof. Zie hoofdstuk 3.14 hangende interpunctie).
Het afbreken van het woord: Voortdu-rend valt op.
De woorden ‘de vijand’, de laatste regel van deze kop, is in onderkast gezet.
De rest van de tekst in kapitalen. Heel opvallend.
De vlag van ‘de’ botst met de ‘A’ van ‘Amerika’.
De puntjes van de ‘ij’ (de tittels) botsen met de ‘E’
De ‘d’ van ‘vijand’ botst met de ‘K’ van ‘Amerika’. De laatste apostrof.
Dit dan een heel ander voorbeeld van spelen met typografie.
Heel geslaagd!
Geodriehoek
Geodriehoek van de Action. Normaal maak ik geen reclame maar hoe kunnen ze het er voor maken?
Dit is de set met meetinstrumenten, verborgen in de verpakking zit ook een ‘harde geodriehoek’.
Bij het maken van dozen, is een halve geodriehoek erg handig.
Die flexibele geodriehoeken die je vaak ziet
hebben aan de zijkanten schuine kanten.
De harde geodriehoeken hebben dat niet en zijn daarom iets breder.
Perfect om de bekleding in een doos op maat te snijden
en een klein randje op de bodem over te laten.
Infinit – Spiabooks.com
Een tijd terug heb ik 4 kits gekocht, zeg maar bouwdoosjes,
voor vier boekjes.
Een tijd terug heb ik ze al allemaal uit de verpakking gehaald
en bekeken. Het boekje Infinit vond ik maar een vreemde eend.
De verpakking van de bouwdoos is hierboven op de foto te zien.
Het is het boekje rechtsonder.
Eigenlijk is het geen boekje, althans niet in mijn definitie.
Bij een boek gaat het om een constructie die bedoeld is
de tekst te beschermen en leesbaar te maken en houden.
Infinit/Infinite is een presentatievorm die je in staat stelt om
oneindig de pagina’s om te slaan.
Maar bijvoorbeeld een kaft heeft het niet.
Ik heb deze week daarom maar eens een dummy gemaakt.
De constructie is heel eenvoudig: 4 stroken papier van
20 bij 9,9 cm. Iedere strook heeft twee vouwen.
Beide vouwen zitten op 5 cm van de buitenrand.
Met restpapier (dus geen karton) van afwijkende maten
heb ik een dummy gemaakt. Maar dat hielp niet echt.
Gisteren heb ik de vlakken die volgens mij ‘leesbaar’ zijn
voorzien van teksten die ik uit de Volkskrant van zaterdag had gesneden.
Dat heeft twee voordelen:
= het geeft een beeld van hoe je de tekst straks kunt lezen
= het maakt het geheel steviger waardoor het gedrag meer lijkt
op een kartonnen constructie.
De dummy van wit papier. Slapper dan het werkelijke eindproduct dat van karton wordt gemaakt. Daarom leunt het boek hier tegen een deurstijl.
Toen kreeg ik een beter beeld.
Ik ga nu 8 teksten schrijven die samen 1 doorlopend verhaal vormen.
Iedere tekst begint met zijn ‘paginanummer’.
Het eerste woord van iedere tekstje ga ik met letterstempels
aanbrengen zodat die goed opvallen.
Hopelijk geeft dat de lezer steun bij het ‘omslaan’ van de pagina’s.
Het gemis van een kaft, die is bij deze presentatievorm eigenlijk niet mogelijk,
ga ik opvangen door een kleine, platte doos te maken.
De bodem van de doos krijgt twee gleuven die het uitzetten/wegzetten
van het boek gaat vereenvoudigen. Daarnaast ondersteunt dit
de lezer die van de ene pagina naar de andere wil.
Een momentopname van de voorbereidingen van het boekje Infinit. Als ik het boekje kan maken zal ik eerst het ‘boekblok’ maken (de bouwdoos) en daarna ga ik mijn ontwerp van de platte doos nog eens controleren. Dan wordt die uitgevoerd.
Gelezen: de basis van typografie
Jim Williams, De basis voor typografie.
Dit mooi vormgegeven boek geeft een inzicht in de elementen
die een typograaf kan beinvloeden bij het maken van een boek,
een advertentie, een slogan, een folder, een krant of
wat voor visueel medium dan ook waarbij tekst een rol speelt.
Dus ook een blog.
Inderdaad.
Het boek is geen droge stof, aan de hand van een groot aantal
voorbeelden, worden kort allerlei begrippen en verschijnselen besproken.
Heel informatief en leuk tegelijkertijd.
Na het lezen ben je geen typograaf maar kun je aan een tekst
wel herkennen of er aandacht is besteed aan de manier
waarop die tekst zijn vorm gekregen heeft.
Inclusief punten, wezen, weduwen, aanspatieeren, mager en vet,
en-dash, em-dash, apenstaartje, kapitalen en onderkast.
Heel concreet sprak mij bijvoorbeeld pagina 92 erg aan.
Daar worden twee voorbeelden gegeven van ‘botsingen’.
Botsingen ontstaan doordat of letters te dicht op elkaar staan
(veel te veel afspatiering) of omdat de regelafstand te klein is.
Het Volkskrant zaterdagmagazine speelt met dit laatste fenomeen.
Kijk zaterdag maar eens. De tussenkoppen zijn vaak bewust zo
gezet dat de vlaggen en staarten (letters f en g bijvoorbeeld)
in onder elkaar staande regels tekst, elkaar raken.
De bekleding van de deksel is af
Deksel gereed op bekleding na
Zoals te zien is op de foto is de deksel gereed om bekleed te worden. De deksel wordt zwart net zoals het binnenoppervlak van het chassis. Gemaakt volgens de methode Wilma van Driel / Cor Aerssens.
Het bepalen van de grootte van het binnenoppervlak van de deksel
let erg nauw.
Vandaar dat ik na lang beraad het karton dat ik van het binnenoppervlak
had afgesneden, terug gelijmd heb. Het randje was te smal
om zelfstanding te halveren. Pas na goed drogen heb ik er toen
alsnog een randje afgesneden. Maar minder dan de eerste keer.
Nu past de deksel prima op het chassis.
Correctie op het binnenoppervlak. Voor het plaatsen van de wanden.
George Cruikshank
Tijdens zijn carriere heeft Cruikshank zich onder andere
verzet tegen het gebruik van alcohol.
Dat is in de prenten goed terug te zien.
The Drunkard’s Children (De kinderen van de dronkaard).
Dit zijn tekeningen die heel goed passen bij de boeken
van Charles dickens en zijn strijd tegen armoede en onrecht.
Niet toevallig dat Criukshank de tekeningen maakte voor Oliver Twist.
Een detail van deze chaos in een kroeg.
George Cruikshank, The Drunkard’s Children.
Op de volgende prent zie je een enorm voertuig waar de ‘geest’
wordt vereerd. ‘Spirit’ in het Engels staat voor geest maar ook
voor sterke drank.
Het enorme voertuig wordt door een uitzinnige menigte voortgetrokken
terwijl tegelijkertijd mensen vermorzeld worden onder de wielen (vaten)
van het voertuig.
George Cruikshank, The Gin Juggarnath, met als ondertitel The worship of the great spirit (de aanbidding van de grote geest’. Een juggarnath of juggernaut verwijst naar de processiewagen die door Hindoes in India wordt gebruikt om Hindoegoden te vervoeren zoals in de Jagannath Temple in Puri.
Detail.
Onder de bar met de barvrouwen, rollen de wielen, soms over de mensen die net de kar nog trokken.
De heksen op de volgende details van een afbeelding doen dan
weer heel sprookjesachtig aan.
Witches frolic.
In de volgende prent, die ik in stukken laat zien
ligt de nadruk op neuzen.
A chapter of noses (een hoodstuk over neuzen).
St. Antonius die de duivel bij de neus neemt (?).
Dozen voor beginners – Wilma van Driel / Cor Aerssens
Gisteren heb ik de cursus Dozen voor beginners gevolgd
bij Wilma van Driel (Boekbinderij Papyrus) in Leiden.
Het lesmateriaal is gebaseerd op het materiaal van Cor Aerssens.
De lesruimte is een heel ruim, goed verlicht atelier,
voorzien van alle machines en materialen nodig voor de workshop.
Het karton en papier voor het chassis van de doos was allemaal
al voorbereid door Wilma van Driel.
De werkbank bij Boekbinderij Papyrus.
Het gereedschap:
– kwasten (1 schone kleinere kwast, een dikke voor het stijfsel en
een kleinere voor de lijm (PVA))
– geodriehoek
– smidshaakje
– heel scherp mes (ik sneed mijn vinger)
– vouwbeen
– 2 doekjes (1 nat, 1 droog; voor het verwijderen van vuil)
– 1 potlood
– 1 lineaal (2 is beter)
– 3 blokjes hout/MDF: 12 x 13 x 2 cm
De bezoeling is een doos te maken van het type schoenendoos.
Het formaat is wat kleiner, grotere dozen zijn om te beginnen
moeilijker dan een kleinere doos.
Op de werkbank, stroken karton met daarop schuurpapier (Korrel 280 en 400). Heel handig.
Het begin heb ik niet gefotografeerd.
De handeling is eenvoudig maar ereg belangrijk.
Het werk begint met het maken van de vloer van de doos.
Die bestaat uit twee stukken karton die op elkaar geplakt worden.
De grondplaat en het binnenoppervlak.
Die plak je op elkaar. Het binnenoppervlak is kleiner dan de grondplaat.
Dat en het hoogteverschil dat door het op elkaar plakken van het karton
ontstaat, gebruik je om de wanden dadelijk goed te plaatsen.
De wanden van de doos liggen gereed. Twee kortere zijdes en twee langere.
Ik leg de wanden nog even rond de bodem om te zien of ik het juiste materiaal heb. De haakse kant van de wanden heb ik aangegeven net zoals de binnenkant van de wanden. Je ziet het ‘verhoog’ van de grondplaat en het binnenoppervlak.
De wanden zijn aan de onderkant een beetje rond geschuurd
om ruimte te maken voor de lijm.
Het plaatsen van de eerste wand. De wanden worden ‘wentelwiekend’ geplaatste. Ze worden haaks gezet door het smidshaakje. Je ziet de wand uitsteken buiten het binnenoppervlak. Dat is met opzet. Het te veel wordt straks afgesneden.
Na het plaatsen van de tweede wand wordt de plaats waar de twee wanden elkaar raken vastgeplakt met schilderstape.
Als alle vier de wanden staan moet de bodem van de doos drogen. Hiervoor zetten we ze onder bezwaar.
Hierna worden de wanden bekleed met grijs ruggenbord.
Dat is ter versteviging van de constructie.
Dat werkt super!
Eerst de wanden op de juiste lengte snijden.
De bekleding met grijs ruggenbord opplakken. Aan alle vier de zijdes steekt een kleine strook over. Die snij je daarna weg.
Het ruggenbord zit op de wanden en wordt op maat gesneden. Een belangrijke stap voor de constructie van de doos.
Dit is het resultaat van het beplakken. een mooi egale buitenkant. Daar waar nodig worden naden licht bijgeschuurd.
Om de grootte te bepalen van het papier waarmee de doos bekleed gaat worden gebruiken we stroken papier.
Laten we nog even naar de hoek kijken van de doos.
Die bepaalt in grote mate de sterkte van de constructie.
Als je goed kijkt zie je dat de verlijming van de wanden, versterkt wordt door het ruggenbord dat als bekleding wordt aangebracht. Het ruggenbord geeft de doos niet alleen een glad en egaal uiterlijk, het draagt belangrijk bij aan de versteviging van de constructie. Dat werkt echt super!
Voor de bekleding moeten we zowel de lengte als de breedte opmeten. Zorg voor een paar millimeter voor op de vloer.
Nadat het papier op maat is gesneden wordt de centrale plaats van de doos gemarkeerd. Op dit blauwe papier viel de potloodstreep achteraf niet erg op.
Dan wordt het papier in de looprichting ingesmeerd met stijfsel. Bij dit papier werd de lijm erg snel opgenomen door het papier. Tweemaal insmeren was zeker nodig.
Na het plaatsen van de doos wordt het papier op maat gemaakt. Dit is een complex proces. De cursus was hier heel verhelderend. Hier is echt nog wel wat ervaring nodig voor dit helemaal soepel gaat.
Dan wordt de wand bekleed en het teveel aan papier wordt weggesneden. Extra aandacht krijgen de naden aan de buitenkant van de doos. Hoe dat in zijn werk gaat had ik niet zelfstandig uit de werkinstructies opgemaakt.
De bodem van de doos is bijna gereed. Het enige dat er nu nog moet gebeuren is dat het binnenoppervlak bekleed moet worden. Maar inmiddels was het 16:00 uur. Tijd om naar huis te gaan. Het goede nieuws is dat de deksel een soort omgekeerde bodem is. De werkwijze is vergelijkbaar. Die ga ik de komende tijd dus afmaken.
Ik heb me erg vermaakt en voor een eerste keer is het resultaat (nu 24 uur later en na een nacht drogen) heel aardig en opvallend sterk. De buitenbekleding zit niet helemaal strak op twee plaatsen maar voor de rest ziet het er prima uit.
This country / George Cruikshank
Dat het boek een eerbetoon aan George Cruikshank is
had ik al verteld.
De volgende tekst, het begin van het boek, aangevuld
met stukken van Wikipedia, geven een beeld van de toon van het boek
en van de plaats die Cruikshank inneemt tussen de
caronisten van rond 1800.
THIS country in her comparatively brief art-life has already produced four great typical masters of Pictorial Satire.
Purely national in genius; uninfluenced by school tradition or foreign example;
devoting themselves to the honest exposition of the manners and doings of their time, them ridicule of its follies, and the castigation of its vices; each, in his special walk, seems to have reached the culminating point of graphic perfection;
nor is it likely, so far as I can see, that even as time speeds on and judgment expands, other men will appear to surpass, or even equal these, as long as their own branch of art continues to be practised.
Vertaling/samenvatting:
DIT land, in haar relatieve korte kunstgeschiedenis,
heeft al vier grote, uitgesproken, meesters van de Getekende Satire voortgebracht.
Puur nationale genialiteit, zonder beinvloeding door een
schoolse traditie of buitenlandse voorbeelden;
ze hebben zich toegewijd aan het eerlijk ten toon stellen
van manieren en gebruiken van hun tijd,
ze maakten de heersende dwaasheden belachelijk en
tuchtigden de ondeugden,
ieder, op eigen manier, lijken het hoogtepunt van grafische perfectie
te hebben bereikt;
het is onwaarschijnlijk, zo ver als ik kan zien, dat zelfs
als de tijd vordert en het oordeel zich verbreedt,
dat andere mannen zullen opstaan die hen zullen voorbijgaan of evenaren
zolang hun eigen kunstvorm uitgeoefend zal blijven.
The earliest in point of time, William Hogarth, (1697-1764),
De eerste in tijd gezien, William Hogarth.
Wikipedia:
William Hogarth (Londen, 10 november 1697 – aldaar, 26 oktober 1764) was een Engels kunstschilder en prentkunstenaar in de periode van de barok. Hij werd opgeleid als goudsmid en graveur, maar vervaardigde later ook paneel- en muurschilderingen, genrestukken en portretten, historiestukken en Bijbelse taferelen.
William Hogarth wordt gerekend tot de eerste kunstenaars die verhalende werken in serie produceerde, als een soort voorloper van het beeldverhaal of het latere stripverhaal. Deze series waren moraliserend en satirisch van aard en verwierven grote populariteit.
The next in order of birth is Thomas Rowlandson, (1756-1827).
De volgende, in volgorde van geboortedatum, is Thomas Rowlandson
Wikipedia:
Thomas Rowlandson (City of London, juli 1756 – aldaar, 22 april 1827) was een Engelse kunstschilder en karikaturist.
De minst bekende van het viertal.
Ook op internet is niet zo veel over hem te vinden.
The third, James Gillray, (1757-1815), was a genius of another order.
De derde, James Gillray is een genie van een andere orde.
Vermoedelijk staat hij wat los van de andere drie
omdat zijn prenten zo duidelijk politieke prenten zijn.
De andere drie maakten ook veel spotprenten over gewoontes
van de tijd en maakten ook vaak illustraties voor boeken.
Wikipedia:
James Gillray (13 augustus 1757 – 1 juni 1815) was een Engels schilder, cartoonist en etser. Samen met de satirische kunstenaars William Hogarth, Thomas Rowlandson en George Cruikshank maakte Gillray het achttiende-eeuwse Engeland tot het centrum van de karikatuurkunst. Berucht waren vooral zijn kritische prenten tegen het Frankrijk van Napoleon Bonaparte. De bijnaam ‘Little Boney’ waarmee de Engelsen destijds de Franse keizer betitelden, was van Gillray afkomstig. James Gillray introduceerde ook het personage John Bull in de Engelse spotprenten. Tot vandaag is de benaming John Bull een spotnaam voor de Engelsen.
We now come to George Cruikshank, (1792-1878), the last of our quaternion, — if not of the line of purely comic artists, — the omega, as Hogarth was the alpha, of satirical designers.
Nu komen we aan bij George Cruikshank (1792 – 1878),
de laatste van het viertal, een puur komisch kunstenaar,
de omega als Hogarth de alfa was van de satirische ontwerpers.
Portret van George Cruikshank.
Detail van de titelpagina van ‘George Cruikshank, the artist, the humorist, and the man’ door William Bates.
De boekjes zijn binnen!
Ik heb vier boekjes gekocht bij het bedrijf
SpiaBooks: Little Book Kits.
Zeg maar bouwdoosjes voor kleine boekjes.
Ik had er 1 meegebracht uit Malaga.
Het bedrijf zit in Barcalona maar heeft een
site op Etsy (een site voor veel hobbyproducten).
De boekjes waren dus wel even onderweg:
Poststempel, 16 januari 2015. Dus 11 dagen onderweg.
Hier zie je de vier boekjes.
Wat Infinit voorstelt is me nu nog niet duidelijk
terwijl ik het al wel eens uit de verpakking heb gehaald.
We zullen zien.
De namen van de boekjes zijn: Five, Infinit, Serpent en Signum. De komende weken ga ik ze maken. Vertaald is dit Vijf, Oneindig, Slang en Richtingaanwijzer.
George Cruikshank
Het blad tussen pagina 8 en 9 is een tekening bij een lied. De tekening is al uit 1808. The Mulberry Tree oftewel de moerbei boom.
William Bates is een echte fan.
Het boek is een ode aan Cruikshank.
De inhoud kan ik niet goed inschatten.
Maar de tekst begint bijvoorbeeld
ACROSTIC.
George Cruikshank — every heart, both young and old —
Even the middle, most uncertain, aged,
Owns satisfaction as thy name is told ;
Renown’d for long successful battle waged
‘Gainst devils blue, that so in thraldom hold
English hearts, ever by themselves encaged.
CRUIKSHANK ! I do rejoice to see thy name
Reckon’d with Ainsworth’s in the roll of fame !
Union most pregnant ! that with grace doth bind
In faithful bonds such pencil and such pen —
Kith bound to kin, and neither less than kind;
So shall young graces bless us now and then.
Heaven marries truly such a mind and mind,
A»d shall command for both the hopes of men.
Now, trustful, let us forth with thee and Ainsworth,
Knowing full well it will be worth the pain’s worth.
V. V., D.D.
— Ainsworth’s Magazine,
June, 1842.
Dit acrostichon of naamdicht is afkomstig van een tijdschrift waarin
de schrijven William Harrison Ainsworth centraal stond.
Cruikshank heeft zelf aan dit blad meegewerkt.
De eerste letter van iedere regel vormen samen de naam George Cruikshank.
De taal is opgezwollen:
‘Bekend van de lang gevoerde, succesvolle strijd
tegen de blauwe duivel, die de Engelse harten
in slavernij hield, nadat ze er ooit zelf voor kozen.’
De blauwe duivel is het alcoholgebruik.
‘Cruikshank! Ik ben verblijd uw naam te zien.’
Het boek komt dus niet uit de hoek
met de grootste criticasters.
De tweede tekening waar ik even plaats voor maak is:
the Knacker’s Yard.
George Cruikshank, The Knacker’s Yard or the Horses last home!
Deze tekening is een aanklacht tegen de manier waarop dieren,
en in dit voorbeeld: paarden,
behandeld werden in die tijd.
Knacker’s Yard zouden wij vertalen met Knokenerf.
Pagina 30 -31. The Knacker’s Yard or the Horses last home!
Tegen een van de muren hangt dit bord. De tekst (Licensed for slaughtering horses) geeft aan dat de zakenman hier, een vergunning heeft om paarden te slachten.
Op de voorgrond wroeten varkens tussen het ‘slachtafval’.
Even verderop liggen botten en schedels van paarden.
De koetsier en zijn medewerker zetten de toon. Terwijl het paard voor de kar wordt geslagen, rookt de medewerker rustig een pijp.
Maar ik heb een probleem met deze prent.
De afbeelding vermeldt een andere naam dan Cruikshank.
Kijk maar naar de afbeelding met de varkens.
Je kunt er lezen: F. Wentworth.
Ik heb naar die naam gezocht maar kan het niet plaatsen.
Uiteindelijk kwam ik bij het Britisch Museum (online)
een versie van deze prent tegen. Maar dan van Cruikshank.
Er zitten kleine verschillen tussen de prenten.
Maar die kunnen verklaard worden door de staat van de ets.
British Museum, George Cruikshank, The Knacker’s Yard.
De beschrijving van de prent op de website:
A dilapidated knacker’s yard; with stables in which skeletally thin horses are confined; some lying in the yard, one slumped up against the wall of one of the sheds and another to the foreground; a horse lying in the centre of the courtyard as another, desperate with starvation, chews on its mane; to the foreground, pigs scavenging the carcass of a horse with bones and poultry cluttering the yard; to the left, a cart driving through the open arch, loaded with a dead horse and driven by two men, one of whom savagely whips the draught-horse; to the right, another man leaning against a wall and smoking a pipe, accompanied by his bulldog; second state Etching
In het Nederlands:
Een verlopen knokenerf; stallen met paarden zo mager als een skelet,
andere paarden liggen op het erf, een tegen een muur, een op de voorgrond.
midden op het erf ligt een uitgehongerd paard dat op zijn manen kauwt
om de honger tegen te gaan.
Op de voorgrond wroeten varkens in een karkas terwijl het pluimvee samengroept.
Aan de linkerzijde komt een kar onder een boog door het erf op.
Twee mannen op de bok van de kar met een dood paard achterin.
Het paard voor de kar wordt geslagen met een zweep.
Rechts leunt een man tegen de muur terwijl hij een pijp rookt.
Hij is vergezeld van zijn buldog.
Tweede staat. Ets.
De prent is verschenen in een uitgave met de naam
The Voice of Humanity (1831).
Binnenkort meer.
George Cruikshank
George Cruikshank is een Engels tekenaar.
Het bekendst is hij geworden met zijn tekeningen voor
Sketches by Bozz (1836) en Oliver Twist (1838).
Twee boeken van Charles Dickens.
Maar Cruikshank was een kunstenaar die ook bekend was
zonder zijn werk voor Dickens.
Hij leefde van 1792 tot 1878.
Vorige week heb ik een boek gekocht over zijn leven.
Het boek is geschreven door William Bates en heet:
George Cruikshank: the artist, the humorist, and the man.
het boek dat ik heb gekocht is de tweede editie (op
internet zie ik een versie van de eerste editie, 350 US$)
en verscheen in 1879.
George Cruikshank: the artist, the humorist, and the man. Second edition. 1879.
Het boek heeft een mooie linnen omslag die helaas aan de rug nogal beschadigd is. Zowel de voor- als achterkant van het boek heeft een kader met kleine versiering in de hoeken.
De beschadiging aan de rug. De tekst, in gouddruk, op de rug is voor het grootste deel verdwenen.
Het portret van Cruikshank en zijn handtekening op de voorkant.
In het boek staat nog een portret van de tekenaar. De maker van dit portret heb ik nog niet kunnen vinden in het boek maar zelf heeft Cruikshank een aantal maelen zijn eigen portret (in opdracht van de uitgever) gemaakt.
Op het titelblad staat de volgende tekst:
GEORGE CRUIKSHANK:
The artist, the humorist, and the man,
with some account of his brother Robert.
A critico-bibliographical essay.
by William Bates, B.A., M.R.C.S.E., etc.,
Professor of classics in Queens College, Birmingham;
Surgeon to the Borough Hospital, etc.
With numerous illustrations by G. Cruikshank
including several from original drawings
in the possession of the author.
Second edition,
Revised; and augmented by a copiously annotated bibliographical appendix, and
additional plates on India paper.
London:
Houlston and Sons, Paternoster Square.
Birmingham:
Houghton and Hammond, Scotland Passage.
1879.
In het Nederlands:
GEORGE CRUIKSHANK:
De kunstenaar, de humorist en het leven van de man
met informatie over zijn broer Robert.
Een kritisch-bibliografisch essay geschreven door
William Bates, B.A. (Academische titel), M.R.C.S.E
(Member of the Royal College of Surgeons of England,
Lid van het koninklijk college van chirurgen van Engeland))
Professor in de klassieke talen aan Queens College in Birmingham
(dit onderwijsinstituut bestaat nog steeds);
Chirurg aan het Borough Hospital, etc.
Over Bates is weinig te vinden. Hij leefde van 1821 – 1884.
Met vele illustraties door G. Cruikshank
waarvan velen, van de originele tekeningen
in het bezit van de schrijver.
Tweede editie,
Herzien; en aangevuld met een uitgebreide bibliografische appendix
voorzien van toelichting, en
aanvullende afbeeldingen op India papier.
London:
Houlston and Sons, Paternoster Square.
Birmingham:
Houghton and Hammond, Scotland Passage.
1879.
Binnenkort meer.
Blogboekje is af!
Alles bij elkaar heeft het wat tijd gekost,
maar mijn Blogboekje is af.
Het is een boek in A4-formaat.
Een katern met 20 pgina’s.
‘Ingebonden’ met een lint.
Het boekje gaat over de fresco’s in de kloosterkerk;
Monastero Di S. Antonio in Polesine,
te Ferrara.
De fresco’s zijn gemaakt door volgelingen van Giotto.
Afgelopen zomer was ik zeer onder de indruk
van het werk van Giotto dat ik in Padua zag:
Cappella degli Scrovegni.
Daarom de blauwe kaft, de blauwe titel, de speciale
pagina met de uitgesneden letter G en al de postkaarten
die ik in het klooster gekocht heb.
Omslag van het blogboek met de titel van hout.
De centrale pagina met voorbeelden van de kaarten en de lintsluiting.
Op naar de volgende inbind-klus.
Boekkit
Vier katernen waren al te zien.
Voorzien van afbeeldingen over het Kasteelplein in Breda.
Nu is katern 5 ook af.
Hiervan even een foto.
Inmiddels is het boekje ook al ingebonden maar
nog niet helemaal af.
De laatste activiteiten volgen nog, later deze week.
Spiabooks: Finestra, katern 5. De omslag is een soort colofon. Dit wordt het middelste katern van het boekje.
Kasteelplein Breda
Iemand liet mij een oude kaart zien met daarop
het Kasteelplein in Breda.
Kasteelplein, Breda.
De kaart werd gestuurd vanuit Breda naar Den Haag.
Dat gebeurde al in 1950, op 14 april 1950 werd de kaart door de PTT verwerkt.
De kaart was een reactie op een eerder verzonden kaart.
Nog eens inzoemen op de foto. Zo’n afbeelding doet de vraag rijzen: hoe ziet er dat vandaag nu uit?
Ik heb vanmiddag op ongeveer dezelfde plaats als waar de fotograaf stond die de kaart maakte, een foto van het Kasteelplein gemaakt. De fotograaf van de kaart stond misschien wat dichter bij het standbeeld van Stadhouder Willem III.
Een idee begon te broeien.
Dus nog twee foto’s gemaakt van de Stadhouder.
Stadhouder Willem III
Het idee is om aan het boekje wat ik aan het maken ben
vijf pagina’s toe te voegen.
Pagina’s met afbeeldingen van het Kasteelplein in Breda.
Hieronder de eerste vier pagina’s.
Viermaal Kasteelplein in Breda. Met de klok mee, te beginnen linksboven: Koninginnenacht 2013, projecties op de muren van het blokhuis, Kasteelplein 2015, Kasteelplein van de ansichtkaart uit 1950, Stadhouder Willem III in 2015.
Blogboekje
Ook het blogboekje maakt vorderingen.
Het is in laatste fase.
Gisteren heb ik nog eens schetsen gemaakt voor de maniculae.
Toen ik een goede schets had ging het als volgt.
De strook papier had ik gesneden op de maat die ik wil hebben. De achterzijde ingewreven met rode bolus poeder. Werken met rode bolus is een heel oud trukje. Rode bolus is een soort vette klei (ik ben geen geoloog). Als je het op papier wrijft blijft het zitten.
Op de andere kant staat de schets. Leg de strook op de plaats waar de tekening moet komen en trek met een potlood de schets over.
Als je het papier dan weghaalt staat er een rood handje. Die schets kun je compleet maken. De rode bolus laat zich met een gum makkelijk verwijderen.
Dan is het nog een kwestie van afwerken met een zwarte pen.
Dit is het eindresultaat: maniculae.
Dan is mijn boekje blaar om ingebonden te worden.
In dit geval gebruik ik daarvoor een blauw lint.
Eerst uit de kaft en daarna uit het blok, hoekjes gesneden waar het lint straks doorheen gaat.
Om de gaatjes in de kaft en het blok op elkaar af te stemmen heb ik een mal gemaakt die ik gebruik om te snijden. De mal is een eenvoudig A4-tje waar ik een rand van heb omgeslagen en op de juiste plaatsen de gaten heb gesneden. De mal heb ik ook gebruikt om eerder het lint te testen. De uiteinden van het lint heb ik gelijmd tegen de lange stukken lint aan de binnenzijde.
Wat nu nog rest is het opplakken van de titel. Maar nu ligt het boek open om het lint goed te laten drogen.
Boekkit
Onlangs heb ik al even het boekje voorgesteld
dat ik ga maken en waarvoor ik de materialen
in Malaga gekocht had.
De boekjes van SpiaBooks zijn overigens via het internet te kopen.
In dit geval gaat het om het boekje ‘Finestra’.
De kaft zit in de kit, precies op maat en al voorgevouwen.
Dus is het een kwaestie van dichtplakken.
Dat heb ik gisteren dan ook gedaan.
Dit is de kaft uit de kit. Deze manier van werken is denk ik gekozen omdat je op deze manier twee vliegen in klap slaat. Door de kaft dubbel te vouwen krijg je extra stevigheid maar behoud je het gemak van dunnere rug. Die is zo eenvoudig te vouwen.
Lijm aanbrengen.
Lijm uitsmeren.
Dicht plakken. De opening, zeg maar het raampje, past precies
Het decoratiepapier er in vouwen en plakken.
De kaft van het boekje is gereed.
Die kan zo een nachtje onder bezwaar.


































































































