Afgelopen zaterdagochtend even een eerste lino gemaakt.
Deze lino is gesneden uit kurklinoleum.
Eigenlijk niet zo geschikt om heel precies te werken.
Het brokkelt namelijk makkelijk af.
Maar ik ben tevreden.
Dit is een rand die bovenaan een pagina gaat komen.
Categorie archief: Boeken
Gelezen: Luc Panhuysen, Een Nederlander in de wildernis
Luc Panhuysen, Een Nederlander in de wildernis. De ontdekkingsreizen van Robert Jacob Gordon in Zuid-Afrika. Begonnen als een tussendoortje. Ik las Oranje teggen de Zonnekoning en wilde De ware vrijheid lezen. Maar de boekenwinkel had even geen exemplaar van dat boek. Dus dit maar even gelezen.
In de 18e eeuw was wetenschap vooral het verzamelen van feiten.
Het is de tijd van de encyclopedie van Diderot bijvoorbeeld.
Robert Jacob Gordon was een Nederlander uit een oorsponkelijk
Schotse familie die reizen ondernam door wat nu Zuid-Afrika heet.
Hij was onder andere heel erg geinteresseerd in het kameelpaard,
het dier wat wij nu giraffe noemen.
Luc Panhuysen vertelt op een heel begrijpelijke manier
het interessante verhaal van een bijzondere man die we
helemaal vergeten zijn.
De impact van Robert Jacob Gordon op cartografie en zoologie is aanzienlijk.
Naast de verhalen over de reizen krijgen ook even mee hoe het
koloniale bestuur geregeld was en hoe dat in die jaren verliep.
Het geeft inzicht in oorzaken die later tot de Boerenoorlogen
zouden leiden.
Duijvestein collectie, C. Bogerts – G. Haasbroek, met de hand gekleurd uit Vosmaer.
Op de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren las ik:
Gordon is in zijn gehele Zuid-Afrikaanse periode zeer produktief geweest.
Er zijn nog heel wat manuskripten, tekeningen en kaarten van zijn hand bekend.
Allereerst is er een verzameling notities, sinds kort in de Brenthurst Library in Johannesburg.
Naast de journalen van de vier expedities, bevat die kollektie allerlei aantekeningen over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Daartussen bevindt zich een folder met de titel ‘Renseignements & descriptions de plusieurs animaux’,
waarin 58 losse bladzijden met gegevens over de Kaapse fauna.
Het betreft voornamelijk uitvoerige beschrijvingen van het uiterlijk van de dieren en opgave van de afmetingen, slechts zelden wordt iets vermeld over levenswijze of woonplaats.
De reisjournalen zijn in wezen een dagboek waarin de belangrijkste gebeurtenissen, de weersomstandigheden, de route en de afgelegde afstand staan opgetekend.
Soms gaat Gordon wat uitvoeriger in op de gewoonten en taal van de inboorlingen, of op het uiterlijk van de geschoten dieren.
Volgens Barnard zou dit ongeordende materiaal bestemd zijn geweest voor een boek over zuidelijk Afrika.
Gordon schijnt dit inderdaad van plan geweest te zijn, zoals verschillende van zijn tijdgenoten ons verzekeren, er is echter nooit iets van gekomen.De tweede belangrijke bron is de ‘Gordon Atlas’ in het Rijksprentenkabinet van Amsterdam.
Er zijn zes banden.
De eerste twee bevatten 15 kaarten van zuidelijk Afrika, een plattegrond van Kaapstad en 52 topografische tekeningen.
Deel 3 bevat 25 tekeningen van de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika.
De overige tekeningen, vogels en zoogdieren.
Deel 6 tenslotte bevat 108 schetsen van Kaapse planten.
Het merendeel van de tekeningen is gekleurd met waterverf, slechts enkele zijn alleen in inkt of potlood uitgevoerd.
Gewoonlijk geeft Gordon in een paar woorden, hoogstens een paar regels, kommentaar op de voorstelling.
Alleen bij de zoogdieren wordt geregeld een uitgebreide beschrijving toegevoegd, soms lang genoeg om de gehele achterkant van de schets te beslaan.
De meeste tekeningen in de Atlas moeten gemaakt zijn in de periode van juli 1777 tot eind 1779, zoals blijkt uit het kleine aantal gedateerde schetsen en uit verwijzingen ernaar in Gordon’s korrespondentie.
Gordon is echter later in zijn leven bezig gebleven met zijn studie van de Kaapse fauna.
In verscheidene gevallen is met vrij grote zekerheid vast te stellen dat tenminste de tekst na 1779 geschreven moet zijn, of dat er woorden aan toegevoegd werden.
De Gordon Atlas is geenszins een uniforme verzameling, zelfs niet als we alleen de dierentekeningen bezien.
Er zijn allerlei verschillende formaten, verschillen in de afwerking van de schetsen, en minstens vijf frequent terugkerende handschriften in de notities.
Het zou voorbarig zijn om hieruit te konkluderen dat Gordon niet voor alle tekeningen en teksten persoonlijk verantwoordelijk zou zijn.
Opmerkelijk is dat vrijwel alle vogeltekeningen zijn voorzien van een naam in het frans, in een handschrift dat vrijwel zeker aan de beroemde franse reiziger François Levaillant heeft toebehoord.
Er is echter geen enkele overeenkomst of beïnvloeding te konstateren tussen Gordon’s tekenarbeid en Levaillant’s monumentale Histoire Naturelle des oiseaux d’Afrique (1796-1808).Er is al veel gestreden over de identiteit van de kunstenaar die verantwoordelijk is geweest voor de tekeningen in de Gordon Atlas.
Vroeger werd meestal Gordon zelf alle eer gegeven.
Dit is slechts ten dele waar, zoals onder meer blijkt uit een bewering van mevrouw Gordon dat‘the charts & natural history… were all designed by her own husband, who drew every outline, and had them finished under his own eye.’
Gordon had dus de volledige wetenschappelijke verantwoordelijkheid, maar hij deed niet al het werk zelf.
Hij werd daarbij geholpen door minstens één tekenaar, een soldaat van zijn compagnie.
De eerste aanwijzing voor de identiteit van die schilder komt van A. Hallema, die de tekeningen welke tijdens de reis van Hendrik Swellengrebel in de Kaaplanden in 1776-77 gemaakt werden, vergelijkt met die in de Gordon Atlas.
Volgens hem is er een ontegenzeggelijke overeenkomst wat betreft de artistieke kwaliteiten en de techniek.
Slechts één tekening in de kollektie van Swellengrebel is gesigneerd, en wel door een Johannes Schumacher.
Hallema zegt niet expliciet dat die Schumacher ook als Gordon’s tekenaar gezien moet worden.
Die stap wordt echter spoedig daarna gedaan door Forbes.
Pas kort geleden is er grote zekerheid over dit onderwerp gekomen, doordat Gordon in zijn reisjournalen
soms spreekt over zijn schilder, of over Schoenmaker (of Schoemaker).
www.dbnl.org
Dat geeft een goed beeld van het materiaal waarop Luc Panhuysen zijn
boek onder andere baseert.
Gelezen: The Refugees van Viet Thanh Nguyen
Viet Thanh Nguyen, The Refugees (Winner of the Pulitzer Prize for fiction 2016).
Ik had al verteld dat ik het boek aan het lezen was.
Ik zag een tweet van journalist Olaf Koens over dit boek
en ik dacht dat wil ik ook lezen.
Het boek grijpt je bij de keel maar niet met tragische en zielige
verhalen over vluchtelingen, maar met verhalen over identiteit.
Knap geconstrueerde verhalen over echte mensen met problemen
van echte mensen in onze complexe maatschappij.
Absoluut een aanrader!
Palmzondag
Vandaag is het Palmzondag.
In deze Goede Week volgen we de Christelijke feestdagen
met miniaturen uit het Gebedenboek van Maria van Gelre.
Dit gebedenboek is een prachtig boek met gebeden
die door Maria van Gelre gebruikt werd voor haar prive
gebeden en overdenkingen.
Maria van Gelre leefde van 1380 en overleed in of na 1428.
Het boek is uit ongeveer 1415.
Maria van Gelre, Folio 83r, Intocht in Jeruzalem.
De tekst, die door het team dat de restauratie van het boek uitvoert,
bij deze afbeelding plaatst, is de volgende:
Met Palmzondag begint de belangrijkste week van het kerkelijke jaar.
De week waarin het lijden en de opstanding van Jezus herdacht wordt, vormt de kern van de christelijke liturgie.
De intocht in Jeruzalem, het Laatste Avondmaal, de Kruisiging en de Opstanding vormen kernmomenten in het verhaal dat ieder jaar verteld wordt.
Het gebedenboek van Maria van Gelre bevat een opvallend rijke reeks miniaturen die het lijdensverhaal uitbeelden.
De intocht in Jeruzalem, gevierd op Palmzondag, vormt de eerste episode in die serie.De Passiemeester van Maria van Gelre, een van de verluchters die heeft bijgedragen aan het gebedenboek, heeft de intocht beknopt en heel effectief uitgebeeld.
Jezus, gezeten op een ezel, nadert een stadspoort,
terwijl een man zwaait met takken en een ander een kleed uitspreidt.
De gezichten zijn gedetailleerd en verfijnd uitgevoerd,
de vacht van de ezel oogt heel zacht.
Voor de gewaden is volop gebruik gemaakt van paars en roze, kleuren waarvoor deze verluchter een voorkeur lijkt te hebben.
De dramatische werking van de voorstelling wordt versterkt doordat de randen van de voorstelling overschreden worden:
de ezel en de voet van de in blauw geklede man gaan
over het kader van de miniatuur heen.
Ik ben niet bij de restauratie betrokken en ik weet ook niet
of er nog meer miniaturen buiten de passie miniaturen
van hem bekend zijn.
Paars en roze zijn liturgische kleuren die horen bij
deze tijd van het Christelijke jaar.
Ik weet dus niet of die kleuren persoonlijke voorkeuren
waren van de maker van deze miniaturen.
Feestelijke Blikvangers van Fiep Westendorp
Gisteren heb ik al twee foto’s getoond
van de opening van de tentoonstelling Blikvangers
in het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur.
Maar ik maakte er nog een paar foto’s.
Die volgen hieronder.
Ik maakte ook een paar foto’s op de tentoonstelling.
Die volgen later deze week om de bezoeker een idee
te geven van wat er bijvoorbeeld tijdens de Paasvakantie
te zien is van het werk van Fiep Westendorp in Etten-Leur.
Jip en Janneke waren prominent aanwezig op de lessenaar.
Bij de opening was er een korte presentatie van Wietske Lute over de wisselwerking tussen de tekenaarshand van Fiep Westendorp en de techniek van het drukken van kranten en boeken.
Wietske Lute (in het zwart, vormgeefster bij Fiep Amsterdam) in gesprek met Frans de Nijs, een van de organisatoren van het Nederlands Drukkerij Museum.
De organisatie in beeld bij de aftrap: Cees Jochems en Frans de Nijs op de rug.
Dan kan de presentatie van Wietske Lute beginnen.
Er werd stil gestaan bij de originele productie-aanwijzingen.
Het publiek volgde de aanwijzingen van Wietske Lute.
Er was een aandachtig publiek.
De presentatie bestond vooral uit het bespreken van originele werken van Fiep Westendorp in het drukproces.
En ging bijvoorbeeld over hoe een Jip in tuinbroek veranderde in een Jip met een trui, omdat dit de tekenaar meer mogelijkheden gaf de handen van Jip in beeld te brengen.
Het boek ‘Blikvangers’ kreeg ook aandacht tijdens de presentatie.
De trotse burgemeester stond nog stil bij het bijzondere feit dat Fiep Westendorp als vrouw koos voor een baan in een typische mannenwereld (het boeken- en drukkersbedrijf en de reclamewereld).
Na de ontgulling van deze grote poster met Pim en Pom kon iedereen de tentoonstelling bezoeken. De tentoonstelling is een aanrader!.
Verkeerde looprichting
Gelukkig zie je het niet veel maar ik werd verrast
door het boek The Refugees van Viet Thanh Nguyen.
Viet Thanh Nguyen is een Amerikaan die in Vietnam is geboren.
Hij ontving in 2016 de Pulitzer Prize voor fictie.
Ik heb The refugees nog niet uit maar het is een goed boek.
Intelligent geschreven, het gaat over vluchtelingen (zoals
de titel van het boek zegt) maar heel anders dan je verwacht.
Viet Thanh Nguyen, The Refugees. Dit boek is slecht ingebonden omdat er geen rekening is gehouden met de looprichting van het papier.
In een recentie in de Volkskrant van afgelopen zaterdag
(over een heel ander boek) wordt het als volgt verwoord:
Natuurlijk had hij er voor kunnen kiezen ook de onmenselijke manier waarop die migratie plaatsvindt – mensensmokkelaars, afpersing, gruwelijke taferelen op weg naaqr en op de wrakke bootjes, verdrinkingsdoden – een uitvoeringe plek te geven. De immoraliteit van en terechte verontwaardiging over deze feiten is echter te vanzelfsprekend voor woorden,….
Sir Edmund / Hans Bouman over het boek Exit West van Mohsin Hamid.
Maar bij Viet Thanh Nguyen draait het om de identiteit van
de vluchteling. Bij hem draait het steeds om de vraag: Wie ben ik?
Dat levert heel verrassende korte verhalen op.
Als ik het boek uit heb volgt nog een recentie van mij.
Vandaag gaat het mij om het inbinden en hoe je ziet
dat de looprichting geschonden is.
Creatieve Woensdag
Bij een creatieve woensdag zullen veel mensen denken
aan allerlei kleuren, wilde vormen, vernieuwende ideeen, muziek
en enthousiasme.
Dat kan inderdaad de invulling van zo’n creatief moment zijn.
Maar soms is het gewoon hard werken.
Afgelopen woensdag heb ik een eerste ruwe dummy gemaakt van
het boek waar ik al maanden aan bezig ben geweest met het
uitzoeken van de teksten, kopen van papier, schrijven van teksten,
met de hand zetten van de teksten, werken aan het maken van
de eerste lino’s, het maken van proefdrukken op een pers
in het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur,
het corrigeren van teksten en het uiteindelijk het helpen
bij het drukken van de pagina’s voor 10 exemplaren.
Ik heb ook nog nagedacht hoe een serie van foto’s
in of bij de boeken kan worden opgenomen.
Voor dat boekje heb ik een eerste dummy gemaakt om
te kunnen bepalen waar er illustraties kunnen komen te staan,
hoe groot die illustraties maximaal mogen zijn,
wat de context van de afbeelding gaat worden enz.
Dit is de dummy. Een dik boek wordt het niet.
Hier kun je zien hoe ik de tekst doorloop, aanteken waar afbeeldingen kunnen komen, opmeet hoe groot die maximaal kunnen worden enz. Die zaken schrijf ik op zodat ik vandaar verder kan werken.
Afgelopen week kocht ik tweemaal een boek en kreeg ook tweemaal een boekenweekgeschenk: Herman Koch.
Met geel zijn de lino’s gemarkeerd die het belangrijkst zijn en zonder deze kan ik eigenlijk niet aan het eerste exemplaar beginnen.
Ter herinnering: Fiep Westendorp
Aanstaande zondag is het zo ver.
Dan opent de tentoonstelling Blikvangers
over het werk van Fiep Westendorp.
U weet wel, die tekenaar van onder andere Jip en Janneke.
De tentoonstelling is in het
Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur.
Blikvangers: Fiep Westendorp
Er wordt al geruime tijd hard gewerkt door een grote groep vrijwilligers om de tentoonstelling georganiseerd te krijgen. Ik ben er van overtuigd dat dit een groot succes zal worden. Ik kijk uit naar komend weekend!.
De lente is begonnen
Heel toepaselijk, vond ik, las ik deze week het boek uit met de naam:
Winter, a Folio anthology.
Het is een cadeau van de Folio uitgeverij in Engeland.
Die uitgeverij geeft met veel zorg boeken uit.
Soms in gelimiteerde edities.
Toen ik eind vorig jaar een paar boeken kocht kreeg
ik dit boekje cadeau.
Winter, A Folio Anthology.
Het is een verzameling verhalen met als thema ‘winter’ van schrijvers als
Lord Tennyson, Hans Christian Andersen, Hector Berlioz (de componist),
Charlotte Bronte, Charles Dickens, Thomas Hardy, James Joyce
en R. F. Scott (de poolreiziger).
In dit geval gaat het om een klein boekje, niet in een speciaal doosje
(wat normaal wel het geval is) maar wel mooi gemaakt met een mooi
lettertype (Caslon), prachtige illustraties (Petra Börner) en mooi
ingebonden.
Wikipedia over Caslon:
Caslon is de naam van een familie van lettertypen met schreef die door William Caslon (1692 – 1766) zijn ontworpen. Zijn vroegste ontwerpen dateren van 1734. Caslon wordt vaak aangehaald als het eerste originele lettertype van Engelse oorsprong maar vooraanstaande typehistorici, zoals: Stanley Morison en Alfred F. Johnson een historicus werkzaam bij het British Museum, wijzen op de grote overeenkomsten van het ontwerp van Caslon met Nederlandse typen.
Heel toepasselijk was de laatste bijdrage:
Thaw
Over the land freckled with snow half-thawed
The speculating rooks at their nests cawed
And saw from elm-tops, delicate as flower of grass,
What we below could not see, Winter pass.
Edward Thomas.
Ik ken Edward Thomas niet, dus even bij Wikipedia gaan kijken.
Helaas geen Nederlandse bijdrage:
Philip Edward Thomas (3 March 1878 – 9 April 1917) was a British poet, essayist, and novelist. He is commonly considered a war poet, although few of his poems deal directly with his war experiences, and his career in poetry only came after he had already been a successful writer and literary critic.
Vertaald leest het gedicht ongeveer als volgt:
Dauw
Over het land, bevlekt met half gedooide sneeuw,
Kraste de roeken (kraaien) afwachtend vanuit hun nesten.
Ze zagen vanuit de toppen van de iepen, fijn als weidebloemen
wat we beneden niet konden zien, de winter is voorbij.
Lino
Al even geleden ben ik begonnen aan de jaarkaart 2016.
Maar door ander werk en de vakantie is dit nog steeds niet af.
Gisteren heb ik wel een belangrijke stap gezet omdat
ik een aantal afdrukken heb gemaakt van de drie lino’s
die samen een driekleurendruk moeten gaan worden.
Over de waterbasis drukinkt ben ik niet zo tevreden.
De inkt pakt slecht, dekt slecht en is al heel
snel opgedroogd, nog voor je hem kunt verwerken.
Daar moet ik nog eens over nadenken.
Deze problemen had ik niet toen ik de reguliere
drukinkten gebruikte.
Maar goed nu zijn de droogtijden kort en het schoonmaken eenvoudig.
Maar als het resultaat niet is wat ik wel……
De lino voor de jaarkaart (met twee journalistieke teksten van Arnon Grunberg) begint met het woord jaar.
Zo maar eens een aantal gedrukt om mee te kunnen experimenteren.
Na ‘jaar’ volgt ‘kaart’. Zouden ze over elkaar heen passen?
Na ‘jaar’ volgt ‘kaart’ en dan het jaartal en de afbeeldingen die er 1 ding van moeten maken.
Van elks een paar exemplaren gemaakt.
Zou ook leuk zijn tegen een muur.
In de avond kon ik met een tweede kleur ‘kaart’ al over ‘jaar’ zetten.
Dan bijvoorbeeld ‘jaar’ over het totaalbeeld.
En ook ‘kaart’ over het totaalbeeld.
Koptische binding
Gisteren heb ik het boekje dat met een Koptische binding
is gemaakt, onder bezwaar uit gehaald.
Vervolgens heb ik de foto’s in de ‘zakjes’ gestopt
en met de hand een korte toelichting bij de foto’s geschreven.
Koptische binding. Je ziet het boek hierboven open liggen. Helemaal vlak. De rechterpagina is eigenlijk een ‘zakje’. Er zitten twee foto’s is die je als lezer er uit kunt halen om te bekijken en daarna weer terug te steken. Op de rechterpagina staat op het onderste deel een korte beschrijving per foto. Ik ben tevreden over deze dummy. Misschien is hij deze keer iets te strak waardoor de steek op de rug minder opvalt en waardoor de rug niet helemaal recht is. Binnenkort nog eens een derde dummy maken.
Koptische binding: tweede poging
De tweede poging lukte al veel beter dan de eerste dummy.
Het papier wat ik nu gebruik is veel steviger.
Maar ik heb ook de steken veel strakker gehouden.
Dat geeft een goed effect.
Ik gebruik deze dummy gelijk om iets anders uit te proberen.
Ieder katern bestaat uit 1 pagina.
Die pagina’s zijn gemaakt uit een dubbelgevouwen
stuk papier waarbij ik een deel van de bovenste helft
heb afgesneden.
Dat wat ik er af snij gebruik ik om een haakse hoek uit
te snijden. Die vormt de basis voor een soort ‘zakje’
dat ontstaan als de pagina wordt dicht geplakt.
Dat zakje gebruik ik vervolgens om een paar foto’s in te bewaren.
Zo is dit een soort fotobijlage bij het boek dat ik aan het
maken ben.
Hier zie je het dubbelgevouwen vel papier, de hoek die ik uit de voorkant heb gesneden en de haakse hoek die is heb gesneden. Die haakse hoek plak ik tussen de twee delen van de pagina. Op de achterste helft om precies te zijn. Nadat de pagina is ingebonden plak ik de voorkant van het vel op de haakse driehoek zodat een soort ‘zak’ ontstaat.
Dit zijn de katernen met de pagina’s die de kaft gaan vormen. De voorkant heb ik ooit eens beklad met houtskool. Die heb ik nu gefixeerd en kan die dienst doen als kaft voor deze dummy.
Dit is een detail van de vorige foto om de gaatjes te laten zien die in de rug gemaakt zijn.
Deze keer heb ik 4 gaatjes in de rug gemaakt. Volgens de methode van Shereen LaPlantz heb ik dus twee draden en vier naalden nodig. Het binden kan beginnen.
Dit is het eindresultaat. Omdat ik de draden strakker gespannen heb zie je minder duidelijk dat het een Koptische binding is. Maar de eigenschap van het eenvoudig plat kunnen openen van het boek blijft aanwezig. Het boek zit nu veel steviger in elkaar. Nu moet het nog gelijmd worden. De kaften worden dicht geplakt en in mijn geval ook de pagina’s. Dan kan het onder bezwaar.
Zoals te zien is kan het boek helemaal plat open liggen. Dat komt goed uit om het boek onder bezwaar te leggen. Zo kunnen beide kaften onderop liggen en is de kans het grootst dat beide goed vlak opdrogen. Nog even afwachten.
Gelezen: Oranje tegen de Zonnekoning
Luc Panhuysen, Oranje tegen de Zonnekoning, De strijd van Willem III en Lodewijk XIV om Europa.
Zo kan het dus ook.
Geschiedenis is geen dode of saaie stof.
‘Oranje tegen de Zonnekoning’ is een spannend boek
over de krachtverdeling in Europa tijdens het leven
van Stadhouder-Koning Willem III.
Je wil doorlezen, de pagina omslaan.
De figuren in het boek worden door Luc Panhuysen heel overtuigend
neergezet, als mensen van vlees en bloed.
Willem III van Oranje was stadhouder in
de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
en koning van Engeland, Ierland en Schotland.
Getrouwd met de Engelse Maria Stuart II van Engeland; ‘Mary’.
Willem was protestant.
Zijn grote tegenstander was de Zonnekoning, Lodewijk de veertiende.
De man die Versaille laat bouwen en die hard werkt aan een
koningsschap van glorie. Daarbij introduceerde hij (of zijn kok)
het eten van erwtjes aan het hof. Het werd heel populair.
Lodewijk was katholiek.
Maar het boek beperkt zich niet tot deze twee historische figuren,
het hele Europese krachtenveld komt aan de orde met bijvoorbeeld
voormalige wereldmacht Spanje, het Ottomaanse Rijk, het Heilige Roomse Rijk
met de Rooms-Duitse keizer Leopold I, koning van Hongarije en koning van Bohemen,
de verschillende diplomaten, vrouwen van al die edele heren en
hun maitresses, favorieten, troonopvolgers, ministers en generaals.
Het is voor mij extra leuk omdat er een ruiterstandbeeld van
stadhouder Willem III in de straat staat:

Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, koning van Engeland, op het Kasteelplein in Breda.
Koptische steek: deel twee
Het verhaal over de eerste dummy is nog niet af.
Hier bereid ik de dummy voor om onder bezwaar te gaan. De kaften zijn beide gelijmd. Die ‘natte’ delen wil ik scheiden van het droge boekblok. Het papier is niet zo dik. Maar eens zien hoe dat gaat.
Dan is dit het resultaat. Misschien zijn de kaften nog niet helemaal droog maar mooi zijn ze niet geworden. Het papier bobbelt nogal. De steken zijn aardig voor een eerste keer. Misschien geeft een dikkere draad beter resultaat. Maar ik ben veel te voorzichtig geweest. Er zit te weinig spanning op de draad.
Het boekje kan wel mooi plat liggen. Inmiddels ben ik met dummy twee bezig.
Nieuwe boekjes gereed
Een paar dagen geleden was ik nog bezig
de pagina’s voor drie nieuwe boekjes te vouwen.
Vandaag zijn ze gereed.
Drie inleidingen, nog te vouwen. Een handschrift vertegenwoordigt het individu. In een spreuk, een stukje Oliver Twist of een boodschappenbriefje.
Hier een compleet boekje, gevouwen.
Dit zijn vijf exemplaren. De boekjes zijn klein, zo’n 4,5 bij 9 centimeter. De pagina’s zijn, opengevouwen, 13,5 centimeter bij 18 centimeter groot.
Voorwerp van de dag
Het is druk in het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur.
Op 2 april begint de tentoonstelling Blikvangers
over het werk van Fiep Westendorp.
De tekenaar van onder andere Jip en Janneke.
Men is al druk bezig de tentoonstellingsruimte in te richten
maar ook andere ruimtes van het museum komen onder
de aandacht. Zoals bijvoorbeeld de entree.
Dit is een van de wanden in de entree die veranderd gaat worden. Inmiddels is de verandering al doorgevoerd maar dat heb ik nog niet gezien. Aan het plafond hangen een aantal afbeeldingen van belangrijke ambachten zoals de journalistiek.
Dit is een andere wand. Deze zal zo blijven. Hier wordt het drukkersvak verbeeld.
Van de borden die aan het plafond hingen heb ik er
een paar gefotografeerd. Zij zijn het voorwerp van de dag.
Linoleumsnede.
Uitgeverij.
Handzetten. Het rechthoekige voorwerp dat de letters A, B en C verbindt met X, Y en Z is een zethaak.
Machinezetten. De grote vorm in het midden verbeeldt een matrijs.
Boekdruk.
Ze zijn in het museum beter te bekijken dan op mijn foto’s.
Breng gerust een bezoek en vraag naar deze borden.
Pablo Picasso: Das Spätwerk
Met een lange Nederlandse serie op de publieke omroep
over het leven en werk van Pablo Picasso,
neemt de belangstelling voor dit onderwerp toe.
(Ik merk het aan de zoekopdrachten op mijn weblog, dit
is dus geen fake nieuws)
Reden voor mij om een oude catalogus nog eens
tevoorschijn te halen.
Jaren terug bezochten we een Picasso-tentoonstelling
in Zwitserland. Lang heb ik gedacht dat de tentoonstelling
in Zurich was maar het was blijkbaar in Basel.
De catalogus zegt het, de sticker die we er kregen zegt het,
maar het meest overtuigend vind ik het kaartje voor de garderobe.
Catalogus van Kunstmuseum Basel, Pablo Picasso, Das Spätwerk, 6 September – 8 November 1981.
Dit is de sticker die we op de tentoonstelling kregen (?). Van het begin af vond ik dit een mooie marketing vondst.
Maar dit is toch het meest overtuigende bewijs: Öffentl. Kunstsammlung Kunstmuseum Basel, Garderobe, 40 Rp (Rp staat voor Rappen. De Zwitserse frank is verdeeld in 100 rappen.
Druk op Creatieve Woensdag
Afgelopen woensdag is het laatste drukwerk uitgevoerd
voor het tweede boek wat ik zelf aan het maken ben.
Zelf is dan misschien wat sterk uitgedrukt.
Woensdag waren het vooral de drukker en de handzetter
van het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur
die me geholpen hebben.
Het begon ermee dat de opgebonden teksten voorzichtig overgebracht werden naar de drukpers. Daar worden ze dan op hun plaats gezet en dan wordt het touw voorzichtig weggehaald. De letters en spaties worden ingeklemd tussen grotere stukken ‘wit’ (stukken lood die precies op maat gemaakt zijn).
Dat inklemmen of opbouwen van het eerste blad zie je hier. Twee pagina’s met veel wit aan de bovenkant op een van de twee bladzijdes. Daar moet nog een lino komen.
Hier is de puzzel volledig compleet. De tekst zit stevig ingeklemd. We kunnen nu een laatste proefdruk maken. Dan controleren op spelfouten, de juiste plaats van de tekst op het papier, de juiste hoogte, de juiste afstand van het centrum, staan alle letters, lettertekens, spaties en de witvulling goed? Deze eerste pagina’s gaven nog heel wat problemen omdat er letters niet goed afgedrukt werden en er een letter was we maar niet vastgezet kregen. De interlinie bleek niet goed te zitten.
De eerste druk van de woensdagochtend betrof twee pagina’s (pagina 2 en 7) op vellen papier waar de pagina’s 1 en 8 al gedrukt waren voor carnaval. 15 Exemplaren.
De opbouw voor een tweede vel kon beginnen.
Het helemaal opvullen van de pers en het vastzetten van de tekst is altijd een gepuzzel. Maar daar komen we wel uit.
Ook hier moest de handzetter aan te pas komen. Er moesten nog wat correcties doorgevoerd worden.
Dit is dan het laatste blad papier dat we moesten bedrukken. De hele tekst is nu gedrukt. Wat nog rest is dat ik mijn lino’s moet afmaken, drukken, nog een paar lino’s ontwerpen en snijden en dan nog een paar katernen bijvoegen met foto’s. Hoe ik dat ga doen weet ik nog niet precies. Dan kunnen de boekjes ingenaaid worden, gesneden en voorzien worden van een kaft. Het worden 10 verschillende exemplaren.
Na afloop kan de tekst weer worden opgebonden. Die kan terug naar de handzetterij om weer gedistribueerd te worden.
Gelezen: Pauw & wijnrank door A.S. Byatt
Niet iedereen zal bij de naam A.S. Byatt opveren, ik ook niet.
De naam William Morris zegt me meer.
De naam Mariano Fortuny was me onbekend.
William Morris heeft een heel belangrijke rol gespeeld in
het onstaan van de private press in Engeland.
Hij heeft op een heel professionele manier nieuw leven geblazen
in kleinschalige drukkerijen met een hoge kwaliteit.
Daarnaast staat hij aan de wieg van de zogenaamde Arts and Craft-beweging.
Wikipedia:
De arts-and-craftsbeweging is een sociale beweging en een stroming in de kunst en industriële vormgeving uit de laatste helft van de 19e eeuw in Engeland.
De voornaamste vertegenwoordiger van deze beweging was William Morris (1834-1896) en de beweging werd vooral geïnspireerd door de schrijver en kunstenaar John Ruskin (1819-1900). De beweging ontstond als een opstand tegen het tijdperk van de industriële revolutie en een afschuw van de goedkope en lelijke massaproducten uit het Victoriaanse tijdperk. Omdat dit industriële tijdperk in Engeland het eerste begonnen is, in het midden van de 18e eeuw, is het niet verwonderlijk dat een protest ertegen ook als eerste in dit land ontstond. Door de industrialisatie en mechanisatie was volgens William Morris en medestrijders de wereld van eenvoud, schoonheid en ambachtelijkheid, die ze romantisch in de Middeleeuwen projecteerden, vernietigd en zij wilden deze wereld weer herstellen. Ware kunst, zo stelden zij in navolging van John Ruskin, moet tegelijk nuttig en mooi zijn en moet voortkomen uit dezelfde eenheid van kunst en arbeid in dienst van de samenleving die ook het ontwerp en de bouw van de Gotische kathedraal kenmerkte. Vanaf de Renaissance is het proces begonnen waarin kunst en samenleving van elkaar zijn gescheiden, met als resultaat ongelukkige mensen in een lelijke wereld. Vanwege deze zorg voor de samenleving heeft de beweging vanaf het begin niet alleen geijverd voor mooie producten die omdat ze mooi zijn ook nuttig zijn, maar ook voor sociale rechtvaardigheid, verbetering van arbeidershuizen en pensioenen voor de ouderen.
Door A.S. Byatt worden de twee kunstenaars vergeleken,
de een als de typische Noord-Europeaan, de ander
als een typische vertegenwoordiger van Zuid-Europa.
Twee Europeanen met grote overeenkomsten maar ook met verschillen.
Heel actueel in het politieke gekrakeel van deze dagen.
A.S. Byatt, Pauw en wijnrank, over William Morris en Mariano Fortuny.
Mariano Fortuny was een Spanjaard en mode-ontwerper.
Een groot deel van artistieke leven leidde hij vanuit Venetie.
Over A.S. Byatt schrijft Wikipedia onder meer:
Met haar roman Obsessie (Possession, 1990) won ze in 1990 de Booker Prize.
Byatt ontving de Erasmusprijs 2016 voor haar bijdrage aan het genre Life Writing, een actueel onderwerp binnen de literatuur dat historische romans, biografieën en autobiografieën omvat
Het boek is geschreven in een heel rustige sfeer, zeer overtuigend,
haast sereen.
Heerlijk om te lezen en om te genieten van de waardering die Byatt
heeft voor de kwaliteit van het werk van deze twee kunstenaars.










































































