Wandeltocht door de dierentuin vervolgt zich (Boekenzoo 6)

De spreekwoordelijke dierentuin dan wel te verstaan.
Het is mijn zesde bericht over de tentoonstelling Boekenzoo
die vandaag voor het laatst te zien is in Den Haag.
In het Huis van het Boek.

Het begint met voor mij een moeilijke afbeelding.
De afbeelding is duidelijk van een leeuw maar met erg veel
symbolen:
– een oog op de borst
– twee schuddende handen
– een ezel (?)
– een sleutel
– een zon achter de rug
– een duivel (?) die uit het lichaam komt
– een Jacobsschelp
– een soort van pijl door een poot
– een zalvende (?) hand

DSC04252HuisVanHetBoekBoekenzooArsMemorandiCapitulaEvangeliorumHandschriftDuitslandCa1475-1500GeheugensteunVoorHetEvangelieVanLucas

Dan aan de bovenkant nog een dier dat in iets bijt en naar rechts nog twee zaken (eieren ? en een kruid ?) die ik niet kan plaatsen. Op de linkerschouder vormen die meer vragen oproepen dan antwoorden. Op de tentoonstelling wordt het boek als volgt omschreven: Ars memorandi capitula evangeliorum, handschrift, Duitsland, circa 1475 – 1500. Geheugensteun voor het Evangelie van Lucas.


Daar heb ik dan een beetje een probleem mee.
Alle evangelisten hebben een dier als symbool.
Volgens Wikipedia:

Mattheus: gevleugelde man of engel
Markus: gevleugelde leeuw
Lucas: gevleugelde os of stier
Johannes: arend

Zie bijvoorbeeld hier:

Matthew the Evangelist, the author of the first gospel account, is symbolized by a winged man, or angel. Matthew’s gospel starts with Joseph’s genealogy from Abraham; it represents Jesus’ Incarnation, and so Christ’s human nature. This signifies that Christians should use their reason for salvation.
Mark the Evangelist, the author of the second gospel account, is symbolized by a winged lion – a figure of courage and monarchy. The lion also represents Jesus’ resurrection (because lions were believed to sleep with open eyes, a comparison with Christ in the tomb), and Christ as king. This signifies that Christians should be courageous on the path of salvation.
Luke the Evangelist, the author of the third gospel account (and the Acts of the Apostles), is symbolized by a winged ox or bull – a figure of sacrifice, service, and strength. Luke’s account begins with the duties of Zechariah in the temple; it represents Jesus’s sacrifice in His Passion and Crucifixion, as well as Christ being High priest (this also represents Mary’s obedience). The ox signifies that Christians should be prepared to sacrifice themselves in following Christ.
John the Evangelist, the author of the fourth gospel account, is symbolized by an eagle – a figure of the sky, and believed by Christian scholars to be able to look straight into the sun. John starts with an eternal overview of Jesus the Logos and goes on to describe many things with a “higher” christology than the other three (synoptic) gospels; it represents Jesus’s Ascension and Christ’s divine nature. This symbolizes that Christians should look on eternity without flinching as they journey towards their goal of union with God.

DSC04253HuisVanHetBoekBoekenzooArsMemorandiCapitulaEvangeliorumHandschriftDuitslandCa1475-1500GeheugensteunVoorHetEvangelieVanLucas

Een prachtig, handgeschreven boek.


DSC04255HuisVanHetBoekBoekenzooGetijdenboekLatijnFransHandschriftFrankrijkCa1490EenDuifAlsHeiligeGeest

Getijdenboek, Latijn en Frans, handschrift, Frankrijk. Circa 1490. Een duif als Heilige Geest.


DSC04257HuisVanHetBoekBoekenzooGetijdenboekLatijnFransHandschriftFrankrijkCa1490EenDuifAlsHeiligeGeest02


DSC04258HuisVanHetBoekBoekenzooGetijdenboekLatijnHandschriftZuidelijkeNederlandenCa1500-1525VogelsInDeMarge

Getijdenboek, Latijn, handschrift, Zuidelijke Nederlanden. Circa 1500 – 1525. Vogels in de marge.

DSC04259HuisVanHetBoekBoekenzooGetijdenboekLatijnHandschriftZuidelijkeNederlandenCa1500-1525VogelsInDeMarge


DSC04261HuisVanHetBoekBoekenzooArnoutVosmaerNatuurkundigeBeschryvingEenerUitmuntendeVerzamelingVanZeldsaemeGediertenPMeijerAmsterdam1766-1788GiraffeVanDePrins

Deze plaat komt uit een boek met een hele lange naam: Natuurkundige beschryving eener uitmuntende verzameling van zeldsaeme gedierten bestaande in Oost- en Westindische viervoetige dieren, vogelen en slangen, weleer levend voorhanden geweest zynde buiten Den Haag op het Kleine Loo van Z.D.H. den Prince van Oranje-Nassau. Een mond vol. De maker is Arnout Vosmaer en de uitgever was P. Meijer, Amsterdam, 1766 – 1788. Giraffe van de Prins.


Geen idee waar ZDH voor staat.
Wat die meneer daar bij de giraf doet weet ik niet
en waarom hij niet genoemd wordt al helemaal niet.
De term ‘kameelpaard’ vind ik erg leuk.

DSC04263HuisVanHetBoekBoekenzooArnoutVosmaerNatuurkundigeBeschryvingEenerUitmuntendeVerzamelingVanZeldsaemeGediertenPMeijerAmsterdam1766-1788GiraffeVanDePrins


Er is nog een hele reeks foto’s op voorraad dus
als de boeken niet meer te zien zijn in Den Haag
zal een deel ervan hier nog permanent te zien zijn.

Gelezen: Luc Panhuysen, Een Nederlander in de wildernis

 photo WP_20170409_001LucPanhuyzenEenNederlanderInDeWildernis.jpg

Luc Panhuysen, Een Nederlander in de wildernis. De ontdekkingsreizen van Robert Jacob Gordon in Zuid-Afrika. Begonnen als een tussendoortje. Ik las Oranje teggen de Zonnekoning en wilde De ware vrijheid lezen. Maar de boekenwinkel had even geen exemplaar van dat boek. Dus dit maar even gelezen.


In de 18e eeuw was wetenschap vooral het verzamelen van feiten.
Het is de tijd van de encyclopedie van Diderot bijvoorbeeld.
Robert Jacob Gordon was een Nederlander uit een oorsponkelijk
Schotse familie die reizen ondernam door wat nu Zuid-Afrika heet.
Hij was onder andere heel erg geinteresseerd in het kameelpaard,
het dier wat wij nu giraffe noemen.

Luc Panhuysen vertelt op een heel begrijpelijke manier
het interessante verhaal van een bijzondere man die we
helemaal vergeten zijn.
De impact van Robert Jacob Gordon op cartografie en zoologie is aanzienlijk.

Naast de verhalen over de reizen krijgen ook even mee hoe het
koloniale bestuur geregeld was en hoe dat in die jaren verliep.
Het geeft inzicht in oorzaken die later tot de Boerenoorlogen
zouden leiden.

 photo KameelpaartDuijvesteincollectieCBogerts-GHaasbroekMetDeHandGekleurdUitVosmaer.jpg

Duijvestein collectie, C. Bogerts – G. Haasbroek, met de hand gekleurd uit Vosmaer.


Op de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren las ik:

Gordon is in zijn gehele Zuid-Afrikaanse periode zeer produktief geweest.
Er zijn nog heel wat manuskripten, tekeningen en kaarten van zijn hand bekend.
Allereerst is er een verzameling notities, sinds kort in de Brenthurst Library in Johannesburg.
Naast de journalen van de vier expedities, bevat die kollektie allerlei aantekeningen over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Daartussen bevindt zich een folder met de titel ‘Renseignements & descriptions de plusieurs animaux’,
waarin 58 losse bladzijden met gegevens over de Kaapse fauna.
Het betreft voornamelijk uitvoerige beschrijvingen van het uiterlijk van de dieren en opgave van de afmetingen, slechts zelden wordt iets vermeld over levenswijze of woonplaats.
De reisjournalen zijn in wezen een dagboek waarin de belangrijkste gebeurtenissen, de weersomstandigheden, de route en de afgelegde afstand staan opgetekend.
Soms gaat Gordon wat uitvoeriger in op de gewoonten en taal van de inboorlingen, of op het uiterlijk van de geschoten dieren.
Volgens Barnard zou dit ongeordende materiaal bestemd zijn geweest voor een boek over zuidelijk Afrika.
Gordon schijnt dit inderdaad van plan geweest te zijn, zoals verschillende van zijn tijdgenoten ons verzekeren, er is echter nooit iets van gekomen.

De tweede belangrijke bron is de ‘Gordon Atlas’ in het Rijksprentenkabinet van Amsterdam.
Er zijn zes banden.
De eerste twee bevatten 15 kaarten van zuidelijk Afrika, een plattegrond van Kaapstad en 52 topografische tekeningen.
Deel 3 bevat 25 tekeningen van de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika.
De overige tekeningen, vogels en zoogdieren.
Deel 6 tenslotte bevat 108 schetsen van Kaapse planten.
Het merendeel van de tekeningen is gekleurd met waterverf, slechts enkele zijn alleen in inkt of potlood uitgevoerd.
Gewoonlijk geeft Gordon in een paar woorden, hoogstens een paar regels, kommentaar op de voorstelling.
Alleen bij de zoogdieren wordt geregeld een uitgebreide beschrijving toegevoegd, soms lang genoeg om de gehele achterkant van de schets te beslaan.
De meeste tekeningen in de Atlas moeten gemaakt zijn in de periode van juli 1777 tot eind 1779, zoals blijkt uit het kleine aantal gedateerde schetsen en uit verwijzingen ernaar in Gordon’s korrespondentie.
Gordon is echter later in zijn leven bezig gebleven met zijn studie van de Kaapse fauna.
In verscheidene gevallen is met vrij grote zekerheid vast te stellen dat tenminste de tekst na 1779 geschreven moet zijn, of dat er woorden aan toegevoegd werden.
De Gordon Atlas is geenszins een uniforme verzameling, zelfs niet als we alleen de dierentekeningen bezien.
Er zijn allerlei verschillende formaten, verschillen in de afwerking van de schetsen, en minstens vijf frequent terugkerende handschriften in de notities.
Het zou voorbarig zijn om hieruit te konkluderen dat Gordon niet voor alle tekeningen en teksten persoonlijk verantwoordelijk zou zijn.
Opmerkelijk is dat vrijwel alle vogeltekeningen zijn voorzien van een naam in het frans, in een handschrift dat vrijwel zeker aan de beroemde franse reiziger François Levaillant heeft toebehoord.
Er is echter geen enkele overeenkomst of beïnvloeding te konstateren tussen Gordon’s tekenarbeid en Levaillant’s monumentale Histoire Naturelle des oiseaux d’Afrique (1796-1808).

Er is al veel gestreden over de identiteit van de kunstenaar die verantwoordelijk is geweest voor de tekeningen in de Gordon Atlas.
Vroeger werd meestal Gordon zelf alle eer gegeven.
Dit is slechts ten dele waar, zoals onder meer blijkt uit een bewering van mevrouw Gordon dat

‘the charts & natural history… were all designed by her own husband, who drew every outline, and had them finished under his own eye.’

Gordon had dus de volledige wetenschappelijke verantwoordelijkheid, maar hij deed niet al het werk zelf.
Hij werd daarbij geholpen door minstens één tekenaar, een soldaat van zijn compagnie.
De eerste aanwijzing voor de identiteit van die schilder komt van A. Hallema, die de tekeningen welke tijdens de reis van Hendrik Swellengrebel in de Kaaplanden in 1776-77 gemaakt werden, vergelijkt met die in de Gordon Atlas.
Volgens hem is er een ontegenzeggelijke overeenkomst wat betreft de artistieke kwaliteiten en de techniek.
Slechts één tekening in de kollektie van Swellengrebel is gesigneerd, en wel door een Johannes Schumacher.
Hallema zegt niet expliciet dat die Schumacher ook als Gordon’s tekenaar gezien moet worden.
Die stap wordt echter spoedig daarna gedaan door Forbes.
Pas kort geleden is er grote zekerheid over dit onderwerp gekomen, doordat Gordon in zijn reisjournalen
soms spreekt over zijn schilder, of over Schoenmaker (of Schoemaker).

www.dbnl.org
Dat geeft een goed beeld van het materiaal waarop Luc Panhuysen zijn
boek onder andere baseert.