Er zijn mensen die bij de temperaturen van afgelopen
weekend liever geen soep eten.
Ik heb er van genoten.
Courgettesoep met munt en limoensap. Verborgen zit er ook nog zoete aardappel in omdat ik die had.
Variant met geitenkaas.
Met het gieten ben je er nog niet.
Misschien kun je zelfs wel zeggen dat dan het werk pas begint.
Afgelopen week de hele les besteed aan het wegzagen van de gietmond en het schuren van de omtrek van de ring. Door de ring in de omtrek (en natuurlijk ook daar waar straks een vinger door gaat) te schuren ontstaat er een gladde zilveren omstrek. De andere delen blijven gevormd door de structuren van de sepia en bij mij ook door het feit dat de twee sepiadelen ten opzichte van elkaar verschoven zijn voor het gieten. Bij deze temperaturen en door het handwerk is het nog zweten op zo’n ring.
De tijdelijke skatebaan op het Kasteelplein lijkt het project Blind Floor (blinde vloer) te zijn. Vermoedelijk een spin-off van het Blind Walls Gallery (galerei met blinde muren). Dat de tijdelijke skatebaan al een maand voor gebruik wordt opgebouw zegt ons dat het wat mag kosten….
Het tegelmotief lijkt een verwijzing naar de oogtegels uit
het Kasteel van Breda.
Voor vandaag had ik een blogbericht in gedachten.
Met foto’s, natuurlijk.
Maar waarschijnlijk is er onderhoud bij Flickr.
Daarom krijg ik steeds een 503 foutcode.
De storing is ook te zien op internationale storingssites.
Dus nog even wachten.
Een spel met een lijst in een lijst: Maria die in het venster zit en een van de engelen die de toeschouwer aankijkt terwijl die nog deels voor het venster is. Uffizi, Filippo Lippi, Madonna and Child with two angels, 1460 – 1465, tempera on wood.
Botticelli werd al aangekondigd. Alessandro Filipepi detto Botticelli, ‘The discovery of the body of Holofernes’ is het linker werk. Het hoort bij het rechtse werk: Judith returns to Bethulia. Circa 1470 – 1475, tempera on wood.
‘Judith returns to Bethulia’ nog even alleen.
De volgende keer nog meer Botticelli. Maar nu: Alessandro Filipepi detto Botticelli, Annunciation. In de predella: Christ the man of sorrows. Circa 1489 – 1490. Tempera on wood. De predella is die kleine figuur, beneden, in het midden op de originele lijst!
Een nostalgie-dubbelslag: Biggles en getekend door Willy Vandersteen. Van Biggles had ik in het verleden al pockets. Die las ik graag. Misschien binnenkort nog eens laten zien. Daarnaast las ik ‘Bessy’ en natuurlijk ‘Suske en Wiske’.
De reeks met Biggles liep maar een paar jaar en de tekenstijl
is van de Studio Vandersteen. Herkenbaar, helder.
Het tekenen is zeker een belangrijk onderdeel van de kunst van
stripverhalen. Maar het vertellen van het verhaal is dat
zeker ook. In dit eerste deel van de volledige reeks
met verhalen uit 1965 – 1967 is de verhaallijn niet
altijd vloeiend.
Daarmee bedoel ik dat er plots, tegen het eind van het verhaal,
heel veel, soms ook minder logische gebeurtenissen plaatsvinden
die een soort van plotselinge versnelling in het verhaal opleveren.
Niet altijd prettig voor de lezer en vaak niet erg doordacht.
Dat is jammer maar ze zijn stiekem meer dan 50 jaar oud.
Dus nostalgie, leuk om nog eens te lezen.
Dat is de centrale vraag, zo lijkt het de laatste tijd.
De komkommertijd is nog ver weg maar het ene bericht
duikelt over het andere om de meest schrikaanjagende
scenario’s over ons uit te storten.
Journalisten weten nauwelijks wat Artificient Intelligence is,
dus herhaalt men de schikbeelden van anderen.
De belangen van grote softwarebedrijven lijken me duidelijk.
Een nieuw domein = nieuwe producten = nieuwe inkomstenstromen.
Heeft het dan totaal geen waarde?
Natuurlijk wel alleen is de weg nog lang en zijn de inspanningen
om goed AI in te voeren hoog.
Kan ik nou wel of niet binnen een jaar of zo, mijn blog opdoeken?
Ik heb de dienst van Microsoft een vraag voorgelegd:
Het antwoord is een leuk stukje tekst maar geeft geen
antwoord op mijn prangende vraag.
Het legt meteen ook bloot waar het bij AI mis gaat:
= aanleveren van de juiste, actuele data;
= data over een enorm brede set van onderwerpen;
= er komt wel intelligentie aan te pas maar heeft nog lang
geen menselijke intelligentie voor nuance, gevoel voor essentie, enz.
Kun je als organisatie voldoen aan de hierboven genoemde eisen,
dan weet je ook het antwoord en heb je de tool niet nodig.
Voorlopig dus nog veel ruimte voor investeringen.
Daarom geef ik het antwoord zelf maar.
De steigers zijn twee delen opgeschoven en op het ‘nieuwe’ vrije stuk is een decoratie te zien die uniek voor de kerk lijkt.
Twee nieuwe delen betekent ook dat twee andere delen achter de steigers zijn verdwenen. Voor AI ben ik als redacteur van de Argusvlinder dus nog niet bang voor mijn baan.
Bij de cursus edelsmeden heb ik een basis oor een mal
gemaakt uit de deksel van een sigarendoos.
Niet zo geweldigmateriaal: eenvoudig en snel te zagen
maar het vesplinterd erg makkelijk.
Sepia, vooral sommige voliérevogels zijn er dol op.
Vervolgens heb ik een mal gemaakt met sepia.
Sepia, niet de inktvis maar het botschil of rugschild
van een inktvis. Het is voor een groot deel gemaakt van kalk.
Een inktvis heeft geen skelet maar gebruikt dit
rugschild om drijfvermogen te hebben.
De buitenkant van een sepia is relatief hard. Het toont al de structuur die je aan de binnenkant nog beter kunt zien.
Sepia heeft een hele mooie golvende structuur.
Daarvan proberen we gebruik te maken.
Om een mal te gaan maken is het idee de vorm van de ring, voor de helft, in een stuk sepia te drukken of uit te snijden. Als je dat in twee vlakke stukken sepia doet (op de foto zijn de stukken nog niet plat) en je plaatst die weer precies op de juiste plaats, dan heb je een gietmal.
Mijn ‘schuurbaan’.
Beide stukken sepia gladschuren.
Nu de vorm in de sepia krijgen. Da’s even proberen en experimenteren maar je zult al snel zien dat de structuur van de sepia zichtbaar blijft. Gebruik een kwastje om het overtollige kalk steeds weg te poetsen.
Na een tijdje plaats je de twee stukken op elkaar, naadloos (dus niet zoals op de foto), met de ruwe, houten vorm er tussen.
Korte stukken van tandenprikkers helpen je de twee delen op de juiste plaats te krijgen. Dat let nauw.
Markeringen op het ‘gietvlak’ zorgen samen met de houten prikkers voor de juiste positie van beide helften van de mal.
Dan moet je nog een gietgat maken. Door dat gat ga je straks het vloeibare zilver gieten om de vorm in de sepia te vullen. Dat gat loopt van buiten naar de vorm van de ring. Er zijn intussen ook luchtkanalen aangebracht om er voor te zorgen dat er geen luchtbel in het zilver gaat komen, zodat het zilver op alle plaatsten van de mal komt waar het moet komen.
Je kunt er in kijken. Je ziet dat de ruimte waar je vinger straks gaat komen nog ‘gevuld’ is met sepia. Daar kan het zilver niet komen. Tijd ook om na te denken hoeveel zilver je denkt nodig te hebben.
Voor de linkshandigen werd een nieuw ‘smeltkroesje’ gereed gemaakt met borax. Het smeltpunt van zilver ligt op 960 graden (afgerond). Dus er is veel warmte nodig.
Het gewicht wat ik nodig dacht te hebben heb ik geselecteerd uit een verzameling zilverresten. Dat ga ik nu smelten.
Na het gieten is dit wat er gebeurd met de twee delen sepia. Je maakt bij het gieten gebruik van de eigenschap van het zilver dat het erg snel stolt. Maar de warmte die afgegeven wordt verbrandt de sepia.
Dit is dan het resultaat. Ik had de ring, vooral de achterkant erg dun gemaakt en het hout was niet overal even dik en recht van vorm. Dat zie je meteen in het resultaat. Er is nog werk nodig maar ik ben nog niet ontevreden. Wacht maar op het eindresultaat.
Hier ligt de houten vorm op de zilveren. Het overtollige stuk zilver dat nodig is om het gieten mogelijk te maken is er al afgezaagd. De buitenkant van de ring en de binnenkant waar je een vinger door steekt wordt uiteindelijk glad zilver.
Op de tentoonstelling waren een paar strooiranden te zien. Ze zijn altijd weer een lust voor het oog.
De strooiranden van Getijden- en gebedenboek, Zuidelijke Nederlanden, eind 15e eeuw. De annunciatie, de aankondiging aan Maria van haar zwangerschap. In een getijdenboek worden de gebeden ‘georganiseerd’ naar de tijd waarop de gebeden dienen te worden gebeden. De metten in de Mariatijd zijn de plaats waar de aankondiging aanleiding geeft tot overpeinzingen.
Gebedenboek van Libertus Schaloun, Sint-Truiden, circa 1570 – 1580.
Getijdenboek, Zuidelijke Nederlanden, begin 16de eeuw.
Vandaag kwam dit grote en vooral dikke boek met de post: Flora Batava – De wilde planten van Nederland. Een uitgave van de Koninklijke Bibliotheek waar Esther van Gelder en Norbert Peeters de redactie vormen.
Het is een fors boek maar gaat dan ook terug op een geschiedenis van meer dan 130 jaar. De originelen verschenen als feuilleton, de losse uitgaves kon je dan zelf laten inbinden. Of de klanten toen kun boek nog moesten opensnijden vertelt het verhaal niet. Maar bij mij bleek na een paar bladzijden omslaan dat het wel het geval is.
Met dat hoekje is wat mis. Bij het vouwen is de hoek in de knel gekomen en als gevolg daarvan niet helemaal goed gesneden. Het papier zat naar binnen gevouwen en dus zie je dit niet meteen.
Terugsturen is zoveel gedoen en kost natuurlijk heel veel tijd. Bovendien heeft mijn exemplaar, hopelijk als enige, twee pagina’s met een extra flapje. Een héél bijzonder exemplaar.
Deze week kocht ik drie t-shirts. Twee ontving ik vandaag.
Normaal zou ik daar niets van vermelden.
Ik ben tenslotte geen influences, een beinvloeder, maar
er zaten zulke leuke kaartjes in de t-shirts.
Dus kon ik het niet laten.
Het linker literaire t-shirt heeft als opdruk: ‘Denkend aan Holland’ een fragment van een gedicht geschreven door Hendrik Marsman. Rechts zie je ‘Boem….paukeslag’. Het begin van het gedicht met die naam in ‘ritmiese typografie’ uit de bundel Bezette stad van Paul van Ostaijen. Het ontwerp van de ritmiese typografie was van Oscar Jespers. Maar kijk eens goed naar die twee kaartjes….
Als t-shirts.
Florence, Uffizi, Piero della Francesca, Federico da Montefeltro and Battista Sforza, Duke and Duchess of Urbino, circa 1472 – 1475. Oil on panel.
Dan de achterkant.
Samen een heel bijzonder paneel.
Piero della Francesca, Triumphs of the Duke and Duchess.
De aanleiding voor mij om naar Florence te gaan was het boek
‘De boekhandelaar van Florence’ (Ross King).
De hoofdpersoon, Vespasiano de Bisticci,
had een boekwinkel waarin hij, al dan niet op bestelling,
manuscrpten verkocht.
Een van zijn grote klanten voor de handgeschreven en
geillustreerde boeken was Federico da Montefeltro.
Hoe groot?
‘Vespasiano zou er met zijn team van zo’n 40 kopiisten, rubricatoren en illuminatoren bijna een decennium druk mee zijn’
‘De boekhandelaar van Florence’, pagina 272.
Vandaag een ongelofelijke reeks van de hand van Filippo Lippi.
In volgorde zoals ik er langs gelopen ben: Florence, Uffizi, Filippo Lippi, Adoration of the Christ child with the young St. John the Baptist, St. Romuals, angels, the hands of God the Father and the Holy Ghost as a dove. Circa 1463. Tempera on wood.
Filippo Lippi, Coronation of the Virgin. Circa 1439 – 1447. Tempera on wood. Let op hoe mooi de hoofden van de engelen en heiligen steeds een andere kant op kijken.
Filippo Lippi, Adoration of the Christ child with St. Joseph, St. Jerome, St. Hilarion, St. Mary Magdalen and angels. Circa 1455. Tempera on wood.
Filippo Lippi, Madonna and Child with St. Francis, St. Cosmas, St. Damian and St. Anthony of Padua, 1440 – 1445. Tempera on wood. Dan zijn daar nog de predellas, zeg maar de onderste reeks schilderijen. Francesco Pesellino assisteert Filippo Lippi hier. Het gaat om de volgende afbeeldingen: St. Francis receives the stigmata and St. Cosmas and St. Damian heal Justinian (Copies), the Nativity, the Martyrdom ff St. Cosmas and St. Damian, the miracle of St. Anthony. De predellas zijn qua thema dus mooi afgestemd op het hoofdwerk.