Maandagmorgen, strijkplank voor de deuren van de St Antoniuskerk in de St Janstraat in Breda. Waarschijnlijk een restant van een heel ‘gezellig’ vrijgezellenfeest.
Boter, kaas en eieren met de Grote Kerk van Breda.
De laatste avond in Xi’an loop ik nog even wat rond.
De Bell Tower en de Drum Tower kunnen je dan niet ontgaan.
Dus nog een paar foto’s maar echt maar een paar.
De Bell Tower ligt in het midden van een verkeersknooppunt. Om het voor voetgangers veiliger te maken is een een soort van ring van voetgangerstunnels. Aan een kant is een soort van verlaagd plein gemaakt waar veel winkels aan liggen. Vandaar kun je ook direct naar de Drum Tower. Hier zie je vanaf het verlaagde pleint de Bell Tower.
Deze laatste foto is dan de Drum Tower.
Ergens tijdens mijn wandeling maakte ik deze foto van een kraampje. Deze mevrouw was blijkbaar erg moe.
In een winkel zag ik deze doos staan. Geen idee wat het is maar volgens Google translate is dit ‘Bonentaart’ of ‘Bonencake’. Ik hou het op tofu.
Op naar Shanghai.
Het laatste deel van mijn foto’s in Beilin museum in Xi’an.
Het is 27 september 2023.
In dit bericht een paar foto’s over de collectie kalligrafie.
Meerdere zalen/gebouwen worden gevuld met steles, groot en klein,
van allerlei dynastieën. Kalligrafie in in de Chinese en Japanse
cultuur een serieuze kunstvorm. In het westen kwam het
eigenlijk niet veel verder dan de hobby van een schoolmeester of
het moet het moderne werk van Cy Twombly zijn.
Maar de verzameling van Beilin museum is veel breder.
Deze foto geeft een overzicht van de manier waarop de steles worden bewaard en tentoongesteld. Ze staan zij aan zij. Er wordt geen ruimte onbenut gelaten.
China, Xi’an, Beilin, Pieces of stone dragon, Tang Dynasty (618 – 907).
Beilin, Stone lion, Tang Dynasty (618 – 907), the Wu Village of Liquan County, Shaanxi Province, #notalion.
Beilin, Li Shou mausoleum, circa 630, Tang Dynasty, unearthed in 1973, Sanyuan County, Shaanxi Province.
Beilin, Pictorial stone on tomb gate, Mid Eastern-Han Dynasty, about 100 AD, unearthed in No 2 Guanwang tomb, Mizhi County, Shaanxi Province.
Stel je het romantische beeld voor: de held (John Wayne) rijdt te paard een stoffige stadje binnen. Recht op de saloon af. Voor de saloon is er een plaats om je paard te parkeren en vast te leggen aan een dwarsboom. In China gebruikte men er blijkbaar deze ‘hitching posts’ voor. Beilin, Hitching post, Ming or Qing Dynasty, 1368 – 1911.
Nog meer voorbeelden van steles met kalligrafie in het Beilin Museum.
Beilin, Panorama of Taihua Mountain, 39th year of the Kangxi period, Qing Dynasty, 1700, Jia Li.
Steles op grote schildpadden.
Bij de ingang van het museum.
Beilin, Jingyun Bell, 2nd year of the Jingyun period, Tang Dynasty, 711, composed and calligraphy by Emperor Li Dan.
Beilin, Ostrich, 6th year of the Huichang reign, Tang Dynasty, 846, Duan Mausoleum of Wu Zong Emperor (LiYan), Sanyuan County, Shaanxi Province.
Bij het museum kon ik niet achterhalen wat dit was, van wie dit was en wanneer het gemaakt is, maar ik vond het mooi. Ik kan me zo voorstellen met deze afbeeldingen een boekje te maken.
Tijd voor de laatste avond in Xi’an. Morgen Shanghai.
Daar gaan de komende berichten over.
Ik geef het toe: ik was moe en er waren heel veel Buddha-beelden.
Uiteindelijk verschenen er maar 5 op een foto.
Maar zr zijn de moeite waard.
De verzameling Buddha’s is zo interessant dat een bezoek aan
het Bos van de steles alleen daarom aan te raden is.
Alleen bij de eerste stele in dit bericht toon ik ook de tekst van het verklarend bord. Er zijn twee zaken waar ik niet zeker van ben: 1. de stele is gedoneerd en hoe schrijf je die naam nu correct met hoofdletters? 2. dit beeld is onderdeel van de ‘Old Beilin collection’. Dan vraag ik me meteen af wat de nieuwe collectie is. Maar goed. China, Xi’an, Beilin, Sculptural stele, donated by Tian Lian Kuan, Northern Wei Dynasty, 386 – 534.
Sculptural stele, donated by Sixty Followers, 2nd year of Xiping, Northern Wei Dynasty , 517, unearthed at the Primary school in Fuping County, Shaanxi Province, in 1960.
Thousand Buddha sculptural stele of Shakya Duobao 9=Buddha), Western Wei Dynasty, 535 – 556.
Sculptural stele, donated by Lü Jianchong, 3rd year of Jiande, Northern Zhou Dynasty, 574.
Standing Buddha, Northern Zhou Dynasty, 557 – 581, unearted in the Wanzi Village, Baqiao District, Xi’an City, 2004.
Er stond nog een uitgebreide tekst bij dit beeld, of beter,
bij de beeldenreeks waarvan dit een van de beelden was.
De foto toont niet heel de tekst dus beperk ik me hier
tot de eerste regels:
In 2004 werden 5 grote, staande Buddha’s gevonden, samen met 4 beelden met een lotus/leeuw-voet. Ze dateren uit de Northern Zhou Dynasty. Ze zijn gevonden bij een steenfabriek in Wanzi Village, Baqiao Distict, Xi’an.
De afbeelding hierboven is dan dus één van de vier beelden
op een lotus/leeuwen-voet.
Dit bericht is een soort van inleiding op een paar
berichten over het Beilin Museum in Xi’an.
Het museum is een aantal gebouwen bij elkaar. Al die
gebouwen bevatten steles, gedenkstenen (als dekt dat
Nederlandse woord niet helemaal de lading).
China, Xi’an, Beilin, Forest of stone steles. De verzameling bestaat al meer dan 900 jaar!
Beilin, Daxia stone horse, Daxia Dynasty, 424.
Beilin, Stele of Anxi Prince Shengde, Yuan Dynasty, 1277.
Beilin, Stone-base classics on ‘Filial Piety’, Tang Dynasty, 745.
Deze putdeksel heeft niets te maken met al deze bijzondere, oude steles, behalve dan dat deze putdeksel in het Beilin museum lag en ik de tekening mooi vond.
Gelezen:
City of Djinns een boek van William Dalrymple uit 1993.
In 1995 bezocht ik Delhi voor het eerst maar toen had ik van
William Dalrymple nog nooit iets gelezen.
Intussen een aantal boeken van hem verder en met een volgend
bezoek aan Delhi in het vizier een goede gelegenheid dit boek
eens te lezen.
William Dalrymple, City of Djinns – A year in Delhi, 1993, illustrations by Olivia Fraser.
Soms is het vinden van informatie over India,
like penetrating deeper and deeper into a midsummer dust storm: the larger landmarks stood out but the details were all obliterated.
Pagina 320.
Na het lezen van het boek ben ik toch een heel ind verder.
Dalrymple schrijft over Delhi in een mengeling van
persoonlijke ervaringen, geschiedenissen, interviews
en een reisgids.
Steeds in korte verhalen van maximaal een paar bladzijden.
Heel beeldend.
Het Engels vraagt wel af en toe dat je een woord opzoekt
hoewel de context je al snel in de juiste richting duwt.
Het aantal onderwerpen dat wordt aangesneden is heel divers,
heel herkenbaar en brengt je geen moment in verwarring.
Dalrymple weet op een heel natuurlijke manier de onderwerpen
aan elkaar te rijgen in goed geschreven verhalen.
In het boek heb ik onderwerpen onderstreept en ik heb daar
een lijstje van gemaakt. Niet compleet maar met genoeg
onderwerpen om een idee te krijgen waar het zoals over gaat (en nog veel meer).
Hij begint bij zijn huisbaas.
We leren zijn vaste taxichaffeur, zijn familie en ander
huishoudelijk personeel kennen.
De red tape en ambtenarij is legendarisch en wordt geillustreerd
met duidelijke voorbeelden.
De religieze groepen: Sikhs, Moslims en Hindoes komen aan bod.
Partition, het ontstaan van de individuele landen na het vertrek
van de Britten uit Britsch India en de enorme impact op het leven
van miljoenen mensen.
De verschillen tussen Moghul Old Delhi – Punjabi New Delhi.
Shajehanabad.
Literatuur, non-fictie (bijvoorbeeld de Muraqqa’-e-Delhi, ik
heb een versie in vertaling gevonden op internet om te lezen).
Coronation Parc, een typisch koloniaal centrum dat de meeste
betekenis verloren heeft.
Hauz Khas.
Purana Qila.
Lal Kot.
Mehrauli.
Klimaat en seizoenen, festivals en muziek(instrumenten).
Dalrymple probeert ervaringsdeskundigen van Partition te
spreken en neemt de lezer mee in de gesprekken.
Route voor een wandeling door het Red Fort.
Koloniaal racisme (met grote parallellen, en verschillen,
met het Nederlands koloniaal verleden en ons racisme).
Engelbert Humperdinck & Cliff Richard,
Vogelgevechten en duiven,
In het jaar bezoekt Dalrymple en zijn vrouw een trouwpartij
maar gaan ook naar een begrafenis.
Begampur.
Tughlukabad.
Daulatabad.
Simla (hill station).
Mahabharata.
Bhaga-vad Gita.
Eerlijk gezegd: en nog veel meer.
Genoten heb ik er van.
Misschien u ook?
Het zijn niet veel foto’s maar ik vond ze
de moeite waard.
De Tolbrug in Breda. Het is nog steeds wachten tot er iets komt dat op een brug lijkt maar wie weet?
Het gebouw vind ik op zich zelf niet mooi. Een saaie kolos. Maar zo gespiegeld in het water van de Nieuwe Mark heeft het wel iets.
Breda, Karnemelkstraat.
Als je het museum uit loopt zie je de grafheuvel weer. Je herkent de situatie meteen van de maquette. China, Shaanxi Province, in de buurt bij Xi’an, Yangling Mausoleum of Han.
Als een vorm van landschapskunst liggen aan de voet van de grafheuvel, aan het begin van de burial pits, grote stenen met inscripties. Ze leggen het nummer van de pit en de grootte vast.
Pit nummer 4, located from south to north.
The outer burial pits of the Emperor’s Graveyard.
There were altogether 86 outer burial pits in the Emperor’s graveyard,
of which 81 were radiating around the tomb and 5 were located in the
northeast of the cemetery.
Each pit was composed of a long strip-like pit and a slope passage
leading to the tomb chamber.
The interior of the pit was built with square timbers to form a tunnel space for grave goods storage.
11 of the outer burial pits on the northeast side of the tomb
were excavated with a rich variety of artifacts unearthed
including wooden chariots and horses, painted terracotta figurines,
painted pottery, animals, various daily utensils, farming tools,
grain, and above all the world’s earliest known tea.
According to some disclosed seals such as ‘Seal of Royal Administrator’,
‘Seal of Palace Meal Administrator’, ‘
Seal of Palace Meal Assistant Administrator’,
Seal of Palace Affairs Administrator’ and ‘
Seal of Administrator of Imperial Harem’,
archaeologists believe the outer burial pits of the Emperor’s Graveyard
resembled Jiu Qing, the supreme government officials
and the affiliated institutions in the Western Han Dynasty.
Op een afstand van de grafheuvel staat een gebouw. Het blijkt een overkapping te zijn van de restanten van een van de vier poortgebouwen. De poortgebouwen hadden een soort van toren. De poortgebouwen waren verbonden met een muur. The Gate-Tower Platform.
De gebouwen zijn op maat gemaakt. Ze hebben wat last van duiven, vandaar de netten. Het is niet zo eenvoudig voor te stellen wat je ziet. Maar net als bij de Chinese Muur bestond de kern van het poortgebouw uit aangestampte aarde. Zo heb ik het tenminste begrepen. “The South Gate Tower of Han Yangling Mausoleum is called Zhuque Gate. It features two sets of tri-platforms, which represent the supreme authority of emperors in ancient China. Zhuque Gate is the oldest, the largest, and the most superior gate tower that has been found in imperial mausoleums.”
In het complex was ten minste een kamer. daarvan zijn de contouren van de vloer nog te zien. The inner room.
Zo ziet de overkapping van de Zhuque Gate er uit de verte uit.
Terug naar de taxi.
Een tijdje terug zag ik in de stad de aankondiging van deze zomertentoonstelling. Toen ik gisteren de NRC las van 9 augustus, zag ik het artikel over de tentoonstelling. Deze herinnering was voldoende om vandaag te gaan kijken. Een van de theaterzalen in het Chassé Theater in Breda is tijdelijk ingericht als tentoonstellingsruimte. De werken zijn van Folkert de Jong. Al eerder waren op mijn blog werken van hem te zien.
Aan de hand van gebeurtenissen en personen uit onze geschiedenis
stelt de kunstenaar vragen aan de toeschouwer:
is er wel gebeurd wat we horen in de verhalen;
wat waren eigenlijk de motieven van de betrokkenen;
was dat allemaal wel zuivere koffie?
Bij ieder werk is een tekst geschreven. Die kun je beluisteren door op een knop te drukken. Het licht gaat dan ook aan het werk. De teksten hebben een grote toegevoegde waarde: ze laten de kunstenaar nog duidelijker zijn vragen stellen. Het (soms letterlijk) anders belichten van het verhaal dwingt je als toeschouwer actief deel te nemen.
Niets is wat het lijkt, niets is toevallig. Net als in ons echte leven. Breda, Chassé Theater, Folkert de Jong, De held, de schurk en de waarheid, Black left hand player, 2008.
Folkert de Jong, Totemism, 2010.
Folkert de Jong, Dutch lady, 2011 (Zeeuwsch meisje).
Folkert de Jong, Queen of coal, 2011.
Laten we maar zeggen het alter ego van Folkert de Jong, The Pirate, 2018.
Folkert de Jong, Piëta II, 2017.
Folkert de Jong, Luther en Melanchthon, 2018 (Elk woord een kogel).
Folkert de Jong, The Balance 2, 2009 (Peter Minuit).
Het krantenartikel is vast nog wel te vinden op de website van de NRC.
De manier waarop de grafvondsten werden tentoongesteld,
in de sleuven waar ze gevonden zijn, net als bij het
Terracotta Army, maar de uiteinden van de sleuven waren
voorzien van glas waar je als bezoeker over kunt lopen.
Dat draagt enorm bij aan de ervaring. De voorwerpen zijn
natuurlijk veel kleiner dan de beelden van het Terracotta Army
en daarom kan het ook.
Waar je bij het Terracotta Army de beelden van voor,
van opzij en vanachter kunt zien, is dat hier veel minder
het geval. De afstand blijft ook groter vandaar ‘de rode hal’.
Als ik de teksten goed begrijp waren de veel van deze beelden aangekleed met kleding van stof. Het maakproces liet men verder op in het museum zien.
Pit number 18 E.
Voor een liefhebber van thee een belangrijke plaats! Pit number 15 E. De plaats waar de vroegste theebladeren zijn opgegraven.
Elk voordeel heeft een nadeel: het feit dat je de voorwerpen in hun natuurlijke omgeving ziet betekent ook dat je ze niet van alle kanten kunt bekijken.
De rode hal (mijn eigen naam) was de laatste zaal van het heel verrassende museum.
Volgens mij was er geen informatie bij deze paarden en de strijdwagen. Maar mooi om te zien is het zeker.
Om het maakproces van de poppen uit te leggen beginnen ze met twee vondsten. Op basis van de vondsten is het maakproces gereconstruceerd. Dat illustreren ze met een paar voorbeelden.
Pop met gereconstrueerde kleding.
Moderne reconstructie van een pop.
Levendige aardenwerk beelden van dieren uit de Westelijke Han-dynasty (206 voor Christus – 8 na Christus).
Het bezoek aan het Han Yangling Mausoleum rond ik af boven de grond.
Dan loop ik nog rond de grafheuvel en bij de restanten van een
van de poortgebouwen langs.
De foto’s daarvan volgen in het volgende bericht over Argus in China.
Op vakantie wil ik graag veel zien.
Veel nieuwe dingen als dat kan.
Ik bereid me voor maar niet dat er geen verrassingen meer zijn.
Dus toen ik besloot naar China te gaan wist ik dat er in en om
Xi’an meer te zien was dan het Terracotta Army.
Maar Yangling Mausoleum of Han of Han Yangling Mausoleum
bleek een enorme verrassing:
een ondergronds museum waar je zoms over de archeologische
vindplaats loopt op een glazen vloer. Onder je voeten liggen
de artefacten, de opgegraven voorwerpen.
Heel indrukwekkend.
Het Han Yangling Mausoleum is wat er over is van het graf
van keizer Jingdi. Bij elkaar zijn er twee grafheuvels,
Ik bezicht er een. Die grafheuvel ligt/lag op een ommuurd
terrein met poortgebouwen. Haaks op iedere zijde van
de grafheuvel liggen sleuven (pits) met daarin grafvondsten.
China, Shaanxi Province, Xianyang (in de omgeving van Xi’an), Han Yangling Mausoleum voor Emperor Jingdi en zijn vrouw Wang.
Hier zie je een voorstelling (bovenaanzicht) van de grafheuvel (in het midden, de afgetopte piramide-vorm) met haaks op iedere zijde sleuven. Om het geheel een muur met op de assen van de windrichting openingen met ‘poortgebouwen’.
Deze maquette geeft het beeld van hoe het graf er waarschijnlijk uit gezien heeft. Het eerdere bovenaanzicht en de maquette zijn niet op precies dezelfde manier gefotografeerd dus de noordelijke richting op de maquette is anders dan op het bovenaanzicht.
Het ondergrondse museum. Deze grote hal geeft een beeld van veel archeologische plaatsen: een beetje opgezet als een amusementspark. Maar wat er te zien is was indrukwekkend.
De loopruimte van het museum doet ondergronds aan. In werkelijkheid ligt het, denk ik, voor een klein deel boven het maaiveld. Je ziet de verschillende sleuven naast elkaar liggen, verlicht. In de eerste sleuf, iop de voorgrond, zie je wat aardewerk potten staan.
En zo kijk je dan in Pit nummer 21 E.
Afdrukken van dieren en strijdwagens. Pit nummer 20 E.
Volgend bericht meer.
In de avond heb ik nog een korte wandeling gemaakt en
bezocht ik de stadsmuur van Xi’an voor een tweede
keer. Deze keer vanaf het noorden.
De poortgebouwen van de rechthoekige stadsmuur van Xi’an staan de noord- en zuidkant beide in het midden van een verkeersplein. In het geval van de noordelijke poort kom je daar via een voetgangerstunnel. In de verte zie je de Bell Tower.
Het weer is beter dan bij het eerste bezoek en er zijn dus meer bezoekers.
Het zicht vanaf de muur.
Er zijn delen van de stadsmuur die meer uitsteken en vandaar af krijg je een goed beeld van de muur. Een serieus verdedigingswerk moet dat zijn geweest.
De winkeliers beginnen de 1 oktober-versieringen al aan te brengen aan hun winkels.
Genoeg voor vandaag.
Morgen nog een keizerlijk graf bezoeken, Yangling Mausoleum of Han.
Het mausoleum van keizer Jing (keizer van 157 – 141 BCE),
zesde Western Han dynasty keizer en zijn vrouw keizerin Wang.
Door de warmte van de afgelopen periode heb ik niet veel
gedaan aan mijn meest recente boekbind-project.
De eerste set tekeningen waren beschreven, voorzien van
een ‘drager’ en ze hadden een paar weken onder bezwaar gelegen.
Gereed voor de volgende stap: het naaien van het boekblok.
Het naaibankje is in gereedheid gebracht. Ik wil de bladen met hun etalage-kartonnen dragers op lint binden. Daarmee wordt de rug straks extra stevig. De Linten staan op de juiste plaats en die plaats meet ik af aan de gaten in het schutblad. Dat schutblad is een dubbelgevouwen deel van een stuk papier. Één pagina zal straks op de binnenkant van de boekband geplakt worden, de tweede pagina zal een soort van beschermblad vormen. Een flyleaf noemen ze dat geloof ik in het Engels.
Na geruime tijd onder bezwaar zijn de dragers toch weer een beetje open gaan staan. Daarom, ondanks dat de vellen niet helemaal in de boekenpers passen, toch nog een kleine 24 uur in de boekenpers.
Het naaien is begonnen.
Links aan het blad is de ‘drager’ goed te zien. Voor het bovenste blad is die nog extra bijgesneden om alles van de tekening zichtbaar te houden. Als je goed kijkt kun je zien dat de bladen niet allemaal hetzelfde formaat hebben. De ‘dragers’ wel.
Dan het voorste schutblad nog en dan is deze set ingenaaid.
Zo ziet dat er dan uit. De linten worden straks nog ingekort. Iedere drager ga ik individueel dichtlijmen. Ook de rug ga ik in de boekenpers nog lijmen zodat alle dragers samen 1 rug vormen. Maar dat is de volgende stap. Daarna begin ik aan de band.
De foto’s in het bericht van vandaag zijn van 26 september 2023
gemaakt. Dus ik beleef voor een tweede keer plezier
aan de reis.
Heel bijzonder beeld voor mij. Deze grafbewaker had ik zo niet eerder gezien. China, Shaanxi Province, Qianling Museum, Tri-color glazed, monster-shaped, tomb guardian, Tang Dynasty (618 – 907), unearthed in the tomb of Prince Zhanghuai.
Qianling Museum, Tri-color glazed pottery, Military officer, Tang Dynasty (618 – 907), unearthed in the Tomb of Prince Zhanghuai.
Een groot graf. Indrukwekkend. Qianling Museum, Stone coffin and linear engravings on stone. Tomb of Princess Yongtai.
De graveringen in het steen stellen mensen, dieren en planten voor.
Detail van de Stone coffin of Princess Yongtai.
Qianling Museum, Gilded bronze door knocker, Tang Dynasty (618 – 907), unearthed in the tomb of Prince Zhanghuai.
Qianling Museum, Mural paintings from Tang Dynasty tombs.
Er was een gebouw met een soort van tableau vivants zoals hierboven: Keizering Wu Zetian bepaalt de strategie.
Qianling Museum, Figurine of painted pottery, Loaded camel, Tang Dynasty (618 – 907), unearthed in the tomb of Prince Zhanghuai.
Zoals in het vorige bericht aangegeven stonden er een paar
gebouwen rond de grafkelder die je er kunt bezoeken,
de grafkelder van Princess Yongtai.
De zijderoute of ‘silk road’ komt uitgebreid aan de orde.
China, Shaanxi Province, Qianling Museum, Painted pottery – horse riding figurines of musicians, Tang Dynasty (618 – 907). Unearthed in the tomb of Prince Yide.
Qianling Museum, Tri-color glazed pottery – Horse riding figurine, Tang Dynasty (618 – 907), unearthed in the tomb of Prince Yide.
Qianling Museum, Painted pottery – standing noble figurine, Tang Dynasty (618 – 907). Collection of the Shaanxi Academy of Archaeology.
Qianling Museum, Painted pottery – standing female figurine, Tang Dynasty (618 – 907). Collection of the Shaanxi Academy of Archaeology.
De ‘Ferdinand Freiherr von Richthofen’ die in bovenstaande tekst wordt genoemd is een bezoek aan Wikipedia meer dan waard. Deze opa van de ‘Rode Baron’ (beroemde WOI vliegenier) is de man die de term ‘Zijderoute’ voor het eerst heeft gemunt!
Qianling Museum, Figurine three-color glazed ceramic human (Sancai), excavated in 1972 in the tomb of Crown Prince Zhanghuai, Tang Dynasty (618 – 709).
Tri-color glazed pottery – warrior figurine, Tang Dynasty (618 – 907), unearthed from the tomb of Prince Zhanghuai, Collection Qianling Museum.
In het vorige bericht besteedde ik er niet zoveel tekst aan.
Maar op een aantal foto’s waren nabij geleden grafheuvels te zien.
De graven zijn van een keizerlijke familie en na het bezoek
aan de Spirit Way, de beelden en de grafheuvel van Keizer
Gaozong en zijn vrouw Wu Zetian bezocht ik nog een locatie.
In deze streek liggen in totaal 18 grafheuvels.
De meeste zijn nog niet opgegraven en daar zijn ook geen
plannen voor (voor de nabije toekomst in ieder geval).
Die grafheuvels worden Naitoushan of in het Engels
‘Nipple Hills’ genoemd.
De heuvel rechts, met dat gebouw op de top, wordt Naitoushan of ‘Nipple Hills’ genoemd.
De volgende reeks foto’s zijn van het bezoek aan de grafkamer
in zo’n heuvel. De grafkamer van Li Xianhui of Princess Young Tai.
Er is een gang gegraven in de grafheuvel naar het begin van een gang die toegang geeft tot een aantal nissen en de grafkamer.
Dit is de gang naar de grafkamer. De plafonds zijn beschilderd met bloemmotieven.
Dit is zo’n nis. Er staan voorwerpen in. Er is iets met de kleur van de beeldjes. De tekst op het bord op de voorgrond zegt daar iets over maar delen van de tekst zijn onleesbaar. Dus dat blijft een beetje gissen. Niet alle nissen waren nu nog gevuld met heel interessante voorwerpen.
Hier zijn de beelden (of hun replica’s?) wat beter te zien.
Bloemmotieven aan het plafond.
Detail van een muurschildering. Tang dynasty rond 706 AD. Hieronder de hele groep vrouwen. Deze muurschilderingen zijn replica’s. De echte zijn in een museum te zien. Deze muurschilderingen bevinden zich in een soort van voorkamer die toegang geeft tot de grafkamer.
De grafkamer was klein en de sarcofaag (of de ombouw daarvan) was groot. De laatste rustplaats van Li Xianhui of Princess Young Tai, AD 706.
Nog een voorbeeld van een muurschildering:
Zo verlaat je dan weer de grafheuvel.
Dit is het uitzicht van bovenop de grafheuvel. De gebouwen die je beneden ziet zijn tentoonstellingsruimtes. Daar gaat het volgende bericht(en) over.
Deze vogel schrok en ik schrok van hem. Even later ging hij op een tak van een boom zitten en kon ik rustig een foto van hem maken. Of zou het een zij zijn?
Grote stenen zie je vaak als decoratie in China. Op allerlei plaatsen. In het Qianling Mausoleum-complex met mooi uitgehakte karakters uitgevoerd in rood. Aan het begin van het pad op de grafheuvel.
De mist trekt langzaam op. Zicht vanaf de grafheuvel naar het begin van de wandeling.
Terug bij de Spirit Way is de grafheuvel nu veel beter te zien.
Terug bij het begin.
You’ve been watched in this area. Big Brother is groot in China maar dit bord is daar geen voorbeeld van. Dit is niet anders dan wanneer ik het Kasteelplein in Breda op loop, waar meteen een aantal camera’s hangen.