Om half elf was het nog erg rustig op de familiekermis in Breda. Dat zal nog wel veranderen.
India volgens Thomas van Luyn…en de werkelijkheid
Op zaterdag lees ik altijd de collumn van Thomas van Luyn.
Hij schrijft met veel humor en overdrijving over de kleine
gebeurtenissen in Nederland.
Thomas van Luyn, afgelopen zaterdag in de Volkskrant 28 mei 2016: Duplo.
Nu viel me een klein stukje van zijn verhaal van vorige week op.
Het verhaal gaat over planologen en hun invloed op onze leefomgeving.
Daarbij maakt hij een beetje terzijde een opmerking over India.
Dat lees ik dan weer met extra aandacht.
Het gaat om het volgende stukje:
Je kunt ook bestaande plekken nemen en die een beetje omkatten.
In Assendelft heeft iemand het station 500 meter verderop neergekwakt.
Gewoon, om een beetje te zieken.
Snackbar De Remise ligt nu niet meer aan de remise, maar in z’n eentje op een caravanterrein, wat een mooi mistroostig plaatje oplevert als je er langs rijdt.
Om bij dat station over te steken, staat er een kolossale ijzeren trapconstructie over de twee spoortjes heen – en een tunnel eronderdoor.
In India zouden ze gewoon zeggen: kijk een beetje uit als je de rails oversteekt.
Maar die hebben dan ook geen planners.
Zie je de overeenkomsten (kolossale ijzeren trapconstructie en
geen aandacht voor de reiziger) met het nieuwe NS-station in Breda?
Maar even terug naar India.
Het is natuurlijk niet waar dat daar geen planners zijn.
Dit jaar bezochten we juist een plaats die helemaal, helemaal,
ontworpen is door een wereldberoemd architect: Chandigarh is die plaats,
Le corbusier de belangrijkste architect/planoloog..
Daar in Chandigarh is alles gepland.
In het westen is Le Corbusier vooral bekend van zijn stoel maar hij was
eigenlijk vooral een stadsontwerper. Dat is te zien aan het stratenplan
van deze nieuwe hoofdstad van de Punjab en Haryana.
Na de scheiding tussen India en Pakistan had het Indiase deel van de Punjab
geen hoofdstad meer. Om een idee te geven, in 2001 had de Punjab
25 miljoen inwoners. Dus een administratieve hoofdstad
is dan geen overbodige luxe. Nehru liet een nieuwe hoofdstad
aanleggen en nodigde daarvoor planologen vanuit het westen uit
om mee te denken over de nieuwe stad. Le Corbusier was een van hen.
De stad bestaat uit sectoren die binnen de grenzen van de sector geen doorgaande wegen kennen. De doorgaande wegen (zoals hierboven) hebben bijvoorbeeld een aparte rijbaan voor riksja’s, fietsen en brommers.
De sectoren hebben soms een speciale bestemming. Dit is een foto van sector 17, zeg maar het stadshart met winkels en andere belangrijke gebouwen.
Nog een gebouw uit sector 17: de bioscoop.
Le Corbusier en zijn staf lieten zich vooral inspireren door de nieuwe mogelijkheden van beton. Dit is het architectuurmuseum in Chandigarh. Zoals te zien is was het weer niet ideaal.
Government Museum and Art Gallery, Chandigarh. Dit museum bevat een hele mooie collectie oude kunst en een galerie met moderne Indiase kunst. Je ziet hoe ruim van opzet de stad is.
Het stratenplan van Chandigarh zie je ook terug op de putdeksels die je overal in de stad ziet. Dan zie je ook de duidelijke structuur die Le Corbusier bedacht heeft.
Het absolute hoogtepunt van de gebouwen in Chandigarh is het Punjab and Haryana High Court, het hooggerechtshof voor de Punjab en Haryana. Het gebouw is ontworpen door Le Corbusier.
Vooral het dubbele dak springt eruit. Het is bedoeld om de hitte van de zon (het kan er makkelijk 40 – 45 graden celcius worden) tegen te houden en de wind vrij spel te geven om verkoeling te brengen.
Tegenover de High Court ligt het parlementsgebouw voor beide staten: Palace of Assembly (Vidhan Bhavan). De gebouwen liggen aan een enorm plein met nog een paar bijzondere monumenten die later nog aan de orde komen op mijn blog. Het parlementsgebouw is bijzonder van vorm en ligging en bijvoorbeeld de Gouverneurspoort is opvallend.
Dit is de ceremoniele poort in het parlementsgebouw in Chandigarh dat door Le Corbusier is geschilderd.
Dus India is geen land zonder planners.
Het pad naar geluk ligt in het Valkenberg in Breda
Omdat het kermis is in de binnenstad van Breda en daar
ook het Valkenberg voor wordt gebruikt, kom ik daar wat vaker.
Daar ontdekte ik vanochtend dat het Pad naar Geluk
in het Valkenberg ligt.
Het leuke is dat het helemaal niet moeilijk blijkt te zijn.
Je loopt erover, je hinkelt een stuk, dan moet je lachten,
een ander deel gaat met de skippybal en zo kom je
bij de finish.
Jammer genoeg werkt het niet voor iedereen zo.
Familiekermis Breda
De afgelopen week heb ik op verschillende tijden
foto’s gemaakt van de kermis.
Die kermis is voor het eerst sinds jaren weer in de binnenstad
van Breda. In het Valkenberg, het Kasteelplein en op de Grote Markt.
Woensdagavond, Kasteelplein. Het grote opbouwen moet nog beginnen.
Woensdagavond, Kasteelplein.
Woensdagavond, Kasteelplein.
Donderdagochtend. Het terrein voor de KMA is beperkt toegankelijk.
Daar staat dan ook een heel groot reuzenrad.
Wel een indrukwekkend gezicht.
Op vrijdagochtend (vandaag dus) staat er ook de Achtbaan al helemaal.
Kasteelplein kort voor vijf uur. Om vijf uur zal de kermis officieel geopend worden.
Naast kermisattracties zal er ook straattheater te zien zijn.
Dit is een uniek beeld van het Kasteelplein.
De suikerspindame.
De invloed van de Amerikaanse iconen op dit volksvermaak fascineert me. Waar komt dat toch vandaan. American Grab.
Wethouder Boaz Adank opent met een korte toespraak…
…gevolgd door een woordje van de vertegenwoordiger van de Nederlandse Kermis Branche organisatie.
Het eerste rondje was vanmiddag gratis.
Magic Mouse.
Figuren op een nostalgische draaimolen.
Deze attractie staat in het Valkenberg en heeft dus al snel licht nodig. Dat levert meteen een geheimzinnige sfeer op.
Een nostalgische tunnelbaan in het Valkenberg.
De zweefmolen.
Peter Pan en Kapitein Hook.
Hmm, bij een familiekermis?
De KMA ligt er wat verscholen bij.
Het Reuzenrad.
Bij de Grote Kerk het kleine broertje van het reuzenrad.
Stadhouder Willem III heeft niet vaak dergelijk gezelschap.
Wie doet de planning bij die stratenmakers?
De Willemsbrug wordt eerst deels betegeld. De wethouder komt het openen. Dan gaat alles er weer uit en wordt het opnieuw met asfaltbanen aangelegd. Vorige week haalt iemand weer stenen weg om lantaarnpalen te kunnen plaatsen (?) en nu breekt men de hele brug weer open en wordt het asfalt deels weggehaald. Blijkbaar heb je plots electriciteit nodig om lantaarnpalen te laten werken en drie weken geleden wist er niemand bij die stratenmaker dat er lantaanrpalen moesten komen. Vriend Alfred Arbouw (of zijn mensen) moet eens beter gaan opletten. Je maakt mij niet wijs dat dit de goedkoopste manier is voor de burgers van Breda?
Familiekermis Breda komt dichterbij
Vanochtend maakte ik deze foto van de extra electriciteitsvoorzieningen op het Kasteelplein.
In het Valkenberg zie je de voorbereidingen ook.
Attracties zijn er nog niet te zien op het Kasteelplein.
Maar de bestrating spreekt boekdelen.
Nu aan het eind van de middag stonden er al attracties in het Valkenberg.
En ook de kamelenrace is aangekomen op het Kasteelplein, voor de KMA.
Station Breda in de top 5 meest onaangename stations
Breda Vandaag
Titia Burke
30 mei 2016 | 16:55
BREDA – Ondanks de 140 miljoen kostende make-over van station Breda
voelt het onaangenaam aan voor reizigers.
Dit blijkt uit onderzoek dat gedaan is door Reizigersvereniging Rover
naar de gastvrijheid van stations in Nederland.
Een woordvoerder van Rover geeft aan dat reizigers het massale karakter
van station Breda niet fijn vinden.
Volgens de woordvoerder zouden reizigers het totale overzicht kwijt raken.
“De perrons liggen een beetje achteraan, de winkels zitten verstopt”,
legt de woordvoerder uit.
Hij vertelt ook dat juist door deze ‘verstopte hoeken’ reizigers
het station als onveilig beleven.
Alfred Arbouw, wethouder Stedelijke Ontwikkeling,
geeft aan dat de gemeente zich niet volledig herkent in de resultaten van het onderzoek.
“Het is logisch dat voor reizigers die het station niet kennen
het soms een beetje onduidelijk kan zijn”, aldus Arbouw.
De wethouder voegt daarbij aan toe dat het station nog midden in de verbouwing zit
en de tunnel nog niet open is.
De lage beoordeling van station Breda heeft weinig te maken met de verbouwing
die nog gaande is, aldus de woordvoerder van Rover.
In de top 5 van meest gastvrije stations staan wel Utrecht en Amsterdam,
die op dit moment ook in midden in de verbouwing zitten.
Arbouw geeft aan dat de gemeente altijd luistert naar de mening van reizigers.
“Maar we kunnen pas een conclusie trekken wanneer het station helemaal klaar is
en de reizigers meer gewend zijn.”
Het is de eerste keer dat Reizigersvereniging Rover onderzoek heeft gedaan
naar de beleving op treinstations in Nederland.
“Het is de bedoeling dat we dit onderzoek vaker gaan doen”, aldus de woordvoerder.
De reactie van de Argusvlinder:
Alfred Arbouw zou vaker de Argusvlinder moeten raadplegen.
Voorbereidingen Familiekermis Breda begonnen
Vandaag zijn de eerste voorbereidingen van de familiekermis
in Breda begonnen. Volgens mij is er een begin gemaakt
met de stroomvoorziening van de attracties in het
Valkenberg en het Kasteelplein.
Dit lijkt me een grote generator, hier voor het Koningin Wilhelmina Paviljoen aan het Kasteelplein in Breda (hoek Cingelstraat). Op het Kasteelplein en in het Valkenberg staan op een paar plaatsen kleinere gele apparaten.
Dat is ook een portret: van ego tot emo
Jacques Tange.
Naast het optreden Triple Spits ging het natuurlijk om de tentoonstelling
‘Dat is ook een portret’ in het Breda’s Museum.
Cultureel Breda is een beetje in de problemen.
Te hoge verwachtingen van Moti dreigt nu ook het Breda’s Museum in
de neergang mee te sleuren.
Daarom is men waarschijnlijk heel blij met een pop-up galerie van
Dutch Master Painters.
Dutch Master Painters is een moderne galerie. Ze hebben geen gebouw.
Maar doen veel via internet en pop-up activiteiten zoals nu in Breda.
Op die manier proberen ze kunstwerken van Nederlandse kunstenaars
aan de man te brengen.
Paul Boswijk, De hoed van Maya, 2008, olieverf op doek.
De tentoonstelling valt dan ook in twee delen uiteen:
= de verkooptentoonstelling van Dutch Master Painters
= en een confrontatie met de verzameling van het Breda’s Museum.
Dat laatste deel vond ik nog het meest geslaagd.
Neemt niet weg dat het eerste deel mooie plaatjes oplevert.
Christiane Vleugels, Blue, 2016, mixed media op doek.
Die tweedeling is ook terug te vinden in de catalogus.
Het eerste deel vol blije, emo verhalen die niet veel om het lijf hebben
en je ook niet veel vertellen over de kunstenaars en hun werken.
Het tweede deel is gevuld met interessanter werk.
Eye-openers en oude vertrouwde werken.
Een bijzondere plaats daarin zijn de foto’s van Abraham de Winter.
Iemand die op toneel typetjes deed. Dat levert leuke portretten op.
De portretten van Reinout van den Bergh, gemaakt in Kameroen,
zijn indringend.
Menno Baars.
Ik doe Loek Grootjans, Cecile Verwaaijen, Jaap de Vries,
Emile van Waegeningh, Arnold Bijnen,
Pieter Laurens Mol, Teun Hocks en nog enkele tekort maar
ik wil nog even stil staan bij de film:
‘Art doesn’t earn money; Art only burns money’ van Martin en Inge Riebeek.
Een fascinerende verzameling portretten van mensen uit verschillende
landen met serieuze problemen, creatieve oplossingen
en uiteenlopende boodschappen.
Jos Aanraad, Pronkstilleven met Chinese dekselpot, 2009, olieverf op paneel.
Op de voorgrond: Wouter Stips, Cat my love, Murano glas.
Remigius, Ai WeiWei, 20914.
Beiron Brouwers, The Puppeteer, 2013, mixed media.
Ik begrijp dat deze foto geen goed beeld geeft van de film waarvan dit een opname is. Het is een willekeurig genomen foto, er zitten geen gedachten achter. Het moment kwam me gewoon goed uit. Martin en Inge Riebeek, Art doesn’t earn money; Art only burns money, 2015 – 2016.
Triple Spits in het Breda’s Museum
Money Monster
De film Money Monster zag vorige week. Was ik vergeten op m9ijn blog te zetten.
Is al wel op mijn Twitter account aan de orde gekomen.
Dit is best een leuke film.
Een voorbeeld voor een niet sterk, voorspelbaar, scenario dat met goede
acteurs, muziek en camerawerk toch een leuke film kan worden.
Regie: Jodie Foster met in de hoofdrollen George Clooney en Julia Roberts.
Boekproblemen
Volgens mij gaan die mieren nu al voor de derde keer uit de grond
Glassfever: Huis van Gijn en Patriciershuis Dordrecht
Op mijn blog waren tot nu toe alleen werken te zien
van de tentoonstelling Glassfever uit het Dordrechts Museum.
Maar in een tweetal huizen: Huis van Gijn en het Dordts Patriciërshuis,
is ook prachtig glaswerk te zien in deze fantastische omgevingen.
Deze twee huizen zijn zonder meer een bezoek waard, ook zonder het glas.
Maar ik heb twee vliegen in een klap kunnen slaan.
Yuichi Higashionna, Cesendello or Jack and the beanstalk, 2015.
Kiki Kogelnik, Blue stripped head, 1994.
Bertil Vallien, Resting head, 2009.
Ruud Schoemaker, Escape from a fairy tale, 1995.
Lucy Jorge, Orta perpetual Amazonia, Tree of life, 2013.
Creatieve Woensdag 03 II
Afgelopen woensdag beperkte zich niet tot het handzetten
van een tekst voor een nieuw boekje.
Mijn ABCdarium is in het laatste stadium gekomen.
De kaft is gerild zodat het gevouwen kan worden op de juiste plaatsen
en twee van de drie boekblokken zijn geplaatst.
Aanstaande woensdag wordt er de laatste hand aan gelegd.
Mijn ABCdarium van de kop af gezien.
Nog een gezicht op de op dat moment nog lege kaft. De bedrukking op de kaft staat er al even op natuurlijk. De inhoud is nog leeg.
Het boekblok van de letters A en C zitten al op hun plaats. Met een cahiersteek genaaid.
Het boekblok van de letter B ligt hier ook op zijn plaats maar zit nog niet vast. Dat komt volgende week.
Love & Friendship
Love & Friendship.
Hoe graag ik ook positief wil zijn, zeker over een Engels kostuumdrama,
ik kan er niet meer van maken dan dat dit op zijn best een aardige film is.
De werkelijkheid is dat het een gemiste kans is.
Het verhaal en de hoofdperoon hebben trekjes die we nog zo goed kennen
uit ‘Dangerous Liaisons’. Daar prachtig gespeeld door John Malkovich, Glen Close
en Michelle Pfeiffer. In Love & Friendship overtuigt het niet.
Het loopt allemaal te gemakkelijk.
De spanning en het echte venijn ontbreekt.
Jammer.
Creatieve Woensdag 03 I
Op woensdag ben ik weer druk in de weer met
het met de hand zetten van teksten.
Ik doe dat bij het Nederlands Drukkerij Museum in
Etten-Leur.
De teksten zullen in mijn volgende boekje komen dat
als titel zal hebben:
een spokende zwarte Hond met eenen sleutel in den mond.
Zo’n titel, daar moet een verhaal achter zitten.
Het eerste deel van dat verhaal lees je hier:
De reeks ‘Onze volksverhalen’ bestaat uit 14 boeken
met verhalen uit Nederland en Vlaanderen.
Het deel dat ik heb heet:
‘Volksverhalen uit Noord-Brabant’ en is uit 1980.
De redactie was door Dr. Tjaard W. R. de Haan en
mijn deeltje is samengesteld door Willem de Blecourt.
In de inleiding wordt beschreven hoe de belangstelling
voor volksverhalen in het zuiden ontstond en daarbij
wordt ook stilgestaan bij opvallende gebeurtenissen of
waanvoorstellingen.
Zo ook bij
‘een spokende zwarte Hond met eenen sleutel in den mond’.
En de titel van dit boek was geboren (Nicolaus Westendorp,
predikant en schoolopziener, 1830.)
De eerste tekst (van 4) is al ver af.
De laatste drie regels op de zethaak maken de tekst compleet.
Hier ligt de volledige tekst op de galei. Het is qua lengte het middelste verhaal. Het is een soort thriller die zich afspeelt op de grens tussen Belgie en Nederland.
De complete tekst bestaande uit losse letters en spaties opbinden met een stukje touw vraagt oefening. Veel oefening. Ik ben dan ook blij dat een echte handzetter dat voor mij doet.
De tekst gaat nu voor de eerste keer naar een drukpers. In dit geval een kleine proefpers. Van de galei wordt de tekst op de pers overgebracht.
Hier wordt het zetwerk gedresseerd. Alle letters, spaties en de interlinies (de loden of aluminiumstrips die er voor zorgen dat er straks voldoende ruimte tussen de regels zit om de tekst goed te kunnen lezen) moeten aan de bovenkant dezelfde hoogte hebben om goed afgedrukt te kunnen worden. Dat gelijk maken heet dresseren.
Het inkten van de tekst.
Zo ontstaat de eerste drukproef.
Nog wat Glassfever uit Dordrecht
De catalogus van de tentoonstelling is een prachtig boek.
Ik kan me niet voorstellen dat er maar een oplage is van 1500
zoals in het boek staat.
Glassfever, hedendaagse kunst in glas.
In het begin van mijn bezoek heb ik wat foto’s gemaakt.
Die laat ik hier even zien.
Lino Tagliapietra, Attesa, 2009. De foto is eigenlijk mislukt dus hieronder volgt een detail van hetzelfde werk maar dan beter belicht. Misschien is de foto fourt gegaan omdat het glas op een spiegel ligt. Prachtig intense kleuren en motieven.
Detail van hetzelfde werk maar dan uit de catalogus. Lino Tagliapietra, Attesa, 2009.
Dit werk staat ook op de kaft van de catalogus. Een kroonluchter die uit de lucht gevallen is. De kraaien doen zich tegoed aan al dat glimmende glas. Het dieprood van het glas en het zwart van de kraaien komt prachtig terug in de werken waar deze kroonluchter midden in ligt. De gevoelstemperatuur van de schilderijen en dit werk van Javier Perez sluiten precies op elkaar aan. Javier Perez, Caronna, 2011.
Ik heb er ook nog een paar detailfoto’s van gemaakt.
Javier Perez, Caronna, 2011.
Ook dit werk paast prachtig bij de schilderijen. Maar het is er dan ook voor gemaakt. Maria Klonowska, Still life with flowers, fruits and a dog naar Abraham van Strij, 2016.
Dit werk staat buiten in het gras van het Dordrechts Museum. Leonardo Cimolin, Il valore dell incontra, 2015.
Het werk van Jan Fabre, een rij duiven van glas, soms staand, soms liggend, op een plaat marmer, past prima bij het geschilderde behang met vogels. Jan Fabre, Sitting doves of peace and flying rats, 2008, glass and Bic-inkt.
De werken zijn gemaakt in de werkplaats van Adriano Berengo
die al veel jaren actief is in Murano.
Hier worden kunstenaarsschap met het ambacht gecombineerd.
Dat levert heel gevarieerde resultaten op.
Kijk maar eens naar het volgende werk waar video gecombineerd werd
met bijvoorbeeld glas en andere materialen.
Kijk ook goed naar de werken aan de andere kant van de zaal: een Rembrandt en werken van Ferdinand Bol. Maar dit is van Mat Collishaw, A different self, 2014.
Dit was misschien wel het werk dat afgelopen zondag op mij het meeste indruk maakte. Een vanitas-werk in mat glas. Hans op de Beeck, The frozen vanitas, 2015. Super! Rechts onder het typische boek met daarop een schedel.
Nog een detail van de andere kant van de tafel: Hans op de Beeck. Het in eklkaar gedrukte blikje of de pak melk zijn minder traditioneel maar niet minder mooi.
Hier zijn heel wat uren in gaan zitten. Pascale Marthine Tayou, Colonne coloniale, 2015.
13 maskers bij een Laatste Avondmaal. Konstatin Khudyakov, Last Supper, 2011.
Ik heb zo’n vermoeden dat dit twee werken zijn die deel uitmaken van de permanente tentoonstelling van het Dordrechts Museum. Ik kan ze niet vinden in de verder zo complete catalogus. De werken staan in het museum midden tussen de vaste collectie. Maar ik vond ze erg mooi.
Van Jake & Dinos Chapman stonden er een aantal schedels. Bij deze blauwe schedel kruipen de maden er nog in en uit en over. Jake & Dinos Chapman, The same but in glass, 2015.
Een detail om de maden te laten zien.
Dat is even genoeg voor een blogpost.
Meer later deze week.
GlassFever
Gisteren bezocht ik de schitterende tentoonstelling,
zeg maar gerust kunstmanifestatie, GlassFever in Dordrecht.
Op vier locaties in deze mooie oude stad is werk te zien
van nationale en internationale kunstenaars die de uitdaging zijn aangegaan
ook werk te maken in glas.
Het Dordrechts Museum, het Huis van Gijn, het Dordts Patriciershuis en
Dordtyart staan vol moderne kunst in glas.
Mijn ticket. Gekocht via internet. Niet iedereen achter de kassa was ingespeeld op het idee Passe-partout.
De tentoonstelling is prachtig en zeker op een regenachtige zondag
een genot.
Voor het vervoer tussen de lokaties ben je op jezelf aangewezen en
dat is geen enkel probleem voor het Dordrechts Museum, het Huis van Gijn
en het Dordts Patriciershuis. Die zijn op loopafstand van elkaar.
Dat is niet het geval voor Dordtyart. En dat is denk ik erg jammer.
Ben daar dus op voorbereid. Ik ga binnenkort nog een keer terug naar
Dordrecht, speciaal voor deze plaats.
Elvira Bach, Sirene, 2015. Zomaar een van de vele kleurrijke werken op de tentoonstelling. De tentoon gestelde werken zijn heel erg verschillend en dat maakt het ook zo leuk.













































































































