Vanochtend kon ik deze foto maken. Het was even niet zo zonnig waardoor de hoge fontein weer afstak tegen de achtergrond. Het is duidelijk te zien dat naast de hoge straal er nog 6 lagere spuitstukken actief zijn.
Bij Sandd weet je een ding heel zeker:
je post zal zeker niet op tijd aankomen.
Daarnaast is het zo goed als zeker
dat je post helemaal nooit zal aankomen.
Leuk dat het goedkoper is dan PostNL maar je hebt er niets aan.
Dit is weer zo’n privatisering waar we binnenkort
allemaal spijt van hebben.
Denk NS en ProRail.
We waren begin dit jaar een paar dagen in Siem Reap.
Siem Reap is het dorp / de hotelstad van waaruit
toeristen van over de hele wereld Angkor bezoeken.
Het terrein waarover de restanten van de Khmercultuur
liggen verspreid is enorm. Vierkante kilometers.
Maar dicht bij Siem Reap ligt de beroemdste tempel
van de Khmercultuur: Angkor Wat.
We zijn op dag twee.
Net als de dag er voor hebben we een tuktuk geregeld
die ons een andere deel van de archeologische vondsten
laat zien dan van dag een.
We beginnen de dag met de meest uitgebreide: Preah Khan.
Ik waarschuw: veel foto’s (60+).
Preah Khan is gebouwd in de laat 12 e eeuw
(1191 wordt als datum genoemd).
De stijl is Bayon en het is aangelegd tijdens
de regeerperiode van Jayavarman VII en VIII.
Preah Khan was een tempel waar ook zo’n 1000
leeraren actief waren. Het was de kern van een stad en een
Boeddhistische universiteit.
De lay-out is als volgt:
er is een buitenste muur rond het complex.
Dan volgt een binnenste muur. Daar heb ik steeds foto’s van.
Daarbinnen ligt dan het complex.
Ook hier zijn dat meerdere gebouwen en met vijvers (volgens de kaart
want ik heb er geen gezien, het complex is zo groot dat je
niet alles zonder een gids kunt zien).
Sommige bouwerken zijn aan elkaar geschakeld.
Sommige zijn dat misschien geweest maar dat kun je niet meer zien.
Andere staan gewoon apart.
Het is een doolhof maar fantastisch mooi.
Als je het complex benaderd is er een weg met aan beide zijdes dit soort steles.
Met is de verte een poortgebouw.
Dan volgt er een ‘brug’. Tussen aanhalingstekens omdat er geen water onderdoor stroomt. Het is meer een dam. Op die brug zitten Nagas. De hoofden ontbreken hier vaak omdat die afgehakt en gestolen zijn en verkocht zijn op de internationale kunstmarkt.
Wikipedia:
Nāga is het Sanskriet en Pali woord voor een klasse van bovennatuurlijke wezens in het boeddhisme en het hindoeïsme die vaak de verschijning van een slang of draak aannemen. Buiten het boeddhisme en het hindoeïsme worden Naga’s ook wel als een fabeldier beschouwd.
Naga’s zijn afkomstig uit India en werden door het boeddhisme meegebracht naar China en het Verre Oosten, zo beïnvloedde de naga de Chinese draak. Soms zijn naga’s half mens en half slang.
De natuurlijke vorm van Naga’s is die van een grote slang. Ze hebben echter de kracht om hun lichaam (tijdelijk) een andere vorm aan te laten nemen, en kunnen daardoor in verschillende gedaanten voorkomen: Draak, waterdraak, als veelkoppige draak, mens, half slang en half mens of mens met slangen groeiend uit het hoofd.
De naga’s bezitten volgens het hindoeïsme een goddelijke parel van kennis. Naga’s kunnen goed- of kwaadaardig zijn en geven je robijnen als je ze voor je wint, maar hun gif is dodelijk. Naga’s worden gemakkelijk boos en hun adem en oog-blik kunnen dodelijk zijn. In het hindoeïsme en in de Jataka verhalen van het boeddhisme zijn de enorme Garoeda vogels de grote vijand van de naga’s.
Naga’s nemen vaak de functie van bewaker op zich. In India bewaken naga’s de poorten van heilige oorden. Op platforms rond Asvattha bomen wordt hun beeltenis gelegd; het zou de menselijke vruchtbaarheid bevorderen. Ze bewaken ook vaak heilige relikwieën van de Boeddha of zijn discipelen.
Hier zitten de nagas op de brug.
Als je de brug oversteekt, kom je bij een muur met daarop enorme garuda’s.
De kop van de garuda.
In gedachten verzonken. Lotus in de hand.
Toegangspoort.
De enige bewaker die er nog staat heeft zijn hoofd al lang geleden verloren.
De originele opgravingen (als dat het juiste woord is) zijn uitgevoerd door de archeologen van de Franse Ecole Francaise d’Extreme Orient zoals Jean Commaille, Henri Marchal, Henri Parmentier, Maurice Glaize en anderen.
Versiering boven een deuropening.
Plafond van een smalle gang.
Op sommige plaatsen is iedere centimneter bedekt met reliefs.
Preah Khan.
En van binnen.
Deuren zijn een geliefde plaats voor allerlei voorstellingen. Het liefst over meerdere niveau’s.
Heel interessante jurk.
Vier uit een hele rij.
Relief als een behang.
Soms is er erg weinig ruimte tussen de verschillende gebouwen.
Een mooie glimlach.
De wand van een kapel. Volgens de gids Ancient Angkor zijn dit afbeeldingen van kluizenaars.
Veel, heel veel kleine kapellen.
Versiering boven een deur in Preah Khan.
Beeld met een baard. Wat zou hij daar rechts hebben staan? Is dat een kleedje waar hij op zit en dat van de dorpel naar beneden hangt?
Met een vogeltje op de lotustak, rechts.
Zie je die afbeelding, half verscholen achter het puin, rechtsboven.
Het lijkt wel een varentak maar helemaal bovenaan zie ik een bloem (?).
Je moet je er wel erg veilig gevoeld hebben met al die wachters. Ze noemen die Dvarapala.
Wikipedia:
Een Dvarapala (of dvarapala) is een beeld van een beschermgod dat als wachter bij poorten van boeddhistische en hindoeïstische tempels en kloosters staat.
Een dvarapala heeft een menselijke of demonische gedaante en is soms gewapend met een knots, een speer, of een drietand. De wachters worden meestal als tweetal geplaatst aan weerszijden van de entree. Er zijn echter ook plaatsen waar slechts één dvarapala aanwezig is, en meerdere paren (soms wel twaalf) zijn ook bekend.
Het is er ongelofelijk mooi. Als ik de blog zit te maken voel ik de verbazing die ik ook ervaarde toen we daar rondliepen.
Versieringen zijn overal. Zoals hier bovenaan een kolom.
Deze Boeddhistische stupa is van latere tijd vermoed ik. Het Wikipedia-artikel over Preah Khan bevestigt mijn vermoeden.
Maar soms is er nog maar weinig over.
Soms moet je ook heel goed kijken. Ik ben er van overtuigd dat we een heleboel erg interessante zaken gewoon voorbij gelopen zijn. Omdat je overweldigd wordt door wat je te zien krijgt.
Met een lotus in de hand.
Dit deel van Preah Khan heet Hall of dancers. Het zijn asparas. Zowel boven de ingang als de uitgang is een fries met deze voorstelling (ik weet overigens niet wat de in- en uitgang is van het geboew maar dat maakt niet uit).
Boven de asparas zie je een hele rij met nissen. Helaas zijn die leeg.
Detail.
Een garuda op de hoek van een gebouw.
Detail van de asparas.
Dan, plotseling, op een verhoog, een heel gebouw.
Een nep deur. Maar wat een tijd, energie en vakmanschap zit daar in.
Groot relief met florale motieven.
De natuur zet gewoon door.
Er zijn weinig grote ruimtes op mijn foto’s te zien. Dat komt omdat de gebouwen of heel dicht op elkaar staan of omdat ze helemaal in de natuur zitten. Maar hier zie je wel een grote ruimte. Dat geeft een beter beeld van de enorme oppervlakte die deze tempels/kloosters vragen.
Preah Khan is niet een groot gebouw maar een complex waarbij ook losstaande gebouwen behoren.
Deze garuda sluit ons bezoek aan Preah Khan af.
De directe omgeving van Preah Khan.
De onthoofde naga’s kijken ons na.
Beide organisaties houden dapper vast aan hun festivals
maar stonden ze tot voor kort overal in de binnenstad
van Breda, nu worden ze verbannen naar een leegstaand gebouw.
Breda Photo / Graphic Matters.
Vanmiddag bezocht ik hun tentoonstellingen.
Dan loop je zo van de een in de ander.
Breda Photo organiseerde ‘mixing / Memory and desire’.
Graphic Matters organiseerde ‘The Design of Dissent’,
‘Speak up!’, ‘Dreaming of Mass Behaviour’,
‘Wall flowers are blooming’ en ‘Grid the gap’.
Zo was er een eerbetoon aan Klaus Staeck.
Met bijvoorbeeld:
Dit is een poster die een werk van Albrecht Dürer uit 1498 als uitgangspunt nam.
Albrecht Dürer, The four horsemen from the apocalypse, woordcut, 1498.
Klaus wie?
Klaus Staeck.
Van Breda Photo (!) was dan deze film: Lisa Spilliaert & Clara Spilliaert, Hotel Red Shoes.
Lisa Spilliaert & Clara Spilliaert.
Deze foto van Tom Callemin is inderdaad schitterend. Bovendien hing ‘Free fall’ erg mooi.
Tom Callemin.
Van foto’s naar posters was een kleine stap. Deze poster van 1995 van John Yates is in de VS nog steeds actueel.
Twee mooie werken van een moderne designer die in een project oude technieken kon leren en toen het volgende maakte:
Nick Liefhebber, Terrarium.
Nog een van Nick Liefhebber.
De voorbereiding voor een optocht volgende week: In 50 days I hope…..
Ja, meer kunst!
Michel Walpot.
Dogan Arslan.
Vandaag nog even in mijn werkplaats geweest.
Twee eerste drukgangen Boeddka’s gemaakt: zwart en blauw. Daarnaast verder gegaan met het conserveren van de herfstbladeren voor mijn Bladerboek.
Het aantal bladeren dat al gereed is groeit. Ik weet nog niet hoeveel bladeren ik nodig ga hebben en welke tekst er precies in het boek komt. Maar dat is voor latere zorg. Nu eerst zorgen dat de bladeren beschermd worden voor verdere achteruitgang. Ze worden door de behandeling vooral ook sterker.
Op dit moment werk ik aan een paar verschillende boeken.
Ze zijn allemaal in een verschillend stadium van ontwikkeling.
Het meest concreet is ‘Stringing together’.
Maar ik werk ook aan een boekrol, Free as a jail bird,
Jail house rock en dus het bladerboek.
Al een paar weken geleden ben ik begonnen met het
verzamelen van herfstbladeren.
In de geschiedenis zijn boeken van palmbladeren
een normaal verschijnsel. Onlangs nog waren er
op mijn blog een paar te zien.
Dit was een van die voorbeelden: Manuscript of the Atthakatha of Buddha, palm leaf, in Cambodian script, 19th century. Gift of Prince Darmrong of Siam.
Nu zijn bij die boeken van palmbladeren de bladeren gelijkvormig
en even groot. Bij onze herfstbladeren is dat natuurlijk niet.
Er op schrijven is ook een uitdaging.
Die bladeren zijn niet egaal.
Hoe conserveer en prepareer je de bladeren?
Maar ik ga toch een boek van onze hefstbladeren maken.
Vandaag heb ik een soort drager ontworpen.
Een blad van papier die mij in staat stelt alle bladeren,
grote sterke, kleine tere, in het boek op te nemen.
Bladen die ik aan elkaar kan naaien.
Maar ook bladen die het herfstblad centraal stellen
maar dat sterk genoeg is dat ik een plaats heb
om het blad vast te pakken en om te draaien.
Het ontwerp is nog in ontwikkeling maar aan de onderkant rechts, is witruimte voldoende om het blad straks om te kunnen draaien zonder het herfstblad te beschadigen. Links zitten twee stroken waarbinnen het begin van de nerf van het blad zal komen. Die stroken worden omgevouwen. Die twee stroken gaan het mogelijk maken de verschillende bladen aan elkaar te naaien terwijl de stroken tegelijkertijd voor extra dikte van het papier gaat zorgen zodat de bladeren mooier in het boek passen. Het esdoornblad hierboven is een van de grotere herfstbladeren.
Dit is een voorbeeld van een blad dat veel kleiner is. Dan is het de bedoeling om, zonder de structuur van de drager te veel aan te tasten, zoveel mogelijk van die drager weg te snijden of op een andere manier te benutten.
Hier ligt het ‘boek’ gekanteld. Weer een ander formaat blad. Ik heb niet gezocht naar perfecte herfstbladeren. De meeste hebben wel gaatjes of zelfs scheuren. In een enkel geval heb ik er voor gekozen een groep bladeren te gebruiken.
Hier ligt een van de bladeren op het stevige papier waarvan ik de dragers ga maken.
Van deze bladeren is de conservering grotendeels al afgerond. Ik heb geen idee wat er met de kleuren van de bladeren gaat gebeuren maar mijn verwachting is dat die verder zullen verdwijnen. Maar voor nu zijn die kleuren er in ieder geval nog. Je ziet ook dat ik in een aantal gevallen een tak met bladeren heb gekozen.
Het zou zo maar kunnen zijn dat dit niet goed is voor de boom of dat de zwammen meer weten dan wij aan de boom kunnen zien. De herfst zit er goed in, zullen we maar zeggen.
De boom staat in het Valkenberg in Breda en er zitten meerdere ‘elfenbankjes’ op zijn stam. De term ‘elfenbankjes’ is denk ik hier niet helemaal op zijn plaats. Op verschillende plaatsen, tot 3, misschien wel 4 meter hoog zitten groepen zwammen. Bij het voorbeeld op seze foto, een van de lagere groepen op de boom, zijn een aantal van de zwammen beschadigd.
Hier zie je de verschillende groepen zwammen op de stam van de boom zitten.
Dit is een bovenaanzicht van een klein groepje.
Voor het boek dat ik ga maken met als titel
‘Free as a jail bird’, heb ik eerst ervaring
opgedaan met het zetten van een titel op
een boekband.
Vandaag heb ik gewerkt met lijnfileten en een
rolfilet om lijnen blind en met folie op
verschillende materialen te kunnen zetten.
Dit is dan een lijnfilet. Dit soort gereedschap is gemaakt van messing met een houten handgreep. Het messingdeel komt in veel vormen en diktes. de filet kan recht zijn of gebogen. Ze zijn er in verschillende lengtes. Er zijn verschillende bochten en andere vormen. Het idee hiermee is om een tekening te kunnen maken in een boekband. De voorbeelden spreken misschien beter.
Wikipedia:
Messing of geelkoper, is een legering van koper (55-70%) en zink (45-30%).
De naam geelkoper is afgeleid van de kleur. Het is duidelijk geler dan zuiver koper of brons (een legering van koper en tin). Wanneer het materiaal lang is blootgesteld aan de buitenlucht wordt het donkerbruin.
Messing is een waardevol materiaal vanwege zijn hardheid en goede zelfsmerende eigenschappen. Er bestaan drie types messing:
- Alfamessing, met minder dan 40% zink, is flexibel en kan koud gesmeed worden
- Bètamessing, met meer zink naar verhouding, kan alleen heet gesmeed worden. Dit type messing is harder en sterker.
- Wit messing, met meer dan 45% zink, is te bros om algemeen bruikbaar te zijn.
Dit zijn de proefstukken van de vorige keer toen ik letters op de materialen gezet heb. Toen zagen we al dat sommige materialen zich beter lenen voor deze technieken en dat je steeds op zoek moet naar de beste temperatuur en druk voor het materiaal. Er is voor vandaag een proefstukje aan toegevoegd. Het geel op de voorgrond heb ik eerder ook gebruikt bij het inbinden van drie jaargangen Boek Behoud Bericht. Alle proefstukken zijn boekbindmateriaal gelijmd op grijsbord.
Hier liggen twee lijnfileten op te warmen op een warmhoudplaatje.
Hier heb ik lijnen blind gedrukt (dus zonder kleur of inkt) tussen de letters. Zo ontstaat een raster dat met een beetje fantasie lijkt op de tralies van een gevangenis. De lijnen zijn hier aangebracht op het boekbindlinnen. Dat werkte al niet zo gewelding met de letters. Met de lijnen werkt het ook niet super.
Dit is een kurkbekleding. De temperatuur let hier veel nauwer dan je zou verwachten. Ik weet niet van welk materiaal dit precies gemaakt is. Op sommige plaatsen ‘rafelt’ de lijn. Dat is misdchien wel een leuk effect maar dit materiaal is al druk uit zich zelf qua structuur. De lijnen voegen niet veel toe behalve misschien verwarring.
Dit materiaal is ‘Arbetex E’. Dat werkt best goed.
Maar bij dit materiaal: ‘Dainel Original’ werkten de letters goed en de lijnen eigenlijk ook. Met dit resultaat ben ik tevreden.
Hier in het midden, het grootste stuk gereedschap, ligt een rolfilet. Het wieltje is verkrijgbaar in verschillende groottes en vorm. Dit is een enkele maar er zijn bijvoorbeeld ook dubbele. Dan kun je twee lijntjes tegelijk zetten, strak naast elkaar.
Dit ‘kunstleer’ is waarschijnlijk van een synthetisch materiaal. Daardoor lette de temperatuur heel precies. Te koud heeft weinig effect en al helemaal niet egaal. Te warm levert bijvoorbeeld bij de dubbele lijnfilet het probleem op dat het materiaal tussen de twee lijnen gewoon los kwam. Het bleef aan de filet hangen. Dat is hier te zien rechts van het midden. Daar zie je twee keer een blinddruk van een dubbele lijnfilet waarbij bij de rechtse het begin aan de onderkant los is gekomen. Van het grote vierkant zijn de korte kanten met een lijnfilet gezet en de lange zijdes met de rolfilet. Dit brengt allerlei uitdagingen met zich mee: rechte hoek, rechte lijn, hoe de lijnen op elkaar aan te laten sluiten enz.
Ik ben nog een tijd doorgegaan met proberen. De ronde lijn is uit de hand gezet met een rolfilet. De meeste rechte lijnen met behulp van een stuk karton als ‘lineaal’.
Hier gebruik ik een dun stukje karton als ‘stopper’. Het karton ligt over een vorm met lijnen. De nieuwe lijn moet daar op aansluiten maar met een rolfilet is dat niet eenvoudig. Het karton stopt me niet met rollen maar zorgt er wel voor dat de schijf geen indruk in het boekbindmateriaal achterlaat.
De lijn sluit mooi aan op het ‘vierkant’.
Als laatste ben ik nog bezig geweest met folie op het kurk. De temperatuur moest veel hoger dan bij de andere materialen. Maar te warm zorgde meteen voor rafelige randen. Het loodrecht houden van de lijnfilet was ook een belangrijke faktor in het resultaat.
Het was weer een heel leerzame ochtend.
Het was ook de laatste in een serie van drie.
Nu het ontwerp van het boek gaan afmaken
en als de kaft bijna gereed is,
ga ik er de tekst op zetten en misschien ook de lijnen.
Misschien denkt er iemand dat ik werk voor het verkeersbureau
van Cambodja maar dat is echt niet het geval.
We zijn dit jaar een dag of 4 in Siem Reap geweest.
Siem Reap is een stad (en de naam van een provincie)
in Cambodja waar vlakbij Angkor Wat ligt (en een
internationale luchthaven).
Angkor Wat is echter niet de naam van de enorme
verzameling tempels en koninklijke paleizen
die er half verscholen in de jungle ligt.
Het is de naam van 1 tempel. De bekendste tempel.
Maar de rest mag er ook zijn.
Vandaag is de laatste tempel en het bijbehorende complex
van gebouwen van onze eerste dag in Angkor aan de beurt:
Ta Prohm.
Volgens een inscriptie die er gevonden is, werd het complex
in 1186 in gebruik genomen.
Dat was tijdens het koningschap van Jayavarman VII.
Een van de poorten naar het complex. De poort verraadt al dat de stijl van dit complex Bayon is.
You are here. In de Franse tijd is besloten het complex zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te behouden. Met begroeiing, omgevallen muren en ingestortte daken. De uitstraling is dan ook erg Indiana Jones. Bomen en struiken overgroeien grote delen en sommige delen zijn ingestort en de stenen liggen daar zoals ze er al heel lang liggen. Je voelt je (okay wel met een kaart en bordjes) als een ontdekkingsreiziger. Zeker daar waar het niet te druk is. Maar voor ons was het ook warm en we werden moe.
Ruine of niet, de decoraties door middel van reliefs en beelden zijn er niet minder om.
Dus niet een grote piramide maar vele grote en kleinere gebouwen in een enorme ommuring. Het was binnen de buitenste ommuring dat de bevolking leefde die direct bij het complex betrokken was. De oppervlakte daarvan is iets van 1 kilometer bij 650 meter.
Op mijn foto’s staan niet vaak veel mensen maar dat is omdat ik daar speciaal op let. Dat wil niet zeggen dat het er rustig is op een gewone dag tijdens het hoogseizoen. Veel van de toeristen zijn mensen uit Azia.
Deel van hetzelfde complex als op de vorige foto.
De versieringen zijn prachtig en heel divers.
Ta Prohm, weinig gerestaureerd en daarom romantisch van uitstraling.
Deze muren, of de restanten er van, zijn de muren rond het centrale complex. Niet die muren ook het daarbuiten liggende woongebied omvatten.
Ta Prohm, details van een toren in de binnenste ommuring.
Klein beetje uitzoemen.
De licht en donker werking van die bomen en struiken maken het geheel nog geheimzinniger.
De decoratie boven het beeld is misschien wel het mooiste deel van de foto.
In de omgeving (en we zien dat later nog vaker, en mooier) zien we struiken en bomen die boven op muren en tempels groeien.
Ta Keo is gebouwd in de stijl die Khleang heet.
Het is een van de eerste stenen tempelbergen en hij werd gebouwd
onder de regering van Jayavarman V, einde 10e eeuw –
begin 11e eeuw.
De tempel heeft 5 pieken en daarmee is het de verafbeelding
van Mount Meru.
Ta Keo.
Hopelijk geeft deze foto een nog beter beeld van de omvang van deze berg: Ta Keo.
Op de foto’s is dat niet goed te zien maar de berg bestaat uit meerdere lagen. Terassen genaamd. Om die terassen staan muren. Soms zijn dat ‘blinde’ muren maar soms zijn ze uitgevoerd zoals op deze foto. En soms hebben ze hele grote ‘ramen’. Ta Keo.
De bundel met essays over ‘De Vrede van Breda’ onder redactie
van Raymond Kubben was al eerder op mijn weblog te zien
maar toen had ik het boek nog niet helemaal gelezen.
Nu wel.
Het prachtige boek bevat verhalen in de Nederlandse en
Engelse taal en is prachtig verzorgd.
De band is schitterend met het logo van de viering
van de ‘Vrede van Breda’ in blinddruk.
Het eerste schutblad bevat belangrijke stukken
van het vredesverdrag uit 1667..
Vervolgens wordt er op allerlei maar dan ook allerlei
aspecten van het vredesverdrag ingegaan.
Het plotselinge overlijden van Petrus Coyet, Zweeds ambassadeur
bij de besprekingen, de tocht naar Chatham, de impact
op de grenzen – in Europe en de rest van de wereld,
de publieke opinie in Engeland over de Hollanders,
de positie van het verdrag ten opzichte van eerdere
en latere verdragen, enz, enz.
Waarom zet Zweden eigenlijk om tafel in Breda?
Lees het boek!
Het is de beste publicatie voor een breed publiek die ik
over de Vrede van Breda dit jaar gezien en gelezen heb.
De inleiding is van de burgemeester van Breda en de
uitgeverij is van Kemenade.
Aan de ene kant van de weg ligt Thommanon
en aan de andere kant ligt de tempel
met de naam Chau Say Tevoda.
Midden 12e eeuw.
Misschien niet de mooiste of bekendste tempel
in Cambodja maar het leverde toch
een paar prachtige foto’s op.
Het is echt de naam: Chau Day Tevoda.
Je camera even wegzetten en dan een foto maken levert vaak een verrassende foto op. Zo ook hier.
De dames stonden er weer prachtig te zijn.
Wat te denken van dit ‘randje’.
Het is een experiment.
Het is nog niet helemaal doordacht.
Misschien wel helemaal niet doordacht.
Het begin is gemaakt met het verzamelen
van herfstbladeren en die te laten drogen.
Nu probeer ik ze een beschermlaag te geven
zodat ze jaren mee kunnen.
De bladeren hebben al zo’n twee weken onder bezwaar liggen te drogen. Dadelijk met een beschermlaag wil ik er op kunnen schrijven en ze inbinden.
Die teksten wordt interessant want die oppervlaktes zijn niet zo glad. Ga ik de teksten drukken of met de hand schrijven?
Schrijven met zwart is misschien niet zo’n goed idee vanwege de donkere kleur van de meeste bladeren. We zullen zien. Het leuke is dat terwijl ik dit schrijf/overdenk, krijg ik al wat ideeen hoe dit op te lossen. Wordt vervolgd.
Anton Heyboer, Documenta III, 1963, ets. Deze afbeelding wordt gevormd door twee grote bladen, twee grote etsen.
De tentoonstelling die ik afgelopen vrijdagmiddag
in het Gemeente Museum in Den Haag zag
van het werk van Anton Heyboer is zonder twijfel,
een van de moeilijkste tentoonstellingen die ik dit jaar heb gezien.
Misschien wel van de afgelopen jaren.
Ook ik ken de filmpjes van die rare man met vijf vrouwen
die in heel primitieve omstandigheden woont.
Die zich er niet voor schaamt, nee,
die met zijn manier van leven te koop loopt.
Die de kunstwereld te kijk wil zetten als een vreemde
wereld, maar die zelf heel, heel vreemd overkomt.
Dan nu, serieus naar zijn werk gaan kijken.
Vooroordelen proberen los te laten
(ze zitten al heel lang in dat hoofd).
Moeilijk.
Het interview door Netty Rosenfeld (1921 – 2001),
‘Een mens is ook maar een mens’ uit 1969,
in zwart-wit, helpt.
Je ziet daarin een man die weet wat er in de wereld gebeurd
maar die bewust zijn eigen keuzes maakt.
Niet meegaat in wat algemeen geaccepteerd is maar
eigen regels opstelt en die naleeft.
Regels opstellen is tot daar aan toe, maar naleven,
daar is durf en doorzettingsvermogen voor nodig.
De keuzes die hij maakt zijn alles behalve eenvoudig.
Dit is geen dwaas.
Foto’s maken met je telefoon was moeilijk. Het licht is waarschijnlijk prima voor de werken op papier maar voor de camera minder geschikt. Anton Heyboer, Het goede moment, 1963, ets. Je kunt zeggen wat je wil van Heyboer maar dit is niet zomaar in elkaar geflanst. Dit zijn 27 grote etsen die samen 1 afbeelding vormen. 5 Meter breed, ruim 3 meter hoog. Je hoeft het niet mooi te vinden of te begrijpen maar dit maak je niet even op een achternamiddag zonder na te denken.
Dat dit ontwerp in een eenvoudige multomap zit vind ik mooi.
Nog twee ontwerpen, overdenkingen. Op briefpapier van J.H. Piers, plastisch chirurg in Amsterdam.
De haast obsessieve manier waarop Anton Heyboer duidelijk wil maken dat een werk van hem is, doet me denken aan de rode stempels op Chinese kunstwerken. Daar zie je vaak zo’n afdruk van een stempel voorzien van tekst die er met de hand bijgeschreven is. Hier zie je ook die rode kleur, tekst en oets dat op vingerafdrukken lijkt. Op de tentoonstelling zie je steeds andere manieren om duidelijk te maken door wie het werk gemaakt is, om echtheid vast te stellen. Dit is van lang voor de opname met Andre van Duin in 1996.
Op de foto’s die op de tentoonstelling hangen zie je dit merkteken. Heyboer Goats milk & cheese, Den Ilp, Noord Holland.
Anton Heyboer, Parapsychologie, 3de schilderij, 1962, zink en teer op hout.
Een voorbeeld van de foto’s die of Anton Heyboer zelf maakte of een van de vrouwen. Vervolgens beschildert Anton Heyboer de foto met ‘het systeem’.
Anton Heyboer, Zonder titel, 1975, olieverf en lakverf op doek. Op veel van zijn werk zie he dingen terug van zijn systeem. Nummers, cirkels, elkaar kruisende lijnen en eenvoudige mensverbeeldingen.
Teksten, heel veel teksten. Daar zit ook wel een probleem. Niet dat Anton Heyboer teksten gebruikt op zijn werk maar de interpretatie ervan is een probleem. Vaak is de naam van het werk een van de teksten. Zoals hier. Anton Heyboer, World, 1976, olieverf op doek. Maar die teksten zijn niet eenduidig. Wat is de belangrijkste tekst. Wat wordt er bedoeld.
Anton Heyboer, Me is to exist I is creation, 1974, olieverf op doek.
Anton Heyboer, Zonder titel, 1975, olieverf op doek.
Anton Heyboer, To fall is reason to life, 1974, olieverf op doek.
Op hetzelfde doek staat: Life and living is the moving of excistence, Anton Heyboer, 197x (datering mij onduidelijk).
Anton Heyboer, To fall is reason to life, 1974, olieverf op doek. Detail.
Ondertekening van: Anton Heyboer, Mens zonder illusies, 1966, ets.
Anton Heyboer, Mens zonder illusies, 1966, ets.
Een voorbeeld van hoe Anton Heyboer bezig was de echtheid van zijn werk duidelijk te maken. Op een van de eerste etsen zijn later stukken papier toegevoegd. Door Anton zelf. Dat wil zijn handtekening in ieder geval bewijzen. Anton Heyboer, Man ziet naar zijn bloed, 1970, ets en collage op papier.
De handtekening is over de toevoegingen en het eerste werk aangebracht.
Het systeem van Anton Heyboer. In de catalogus is de tekst uit 1976 van Hans Locher opgenomen waarin hij probeert het systeem van Anton Heyboer en de ontwikkelingen daarin te volgen.
Anton Heyboer, Etsplaat van het systeem.
Een van de vijf panelen van het werk met de titel Vrij lijden van Anton Heyboer uit 1967, ets.
Anton Heyboer, Vrij lijden, 1967, ets.
De ondertekening van Anton Heyboer met de aantekening: Eigen druk.
Bij de tentoonstelling verscheen ook een mooie catalogus met veel stof tot nadenken.
Velen zien Anton Heyboer (1924 / 2005) als de belangrijkste volkskunstenaar van Nederland.
Hij is niet alleen beroemd door zijn werk, maar vooral ook om zijn leven.
Desondanks is het veertig jaar geleden dat in een groot Nederlands museum een tentoonstelling van zijn werk te zien was.
Heyboer staat vooral bekend als die dwaas met vijf vrouwen, zijn persiflage van het kunstenaarsgenie en om zijn handelsmerk: de kip.
Maar wie weet nog dat zijn werk in de jaren zestig wordt aangekocht door het Museum of Modern Art in New York?
Dat hij in 1964 op Documenta III exposeert en dat hij met Francis Bacon (1909 – 1992), David Hockney (geb. 1937) en Jean Dubuffet (1901 – 1985) in 1975 in het Los Angeles County Museum of Art wordt gepresenteerd als een van de belangrijkste Europese schilders van dat moment?
En dat zijn werk tot halverwege de jaren zeventig actief wordt aangekocht en geëxposeerd door het Gemeentemuseum Den Haag en Stedelijk Museum Amsterdam?
Geinspireerd door een van de boeken die gevonden is
bij Dunhuang in China, maak ik een boekje met als
soortnaam ‘Stringing together’.
Een heel eenvoudig boekje bestaande uit pagina’s
die straks met 1 koordje aan elkaar gebonden worden.
Blad een bevat uitspraken van Arnon Grunberg.
blad twee het eerste deel van een vertaalde versie van
een verhaal uit Dunhuang.
Dat blad is vandaag gereed gekomen.
Blad drie gaat straks het tweede deel
van het verhaal bevatten.
Daar ga ik morgen aan beginnen.
Op blad 1 zijn de illustraties gemaakt met lino’s
en twee vrije vormen.
Op blad 2 zijn het twee Boeddha’s die elkaars
spiegelbeeld zijn.
Voor alle illustraties Zijn meerdere drukgangen
met verschillende kleuren gemaakt.
De Boeddha’s die drie of vier drukgangen hebben ondergaan zijn vanochtend eerst op maat gesneden. Vervolgens heb ik steeds twee afbeeldingen bij elkaar gezocht die ik qua kleur of qua uitvoering bij elkaar vind passen. Zo ontstonden er negen setjes. Ik heb er voor blad 2 tien nodig.
Dit zijn de Boeddha’s die nog ten minste 1 drukgang nodig hadden naar mijn idee. Hiervan heb ik er twee gekomzen die gereed zijn en die in de middag op blad 2 kunnen worden aangebracht.
Dit is het origineel waarnaar ik mijn Boeddha’s gevormd heb. Ik kan alle details niet in de lino verwerken maar dart vind ik ook niet nodig. Wel viel me iets op aan de kleuren van de aura’s.
De kleuren van het ‘buitenaura’ zijn Geel, Rood, Blauw.
De kleuren van het ‘binnenaura’ zijn precies omgekeerd: Blauw, Rood, Geel (van buiten naar binnen). Zo kun je een aura rond het hoofd maar ook nog een rond de hele figuur van Boeddha realiseren zonder dat de afbeelding onduidelijk wordt. Voor nu vond ik dat nog iets te hoog gegrepen.
Zo zien de pagina’s er dan uit. Straks voor het inbinden worden de pagina’s nog korter gesneden en in het midden, van boven naar beneden, komt een vouw. Het wordt zo gevouwen dat de afbeeldingen en teksten aan de buitenkant komen. Aan iedere kant 1 afbeelding en 1 kolom met tekst. Dan ga ik de losse hoeken aan de bovenkant, vastplakken op een klein stukje vierkant karton russen de koeken..Op die hoeken en door het blad en het karton maak ik dan een gaatje waar het koord door kan.
Hier liggen de eerste vier pagina’s te drogen. Intussen liggen alle tien de pagina’s met afbeeldingen onder bezwaar.
Wikipedia:
Isaac Lazarus Israëls (Amsterdam, 3 februari 1865 – Den Haag, 7 oktober 1934) was een van de voornaamste Nederlandse schilders uit de groep van Amsterdamse Impressionisten. Naast zijn schilderwerk was hij tekenaar en aquarellist en maakte hij pastels, etsen en litho’s.
Wikipedia (vervolg):
Opgeleid in het atelier van zijn vader Jozef Israëls, een van de meesters uit de Haagse School, liep hij nauwelijks een paar jaar academie in Den Haag, van 1880 tot 1882. Hij bleef verder autodidact, naast zijn vader. In 1881 debuteerde hij met De repetitie van het signaal op de Tentoonstelling van Levende Meesters in Den Haag. Het schilderij werd, nog voor het af was, gekocht door Hendrik Willem Mesdag.
Een klein deel van de schetsboeken in de collectie van het Haags Gemeente Museum.
Wikipedia (vervolg):
Hij bleef in Amsterdam wonen tot 1908. Daar maakte hij kennis met het mondaine stadsleven en ontmoette er George Breitner en Willem de Zwart, die zijn schildersvrienden werden. Hij werd de schilder van het turbulente nachtleven met een vrije, zwierig impressionistische toets. In 1904 trok hij voor het eerst naar buiten met de schildersezel om er aan plein-airschilderen te doen en aldus het directe licht op doek te verwerken in strand- en duinenscènes.
Even inzoemen: een tafel met allerlei voorwerpen.
Wikipedia (vervolg):
Van 1905 tot 1913 leefde Israëls in Parijs, waar hij onder de indruk kwam van Edgar Degas en van het werk van Henri de Toulouse-Lautrec. Hij had er zijn atelier op de Boulevard de Clichy. Hij schilderde er de specifiek Parijse motieven: het publiek in de parken, de cafés, cabarets en bistro’s, naast de circus- en kermisacrobaten.
Schetsboek nummer 63 van Isaac Israëls.
Wikipedia (vervolg):
In 1923 keerde hij terug naar Den Haag. Hij ging voorgoed aan de Haagse Koninginnegracht 2 wonen, in het huis van zijn ouders, die eerder op Koninginnegracht nr. 6 woonden. In het koetshuis van nr. 2 hadden Isaac en zijn vader ieder een eigen atelier. De vader van Israëls was overleden in 1911. In 1928 won Isaac op het kunsttoernooi van de Olympische Spelen een gouden medaille in de categorie schilderkunst met het werk Ruiter in roode rok (ook wel getiteld Ruiter met de rode jas, De rode rijder of De roode ruiter).
Israëls overleed thuis, op 7 oktober 1934, twee dagen nadat hij werd aangereden door een auto, waar hij geen uitwendige verwondingen door had opgelopen.
Isaac Israëls, schets van een straatgezicht.
Thommanon, een kleinere tempel, mooi tussen de bomen verstopt.
Van top tot teen bedekt met versieringen.
Deel van de decoraties boven een van de ingangen van het gebouw.
Soms zijn de deeldjes en reliefs vervaagd door de weersomstandigheden. Menselijk ingrijpen speelt daarbij zeker ook een rol.
Maar de vlinder op het beeld is haarscherp.
Hier is een stuk van het relief beschadigd. Maar het deel dat nog intact is, is schitterend.
De plattegrond van het gebouw heeft onder andere de vorm van een kruis. Hier een ‘zijbeuk’.