Min Kym, Een wonderkind zonder instrument en Gone, the album. Ik kan me niet herinneren haar ooit te hebben gehoord of iets van haar gelezen te hebben maar deze boekenkaft vind ik prachtig. Te zien in de etalage van de Vrije Boekhandel in Breda.
Gelezen: Jan Postma, Vroege werken
De titel van het boek suggereert dat er meer boeken van Jan Postma zijn. Immers als je spreekt over vroege werken dan verwacht je ook latere werken. Dat is bij Jan Postma niet het geval. Dit is tot nu toe, zijn eerste en enige boek, maar er is geen reden om aan te nemen dat er geen boeken meer komen.
Als verkoopslogan staat op de achterkant van het boek
een kreet van Vrij Nederland: ‘Geleerd maar lekker.’
Ik ben er niet van overtuigd dat je met zo’n kreet veel lezers krijgt.
Met de titel en openingszinnen van het eerste essay ook al niet:
‘Ik weet het nu zeker. Het boek dat daar op de grond slingert is De Dialectiek van de sekse van Shulamith Firestone, een naam die vanzelf ontzag inboezemt,’
Nou, nou, zie mij eens lezen en schrijven.
Er komen veel boeken en schrijversnamen in het boek voorbij.
Meestal van Engelstalige schrijvers.
Boeken die ik in ieder geval niet gelezen heb en waarvan de
meeste titels mij ook niet verleiden om het te gaan lezen.
Gelukkig hoef je al die boeken niet gelezen te hebben (mag wel) om
van het boek van Jan Postma te kunnen genieten.
Het boek bestaat uit een serie essays en het eerste essay heeft
als ondertitel – Over een dwalende ik.
Dat had ook de titel van dit boek kunnen zijn.
In dat eerste essay beschrijft Jan Postma zijn visie op
wat een essay volgens hem is:
Het essay kent zoveel gedaanten dat het onmogelijk is er al te stellige uitspraken over te doen, maar vaker dan niet wordt er, impliciet of expliciet, geworsteld met of door een ik.
Het boek gaat over Jan Postma en zijn worstelingen.
Lees je het zo en neem je kennis van de boektitels en namen
dan is het een heel prettig boek om te lezen met regelmatig
mooie taal.
Ik lees Bluets uit op een grotendeels verlaten kampeerterrein in Malibu, een dag voordat het hele land zal worden teruggebracht tot een simpele vraag: rood of blauw? Terwijl de azuurblauwe Californische struikgaai heen en weer wipt tussen een struik achter onze tent en een geknakte boomstam verderop, lees ik hoe Nelson op een januaridag op een verlaten eiland niet ver van de kust van Cuba kampeert. Ze bladert er in een tijdschrift en leest dat wetenschappers hebben uitgerekend dat de kleur van het universum ‘bleek turquoise’ is. ‘Ofcourse, I think, looking wistfully over the glittering Gulf. I knew it all along. The heart of the world is blue.’….. Soms blijkt de wereld te beantwoorden aan je diepste verlangens. Soms blijk je zulk verlangen voor de werkelijkheid te hebben gehouden. Hoop die je zonder dat je het weet koestert is een prachtige waas voor je ogen.
Het boek is een uitgave van de noge jonge uitgeverij DasMag.
Een aanrader.
Laat je niet afschrikken. Niet nodig.
Zo is de omslag geworden
Voor het derde boek van Boek Behoud Bericht heb ik ook
een extra katern met inlegvellen.
Daar maak ik ook een omslag voor.
En zo is de omslag geworden.
Inmiddels is de rug van het eerste ingenaaide boek
nog een keer gelijmd (methode Johan Potgieter)
zodat ik misschien morgen aan de kunstleren omslag kan beginnen.
Interessant is dan wel een tekening in de beschrijving van de methode.
Zie de rode pijl, links boven. Het lijkt wel of daar een extra lijntje is getekend. Omdat ik kunstleer gebruik ben ik bang dat de rug, die volgens de methode soepel moet blijven en niet versterkt met een karton, kwetsbaar zal zijn. Mijn plan is om daar een extra stukje boekbindlinnen te bevestigen. Toen ik de tekening zag, viel me dit extra lijntje op. Wat zou dat zijn. Op de andere plaats waar de tekenaar een dun lijntje gebruikt staat als toelichting ‘dun stijf karton’. Ik ga het morgen op linnen houden.
Dit geeft een beter beeld van de voorkant van de omslag.
En deze foto van de achterkant.
Het 2007-boek (de laatste van drie) ligt al in een klem. Zonder nietjes. Hier kan morgen een stuk textiel tegen gelijmd worden. In de boekenpers zit het eerste boek. Morgen ga ik kijken of ik in het kunstleer met een lino nog een versiering kan aanbrengen. Het is dus nog niet af maar het eind komt langzaam in zicht.
Voorbereiding Tour Du Jour in Breda
Vanaf morgen zal het Tour du Jour-circus in Breda
van start gaan.
De voorbereidingen zijn al een paar dagen onderweg.
Vanavond ben ik er even gaan kijken.
De locatie is de Vismarkt.
Dit gebouwtje wordt nu in gereedheid gebracht.
Voor de Vismarkt is de plaats waar de toeschouwers kunnen plaatsnemen. Daar wordt ook een grote bar in gereedheid gebracht. De Hoge Brug is voorzien van een stellage om snoeren en dergelijke goed te laten lopen.
Er moet nog wel het een en ander gebeuren maar dat is normaal denk ik.
Vanaf morgen zullen hier de gesprekleider en zijn gasten plaatsnemen. Er worden al tests gedaan met de microfoons.
Update: Boek Behoud Bericht
Vanmiddag ben ik weer bezig geweest in de FutureDome.
Eerst de derde en laatste omslag voor het extra katern afmaken.
Ik heb al ongeveer de kleuren en de opzet van het ontwerp
in gedachten.
Daarna ga ik het eerste boek inbinden volgens
de methode Johan Potgieter.
Hoe ging dat?
Ik ben begonnen met een deel van een bajesplant te selecteren die ik ga gebruiken om op de Gelli Plate structuur in de verf aan te brengen. Deze vriend is vrij harig en stekelig.
Het idee is dan om na het aanbrengen van de verf op de Gelli Plate de plant in de verf te drukken. Dat levert hopelijk wat extra structuur op in de verf.
Voor het eerste deel van het ontwerp gebruik ik drie kleuren: geel, groen en blauw. Allemaal lichte kleuren.
De tweede afdruk van de Gelli Plate gaat met dezelfde kleuren al is het effect anders. Je krijgt nooit twee identieke afdrukken. De tweede afdruk heeft meer structuur dan de eerste. Ik heb gewoon harder gedrukt op het plantenblad. Als de plant eenmaal in de verf heeft gelegen kun je de plant natuurlijk ook weer gebruiken om afdrukken te maken.
Dan leg ik de sjabloon ‘Bijlage’ in het midden van de pagina. Daar komt, met andere kleuren, een derde afdruk over met de Gelli Plate.
Dan is het resultaat bijvoorbeeld zoals hierboven.
Dit is een detail van een van de directe afdrukken van de plant.
?
Hier zie je wat van de structuur van de nerf en de stekels van de plant in afdruk nummer 02.
Nou kan de omslag gaan drogen. Dan later de laatste toevoegingen aanbrengen. Daarom kan ik vervolgens het eerste boek gaan inbinden. Johan Potgieter stelt min of meer voor gaten voor te prikken op wisselende afstanden. Een beetje naar eigen inzicht. Omdat mijn boeken steeds iets anders (dikker) zijn en het stuk textiel niet steeds op dezelde plaats zit ga ik per boek twee sjablonen maken die iets van elkaar verschillen. Vihf gaten per katern.
De eerste rij met gaten zijn voorgeprikt. Achtertaf kwam ik er achter dat mijn extra katern veel dunner en daardoor veel minder sterk is dan de katernen van de tijdschriften. Dat de tijdschriften geen nietjes meer hadden was geen enkel probleem. De katernen had ik vooraf wel een nacht in de boekenpers gehad.
Het begin is gemaakt. Normaal begin je aan de achterkant van he boek en op een naaibankje. Heb ik allemaal niet gedaan maar dat ga ik misschien de volgende keer toch proberen. Het naaien volgens de methode Johan Potgieter viel me niet tegen maar het kostte wel wat moeite. Ik had 11 maal de hoogte van het boek genomen voor de lengte van de naaidraad. Dat kan korter. Ik had 8 katernen, dus 9 maal de katernhoogte was genoeg geweest.
De methode Johan Potgieter stelt voor om bij de lusjes stokjes te gebruiken om het lusje tijdens het werken aan het boek niet kwijt te raken. Dat is een goed idee. Zoals je kunt zien gebruikte ik strookjes karton. Dat leverde prima lusjes op maar het karton was moeilijk, later uit de draad te halen omdat de draad er bij het aantrekken een beetje in het karton was gaan zitten. Dat doe ik de volgende keer anders.
Het eerste katern met lusjes is gereed.
Vanuit het volgende katern ga je met je draad steeds door de lus van het vorige katern waarna je het mooi strak trekt. Op die manier verbind je langzaam alle pagina’s van de katernen met het stuk textiel en de katernen met elkaar. Prima methode.
De eerste lus is ‘aangehaald’.
De eerste twee katernen zijn nu met elkaar verbonden. Zo maak je het hele boek af.
Hier is het eerste boek bijna af. Ik ga nu nog eens goed lezen hoe het textiel aan de kaft wordt bevestigd en hoe de kaft om het boek komt. Dat is immers de volgende stap.
Korte update: Boek Behoud Bericht
Vandaag het tweede boek in de boekenpers kunnen leggen
en een stuk textiel tegen de rugzijde gelijmd.
Via het internet heb ik een stuk kunstleer gekocht, geel.
Een beetje erg geel.
Maar hiermee krijgen de drtie boeken straks allemaal
dezelfde uitstraling.
Ook boek drie krijgt een bijlagekatern.
Ik ben er nog niet helemaal uit hoe de illustratie van de omslag zal worden.
Hier ligt boek twee in de boekenpers. De rug ingelijmd en voorzien van een stuk textiel. De textiel gaat straks na het naaien, zowel de katernen met elkaar verbinden, als na het aanbrengen van de omslag, de omslag verbinden met het boekblok.
Het kunstleer is zo geel dat op deze foto de omgevingskleuren verschieten.
Er komt een omslag om het bijlagekatern. Hoe dat er uiit komt te zien weety ik nog niet zeker. Daarom al vast wat vingeroefeningen.
Kunstvaria
Het is al weer een tijd geleden maar
de aandacht voor kunst is niet minder geworden.
Ik heb het alleen drukker.
Frida Kahlo, Nina con collar.
Een plaat uit een boek. Joachim Joh. Nepomuk Spalowsky, Beytrag zur Naturgeschichte der vierfussigen Thiere, 2 vols., Paris, 1794 – 1795, hypopotamus.
Marc Chagall, Fleurs, 1924.
Mat Chivers, Harmonic distortion, 2016, nero marquina and thassos marble.
Mohammad Bozorgi, Moonlight night, 2015, acrylic on canvas.
Nathan Redwood, Untitled, 2016, acrylic on paper.
Willy Ronis, Les amoureux de la Bastille – Paris, 1957.
Xa Loi pagode en Mariamman Hindoe tempel in Ho Chi Minh Stad
Op 29 december 2016 bezochten we te voet drie tempels.
Van de eerste tempel (Le Van Duyet) waren hier al foto’s te zien.
De andere twee tempels volgen hier.
Zomaar een beeld van Ho Chi Minh Stad.
Het verkeer is druk met de nodige smog. De dagen dat wij in Ho Chi Minh Stad waren was het er benauwd. Maar dat kan ook komen omdat de overgang van Nederland erg groot was.
Op het moment dat we aankomen bij de Xa Loi Pagode (die nog niet zo eenvoudig te vinden was) bleek die nog even gesloten te zijn. Dus dat gaf ons de kans wat rond te lopen en op adem te komen van de warmte en luchtvervuiling.
Dit is dan de toren bij de Xa loi Pagode. De pagode is een Boeddhistische tempel. Zoiets moet de Porseleinen pagode er ook uitgezien hebben. Die pagode wordt bijvoorbeeld beschreven in De Witte Weg van Edmund de Waal. Met een afbeelding op pagina 105 van een gravure van die pagode in Nanjing, Johan Nieuhof, 1693.
De tempel is ook een klooster. De tempel zelf is op de eerste verdieping. Bij de tempel staat een boom met enorm grote bloemen. Hij stond in bloei.
Zo ziet de bloem eruit als je hem in de hand houdt. Er lagen heel veel bloemen op de grond. Een echt tapijt.
Dit is de naam van de boom: Shorea Robusta. Dat is de Salboom. De boom heeft een relatie met het Boeddhisme.
Wikipedia:
De salboom heeft een symbolische betekenis voor zowel hindoes als boeddhisten. In het hindoeïsme wordt de boom in verband gebracht met de god Vishnu. Boeddhisten geloven dat prins Siddartha Gautama, de latere Boeddha, onder een salboom is geboren en gestorven en nirwana bereikte. Niet alle religieuze teksten zijn eenduidig: de boom die met de Boeddha en/of Vishnu in verband gebracht wordt is soms de ashokaboom (Saraca asoca).
Als de tempel weer open is kunnen we de enorme Boeddha bezoeken.
In de omgeving van de tempel staan een aantal ‘miniatuurtuinen’. In een grote bak staan grote rotsen, zwemmen vissen in het water, staan planten. De rotsen worden versierd met vogels en huisjes.
De derde tempel ligt een beetje verstopt in het drukke straatbeeld van Ho Chi Minh Stad. Tussen de drukte door zie je de gopuram of toren boven de ingang. Deze torens zijn typisch voor Hindoetempels in vooral het zuiden van India. Hier is het een vreemde ervaring ze tegen te komen.
De gopuram van de Mariamman Hindoe Tempel.
Binnen in de tempel waan je je in India.
Ook hier een soort ‘miniatuurtuin’ maar in dit geval gaat het om een soort reconstructie van Mount Meru. Een heilige berg in de mythologie van het hindoeisme en boeddhisme.
De overgang kan bijna niet groter zijn. Op de weg terug komen we langs de kathedraal van Ho Chi Minh Stad. Deze in de Franse tijd gebouwde kerk heeft buiten een kerststal staan met een besneeuwde achtergrond.
Dit is de Basiliek nan Notre-Dame van Saigon.
Vlak bij deze kerk is het oude hoofdpostkantoor van Ho Chi Minh Stad, Buu Dien Than in Vietnamees.
Binnen hangt de oude, koloniale sfeer. Al zijn er op dat moment wel heel erg veel toeristen. Hier zie je een oude kaart van Zuid Vietnam.
Aan de andere kant een oude kaart van Saigon. Nostalgie.
Ter compensatie. Ho Chi Minh heeft er ook een portret hangen.
Buiten het hoofdpostkantoor, een beetje verscholen in een kleine tuin staat dit beeld. Het doet me denken aan het beeld ‘Arbeider en kolchozboerin’ (Rabotsji i Kolchoznitsa) van Vera Moechina in Moskou. Maar de foto die ik van de plaat op de voet van het beeld heb gemaakt is mislukt. Dus ik kan niet meer achterhalen wat het beeld hier doet en wie het gemaakt heeft.
Het beeld in Moskou heb ik daar in 1992 gefotografeerd: Rusland in 1992
Bijzonder boek
Sinds de tentoonstelling over Van Santen Op zoek naar Van Santyen
ben ik in aanraking gekomen met de Bijzondere collecties van
de Universiteitsbibliotheek Amsterdam.
Toen ik daar een tijdje terug via de site een boek
bestelde duurde het lang voor ik iets ontving.
Na een telefoontje bleek er iets technisch mis te zijn gegaan
en al snel onving ik het bestelde boek.
Als verrassing kreeg ik een extra boek en een serie kaarten.
Dat extra boek heet ‘Bijzonder boek – Bijzondere collecties’.
Het boek is prachtig vormgegeven en kan zo de collectie van
de universiteit verrijken.
Zo kan de voorkaft van het boek opengevouwen worden en lees je de volledige titel ‘Bijzonder boek – Bijzondere collecties’. Vormgeving Frederik de Wal (hij is ook verantwoordelijk voor de vormgeving van het boek waar dit allemaal mee begon: Papieren pracht). Het lettertype Arnhem Blond Italic is speciaal beschikbaar gesteld voor het boek door Fred Smeijers.
Het boek geeft je een kijkje is de vele collecties, van schilderijen tot
handschriften en boeken, die de universiteitsbibliotheek rijk is.
Dat kan gasan van de ingekleurde kaarten van Van Santen, een verzameling
met drukwerk over het Circus, Nederlandse literatuur, moderne vormgeving,
werk van emigranten en een letterproef met Georgische letters uit 1687.
De voorkant van het boek, dichtgevouwen.
Het is een schitterend overzicht van alle schatten die
de universiteit bewaard en open stelt voor wetenschappelijk onderzoek
maar ook voor ieder ander die geinteresseerd is in boeken.
Ze doen dat bijvoorbeeld door UVA Beelddatabank
Maar ook door tentoonstellingen zoals ‘Modernism: in print –
Nederlandse grafische vormgeving in volle glorie’ die nu te zien is.
Modernism in print
‘Bijzonder boek – Bijzondere collecties’, de achterzijde.
Een mooi boek kopen is een ding,
maar een mooi boek krijgen is fantastisch!
Ik heb genoten.
Intussen in mijn werkplaats
Ik kon de katernen waarop het stuk textiel is geplakt uit de boekenpers halen. Dit is jaargang 2006.
Vervolgens kon ik de omslag voor het extra katern van Boek Behoud Bericht 2004 – 2005 afmaken. Deze jaargang bevat het laatste tijdschrift van 2004 en de complete 2005 serie.
In de laatste jaargang vond ik als inlegvel een kaartje voor twee personen voor de Antiquaren Beurs – Boeken in de Pieterskerk.
Stedelijk Museum Breda
Het nieuwe Stedelijk Museum Breda is sinds kort open.
Vandaag heb ik het bezocht.
Het ‘Museum of the Image’ is dood en dat was goed te merken
in de tentoonstellingen:
= wonderlijk weefsel neemt als uitgangspunt de voorwerpen
van het oude Bisschoppelijk Museum
= van kasteel tot station neemt als uitgangspunt de
voorwerpen van het Breda’s Museum
= de Vrede van Breda bouwt op de voorwerpen van het
Breda’s Museum aangevuld met stukken uit bijvoorbeeld
het Nationaal Archief en het Rijksmuseum.
De tentoonstellingen zijn een beetje braaf.
I.S.M. is ‘iets’ wat nog geen vorm gevonden heeft.
Maar net als bij MOTI wordt het allemaal nogal duur uitgevoerd.
Dat was bij het Breda’s Museum anders.
Het Stedelijk Museum Breda is een klein museum maar
het leeft op grote voet.
Veel personeel, dure inrichting, dure PR, kolosaal van inrichting,
dure projecten (vier afsetters) enz.
Als bezoeker betaal je 12 euro.
Dat is okay voor een groot museum maar met 6 zalen is dat
een hele hoge prijs.
Twee stukken van de tentoonstellingen ‘Van kasteel tot station’
en ‘De Vrede van Breda’ vielen me op:
Corry en de Rekels.
Publicatie vanden VREDE tusschen Engeland ende De Vereenighde Nederlanden.
Johan Potgieter
Intussen gaat het inbinden van de jdrie jaargangen
van Boek Behoud Bericht gewoon door.
Daarbij volg ik de methode die beschreven staat in
een van de jaargangen.
17e Jaargang, nummer 1, januari 2006.
Daar staat een methode om rijdschriften in te binden,
uitgelegd door Johan Potgieter.
Boek Behoud Bericht, 17e Jaargang, nummer 1, januari 2006. Het tijdschrift voor boekbinend en boekminnend Nederland.
De foto’s zijn niet zo mooi maar in mijn werkplaats
is het licht niet altijd optimaal voor het maken van foto’s.
Toch denk ik dat de tekst leesbaar is en je de methode
van Johan Potgieter kunt volgen en kunr zien waar ik van zijn
adviezen afwijk.
Zoals al eerder te lezen was heb ik alle inlegvellen verzameld per jaar en een extra katern gemaakt met daarin al de reclames, aanbiedingen en kaartjes van beurzen enz. Vervolgens haal ik de nietjes eruit. Dat maakt het inbinden denk ik wel wat moeilijker maar dan heb ik in ieder geval geen roestende delen in het boek. Door de nietjes te verwijderen is de vraag of de aangegeven volgorde,: eerst de katernen bevestigen aan een stuk katoen om vervolgens de katernen aan elkaar te naaien, nog wel van toepassing is. Het eerste boek ga ik volgens de opgegeven methode maken maar ik denk er over om de volgende boeken eerst te naaien en dan pas aan het textiel te bevestigen. We zullen zien.
Dit is ongeveer het punt waarop ik gebleven ben met het eerste boek. Het zit nu nog in de pers maar daar zal ik het vanmiddag uithalen. Misschien kan ik vandaag ook al aan het naaien beginnen.
Aan het naaien wordt veel tekst besteed. Dat moet ik nog eens goed doorlezen voor ik aan het daadwerkelijke naaien ga beginnen.
Het boek wordt straks met een leren omslag afgewerkt. Dus ik moet eerst leer kopen. Omdat dit mijn eerste poging is om zelfstandig een leren omslag te maken koop ik eerst maar eens imitatieleer. Dat is een stuk goedkoper. Ik denk aan een gele omslag, net als de originele Boek Behoud Bericht-tijdschriften.
In 2007 ging het ook al om de nietjes zo is in het Naschrift van de redactie te lezen.
Terug naar mijn poging.
In de rode stof zullen sommigen misschien een oud overhemd
van mij herkennen. Dat is goed gezien.
Hier zijn de katernen tussen twee plankjes in de boekenpers. Tegen de rugzijde van de katernen (inclusief het extra katern voor de inlegvellen en de schutbladen voor en achter) is een stuk textiel geplakt.
De inlegvellen voor boek 2 hebben hun plaats inmiddels gevonden in het extra katern. Rest mij nog de omslag van dat katern te maken. Ook voor boek 2 gebruik ik de gelli plate techniek en werk ik met sjablonen. Een top van een bajesplant en de shabloon die ik gesneden heb. De plant die ik gebruik laat ik van de achterkant doorlopen op de voorkant. Het idee is om die kant van de plant die in contact komt met de verf, vervolgens weer te gebruiken om een aanvullende afdruk te maken.
De verf was al te droog om met de plant nog een aanvullende afdruk te maken dus heb ik de plant, met de geverfde kant naar boven, er gewoon bijgeplakt. Niet helemaal want dat zou te veel problemen geven bij het vouwen. Of dit straks nog problemen gaat geven (in de pers) bij het boekbinden moet ik nog even zien. Hier is nog wel wqat werk aan maar voor nu moet het eerst maar eens drogen.
Bij de derde jaargang heb ik de inlegvellen er al uit gehaald. Daar kan ook een katern voor gemaakt worden.
Gezien: My cousin Rachel
De film wordt aangeprezen via het acteerwerk van
de actrice die Rachel speelt.
Volgends mij volledig ten onrechte.
De film is goed vanwege het knappe verhaal.
Als een film, een soort detective is,
(in de pers wordt gesproken van thriller),
waarbij je als toeschouwer verleid wordt
om binnen twee uur tijd meerdere keren
van sympathie te veranderen,
dan heb je een goede film gemaakt.
Overtuigend, spannend.
Natuurlijk is het acteerwerk goed.
Het landschap is adembenemend mooi.
De huizen, interieurs, het straatbeeld, de aankleding,
het is allemaal zo als je dat van een Brits kostuumdrama
kunt verwachten.
Maar het verhaal maakt het verschil.
Er is een moment waarin de film niet echt overtuigd:
er wordt een ruimte doorzocht.
Zonder te veel van de film weg te willen geven, lijkt de film
tegen het einde plots in een stroomversnelling te komen.
Alsof de maker plotseling de cijfers van de accountant te zien kreeg
en bleek dat 97% van het budget op was.
Jammer.
Een Oscar gaat de film niet krijgen of er is geen bijzondere
competitie, maar de film is prachtig om te zien en beleven.
Dan even een voorbeschouwing.
Binnenkort is de film ‘Viceroy’s House’ te zien.
De film heeft als ondertitel: ‘The end of an empire.
The birth of two nations.’
De scheiding van India en Pakistan ging ten koste van veel levens.
De onafhankelijkheid vond plaats, of de Britten het nu wilde of niet.
Ze waren de controle volledig kwijt.
Daar zit weinig glans op.
De scheiding van India en Pakistan is nu, 70 jaar later
nog steeds een probleem (14 – 15 augustus 1947 – 2017).
Natuurlijk is de film geen natuurgetrouwe documentaire,
geen waarheid. De Indiase en Pakistaanse politiek en samenleving
zijn nog niet klaar met wat er 70 jaar geleden gebeurde.
Ga maar eens naar wisseling van de wacht kijken, 30 kilometer buiten Amsitsar.
Nationalisme, fanatisme, Hindoe-Moslim tegenstellingen.
Je krijgt het als vermaak opgeserveerd.
‘Viceroy’s House’ is op zijn best een romantisch, Brits kostuumdrama.
Laat ik het nou leuk vinden om naar zo’n film te gaan kijken.
Hopelijk met veel mooie beelden van India en Pakistan.
Want de landen zijn prachtig.
Boek Behoud Bericht inbinden
Naast de tijdschriften maak ik een extra katern
waarin de losse inlegvellen van de tijdschriften bewaard gaan worden.
Om compleet te blijven, om mezelf extra mogelijkheden te geven te oefenen
in boekbinden en het maken van illustraties (zonder tekenvaardigheden).
Het extra katern krijgt een soort omslag die ik voorzie van
een gelli plate illustratie. Daarvoor had ik een sjabloon gemaakt.
Na het afdrukken van de Gelli plate ziet de omslag er als volgt uit.
Dan met de hand de tekst bijlage ingevoerd en het katern is gereed om in te binden.
Ik heb al een tijdje een Ideal snijmachine maar nog geen situatie aan de hand gehad waarbij ik hem ook echt kon gebruiken. Nu het boekblok gaat bestaan uit 5 tijdschriften, een extra katern en 2 extra bladen, doet zich de eerste kans voor het boekje eens op maat te snijden. Hier ligt het boek in de snijmachine.
Dit is het snij-afval. Ik ben tevreden. Dat ging erg goed. Het pas geslepen mes doet goed zijn werk.
Alle instructies ga ik niet opvolgen van Johan Potgieter. Ik snap dat als je de nietjes er in laat zitten, dat het inbinden dan makkelijker is, maar dat weegt wat mij betreft niet op tegen het risico van roestende nietjes op termijn. Ik haal de nietjes er dus uit.
Boekvondst
Een echte boekvondst.
In een boek dat ik een tijdje terug kocht vond ik deze kaart.
De kaart had als omschrijving: Rijksmuseum voor Volkskunde. Het Nederlands Openluchtmuseum Arnhem: Papierscheppen in de papiermolen. Veluwe (Gelderland). De datum waarop de kaart verstuurd is kan ik denk ik nog wel achterhalen. Met het blote oog lijkt de datum van de stempel 28 VII 87 te zijn. De titel van het boek was: ‘Handleiding Boekbinden’ van A. M. Küppers. Mijn versie van dit boek is de vierde herziene druk uit 1939.
Boek Behoud Bericht inbinden
Pas geleden kocht ik drie jaargangen van het blad
Boek Behoud Bericht. Een niet meer bestaand blad over boekbinden.
Formaat A5.
De losse delen wil ik inbinden tot 1 boek.
Toevallig staat in een van de jaargangen (ik meen 2006)
een artikel over het inbinden van tijdschriften.
Het is geschreven door iemand met de naam Potgieter.
Ik heb al eerder tijdschriften ingebonden, op eigen wijze.
Nu ga ik de instructies volgen. Nou ja, niet helemaal.
Dhr. Potgieter adviseerde alle losse bladen weg te gooien. Dat vind ik niet zo’n goed idee. Ik maak een extra katern waar ik de reclamefolders en inschrijfkaarten inklem door op de hoeken een insnijding te maken in het papier dat het nieuwe katern vormt. Ik moet dan wel wat van de losse inlegvellen afsnijden. Die zijn namelijk ook allemaal uit A4 gevouwen. Net te groot voor mijn oplossing.
Hier zie je een inschrijfkaart ingeklemd in het nieuwe, extra katern. De methode die Dhr. Potgieter beschrijft moet het mogelijk maken het boek op alle pagina’s helemaal open te leggen. Dat vind ik interessant.
Maar ik wil de bijlage nog wel voorzien van een illustratie die duidelijk moet maken waar het om gaat in dat katern. Daarom heb ik eerst een sjabloon gemaakt van het woord Bijlage. Eens zien wat dat brengt in combinatie met de gelli plate techniek. Hier de nog lege katernomslag en daaronder het sjabloon.
Toevoeging, 22/06/2017:
Dhr. Potgieter en het artikel.
Het gaat om het volgende.
In Boek Behoud Bericht, 17e jaargang, nummer 1,
van 1 januari 2006 staat een artikel met als titel:
‘Het binden van tijdschriften’ dfat geschreven is door
Johan Potgieter.
Deze meneer is geboren in Zuid Afrika en woonde in 2006
in Minnesota in de USA.
De website die bij het artikel vermeldt staat is:
http://www.johan-potgieter.com
Fladderboek gereed
Het Fladderboek was al af maar had nog geen inhoud.
Het laatste wat ik nog moest doen was een korte tekst scvhrijven,
die printen, uitsnijden en inplakken.
Hier ligt het fladderboek. De vier pagina’s tekst (4,5 bij 4,5 centimeter) liggen erbij net als de mal die ik ga gebruiken om alle tekst en illustraties op een juiste manier in te plakken.
Hier gaat de eerste pagina: Bajesplanten, het fladderboek in.
Het boek is gevuld met tekst en illustraties.
Nu maar fladderen.
De stad Metz
Naar Metz ging ik met de trein.
Dus van Breda, via Rotterdam, Brussel en Luxemburg.
Iedere keer als ik het station in Rotterdam bezoek word ik weer overvallen door de prachtige schaduwen die het dak en de constructie werpen op de treinen en de perrons.
Kom je dan aan in Metz, dan kom je in het station dat er uit ziet als een kathedraal.
Het gebouw is rijk versierd aan binnen- en buitenkant. Zoals hier met een paardenhoofd.
De gevel is indrukwekkend.
Wikipedia:
Om Metz te “germaniseren”, liet Keizer Wilhelm II een nieuw district creëren in een mengelmoes van Duitse stijlen. Als station was het onderdeel van het Schlieffen plan, waarbij het noodzakelijk was om de troepen van Frankrijk tot Rusland te transporteren in slechts 24 uren.
Het station is een 350 meter lang Neoromaans bouwwerk dat gebouwd werd tussen 1905 en 1908 door de Duitse architect Jürgen Kröger. Het station doet denken met zijn 40 meter hoge klokkentoren (naar verluidt door de Keizer zelf ontworpen) aan een kerkgebouw, en de aankomsthal doet denken aan dat van een paleis. Men speelt hier verder op in, met het gebruik van standbeelden van o.a. ridder Roeland, en glasramen van o.a. keizer Karel de Grote. Ook werd er een appartement voor de Keizer in het station ingericht, dat nu dienstdoet als kantoor.
De foto’s heb ik gemaakt op de ochtend dat ik het Centre Pompidou Metz ging bezoeken. Het museum gaat om 10:00 uur open dus tussen ontbijt en museumbezoek was er voldoende tijd. Het hotel lag aan de kant van het centrum van Metz terwijl Centre Pompidou Metz aan de andere kant van het spoor ligt.
Dit is een foto van een kapiteel in het station.
In het Centre Pompidou Metz heb ik nog wat foto’s gemaakt die eigenlijk geen relatie hebben met de tentoonstellingen. Zoals hier de dakconstructie, gezien vanaf een balkon op de derde verdieping in het museum.
Vandaar had ik een uitzicht op het werk van Ernesto Neto.
Vanuit de benedenverdieping ziet ‘Leviathan main toth’ van Ernesto Neto er zo uit.
In het centrum in Metz kom je bijvoorbeeld zulke straatjes tegen.
Zo kan het er in de avond uitzien.
Het was er goed toeven.
De stad kent een oude Christelijke, katholieke traditie. Hier het interieur van een kerk in Metz.
De kathedraal overheerst de oude binnenstad. Het is een fantastisch gebouw. Groot, prachtig ingericht. Een mooie schatkamer kun je in de kerk gaan bekijken en de gebrandschilderde ramen en het beeldhouwwerk zijn fantastisch.
Wikipedia:
De Kathedraal Saint-Étienne van Metz in Metz is de kathedraal van het bisdom Metz.
In de middeleeuwen vormde Metz en omgeving het kleine prinsbisdom Metz.
De kathedraal werd in de veertiende eeuw gevormd door twee kerken samen te voegen: het schip van Saint-Étienne (13e eeuw) werd verbonden met de noordzijde van een oudere romaanse kerk.
In de vijftiende eeuw werden een transept en een koor toegevoegd. Het schip is het op twee na hoogste in Frankrijk: 41,41 m. Alleen de Notre-Dame d’Amiens (42,3 m) en de kathedraal van Beauvais (48,5 m) zijn hoger.
De buitenkant van de kathedraal is rijk versierd.
Bijvoorbeeld met deze waterspuwers. Hier zie je een detal van de vorige foto.
De ingang van de kathedraal met een Laatste Oordeel en heel veel heiligen.
Je treft er een hele reeks kleine figuren aan. Wat ze precies voorstellen weet ik niet. Dus bedacht ik zelf maar een aantal titels. Hier bijvoorbeeld: Christus als bron.
Justitie of blind vertrouwen.
De vele gezichten van de mens.
Vurig draakje van de hel.
De kathedraal is enorm. Als onderdeel van de schatkamer zie je maquettes van de grote kerken van Frankrijk. Denk Notre Dame, de kathedraal van Reims enz.
De ramen zijn fantastisch. hier een van de gebrandschilderde ramen van Jacques Villon, gemaakt in 1957. Het raam toont de vazen gevuld met water die op de bruiloft in Kana omgezet worden door Christus tot wijn.
Wikipedia:
Jacques Villon (Damville, 31 juli 1875 – Puteaux, 9 juni 1963) was een Frans kunstschilder.
Zijn eigenlijke naam was Gaston Duchamp.
Duchamp was de oudste uit een kunstenaarsgezin van zes kinderen, waaronder zijn broers Raymond Duchamp-Villon, beeldhouwer, Marcel Duchamp, schilder, en zijn zus Suzanne Duchamp, schilderes.
In 1894 nam Gaston als pseudoniem de naam over van zijn geliefde dichter.
Hij liet zich voortaan Jacques Villon noemen.
Hij gaf heel jong zijn studies in de rechten op, om de artistieke weg op te gaan.
Hij kreeg een eerste tekenopleiding in Montmartre, in het atelier van Cornon, waar hij Henri Toulouse-Lautrec ontmoette.
Invloeden van deze, van Théophile Steinlen, van Jean-Louis Forain of van de Nabis ontgingen Villon niet.
In 1906 vestigde hij zich in Puteaux en waagde hij zich aan een voorzichtig cézanniaans kubisme.
In het atelier van Puteaux ontpopte Villon zich vanaf 1911 als de voortrekker van de Section d’or-groep, met zijn broers, met Albert Gleizes, met František Kupka, met Albert Metzinger, met Francis Picabia en met Fernand Léger.
Binnen deze Puteaux-groep vierde een synthetisch kubisme hoogtij.
In 1912 werden al zijn ingebrachte doeken verkocht aan het Amerikaanse publiek op de Armory Show.
In 1956 kreeg hij de opdracht tot het uitwerken van de kartons voor 5 glasramen in de Sacré-Coeur-kapel van de kathedraal te Metz.
Villon noemde zichzelf Cubiste impressionniste (impressionistisch kubist).
Hij overleed op 87-jarige leeftijd.
Maar er zijn ook ramen die gemaakt/geinspireerd zijn door Marc Chagall. Je herkent direct zijn typisch kleurgebruik en de manier waarop figuren worden weergegeven.
Dit is een set ramen die Marc Chagall heeft uitgevoerd met het glazeniersechtpaar Charles Marcq en Brigitte Simon in de periode 1958 – 1968. Van hen kon ik niet veel informatie vinden op het internet in een andere taal dan Frans.
Nu volgen er een aantal details van de vorigge foto.
Dit is een voorbeeld van de oudfere en meer traditionele gebrandschilderde ramen.
Het grote rozet.
Bij een andere uitgang zie je weer het laatste oordeel en ook hoe de verdoemden opgegeten worden door de muil van de hel.
Waterspuwers.
De grote steunberen die het mogelijk maakten zo hoog en zo transparant te kunnen bouwen.
Dit vond ik fascinerend. Dit is maar een stukje van het beeldhouwwerk tegen de zijgevel van de kathedraal. Ik heb geen idee wat het moet voorstellen.
Dit is een ander deel. Vooral die gordijnen vond ik apart.
Een waterspuwer in de vorm van een rund.
Aan de zijgevel van de kathedraal is nog een kruis ‘verstopt’.
De kathedraal domineert de oude stad.
Zomaar een gevel in de binnenstad van Metz. De gevels zijn de moeite waard om te bekijken. Deze versiering is gemaakt door iemand met de naam Muel.
Muel Fecit, ‘gemaakt door Muel’. Volgens mij gaat het hier om André MUEL, Architecte messin 1816 – 1886. Mijn foto is van de gevel van Hôtel de Bollemont, 1, Rue Pierre Hardie.
Fonteinen Kasteelplein groot succes
Met het prachtige weer van de afgelopen dagen
hebben beide fonteiten, de permanente paardenhoef
en de tijdelijke vredesfontein, beide hun nut bewezen.
Zowel dier als mens genieten van het water.
De fontein op de voorgrond wordt ook door honden gebruikt.
De Vredesfontein is het afgelopen weekend ook heel druk bezocht.
Boekbind experimenten
Een egale blanco kaft om een boek is mooi maar
daar moet meer mee kunnen.
Eigenlijk ben ik een beetje aan het experimenteren met blind drukken.
Met als gewenst effect dat er wat meer leven
in de kaft van een boek komt te zitten.
De afgelopen tijd heb ik dat geprobeerd door een stofomslag
voor een boek te maken, maar ik wil ook in de kaft
meer verdieping aanbrengen. Letterlijk.
Hier heb ik op een proefstukje karton, linnen aangebracht maar voor het lijmen van het linnen heb ik twee extra stukken karton opgeplakt in verschillende diktes. Op zich lukt het wel het linnen er over heen te plakken maar, logisch, op de hoeken van de extra stukken karton levert dat problemen op. Misschien dat slimmer persen dat nog mooier kan maken. Het dunste stukje extra karton (vierkant) geeft het beste resultaat.
Daarnaast ben ik aan het experimenteren met lino’s.
In plaats van ze af te drukken probeer ik ze ‘in het papier te drukken’.
Dat levert best leuke resultaten op. Hier zie je een afdruk in het papier van een lino die ik gesneden heb.
Op het oog is het duidelijker dan de foto’s. Verschillende soorten papier zullen vast anders reageren. Het papier wat ik hier gebruikt heb is vrij stug. Bij het maken van de afdrukken heb ik de lino eerst onder de kraan gehouden zodat hij goed vochtig is. Vervolgens heb ik de lino op een plankje gelegd. Daaroverheen een stuk papier en vervolgens weer een plankje. Dat pakketje zo in de boekenpers gelegd en die heel goed aangedraaid. Ik heb het daar meerdere dagen in laten zitten.
Hier zie je het onderste deel van de lino aan de bovenkant van de foto. Op de onderste helft van de foto zie je links de afdruk van de afbeelding die ik in de lino heb uitgesneden en rechts de afdruk van de achterkant van het linoleum. Het linoleum dat ik hier gebruikt heb, heeft aan de achterkant een soort weefsel dat ook een relief afgeeft. Ook het met viltstift geschreven nummer heeft afgegeven.
Ga ik met een potlood over de afdrukken
dan komt het relief natuurlijk nog meer naar boven.
Dat is een resultaat waar ik best tevreden mee ben.
Hier zie je de afdruk van de lino na bewerking met potlood. Als ik gereed ben met mijn potlood wrijf ik nog een keer over de afdruk met mijn vinger. Daarmee wordt het potlood wat egaler. Of je dat mooier vindt is natuurlijk een kwestie van smaak. De afbeelding moet een kloosterling, een kapucijn voorstellen. De originele tekening is niet van mij. Die heb ik op internet gevonden.
























































































































































