Het ingelijste souvenir uit India zit hier nog in de noppenfolie.
Hier is het dan in volle glorie.
Nashik is ook een bekend pelgrimsoord in India.
Op het moment dat wij er zijn, eind december 2012,
zijn er geen grote pelgrimsactiviteiten.
De stad is in ‘rust’.
De rivier die door Nashik stroomt is de Godavari.
De foto’s in deze blog zijn gemaakt op een wandeling van het hotel
naar het centrum van de pelgrimsactiviteiten.
Tijdens de wandeling loop je voor een deel langs de rivier.
Maar het begon in een woon/winkelgebied.
Daar stond aan een plein een huis, groot, het oogde belangrijk,
het had een trap van straatniveau naar de voordeur en een hek.
Het huis leek in gebruik door de overheid maar de precieze bestemming
weet ik niet.
Er stond een borstbeeld door het huis.
Het huis lag aan een klein pleintje.
Wij gingen op het bordes zitten vanwege het uitzicht.
Het uitzicht vanaf het bordes van het huis met houtsnijwerk.
Aan de ene kant van de trap zat een vrouw die vegers maakte door riet samen te binden en de onderkant te harden door ze even in brand te steken en dan goed aan te stampen.
Aan de andere kant zat een man die bezig was bloemslingers te rijgen.
Zo zag het huis er uit.
Hier een detail van het houtsnijwerk.
De Godavari, de rivier in Nashik, leent zich voor veel doeleinden. Bijvoorbeeld om je fiets schoon te maken.
Onderweg hadden we veel, vriendelijke, belangstelling.
Handelaren in allerlei producten besteden veel aandacht aan het uitstallen van de waar. Hier gedroogde vis.
India en de inwoners zijn vriendelijk en kleurrijk. Nou ja, als westerling kom je dat heel vaak tegen.
Of ik verse vis wil.
Langs de rivier is over een grote afstand een soort boulevard aangelegd die de pelgrims kunnen gebruiken. Nu was het veelal leeg.
Je kunt er natuurlijk ook je motor of riksja wassen.
Even op zijn kant.
Het land is niet altijd schoon maar dat is niet het geval voor de meeste mensen, hun huis en gebruiksvoorwerpen.
Een echte riksjawasserette.
Even de vrachtwagen wassen.
Sommige delen langs de rivier die bestemd zijn voor pelgrims worden soms ook bewoond.
Je kunt er ook je was wassen.
En maar boenen.
Dit was deel 65.
Als ik op vakantie ben neem ik altijd van alles mee naar huis.
Kaartjes van musea of attracties, de rekeningen van hotels of
restaurants, busiuness cards die mensen uitdelen tot
zelfs suikerzakjes aan toe.
Vaak krijg je ook enveloppen met reisdocumenten of iets dergelijks.
Thuis zit ik een beetje met die verzameling.
Wat doe je daar nu mee.
Bij wijze van experiment maak ik nu een map waar ik al die
dingen in kan opbergen.
Het begon met deze rug. Een stuk karton van 3 mm dik, bekleed met aan de buitenkant kurk en aan de binnenkant een papier die ik pas kocht bij Damen / Papier Royaal in Den Haag.
Hier is die stapel met reisdocumenten.
In de winkel kocht ik een set ringen die je kunt openen en ook weer sluiten. Met de Japanse papierboor maak ik de gaten. Even een mal maken en je kunt aan de slag.
Bijvoorbeeld de hotellijst.
Ik hergebruik zoveel mogelijk van de dingen die ik gekregen heb maar niet perse wil gebruiken. Ik maak er enveloppen van die in mijn map passen.
Zo kreeg ik ook een grote kaart van India. Stevig papier. Kan ik een mooie envelop van maken en de route kan ik er op aangeven.
De route: Bhopal, Orcha, Varanasi, Allahabad, Haridwar, Chandigarh, Patiala en Amritsar.
In India hebben we twee pakjes gekocht voor kleine kinderen.
Voor jongetjes denk ik. Voor ons zijn ze een souvenir.
We hebben ze gekocht in Haridwar maar je kunt ze overal in India kopen.
Ze waren niet duur.
Het idee is om ze in Nederland te laten inlijsten.
Volgende week zijn de gereed.
Zo lagen de pakjes nog ongestreken op de bank, thuis.
Hier liggen ze al op een karton dat als achtergrond gaat dienen bij de lijstenmaker op de toonbank. We ‘vlechten’ ze een beetje in elkaar.
Op zaterdag lees ik altijd de collumn van Thomas van Luyn.
Hij schrijft met veel humor en overdrijving over de kleine
gebeurtenissen in Nederland.
Thomas van Luyn, afgelopen zaterdag in de Volkskrant 28 mei 2016: Duplo.
Nu viel me een klein stukje van zijn verhaal van vorige week op.
Het verhaal gaat over planologen en hun invloed op onze leefomgeving.
Daarbij maakt hij een beetje terzijde een opmerking over India.
Dat lees ik dan weer met extra aandacht.
Het gaat om het volgende stukje:
Je kunt ook bestaande plekken nemen en die een beetje omkatten.
In Assendelft heeft iemand het station 500 meter verderop neergekwakt.
Gewoon, om een beetje te zieken.
Snackbar De Remise ligt nu niet meer aan de remise, maar in z’n eentje op een caravanterrein, wat een mooi mistroostig plaatje oplevert als je er langs rijdt.
Om bij dat station over te steken, staat er een kolossale ijzeren trapconstructie over de twee spoortjes heen – en een tunnel eronderdoor.
In India zouden ze gewoon zeggen: kijk een beetje uit als je de rails oversteekt.
Maar die hebben dan ook geen planners.
Zie je de overeenkomsten (kolossale ijzeren trapconstructie en
geen aandacht voor de reiziger) met het nieuwe NS-station in Breda?
Maar even terug naar India.
Het is natuurlijk niet waar dat daar geen planners zijn.
Dit jaar bezochten we juist een plaats die helemaal, helemaal,
ontworpen is door een wereldberoemd architect: Chandigarh is die plaats,
Le corbusier de belangrijkste architect/planoloog..
Daar in Chandigarh is alles gepland.
In het westen is Le Corbusier vooral bekend van zijn stoel maar hij was
eigenlijk vooral een stadsontwerper. Dat is te zien aan het stratenplan
van deze nieuwe hoofdstad van de Punjab en Haryana.
Na de scheiding tussen India en Pakistan had het Indiase deel van de Punjab
geen hoofdstad meer. Om een idee te geven, in 2001 had de Punjab
25 miljoen inwoners. Dus een administratieve hoofdstad
is dan geen overbodige luxe. Nehru liet een nieuwe hoofdstad
aanleggen en nodigde daarvoor planologen vanuit het westen uit
om mee te denken over de nieuwe stad. Le Corbusier was een van hen.
De stad bestaat uit sectoren die binnen de grenzen van de sector geen doorgaande wegen kennen. De doorgaande wegen (zoals hierboven) hebben bijvoorbeeld een aparte rijbaan voor riksja’s, fietsen en brommers.
De sectoren hebben soms een speciale bestemming. Dit is een foto van sector 17, zeg maar het stadshart met winkels en andere belangrijke gebouwen.
Nog een gebouw uit sector 17: de bioscoop.
Le Corbusier en zijn staf lieten zich vooral inspireren door de nieuwe mogelijkheden van beton. Dit is het architectuurmuseum in Chandigarh. Zoals te zien is was het weer niet ideaal.
Government Museum and Art Gallery, Chandigarh. Dit museum bevat een hele mooie collectie oude kunst en een galerie met moderne Indiase kunst. Je ziet hoe ruim van opzet de stad is.
Het stratenplan van Chandigarh zie je ook terug op de putdeksels die je overal in de stad ziet. Dan zie je ook de duidelijke structuur die Le Corbusier bedacht heeft.
Het absolute hoogtepunt van de gebouwen in Chandigarh is het Punjab and Haryana High Court, het hooggerechtshof voor de Punjab en Haryana. Het gebouw is ontworpen door Le Corbusier.
Vooral het dubbele dak springt eruit. Het is bedoeld om de hitte van de zon (het kan er makkelijk 40 – 45 graden celcius worden) tegen te houden en de wind vrij spel te geven om verkoeling te brengen.
Tegenover de High Court ligt het parlementsgebouw voor beide staten: Palace of Assembly (Vidhan Bhavan). De gebouwen liggen aan een enorm plein met nog een paar bijzondere monumenten die later nog aan de orde komen op mijn blog. Het parlementsgebouw is bijzonder van vorm en ligging en bijvoorbeeld de Gouverneurspoort is opvallend.
Dit is de ceremoniele poort in het parlementsgebouw in Chandigarh dat door Le Corbusier is geschilderd.
Dus India is geen land zonder planners.
Als je een boek inbindt dan zit ik nog vaak met een lege kaft.
Daarom dat ik eens wil proberen of ik met een Transfer Medium
een zelf samengestelde afbeelding kan overbrengen op het
boekbinderslinnen.
Eerst maar eens een afbeelding maken:
Dit is een compilatie van foto’s van een landkaart van India met foto’s van de laatste vakantie. Zo kun je bijvoorbeeld het kenmerk van Chandigarh zien (het Open Hand-monument), het Paleis van Justitie van Chandigarh, Sangam in Allahabad, de stupa in Sanchi, een rotstekening uit Bhimbetka, Aarti in Varanasi, pelgrim in Haridwar, beeld uit het museum in Bhopal enz.
Dat beeld heb ik nodig in spiegelschrift. Want als je het gaat
overbrengen dan komt het pas correct te staan.
Dus de afbeelding waar ik aan werkte ziet er als volgt uit.
Ik heb een stuk boekbindlinnen op maat gemaakt. Dat leg ik op een houten plaat. Op die plaat ligt een stuk bakpapier om ongewenst plakken tegen te gaan. Straks kan hier dus nog een plaat hout bovenop en een stapel boeken.
De afbeelding nog even nauwkeurig positioneren. De liniaal en driehoek moeten me dadelijk helpen om na het aanbrengen van het medium de afbeelding snel weg te kunnen leggen.
De afbeelding is goed ingesmeerd met medium (vind ik) maar droogt al snel en het papier scheurt in. Het geeft al met al niet zo’n goed gevoel. Morgenochtend maar zien of het onder bezwaar goed gedroogd is, of het papier zich laat verwijderen en of de afbeelding dan overgebracht is.
Kwijt was het voor een paar weken.
Niet bewust hoor.
Maar gisteren zocht ik mijn zonnebril.
Die had ik sinds India niet meer op gehad.
Maar gisteren was daar wel aanleiding voor.
Toen ik mijn bril vond, vond ik ook een belangrijk souvenir:
Mijn hoofddoek voor de Gouden Tempel / Golden temple in Amritsar. Alle mannen en vrouwen die de tempel bezoeken hebben hun hoofd bedekt. Of een tulband voor de mannen of een hoofddoek. Voor mij dus deze oranje hoofddoek.
Het logo van de Sikhs op mijn hoofddoek. Inmiddels is de doek gewassen, droog en gestreken. Klaar om in het souvenirhoekje te worden opgenomen.
De Gouden Tempel in Amritsar ligt midden in een kunstmatig meer. De tempel heeft een verbinding met de oever. Het complex is vrij toegankelijk mits je, je voeten wast en je hoofd bedekt. Neem van mij aan: dat is het meer dan waard. Het is er fantastisch!
Deel 65.
De markt is in India altijd een belevenis.
Zoveel nieuwe dingen. Zoveel kleur. Zoveel mensen.
hier is het de markt die bij de Ramkund ligt.
Wat te denken van deze rozijnen.
Of deze dadels die mooi op een krant zijn uitgestald.
De afdeling groente.
In alle kleuren.
Hier komen de gelen uit de frituur.
Is er iemand zijn hoofd kwijt?
Deel 64.
In Nashik is de Ramkund een belangrijke plaats voor de Hindoes.
Wij bezochten die dus ook. Meerdere malen.
In een hoek aan het kunstmatige meertje staat dit ‘beeld’. Uit de koppen stroomt constant water.
Op zich geen bijzondere dag maar overal langs het water vinden ceremonies plaats, bidden mensen, alleen of in groepen, sommigem ensen gaan in het water en andere gaan naar de markt of vermaken zich op een andere manier.
Even onderdompelen, een holy dip.
Ramkund.
Een kleurrijke bijeenkomst van vrouwen. Ze leken te treuren.
Maar er is ook een wasgelegenheid.
Het is er steeds druk.
Eerst wassen en dan naar de markt verderop.
Flink boenen en schrobben.
Druk.
Rond de voorganger.
Overal beelden die actief ‘in gebruik’ zijn.
Zwemmen voor het plezier of met religieuze bedoelingen.
Even tussen door. Stiekem is dit episode 63.
Na aankomst in Nashik zijn we al snel gaan kijken bij de Ramkund.
Een ‘Kund’ is een meer of waterreservoir.
In Nahik is de Ramkund een van de heiligste plaatsen voor de Hindoes.
Het is hier dat de Kumb Mela wordt gehouden als Nashik aan de beurt is.
Net als op andere heilige plaatsen lopen verschillende groepen mensen en
individuen, door elkaar, terwijl ieder zijn eigen ding doet.
Zo wordt er door veel mensen de was gedaan.
Net als door deze twee vrouwen die de was eens goed uitslaan.
Er verschijnen berichten in de media
die vertellen dat de Ramkund voor het eerst in 130 jaar
helemaal droog gevallen is als gevolg van de droogte in India.
Deel 62.
Op zaterdag 29 december 2012 gingen we met de trein naar Nashik.
Eerst anderhalf uur met de auto van Omkareshwar naar een treinstation.
In Nashik stopt geen Nationale trein.
Bij aankomst blijkt dat de trein, de Pushkar Express,
3 uur vertraging heeft.
Uiteindelijk zijn we niet om 15:30 maar om 18:45 in Nashik.
De transfer naar het hotel stond niet bij het station te wachten.
Met drie uur vertraging snap ik dat wel.
Dus wat rondgelopen op het station zodat we goed zichtbaar
zijn voor het geval we opgehaald worden.
Na een tijdje wachten toch maar besloten een taxi te nemen
maar gelijkertijd vindt de transfer chauffeur ons.
Op het perron van het station waar we vertrekken staat de koffer die hierboven te zien is. Sanjay R. Manajan of Mahajan, Mail/Exp guard.
Pas geleden was op mijn weblog een serie van 9 foto’s te zien
van mijn vakantie in India.
Van iedere stad die we aangedaan hebben, had ik een karakteristieke
foto uitgekozen.
Op vakantie hebben we een paar souvenirs gekocht.
Een is een typische moslim boekstandaard.
In deze boekstandaard is het teken van het Sikh-geloof uitgesneden.
We hebben de standaard in Amritsar, in de Punjab, gekocht.
Dat tekend van het Sikh-geloof heet Deg Tegh Fateh.
Deg Tegh Fateh, een geabstraheerd voorbeeld. Het jaar 1699 is belangrijk in het Sikh-geloof.
Hier zie je hetzelfde teken in de boekstandaard uitgesneden. Je ziet dergelijke boekstandaarden in de Moslim-wereld maar ook op veel plaatsen in Azie.
Om de functie van de standaard beter te laten uitkomen heb ik een boekje gemaakt.
De 9 foto’s met elk een korte tekst, vormen ieder een katern.
De katernen zijn aan elkaar genaaid met een oranje draad (die daar niet
zo geschikt voor bleek). Deze draad heb ik in Haridwar gekocht.
Drie strengen draad, oranje, geel en gebroken wit.
De draad is eigenlijk bedoeld om sieraden te maken.
De katernen zijn vervolgens voorzien van een kaft.
Daarvoor heb ik net als anders karton gebruikt maar dat vervolgens niet
ingebonden met linnen maar met papier.
Op de tentoonstelling Anatolia (Brussel, Europalia) werden boeken
verkocht met uitneembare vellen pakpapier met Turkse en Moslim-motieven.
Een van de vellen met Moslimmotieven heb ik gebruikt.
Omdat de katernen met oranje draad waren gebonden heb ik in de rug
een soort raampje gemaakt. Je kunt het resultaat van het
naaien dus langs de buitenkant zien.
Om voldoende sterkte te behouden heb ik de kaft met boeklon afgewerkt.
Heel sterk is het boekje niet maar op het eerste gezicht
ziet het er leuk uit en het ligt er puur voor de sier.
Hier ligt het boekje op de standaard om de Moslim-motieven te laten zien.
Als je goed kijkt zie je in de rug de open ruimte waar de witte katernen door te zien zijn en het oranje stiksel waarmee de katernen aan elkaar vast zitten. De schutbladen zijn extra sterke witte vellen papier.
Zo hoort het boekje op de standaard, open te liggen. Hier liggen de pagina’s over Lucknow open.
Op 28 december 2012 was onze laatste dag in Omkareshwar.
We hadden besloten een wandeling over het eiland Mandhata
te maken. Dit eiland ligt in de rivier de Narmada.
Het eiland is bezaaid met tempels en er loopt een soort
kerkenpad over het eiland. Dat hebben we grotendeels gevolgd.
Daar ook is het waar de volgende foto’s gemaakt werden.
Deel 61.
Distel in bloei.
Langs de waterkant natuurlijke oevers maar ook sporen van menselijk ingrijpen.
Overal tempels of beelden. Plaatsen voor overpeinzing.
Voor mij is niet altijd duidelijk wat er allemaal voor constructies langs de oevers liggen.
Langs het pad markeringen van steen met tekst. Helaas voor mij niet leesbaar.
Vol van godenbeelden in allerlei kleuren.
In de verte de T-splitsing waar de gelovigen naar toe gaan en zich onderdompelen in de rivier.
Daar waar de rivier de Narmada weer samenkomt is er een stroomversnelling die voor de boten niet eenvoudig te nemen is. Dat hadden we al vanuit de boot meegemaakt. Hier ligt een boot nog op het rustige deel.
Het was een ‘rustige’ dag in Omkareshwar. Op zich is het een kleine plaats. Waarschijnlijk leeft iedereen hier van de pelgrims, direct of indirect.
Iedereen doet zijn of haar ding.
Zwemmen of een religieuze onderdompeling of beide?
Sommige kledingstukken blijken verloren te raken.
Nog even rust voor de bocht.
Ook vandaag valt het niet mee de bocht te nemen.
Fotografen met hun draagbare camera en printer bezorgen je foto terwijl je wacht.
Restanten van tempels.
De drietand.
Tempels en beelden.
In een schommelstoel?
Omkareshwar.
Vaak zijn we daar sprakeloos van wat we zien.
Langs het ‘kerkenpad’ werden overal offerandes verkocht.
Ergens vond ik een pakketje dat daar vaak onderdeel van uit maakt.
Dat heb ik meegenomen naar het hotel om eens nader te bekijken.
Gevonden offerande. Nog gesloten.
Uitgepakt.
Nog een laatste blik op de oevers van de Narmada in Omkareshwar.
Dit jaar zijn we op vakantie geweest in Noord-India.
Om precies te zijn, we hebben negen plaatsen aangedaan, te beginnen
met Bhopal en eindigend in Amritsar.
Er zijn natuurlijk ook heel wat foto’s en verhalen gemaakt
maar om een eerste indruk te geven heb ik per plaats
een foto uitgezocht om die plaats te vertegenwoordigen.
Bhopal, city of lakes, stad van de meren.
Bhopal heb ik ervaren als een stad waar je op het ene moment
kunt genieten van de dynamiek en de bruisende drukte die zo typerend is
voor een stad in India,
maar waar je 10 minuten later kunt genieten van de rust op een mooi
aangelegd wandelpad langs het grote meer.
Bhopal, genieten aan het grote meer.
Orcha, palaces and cenotaphs, paleizen en grafmomumenten.
Orcha is een kleine plaats, een verborgen parel in noord India.
Grote en mooie paleizen, tempels en grote grafmonumenten liggen er aan de rivier.
Een voorbeeld van de grafmonumenten in Orcha.
Varanasi, ghats.
Varanasi is een micro-cosmos aan de Ganges.
Hier komt alles wat India is samen: leven, dood, religie, kleur,
ceremonies, handel, werk, familie enzovoort.
Aarti aan de oevers van de Ganges in Varanasi.
Allahabad, confluence of rivers, samenstroming van heilige rivieren.
Allahabad, plaats waar de rivieren de Ganges, de Yamuna
en de mythische rivier Saraswati samenvloeien.
Dagelijks verzamelen honderden, zo niet duizenden pelgrims
zich op de zandbanken op de plaats waar de rivieren samenstromen.
Deze plaats wordt de Sangam genoemd.
De Sangam in Allahabad.
Lucknow, Muslim heritage and British rule, samenkomst van het moslim verleden en Brits bestuur in India.
In Lucknow staat een groot aantal gebouwen die aan het moslim-verleden herinneren
en ook resten van het Britse bestuur. Deze resten speelden een belangrijke rol
in wat in de geschiedenisboeken de ‘Indian Rebellion of 1857’ is gaan heten.
De Asfi moskee naast de Bara Imambara in Lucknow.
Haridwar, Holy dip in the Ganges, onderdompeling in de Ganges.
In Haridwar werd/wordt dit jaar de Ardh Kumbh Mela gehouden.
Wij waren er bij de Mahashivratri (Grote Nacht van Shiva) en
waren getuigen bij Har Ki Pauri van de vele onderdompelingen van pelgrims.
Onderdompeling in de Ganges-rivier in Haridwar.
Chandigarh, architecture of Le Corbusier, architectuur van Le Corbusier.
Chandigarh is een stedenbouwkundig experiment waarvan er maar
een paar ter wereld zijn.
Le Corbusier ontwikkelde samen met Pierre Jeanneret (op basis van
eerdere ideeen van andere architecten) het plan voor de nieuwe
hoofdstad van de Punjab (en later Haryana).
De kans om vanuit het niets een nieuwe stad te ontwikkelen is
maar voor een paar architecten weggelegd. Vergelijk het met
het aanleggen van Brasilia door Oscar Niemeyer.
Het ‘Open hand-monument’ van Le Corbusier in Chandigarh.
Patiala, jewel?, juweeltje?
Patiala wordt door sommigen gezien als een verborgen juweeltje.
Ik hou het er op dat er nog heel wat restauratiewerkzaamheden nodig zijn
alvorens deze plaats tot zijn recht gaat komen.
Het Qila Mubarak vanaf de straat gezien. Er is nog heel veel werk aan de winkel. Maar na het rustige en schone Chandigarh was dit weer het ‘echte’ dynamische India dat we eerder zagen.
Amritsar, Golden tempels, gouden tempels.
De Gouden tempel van de Sikhs is het bekendste monument van Amritsar.
Het is er genieten van de niet aflatende stroom pelgrims
die dagelijks dit monument bezoeken. De heiligste plaats
voor de Sikhs is volledig toegankelijk voor toeristen.
Door de Hindoes is in Amritsar ook een tempel aangelegd in het midden
van een kunstmatig meertje met een gouden bovenkant en met
zilveren deuren.
De Gouden tempel (Harmandir Sahib) in Amritsar in het midden van de Sarovar.
In de ochtend ben ik alleen op pad geweest.
Nu gaan we iets later op de ochtend nog een keer naar het eiland
bij Omkareshwar. We willen het beeld, dat hoog op het eiland
te zien is, bezoeken: Shiva.
We zien het vanaf deze kant, zeg maar
vanaf de rivieroever waar Omkareshwar ligt.
Tijdens de wandeling steken we eerst de rivier over. Vervolgens nemen we een pad dat de heuvel op gaat. Onderweg gaan we allerlei grote en kleine tempels tegenkomen. Hele oude en recente.
Bijna bovenaan gekomen is dit het uitzicht. Nog best een hele klim. Het hotel ligt op de tegenovergelegen oever.
Hier onder andere met Kali.
Ook dit is een plaats om te bidden of mediteren.
Voor de een is het een plaats om op bedevaart te gaan, voor de ander een bestaansmiddel.
Het lijkt wel een buitenopstelling van een museum.
Onderaan, bij de sokkel.
Maar je ziet dat je voor sommige dingen niet naar een museum hoeft. Het ligt hier gewoon op de grond.
Veel mensen willen op de foto gezet worden.
Dit is een klein stuk van de omheining van de Shiva-tempel.
Detail.
Nog een detail.
Het Shiva-beeld dat hoog boven de tempel uitsteekt.
Zo iets vraagt om veel onderhoud. Daarvoor worden deze ezeltjes ingezet.
Look up here, I’m in heaven.
Een restant van een oude tempel.
Oranje is populair en dat heeft niets met schaatsen, voetbal of hockey te maken.
Het symbool voor India.
Hier zie je het ‘wandelpad’ de heuvel op naar de Shiva-tempel. Van het Shive-beeld zie je hier de achterkant. Een extra motivatie voor de bedevaartsgangers om toch maar vooral de heuvel op te gaan. Aan de achterkant zie je dan ook eigenlijk alleen maar de zwarte haardos.
Onderweg terug naar het hotel doen we nog wat plaatsen aan langs de rivier. Daar hebben we eerder ook al gelopen maar het blijft iedere keer weer een belevenis.
Zoveel kleuren!
We lopen ook nog even langs de grote tempel in Omkareshwar en daar lijkt een bruiloft aan de gang.
Let op de vrouw uiterst links.
Een tijd terug heb iki deelgenomen
aan een Kickstarter campagne om Taxi Fabric te ondersteunen.
Taxi Fabrix is een initiatief om jonge Indiase designers
een ontwerp te laten maken voor een stof waarmee vervolgens
een taxi in Mumbai wordt bekleed.
Begonnen met de ambitie een paar taxi’s zo op te fleuren
is dit uitgelopen op een groot project waarbij
enkele tientallen taxi’s zijn bekleed (stoelen,
deuren, plafond, enz).
Taxi Fabric in the mail.
Vorige week kreeg ik plotseling een klein pakketje uit Mumbai.
Het duurde even voor ik de link kon leggen maar
het was mijn reward, mijn beloning.
Leuke kaarten, een kussensloop en een hanger.
Daarvan is een deel ontworpen door Ankita Shinde.
De afzender.
De kussensloop.
Het merkje. Ankita Shinde for Taxi Fabric. http://www.taxifabric.org.
Deze hanger was al eerder op mijn weblog te zien.
Ook daar staat de naam van de ontwerpster op.
Ik ontving ook vijf kaarten van verschillende ontwerpers. Deze hier is van Parvati Pillai: Dream Machine.
Ankita Shinde: Stop. Breathe. Free.
Khyati Trehan, Flight of the Titan.
Shaivalini Kumar: Happily ever after.
Aditi Dash: Nocturnal.
Bij het pakketje zat een briefje. De tekst volgt hieronder (in het Engels).
Ik was heel blij verrast.
Voor de kussensloop en de hanger zoek ik nog een definitief plaatsje.
De hanger kan in mijn pc-hok tegen de muur tussen ander grafisch werk.
Misschien eindigt het kunnensloop wel als kaft van een boek.
Dear Taxi Fabric Supporter,
You. Are. Awesome.
A few months ago, you did an incredible thing –
you donated to our little project and joined 217 other people
in ensuring the continuing success of the Taxi Fabric Project.
Thank you
Because of you we have been able to continue to support
designers in Mumbai by giving them your iconic Kaali Peeli’s as a canvas for their incredible designs.
We might be on the ground continuing this project
but it is you who has made that possible.
Here are your Kickstarter rewards. We hope you love them.
They may be a little late and for that we are sorry:
the project has grown so quickly that we even had to all pick up and move to India to get everything done.
If for any reason there are any problems with what you have received please email us and if you share any pictures,
don’t forget to tag us @taxifabric so we can see them.
With love,
The Taxi Fabric Team

Tot nu toe had ik voor iedere datum nog een aparte afbeelding
met de naam van de plaats in India en de datum.
Maar voor 28 december 2012 is die er nog niet.
Dus doen we het even zonder.
Omkareshwar: 28/12/2012.
Deel 59.
In de vroege ochtend ben ik er even alleen op uit gegaan om de tempel
te gaan bezoeken.
Het was er de dag ervoor zo druk dat je niet alles goed kon zien.
Nu ben ik in ieder geval voor de grootste groep pelgrims.
Omkareshwar: de grote tempel ontwaakt.
De opkomende zon boven de dam in de ochtendmist.
De vuilnismannen zijn zeer actief.
De grote tempel in de vochtige lucht.
Ondanks de kou (in Bhopal 600 kilometer verder vroor het) zijn de eerste pelgrims al aan het baden.
Ook de bezoekers op de loopbrug hebben het nog koud. Dat zal snel veranderen.
De kraampjes bij de tempel zijn nog dicht want er zijn nog nauwelijks betalende bezoekers.
Gezien het beperkte licht viel het niet mee om in de tempel foto’s te maken zonder statief of flits.
Deze foto van Omkareshwar Palace (de huidige bestemming is me onduidelijk) is genomen vanaf een platdak op de tempel.
De ZON!
Zo te zien wordt het platdak (zoals wel vaker in India) gebruikt als slaapplaats.
Al meer baders sluiten zich aan.
De zon begint al weer warmer te worden.
Op het eiland leiden alle wegen naar de tempel. Die worden blijkbaar iedere dag schoongeveegd en schoongespoeld.
Koud.
Omkareshwar. De kramen die staan van de aanlegsteigers naar de tempel, van bovenaf gezien.
Nog een klein stukje.
Offerandes.
Heerlijk in de vroege zon.
Omkareshwar. Tijd om terug naar het hotel te gaan. Die middag bezoeken we het eiland nogmaals maar niet door er met een boot omheen te varen maar door over het eiland te wandelen. Er blijkt een soort tempel-route te zijn.

Waarschijnlijk was mijn vorige blog over India, Omkareshwar
al verkeerd gedateerd. Het bootavontuur was op 27 december.
Maar goed, op het eind van de middag heb ik een paar foto’s gemaakt
en ook toen het al donker was. Die laat ik vandaag even zien.
Om te beginnen kwam ik een bruidegom met muzikanten tegen.
Let eens op het prachtige schoeisel, de lila hoeven van het paard, de roomkleurige muiltjes met bies van de bruidegom en de goudkleurige schoenbedekking van de muzikanten.
Vanaf het balkon van het hotel maakte ik deze foto met de mooie golfjes in het verder rustige water.
En dit is de tempel in de avond. Veel lichten.
Volgende keer toch maar een statief meenemen. Nu heb ik te veel foto’s, in de avond maar ook in tempels ed, te vaak met te weinig licht moeten maken.
Kort geleden kocht ik deze reisgids:
Murray’s Hand book India, Burma & Ceylon. A hand book for travellers in India, Burma and Ceylon including all British India, the Portuguese and French possessions, and the Indian States. Twelfth edition with eighty-six maps and plans.
London, John Murray, Albemarle Street.
Calcutta Thacker, Spink, &Co.
1926
Als je op zoek bent naar een goede reisgids voor bijvoorbeeld Suriname of
Indonesie, dan ga je niet eerst een Nederlandse uitgever raadplegen.
Maar voor landen van het Britse koloniale rijk is dat dus anders.
Murray was een literaire uitgeverij.
Schrijvers als Jane Austen, Lord Byron, Walter Scott, Charles Darwin,
Herman Melville, David Livingstone, Sir Arthur Conan Doyle
en vele andere lieten Murray hun boeken uitgeven.
Dit handboek en andere gidsen werden in nauwe samenwerking
met Thomas Cook uitgebracht.
Ook deze advertenties geven aan dat de firma Thomas Cook betrokken was bij deze gids. Een van de familieleden werkte zelfs voor de uitgeverij.
Murray begon met gidsen over gebieden in het Verenigd Koninkrijk
en na zelf reizen te hebben gemaakt buiten Engeland
kwam gidsen over Europa en gebieden zoals India daarbij.
In 1859 verscheen de gids: The Bombay, Madras and Bengal presidencies, 3 volumes.
In 1892 verscheen deze gids als een (1) boek.
Het boek is geschreven en geredigeerd door verschillende auteurs.
Precies zoals de Lonely Planet vandaag de dag.
Titelblad: Murray’s Hand book India, Burma & Ceylon. A hand book for travellers in India, Burma and Ceylon including all British India, the Portuguese and French possessions, and the Indian States. Twelfth edition with eighty-six maps and plans. Murray’s handboek voor India, Birma en Ceylon inclusief heel Brits India, de Portugese en Franse bezittingen en de Indiase staten. Twaalfde editie met 86 kaarten en plattegronden. 1926.
Het boek bevat naast algemene inleidingen en beschrijvingen van religies, klimaat, gewoontes enz, 51 routes waarvan 36 routes voor op het Indiase subcontinent.
De gidsen werden later onderdeel van het bedrijf dat de Blue Guides uitgeeft.
Die algemene inleiding wordt in het boek ‘General hints’ genoemd.
Daar zitten een paar mooie stukjes tussen.
Zoals bijvoorbeeld in het hoofdstukje over Motoring:
The customs duty is 30 per cent. ad valorum: if the car is re-exported within two years, a refund of 7/8ths of the amount deposited is returnable.
De kosten van de douane zijn bij het invoeren van een auto
30% van de waarde.
Exporteer je de auto binnen 2 jaar weer uit India dan kun je
zeven-achtste van het betaalde bedrag terugvragen.
En zo gaan de adviezen maar door voor die toeristen die
hun eigen vervoer meebrengen uit Engeland.
For landing and getting ready for the road, Rs. 100 should be allowed. Bombay is the best place to land for a tour through Northern India, as the roads are good, and arrangements for petrol etc., are easily made.
Om de auto aan land te brengen en gereed te maken om te rijden in Insia
moet rekening worden gehouden met een kost van 100 Roepies.
Bombay is de beste plaats om Noord-India te bezoeken.
De wegen zijn er goed en benzine kan er eenvoudig geregeld worden.
Murray’s Hand book India, Burma & Ceylon: kaart met gemiddelde hoeveelheden regen.
Dan is er een hoofdstuk over Travelling servants, reizende bedienden.
A travelling servant who can speak English is almost indispensable, but should not be engaged except through friends resident in India or on the recommendation of a trustworthy Agent. Such a servant is almost necessary to wait on his master at hotels, where, without him, he may be but poorly served; and will be found very useful in a hundred different ways when travelling by rail or otherwise, and as an interpreter.
Een reizende bediende die Engels spreekt is bijna onmisbaar
maar moet alleen aangenomen worden via vrienden die in India wonen
of op aanraden van een betrouwbare agent.
Zo’n bediende is bijna noodzakelijk om zijn meester te bedienen in hotels,
waar zonder hem, je wel eens slecht bediend kunt worden; en is daarnaast
voor honderd andere dingen heel handig als je met de trein reist
of anderszins, en als vertaler.
Murray’s Hand book India, Burma & Ceylon: Lucknow.
Over hotels wordt het volgende gezegd:
Outside the Presidency towns, the chief hill stations and certain exceptional places, there are hardly any hotels in India really up to the European standard of excellence. At all the chief places fairley large airy rooms will be found in the hotels, but the traveller will hardly be well waited upon unless he brings a servant with him.
Buiten de Engelse koloniale hoofdsteden, de zomerresidenties
en enkele uitzonderlijke plaatsen zijn er in India geen hotels
die werkelijk voldoen aan de hoge Europese standaarden.
In alle grote plaatsen zijn er hotels met ruime kamers die
goed gelucht kunnen worden maar
de reiziger zal bijna nergens correct bediend worden behalve als
je zelf een bediende meeneemt.
Gelukkig is er in 100 jaar veel veranderd.
Murray’s Hand book India, Burma & Ceylon: kaart die aangeeft waar de belangrijkste gewassen overwegend geteeld worden (rijst, graan ed.).
Over het eten staat er bijvoorbeeld:
The traveller will, of course, realise that he must not expect the quality of meat, fowls and eggs to be always up to the standard of a more temperate climate.
De reiziger zal zich natuurlijk dienen te realiseren dat je niet
de kwaliteit van vlees, wild en eieren kunt verwachten
die standaard is in een meer gematigd klimaat.
Murray’s Hand book India, Burma & Ceylon: Varanasi of Benares zoals het genoemd werd.
Heel leerzaam vond ik het hoofdstuk over sport. De tekst gaat er
namelijk automatisch vanuit dat met sport niet zo zeer lichaamsbeweging
wordt bedoeld maar de jacht.
The equipment for these pursuits varies from day to day, and each man must best know his own wants. Firearms are subject to a heavy duty when brought into the country…. Large-game shooting is expensive and takes time; it should not be attempted except in company with a really good shikari and with the assistance of persons of local authority,….Small-game shooting- i.e., wild fowl, hare, etc., with an occasional shot at an antelope- is an easier matter, and will afford excellent sport.
De uitrusting voor deze uitdagingen varieeren van dag tot dag
en iedere man weet het best wat hij wil.
Vuurwapens zijn onderworpen aan hoge douanetarieven wanneer
je die het land invoert.
Jacht op groot wild is duur en kost tijd.
Onderneem geen poging hiertoe berhalve als men in het gezelschap is
van een groot-wildgids en dan met de hulp van lokale autoriteiten.
Jacht op klein wild (bijvoorbeeld gevogelte of haas) met af en toe een schot
op een antiloop, is een eenvoudigere aangelegenheid, en levert
prima sport op.
Murray’s Hand book India, Burma & Ceylon: het overzicht met de routes die in het boek besproken worden.

Even een beetje achtergrond informatie.
Op het eiland in de Narmade-rivier bij Omkareshwar (Mandhata)
ligt een tempel die heet:
Heer van Omkaara of De heer van het Om geluid.
Het Eiland Mandhata en omgeving zou de vorm hebben van het Om-teken:
Dat teken ziet er zo uit:
Als je op Google maps kijkt dan zie je dat het eiland in de rivier
er als volgt uit ziet:
Mandhata met Shri Omkareshwar Jyotirling.
Het eiland is een grote bedevaartstuin.
Volg met plaatsen waar mensen naar toe gaan om te bidden of om zich
in het water te reinigen.
Zoals eerder aangegeven kun je via 2 loopbruggen naar het eiland maar
je kunt ook met de boot en omdat het een eiland is kun je
er ook vast om heen varen, dachten wij.
Dus dat was het plan.
De hangbruggen. Op het kaartje is de plaats waarvan we deze foto maakte dan rechts van de plaats Omkareshwar.
Oversteken, plezier vaart, wassen, zwemmen, drogen. Om maar een paar dingen te noemen die hier op de foto te zien zijn.
Er zijn enorme parkeerplaatsen, nu zo goed als leeg, waar bedevaarders hun auto of bus kunnen laten staan. Blijkbaar is het nu rustig.
Sommige boten zijn in een mindere staat dan anderen.
Een van de grote opstapplaatsen voor de boten aan het vaste land.
Shri Omkareshwar Jyotirling en Omkareshwar Palace.
Het is nog niet druk bij de stalletjes met offers.
De fossiele brandstof ligt nog te drogen.
De grote opstapplaats rechts en op de achtergrond de enorme dam in de Narmada-rivier.
Uiteindelijk bleek de route van de boot ongeveer te gaan zoals hierboven op de kaart aangegeven. Beginnen bij A. Dan om de punt bij B, een versmalling bij C om dan weer bij D de dam in beeld te hebben.
De motor word in gereedheid gebracht.
Met de schipper aan het stuur.
De twee bruggen en de dam vanaf het water.
Eerst gaan we nog een keer langs de grote tempel.
Het water lijkt niet overal even rustig te zijn. Wisten wij veel.
Bijna op de punt (B) aangekomen wordt ons gevraagd de boot uit te gaan en aan land te gaan. De stroming is op dit punt te sterk voor de eenvoudige moter om een boot om die punt te krijgen.
Op de punt is het overigens erg druk met mensen die een bad willen nemen.
Best spectaculair. De boot wordt als het ware om de punt heen getrokken door de schipper en zijn medewerker. Dat is hard werken.
Het ging allemaal erg snel en we waren er niet op voorbereid.
We konden weer in de boot stappen.
De motor vertoont wel wat problemen. Om de stang af te koelen worden er natte doeken om gebonden.
We zijn allemaal weer terug in de boot en varen. De schipper is nog steeds alert.
Het is een soort stilte voor de storm.
Ze houden de boot van de kant af.
De boot gaat weer dicht tegen de kant.
Aan de voorkant is de schipper aan wal gegaan en hij trekt met een touw het schip door het onrustige water. Dit is dus punt C op de kaart.
Terwijl zijn medewerker aan de kant de boot duwt.
We laten hindernis twee achter ons.
Terug in rustig water.
Rust, even geen lawaai, geen mensen. Rustig. Op het water genieten.
In de verte zien we de dam alweer (punt D).
Omkareshwar in de verte.
Terug in Omkareshwar.
Bij aankomst is het druk mat baders.
Omkareshwar is een prachtige plaats waar altijd wat te doen is.