Bara Imambara

Uit een Wikipedia-artikel heb ik een aantal zinnen gehaald die
samen het onderstaande verhaal vormen.
Het artikel is, zoals vaker/bijna altijd, door meerdere mensen
opgesteld en dat is aan de tekst te zien. Daarom.

Nog even een kanttekening:
Als wij al iets van de islam weten dan is dat van Soennitische moslims.
Het Sji-isme is de tweede grote stroming in de islam.
Het Sji-isme komt vooral voor in Iran, Azerbeidzjan, Bahrein en Irak.
In Pakistan, India, Libanon, Jemen, Syrië, Afghanistan en diverse Golfstaten
vormen ze een grote minderheid.
Sji-iten of Shi’a kennen we veel minder.
Dat al alleen maakt de monumenten in Lucknow bijzonder.

Wikipedia:

Bara Imambargha is an imambargha complex in Lucknow, India, built by Asaf-ud-Daula, Nawab of Awadh, in 1784.
It is also called the Asafi Imambara.
An imambara is a shrine built by Shia Muslims of Delhi for the purpose of Azadari.
The Bara Imambara is among the grandest buildings of Lucknow.
The complex also includes the large Asfi mosque, the Bhul-bhulaiya (the labyrinth), and bowli, a step well with running water.
Two imposing gateways lead to the main hall.
The design of the Imambara was obtained through a competitive process.
The winner was a Delhi architect Kifayatullah, who also lies buried in the main hall of the Imambara.
It is another unique aspect of the building that the sponsor and the architect lie buried beside each other.

Nederlandse vertaling/samenvatting:

De Bara Imambargha is een imambargha complex in Lucknow.
De term ‘imambargha’ kende ik niet. Dus even opgezocht.
In het webarchief van een Pakistaanse, Engelstalige krant, Dawn,
vond ik het volgende artikel:

Imambargah or mosque?
 
WHENEVER a place of Shia Muslim worship is assaulted, it is mentioned in the headlines as ‘Imambargah’.
Imambargahs and mosques are two different places in Shia Islam. A mosque is used for Namaz, whereas Imambargah is for preaching Islam and its main purpose is to keep the purity of the mosque retained by restricting entry by women and small children.
On the other hand, everyone (men or women) can go to Imambargah.

Nederlandse samenvatting artikel:

Als er een aanslag plaatsvind op een plaats van gebed voor Shi’a Moslims
wordt in de koppen vaak gesproken van een ‘Imambargah’.
Een Imambargah en een Moskee zijn twee verschillende type gebouwen in de Shi’a Islam.
Een moskee wordt gebruikt voor Namaz (de dagelijkse gebeden).
Een Imambargah is een gebouw waar de Islam wordt verkondigd en het belamgrijkste doel
is om de moskee puur te houden door vrouwen en kinderen in de moskee niet toe te laten.
De Imambargah is voor iedereen (man en vrouw) toegankelijk.

Vervolg Nederlandse vertaling/samenvatting:

De Bara Imambara is gebouwd door Asaf-ud-Daula, de Nawab van Awadh, in 1784.

Nog wat achtergrondinformatie over deze man:

Asaf-ud-Daula (Faizabad, 23 september 1748 – Lucknow, 21 september 1797) was nawab van Avadh, een staat in het noorden van Voor-Indië, van 1775 tot zijn dood in 1797.
Hij was de opvolger van zijn vader Shuja-ud-Daula en werd zelf opgevolgd door zijn adoptiezoon Wazir Ali Khan.
In tegenstelling tot zijn vader was Asaf-ud-Daula weinig geïnteresseerd in politiek.
Hij verplaatste zijn hoofdstad van Faizabad naar Lucknow.
In de laatste stad liet hij vele moskeeën, paleizen en parken aanleggen, en aan zijn hof verbleven kunstenaars die een eigen stijl ontwikkelden, typisch voor Avadh.

De imambara is een heiligdom gebouwd door de Shi’a moslims van Delhi
om te rouwen (Azadari).
Azadari is een jaarlijks terugkerend ritueel aan het begin van het jaar.
De Bara Imambara is een van de grootste gebouwen van Lucknow.

Het complex bevat daarnaast de Asfi-moskee, Bhul-bhulaiya (een soort labyrint,
maar als wij ons een labyrint voorstellen
is het vaak in een tuin bijvoorbeeld.
In Lucknow gaat het om een paar etages boven de ruimtes van de Bara Imambara,
met veel gangen en een uitzicht vanaf het dak) en een step-well met de naam Bowli.
Het ontwerp van de Bara Imambara was het resultaat van een wedstrijd.
De winnaar van de wedstrijd was de architect Kifayatullah, afkomstig uit Delhi.
Kifayatullah ligt begraven in het complex net als de opdrachtgever Asaf-ud-Daula.

Nu de foto’s.

DSC_8978LucknowToegangsgebouwBijBaraImambara

Het gebied waar de Bara Imambara ligt is een onoverzichtelijk gebied. Veel monumenten, poorten, veel verkeer. Dit is een van de poortgebouwen die we later zullen gebruiken.


DSC_8978LucknowToegangsgebouwBijBaraImambaraDetailVanHetSierlijkeGebouw

De afbeeldingen van vissen zien we vaker vandaag.


DSC_8979LucknowBaraImambaraAsafiMoskee

Dit is de Asfi-moskee die naast de Bara Imambara ligt. De Bara Imambara wordt gevormd door een paar heel grote ruimtes die de benedenverdieping vormen van een gebouw met meerdere verdiepingen. Het bovendeel heet Bhool Bhulaiya en wordt omschreven als een labyrint.


DSC_8980LucknowSecondGatewayBaraImambara

Een van de toegangspoorten naar de Bara Imambara.


DSC_8981LucknowTweedeToegangspoortNaarBaraImambaraComplex

Door de grote hekken zie je die toegangspoort.


DSC_8990LucknowBaraImambaraIsEnormGroot

Links de Bara Imambara en rechts de Asfi-moskee.


DSC_8991LucknowBaraImambara

Het dak van het gebouw waar de Bara Imambara zich in bevindt.


DSC_8992LucknowBaraImambaraToSpreadFilthIsTheNatureIfAnimalWeAreHuman

Zo’n tekst zul je in West-Europa niet gauw zien: To spread filth is the nature of animal, we are human. Vuil verspreiden is de natuur van dieren, wij zijn mensen.


DSC_8993LucknowBaraImambara

Lucknow, Bara Imambara, Asfi-moskee.


DSC_8995LucknowBaraImambara

Een van de Bara Imambara-ruimtes.


DSC_8996LucknowBaraImambara


DSC_8997LucknowBaraImambaraHetHeiligdom

Een tweede ruimte van de Bara Imambara met het heiligdom.


DSC_8998LucknowBaraImambaraKleinEnHoogBalkonnetjeInHetGebouw

Een klein balkonnetje hoog tegen de muur.


DSC_8999LucknowBaraImambaraPlafond

Versiering van het plafond.


DSC_9003LucknowBaraImambara

De ruimtes zijn bijna helemaal leeg. De voorwerpen die er staan zeggen me niet zoveel.


DSC_9006LucknowBaraImambaraHetHeiligdom

De plaats waar p[drachtgever en architect begraven liggen.


DSC_9007BaraImambaraVooralLeegGebouwMaarEenPaarVoorwerpenZoalsDezeMiniMoskee

Soort miniatuur moskee.


DSC_9008LucknowBaraImambara


DSC_9009LucknowBaraImambara


DSC_9021LinksDeBaraImambaraRechtsDeAsafiMoskee

Links de Bara Imambara en rechts de Asfi-moskee.


DSC_9025LucknowBaraimambaraEenVanDeToegangspoorten

Het is een enorme oppervlakte.


DSC_9027LucknowBaraImambaraThisIsAHistoricalAndReligiousBuildingPleaseDon'tSpit

This is a historical and religious building. Please don’t spit. Dit is een historisch en religieus gebouw. Alstublieft niet spugen.


DSC_9047LucknowBaraImambaraOpWegNaarDeUitgang

Onderweg naar de uitgang.


DSC_9051LucknowBaraImambaraVersieringToegangspoort

Daar zijn de vissen weer. Deze keer op de toegangspoort tot het complex.


Verslag van een reis door Noord India

In 1823, op 16 juni om precies te zijn,
vertrok Reginald Heber met vrouw en kind vanuit Engeland
naar Calcutta (Kolkata).
Hij was aangesteld als Anglicaans bisschop voor Calcutta.
Dat bisdom omvatte het grootste deel van India, Ceylon,
Australie en delen van zuidelijk Afrika.
Er was dus wel iemand nodig die bereid was om te reizen.

Na zijn dood op 3 april 1826, gaf zijn vrouw,
in drie delen, zijn reisverslag en een deel van zijn correspondentie uit.
De eerste ditie is uit 1827.
Ik kocht onlangs een herdruk uit 1985.

 photo DSC_7691ReginaldHeberNarrativeOfAJourneyThroughTheUpperProvincesOfIndiaVolumeIFirstPublished1827Reprint1985PublishedInIndiaByBRPublishingCorporationDelhi.jpg

Reginald Heber, Narrative of a journey through the upper provinces of India, Volume I, first published 1827, reprint 1985, published in India by BR Publishing Corporation in Delhi.


Het deel dat ik nu lees is de introductie die gaat
over de vier maanden (!) lange bootreis van Engeland
naar India.

In het boek leren we ook zijn gezin kennen. Op dat moment heeft hij 1 dochter.
De inleiding beschrijft de praktijk op schepen, om brieven mee te geven
aan tegemoet komende Engelse schepen, met het verzoek de brieven te posten
als de boot in Engeland aankomt.
Om brieven en andere goederen uit te wisselen werd er een sloep
van de ene naar de andere boot gestuurd.
Op een keer gaat Heber met die sloep mee en dan schrijft hij bijvoorbeeld:

On returning to the Grenville I saw my little girl at one of the cabin windows, who shewed great delight in recognizing me.
She had been much distressed at seeing me go off in the boat, and twice began crying.
All this, which, I trust, may be considered as indications both of intelligence and affection, interests me so much that I cannot help writing it down, in the hope that I may read it with increased interest and pleasure one day when her matured good qualities may fulfill the present hopes of her parents, and give those parents a daily increasing motive for gratitude to Him who has lent her to them.
Dear little thing!
I did not suppose, before I possessed her, how closely a child of her age can entwine itself round the heart.

Reginald Heber, pagina XLVIII.

Nederlandse samenvatting:
Terwijl we terug varen naar de Grenville (de boot) zie ik mijn kleine meid
door een van de raampjes van de hut.
Bij mijn vertrek was ze zeer ongerust en moest tot twee keer huilen.
Ik ga er van uit dat dit tekenen van intelligentie en genegenheid zijn.
Het hield me zo bezig dat ik het op moest schrijven zodat ik later
met nog meer interesse en plezier, dit nog eens mag lezen,
om mij en mijn vrouw extra dankbaar voor God te maken.
Ik had me nooit gerealiseerd, voordat ik haar kreeg,
hoe een dergelijk klein kind, je hart kan omwikkelen.

Heber probeert Hindoestaans te leren uit een boek en oefent
door het maken van vertalingen.
In zijn boek (Gilchrist’s Hindoostanee Guide) staat een
vertaling maar Heber vindt dat hij dat beter kan.
Dit is zijn poging:

Sonnet by the late Nawab of Oude
Asuf Ud Dowla (Asaf-ud-Daula)

In those eyes the tears that glisten as in pity for my pain,
Are they gems, or only dew-drops? can they, will they long remain?

Why thy strength of tyrant beauty thus, with seeming ruth, restrain?
Better breathe my last before thee, than in lingering grief remain!

To yon Planet, Fate has given every month to wax and wane;
And—thy world of blushing brightness—can it, will it, long remain?

Health and youth in balmy moisture on thy cheek their seat maintain;
But—the dew that steeps the rose-bud—can it, will it long remain?

Asuf! why, in mournful numbers, of thine absence thus complain,
Chance had joined us, chance has parted!—nought on earth can long remain.

In the world, may’st thou, beloved! live exempt from grief and pain!
On my lips the breath is fleeting, can it, will it long remain?

Reginald Heber, pagina XLIX

Ik waag me niet aan een vertaling.