Aan het lezen: Johan de Witt en Engeland (en de Speelhuislaan)

Geen saai geschiedenisboek maar een boek dat laat
zien hoe je van oude brieven geschiedenis kunt maken.

Even wat achtergrondinformatie over Johan de Witt:

Johan de Witt werd geboren op 24 september 1625 te Dordrecht als zoon van Jacob de Witt en Anna van den Corput en broer van Cornelis de Witt. Johan ging eerst naar de Latijnse school in Dordrecht, studeerde rechten in Leiden en promoveerde in Frankrijk. Hij vestigde zich in 1647 als advocaat in Den Haag, werd in 1650 pensionaris van Dordrecht en in 1653 raadpensionaris van Holland. Als raadpensionaris was hij de hoogste ambtenaar van het gewest Holland, voorzitter van de Hollandse Staten en lid van de Hollandse afvaardiging in de Staten-Generaal waar hij optrad als woordvoerder. Johan de Witt was verantwoordelijk voor zowel het binnenlandse als buitenlandse beleid en was zo bijna twintig jaar lang een van de meest invloedrijke figuren in de Republiek. Johan trouwde met Wendela Bicker (1635-1668) en kreeg in totaal acht kinderen waarvan er drie jong stierven.

Deze informatie is afkomstig van de website van het Huygens ING.

Johan de Witt schreef en ontving als raadpensionaris bijzonder veel brieven. Zijn briefwisseling is hierdoor zeer veelzijdig en bestaat onder meer uit brieven van belangrijke staatslieden, buitenlandse ambtsdragers, legeraanvoerders, wetenschappers, kunstenaars, familieleden en talloze verzoeken om een recommandatie.Verreweg de meeste brieven zijn geschreven in de periode 1653-1672, terwijl een kleiner deel uit de periode vóór 1653 dateert. Na zijn dood is zijn persoonlijk archief overgedragen aan de staat en wordt nu bewaard op het Nationaal Archief: inventaris Raadpensionaris De Witt, 3.01.17.

SamenstellingInekeHuysmanRoosjePeetersTekeningenJeanMarcVanTolJohanDeWittEnEngeland

Voor de ontsluiting van de brieven van De Witt heeft Huygens ING samenwerking gezocht met het Nationaal Archief en Early Modern Letters Online – EMLO – een project van Cultures of Knowledge, onderdeel van Oxford University en de Bodleian Library. Een team van vrijwilligers, gastonderzoekers en stagiaires ontsluit de brieven op gegevens als verzender, ontvanger, datum, plaats van verzending en ontvangst, taal en archiefgegevens. Ook zijn er bij iedere brief links aangebracht naar een digitale afbeelding en naar gedigitaliseerde edities. Vanaf 14 maart 2019 zullen de eerste zevenduizend veelal diplomatieke brieven online raadpleegbaar zijn.

Ter gelegenheid van de ontsluiting van al die brieven is er ook
een boek verschenen dat ik aan het lezen ben.
‘Lezen’ is misschien niet helemaal de juiste term.
Je leest, kijkt en verwondert je.
Al die mensen die De Witt brieven schreven.
Al die onderwerpen.
Al die ingewikkelde handschriften.

Het boek bevat een serie van 20 voorbeelden (we noemen dat dan een bloemlezing)
die samengesteld is door Ineke Huysman en Roosje Peeters.
Het geheel is voorzien van tekeningen gemaakt door Jean-Marc van Tol (een
van de makers van Fokke en Sukke).

Voor deze blogpost bladerde ik meteen naar ‘De Vrede van Breda’.
Een brief van een onbekende schrijver aan Johan de Witt van 24 mei 1667.
Het is een soort ooggetuigenverslag van het begin van de vredesonderhandelingen.
Een klein stukje uit de hertaling, de brief ‘vertaald’ naar hedendaags Nederlands:

Na ruim een week incognito in de stad te hebben verbleven, zijn de Engelse ambassadeurs vanmiddag om 12 uur eindelijk vanuit het Speelhuis, waar ze vanmorgen heen zijn gegaan, officieel de stad binnengekomen.
Enkele ruiters haalden het gezelschap op en bij de tweede brug werden zij verwelkomd door de heer Hauterive.
Zij verlieten de koets voor een korte begroeting, waarna de heer Hollis zei: ‘Er is geen tijd om hier lang te blijven staan.’
Hij verzocht de heer Hauterive ook plaats te nemen in de koets, wat deze deed na de twee ambassadeurs.
Daarna namen ook de andere edelen plaats in de koets.

 

Het was een entree zo voornaam als men zich maar kan voorstellen. Vooraan reden twee heren in livrei op mooie paarden, gevold door acht pages te paard in blauw livrei dat rijkelijk met zilver was afgezet. Zowel hun kleding als rokken waren zo rijk omzoomd, dat moeilijk te zien was waar de stof in het borduursel overging. Toen volgden trompetters……

Lees de rest zelf in dit vermakelijke boek.
De afbeelding van de brief waarvan ik in deze blogpost een stukje opnam
kun je hier vinden.

Shakespeare sonnet 55

Vorige week liet ik al wat weten over de actie om
in dit Shakespeare jaar alle sonnetten door handdrukkers
gedrukt te krijgen.
Zo roept de Bodleian Library drukkers op om mee te werken.
Dit wereldwijde initiatief heeft ook in de Benelux volgers.
Deze week kreeg ik een nog beter beeld van wat
het Benelux eindresultaat gaat worden.

Over de 154 sonnetten (die in 6 punts letters gezet zijn= heel klein)
wordt met een groter lettertype en
in een andere kleur sonnet 55 geprint.
In hedendaags Nederlands is dit de tekst van sonnet 55:

Noch marmer, noch vergulde monumenten van prinsen
Zullen dit machtig rijm overleven;
Maar jou doe ik meer eer in dit gedicht
Dan een door tijd verweerde steen.
Als beelden vernietigd door de oorlog zijn
En twisten bouwsels hebben gesloopt
Brandt zelfs ’t zwaard van Mars of oorlogsvuur
Geen herinnering aan jou weg
De dood trotserend en alles uitroeiende vijandigheid
Zal jij verder leven, geprezen
In de ogen van hen die na je komen
Tot de Dag des Oordeels

Tot je zelf weer zal verrijzen
Zal je door dit gedicht in minnaarsogen verder leven.

Natuurlijk heb ik de eerste pre-view op foto vastgelegd:

 photo WP_20160706_002Sonnet55.jpg

Sonnet 55, hier nog op een apart vel papier, ligt over de 154 sonnetten in heel fijne druk.