Schuberts Winterreise (4)

Als je mijn blog een beetje volgt dan weet je dat ik behoorlijk
wat interesse heb voor typografie en taal of teksten in kunst.
In het boek Schuberts Winterreise komt een prachtig voorbeeld
aan de orde van typografische poëzie:

 photo WP_20160612_003EECummingsLonelinessAleafFalls.jpg

E. E. Cummings, Loneliness – A leaf falls.


Na al die uitvoerige uitweidingen kwam ik in de verleiding om het bij dit ene tegengedicht te laten: het is van de hand van E.E. Cummings, en een meesterlijk voorbeeld van typografische poëzie.
Het woord ‘loneliness’ wordt in tweeën gedeeld door de mededeling ‘a leaf falls’.
De letters vallen naar beneden over de pagina.
En ‘loneliness’ wordt 1, het getal een, en oneliness, 1-liness, iets wat Cummings naar voren haalt door te zorgen dat de L van ‘oneliness’ zijn eigen regel onder ‘one’ heeft.
Enzovoort.
Je kunt hier ook ‘a’ en ‘le’ zien staan, Engelse en Franse enkelvoudige lidwoorden, bepaald en onbepaald, en ‘soli’ uit het Latijn.
En dat alles met maar vier woorden.

Hier wordt nog even een heel interessant proces in de natuur beschreven.
De toelichtingen van Bostridge gaan werkelijk alle kanten op
maar zijn steeds weer super interessant:

Naschrift.

Los van de toevalsaspecten is er een wetenschappelijke verklaring voor het feit dat bladeren van bomen vallen, ook al is het moment waarop dat gebeurt niet exact te voorspellen.
Bladverliezende bomen gebruiken hun groene, chlorofyl bevattende bladeren in de zomer om met behulp van zonlicht de fotosynthese tot stand te brengen die de basis vormt van hun stofwisseling.
In het najaar wordt het chlorofyl geresorbeerd en worden de bladeren geel of zelfs rood, omdat ze stoffen produceren die insecten moeten weren.
Aan de voet van het blad bevindt zich de zogeheten abscissiezone, die cellen bevat die in de loop van het najaar uitzetten, waardoor de toevoer van voedingsstoffen van de boom naar het blad wordt geblokkeerd.
Er ontstaan een scheurvlak, en uiteindelijk valt het blad af of wordt het losgerukt door de wind.
Om de wond vormt zich dan een beschermend laagje dat het verdampen van water en aantasting door insecten voorkomt.
Pas de afgelopen tien jaar hebben wetenschappers een begin gemaakt met het blootleggen van de complexe genetische processen die ten grondslag liggen aan het afvallen van bladeren.

Schuberts Winterreise, pagina 383.

Nog een laatste voorbeeld van de sterke stukken in dit boek.

Naspel

Het is ongetwijfeld waar dat er geen duidelijke en normatieve relatie bestaat tussen het leven en de kunst en vice versa.
Scherp gesteld: Schubert schreef vrolijke muziek wanneer hij somber was en sombere muziek wanneer hij vrolijk was.
Maar de relatie tussen artistieke expressie en doorgemaakte ervaringen is over een grotere tijdspanne wel degelijk relevant.
Daarbij gaat het niet gewoon om de stemming van het moment; het omvat ook kwesties die met karakter of aanleg te maken hebben, dan wel met intellectuele vooronderstellingen.
Kunst wordt geschapen in een historische context, door levende, voelende, denkende mensen.
We kunnen die kunst niet begrijpen zonder ons te verdiepen in haar connecties met en haar grondslagen in de wereld van emoties, ideologieën of praktische beperkingen.
Kunst ontstaat uit de botsing tussen het leven en de vorm.
Ze bestaat niet in een of ander soort geïdealiseerd vacuüm.
Alleen door het persoonlijke en het publieke te onderzoeken, in de breedste zin (en dit geldt speciaal voor romantische kunst) kunnen we de formelere aspecten op de juiste manier duiden.

Schuberts Winterreise, pagina 505.

Schuberts Winterreise (3)

Een meesterwerk ontleed
Ian Bostridge

Om een indruk te geven van de uiteenlopende onderwerpen en gedachten
die in het boek passeren een paar voorbeelden:

Echt mooi vind ik Winterreise nog niet. Dat meldde ik al eerder.
Maar het boek fascineert me. Dat bracht me tot het volgende
op pagina 322:

Met dit boek laat Ian Bostridge zien wat Winterreise
voor hem betekent.
Op deze manier kan iemand die niet of weinig van
de klassieke liederen-traditie begrijpt of heeft meegekregen,
toch begrijpen wat een dergelijk werk kan betekenen.

Op pagina 323 geeft Bostridge nog een mooi voorbeeld hoe
een klein verschil in een uitvoering toch een belangrijk verschil
kan maken in het stuk en in de manier waarop
de uitvoerders en luisteraars het kunnen beleven:

Vroeger liet ik ‘Die Post’ (Argusvlinder: deel 13 van de cyclus) altijd voorafgaan door een flinke pauze, als verwijzing naar die tweedelige editie, om mezelf en het publiek een ogenblik van bezinning te gunnen en (zo nodig) zelf een slokje water te nemen.
Gaandeweg ben ik dat steeds meer een te nadrukkelijke onderbreking gaan vinden: de opbeurende stemming van ‘Die Post’ – waarmee we een nieuwe, onwerkelijker muzikale wereld betreden – werkt veel beter als ze niet te ver gescheiden is van wat eraan vooraf is gegaan.
Maar de keus blijft natuurlijk altijd open.

Hoe diepgaand je kunt stilstaan bij enkele woorden
in het lied, blijkt wel uit het volgende.
Het woord ‘Posthorn’ komt 1 maal voor in de 4 strofes
van deel 13:

 photo WP_20160610_002IanBostridgeWinterreiseDiePost.jpg

Ian Bostridge, Schuberts Winterreise – Een meesterwerk ontleed, pagina 316.


Veel verhalen over hoorns dus, die in elk geval duidelijk maken dat wanneer we ze in Winterreise horen, er net als bij ‘Der Lindenbaum’ een hoop culturele bagage aan vastzit.
De hoorn is ten diepste verbonden met de Duitse romantische cultuur, en omdat het kunstlied, dat zijn ontstaan praktisch aan Schubert te danken heeft, de plek is waar romantische muziek en romantische poezie elkaar ontmoeten, heeft het optreden van de hoorn een speciale betekenis.

Maar het roept ook een geïdealiseerd verleden op, waarin de Waldhorn, de ventielloze jachthoorn, klinkt vanuit de diepten van de eeuwenoude Duitse wouden, de bakermat van de Duitse mythe, de Duitse waarden en je zou haast zeggen het Duits nationaal bewustzijn.
Voeg daarbij nog alle connotaties van verzet tegen Romeinse soldaten en de open plek in het woud als inspiratiebron van de gotische architectuur, solide Duitse bomen, in steen gehouwen, als vervanging voor de marmeren zuilen van de overheersers en de hang naar het rationele van de klassieke architectuur.

Schuberts Winterreise, pagina 331.

Ik maak melding van de volgende namen omdat ik onlangs een verhaal las
met twee woeste bloedhonden. Die honden heten ‘Bitter’ en ‘Zuur’.

Er zijn twee mythen over raven of kraaien die iets meer te maken hebben met Winterreise. Odin heeft twee van zulke vogels, Huginn en Muninn, die op zijn schouders zaten en naar heinde en verre vlogen om nieuws te verzamelen voor de vader van de goden. Hun namen betekenen ‘geheugen’ en ‘gedachte’.

Schuberts Winterreise, pagina 368.