Boekenavontuur: De Sterrenbeelden van de Aratea (Deel 1)

Vandaag weer een boekenavontuur.
Terwijl ik lees in ‘Schatten op schrift’, een boek over
50 topstukken uit de collectie van de Leidse Universiteit,
maak ik kennis met een boek dat de ‘Aratea’ wordt genoemd.

Nou ja, indirecte kennismaking.
Ik heb het niet in de hand gehad of gezien
op een tentoonstelling. Ik zie foto’s in het boek en bekijk
aanvullende gedigitaliseerde afbeeldingen online.

Het is een manuscript, handgeschreven dus.
De tekst is een Latijnse vertaling van een Griekse bron,
gemaakt door Germanicus en aangevuld door Avienus.

Germanicus is Germanicus Julius Caesar (24 May 15 BC – 10 October AD 19),
Romeins generaal en politicus. Maar hij schreef ook deze vertaling.

Postumius Rufius Festus Avienius was een schrijver in het Latijn
die in de 4e eeuw woonde in het deel van Italië dat
we vandaag aanduiden met Toscane en Umbrië.
Hij maakte een vertaling van de Phaenomena (een Grieks gedicht)
in het Latijn. De Phaenomena beschrijft in dichtvorm
de sterrenhemel.
Het oorspronkelijke gedicht is van Aratus (ca. 315/310 – 240 v.Chr.).
Ik geef een beknopte samenvatting en vereenvoudig sommige delen.
Het werk van Aratus gaat weer terug op nog oudere werken.

De Leidse Aratea is gemaakt rond 816 in Lotharingen (een
streek in Frankrijk ten zuiden van België en Luxemburg; en
ten westen van Duitsland).

Het boek is klein 22,5 bij 20 centimeter. Het bestaat uit
99 bladen. Er ontbreken 4 bladen.
In het boek staan 38 miniaturen van sterrenbeelden en
een planetarium (een afbeelding van ons planetenstelsel
en hun banen). Naar het planetarium heb ik nog nauwelijks
gekeken. De staat lijkt minder goed en enige basiskennis
van astronomie is waarschijnlijk nodig
om het goed te interpreteren.”

In 1989 is het opnieuw ingebonden door Lucie Gimbrére, een
Benedictines uit Oosterhout, in Noord-Brabant.

Sinds 816 is het boek door veel handen gegaan.
Ongelooflijk genoeg is het zelfs een tijd in bezit geweest
van Hugo de Groot (Hugo Grotius).
Dezelfde schrijver wiens tekst centraal staat in het exemplaar
van ‘Denken over oorlog en vrede’ dat ik probeer te gaan inbinden.

Het boek staat bekend onder de shelfmark (het nummer op de plank in
de boekenkast) VLQ 79. Waarschijnlijk staat dit voor ‘Vossius Leiden
Quatro 79’.
De universiteit kocht in 1690 de Bibliotheca Vossiana (de bibliotheek
van de geleerde Vossius). Leiden is waar Vossius woonde en werkte en
quatro is de maat van het boek (folio= groot, quatro of octavo).
79 is dan boek 79 in de verzameling.
Stel ik me zo voor.

Gisteren zag ik het sterrenbeeld Waterman, wat me deed afvragen
hoeveel sterrenbeelden er eigenlijk zijn.
Dat zijn er dus 12:

Ram                21 maart – 19 april
Stier               20 april – 20 mei
Tweelingen    21 mei – 20 juni
Kreeft             21 juni – 22 juli
Leeuw            23 juli – 22 augustus
Maagd           23 augustus – 22 september
Weegschaal  23 september – 22 oktober
Schorpioen    23 oktober – 21 november
Boogschutter 22 november – 21 december
Steenbok       22 december – 19 januari
Waterman     20 januari – 18 februari
Vissen          19 februari – 20 maart

Zo ontstond het idee een blog te schrijven over de miniaturen van
de Aratea die de ‘moderne’ dierenriem vormen.

Dus, hoeveel van de 39 miniaturen komen overeen met de dierenriem:
Dat is dan de volgende lijst:
# Sterrenbeeld Bladaanduiding (VLQ 79)
1 Ram             34v
2 Stier             24v
3 Tweelingen  16v
4 Kreeft          18v
5 Leeuw          20v
6 Maagd         Niet expliciet vermeld
7 Weegschaal Niet expliciet vermeld
8 Schorpioen   10v
9 Boogschutter 52v
10 Steenbok     50v
11 Waterman    48v
12 Vissen          38v

Tien afbeeldingen.
Die tien afbeeldingen laat ik hieronder zien.
WWat me opviel, is dat alle illustraties zich bevinden op pagina’s
die als ‘verso’ (voorkant) worden aangeduid. Dat is overigens waar voor alle
illustraties in het boek en dat roept de vraag bij mij op: waarom?
Daar heb ik nog even geen antwoord op.

De serie afbeeldingen ga ik combineren met feitjes en weetjes die
ik in dit avontuur tegen kwam.
Maar dat wordt bij elkaar wel een lang bericht voor mijn blog.
Ik stel voor dat ik daar morgen, in deel 2, mee verder ga.

Phaenomena of Aratus

Dit is waarschijnlijk de meest verkeerde titel die je
maar kunt geven aan een bericht.
Maar ik ben weer wat verder in ‘Schatten op schrift’
en daar kwam een prachtige afbeelding langs van
een sterrenbeeld. Namelijk van waterman of aquarius.

Aan de hand van die plaat werden war schrijfgewoontes
besproken van middeleeuwers.
Als je daar de details van wilt weten verwijs ik graag
naar het boek geschreven door André Bouwman en Irene O’Daly.

Dit is het deel van het boek waar ik het over heb:

PhaenomenaOfAratusArateaVLQ79f48v-49rCa812-840GermanRegionsNothWesternPartAachen

Phaenomena of Aratus is de persoon van wie de originele bevindingen zijn die aanleiding gaven om later dit boek maken. Het boek heet nu de Aratea (VLQ 79, f48v – 49r), circa 812 – 840, German regions, noth-western part, Aachen.


De waterman heeft een kruik op zijn schouder en laat water
uit de kruik lopen en in dat water zijn sterren zichtbaar.
Een prachtig beeld.

ArateaVLQ79f48v-49rCa812-840GermanRegionsNothWesternPartAachenAquariusWatermanArateaVLQ79f48v-49rCa812-840GermanRegionsNothWesternPartAachenAquariusWatermanDetail

Er zijn afbeeldingen van de boeken te down loaden met een redelijke resolutie. Anders kon je de sterrenregen niet zo mooi zien.


Digitale boekcollecties: moeiteloos zoeken? Mooi niet!

Onlangs kocht ik een prachtig boek: Schatten op schrift.
Geschreven door André Bouwman en Irene O’Daly.

IMG_7011AndréBouwmanIreneO'DalySchattenOpSchriftIMG_7012AndréBouwmanIreneO'DalySchattenOpSchrift

Ik was ik bezig een soort van inleiding op het boek te lezen.
Het heet ‘Vensters op het verleden’ en is geschreven door Irene O’Daly.
Heel leesbaar. Ook voor een leek.
Het geeft een goed overzicht van hoek boeken tot stand kwamen,
door de geschiedenis van West Europa. Helder en begrijpelijk
geschreven. Dat is niet vaak het geval als het over
Middeleeuwse boeken gaat.

De afbeelding op de boekband is prachtig. Let eens op de ene been
dat een klein beetje naar links uitsteekt. Afkomstig uit het psalter
van Lodewijk de Heilige, BPL 76 a, fol. 30v-31r: initiaal B.

Psalter01LodewijkDeHeiligeBP76AFol30v-31rInitiaalBPsalter02LodewijkDeHeiligeBP76AFol30v-31rInitiaalB

Ik ben benieuwd wat het verhaal is achter dit ‘buitenbeentje’.


Ik werd steeds enthousiaster bij het idee van een werk dat
50 middeleeuwse boeken beschrijft met als achtervang,
de digitale collectie waar je de boeken nog eens goed kunt zien.
Geweldig!

Maar wat is dan de website waar ik dat kan zien.
Frits van Oostrum schrijft er over in zijn inleiding:

‘En voor wie dit alles smaakt naar meer: een website waar men alle 50 boeken compleet gedigitaliseerd vindt, 24/7 te doorbladeren via het beeldscherm.’

Wat Van Oostrum schrijft is precies wat ik wil.
Ik ben nu vooral geïnteresseerd in die intrigerende illustratie
die blijkbaar als katernsignatuur wordt gebruikt.
De afbeelding staat op pagina 19 rechtsonder.

IMG_7013AndréBouwmanIreneO'DalySchattenOpSchriftPag19

Websites als Hebban en BoekenOverBoeken bespreken
‘Schatten op schrift’, maar noemen de website niet.
Ze komen niet verder dan een advertentietekst
(een quote van Van Oostrum en van de website
van uitgeverij Lannoo).

Op de laatste pagina staat het colofon.
Daar staat ook de website:
https://digitalcollections.universiteitleiden.nl/

UniLeidenDigitaleCollecties

Helaas is de website niet erg intuïtief: de naam van
een pagina zoals in het boek vermeldt staat helpt
niet echt als je die pagina wilt vinden.

Als je zoekt op ‘SCA 40’ vind je 100 resultaten.
Het eerste resultaat is SCA 7, misschien zitten we op
de goede weg.
Dan volgen SCA 54, 26, 18, snapt u het nog?
SCA 36, 14, 15, 48, 1, 12, 74, 28, ik stop ermee
ze op te noemen.
Na de eerste 40 resultaten veranderen de ‘Shelfmarks’,
zeg maar de boeknummers naar onder andere BPL-nummers.

De letters SCA staan waarschijnlijk voor ‘Scaliger’, dus
heb ik gezocht naar de Scaliger collectie.

ScaligerCollection

Dat begint hoopvol met de ‘Collection Overview’ maar
Collection Inventory en Container Inventory zijn niet
toegankelijk.

Terug naar de vorige website.
ls je zoekt op ‘sca 40 fol 10v’ (het boek met de
afbeelding van de katernsignatuur) vind je
1653 resultaten maar de eerste is correct:

UniLeidenDigitaleCollectiesMortRichardII

Het is de pagina in het boek met aanduiding
f(olio)010v(erso)-011r(ecto).
Dus de voorzijde van blad 10 dat zich naast de
achterzijde van blad 11 bevindt.
Dat er twee bladen te zien zijn duidt op einde
katern.

ChroniqueDeLaTraisonEtMortDeRichartIIRoyd'Engleterre01SCA40f010v-011r

Chronique de la traison et mort de Richart II, Roy d’Engleterre, SCA 40, f010v – 011r, 15th century.

ChroniqueDeLaTraisonEtMortDeRichartIIRoyd'Engleterre02SCA40f010v

F010v.

ChroniqueDeLaTraisonEtMortDeRichartIIRoyd'Engleterre03SCA40f010vTekeningGrant

‘grant’ is de tekst geschreven in dit opvallend lenige mannetje.

ChroniqueDeLaTraisonEtMortDeRichartIIRoyd'Engleterre04SCA40f011rGrant

‘grant’ als eerste woord op het volgende katern.


Echter als je zoekt naar de afbeelding die op de
voorzijde van het boek wordt gebruikt ‘BPL 76 a, fol. 30v-31r’
vind je 136 resultaten.
Als je zoekt naar ‘BPL 76 a’ (naam in het boek) vind je
289 resultaten
Als je zoekt naar ‘BPL 76 A’ (naam in Digital Collections)
vind je nog steeds 289 resultaten.

Gelukkig verschijnt het boek dat je zoekt bij de beide
laatste 2 zoekopdrachten als nummer twee van de resultaten.
Let wel, in ‘Schatten op schrift’ heet het
‘psalter van Lodewijk de Heilige’ in de digitale
collectie ‘Saint Louis Psalter’.

Dat laatste is mogelijk de beste naam, aangezien
het boek oorspronkelijk werd gemaakt voor
Geoffrey Plantagenet.
Deze Plantagenet was aartsbisschop van York (UK) en
het boek kwam na zijn dood in Frankrijk terecht
waar het een hele lange tijd bleef en werd gebruikt.

Kortom, dat zoeken en kunnen bekijken van oude boeken
in de digitale collecties, is niet zo eenvoudig.
De website van Leiden is duidelijk gemaakt voor de studenten.
Die krijgen vast eerst een cursus: ‘Hoe gebruik ik
de zoekmachine’ of er is voor hen een andere toegang.
Voor leken is de website een hulpmiddel met
hindernissen. Overigens is dat bij andere collecties
vaak ook het geval, is mijn ervaring.
Het is geen stimulerend hulpmiddel, eerder een reden
om niet verder te zoeken.

Voor nu heeft het weer veel tijd gekost.
Het psalter is een van de 50 besproken boeken.
Het boek met de katernsignatuur is dat niet eens.
Dus verder onderzoek zal veel tijd kosten die verloren
gaat aan het hulpmiddel, niet aan de inhoud.

Komend weekend nog eens voor gaan zitten.

Denken over oorlog en vrede

Er verschijnt een serie berichten op mijn blog over
het inbinden van het boek ‘Denken over oorlog en vrede’.
Het is een tekst (Iure belli ac pacis) geschreven door
Hugo de Groot die is en nog wordt verspreid door de
Stichting Handboekbinden. Deze versie bestaat uit losse
katernen. Ik ga er een spitselband van maken maar
dat is voor mij een nieuwe werkwijze.
De spitselband is een bindwijze die in de 16e eeuw
is ontwikkeld in Nederland en ook in de 17e eeuw
heel vaak gebruikt werd.
Omdat ik met deze bindwijze geen ervaring heb,
maak ik eerst een dummy: minder katernen, wel
bijna dezelfde afmetingen.
Er zijn al een aantal berichten te vinden op mijn blog
en er zullen er nog meer volgen.

IMG_6942DenkenOverOorlogEnVredeDummyVouwenVouwbeen

Op tafel liggen drie soorten papier: verschillend papier en verschillend van afmeting. Er achter liggen de losse katernen in een bundel. op het papier ligt een vouwbeen. Er zijn een paar bladen gevouwen tot katernen en de ochtendzon scheen over het papier.


IMG_6965DenkenOverOorlogEnVredeDummyVouwenMetDriehoekEnVouwbeen

Dit werkt beter. De vellen vouw ik met een driehoekig metalen lineaal. Daarmee kun je snel het papier goed vouwen. Het vouwbeen gebruik ik om de vouwen extra scherp aan te zetten.


IMG_6966DenkenOverOorlogEnVredeHetPapierDummyKaternen

Het boekblok van de dummy krijgt minder katernen als het uiteindelijke boek. De grootte is wel nagenoeg hetzelfde. Dit is voldoende om te oefenen hoe de katernen te binden op perkament.


IMG_6967DenkenOverOorlogEnVredeHetPapierCremeVoorKaternenWitVoorSchutblad

Aan het boekblok ga ik twee katernen toevoegen die als schutblad gaan dienen. De witte bladen zijn groter dan de katernen van het boekblok. Maar die snij ik op maat.


IMG_6968DenkenOverOorlogEnVredeHetPapierVoorDummyVoorBoekenpers

Dan is dit het resultaat. Gereed om een tijdje in de boekenpers te leggen.


IMG_6984DenkenOverOorlogEnVredeHetPapierVoorDummyNa24UurBoekenpers

Weer uit de boekenpers, zo’n 24 urr later, is dit gereed om de gaten te gaan voorprikken.


Petrichor: De geur van toevallige ontdekkingen

Op Twitter zag ik een bericht van vermoedelijk een
medewerker van Weerplaza.
Hoe het bericht op mijn tijdslijn komt weet ik niet.
Het weer is niet echt mijn hobby.
Maar het onderwerp kon geen toeval zijn: Petrichor.

IMG_6964WeerplazaPetrichorDeGeurDieOntstaatWanneerRegenOpDrogeGrondValt

Het betekent: ‘De geur die ontstaat wanneer regen op
droge grond valt’. Het wordt verklaard op de infographic
van Weerplaza.

Toeval? Nauwelijks.
Want slechts enkele weken terug kocht ik bij
Uitgeverij Petrichor een Genootschapsbode en
Petrichor 11 metamorfose.

IMG_6969PetrichorPetrichor11MetamorfoseDeGenootschapsbode2

Petrichor is naast een zeldzaam woord voor een bijzondere
belevenis ook een bijzondere uitgeverij waarvan ik eerder
een boek kocht (waar ik ook een bericht over maakte).
Ze noemen zich:
‘Stichting uitgeverij petrichor podium in een boekvorm’.
Met zo’n naam ben ik verkocht.

Nu lag de doos en de krant naast mijn ‘leesstoel’.
De fauteuil waarin ik vaak zit als ik iets wil lezen.

Het was een goede aankoop maar ik had nog maar een keer
het hele pakket doorgenomen.
De tweet van Weerplaza zag ik als een aanmaning om
mijn ervaringen te delen over het pakket op mijn weblog.
Dat doe ik nu in dit bericht door je een overzicht
te geven van wat mijn aankoop voor moois bevat.
Wil je er meer kennis van nemen dan raad ik je aan
de website van Petrichor eens te bezoeken.

Petrichor 11 metamorfose is een krant, een podium voor
kunstenaars die rond een thema werk laten zien.
Een uithangbord voor kunstenaars rond een thema.

Genootschapsbode 2 is een doos, zoals een doos bonbons.
fijn verpakt en met smaak gevuld.

In dit bericht laat ik je er even aan snuffelen want
ik eet ze liever zelf op.

Heb jij ook ooit iets van Petrichor gelezen?

IMG_6970PetrichorDeGenootschapsbode2

Petrichor, De Genootschapsbode 2.


IMG_6971PetrichorDeGenootschapsbode2Colofon

Colofon.


IMG_6972PetrichorDeGenootschapsbode2AtelierbezoekSpacecowboysPaulKeizerAlbertDeddenFotografieVioricaCernicaSophiaDeVries

Verslagen van atelierbezoek bij Spacecowboys Paul Keizer en Albert Dedden. De fotografie is van Viorica Cernica. Het tweede atelier is van Sophia de Vries.

IMG_6973PetrichorDeGenootschapsbode2AtelierbezoekSpacecowboys

Een indruk van de Spacecowboys.


IMG_6974PetrichorDeGenootschapsbode2InterviewsGeraldineSuijkerbuijkLindaMolenaar

Een boekje met interviews met Geraldine Suijkerbuijk en Linda Molenaar. Bezoek hun websites eens om te zien waar ze het over zouden kunnen hebben gehad.


IMG_6975PetrichorDeGenootschapsbode2EssaysSuzanFolkertsMijnChristinaKasMolenaarHetZijnIsAlZwaarGenoeg

Een boekje met essays van Suzan Folkerts ‘Mijn Christina’ (naar aanleiding van een song van Nick Cave) en van Kas Molenaar ‘Het zijn is al zwaar genoeg’.


IMG_6976PetrichorDeGenootschapsbode2WimVonkKaartMartinKnaapenOpReisMetLMijnOomDeLeeuwentemmerLammertVoos

Een kaart met grafiek van Wim Vonk en een boekje met verhalen: Martin Knaapen schreef ‘Op reis met L’. Het grappige ‘Mijn oom de leeuwentemmer’ is van Lammert Voos.


IMG_6977PetrichorDeGenootschapsbode2HanskoVisserPoezieEenVriendVroegGabrielleTerpstraAlwinVanDerToornTerraFrisiaLeporello

Een kaart met poëzie ‘Een vriend vroeg’ van Hansko Visser en een leporello van Gabrielle Terpstra en Alwin van der Toorn: Terra Frisia.


IMG_6978PetrichorDeGenootschapsbode2SietseHoeksmaMarcelHermsHoeSchoonZijtGijInspiratieLucebert

Een boekje met afbeeldingen van Sietse Hoeksma en Marcel Herms: Hoe schoon zijt gij, geinspireerd op een werk van Lucebert.


IMG_6979PetrichorDeGenootschapsbode2AtelierSofiaDeVriesFotografieVioricaCernicaRikVanIerselMyLifeAsAComic2

Met de bodem van de doos in zicht een kaart met foto’s van het atelier van Sofia de Vries (blijkbaar de juiste spelling?) gemaakt door Viorica Cernica en een boekje met grafiek van Rik van Iersel: My life as a comic 2.


Dan sluit ik af met een korte indruk van de krant:

IMG_6980PetrichorPetrichor11MetamorfoseJanKleefstraBenGameSanneBax

Petrichor 11 Metamorfose, met werk van Jan Kleefstra (links), Ben Game (rechts boven) en Sanne Bax (rechts onder).


Als afsluiter een paginagrote afbeelding van werk
van Susanna Inglada.

IMG_6981PetrichorPetrichor11MetamorfoseSusannaInglada


Na boekbindavontuur kan De Krater tot rust komen

De bandzetter is een eenvoudige maar effectieve
boekbindtechniek.
Na een lange periode zonder veel boekbindwerk
heb ik drie boekenweekgeschenken opnieuw ingebonden:

  • Eerlijke vinder van Lize Spit
  • Gezinsverpakking van De Chabotten
  • De Krater van Gerwin van de Werf

Van deze drie boeken vergde De Krater de meeste
inspanning. Alle exemplaren kregen een bijzondere
bekleding: delen van een blockprint uit Jodhpur,
India, afkomstig van Jilani Hand Block Print.

Bij De Krater wilde ik iets nieuws proberen.
Als basis gebruikte ik een stuk textiel van
een theedoek, waarop ik fragmenten van de blockprint
heb laten stiktken. De combinatie van de
patronen en verkleuringen in de theedoek
moest het idee van een krater oproepen.

Het was een experiment, maar ik ben blij met het resultaat.

IMG_6953BoekbindenLizeSpitDeChabottenGerwinVanDeWerfVoorzijde

De voorzijdes.

IMG_6954BoekbindenLizeSpitDeChabottenGerwinVanDeWerfAchterzijde

De achterzijdes.


Mijn Bandzetter verfijnd: Precisie in het inbinden

Als het op het laatst fout gaat met het inbinden van
een bandzetter, dan is het bij mij meestal
dat het boekblok scheef in de band komt.
Niet iedereen ziet dat meteen, maar ik wel.
Zeker als ik naar de boeken kijk die ik zelf ingebonden heb.
Al een tijdje denk ik na over hoe ik dat eenvoudig kan voorkomen.
Daarom heb ik voor De Krater een manier bedacht
die ik nu wil uitproberen.

Voor een cursus edelsmeden heb ik een vlaktas gekocht.
Het is een blok staal, 10 bij 10 centimeter en een paar
centimeter hoog.
Je kunt het ook een aambeeld noemen, of een stuk spoorbiels gebruiken.

De vlaktas weegt behoorlijk wat en als ik hem op de boekband
leg blijft de boekband beter liggen en kan ik de zijkant van de blok
gebruiken als de ‘vangrails’ waar de rug van het
boekblok tegen gaat komen.

IMG_6935BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVlaktasKneeplatjeDriehoeken

De vlaktas ligt op de boekband. Met een kant langs de kneep, precies op de plaats waar de rug van het boekblok moet komen. Aan de bovenkant van de boekband ligt het witte kneeplatje. Voldoende op de boekband om een marge te hebben gelijk aan de marge aan e onderkant van het boek. De driehoeken houden het latje op zijn plaats.

Later kocht ik kneeplatjes. Die gebruik ik
altijd om bij de basis van de boekband de ruimte tussen de
platten en de rug te bepalen.
Dit keer gebruik ik een van deze latjes als buffer
tussen de buitenrand van de boekband en het boekblok
tijdens het lijmen. Om het kneeplatje op zijn plaats te houden
gebruik ik twee metalen driehoeken die zelfstandig blijven
staan.

IMG_6936BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAllesStaatGereedOmTeLijmen

Alles ligt gereed om te gaan lijmen.

IMG_6937BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAchterplatGelijmd

Het boekblok met het met lijm ingesmeerde schutblad ligt al op de boekband. Deze keer veel rechter dan bij vorige pogingen.

IMG_6938BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVlaktasGrensVoorVoorplat

Ik verplaats de vlaktas naar de voorkant van het boek. Ik leg hem tegen het achterplat aan zodat als ik dadelijk, na het met lijm insmeren van het voorplat, het boek sluit, de twee platten recht boven elkaar komen.

Tussen boekblok en gelijmd schutblad leg ik bakpapier om
het vocht van de lijm uit het boekblok te houden. Vooral
van belang als het boek ligt te drogen in de boekenpers.

IMG_6939BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBakpapier

Voor een eerste test met de Vlaktas en Kneeplat ben ik tevreden.

De Krater: Kleine details, grote impact

Vrijdagmiddag heb ik nog een drietal zaken gedaan aan het boek
‘De Krater’ dat ik aan het inbinden ben:
– kapitaalband aangebracht;
– een leeslint aangebracht;
– de platten afgewerkt om er later het boekblok goed in te
kunnen zetten.

Deze drie toevoegingen zijn niet perse nodig maar geven een boek
iets extra’s. Omdat de boekbekleding een speciaal project was
— waarbij ik hulp heb gekregen van mijn schoonzus —
vond ik het passend om ook het boekblok extra aandacht te geven.

IMG_6927BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKapitaalbandLint

Het kapitaalband is een extra bescherming van een boek
tegen stof. Het zorgt er voor dat aan de kop en de staart,
de boven- en onderkant van de rug, het stof minder makkelijk
in het boek kan komen. Bovendien verbergt het eventuele
oneffenheden in de rug van het boekblok.

IMG_6928BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLintOpRugBevestigd

Een leeslint bevestig je op de rug van het boek, voordat je het kapitaalband aan de kop en staart bevestigt.


Een leeslint vind ik erg prettig bij het lezen van een boek.
Natuurlijk kun je gebruik maken van een boekenlegger maar
een vast lint —of zelfs twee— maakt het makkelijker om bij
te houden waar je bent met lezen en/of waar je bent in het
notenapparaat achter in het boek.

IMG_6929BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLangLint

Hoewel De Krater een klein en dun boek is, leek een
goudkleurig leeslint gepast voor deze gelegenheid.
Ik hou van een lang leeslint, dus het is langer dan je
normaal gesproken zult zien.

Dan de achterplatten.
Bij de omslag ontstaat een hoogteverschil tussen het plat en het
textiel van de omslag. Zeker omdat ik nu geen standaard
boekbindlinnen heb gebruikt.

Wanneer je vervolgens het schutblad op het plat lijmt,
blijft dat hoogteverschil zichtbaar.
Op zich is dat niet erg maar je kunt het verschil
kleiner maken of zelfs laten verdwijnen door de open
ruimte, het grijze bord, op te vullen met papier.

IMG_6934BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOngelijkBijOmslag

Dit is een voorbeeld van een van de twee vorige twee boekenweekgeschenken. Hier heb ik het hoogteverschil niet proberen te overbruggen. Bij De Krater ga ik dat dus wel doen.


In het geval van De Krater plak ik twee lagen papier in de
lagere ruimte van het plat. Ik heb hiervoor restjes papier
gebruikt die ik nog had liggen. In principe kun je
elk soort papier gebruiken, aangezien je er straks
niets meer van zult zien.

IMG_6930BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKrater

Ik meet het papier aan de hand van de lege ruimte grijs. Daarbij gebruik ik dus geen liniaal.


IMG_6931BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOmslag

Lijm aanbrengen. Eén voor één plak ik de twee lagen. Het aantal lagen is natuurlijk afhankelijk van de dikte van het papier en het hoogteverschil textiel – plat.

IMG_6932BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOpgevuldLinks

Links.

IMG_6933BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOpgevuldAanBeideZijdes

Rechts gebruik ik als laatste laag 2 stukken papier. Het smalle stukje plak ik zo dicht mogelijk aan de rugkant. Waarschijnlijk zie je daar niets van als het papier droog is.


Na deze activiteiten en een nachtje drogen
is het boekblok gereed om in de band te zetten.


Deze tekst heb ik eerst zelf geschreven.
Dan vraag ik aan Copilot verbetervoorstellen.
Die beoordeel ik een voor een en besluit dan steeds
of ik de verbetering toepas.

Daarna vraag ik voorstellen voor een titel.
Die krijg je er dan een stuk of tien.
Die lees ik door en selecteer een titel, maak op
basis van fragmenten van voorgestelde titels een
titel of maak zelf nog een suggestie om te zien
hoe Copilot hier op reageert.

Het resultaat is dat ik berichten krijg met meer tekst
en minder toelichting op de foto’s (want het
verhaal zit dan al in mijn tekst).
Mijn titels worden langer en misschien minder raadselachtig.
Dat is wat mij betreft niet altijd een verbetering :).

Een boekband met een spannend verhaal

Het was best spannend.
Ik heb wel eerder een boek ingebonden met de Bandzetter-techniek
maar ik heb nog nooit zoveel tijd gestoken in het bedenken
en maken van de bekleding van een bandzetter.

Als een soort ‘schetsen met textiel’ heb ik met een stuk uit
een oude theedoek en stukjes textiel, een voorplat ontworpen
waarin je schetsmatig de titel van het Boekenweekgeschenk 2025
in kunt herkennen: ‘De Krater’.

Gerwin van der Werf is de schrijver van het geschenk en de
Stichting Handboekbinden stelt aan hun leden het boekblok
in losse katernen beschikbaar.
De theedoek is een zwarte theedoek die iets te veel chloor
heeft gezien en de illustratie wordt zichtbaar met stukje
blockprint textiel gemaakt door Jilani Hand Block Print.

De bekleding heeft dus ook een emotionele waarde voor mij:
want de theedoek is al jaren in gebruik, in het huishouden
en in mijn atelier en de blockprint komt uit India.
Dus het is niet alleen technisch ingewikkeld.

Mijn schoonzus liet me de mogelijkheden van haar naaimachine
zien en hielp mij met het ontwerp in elkaar te zetten.

IMG_6899BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandbekleding

Dan is het zover.
Het textiel moest wel op de basis voor de boekband passen en
werkt het dan? Dat was uitdagend.

De omslag maak ik altijd drie centimeter. Dat is een prima maat
Misschien voor een ander net een beetje te breed.
Maar ik heb een metalen liniaal van 3 centimeter breed. Dus kan
ik door passen net zo veel bereiken als met meten.
Zonder fouten.
Maar voor een klein boekje is misschien een omslag van
3 centimeter een beetje breed.

Maar nu komt het goed van pas.
Ik kon met mijn liniaal bepalen waar de platkern ging komen.
Om te zien of dat gaat werken heb ik eerst op strategische
plaatsen, kopspelden door de stof geprikt. Zowel aan de lange
zijdes als aan de korte.
Zo kon ik passen of de platten er in pasten. En dat deden ze.

IMG_6911BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldenAlsPiketpaaltjesIMG_6912BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldIMG_6913BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldMargeStiksel

Je ziet hier dat tussen de afbeelding op het voorplat, het stiksel met rood garen, er nog 5 mm over is tot aan de rand van de boekband (de plaats waar de spelden door het stof prikken).


Een teken dat ik het passen kon herhalen en op de achterzijde
kon aftekenen waar de basis voor de boekband kon komen.
Vervolgens heb ik de basis op de stof gelegd en de stof vastgezet
met een paar klemmen. Daarbij heb ik de omslagen alvast even
omgeslagen.

IMG_6915BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAftekenen

Aftekenen.

IMG_6916BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVoorzijde

Even door de klemmen heenkijkend zie je het voorplat in wording.

IMG_6917BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAchterzijde


Terwijl nog niets was vastgelijmd kon ik zo toch zien of de
afbeelding goed op het voorplat ging komen. Hoe de achterkant
er uit ging zien.

Tijd om de boekband basis nog een keer goed op het textiel
te leggen en dan te gaan lijmen. Eerst één plat en de rug.
Vervolgens de achterplat.
Eenmaal vast kon ik de hoeken wegsnijden.
Aansluitend de omslagen gelijmd, eerst de lange kanten.
Daarna de korte kanten. Met extra aandacht voor de rug en
de hoeken.

IMG_6918BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBasisBoekbandGoedLeggenIMG_6919BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLijmenVoorplat

Nu kan ik het voorplat gaan insmeren met lijm.

IMG_6920BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLijmenAchterplat

Vervolgens het achterplat.

IMG_6921BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBijsnijden

Dat lijmen doe je dan ook met de omslagen nadat de hoeken zijn afgesneden en in dit geval ook de vier zijdes nog eens bijgesneden zijn. De theedoek gaat erg snel rafelen en door het plakken van de vlieseline en het meerdere keren strijken is de vorm van de rechthoek een beetje veranderd. Met boekbindlinnen heb je dat probleem niet.

Een eerste groepsfoto van de drie Boekenweekgeschenken was
mogelijk en dan snel de boekband met bekleding in de boekenpers
om goed te drogen. Daar blijft hij zitten tot morgen.

IMG_6922BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandIMG_6923BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVoorplatIMG_6924BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterGroepsfotoIMG_6925BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterInDeBoekenpers


Het was best een avontuur, maar ik ben heel tevreden.

De krater

Terwijl ik druk bezig was het vorige bericht te schrijven
over de bekleding van ‘De Krater’ werd ergens anders in
Breda de laatste hand gelegd aan diezelfde bekleding.

Het boekenweekgeschenk van dit jaar ‘De Krater’,
krijgt een boekband met daarop delen van een
stuk textiel dat ik meebracht uit India.

Het gaat de link leggen naar India op de achterkant
door de afbeelding van een olifant.
Op de voorkant gaat het een schematische afbeelding
vormen van een vulkaan, een krater en een lavastroom.

Bij het werk had ik hulp nodif en die heb ik
gelukkig ook gekregen.
Daarom kan ik vandaag het resultaat van de stikwerkzaamheden
laten zien en waarschijnlijk komend weekend de boekband
afronden……

IMG_6898BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandBekleding

Vooral het stiksel waarmee een kader op het voorplat wordt gemaakt en waarmee een aantal van de losse stukken met elkaar in verband worden gebracht is een goede ingreep. De boekband gaat dat alleen nog maar versterken.


IMG_6899BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandbekleding

Kijk nooit alleen maar naar de spiegeltjes, de glitters, het blinkende en het mooie. Kijk ook naar de achterkant.


Drukken met de Natuur

Gisteren heb ik een tweede workshop gevolgd bij Grafische Werkplaats RAAF
in Breda. De eerste workshop was op Koningsdag en was een lino workshop.
Die lino resultaten waren eerder te zien op mijn blog.
Gisteren was ik benieuwd naar natuurdruk, want daar had ik nog geen
voorstelling van.

IMG_6858GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukPlukken

Deze foto zag je gisteren misschien ook al. Het is de inhoud van mijn tas die aan het stuur van mijn fiets hangt. De fiets staat bij het Spanjaardsgat in Breda waar ik nog een paar takken verzamelden.


Gisteren was het ‘Natuurdruk’.
Het is een proces waarbij je met behulp van drukinkt, planten en
een pers afdrukken maakt op vochtig etspapier van de planten.

Het begon op vrijdag op de markt waar ik een gemengde bos bloemen
kocht met een aantal bloemen waarvan ik hoopte dat die het goed
zouden doen (nee, dus).

Op zaterdag selecteerde ik enkele bloemen uit de bos en besloot onderweg
nog wilde grassen en ‘onkruid’ te verzamelen.

IMG_6859GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukOogst

De paarse en blauwe bloemen uit het boeket van de markt bleken minder geschikt te zijn. Te veel bloemen bij elkaar levert geen helder individueel bloembeeld op maar een witte vlek. Dat kun je gebruiken om bij een volgende drukgang op die plaats weer andere dingen te doen. Bijvoorbeeld andere kleuren of andere planten interoduceren.


Vervolgens ga je na een welkom en instructie van twee vrijwilligers
van de werkplaats aan de slag.
Uiteindelijk heb ik een vijftal series van afdrukken gemaakt.
Je ‘speelt’ met een aantal variabelen:
– de drukinkt (veel, weinig, egaal aangebracht of juist niet, zonder drukinkt, ….)
– de plant (ieder takje is anders, vers, gedroogd, eenmalig of hergebruik,
stevige stengels en bladeren, zachte bladeren, simpele bloem,
complexe bloem in trossen, …..)
– de compositie
– gebruik de fysieke indrukken in de drukinkt van de eerste drukgang
bij volgende drukgangen tot de afdrukken heel licht worden en
langzaam vervagen, …..
– combineer met andere structuren dan planten (ik heb dat zel niet
uitgeprobeerd dus ik heb er geen voorbeelden van maar bijvoorbeeld kaasdoek,
of wat te denken van touw, zand, andere structuren)

IMG_6867GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdruk

Dit is een voorbeeld van natuurdruk zonder drukinkt. Het relief en de verkleuring zijn het gevolg van de plant, de sappen en restant kleur van vorige serie. De donkere kleur boven het midden zijn plantenresten die tot moes gedrukt zijn. Die kun je nog verwijderen natuurlijk maar op zich geven die ook een interessant beeld. Al zal dat met verloop van tijd verkleuren.

IMG_6868GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukOntussenInHetDroogrek

Een beetje opgeschoond. Hetzelfde blad etspapier maar nu in het droogrek.

IMG_6869GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukCompositie

Hier is bewust gekozen voor het niet egaal ininkten van de plaat. Vervolgens is er een compositie gemaakt met planten.

IMG_6870GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdruk

Dit is dan het resultaat.

IMG_6871GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukWasRodePlant

In een volgende drukgang een blad toegevoegd dat bij een eerdere reeks rood geworden was. Dat rood komt bij het afdrukken weer duidelijk in beeld.

IMG_6872GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukInHetDroogrek

Je kunt best drie of vier afdrukken maken zonder iets aan de inkt te veranderen.

IMG_6873GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukBewustNietEgaleInkt

Nog een begin van een serie met onder andere tijm.

IMG_6874GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdruk

Afdruk en origineel na afdruk.

IMG_6875GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukThijm

Nog een takje thijm.

IMG_6876GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdruk

Afdruk en origineel na afdruk. Het grote blauwe blad is nog van een vorige drukgang.

IMG_6877GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukRechtsPlaat

Alle bladresten eraf en dan nog een keer afdrukken. Afdruk en plaat.

Met lino en het werken met gutsen heb je meer techniek nodig
(ontwerpen, snijden, vlakverdeling enz) dan bij natuurdruk.
Daar speelt toeval een grote rol en ook je ambitie om dat toeval
te kunnen beïnvloeden.
Met lino vertel je sneller een verhaal, bij natuurdruk blijf je
achter in verwondering.

Ik heb enkele foto’s gemaakt van het proces en eindresultaat.
Die deel ik hieronder, zodat je zelf kunt zien hoe natuurdruk
tot leven komt.

IMG_6862GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukDeCompositie

Dit was het allereerste begin van de workshop. Op de nog blanco plaat leg ik drie bladeren. Zeg maar de compositie. Vervolgens kies ik een kleur en breng die kleur aan op de plaat.

IMG_6863GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukDeCompositie

Na de plaat te kleuren plaats ik de bladeren er weer op zoals het plan was. Zo kan er een vel doorweekt etspapier op en kan het in de etspers.

IMG_6864GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukVochtPlantOpAchterkant

Toen plaat, planten en papier uit de etspers kwamen zag je meteen de groene sappen die door het papier gekomen waren. Nu haal je het papier van de plaat om het resultaat te zien.

IMG_6889GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukSerie1RoodMetPlantensap

Dit is het resultaat. Egaal, vet rood. Sap van de bladen. De bladen haalde ik van de plaat af. Het middelste smalle blad legde ik weer op de plaat maar dan zo dat het een ‘X’ vormt met de eerdere vorm. Met de kant waar het blad in aanraking met de verf is geweest naar boven.

IMG_6890GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukSerie1TweedeDrukgangZelfdeMiddenblad

Achter de plaats waar de twee buitenste bladen hadden gezeten zat nog steeds rode verf. Die drukt nu dus de indruk van de bladen af. Dat is ook zo voor het smalle blad maar er is een smal blad ‘bijgekomen’. Resultaat: een ‘X’.

IMG_6865GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdruk

Hier zie je resultaat en plaat na afdruk.

IMG_6866GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdruk

Vervolgens heb ik blaadjes van een tak getrokken en die los op de plaat gelegd. Opnieuw een afdruk gemaakt. Het resultaat zie je rechts.

IMG_6891GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukSerie1NogVolVet

En nogmaals het resultaat. Je ziet dat de resultaten van eerdere afdrukken in de serie nog steeds te zien zijn al vervagen ze.

IMG_6892GrafischeWerkplaatsRAAFWorkshopNatuurdrukSerie1Spookbeeld

Alle planten weggehaald en nog een laatste afdruk.


Drie Boeken, Eén Verhaal: Een Experimentele Boekband

Misschien denk je: “Ik lees niets meer over De Krater,
gebeurt daar helemaal niets meer?

Nou, er gebeurt juist van alles!

Ik ben bezig om de drie Boekenweekgeschenken — De eerlijke vinder,
Gezinsverpakking en De Krater — op zo’n manier in te binden
dat ze echt als een set aanvoelen.

Daarom gebruik ik voor de boekbekleding dezelfde stof en
heeft het voorste schutblad van alle drie
dezelfde papiersoort, gemaakt met dezelfde techniek

Voor De Krater had ik helaas te weinig stof.
Daarom combineer ik nu een theedoek
(die op een paar plekken is verkleurd door chloor) met stukjes stof.

Alleen mijn kennis en kunde van een naaimachine is niet bestaand
en dus vroeg ik iemand me te helpen. Een uitdagend verzoek.

De status:

  • Eerst hebben we verschillende steken en hun groottes uitgeprobeerd
    en besproken.
  • Daarna zijn de stukjes textiel op de theedoek vastgeregen — dat heb
    ik dus niet zelf gedaan.
  • Het eerste grote stuk is inmiddels vastgezet: een blockprint met
    een olifant, die een knipoog geeft naar India.
  • De olifant wordt straks de achterzijde van het boekje.

01 Vastrijgen van de delen

Hier zie je alle onderdelen aan de theedoek geregen.


02 De olifant zit op zijn plaats

Je snapt dat ik enthousiat ben en er naar uit kijk om het straks af te maken.


Denken over oorlog en vrede: breng harmonie in chaos

In Nederland staan we aan het begin van het Mahler festival.
Een festival in het Concertgebouw in Amsterdam met optredens
van grote orkesten, dirigenten en zangers waar ik tijdens
de corona tijd al een keer van heb kunnen genieten.
Bij wijze van voorpret ben ik al naar de symfonieën
gaan luisteren vandaag.

MahlerFestival1920WillemMengelberg


Toeval bestaat niet.
Net voordat ik dit bericht ging schrijven, luisterde ik
naar de eerste symfonie van Mahler.
Die heeft als bijnaam ‘Titan’ en eerder deze week bekroop
me het gevoel dat de spitselband wel eens een titaans karwei
zou kunnen worden.
Maar dat is overdreven (hoop ik).

De onderwerpen in mijn vorige bericht waren nog niet afgerond
en elk op zich kunnen ze je het gevoel geven dat het allemaal
erg complex is.
Het zijn zeker veel stappen, maar de meesten zijn goed te doen,
zeker als je tijd besteed aan een voorbereiding.

In mijn voorbereiding ben ik in de lijst met 6 onderwerpen
blijven steken bij onderwerp 4.

IMG_6850StichtingHandboekbinden


Welke onderwerpen uit het artikel van Karin Cox in het
magazine van de Stichting Handboekbinden staan nog open?

4 – sla de rug rond;
5 – extra stroken perkament en shirting voor de rug;
6 – het Duits kapitaal.

Terwijl ik zo bezig was op internet en in de boeken over boekbinden
die ik heb, kwam ik gelukkig ook wat geruststellende
informatie tegen. Want de spitselband is een avontuur met
veel stappen. Dat kan afschrikken.

4 – sla de rug rond

Het wordt al eenvoudiger, als je weet waar je het voor doet.
Althans zo werkt dat bij mij. Ik heb eerder ook ervaren
dat als je een boek bind je een verdikking krijgt in
de rug van het boekblok. Dat is het resultaat van de draad
die je gebruikt bij het binden.
Die verdikking (‘swell’ in het Engels, van opzwellen) zorgt
ervoor dat je boekblok aan de rugzijde breder is dan
de voorkant van het boek.
Het gevolg is dan dat de boekband niet zo mooi aansluit
op je boek. Overdreven krijg je dan dit beeld:

Swell


Dat is niet mooi maar het maakt het boek natuurlijk ook
niet steviger. Door de rug rond te zetten hef je het hoogteverschil
in het boekblok op en zal het resultaat steviger zijn.
Bovendien is dat wel mooi zo’n ronde voorzijde van het boekblok,
al is dat natuurlijk smaak.

Van DAS bookbinding zag ik een mooie video genaamd
‘Rounding and backing’. Met die kennis in het achterhoofd
durf ik het wel aan mijn boekblok rond te gaan zetten.

5 – extra stroken perkament en shirting voor de rug

De extra stroken perkament en textiel ‘vallen ‘ nu ook op
hun plaats. Die ronde rug kan straks wel wat steun gebruiken
om ook mooi rond te blijven. Zeker als je weet hoe
straks de perkamenten bekleding om het boek gaat.
Bij de spitselband moet de rug veel van de stevigheid
van het boek gaan brengen.

6 – het Duits kapitaal

Dat klinkt ingewikkeld, maar je kunt het ook overslaan.
Of bekijk een video waarin de aanpak wordt uitgelegd.
Zelf keek ik naar een video van weer DAS bookbinding.
De man legt heel goed en rustig uit hoe hij te werk
gaat en laat dat zien. De video is Engelstalig.
Het gaat om een kapitaalband met twee kleuren.
Eerder maakte ik zelf zo iets. Voor een eerste poging
viel het mij niet tegen.

IMG_2920VanDenVosReynaerde

Ik weet het, kan beter en dat ga ik bij het volgende boek dan ook doen 🙂


Intussen heb ik wel besloten om voor het boekblok eerst
een dummy te maken. Vooral om oude kennis en vaardigheden
weer even wakker te schudden.
Het perkament dat ik heb is voldoende voor 1 boek,
niet voor twee. Maar de stappen tot en met onderwerp 5 of 6
in dit bericht dat gaat wel lukken.

IMG_6851StichtingHandboekbindenKarinCoxSpitselband


Van kettingsteek tot Duits kapitaal

Een beetje te optimistisch dacht ik dat ik de laatste
krenten uit het eerste artikel van Karin Cox kon gaan
verzamelen.
Helaas er staan daar nog een aantal onderwerpen die
extra aandacht nodig hebben.
Of ik alle onderwerpen in één bericht kan behandelen,
weet ik niet. Maar ik heb nu in ieder geval een
compleet overzicht voor artikel 1:

1 – kettingsteek;
Ik heb het hele artikel nog eens gelezen en heb tot nu toe
niet stilgestaan bij het begrip ‘kettingsteek’ en dat is wel
nodig want ik gebruik die zelf bijna niet.

2 – samenhang van achtersteeksel/lange binding;

3 – het naaien;
Het naaien is een centrale handeling van de boekbinder.
Hier gaat het specifiek om rondslag, kettingsteek en de
mysterieuze instructie:
‘Steek aan de staart door het eerste naaigat naar binnen’.
Dat vraagt om verduidelijking.
Mevr. Cox verwijst daar als teaser nog naar twee termen, ‘alternerend
naaien’ bij dikke boeken en ‘wisselnaaien’ of ‘half uit naaien’
bij dunne, waar ik nog eens wat onderzoek naar moet doen.

4 – sla de rug rond;
Omdat ik hier geen ervaring mee heb, verdient dit extra aandacht.

5 – extra stroken perkament en shirting voor de rug;

6 – het Duits kapitaal.

Het kapitaal, dat meestal kleurige strookje dat je aan de kant van
de rug ziet, aan de boven- en onderkant van een boekblok, een
beetje tussen het boekblok en de boekband in, dat kapitaal kun je
overslaan. Maar het geeft wel iets extra’s aan een boek.

Laat ik het lijstje van boven naar beneden doorlopen.

1 – Kettingsteek

‘Kneep en binding’ helpt weer. Er bestaan meerdere uitvoeringen van
de kettingsteek maar degene die hier nodig is heet in het naslagwerk
‘de doorlopende kettingsteek’.
Het is het eenvoudigst voor mij om de definitie maar even over te nemen:

“korte steek waarbij het garen tussen uit- en intreden (in hetzelfde of
in een ander katern) onder het op die naaipositie aanwezige garen
van een eerdere naaitoer doorgaat (een lus maakt)”

‘Kneep en binding’ geeft sluitende definities, dat wil zeggen dat de
definities alle situaties moeten ondersteunen. Dan krijg je soms een
ingewikkelde zin voor iets dat eigenlijk heel vanzelfsprekend is.

In de definitie mis ik een beetje het doel van de kettingsteek:
daar waar andere steken vooral de losse vellen papier van één katern
bij elkaar gaan houden, gaat de kettingsteek een verbinding leggen
met een voorgaand en volgend katern.

Pagina 38 is de eerste plaats waar je de kettingsteek vindt, onder 32.7.
De overige 10 plaatsen in tekst en index voegen voor nu weinig toe.

Wil je de kettingsteek (chain stitch) in actie zien?
Online zijn verschillende video’s beschikbaar die deze techniek illustreren.
Je zult verschillende varianten vinden,
bijvoorbeeld als onderdeel van borduurtechnieken en op sites
voor creatief boekbinden. Die zaken zijn gerelateerd maar net niet
precies wat hier nodig is. Op de website van iBookbinding vond
ik wel een video die een goed beeld geeft:
Bookbinding Tutorial Part 2B geeft een goed beeld.

2 – Samenhang van achtersteeksel/lange binding

Het lijkt niet meer en minder te zijn dan een extra versteviging
tussen de binding en het boekblok. Het begrip komt niet voor
in ‘Kneep en binding’. Eventuele overtollige stukjes van het
achtersteeksel worden later weggesneden. Dus het bedekt de breedte
van het boekblok maar niet meer of minder.

3 – Het naaien.

‘Steek aan de staart door het eerste naaigat naar binnen’.
Het eerste naaigat bevindt zich aan de boven- of onderkant
van het boek, afhankelijk van waar je normaal begint.
Het naaien kan immers in beide richtingen gebeuren.
Het is het gat dat op de plaats zit waar de kettingsteek gaat komen.
De enige reden die ik kan bedenken om daar te beginnen is dat je er
zo voor zorgt dat er een uiteinde van het garen aan de buitenkant
van het boekblok blijft. Met dat uiteinde ga je de eerste twee
katernen die je gaat binden, aan elkaar maken.

‘Alternerend naaien’ en ‘wisselnaaien’ zijn beide methodes
die gedeeltes van de techniek overslaan of zelfs verdelen
over twee katernen. In beide gevallen zal de naaidraad
minder verdikking in de rug veroorzaken.

De eerste 3 van de 6 onderwerpen zijn in dit bericht aan de orde
geweest.
De volgende drie volgen later en dan heb ik deze onderwerpen nog
niet vergeleken met wat Peter Goddijn er over zegt.
Tot binnenkort.

De Krater: stiksels

Even de draad weer oppakken….
Deze foto geeft een beeld van waar ik gebleven was:
de boekbekleding is uitgedacht, geknipt, opgespeld maar
nu moeten de groene block-print delen nog vastgezet
worden op de overwegend zwarte theedoek.

IMG_6788BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterMetSpeldZonderSjabloon


Aspecten als kleur, vorm en dikte van het stiksel komen daar nog
bij kijken. Dat stikken kan ik zelf niet.
Dus daar heb ik hulp bij gevraagd en vandaag ontving
ik een paar foto’s van uitprobeersls.

Wat hieronder volgt is mijn eerste reactie.
Ik denk dat ik later deze week nog eens ga kijken om de resultaten
zelf te kunnen zien en om verder af te stemmen.

Foto01

De lichte kleur schijnt minder goed te werken. Wel zie ik hier hoe de steken zich kunnen gedragen als ze de opliggende stof en de ondergrond overlappen of enkel over de bovenliggende stof worden toegepast. Wat hoge en minder hoge en/of breedte doet.


Foto02

De meer opvallende steken (‘T’ en ‘omgevallen T’) trekken in eerste instantie mijn aandacht. De kleuren zijn op de zwarte achtergrond best moeilijk.

Foto02-02

De steken net boven het midden, die trekken mijn aandacht.


Foto03

Dit is het originele formaat van de foto’s die ik dan draai zodat de langste zijde ook de meeste ruimte blijft krijgen op mijn blog. Het is moeilijk kiezen. Maar het heeft me een idee gegeven. Eens kijken komende week of we daarmee verder komen.


De charme van het onopgemerkte

Eigenlijk moet ik me schamen.
Gelukkig doe ik dat niet zo snel.

Vorige week kocht ik, als reactie op de email van de Statenhofpers,
het 18e deel uit de Saldencahiers. Een beetje automatisch.
Ik kende de schrijver niet maar dat is een van de charmes van de reeks:
je ontdekt onbekende en bekende namen door mooi verzorgd drukwerk.
De boeken zijn steeds ruim 40 pagina’s dus als het een keer
niet jouw smaak is, heb je het ook weer zo gelezen.

IMG_6837HansRVlekVereenzaamdAstronautVereenzaamdAustronautInleidingArjanPetersStatenhofpersSaldencahiersNr18

Hans R. Vlek, Vereenzaamd astronaut. Het verscheen bij de Statenhofpers als nummer 18 in de Saldencahiers.


Nu kwam deze week het boekje en ik begon het te lezen.
Eerlijk gezegd: Hans R. Vlek, er ging geen belletje rinkelen.
De inleiding van Arjan Peters is prima maar ik werd niet
echt enthousiast.
Ik las de kleine 30 gedichten en dacht:
dit boek gaat de kast in..

Opvallend was hoe strak de stofomslag zat — anders
sluiten ze altijd perfect.

De delen van de Saldencahiers krijgen ieder een stofomslag in
een eigen kleur, bedrukt met tekst gezet in een letter
ontworpen door Helmut Salden.
Ik vind dat een hele mooie letter die er altijd weer
gelijk uitspringt.
Het boekje zelf bestaat uit 1 katern van dundrukpapier
en heeft een iets stevigere kartonnen kaft.
De omslag slaat aan de voorsnede om het voor- en achterplat.

IMG_6838HansRVlekVereenzaamdAstronautVereenzaamdAustronautInleidingArjanPetersStatenhofpersSaldencahiersNr18


Voor het boek in de boekenkast een plaats vindt, wil ik het
nog even op de foto zetten.
Ik keek nog eens beter naar de titel, wat staat daar nou.
In de mail had ik gelezen dat er omslagen gemaakt waren met
een spelfout. Speciaal voor de boekpresentatie.
Maar mijn exemplaar kwam gewoon met de post.

IMG_6840HansRVlekVereenzaamdAstronautVereenzaamdAustronautInleidingArjanPetersStatenhofpersSaldencahiersNr18

Vereenzaamd astronaut – Vereenzaamd austronaut.


Het is duidelijk, ik had te weinig aandacht besteed aan
de omslag.
Mijn exemplaar bleek twee omslagen te hebben:
één met en één zonder de spelfout.
Wat een verrassing!
Dit maakt het boek ineens extra bijzonder.

Ook op de web site van de Statenhofpers staat een aankondiging van de verrassing:

NB: Het afgebeelde omslag is van een speciale editie voorzien van een spelfout. Dit omslag werd vervaardigd voor de aanwezigen bij de presentatie van het boekje op 25 april in Boekhandel Adr. Heinen te Den Bosch. Via de site bestelde exemplaren zijn voorzien van een omslag zonder deze fout.

IMG_6839HansRVlekVereenzaamdAstronautVereenzaamdAustronautInleidingArjanPetersStatenhofpersSaldencahiersNr18Colofon

En als een soort boetedoening:

Zet je verlangen op datgene wat je niet hoopt
want uit oorspronkelijke hopeloosheid ben
je tot hier gekomen.

Hans R. Vlek, pagina 42.

Denken over oorlog en vrede

Vierhonderd jaar geleden verscheen het boek ‘Denken over oorlog en vrede’
dat geschreven werd door Hugo de Groot.
Zijn werk is in de huidige instabiele wereldpolitiek nog steeds actueel en
daarom is het een goede reden zijn boek in te binden.

Als mogelijke bindmethode werd door Stichting Handboekbinden de ‘spitselband’
voorgesteld door twee artikelen van de hand van Karin Cox.
Mevrouw Cox verwijst naar een beschrijving van Peter Goddijn in zijn boek
‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’.

In een serie blogberichten probeer ik te doorgronden wat dat is
‘een spitselband’ en hoe het bindproces in elkaar steekt.
Dat doe ik voordat ik aan het binden ga beginnen.
Daarvoor loop ik de stappen die Cox en Goddijn aandragen door en
probeer ze te begrijpen.
Daarna besluit ik wat ik wel en niet ga doen.

Laat ik deze keer eens beginnen bij het woord ‘spitsel’, daar
zit misschien iets in van het woord ‘spits’?

‘Spitsel’ volgens het Groot woordenboek der Nederlandse taal:

patroon voor kantwerksters

Je snapt dat deze betekenis niet de betekenis is
die schuilt achter de term ‘Spitselband’.
Of toch?

Nog eens verder zoeken.

‘Kneep en binding’ biedt een oplossing.
Als je zoekt in het document komt het woord op 2 pagina’s voor waarvan
één in het overzicht Nederlandse termen (index).
In de tekst komt het woord ‘spitsel’ voor in een soort van bijrol.
Bij 52.8 (op pagina 69), onder onderwerp 52 worden ‘omslagen’ besproken.
Bij 52.8 betreft het een verklaring van de ‘doorgehaalde binding’:

“binding die dichtbij het scharnier tussen rug en plat door een doorboring (spleet) in omslag of bekleding naar buiten treedt en zeer dicht daarbij door een tweede doorboring weer naar binnen”.

Okay, dat helpt enorm om te begrijpen wat een spitselband eigenlijk is.
Je bindt de katernen aan elkaar en aan stroken perkament die later
door de boekband naar buiten gaan en meteen weer naar binnen.
Als je dat een beetje aantrekt dan helpt de stug- en stijfheid van het perkament
om een boek te binden zonder (veel) lijm te gebruiken (denk ik).

Om dan te vervolgen met:

“Vaak wordt slechts een smal deel van de binding doorgehaald (dit smalle deel heet spitsel);”

Nu zijn we er.
Er staat ook een tekening bij die dit verduidelijkt.

WKGnirrepJPGumbertJASzirmaiKneepEnBindingEenTerminologieVoorDeBeschrijvingVanDeConstructiesVanOudeBoekbandenDoorgehaaldeBinding

Deze tekening komt uit: WK Gnirrep, JP Gumbert, JA Szirmai, Kneep en Binding – Een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden, de tekeningen zijn van JA SZirmai. Je ziet, te beginnen links, de katernen, de kettingsteek, een spitsel – meegebonden en gevouwen naar de vorm van het boekblok en dan rechts de perkamenten bekleding waar de spilsel doorgehaald is.


Okay, nu snap ik beter wat ik ga maken.
Ik heb al eens een band gemaakt waarbij de perkamenten stroken, gedraaid
als veters, door de band werden gehaald en op de rug werden gebonden.
Dit lijkt me een soort ‘verbeterd model’.

Ik zeg niet dat als ik het begrijp wat ik moet maken, ik het ook kan maken,
maar de kans van slagen neemt wel toe.

Wat zeggen Cox en Goddijn over hoe je de spitsels moet maken?

Onder het kopte ‘nodig’ noemt ze ‘stroken soepel perkament voor de bindingen’.
Verderop in de tekst krijg je meer detailinformatie die ik al een keer vermelde.
Samenvattend: drie stroken van 1 cm breed en 20 cm lang en de
‘achtersteeksels’ zijn 1 cm breed en 4,5 cm breed.
De 4,5 cm is waarschijnlijk mede afhankelijk van de breedte van de rug.
De 15 katernen zijn waarschijnlijk 3,5 cm breed (?).
Mijn 20 katernen zijn bijvoorbeeld ruim 4 cm.

In het tweede artikel staat dan nog:

‘Rijg de spitsels door de gleuven. Knip hiervoor de uiteinden van de spitsels schuin af.’

De tekst maakt duidelijk dat de spitsels door het perkament van de boekband zal worden geregen aan zowel de vóór- als achterkant van het boek.

De tekst van Goddijn zegt op pagina 155:

‘8 stroken kalfsperkament van 1 cm breed en twintig cm langer dan het boek(blok, aanvulling Argus) dik is en waaraan aan één zijde een punt geslepen is’

Maar ook bij Goddijn worden de spitsels later nog smaller gesneden
aan de uiteinden. Ook hier gebeurt dit aan vóór- en achterzijde.

Intussen is mij in beide teksten al duidelijk geworden dat
er naast de spitsels en de boekband nog meer perkament
nodig is!

Maar daarover later.

AI (Copilot) geeft aan dat mijn tekst zekerder mag overkomen.
Ik gebruikt ‘waarschijnlijk’ en ‘denk ik’ maar dat doe ik bewust.
Zelf heb ik dit boek nog nooit gemaakt dus pas over een tijd,
als mijn exemplaar is ingebonden, kan ik deze tekst nog een keer
schrijven met meer zelfverzekerdheid en overtuiging.
Vandaag is dit nog steeds een verslag van mijn voorbereiding.

En de titel is natuurlijk niet spannend genoeg 🙂

Denken over oorlog en vrede

Voor het boek van Hugo de Groot dat ik wil gaan inbinden
in een binding genaamd: spitselband, heb ik textiel nodig
om de rug te versterken.
Peter Goddijn noemt het ‘Overlijmstroken’ en Karin Cox
spreekt van ‘shirting’.

Dus ik ben vanochtend op de weekmarkt op zoek geweest naar textiel.
Meestal bebruik ik voor mijn boeken een gaas.
Moderner materiaal voor moderne boeken.
Maar om de 400 jaar oude tekst op een 16e/17e eeuwse manier
in te binden kan ik ook wel eens een stuk textiel kopen: popeline.

IMG_6834Shirting


Denken over oorlog en vrede: wel/geen naaibank

In een paar berichten probeer ik te doorgronden hoe ik het
boek ‘Denken over oorlog en vrede’ het best kan gaan inbinden.
Daarbij lees ik het artikel van Karin Cox in het magazine
van de Stichting Handboekbinden over de spitselband.
Daarnaast lees ik de beschrijving van deze band in het boek
van Peter Goddijn ‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’.

Eén zin in het artikel van Karin Cox sprong mij in het oog:

‘Het boekblok wordt zonder naaibank met een rondslag op de perkamenten bindingen genaaid met bij het eerste en laatste (schutblad)katern een extra naaisteekje door de binding heen’.

Een lange zin met erg veel informatie.
Eerst viel me de opmerking over het naaibankje niet op.
Mijn oog viel vooral op ‘rondslag’, ‘perkament’ en
‘extra naaisteekje door de binding heen’.

Rondslag (en de varianten er op) staan gelukkig correct beschreven
als een naaisteek in ‘Kneep en binding’, pagina 38 en verder.
Daar is sprake van ‘enkele rondslag’, ‘dubbele rondslag’ en
bijvoorbeeld ‘spaarslag’.
Dit boek is als lid van Stichting Handboekbinden te raadplegen op hun website.

KneepEnBindingRondslagPagina38

Kneep en binding, pagina 38. Hier zie je het begin van de toelichting van het begrip ‘Rondslag’. De afbeelding legt goed uit wat er met rondslag bedoeld wordt, denk ik.


Als ik een bandzetter ga maken dan is het naaien van de katernen
eigenlijk het stevig aan elkaar rijgen met naaigaren,
van de verschillende bladen papier en de katernen aan elkaar.
Bij de rondslag verbind je de bladen papier en katernene ook
nog eens aan stroken perkament door de draad rond de strook
perkament te slaan. Zie afbeelding hierboven.

Perkament, voor alle duidelijkheid, volgens Co-Pilot maak je het zo:

Perkament maken begint met het schoonmaken van een dierlijke huid, gevolgd door ontharen, weken in kalkwater, schrapen, strekken, drogen op een raamwerk en polijsten tot een glad oppervlak. Handmatig vakmanschap!

Dus perkament is een dierenhuid, een soort van broertje van leer.

Extra naaisteekje.
Bij het artikel van Karin Cox staat een foto waarop goed te zien is
wat dat extra naaisteekje betekent.
In het midden van de perkamenten strook waarop de katernen genaaid zijn
zie je het extra gat. Bij het eerste en laatste katern zie je midden
van de strook nog een gat waar daar de draad door gaat.
Er staat in het artikel ook een schema waarop te zien is hoe
een rondslag wordt gemaakt en hoe een rondslag met een extra naaisteekje werkt.

MagazineStichtingHandboekbindenExtraNaaisteekjeFoto

Een van de mooie foto’s bij het artikel in het magazine van Stichting Handboekbinden. De foto’s in het artikel (en dus ook deze) zijn van Marijke Bell-van Eerd.

Dus het extra naaisteekje is nog een extra element bij het
aan elkaar verbinden van bladen papier, de katernen en de stroken perkament.
Je maakt hierbij, speciaal voor dit exemplaar van het boek,
als het ware een stramien tegen/met de rug.
Dat stramien gaat stevigheid geven aan het boekblok en
gaat helpen om het boekblok aan de boekband vast te maken.

Maar het leukste vond ik de opmerking ‘Het boekblok wordt zonder naaibank’.
Zonder naaibank, waarom?
Het boek van Peter Goddijn geeft daar een antwoord op,
misschien niet ‘het’ antwoord, maar wel een hele nieuwe blik
op boekbinden voor mij.
Op pagina 155 van het boek ‘Westerse boekbindtechnieken….’ staat:

‘Het boek wordt genaaid volgens een methode zoals deze vanaf de 17e tot de 19e eeuw werd toegepast. Er werd niet met een naaibank gewerkt.’

Die manier beschrijft vervolgens Godd\dijn en, in mijn woorden,
is een methode waarbij je als boekbinder een soort van naaibank zelf maakt.
Een plank met gaatjes (4 gaten voor het model dat Peter Goddijn beschrijft,
op juiste afstand). In die gaatjes plaats je 4 stukken ijzerdraad
(een lange spijker kan ook).
Tegen die stevige ijzerdraad plaats je later de katernen met hun rug
om de katernen te naaien.
De eenvoudige naaiplank schetst Peter Goddijn in zijn boek.
Dat ziet er dan als volgt uit:

IMG_6813PeterGoddijnWesterseBoekbindtechniekenPagina155

Peter Goddijn, Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden, pagina 155. Op de tekening lijkt hij lange spijkers te rekenen, daartegen de stroken perkament waar het laatste katern op ligt. Bij het binden van een boek begin je bij het laatste katern en werk je vervolgens naar het eerste katern toe.


Maar waarom?
Op pagina 168 geeft Peter Goddijn de reden:

‘De katernen werden niet met behulp van een naaibank genaaid. Het opspannen nam teveel tijd in beslag en was daarom te duur voor deze goedkope bindmethode ‘.

Goedkoop, een heel Hollandse reden dus.

Eerlijk gezegd denk ik dat ik toch mijn naaibankje ga gebruiken.
De methode die Peter Goddijn beschrijft is sympathiek maar
ik vrees dat dit avontuur voor mij al ingewikkeld genoeg is.
Maar ik ben nog niet begonnen, dus wie weet….

Ook bij deze tekst heeft Co-Pilot geholpen.
Als ik een tekst helemaal over neem van Co-Pilot (zoals bij het
maken van perkament) dan staat dat er bij. Ik gebruik Co-Pilot
vooral om de structuur van het bericht te verbeteren.