India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVIII

Rama en Sita · Ranjit Singh · Krishna:
drie miniaturen over goddelijke orde, menselijke devotie en de tocht naar het geliefde

De afgelopen weken toonde ik vooral bronzen beelden
uit het National Museum in New Delhi.
Maar ik wilde ook zeker de verzameling zien van voorwerpen
uit Dunhuang (China).
Onderweg naar een plaats voor een middagpauze,
zag ik de drie schilderijen die in dit bericht
te zien zullen zijn.
Van brons naar papier, van hamer naar kwast:
een heel andere wereld.

Introductie in een andere wereld van beeld en betekenis

1. Van materie naar verbeelding

Waar de bronzen beelden vaak een zekere monumentaliteit
en rituele zwaarte dragen
— met nadruk op iconografie, gestileerde houdingen en aanwezigheid —betreden we met deze schilderijen een domein
waarin verbeelding, emotie en het verhaal centraal staan.
Papier vervangt metaal, penseelstreek vervangt reliëf,
en de blik wordt geleid door kleur, ritme en symboliek
in plaats van door de driedimensionale vorm.

2. Andere regels, andere ritmes

De schilderijen zijn geworteld in de Pahari, Kangra,
en Sikh-Kangra stijlen
— regionale tradities die floreren in de heuvelachtige gebieden
van Noord-India.
Deze stijlen volgen hun eigen afspraken:

  • Verhalende cycli:
    zoals de Rama Darbar of Radha als Abhisarika Nayika
  • Emotionele typologieën:
    men gebruikt herkenbare personages
    die een bepaalde emotionele toestand belichamen,
    zodat hun houding en omgeving
    de betekenis direct zichtbaar maken voor de toeschouwer.
  • Devotionele intimiteit:
    zoals Maharaja Ranjit Singh die zich buigt voor Devi

De schilderijen zijn vaak kleiner van formaat,
bedoeld om door één persoon bekeken te worden,
en doordrenkt van poëtische en literaire verwijzingen.

3. Wat verbindt deze drie?

Ondanks hun verschillen in onderwerp en stijl,
zijn er subtiele verbindingslijnen:

  • Devotie en ontmoeting:
    Elk werk toont een moment van spirituele of emotionele toewijding:
    Rama met zijn gevolg,
    Ranjit Singh voor Devi,
    Radha op weg naar Krishna.
  • Met verhalen geladen scènes:
    Geen enkel werk is louter decoratief;
    ze zijn fragmenten uit grotere verhalen,
    geladen met culturele en religieuze betekenis.
  • Sikh-Kangra en Pahari invloeden:
    De vermenging van stijlen wijst op een gedeelde visuele grammatica
    in Punjab en Himachal Pradesh rond de 19e eeuw.
  • Papier als drager van intimiteit:
    In tegenstelling tot de publieke monumentaliteit van brons,
    nodigen deze werken uit tot overpeinzingen
    en persoonlijke interpretatie.

DSC01315 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

India, New Delhi, National Museum, Rama Darbar (audientie), Sikh-Kanga mixe style, dated 1865 AD, paper. Acc. No. 58.21/6.


In dit schilderij, vaak aangeduid als Rama Darbar,
kijken we niet zomaar naar een verhaal,
maar naar een zorgvuldig gecomponeerde wereld.
Een bloemenrand en een laag muurtje vormen samen een drempel:
ze bakenen een heilige ruimte af,
zoals in middeleeuwse miniaturen of een ommuurde tuin rond Maria.

DSC01315 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

Binnen die rand ontvouwt zich een ritueel toneel.
Voor de troon knielt Hanuman, gekroond maar nederig,
zijn lichaam diagonaal gericht
als een zachte lijn die doorloopt via Rama en Sita
naar de hofhouding achter hen.
Het hele gezelschap vormt zo een diagonale stroom,
een zachte beweging die de scène draagt.
Zijn rechterhand is uitgestrekt, alsof hij iets aanbiedt
— geen gebed, maar een gebaar.
Hij is dienaar, deelnemer én vertegenwoordiger van de toeschouwer.
Door hem kan de toeschouwer zelf deelnemer worden,
in een houding van persoonlijke devotie.
Rama, Sita en Hanuman spelen een centrale rol in het epos Ramayana.

DSC01315 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

Achter Rama en Sita staat een rij gekroonde figuren in profiel,
als het ware een engelenkoor van patronen
dat met kleur en ritme het ritueel toneel ondersteunt.

DSC01315 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

In het midden zit Rama op de troon, herkenbaar aan zijn aureool
en aan de boog die hij vasthoudt:
een harde, strakke lijn die haaks door de zachte diagonalen
van de scène snijdt.

De hofhouding is gehuld in vloeiende patronen
die de zachtheid van die diagonale stroom versterken,
waardoor de boog nog nadrukkelijker als tegenkracht zichtbaar wordt.
Die boog doorbreekt de decoratieve rust en herinnert eraan
dat deze vrede niet vanzelf gekomen is.

De harmonie die we zien is hersteld, bevochten,
en precies daarom zo zorgvuldig geënsceneerd:
een constellatie van orde, erkenning en hernieuwde balans.

Zo wordt het schilderij niet alleen een voorstelling,
maar een plek voor stille overdenking
— een beeld dat de toeschouwer uitnodigt om innerlijk mee te knielen.


DSC01317 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumMaharadjaRanjitSinghPayingHomageToDeviPaharo-SikhMixedStylePunjabCircaAD1850PaperAccNo72-313

India, New Delhi, National Museum, Maharadja Ranjit Singh paying homage to Devi, Pahari-Sikh mixed style, Punjab, circa AD 1850, paper. Acc. No. 72.313.


Waar het vorige schilderij een mythische scène toonde,
zien we hier een historische vorst
in een vergelijkbare devotionele omkadering.
De bloemenrand, het hekje en de ommuurde ruimte keren terug,
maar de inhoud verschuift:
van goddelijke orde
naar wereldlijke macht onder spirituele leiding.

In dit schilderij zien we Maharadja Ranjit Singh en een heilige man
— waarschijnlijk een sadhu of brahmaan —
samen met gevouwen handen naar een godin kijken.
Ranjit Singh, stichter van het Sikh‑rijk
en bekend om zijn religieuze tolerantie,
staat op de eerste tree van het tempelachtige gebouw,
herkenbaar aan zijn tulband, zwaard en schild.
De heilige staat een tree hoger,
zijn hoofddoek hangt losjes om het hoofd en in de hals.
Hun houding is devotioneel, niet ceremonieel:
ze zijn geen heerser en adviseur,
maar gelovigen in gezamenlijk gebed.
Dat Singh hier in een Hindoeïstische beeldtaal verschijnt,
past bij de religieuze verwevenheid van Punjab in zijn tijd,
waarin Sikh, Hindoe en islamitische tradities
door elkaar liepen en vorsten zich vaak lieten afbeelden
in een hybride, hoficonografische devotie.

DSC01317 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumMaharadjaRanjitSinghPayingHomageToDeviPaharo-SikhMixedStylePunjabCircaAD1850PaperAccNo72-313

Voor hen troont Devi, een godin met vier armen,
een zwaard, een lasso en een stralenkrans.
Ze zit in een paviljoen met muren
waarin ondiepe reliëfs zijn uitgespaard.

Haar twee andere handen zijn leeg:
de ene is uitgestrekt met de handpalm omhoog,
een uitnodigend gebaar dat doet denken aan de varada‑mudrā;
de andere is voor de borst geheven,
de hand opgericht in een beschermende houding
die aan de abhaya‑mudrā herinnert.

Op de hoeken van het gebouw staan oranje driehoekige vlaggen
— symbolen van heiligheid en oriëntatie.

Achter haar opent een raam naar de natuur,
die links en rechts ook buiten de afgebakende ruimte doorloopt.
Het geheel is geen troonscène,
maar een moment van gedeelde devotie:
een vorst en een heilige die samen buigen voor de goddelijke macht,
in een beeld dat Singh’s heerschappij toont
zoals hij die zelf begreep
— wereldlijk gezag onder goddelijke bescherming.

DSC01317 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumMaharadjaRanjitSinghPayingHomageToDeviPaharo-SikhMixedStylePunjabCircaAD1850PaperAccNo72-313


DSC01319IndiaNewDelhiNationalMuseumAbhisarikaNayikaRadhaOnWayToMeetKrishnaKangraPahariMiddle1900CEPaperAccNo58-21-8

India, New Delhi, National Museum, Abhisarika Nayika Radha on way to meet Krishna, Kangra, Pahari, middle 1900 CE, paper. Acc. No. 58.21/8.


Ik begin met te beschrijven wat ik zie.
Het is een methode die misschien wat oefening vraagt
maar die de meeste mensen kunnen uitvoeren,
bij elk kunstwerk.
Daarna volgt meer context over dit werk.

Mijn observatie

De gekroonde Krishna zit in een landschap op een heuvel.
De hoofdkleur van zijn kleding is geel.
Boven hem zie je donkere wolken en in de verte een bliksemschicht.
Er staan bomen op de heuvels.
In de verte zie je ook een gebouw.
Krishna kijkt achterom.
Hij voorvoelt de komst van Radha.

Een beetje van hem af, en wat lager,
zie je verschillende dieren en mensen.

Een pauw, een hert, een viervoeter tussen de bomen, twee duiven.

Een bijzonder wezen zit in een boom (een bhûta, een nachtwezen).
Hij heeft een menselijk ogend lichaam dat geheel grijs is.
Op het lijf staat een woest hoofd met slagtanden.
Het bijzondere wezen zit in een boom.

Er zijn nog drie mensfiguren aanwezig: twee vrouwen en een man.
De grootste figuur is een vrouw die loopt in de richting van Krishna.
Dit is Radha als Abhisarika Nayika.
Ze draagt een oranje kleed, haar sluier is blauw.

De man, een kleinere figuur, draagt een wit pakket op zijn hoofd.
Hij draagt een lange doek half over zijn achterhoofd en rug
tot op zijn bovenbenen.
Hij loopt weg van de vrouw maar kijkt om.
Hij is bijna onder de boom van de grijze, woeste figuur.

In de buurt van de lopende vrouw zit nog een vrouw.
Naast haar ligt een bundel op de grond
in dezelfde kleur als haar sluier: oranje.
Ze maakt muziek op een fluit.
Die heeft de vorm van een fluit die gebruikt wordt door slangenbezweerders.
Uit een van de gaten in de rotsen voor haar,
komt een slang te voorschijn.

Het geheel wordt omlijst met een smalle band met donkere ondergrond.
Op de band ligt een slinger met afwisselend een bloem en bloemblad.

Context

Dit schilderij behoort tot de Kangra‑traditie
van de Pahari‑miniatuurkunst,
een stijl die bekendstaat om haar lyrische landschappen,
zachte kleuren en verfijnde emotionele verbeelding.

De scène toont Radha als Abhisarika Nayika,
de geliefde die zich, ondanks duisternis en gevaar,
op weg begeeft naar Krishna.
De dramatische hemel met donkere wolken en bliksem
is een klassiek motief:
de storm weerspiegelt zowel de uiterlijke omstandigheden
als de innerlijke beroering van haar verlangen.

Het landschap is bevolkt met dieren
— pauw, hert, vogels —
en met wezens die de nacht bewonen,
zoals de grijze figuur met slagtanden in de boom.
Zulke verschijningen zijn typerend voor Pahari‑voorstellingen
van de Abhisarika:
zij belichamen de obstakels, angsten en verleidingen
die de geliefde moet trotseren.

Ook de slang die uit de rots tevoorschijn komt,
en de reiziger die omkijkt terwijl hij zijn last draagt,
versterken het gevoel van een wereld vol beweging en spanning.

Radha zelf, gehuld in oranje en blauw,
beweegt vastberaden door dit geladen landschap.
Haar tocht is zowel letterlijk als symbolisch:
een reis door de nacht naar de geliefde,
maar ook een metafoor voor de ziel die zich naar het goddelijke wendt.

Krishna, hoger op de heuvel gezeten
en gekleed in zijn traditionele gele doek,
kijkt achterom
— niet uit schrik, maar in een subtiel gebaar van herkenning
en verwachting.
Hij is aanwezig als het doel van haar verlangen,
maar blijft op afstand, wachtend, uitnodigend.

De omlijsting met bloemen en bladeren
sluit aan bij de Kangra‑esthetiek,
waarin natuur, emotie en devotie in één ritmisch geheel
worden samengebracht.
Het schilderij is daarmee niet alleen een verhalende scène,
maar ook een poëtische meditatie op liefde,
verlangen en de moed om het onbekende tegemoet te treden.

Afsluiting

Wie aandachtig kijkt, ontdekt dat elk kunstwerk
zichzelf openbaart
— eerst in vormen, kleuren en details,
daarna in betekenissen die zich langzaam ontvouwen.

De drie schilderijen in deze reeks nodigen uit
tot precies die beweging:
van waarnemen naar begrijpen,
van beschrijven naar duiden.
Door eerst te zien wat er werkelijk staat,
en pas daarna de iconografie en context toe te laten,
ontstaat een helderheid die niet alleen het individuele werk verdiept,
maar ook de samenhang tussen de drie zichtbaar maakt.

Het eerste schilderij toont een goddelijke orde,
het tweede een historische vorst
die zich onderwerpt aan het goddelijke,
en het derde een geliefde die door duisternis en gevaar
naar het goddelijke toe beweegt.
Samen vormen ze een boog van devotie:
van goden naar mensen, en van mensen terug naar het goddelijke.

Wie leert kijken, ziet hoe deze drie werelden elkaar raken
— in ritueel, in verlangen, in de stille beweging van het hart.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVII

– Twee manieren om kosmische kracht te verbeelden: Shiva in de tempel en Vishnu in huis –

Vandaag merk ik hoe twee kunstwerken in het National Museum
elkaar kunnen laten oplichten.
Shiva als Chandrashekara, krachtig en tempelgebonden,
trekt mijn aandacht door zijn directe energie.
Even later dwingt een Mysore‑ivoren doosje me
tot een andere manier van kijken:
kleiner, gelaagder, narratiever.

Het ene beeld vult de ruimte,
het andere ontvouwt een universum in miniatuur.
Samen tonen ze twee manieren om kosmische kracht te verbeelden:
Shiva in de tempel en Vishnu in huis.

DSC01310IndiaNewDelhiNationalMuseumChandrashekara15th-16thCentCEKeralaBronzeAccNo47-109slash11H72cmW35cmD25-5cm

India, New Delhi, National Museum, Chandrashekara, 15th – 16th century CE, Kerala, bronze, acc.no 47.109/11. Hoogte 72 cm, breedte 35 cm en diepte 25,5 cm.


De zaaltekst zegt:

Chandrashekara stands on a lotus pedestal, which is mounted on a square base. The figure has four arms which bifurcate at the shoulders. In the upper right hand he holds a parashu (axe), in the upper left mriga (antelope). The lower right hand is in abhaya-mudra and the lower left hand is in varada-mudra. The hair is jatas (or jata-makuta) as-chakra behind the head. The figure is ornamented with a coronet featuring a crest and a fillet (karanda-mukuta) and a flower decked on either side above the ears.

In vertaling:

Chandrashekara staat op een lotuspiedestal, die is geplaatst op een vierkante basis.
De figuur heeft vier armen, die zich ter hoogte van de schouders in tweeën splitsen.
In de bovenste rechterhand houdt hij een parashu (bijl), in de bovenste linkerhand een mriga (antilope).
De onderste rechterhand is in abhaya‑mudra (het gebaar van bescherming), en de onderste linkerhand in varada‑mudra (het gebaar van schenking).
Het haar is in jatas (of jata‑makuta) opgestoken, met een chakra achter het hoofd.
De figuur is versierd met een kroon met een kam en een band (karanda‑mukuta), en aan weerszijden boven de oren is een bloem aangebracht.

De beschrijving klopt helemaal maar er zijn
een paar aspecten die ik nader wil noemen:

In de vorm van Chandrashekara verschijnt Shiva
als drager van de maansikkel,
een manifestatie die de cyclische aard
van tijd, groei en afname belichaamt.

Waar Shiva in het algemeen wordt gezien
als de bron en beheerser van energie,
legt Chandrashekara de nadruk op ritme:
de herhaling van fasen,
de beweging tussen ontstaan en verdwijnen,
en de innerlijke rust die deze kosmische cyclus draagt.

Op het eerste gezicht lijkt dit beeld uitzonderlijk rijk en
bijna boetseerachtig van karakter.
De oppervlaktes dragen nog duidelijk de sporen
van het oorspronkelijke wasmodel,
waardoor het brons een zachte, gemodelleerde tactiliteit behoudt.

In de hoge, gelaagde haarkroon herkennen we zowel
de riviergodin Ganga
als de maansikkel
— een verwijzing naar Shiva’s naam Chandrashekara,
“hij die de maan draagt”.

Aan weerszijden van het hoofd zijn bloemen aangebracht
die in hun vorm bijna op lotussen lijken,
een echo van de gestileerde lotuspiedestal waarop de god staat.

De lendendoek is opvallend lang, veel langer
dan in andere voorstellingen van Shiva die we eerder zagen.
De verschillende delen van de doek worden met linten vastgezet,
zichtbaar aan beide zijden van het lichaam.
Deze details versterken de indruk van
een beeld dat eerder is opgebouwd dan uitgehakt
— een sculptuur waarin het boetseren nog voelbaar is.

Onder de lange doek vallen de grote, massieve enkelornamenten op,
een type sieraad dat we tot nu toe niet tegenkwamen.
Ze omsluiten onderbeen en wreef als een metalen bescherming,
terwijl de tenen vrij blijven
— alsof de god op gouden of zilveren kracht staat.

Opmerkelijk is dat juist het gezicht minder geboetseerd oogt:
het is gladder, rustiger, bijna verstild,
als een tegenwicht voor de rijkdom van het lichaam.

DSC01311IndiaNewDelhiNationalMuseumChandrashekara15th-16thCentCEKeralaBronzeAccNo47-109slash11H72cmW35cmD25-5cm


DSC01313 01IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029

India, New Delhi, National Museum, Box depicting Dashavatar, Mysore, Southern India, late 18th century, ivory, carved and painted. Acc. No. 63.1029.


Behalve een beschrijving op de Indian Culture-website
vond ik geen uitgebreide beschrijving van deze doos.
Dus heb ik die geprobeerd te maken met Copilot.
Daarbij hielp de beschrijving op Indian Culture omdat
die de voorstelling in de deksel als ‘Seshasayi Vishnu’ beschreef.
De doos is 13,8 cm lang, 10,9 cm breed en 6 cm hoog.

We kwamen tot de volgende beschrijving van de buitenzijde:

De voorkant toont vier avatars van Vishnu, van links naar rechts
te identificeren als Varaha, Narasimha, Kurma en Matsya.
De voor de kijker rechtse zijkant bevat drie nissen;
als we aannemen dat de linker zijkant eveneens drie nissen heeft,
kunnen zo alle tien avatars van Vishnu worden weergegeven
en wordt de volledige Dashavatar‑cyclus voltooid.

DSC01313 02IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029 Detail

Helaas maakte ik maar één foto. Dit is een detail van de vorige afbeelding. Dit zouden dan Kurma en Matsya zijn.


De zes resterende avatars
— Vamana, Parashurama, Rama, Krishna, Buddha en Kalki —
zijn naar alle waarschijnlijkheid verdeeld over de twee zijkanten,
in overeenstemming met de gebruikelijke ordening
in Mysore‑ivoren uit de late 18e eeuw.
De achterzijde lijkt onversierd of decoratief,
zoals vaker voorkomt bij dergelijke doosjes.
De boven- en onderrand, evenals de zones links, rechts en
rond het slot, zijn opgevuld met florale motieven
die de afzonderlijke panelen ritmisch omlijsten en
de compositie visueel verbinden.

Als we een reconstructie zouden maken,
dan zouden de overige avatars als volgt
verdeeld kunnen zijn:

Linkerzijkant:
Vamana — kleine brahmaan met waterpot of parasol
Parashurama — met bijl
Rama — met boog

Rechterzijkant:
Krishna — fluit of Govardhana‑houding
Buddha — staand, handen in abhaya/dhyana
Kalki — paardenkop of ruiter op paard

De binnenzijde van de deksel kun je dan als volgt beschrijven:

DSC01313 03IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029 Detail

De binnenzijde van het deksel toont een voorstelling met centraal
een tempelstructuur waarin Vishnu in kosmische rust ligt,
gedragen door de veelkoppige slang Sesha (Seshasayi Vishnu).
De compositie is duidelijk gelaagd:
in de bovenste zone bevindt zich Vishnu in zijn kosmische binnenruimte;
daaronder, in een tweede register, staat een aanbidder
die in beide handen een lotus omhooghoudt,
geflankeerd door twee kleinere begeleiders;
en buiten de architecturale omlijsting
markeren twee grotere wachterfiguren
de grens van de heilige ruimte.

De achtergrond is roze geschilderd en gevuld
met kleinere figuren en ornamenten,
terwijl de hoofdfiguren in groen zijn uitgevoerd,
een kleurcontrast dat kenmerkend is voor Mysore‑ivoren
uit de late 18e eeuw.

De rijk versierde boogvormige architectuur versterkt zowel
de verticale gelaagdheid als de sacraliteit van Vishnu’s rust.


Daar zijn we dan:
twee kunstwerken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben.

Brons:
duurzaam, kan tegen een stootje, goed voor een tempel
Ivoor:
kostbaar, verfijnd, hofkunst, miniatuurprecisie en intieme schaal.

Beide objecten verbinden de tijd,
de tijd van de eerste bronzen voorwerpen tot en met
lang in de 20ste eeuw.
Tot het verbod op nieuwe ivoren.

Ze zijn allebei te zien in het National Museum in New Delhi.

Een bronzen beeld van een manifestatie van Shiva,
groot, in een geboetseerde stijl.
Daarnaast een kleine doos met ivoren panelen,
een object voor de persoonlijke devotie voor Vishnu.

Deze voorwerpen, elk voor een eigen god,
verbeelden samen met Brahma, het hart van het Hindoeïsme.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum VI

Slechts één voorwerp, met zeven onbekende verhalen, een Ayaga fries

De eerste vraag die zich aandient…
Waar komt de naam vandaan?
Het blijkt een soortnaam te zijn,
dus geen unieke roepnaam.
Ayaga komt van het Sanskriet:
āyāgapaṭṭa (āyāga-patta),
letterlijk “offeringsplaat”
of “devotie-paneel”.

Het werd gevonden in Nagarjunakonda, Andhra Pradesh.
Dat is een archeologische site in Zuid-India
waar stupa’s en kloosters opgegraven zijn.

De Ikshvaku-dynastie: een mythisch-historisch koningshuis.
Zij schreven hun oorsprong toe aan de zonnegod.
Ze leverden volgens de traditie de eerste menselijke koningen.
Ook Rama zou volgens de overlevering deel van die familie zijn.

Volgens de beschrijving zou de fries verhalen uitbeelden
uit het leven van Boeddha.
Ook uit zijn vorige levens, beschreven in de Jātakas — een canon van verhalen.
Omdat mijn kennis beperkt is,
geef ik slechts weer wat ik erin meen te zien.

DSC01246IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone Compleet

India, New Delhi, National Museum, Ayaga Frieze depicting scenes from Buddha’s life and from the Jatakas, Ikshvaku, 3rd century AD, Nagarjunakonda, Andhra Pradesh, greyish limestone. Acc. No 50.18. Hoogte 40 cm, breedte 332 cm, diepte 18 cm.

Structuur van de Frieze
De fries heeft een kort begin en eindstuk.
Dat stuk is minder diep dan het er tussenliggende deel van de fries.
Het centrale deel van de fries bestaat uit zeven panelen met steeds
tussen twee panelen een smal tussenpaneel.
Er zijn 6 tussenpanelen.
Die tussenpanelen (en dat ik ook zo bij het begin- en eindstuk),
tonen 2 figuren, steeds een man en een vrouw.
De fries is gebroken en gerestaureerd waarbij van links af
tussenstuk 2 en paneel 3 beschadigd zijn geraakt.

De fries ‘steunt’ op een serie van 28 leeuwen (begin en eind ontbreken
dus het zijn er waarschijnlijk origineel meer geweest).
Van de leeuwen zijn de kop, de ogen, de manen en klauwen zichtbaar.
Op de ruggen van de leeuwen rust de vloer van de panelen waarbij
aan de kant van de leeuwen een floraal motief te herkennen is.

De fries wordt door pilaren ingedeeld in panelen.
De nu 14 pilaren zijn floraal gedecoreerd.


Beginstuk

Compositie:
Vrouw en man, staand naast elkaar.
Het lijkt alsof het aan de onderkant smal is en
aan de bovenkant breed genoeg is voor twee figuren.
Misschien ontbreekt een stuk door beschadiging.

Paneel 1

DSC01239IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P1

Centrale figuur:
Zittend op een verhoogd platform zonder leuning;
torso helt licht naar rechts.
Linkerarm rust in de zij;
rechterarm steunt op bovenbeen.

Benedenpartij:
Eén voet rust in/bij het water; de andere voet is op het platform.

DSC01239IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P1D

Kledij en sieraden:
Draagsporen van textielplooien langs heup en dij; armbanden.

Omringende figuren:
Meerdere vrouwen in gebogen houdingen,
rouwend of devoot; hoofden vaak gericht op centrale figuur.

Linksboven, vrouw met bundel/schaal boven het hoofd in draaghouding.

Rechts onder, twee vrouwen half in het water;
één reikt een kom aan de ander.
De aanbiedende vrouw lijkt een traan onder het oog te hebben (?).

Bij het been van de centrale figuur,
vrouw met een eend in de arm, snavel naar buiten gericht.

Sieraden:
Vrouwen dragen grote enkelsieraden; enkele met armbanden en kettingen.

Omgeving:
Onderzone: Waterpartij met deels ondergedompelde figuren;
golvende lijn als waterindicatie.

DSC01239IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone TP1

Tussenstuk 1

Compositie:
Twee figuren, man met kom voor de borst, vrouw gewicht op één heup.
Compacte, intieme opstelling; leest als een paar.
Hoofden kijken niet naar elkaar.

Sieraden:
Vrouw: enkelsieraden en armbanden prominent.
Man: armband

Paneel 2

Centrale figuur:
Zittend op een gedecoreerde stoel met leuning (troon).
Eén voet rust op een kussen.
Rechterhand opgeheven met uitgestrekte wijsvinger.
Draagt hoofdtooi en sieraden.

DSC01240IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P2

Omringende figuren:
Meerdere personen, vaak gericht naar de centrale figuur.
Twee figuren, bovenaan, wuiven koelte toe (chowries).

Links en rechts: geknielde figuur met gevouwen handen.

Tussenstuk 2

Compositie:
Twee figuren: vrouw en man, half naar elkaar toe gekeerd.
Vrouw met oen hand; de arm van de man dichtst bij de toeschouwer is beschadigd.
Hoofddeksel van de man lijkt sterk op dat van de centrale figuur van Paneel 2.

Hier begint de breuk die verder door paneel 3 loopt.

Paneel 3

Het paneel is beschadigd, met meerdere figuren
gedeeltelijk of geheel onherkenbaar.

Centrale figuur:
Zittend in het midden; sporen van een aureool achter hoofd zichtbaar;
linkerarm in de zij; rechterarm houdt kruik omhoog; geplooid gewaad;
rechterbeen op steun.

DSC01246IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P3

Dit deel heb ik niet apart gefotografeerd. Dit is een detail van de eerste foto in dit bericht dat een totaaloverzicht geeft van de fries.

Omringende figuren:
Meerdere figuren, de meesten met aureolen;
links egale aureolen, rechts gespaakte aureolen.

Door de aanwezigheid van aureolen lijkt dit paneel een scène te tonen
waarin alle zichtbare figuren een verheven status hebben

Tussenstuk 3

Compositie:
Twee figuren (man en vrouw in omarming);
man leunt tegen pilaar, rechterarm opgeheven tegen plafond;
houding nonchalant,
vrouw dicht tegen hem aan.

DSC01241IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone TP3

Paneel 4

DSC01241IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P4

Centrale figuur:
Zittend op troon met achterleuning; aureool achter hoofd;
rechterhand opgeheven (abhaya mudra); linkerhand tegen schouder/borst;
benen gekruist, maken geen gebruik van de voetsteun;
geplooid gewaad; voorhoofd met cirkelvormig merkteken (ūrṇā).
Stoelpoten volledig gemodelleerd als kleine leeuwtjes.
Kop, schouders, voor- en achterpoot zichtbaar

DSC01241IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P4D4

Omringende figuren:
Geen aureolen; enkele met gevouwen handen;
kegelvormige hoofddeksels met geruit motief;
één toewaaiende figuur met afwijkend, groter hoofddeksel.

DSC01241IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P4D2DSC01241IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P4D3

Omgeving:
achter de aureool takken en bladeren van een boom zichtbaar.

Narratieve kenmerken: Boeddha in onderricht of zegen;
boomtakken achter aureool verbinden hem met natuur en verlichting.

DSC01241IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P4D

Tussenstuk 4

Compositie:
Twee figuren in een dynamische pose:
de voorste — een vrouw met sieraden en hoofdtooi —
staat licht gedraaid met één arm opgeheven.
De achterste figuur staat dicht achter haar,
in een houding die zowel ondersteunend als omvattend is.

DSC01241IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone TP4

Gebaren en houding:
De opgeheven arm en de nabijheid van de achterste figuur
suggereren een ritmische, lichamelijke interactie.
De scène is lichamelijk geladen, maar niet expliciet:
er is geen directe seksuele handeling zichtbaar.

Paneel 5

Centrale figuur:
Zittend op een troon, met één been dop een voetsteun .
Rechterarm gestrekt omhoog, raakt het plafond.
Linkerarm gebogen naast het torso gehouden,
de linkerhand houdt een schede vast, die op het linker bovenbeen ligt.
Het zwaard ligt vóór de troon, los van de hand, steunend op de voetsteun.
Draagt een hoofdtooi en sieraden, wat op een verheven status wijst.

DSC01242IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P5

Omringende figuren
Rechterbovenhoek:
Twee figuren met verticale, segmentvormige kapsels
— mogelijk gevlochten of gestileerde kronen.
Daarvoor:
Twee figuren met ronde, gesloten hoofddeksels —
tulbandachtig of ceremoniële kap.

Linkerzijde:
Figuren zonder hoofddeksels, met zichtbaar haar in eenvoudige stijl.
Mogelijk lagere status, of andere rol.

DSC01242IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P5D1

Onderrand en dierlijke aanwezigheid:
Kleine figuren onderaan.
Helemaal in de hoek linksonder is een vogel zichtbaar —
klein, maar zorgvuldig uitgewerkt.

Tussenstuk 5

Compositie:
Twee figuren, man en vrouw, in een compacte en ritmische opstelling.

DSC01243IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone TP5

Man links, met het gezicht naar de toeschouwer,
een zeldzame frontale blik in deze frieze.
Vrouw rechts, met de rug naar de toeschouwer.

Gebaren en houding:
Gedeeltelijke omarming.

Paneel 6

Centrale figuur:
Zittend op een troon met rugleuning, één been opgetrokken.
Rechterhand in zegenhouding (abhaya mudra?), linkerhand rustend op het bovenbeen.
Draagt alleen een lendedoek.

DSC01243IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P6

Draagt een rijk versierd hoofddeksel en sieraden.
Er is geen aureool zichtbaar.
Onderaan de troon bevinden zich twee kleine figuren,
mogelijk kinderen of ondergeschikten — één kijkt omhoog, de ander zit.

Omringende figuren:
Meerdere figuren, staand en zittend, meestal met hoofddeksels.
De figuren zijn gericht naar de centrale figuur.
Rechts onder knielt een figuur die een dierachtig object aanbiedt —
mogelijk een opgerolde slang, vogel of hybride wezen.
Links onder twee figuren in een gewaad met in het ene hand een voorwerp
en maakt met het andere hand een gebaar vergelijkbaar met dat
van de centrale figuur.

DSC01243IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P6D1

Tussenstuk 6 (zie links op volgende foto)

Compositie:
Twee figuren, een vrouw links en een man rechts,
beide staand en rechtop.
De vrouw staat met het gezicht licht afgewend,
haar houding is ontvankelijk en gebogen.
De man staat tegenover haar, met een hand om haar hals of onder haar kin.
De scène is intiem en geladen, zonder erotiek.

Gebaren en houding:
De man reikt naar haar gezicht,
zijn gebaar is zacht en omvattend, niet dwingend.
De vrouw lijkt stil te staan in overgave,
haar houding suggereert ontvangst of voorbereiding.

Paneel 7

Centrale figuren:
Op een bank, man (achterover leunend) en vrouw achter hem.
Geen gewaden.

DSC01244IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P7

Omringende figuren:
Figuren achter of naast de bank, niet erop.
Een figuur rust tegen de leuning.
Meerdere wijzende gebaren, omhoog.
Links een figuur met een kruik in de hand.

DSC01244IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone P7D1

Voorgrondobjecten:
Schaal: Ronde schaal vóór het platform met minstens drie bolvormige objecten.
Bloemen/kruiden onwaarschijnlijk; eerder fruit/groente (ronde vruchten of knollen).
Fles/karaf: Smalle korte hals, naast de schaal.

Eindstuk

Compositie:
Vrouw en man, staand naast elkaar.
Ze houden elkaars linkerhand vast.

DSC01246IndiaNewDelhiNationalMuseumAyagaFriezeDepictingScenesFromBuddhasLifeAndFromTheJatakasIkshvaku3rdCADNagarjunakondaAndhraPradeshGreyishLimestone Eindstuk


Samenvattend:

De figuren zijn scherp uitgewerkt,
met duidelijke details — vooral aan het hoofd en de sieraden

Het middelste reliëf verwijst vermoedelijk naar de Boeddha:
een bodhi tree, een groot aureool, de houding, en
figuren die aandachtig naar hem kijken.
Maar aan de overige panelen durf ik me niet te wagen.

Stel ik moet de individuele grote panelen een naam geven,
dan kies ik:

Paneel 1: Ga naar het water
Paneel 2: Luister naar de leraar
Paneel 3: Zie het gebroken paneel
Paneel 4: Eer Boeddha in stralend midden
Paneel 5: Leg het zwaard neer
Paneel 6: Hoor een vaders verhaal
Paneel 7: Kijk naar de hemel

Van Lucknow naar Haridwar met de trein

DSC_9153LucknowOpHetStationWachten

Vanuit Lucknow gaan we naar Haridwar. Gelegen aan de Ganges is dit een van de zeven plaatsen in India die de Sapta Puri worden genoemd. De heiligste plaatsen voor de Hindoes. Maar eerst moeten we er met de trein zien te komen. Het wordt veel wachten. We zijn niet de enige die naar deze bedevaartsplaats toe willen (of er weer vertrekken).


Wikipedia (vertaald):

De Sapta Puri zijn zeven heilige pelgrimsplaatsen in India. De tirthas (bedevaartsplaatsen) zijn: Ayodhya (Rama), Mathura (Krishna), Haridwar (Vishnu), Varanasi (Shiva), Kanchipuram (Parvati), Ujjain (Shiva) en Dwarka (Krishna).

DSC_9155LucknowStationAndereTrein

Een andere trein.


DSC_9156LucknowStationWachten

Soms moet je gewoon wachten.


Hindoeïsme en Hindoekunst

Via een Tweet van het Metropolitan Museum of Art,
een groot en belangrijk museum in New York,
kwam ik op de introductiepagina voor Hindoekunst van het museum.
De afbeeldingen die ik hier gebruik komen ook van die pagina.
De link naar die pagina is
http://www.metmuseum.org/toah/hd/hind/hd_hind.htm?utm_source=Twitter&utm_medium=tweet&content=20140828&utm_campaign=toah

De tekst is geschreven door Vidya Dehejia (professor op het gebied
van Indiase en Zuid Aziatische kunst aan de Universiteit van Columbia).

Over Hindoeïsme en Hindoekunst schreef ze het volgende (in Nederlandse
vertaling/samenvatting. De volledige tekst staat hieronder).

In de visie van de Hindoes heeft het leven op aarde vier doelen en ieder
mens zou die vier doelen moeten nastreven:
dharma, oftewel een moreel leven;
artha, oftewel materiële welvaart door het uitvoeren van een beroep;
kama, oftewel menselijke en seksuele liefde;
moksha, oftewel zelfverwezenlijking.

Deze allesomvattende visie komt ook terug in de
artistieke productie van India. Hoewel een Hindoetempel toegewijd is
aan de glorie van een godheid en er op is gericht om de gelovige
te helpen om moksha te bereiken, is het toegestaan dat de muren beeldhouwwerken
bevatten die zich richten op de verwezenlijking van de drie andere doelen.
In die lijn moeten we de sensuele en schijnbaar seculiere thema’s plaatsen
die de muren van Indiase tempels versieren.


 photo LovingCoupleMithunaEasternGangaDynasty13thCenturyOrissaIndiaFerruginousStone.jpg

Loving couple (Mithuna), Eastern Ganga Dynasty, 13th century, Orissa, India, ferruginous stone.


Het Hindoeïsme is een geloofsovertuiging zonder een enkelvoudige stichter,
er is niet een (1) woordvoerder, geen enige profeet. Het ontstaan
van het Hindoeïsme komt voort uit meerdere bronnen en is complex.
Een bron voert terug op op de heilige literatuur van de Aryans,
geschreven in Sanskriet, en bekend onder de naam de Veda’s.
De verhalen bevatten lofzangen op heiligen die vaak
verpersoonlijkingen zijn van natuurelementen.
Een andere bron wordt gevormd door de dominante overtuigingen
van inheemse volkeren, met name het geloof in de krach van moedergod
en de werkzaamheid van vruchtbaarheidssymbolen.
Het Hindoeïsme zoals we dat vandaag kennen,
met de nadruk op de god Vishnu, Shiva en Shakti,
is gevormd tegelijkertijd met het begin van het Christendom.

Dat het Hindoeïsme zo veel gezichten heeft en meer goden kent, is vaak
verwarrend voor niet-Hindoes. In het Hindoeïsme wordt het Oneindige
gezien als een diamant met meerdere facetten.
Een individuele gelovige kan zich als magnetisch aangetrokken voelen
tot een van die facetten, zoals Rama, Krishna, of Ganesha.
Door een (1) individueel facet te aanbidden, ontkent de gelovige niet
het bestaan van de vele facetten van het Oneindige of de vele wegen
naar het ultieme doel.


 photo ShivaAsLordOfDanceNatarajaCholaPeriodCa860ndash1279Ca11thCenturyCopperAlloy.jpg

Shiva as Lord of Dance (Nataraja), Chola period (circa 860 – 1279), circa 11th century, copper alloy.


Goden worden vaak afgebeeld met meerdere armen, zeker als
ze betrokken zijn bij kosmische gevechten waarbij de machtige krachten
van het Kwaad moeten worden vernietigd.
De veelheid van armen benadrukt de enorme kracht van de god en haar
of zijn vermogen meerdere heldendaden tegelijkertijd te verrichten.
Voor een Indiase kunstenaar is dit een eenvoudige en effectieve manier
om de de alomtegenwoordigheid en de almacht van een godheid uit te drukken.
Het Kwaad (Duivels) wordt vaak met meerdere hoofden afgebeeld om
de bovenmenselijke kracht uit te beelden. Een enkele maal wordt ook een god
afgebeeld met meerdere hoofden. Dit komt voort uit de behoefte om meerdere
aspecten van het karakter van de god uit te beelden.
Zo wordt Shiva wel afgebeeld met drie hoofden. Het middelste hoofd
is zijn belangrijkste karakter terwijl de anderen de bedreigende
en de zalige kant van zijn karakter uitbeelden.


 photo TheGoddessDurgaKillingTheBuffaloDemonMahishaMahishasuramardiniPalaPeriodCa700ndash120012thCenturyBangladeshOrIndiaArgillite.jpg

The goddess Durga killing the buffalo demon Mahisha (Mahishasuramardini) Pala period (circa 700 – 1200), 12th century, Bangladesh or India, argillite.


De Hindoetempel.
Architectuur en beeldhouwwerk zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden in India.
Als men spreekt over Indiase Architectuur dan geeft men een vervormd
en incompleet beeld als men niet tegelijkertijd ook aandacht besteed
aan de weelderige gebeeldhouwde versieringen van de monumenten.
In Hindoetempels tref je grote nissen aan in de drie buitenmuren
van het centrale heilige der heilige.
Die nissen zijn voorzien van afbeeldingen die de belangrijkste eigenschappen
van de heilige tonen aan wie de tempel is gewijd.
De afbeelding in het heilige der heilige verbeeld de essentie van de god.
Een tempel gewijd aan Vishnu zal bijvoorbeeld ook zijn incarnaties afbeelden.
Een tempel gewijd aan Shiva zal de vele heldendaden tonen
terwijl een Shakti-tempel haar strijd met de vele duivels zal verbeelden.
Regionale verschillen zijn er in overvloed.
Zo zal een Shiva-tempel in Orissa vaak afbeeldingen
van zijn familie/partner bevatten; Parvati en hun zoon Ganesha
(de god die hindernissen wegneemt) en de oorlogszuchtige Skanda.


 photo SeatedGanesha14thndash15thCenturyIndiaOrissa.jpg

Seated Ganesha, 14th – 15th century, India, Orissa.


De buitenkant van de hallen en veranda’s zijn overdekt met beelden
van allerlei figuren. Een serie nissen kan gebeurtenissen in de mythologie
van de god benadrukken en vaak is er dan ook nog plaats
voor een variëteit aan andere goden.
Daarnaast bevatten tempelmuren florale motieven, beelden van vrouwen en
liefdesparen die bekend staan als mithunas.
Zo worden de positieve elementen als groei, overvloed en welvaart uitgebeeld.

Originele Engeltalige tekst:

Hinduism and Hindu Art

According to the Hindu view, there are four goals of life on earth, and each human being should aspire to all four. Everyone should aim for dharma, or righteous living; artha, or wealth acquired through the pursuit of a profession; kama, or human and sexual love; and, finally, moksha, or spiritual salvation.

 

This holistic view is reflected as well as in the artistic production of India. Although a Hindu temple is dedicated to the glory of a deity and is aimed at helping the devotee toward moksha, its walls might justifiably contain sculptures that reflect the other three goals of life. It is in such a context that we may best understand the many sensuous and apparently secular themes that decorate the walls of Indian temples.

 

Hinduism is a religion that had no single founder, no single spokesman, no single prophet. Its origins are mixed and complex. One strand can be traced back to the sacred Sanskrit literature of the Aryans, the Vedas, which consist of hymns in praise of deities who were often personifications of the natural elements. Another strand drew on the beliefs prevalent among groups of indigenous peoples, especially the faith in the power of the mother goddess and in the efficacy of fertility symbols. Hinduism, in the form comparable to its present-day expression, emerged at about the start of the Christian era, with an emphasis on the supremacy of the god Vishnu, the god Shiva, and the goddess Shakti (literally, “Power”).

 

The pluralism evident in Hinduism, as well as its acceptance of the existence of several deities, is often puzzling to non-Hindus. Hindus suggest that one may view the Infinite as a diamond of innumerable facets. One or another facet—be it Rama, Krishna, or Ganesha—may beckon an individual believer with irresistible magnetism. By acknowledging the power of an individual facet and worshipping it, the believer does not thereby deny the existence of many aspects of the Infinite and of varied paths toward the ultimate goal.

 

Deities are frequently portrayed with multiple arms, especially when they are engaged in combative acts of cosmic consequence that involve destroying powerful forces of evil. The multiplicity of arms emphasizes the immense power of the deity and his or her ability to perform several feats at the same time. The Indian artist found this a simple and an effective means of expressing the omnipresence and omnipotence of a deity. Demons are frequently portrayed with multiple heads to indicate their superhuman power. The occasional depiction of a deity with more than one head is generally motivated by the desire to portray varying aspects of the character of that deity. Thus, when the god Shiva is portrayed with a triple head, the central face indicates his essential character and the flanking faces depict his fierce and blissful aspects.

 

The Hindu Temple

Architecture and sculpture are inextricably linked in India. Thus, if one speaks of Indian architecture without taking note of the lavish sculptured decoration with which monuments are covered, a partial and distorted picture is presented. In the Hindu temple, large niches in the three exterior walls of the sanctum house sculpted images that portray various aspects of the deity enshrined within. The sanctum image expresses the essence of the deity. For instance, the niches of a temple dedicated to a Vishnu may portray his incarnations; those of a temple to Shiva, his various combative feats; and those of a temple to the Great Goddess, her battles with various demons. Regional variations exist, too; in the eastern state of Orissa, for example, the niches of a temple to Shiva customarily contain images of his family-his consort, Parvati, and their sons, Ganesha, the god of overcoming obstacles, and warlike Skanda.

 

The exterior of the halls and porch are also covered with figural sculpture. A series of niches highlight events from the mythology of the enshrined deity, and frequently a place is set aside for a variety of other gods. In addition, temple walls feature repeated banks of scroll-like foliage, images of women, and loving couples known as mithunas. Signifying growth, abundance, and prosperity, they were considered auspicious motifs.

 

Vidya Dehejia
Department of Art History and Archaeology, Columbia University

Kunstvaria

Even weg geweest.
Ik ben te druk geweest de afgelopen weken.
Daardoor was er onvoldoende tijd om te werken aan Kunstvaria.
Het feit dat de weblog leverancier nogal eens performance problemen
heeft helpt natuurlijk ook niet.
Neemt niet weg dat dit weer een mooie serie is
met 20 werken waaronder tweemaal Richter
en nog een paar meer van Picasso.

al bij al veel kunst waar de afgelopen weken
veel mee aan de hand was.
Werden ze niet gestolen (Picasso)
dan werden ze wel beschreven (Rothko)
of ze bereikten de hoogste prijs ooit (Richter).

Los van al die ellende: Geniet!

Gerhard Richter, Abstraktes Bild 809 x96 4, 1994, oil on canvas.


Elizabeth Frink, Fallen warrior, 1963, charcoal on paper.


Gerhard Richter, Prag1883 x96 1983, oil on canvas.


Giovanni Savoldo, Piet with three saints, 1529, oil on canvas.


Illustration to a Ramayana series Rama and Lakshmana confer with the monkey army.


Joseph Mallord William Turner, A coast scene with fishermen hauling a boat ashore, The Iveagh Sea-piece, circa 1803 x96 1804, oil on canvas.


Large pair of imperial cloisonnxe9 enamel cranes and 19th century censor.


Mark Rothko, No 1, royal red and blue, 1954.


Aboriginal art, Mawalan 1 Marika figure, male, Djangkawu ancestral being, Dhuwa Moiety, Australia, 1960, human hair, bark fibre, feathers, natural pigments on wood.


Maya vase with seated Lord with rattle, circa 725 – 735.


Pablo Picasso, Bust of a woman arms raised (Buste de femme, les bras levs), Dinard, summer 1922.

Picasso special vanwege een tentoonstelling over zijn werk
in zwart/wit: Picasso Black and White in het Guggenheim New York.


Deze is gewoon mooi: Pablo Picasso, Femme a la fenetre (Marie-Therese), 1936.


Deze is fantastisch: Pablo Picasso, Marie-Therese face and profile (Marie-Therese face et profil), Paris, 1931.


Pablo Picasso, The kitchen (La cuisine), Grands-Augustins, Paris, november 9, 1948, oil on canvas.


Ronnie Tjampitjinpa, Tingari cycle Wilkinkarra, Lake Mackay, 2007, acrylic on linen.


Silver decadrachm of Acragas (modern day Agrigento), Sicily, 406 BC.


Goed, misschien geen kunst. Wel heel schrijnend. Timothy H. Ox92Sullivan, printed by Alexander Gardner: A harvest of death, Gettysburg, July 4, 1863, albumen print.


Virgin and child with saints Dominic and Francis, Italian, circa 1280 – 1290.


Wassily Kandinsky, Studie for improvisation 8, painted in 1909 in Murnau, oil on cardboard laid down on canvas.


William Kentridge, Drawing for the film history of the main complaint, 1995 – 1996.


50 x India

Gisteren was ik in Amsterdam, onder andere op de tentoonstelling
‘De 50 mooiste miniaturen van het Rijksmuseum’.

Ik was niet eerder op de etage van het Prentenkabinet
van het Van Gogh museum geweest.
Daar was nog een tentoonstelling.
‘Van Gogh en stillevens’.
Vandaar dat ik eerder de schoenen van Van Gogh liet zien.

Ik heb daar foto’s gemaakt maar de omgeving is er terrecht nogal donker.
De foto’s uit de catalogus zijn dan ook veel mooier.
Daarom tref je hier een combinatie aan.
Mijn foto’s samen met ingescande afbeeldingen uit de catalogus.

Ik had nog veel meer afbeeldingen kunnen opnemen.
Er waren geen lelijke afbeeldingen of prenten van slechte kwaliteit.
Dit was super.
Ik heb in Mumbai een collectie miniaturen gezien
die was groter en misschien completer.
Maar zeker niet van een hogere kwaliteit.
Geweldig!

De toorn van Jarasandha bij Mathura, detail met Krishna.


De toorn van Jarasandha bij Mathura, detail.


De toorn van Jarasandha bij Mathura, Kangra, tweede helft 19e eeuw.

Het boek van de Indiase cultuur is de Mahabharata.
In dit boek staan heel veel verhalen.
Een van die verhalen vertelt over een koning die geen mannelijke nakomelingen had.
In de hoop dat zijn dochters wel zonen zouden krijgen werden ze uitgehuwelijkt.
De kroonprins van Mathura en een van zijn schoonzoons
vermoorde echter zijn vader en als straf werd hij door Krishna gedood.
Jarasandha, de zoonloze koning, probeert vervolgens Krishna te doden.
Deze gouache beeldt de veldslag die volgt af.


Het temmen van een wilde olifant, 1730-1740.


Het temmen van een wilde olifant, 1730-1740.

Dezelfde afbeelding maar nu van de web site.


Krishna doodt de demon Srigala, detail, circa 1590.

Srigala komt ook voor in de Mahabharata.


Krishna doodt de demon Srigala, ongeveer 1590.

Dit is de hele afbeelding.


Krishna doodt de demon Srigala, detail.

En er rolt een hoofd.


Krishna doodt de demon Srigala, detail.

Maar dezelfde afbeelding geeft op zicht op de stad,
de verdedigingswerken, huizen en soldaten,


Meisje met een reekalfje, 1e helft 18de eeuw.


Meisje met een reekalfje, mogelijk afkomstig uit Bidar.

Nomaals de hele afbeelding.


Meisje met een reekalfje, detail.


Meisje met een reekalfje, detail.


Portret Sukhjivan Khan, ongeveer 1765.


Portret Sukhjivan Khan, ongeveer 1765.

Nogmaals de hele afbeelding.
Dit is de gouverneur van Kashmir in de jaren 50 van de 18e eeuw.
Een prachtig streng portret.


Portret Sukhjivan Khan, detail.

Een portret dat plotseling heel levendig wordt door de dienaar
die nieuwe kooltjes in de waterpijp stopt.


Rama en Lakshmana strijden tegen de demonen Maricha en Suvahu, Chamba, ca 1750-1775.

De Ramayana is een Hindoestaanse tekst.
Het is een verzameling legendes en verhalen over Rama.
Lakshama is de broer van Rama.


Rama en Lakshmana strijden tegen de demonen Maricha en Suvahu, detail.

Na afloop van het gevecht liggen de demonen,
verslagen en gedood, links onder aan de afbeelding.


Rama en Lakshmana strijden tegen de demonen Maricha en Suvahu.

De hele afbeelding.


Ruknuddin, Sultan Ali Adil Shah II van Bijapur.

Lid van een machtige koningsfamilie in Zuid India.
Bijapur was een grote stad met heel veel monumenten.
Sommige bestaan nog steeds.
Dit is een van de weinige werken waarvan de kunstanaar bekend is: Ruknuddin.


Ruknuddin, Sultan Ali Adil Shah II van Bijapur, 1687-1688.


Ruknuddin, Sultan Ali Adil Shah II van Bijapur, detail.


Vechtende dromedarissen, einde 17e eeuw.


Vechtende kamelen eind 17e eeuw.

Volgens mij spreekt de catalogus ten onrechte van kamelen.
Het zijn dromedarissen.


Het kaartje naast de miniatuur op de tentoonstelling zegt het ook.


Een Prins in een tuin, Jaipur (wellicht), eind 18e eeuw.


Een Prins in een tuin, detail.

De prins zit in een huisje met daaroverheen een tent.
Het terras is van marmer.
Er wordt water over het huisje gegoten om verfrissing te brengen.


Een Prins in een tuin, detail.

Een tuin met bloemen, een fontein waarin vogels zich baden
en ook vissen te zien zijn.