India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 04

– over het licht dat sterren doet ontstaan –

Inleiding

Twee beelden uit Sarnath.
Gescheiden door minstens 5 eeuwen in de tijd.
Elk op hun eigen manier een concentratiepunt van boeddhistische kunst.

Het eerste, een laat‑Pāla‑fragment van Tara,
toont een dynamische bodhisattva die optreedt, beschermt en begeleidt:
een figuur vol beweging, attributen
en subtiele details die uitnodigen tot reconstructie.

Het tweede, een Gupta‑beeld van de Boeddha.
Dit is juist opvallend sereen.
Geen verhalende ornamenten, geen begeleidende figuren,
maar een gestalte die volledig gericht is op het verlichte bewustzijn.

Samen, toevallig door mij gefotografeerd tussen al die andere beelden,
vormen ze een tweeluik van handelen en inzicht.

DSC01735 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Tara, 11th century CE, sandstone. Acc. No. 24.
DSC01735 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24
DSC01735 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24 Begeleidster

Het verhaal achter Tara

Binnen de laat‑Indiase Vajrayāna‑traditie verschijnt Tara
als een krachtige vrouwelijke bodhisattva
die staat voor bescherming, compassie en snelle hulp.
In teksten uit de Pāla‑periode wordt zij
niet als een afzonderlijke godin
met een eigen mythologische oorsprong beschreven,
maar eerder als een vrouwelijke manifestatie van mededogen,
nauw verbonden met Avalokiteśvara.
Haar aanwezigheid in Noord‑India vanaf de 8e eeuw
weerspiegelt een bredere ontwikkeling binnen het boeddhisme,
waarin vrouwelijke figuren een steeds prominentere rol krijgen
in rituelen, meditatie en iconografie.
In Sarnath, een belangrijk centrum van boeddhistische kunst en leer,
werd Tara vaak uitgebeeld als een sierlijke, staande bodhisattva
met rijke juwelen, een lotus als attribuut
en een entourage van kleinere begeleidsters
die haar beschermende en actieve aard onderstrepen.

Duidelijkheden en onduidelijkheden van dit specifieke beeld

Het fragment uit Sarnath toont Tara
in een elegante, licht contrapposto‑houding,
met een rijk uitgewerkte kroon
en sieraden die kenmerkend zijn voor de 11e‑eeuwse stijl.
Ze staat op een dubbele lotus, een voetstuk dat in de Pāla‑kunst standaard is
voor bodhisattva’s en vrouwelijke godheden:
een brede onderste lotus die de basis vormt,
en een tweede lotus waarop de godin daadwerkelijk staat.
Deze dubbele lotus benadrukt haar verheven maar toch handelende aard
— zij staat boven de wereld, maar is er niet van afgescheiden.

Maar het beeld is zwaar beschadigd,
waardoor veel iconografische elementen slechts in sporen aanwezig zijn.
De armen ontbreken, maar de schouderstand en bevestigingsgaten
suggereren dat het oorspronkelijk een complexe,
mogelijk vierarmige compositie was
— een variant die in de latere Vajrayāna‑kunst voorkomt.
Aan de linkerzijde zijn twee schouderzones zichtbaar,
wat wijst op een achterste arm;
aan de rechterzijde is die volledig verdwenen.

De bloem‑ of sterrozetten boven haar oren lijken niet
op de kroonband te rusten, maar op een achterplaat of halo‑basis
die nu verloren is gegaan.
Die ster is geen toeval: Tārā betekent ‘ster’ in het Sanskriet,
een baken in de duisternis, een figuur die richting geeft.
In dit fragment verschijnt dat motief niet als deel van een sterrenhemel,
maar als onderdeel van haar juwelen
— een subtiele echo van haar naam
en haar rol als begeleidende bodhisattva.

Rechts naast haar been loopt een verticale stengel met
helemaal bovenaan het beeld een klein restant van een krul
en onderaan een mogelijk diermotief,
heel waarschijnlijk een makara‑lotusstengel.
Deze decoratiedie vaker de lotus ondersteunt die Tara in haar hand draagt.

Aan haar voeten staan twee kleine vrouwelijke begeleidsters,
miniatuur‑bodhisattva’s of yakṣiṇī‑figuren
die haar rol als beschermende en handelende bodhisattva versterken.

Zo blijft het beeld herkenbaar in houding en uitstraling,
maar omgeven door fragmenten
die uitnodigen tot een zorgvuldige reconstructie
van wat ooit een rijk uitgewerkte, devotionele compositie moet zijn geweest.


DSC01737IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
Buddha in protection giving posture, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 342.
DSC01738 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 04 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342

Boeddha

Het Boeddha‑beeld uit Sarnath,
gehouwen in zandsteen in de Gupta‑periode (5e eeuw),
toont een serene, bijna gewichtloze gestalte.

Het hoofd is bedekt met kleine, regelmatige krullen
die zich tot een gladde topknot verheffen
— het teken van zijn verlichting.
De gelaatstrekken zijn volmaakt symmetrisch:
gesloten ogen, een zachte glimlach,
een neus die vloeiend overgaat in het voorhoofd.
De lange oorlellen herinneren aan zijn vroegere wereldse status,
maar de uitdrukking is volledig verstild.
De gladde huid van het gezicht en de hals
contrasteert met de fijn bewerkte halo achter het hoofd,
waarin bloemranken en parelbanden het licht als het ware laten uitwaaieren.

De Boeddha staat in een houding van bescherming en geruststelling,
met de rechterhand opgeheven in abhaya‑mudrā
en de linkerhand die de rand van het gewaad vasthoudt
— een dunne, bijna onzichtbare sluier
die pas onderaan in plooien zichtbaar wordt.

Zo wordt zijn gestalte niet alleen door licht omgeven,
maar lijkt zij zelf een bron van licht te zijn
— een lichaam dat niet meer volledig aan de aarde toebehoort,
maar haar nog zacht aanraakt.

Opvallend aan dit Boeddha‑beeld is de bijna volledige afwezigheid
van verhalende details.
Geen begeleidende figuren, geen symbolische attributen,
geen decoratieve overdaad
— alleen de gestalte zelf, omgeven door een fijn bewerkte halo
die het innerlijke licht laat uitwaaieren.
Waar veel Indiase beelden uit dezelfde periode rijk zijn aan ornamenten
en iconografische verwijzingen, kiest dit werk voor een radicale eenvoud.
Het is geen beeld dat een verhaal wil vertellen of een wonder wil tonen,
maar een beeld dat volledig gericht is op het verlichte bewustzijn.
De gladde huid, de gesloten ogen, de perfecte symmetrie:
alles is geconcentreerd op de staat van inzicht die de Boeddha belichaamt.
Daardoor krijgt het iets bijna theologisch
— een vorm die niet bedoeld lijkt voor een grote devotionele menigte,
maar voor de stille blik van iemand die wil begrijpen
wat verlichting betekent.
Het is een beeld dat niet spreekt, maar stilte onderwijst.

Afsluiting

Wanneer deze twee beelden naast elkaar worden bekeken,
ontstaat een onverwachte samenhang.

Tara, wier naam in het Sanskriet “ster” betekent,
verschijnt als een baken in de duisternis: een figuur die richting geeft,
die optreedt en begeleidt.
De Boeddha daarentegen straalt het licht zelf uit
— een stille bron die al het handelen ondersteunt.

In het ene beeld is de wereld nog aanwezig, met attributen, stengels, begeleidsters
en fragmenten die uitnodigen tot reconstrueren;
in het andere is de wereld bijna verdwenen, opgelost in een gestalte
die uit licht lijkt gehouwen.

Zo vormen deze twee beelden, toevallig na elkaar gefotografeerd,
een tweeluik waarin Boeddha en Tara, licht en ster,
elkaar ontmoeten:
het inzicht dat alles mogelijk maakt, het handelen dat wijst.


Hindoeïsme en Hindoekunst

Via een Tweet van het Metropolitan Museum of Art,
een groot en belangrijk museum in New York,
kwam ik op de introductiepagina voor Hindoekunst van het museum.
De afbeeldingen die ik hier gebruik komen ook van die pagina.
De link naar die pagina is
http://www.metmuseum.org/toah/hd/hind/hd_hind.htm?utm_source=Twitter&utm_medium=tweet&content=20140828&utm_campaign=toah

De tekst is geschreven door Vidya Dehejia (professor op het gebied
van Indiase en Zuid Aziatische kunst aan de Universiteit van Columbia).

Over Hindoeïsme en Hindoekunst schreef ze het volgende (in Nederlandse
vertaling/samenvatting. De volledige tekst staat hieronder).

In de visie van de Hindoes heeft het leven op aarde vier doelen en ieder
mens zou die vier doelen moeten nastreven:
dharma, oftewel een moreel leven;
artha, oftewel materiële welvaart door het uitvoeren van een beroep;
kama, oftewel menselijke en seksuele liefde;
moksha, oftewel zelfverwezenlijking.

Deze allesomvattende visie komt ook terug in de
artistieke productie van India. Hoewel een Hindoetempel toegewijd is
aan de glorie van een godheid en er op is gericht om de gelovige
te helpen om moksha te bereiken, is het toegestaan dat de muren beeldhouwwerken
bevatten die zich richten op de verwezenlijking van de drie andere doelen.
In die lijn moeten we de sensuele en schijnbaar seculiere thema’s plaatsen
die de muren van Indiase tempels versieren.


 photo LovingCoupleMithunaEasternGangaDynasty13thCenturyOrissaIndiaFerruginousStone.jpg

Loving couple (Mithuna), Eastern Ganga Dynasty, 13th century, Orissa, India, ferruginous stone.


Het Hindoeïsme is een geloofsovertuiging zonder een enkelvoudige stichter,
er is niet een (1) woordvoerder, geen enige profeet. Het ontstaan
van het Hindoeïsme komt voort uit meerdere bronnen en is complex.
Een bron voert terug op op de heilige literatuur van de Aryans,
geschreven in Sanskriet, en bekend onder de naam de Veda’s.
De verhalen bevatten lofzangen op heiligen die vaak
verpersoonlijkingen zijn van natuurelementen.
Een andere bron wordt gevormd door de dominante overtuigingen
van inheemse volkeren, met name het geloof in de krach van moedergod
en de werkzaamheid van vruchtbaarheidssymbolen.
Het Hindoeïsme zoals we dat vandaag kennen,
met de nadruk op de god Vishnu, Shiva en Shakti,
is gevormd tegelijkertijd met het begin van het Christendom.

Dat het Hindoeïsme zo veel gezichten heeft en meer goden kent, is vaak
verwarrend voor niet-Hindoes. In het Hindoeïsme wordt het Oneindige
gezien als een diamant met meerdere facetten.
Een individuele gelovige kan zich als magnetisch aangetrokken voelen
tot een van die facetten, zoals Rama, Krishna, of Ganesha.
Door een (1) individueel facet te aanbidden, ontkent de gelovige niet
het bestaan van de vele facetten van het Oneindige of de vele wegen
naar het ultieme doel.


 photo ShivaAsLordOfDanceNatarajaCholaPeriodCa860ndash1279Ca11thCenturyCopperAlloy.jpg

Shiva as Lord of Dance (Nataraja), Chola period (circa 860 – 1279), circa 11th century, copper alloy.


Goden worden vaak afgebeeld met meerdere armen, zeker als
ze betrokken zijn bij kosmische gevechten waarbij de machtige krachten
van het Kwaad moeten worden vernietigd.
De veelheid van armen benadrukt de enorme kracht van de god en haar
of zijn vermogen meerdere heldendaden tegelijkertijd te verrichten.
Voor een Indiase kunstenaar is dit een eenvoudige en effectieve manier
om de de alomtegenwoordigheid en de almacht van een godheid uit te drukken.
Het Kwaad (Duivels) wordt vaak met meerdere hoofden afgebeeld om
de bovenmenselijke kracht uit te beelden. Een enkele maal wordt ook een god
afgebeeld met meerdere hoofden. Dit komt voort uit de behoefte om meerdere
aspecten van het karakter van de god uit te beelden.
Zo wordt Shiva wel afgebeeld met drie hoofden. Het middelste hoofd
is zijn belangrijkste karakter terwijl de anderen de bedreigende
en de zalige kant van zijn karakter uitbeelden.


 photo TheGoddessDurgaKillingTheBuffaloDemonMahishaMahishasuramardiniPalaPeriodCa700ndash120012thCenturyBangladeshOrIndiaArgillite.jpg

The goddess Durga killing the buffalo demon Mahisha (Mahishasuramardini) Pala period (circa 700 – 1200), 12th century, Bangladesh or India, argillite.


De Hindoetempel.
Architectuur en beeldhouwwerk zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden in India.
Als men spreekt over Indiase Architectuur dan geeft men een vervormd
en incompleet beeld als men niet tegelijkertijd ook aandacht besteed
aan de weelderige gebeeldhouwde versieringen van de monumenten.
In Hindoetempels tref je grote nissen aan in de drie buitenmuren
van het centrale heilige der heilige.
Die nissen zijn voorzien van afbeeldingen die de belangrijkste eigenschappen
van de heilige tonen aan wie de tempel is gewijd.
De afbeelding in het heilige der heilige verbeeld de essentie van de god.
Een tempel gewijd aan Vishnu zal bijvoorbeeld ook zijn incarnaties afbeelden.
Een tempel gewijd aan Shiva zal de vele heldendaden tonen
terwijl een Shakti-tempel haar strijd met de vele duivels zal verbeelden.
Regionale verschillen zijn er in overvloed.
Zo zal een Shiva-tempel in Orissa vaak afbeeldingen
van zijn familie/partner bevatten; Parvati en hun zoon Ganesha
(de god die hindernissen wegneemt) en de oorlogszuchtige Skanda.


 photo SeatedGanesha14thndash15thCenturyIndiaOrissa.jpg

Seated Ganesha, 14th – 15th century, India, Orissa.


De buitenkant van de hallen en veranda’s zijn overdekt met beelden
van allerlei figuren. Een serie nissen kan gebeurtenissen in de mythologie
van de god benadrukken en vaak is er dan ook nog plaats
voor een variëteit aan andere goden.
Daarnaast bevatten tempelmuren florale motieven, beelden van vrouwen en
liefdesparen die bekend staan als mithunas.
Zo worden de positieve elementen als groei, overvloed en welvaart uitgebeeld.

Originele Engeltalige tekst:

Hinduism and Hindu Art

According to the Hindu view, there are four goals of life on earth, and each human being should aspire to all four. Everyone should aim for dharma, or righteous living; artha, or wealth acquired through the pursuit of a profession; kama, or human and sexual love; and, finally, moksha, or spiritual salvation.

 

This holistic view is reflected as well as in the artistic production of India. Although a Hindu temple is dedicated to the glory of a deity and is aimed at helping the devotee toward moksha, its walls might justifiably contain sculptures that reflect the other three goals of life. It is in such a context that we may best understand the many sensuous and apparently secular themes that decorate the walls of Indian temples.

 

Hinduism is a religion that had no single founder, no single spokesman, no single prophet. Its origins are mixed and complex. One strand can be traced back to the sacred Sanskrit literature of the Aryans, the Vedas, which consist of hymns in praise of deities who were often personifications of the natural elements. Another strand drew on the beliefs prevalent among groups of indigenous peoples, especially the faith in the power of the mother goddess and in the efficacy of fertility symbols. Hinduism, in the form comparable to its present-day expression, emerged at about the start of the Christian era, with an emphasis on the supremacy of the god Vishnu, the god Shiva, and the goddess Shakti (literally, “Power”).

 

The pluralism evident in Hinduism, as well as its acceptance of the existence of several deities, is often puzzling to non-Hindus. Hindus suggest that one may view the Infinite as a diamond of innumerable facets. One or another facet—be it Rama, Krishna, or Ganesha—may beckon an individual believer with irresistible magnetism. By acknowledging the power of an individual facet and worshipping it, the believer does not thereby deny the existence of many aspects of the Infinite and of varied paths toward the ultimate goal.

 

Deities are frequently portrayed with multiple arms, especially when they are engaged in combative acts of cosmic consequence that involve destroying powerful forces of evil. The multiplicity of arms emphasizes the immense power of the deity and his or her ability to perform several feats at the same time. The Indian artist found this a simple and an effective means of expressing the omnipresence and omnipotence of a deity. Demons are frequently portrayed with multiple heads to indicate their superhuman power. The occasional depiction of a deity with more than one head is generally motivated by the desire to portray varying aspects of the character of that deity. Thus, when the god Shiva is portrayed with a triple head, the central face indicates his essential character and the flanking faces depict his fierce and blissful aspects.

 

The Hindu Temple

Architecture and sculpture are inextricably linked in India. Thus, if one speaks of Indian architecture without taking note of the lavish sculptured decoration with which monuments are covered, a partial and distorted picture is presented. In the Hindu temple, large niches in the three exterior walls of the sanctum house sculpted images that portray various aspects of the deity enshrined within. The sanctum image expresses the essence of the deity. For instance, the niches of a temple dedicated to a Vishnu may portray his incarnations; those of a temple to Shiva, his various combative feats; and those of a temple to the Great Goddess, her battles with various demons. Regional variations exist, too; in the eastern state of Orissa, for example, the niches of a temple to Shiva customarily contain images of his family-his consort, Parvati, and their sons, Ganesha, the god of overcoming obstacles, and warlike Skanda.

 

The exterior of the halls and porch are also covered with figural sculpture. A series of niches highlight events from the mythology of the enshrined deity, and frequently a place is set aside for a variety of other gods. In addition, temple walls feature repeated banks of scroll-like foliage, images of women, and loving couples known as mithunas. Signifying growth, abundance, and prosperity, they were considered auspicious motifs.

 

Vidya Dehejia
Department of Art History and Archaeology, Columbia University