Argusvlinder: de krant

Een eigen krant
dat is de droom van iedere blogger.
Met mijn blog heb ik dat al een beetje maar het kan nog uitgebreider.
Met meerdere correspondenten.
Gebruikmakend van de twitter accounts die ik volg
maakt The Tweeted Times een krant voor mij:
De Argusvlinder tweets

Deze technologie is nog een beetje beperkt maar dit is
wel een stap vooruit op Twitter.
In de krant worden headlines van de berichten achter de links
van de Twiiter accounts die ik volg,
getoond alsof het een krant is.

Ook makkelijk voor mij zelf om een better idee te krijgen
waar de Twitterberichtjes nu eigenlijk om gaan.
Het materiaal dat je zo verzameld kan uiteindelijk weer hier
op de Argusvlinder weblog terecht komen.

Ik experimenteer nog en sluit ik me ook aan
bij de concurrent: Paper.li.
The Argusvlinder Daily

De The Argusvlinder Daily ziet er beter uit maar heeft heel veel reclame.
Update maximaal 2 keer per 24 uur (ochtend en avondeditie),
maar je kunt ook kiezen voor een weekeditie.
Heeft heel veel reclame.
Maar eens een weekje aanzien.

Kunstvaria

Eten, Foto’s en heel veel andere thema’s.
Twee maskers, geinspireerd op Afrika maar Herman Brood kijkt mee.
Veel afbeeldingen met twee figuren erop.


Antonio Berni, Manifestacion, 1934, oil on burlap.

Burlap= soort jute.


Calixte Dakpogan, La cuisine (The kitchen), 2007, iron, aluminum (forks), cotton, copper.

Mijn keuken ziet er anders uit. Maar zeker goed gezien.

Calixte Dakpogan, Papa Sodabi – The drunk, 2002, steel, metal, plastic, glass and other found materials.


Dimitri Kozyrev, Last one 8, 2010, acrylic on canvas.


Henry Moore, Two seated figures, 1941.


Illustration of the Gita Govinda, Krishna adorns his beloved Radha, India, Kangra or Guler, circa 1780.


Linda Fleming, Storm 2011, powder-coated steel.


Oskar Kokoschka, Two nudes (Lovers), 1913, oil on canvas.


Eduardo Barron, Nero and Seneca, 1904.


Frank Hulsbomer, Constructing meaning in 3 steps, 2010.


Guido Mocafico, Dendroaspis Jamesoni Jamesoni, 2003, chromogenic print.


Heinrich Kuhn, Violets, circa 1908, autochrome, Austria.


Otto Muehl, Untitled, 1961, wood, material, paint, cord on cardboard.


Shi Lu, Girl by a clear stream, hanging scroll, ink and color on paper, Collection Robert Ellsworth.


Tsongkhapa as itinerant teacher, temple restorer, Tibet, 18th -19th century, colors on cloth, silk, wood, metal.


Wayne Thiebaud, Four cupcakes, 1971, oil on canvas.


Wim T. Schippers, Peanut-butter platform, 1962, installation 2011, Museum Boijmans Van Beuningen.

Heerlijk, PINDAKAAS!


Wolfgang Ellenrieder, Feuer Reifen, 2008.


Wordle: Obama en bin Laden





Wordle van de toespraak van President Obama van 1 mei 2011.






Je neemt de originele tekst van de speech van Obama over de dood van bin Laden, biedt die aan op de web site Wordle en deze woordwolken ontstaan op basis van hoe vaak woorden voorkomen in de tekst. Misschien zegt het iets over waar de speech werkelijk over gaat.






Afhankelijk van de tijdszone waar je bent was deze speech vroeg in de ochtend op 2 mei (Europa, 04:35 GMT) of laat op de avond 1 mei (Amerika, 23:35 EDT).





Schrijvers van beelden

Op dit moment lees ik het boek Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik weinig tijd heb om te lezen
en dat ik het altijd jammer vind dat een goed boek uit is.
Het kan me dan ook vaak niet lang genoeg duren.

In verband daarmee liep ik pas tegen het begrip ‘Readers block’ aan.
Readers block is dan een begrip als Writers block.
Een schrijver die niet kan schrijven heeft last van een Writers block.
Een lezer die niet kan (door)lezen heeft ‘last’ van Readers block.
De geest van Cruyff dwaalt weer om ons heen.

In verband hiermee las ik ook: ‘Unputdownable’ (niet-neerlegbaar).
Een boek dat je niet neer kunt leggen,
waarin je maar door wilt blijven lezen.

Ik heb ook een soort Readers Block, niet omdat ik niet kan lezen,
maar omdat ik niet wil lezen. Lees je veel dan is immers je boek snel uit.

In het boek staat prima uitgelegd waarom ikonen gemaakt worden
met afbeeldingen in het platte vlak terwijl de techniek al
bestond om driedimensionaal te tekenen en schilderen.
Ik vond het de moeite waard om te lezen.


Aartsengel Michael, Verderdiger van het Geloof, Nikolaaskerk, Struga, midden 16e eeuw.


Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie

Desiree M.D, Krikhaar
Uitgeverij Waanders / Museum Catharijneconvent

Pagina 30

De vroegchristelijke schilderingen tonen aan dat het beeldprogramma van de christenen afstand neemt van de klassieke kunst, die illusionistisch en realistisch is. Realisme is voor de vroege christelijke kerk uit den boze, omdat de band met de heidense traditie doorgesneden moet worden. De angst voor het terugvallen in idolatrie of afgodsverering is diep geworteld. Stel dat de christenen beelden zouden maken van Christus of van heiligen en die net als de klassieke godenbeelden zouden wassen en met geurwaters zouden besprenkelen of met bloemen zouden bekransen. En dat zij daar ook nog eens omheen zouden gaan dansen, zoals de Israelieten dat deden rond het Gouden Kalf (Exodus 32). Dan zou de stap terug naar de polytheistische godenwereld wel heel gemakkelijk gezet kunnen worden. Mede daarom is de vroegchristelijke beeldtraditie vooral in het oosten gebonden aan het tweedimensionale platte vlak.

De eerste muurschilderingen van de heiligen in Macedonie zijn gestileerd, bijna statisch geschilderd. Maar de gezichten, met name de ogen, zijn indringend. De ogen zijn de spiegel van de ziel, zij schouwen naar het goddelijke. De achtergrond in de schilderijen is meestal onuitgewerkt. Alle aandacht gaat dan uit naar het beeld en zo wint de voorstelling aan uitdrukkingskracht.
Het gebruikte kleurgamma is beperkt. Er worden natuurlijke pigmenten door de eitempera gemend, afkomstig van lokaal levende planten en dieren (bijvoorbeeld schilden van kevers) en mineralen uit de omgeving. Roden, okers, groenen en blauwen zijn de meest voorkomende kleuren.

Vervolgens gaat de schrijfster pagina’s verderop nog even in op het feit
dat gelovigen de ikoon anders benaderen dan een portretfoto.

Pagina 50

Het woord ikoon is Grieks en betekent beeld. In de orthodoxe context is het beeld beperkt tot het platte vlak. Ikonen zijn in de overtuiging van de orthodox-gelovige niet slechts beelden van Christus, de Moeder Gods, heiligen en feesten. Zij stellen de heiligen aanwezig.

De schrijfstijl is niet erg vlot maar het boek is heel leerzaam.
Mooi geillustreerd en een goede aanvulling op de tentoonstelling.

Hoofddoekjes

Dat het hele debat over hoofddoekjes
niets met discriminatie te maken heeft,
gaat er bij mij niet in.





Dit is een normaal straatbeeld van de jaren ’60.






Het zit diep in onze cultuur, nu, recent,….






Het zit diep in onze cultuur, in alle geledingen. De majoor draagt hier natuurlijk ook een hoedje, en oh, ze heeft een mandje in haar hand….


Deze unieke opname van de Nederlandse kroonprinses incognito werd gemaakt door Peter Zonneveld, fotograaf van de Telegraaf. Prinses Beatrix, wier belangstelling naar sociale aangelegenheden bekend is, vergezelde majoor Bosshardt van het Leger des Heils op een avondlijke tocht door het centrum van Amsterdam. (uit:xe2x80x99Het aanzien van 1965xe2x80xb2)






En als ik zeg ‘onze cultuur’ dan bedoel ik Nederland maar eigenlijk ook de hele Westerse cultuur. Audrey Hepburn, een in Belgixc3xab geboren, Nederlands-Britse actrice, ging op kostschool in Nederland en Engeland, woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Arnhem, verhuisde in 1948 naar Engeland, werd in 1951 actrice in Amerika en jaren na haar grote filmsuccessen (met een Oscar, Bafta, Golden Globe, Tony, Presidential Medal of Freedom Award) overleed ze in Zwitserland. Hier met modieuze hoofddoekjes.






En al in ons ver verleden: Johannes Vermeer, Het meisje met de parel en het hoofddoekje, 1665-1667. ‘Het melkmeisje’ draagt overigens een kapje en dat is ook zo bij bijvoorbeeld de ‘Koppelaarster’ en bij (beide dames op) de ‘Liefdesbrief’ om enkele andere werken van Vermeer te noemen.






En afgelopen vrijdag is daar nog een Engels voorbeeld bijgekomen.





Tegen hoofddoekjes zijn is dus eigenlijk tegen de westerse cultuur zijn.

De begraafplaats van Praag: als de achterkant van een borduurwerk

Vandaag vond ik nog een artikel van Theo Hakkert
over De begraafplaats van Praag:
Achterkant van een rabiaat borduurwerk
Voor het artikel: Achterkant van een rabiaat borduurwerk.
Prachtige titel en in het artikel is onder meer
het volgende te lezen:

De begraafplaats van Praag leest als de achterkant van een borduurwerk. Je ziet draden en lijnen die dwars door elkaar lopen en waar geen patroon in te ontdekken valt, terwijl je weet dat ze allemaal hun functie hebben voor de afgeronde afbeelding aan de voorkant, die we niet te zien krijgen. We kunnen ons daar hooguit een beeld van vormen.

 


Achterkant van een rabiaat borduurwerk.


Vandaag ontrafel ik weer een paar eindjes.
Misschien is ontrafelen iets te veel gezegd.
Ik ben op een paar opmerkelijke draadjes gestuit.

 

 

 

 

 

 

 

 

“Dus dat is mijn beroep? Het is mooi werk om vanuit het niets een notariele akte op te stellen, een brief te vervalsen zodat die net echt lijkt, een compromitterende bekentenis te fabriceren, een document te maken dat iemand in het verderf zal storten. De kracht van het vakmanschap…”

Dit is een klein stukje uit het dagboek van Simone Simonini.
De hoofdpersoon in De begraafplaats van Praag, pagina 24.
Hij geeft in een paar zinnen een beschrijving van zijn beroep,
zijn moraal en zijn cynisme.

 

“Bovenstaande aantekeningen overlezen. Als het geschrevene opgeschreven is, dan is het me echt overkomen. Geloof hechten aan geschreven documenten.”

Deze regels staan even verder op, pagina 32.
Simonini probeet een paar dagen in zijn hoofd te reconstrueren en
hij gebruikt daarbij een door hem zelf geschreven briefje.
Cruffiaans zegt hij dan “Als het geschrevene opgeschreven is”
om vervolgens volledig te vertrouwen
op iets dat hij, de vervalser, geschreven heeft.

Geillustreerde intertextualiteit op de tentoonstelling Ongekende Schoonheid

Kort geleden was ik op de tentoonstelling “Ongekende schoonheid”.
Een beetje weggedrukt op een ongelukkige plaats was
een vitrine met terracotta voorwerpen.
Ze zijn niet zo sensationeel als de (soms heel grote) ikonen en zeker niet
zo sensationeel als bijvoorbeeld het gouden masker.
Maar ze trokken wel mijn aandacht.
Gisteren las ik in het boek bij de tentoonstelling
de beschrijving van de tegels.

De beschrijving probeert ook een verklaring te geven voor deze tegels
die in Vinica in Macedonie gevonden zijn.
En dat valt niet mee.

Tegels met Latijnse teksten, die gevonden zijn op plaatsen waar je
Byzantijnse (lees Griekse) teksten zou verwachten.
De functie is onbekend. De afbeeldingen overduidelijk vroeg-Christelijk.
De tegels zijn uniek in hun soort en tot nog toe zijn er slechts
50 complete tegels gevonden.
Vreemd is ook dat op een aantal van hen de tekst in spiegelschrift staat.
Dat kan wel verklaard worden door de manier van produceren
maar dat kan bijna niet de bedoeling geweest zijn.
Dus nog heel veel vragen rondom deze bijzondere tegels.
Op dit moment zijn ze te zien in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.


Jozua en Kaleb, de verspieders van Kanaan. Vinica, 5e -6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie, Skopje, inventarisnummer 337-VI.


Uit het boek “Ongekende Schoonheid – Ikonen uit Macedonie” door Desiree M.D. Krikhaar, Pagina 36.

Jozua en Kaleb zijn de twee soldaten met prachtig gedetailleerde harnassen, wapenrokken, helmen en lansen, die ter weerszijden van een schild zijn afgebeeld. Zelfs de plooival in hun mantels is tot in de kleinste draperieen uitgewerkt. Zij zijn de vertrouwelingen van Mozes, die als verspieders naar Kanaan zijn gestuurd om het land te verkennen.

(Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaan, het land dat ik de Israelieten geven zal, te verkennen, Numeri 13:1).

Door God is hen toegezegd dat zij het beloofde land eens zullen bewonen. Bij de strijd van de Israelieten tegen de Amorieten bij Gibeon laat de onverschrokken Jozua met hulp van Jahwe de zon en de maan stilstaan om de vijand af te straffen.

(Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon. En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israel zijn vijanden had afgestraft, Jozua 10:12-13).

Jozua, die links op de tegels is afgebeeld wijst met zijn hand op de stralende zon tussen de strijders in. Naast het hoofd van Kaleb is de maan voorgesteld. Naast de speer links is een ster weergegeven om de duisternis te symboliseren. Deze episode uit het Oude Testament wordt door de kerkvaders uitgelegd als een voorafbeelding van het Laatste Oordeel, dat door Christus uitgesproken zal worden om de mensheid te redden.

De afbeelding is die van een Oud-Testamentisch verhaal.
Een verhaal uit het Nieuwe Testament verwijst naar deze oude tekst.
In het geval van de bijbel kun je niet echt spreken van een (1) boek.
De bijbel is een bibliotheek van oude boeken waar heel veel
onderlinge verwijzingen in staan.
Intertextualiteit is de term die daarbij hoort.
Het gaat hier om een verwijzing naar de inhoud.

Deze kwam ik toevallig tegen bij het lezen van het boek
over de tentoonstelling.
En toevallig waren de tegels me opgevallen bij het zien ervan in Utrecht.
Maar je weet: toeval bestaat niet!


In verband met een recente log over de Grote Kerk in Breda en de Heilige Christoffel is er nog een bijzondere tegel te zien. Deze tegel toont de Heilige Christophorus (Christoffel, links) en soldaatheilige Joris (rechts), Vinica, 5e – 6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie in Skopje, inventarisnummer 353-VI.


 

Yo-Yo Ma en Lil Buck

Yo-Yo Ma is de beroemde cellist die met veel gevoel voor mensen
en de muziek, graag optreedt met diverse andere muzikanten of kunstenaars.
Hier is hij te zien met een danser: Lil Buck.
Nooit van gehoord maar hij is van elastiek!



Ik toon niet graag filmpjes van Youtube.
De vervelende reclame kun je niet omzeilen
en je bent er nooit zeker van wanneer het filmpje zal verdwijnen.
Maar deze keer had ik geen keus.

Intertextuality, Intertextualiteit

Terwijl ik de afgelopen weken op zoek was naar informatie
over Umberto Eco, stuitte ik op de website www.umbertoeco.com
Op deze site stonden een aantal verwijzingen naar een universitaire site
in de Verenigde Staten.
Daar zou informatie staan afkomstig van of behorende bij
een serie Engelse lessen.
De sites zijn er niet meer maar de maker ervan is bezig een boek
te schrijven waarin een aantal hoofdstukken voorkomen
die te maken hebben met Umberto Eco en ‘De naam van de roos’
Het boek gaat over “Postmodern Medievalism” en Earl R. Anderson,
Professor Emeritus of English, heeft een draft versie daarvan gereed.
De hoofdstukken die betrekking hebben op Eco heten:
Semiotics,
Intertextuality, en
Apocalypse

Volkomen willekeurig ben ik begonnen aan het hoofdstuk over Intertextualiteit.
Erg insteressant.

Ook ben ik op zoek gegaan naar mijn kopie van ‘De naam van de roos’
en vond toen ook ‘De slinger van Foucault’ nog.
Dat laatse boek heb ik zeker niet helemaal gelezen.
Er is dus nog veel te doen.










Syllabus literaire begrippen door Jan de Jong, 2006

Intertextualiteit
het verschijnsel dat teksten op elkaar reageren, hetzij door (inhoudelijke) verwijzingen, hetzij door sterke vormovereenkomsten. Het verschijnsel is van alle tijden. De middeleeuwse Reinaert, bijvoorbeeld, reageert naar vorm sterk op Karel ende Elegast, en naar inhoud op de hoofse Arturromans. De twintigste-eeuwse roman Wapenbroeders (L.P. Boon) verwijst weer sterk naar de Middelnederlandse Reinaert xc3xa9n naar de Oudfranse Roman de Renart.



Paardebloem en Liesbos

Het weer is al dagen, weken, prachtig.
Gisteren (Tweede Paasdag) tijdens een korte wandeling
in het buitengebied van Breda
een paar foto’s gemaakt.





De Paardebloemen (Taraxacum officinale) staan in bloei. De pluizen, nog aan de steel, leveren prachtige plaatjes op


















Het Liesbos in Breda.





Grote Kerk Breda: Leest als een boek

Gisteren was ik in de Grote Kerk van Breda.
Er was en is een soort verkooptentoonstelling van drie dagen.
Maar dat was slechts de aanleiding voor het bezoek.
De kerk is prachtig en zeker bij mooi weer net als gisteren.
De zon door de ramen benaderukt iedere keer
nieuwe aspecten van dit prachtig voorbeeld van Brabantse Gotiek.
Twee zaken sprongen het meest in het oog:
de koorbanken en een muurschildering.
Vooral de koorbanken lieten zich vandaag
op een bijzondere manier lezen.



We gaan eens rondkijken.


Zeefdruk van Ton Schulten, Herfst II, 1998.


Een Corneille doet het altijd goed.


De Grote Kerk in Breda is van rond 1410. Dat is kort voor de geboorte van Jheronimus Bosch en bijvoorbeeld Breughel. Van wanneer deze schildering dateerd weet ik niet maar enige inspiratie vanuit deze beroemde schilders kan je niet ontgaan. dit mannetje maakt onderdeel uit van een grote muurschildering van de Heilige Christoffel met het Christuskind op zijn schouders.


Ook deze aap die op z’n kop is afgebeeld is er een deel van.





Dit is de hele muurschildering van de Heilige Christoffel met het Christuskind op zijn schouder.


 

Wikipedia

Sint-Christoffel
Zijn naamdag is 24 juli (voor het Tweede Vaticaans Concilie viel zijn naamdag op 25 juli, omdat dat ook de gedachtenis van Jacobus is, werd Sint-Christoffel een dag verplaatst). In de Orthodoxe Kerk valt zijn feestdag op 9 mei.

Sint-Christoffel is de patroonheilige van de reizigers, alle verkeersdeelnemers, timmerlieden, schilders, pelgrims, fruithandelaren, boekbinders, schatgravers, hakebusschutters, hoedenmakers, tuinmannen en kinderen en patroon tegen besmettelijke ziekten, onverwachte dood, de pest, droogte, onweer, hagel, watersnood, vuurrampen, oogziekten, tandpijn en van de bewoners van de stad Roermond.

 

 


Het hoofd van de heilige, Christus en de wereldbol.


De Grote Kerk in Breda heeft een groot aantal grafzerken en grafmonumenten. Dit is het grafmonument voor Dirk van Assenelft en zijn vrouw Adriana van Nassau. Het bestaat uit meerdere delen. Hier knielen de overledenen voor een achtergrond die helaas vernield is maar die lijkt op het ‘Laatste oordeel’.



Dit is een tweede deel van het grafmonument van Van Assenelft.



Gerti Bierenbroodspot.


Gerti Bierenbroodspot.


Maar je hoeft je niet te haasten. Er is voldoende voorraad.


Muurschildering met veestapel.



De koorbanken zijn heel mooi.
De mooi gesneden versieringen van de bankjes zijn echter
zwaar beschadigd bij de Beeldenstorm.
Opzij van de banken, aan de kant van waar vroeger het hoofdaltaar
heeft gestaan, is het snijwerk als kapitalen (hoofdletters)
in een Middeleeuws boek.


Uit hout gesneden kapitaal.


Detail: harpspelende engel.


Detail: musicerende engel.


Zelfde foto: als hulp is een vleugel, de plaats waar het hoofd zat en het snaarinstrument benadrukt.


Detail: voorlezende engel.


Nog een kapitaal en dan is het boek bijna uit.


Dit is nog maar de achterkant. Prachtig in het zonlicht. De achterkant van het grafmonument van Engelbrecht I van Nassau.



 

Kunstvaria

De kunstvaria is deze week niet zo lang als anders.
Minder aanbod of misschien ben ik er wat sneller doorheen gegaan.
Toch weer een mooie collectie vind ik zelf.





Berlinde de Bruyckere, Inside me II, 2011, wax, epoxy wood, rope, cloth, wool, iron.



Berlinde de Bruyckere, Inside me II (detail), 2011.


Het werk van de Bruyckere is altijd indrukwekkend.
Als ik het zie ervaar ik altijd een combinatie van afkeer en fascinatie.
Afkeer omdat het beelden oproept van dood, verderf, mishandeling.
Fascinatie omdat het nieuwsgierig maakt. De vormen zijn deels herkenbaar
maar om het echt te kennen moet je dichterbij gaan.
Beter onderzoeken maar tegelijk is er die afstoting.





Chema Madoz, Sans Titre, 2006.






Chu Teh-Chun, Inspiration hivernale, Diptych.






Daphne Odjig, Genocide No 1, 1971.






David Heathcote, Algerian journey, 2006, oil on board.






Kyu Seok Oh, Counting sheep, 2011, heavy paper.






Pang Xunqin, Dancing horse, 1939, watercolour on paper.






Paul Gauguin, Teha’amana has many parents, 1893, oil on canvas.






Sepia enamelled plaque, early-mid 20th century, China, porcelain.


Fantastisch mooi Chinees landschap.
De mist hangt zo fijntjes tegen de helling.
In het midden een klein figuur die door de bergen trekt.
Ooit las ik van Rudy Kousbroek het boek ‘Het raadsel der herkenning’.
Kousbroek schreef een serie essays, elk op basis van een foto.
Volgens mij is dit een uitstekend voorwerp
om hetzelfde mee te doen.





Surasi Kusolwong, Emotional machine (VW), 2000 – 2004.






Wucai coral-ground bowl with blue Kangxi Yuzhi four – character mark.





Pat Metheny: Orchestrion

De Matthaus-Passion was niet de eerste muziek die ik vandaag beluisterde.
Vanochtend vroeg ben ik de dag begonnen, nog in bed,
met Orchestrion, de meest recente CD van Pat Metheny.
En zoals gebruikelijk haalt hij echt alles uit de kast.





Orchestrion van Pat Metheny.





Blijkbaar is Metheny al jaren bezig apparaten en de aansturing ervan
te laten ontwikkelen die hem in staat stellen om een soort
muziekomgeving te construeren.
Daaroverheen speelt hij dan zijn gitaarmuziek.
Dus al die instrumenten die we op de foto zien speelt Metheny.
En omdat hij dat allemaal alleen ‘bespeelt’ zag ik al iemand
spreken over ‘Koperen Ko’.
Begrijpelijk maar Metheny spreekt zelf over een andere methode.
Hij verwijst naar de pianolo. Een piano die automatisch de toesten
van het klavier beweegt als gevolg van muziek die middels gaatjes
in karton of papier is vastgelegd.
En doe je dat met meerdere instrumenten dan denk je al snel aan
een draaiorgel of een dansorgel.
Wij in het zuiden zijn heel vertrouwd met het ‘Decap-orgel’.





Muziekboek van een Decap-orgel (Punch card of a Decap dancing orgel, Technical Museum in Speyer, Germany).





Hoe dan ook, ‘Koperen Ko’ of ‘eenmans-Decaporgel’,
Metheny spreekt zelf over de pianola of
‘player piano’ zoals dat in het Engels heet:





In dit project probeer ik ideexc3xabn van de late 19e eeuw/begin 20ste eeuw, te combineren met de technologie van vandaag. Orchestrionics noem ik het en daaronder versta ik de methode om ensemblegerichte muziek te kunnen maken met akoestische en akoestisch/elektrische instrumenten die op verschillende mechanische manieren worden aangestuurd. Daarbij worden technologiexc3xabn als solenoids (een technologie om ventielen te openen en sluiten) en pneumatiek gebruikt. Met een gitaar, pen of toetsenbord ben ik in staat een gedetailleerde compositie omgeving te crexc3xabren of spontane improvisaties te ontwikkelen. De stukken op deze CD neigen naar de kant van de gedetailleerde composities. Op deze lagen van akoestisch geluid voeg ik mijn conventioneel elektrisch gitaarspel toe als het improvisatiedeel.





Het resultaat is overigens indrukwekkend.
Net als altijd prachtige muziek die even duurt
voordat je er vertrouwd mee bent.
Dat betekent dat in het begin je iedere keer weer nieuwe zaken ontdekt.
Ik moet nog een paar keer luisteren.

Wikipedia

Pianola
Een pianola is een speelautomaat waarmee pianomuziek ten gehore kan worden gebracht. Het begrip was oorspronkelijk een merknaam, maar wordt tegenwoordig als soortnaam gebruikt.

Geschiedenis
De eerste pianola werd in 1895 gebouwd door de Amerikaan Edwin Votey. Vanaf 1897 waren pianola’s in de Verenigde Staten te koop, onder het merk Pianola geproduceerd door de Aeolian Company. In Europa verschenen ze twee jaar later. Pianola was een merknaam van de “Aeolian Company”, In de Verenigde Staten heette ze officieel “player pianos”. In Nederland werden ze “kunstspelpiano” genoemd, later is de merknaam Pianola een verzamelnaam geworden voor alle automatisch spelende piano’s.

De bloeitijd van de pianola lag in de jaren twintig van de 20e eeuw. Het apparaat raakte in onbruik doordat muziek via radio of een elektrische grammofoon ten gehore kon worden gebracht. De afgelopen tien jaar zijn verschillende oude pianorollen op een gerestaureerde reproductiepiano afgespeeld en op cd opgenomen. Vooral de opnamen waarin componisten hun eigen werk speelden vormen fascinerende documenten.
Techniek
De pianola werkt met een pneumatisch systeem, waarbij de benodigde onderdruk wordt opgewekt met twee voetpedalen. De muziek is opgeslagen in de vorm van verwisselbare papierrollen met gaatjes, volgens hetzelfde principe als de boeken van een draaiorgel. Een gaatje in de papierrol maakt dat het bijbehorende balgje wordt leeggezogen. Het dichtklappen van dat balgje brengt een hamer in beweging, die tegen de corresponderende snaren van de piano slaat. Op sommige pianola’s kunnen de dynamiek en het tempo van de muziek tijdens het afspelen nog worden bexc3xafnvloed. Op de rol loopt een stippellijn, die gevolgd moet worden met de hendel, die gekoppeld is met het rechter pedaal (de snarendemper).

Pianola’s waren aanvankelijk apparaten die voor een piano of vleugel werden geplaatst, zodat ze de toetsen konden indrukken. Rond 1905 werden de pianospeelapparaten in een piano of vleugel ingebouwd. De fabrikanten wisten de techniek tot zeer grote perfectie te ontwikkelen. Vanaf 1905 kwamen ook instrumenten op de markt die een vastgelegde uitvoering van een pianist geheel automatisch konden naspelen, inclusief rubato, volumeverschillen, en het gebruik van de pedalen. Deze vorm van de pianola wordt reproductiepiano genoemd. De eerste pianola’s van dit type werden gebouwd door het Duitse bedrijf Welte, dat ook een apparaat ontwikkelde waarmee het spel van een pianist kon worden vastgelegd op een papierrol, die vervolgens kon worden vermenigvuldigd. Twee andere pianolafabrikanten die haast vanzelfsprekend weer een iets ander systeem hanteerden, waren Ampico en Duo-Art (Aeolian).

Nederland
Nederland kende vanaf 1923 een eigen pianolarollenfabriek: Hollandia in Amsterdam. In 1928 brandde de fabriek aan de Lijnbaansgracht uit. Het bedrijf werd onder de naam Euterpe voortgezet door een werknemer van Hollandia, die zich vestigde aan de Prinsengracht. Dit pand staat tegenwoordig bekend als het Anne Frank Huis. Vlakbij is het Pianola Museum gevestigd. Ook het Utrechtse museum Van Speelklok tot Pierement bezit een verzameling historische pianorollen die regelmatig te beluisteren zijn.

Muzikanten
Van veel belangrijke pianisten uit het begin van de twintigste eeuw, zoals Sergej Rachmaninov en Josef Lhxc3xa9vinne, is het spel vastgelegd op papierrollen. Daarnaast zijn speciaal voor de pianola composities geschreven, onder meer door Stravinsky, en na de Tweede Wereldoorlog door Conlon Nancarrow. Zo kon een nieuw soort pianomuziek ten gehore worden gebracht, onafhankelijk van de fysieke beperkingen van mensen.



Kunstvaria: de zon

Het is deze dagen wel erg goed weer.
Heel toevallig zaten in de serie van Kunstvaria deze week
2 zonovergoten afbeeldingen.
Die zet ik hier dus extra in het zonnetje.





Edward Hopper, People in the sun, 1960.






Giovanni Giacometti, Family portrait unter dem Holunder (Under the elder tree), 1911.


Holunder (Duits) of Elder (Engels) is de Vlierboom.




Gistermiddag gezien: jonge futen





In de singels van Breda, vlak bij de KMA.






De schaduw in het water is die van een van de torens van het Spanjaardsgat.





Terwijl ik de foto’s voorbereid en dit stukje in elkaar zet
luister ik naar de volgende muziek:

Aus Liebe will mein Heiland sterben
Bach: St. Matthew Passion
The Amsterdam Baroque Orchestra; Tom Koopman, Conductor

Kunst op een papieren zak: Rafael Ferrer





Een hele serie van de papieren zakken tegen de muur in een gallerie.






Rafael Ferrer, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 05, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 08, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 11, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 12, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 23, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Nog een opstelling. Deze vind ik spannender.





Plankzaken

Woord van de dag van 21/04/2011.





Plankzaken.





Plankzaken zijn politiezaken (procesverbalen)
die op de plank blijven liggen omdat de politie er
door onderbezetting niet aan toe komt.
Politieke partijen, politiebonden en dergelijke geven aan
dat na het niet nakomen van de belofte van 3000 extra agenten,
er meer ‘plankzaken’ zullen komen door de nieuwe plannen
van minister Opstelten
De nieuwe plannen houden in dat geschoolde politieagenten vervangen
worden door beperkt opgeleide goedkope schoolverlaters (toezichthouders).

“Jantje, wat wil jij worden als je later groot bent?
Toezichthouder! meneer.”
(onwaarschijnlijk gesprek tussen een onderwijzer en een leerling)



Ze hebben natuurlijk gelijk,het aantal plankzaken zal toenemen
maar daar zal deze minister niet van wakker liggen.
Ze zullen zijn positie van Minister voor Veiligheid en Justitie
toch niet opvullen met bijvoorbeeld twee goedkope schoolverlaters?

Bovendien verzint deze minister over twee jaar
wel weer een ander woord voor plankzaken
zodat ook die berg zaken weer vanzelf kleiner wordt.

Wel een mooie woordwaarde.