Afgelopen donderdag stond er een 5-bollen-recentie in het NRC over de tentoonstelling van Marcel Pinas in Club Solo in Breda. Een waardering waar ik me helemaal in kan vinden maar dat zal de trouwe bezoeker niet verbazen. Hieronder een meer leesbare versie van het artikel van Lucette ter Borg.
Categorie archief: Kunst
Natasja Kensmil
Afgelopen week ben ik toch naar het Dordrechts Museum
geweest. Ik schrijf ‘toch’ omdat een opslag van 7,50 euro
op de toch al hoge prijs van 15 euro wel veel is.
Aelbert Cuyp is een redelijk bekende schilder, geen topper.
Dan is 22,50 veel geld en het zal een van de elementen
zijn die zorgen voor tegenvallende bezoekersaantallen.
Verlenging of niet.
Maar ik ging eigenlijk voor de Engelse schilders en dan
met name Turner.
Terwijl ik de trap opliep naar de tijdelijke tentoonstelling
zag ik een werk van Natasja Kensmil.
Het hangt op een ongelukkige plaats waar het niet goed
tot zijn recht komt. Maar het werk is opmerkelijk.
Natasja Kensmil, Huwelijksportret, Johan de Witt en Wendela Bicker, 2020.
De manier waarop Johan de Witt en Wendela Bicker elkaar de rug toekeren is een sterke boodschap.
Als iemand denkt dat dit een ‘normaal’ huwelijksportret is dan moet je toch nog eens goed naar de hoofden van de hoofdrolspelers kijken.
Mooi aan het werk is dat veel elementen uit portretten terugkomen in dit werk dat uit een hele serie doeken bestaat.
Het is een verrassend werk waar je meer van wilt weten. Maar ook internet geeft weinig prijs.
De geschiedenis is geen lijn maar een zandbak….
De geschiedenis is geen lijn maar een zandbak.
Laag op laag stapelen de gebeurtenissen zich op en vermengen ze zich met elkaar.
Ze raken verloren in het geheel of steken juist scherp af ten opzichte van andere lagen.
Dat geldt zeker voor gewelddadige geschiedenissen.Steven ten Thije (conservator collecties, Van Abbemuseum).
Club Solo organiseert bij iedere tentoonstelling een soort van
antwoord, reactie, reflectie, met werken van grotere
musea in Vlaanderen of Nederland.
Deze keer een antwoord waarbij de oorspronkelijke gemeenschap,
de materialen en de vormentaal op elkaar reageren.
Erzen Shkololli is een kunstenaar afkomstig uit Kosovo. Zijn werk en zijn activiteiten hebben te maken met dat vorige grote conflict in Europa: de oorlog in voormalig Joegoslavië. Meer precies, in zijn geval, in Kosovo. Erzen Shkololli, Patchwork, 1998.
Maar de woorden van Steven ten Thije brengen meteen
de beelden van de oorlog in de Oekraïne op het netvlies.
Erzen Shkololli heeft gewerkt met kinderen in Kosovo die
hij vroeg ervaringen vast te leggen in tekeningen.
Hartverscheurend.
Erzen Shkololli, Kosovaarse kindertekeningen, 2000.
Marcel Pinas op canvas
Een ander interessant aspect waar Marcel Pinas
in zijn werk gebruik van maakt is taal.
Aanstaande zondag wordt daar een lezing over gehouden
bij Club Solo. Kunst en taal is voor mij altijd
een intrigerende combinatie.
Op zijn canvassen verwerkt hij stukken pangi-textiel en
teksten in het Afakaschrift.
Marcel Pinas, Tu Doo, 2021, mixed media op canvas.
Marcel Pinas, Afaka Bosikopu, 2021, mixed media op canvas.
Marcel Pinas, Bosikopu Afaka III, 2016, mixed media op canvas.
Het zal duidelijk zijn dat de kennismaking met Marcel Pinas
een geweldig avontuur was. Misschien is het een avontuur
waar u zich ook in wilt storten?
Marcel Pinas: Kibii wi koni -> Goontapoe
Met als uitgangspunt de textiel van de Marrons in
Suriname bedacht Marcel Pinas het werkatelier.
Bedoeling is om een installatie die gemaakt is in Suriname
te ontmantelen. Daarbij komen stukken textiel beschikbaar
die door vrijwilligers in Club Solo kunnen omzetten
naar een nieuwe werk Goontapoe II
In de activiteiten en het resultaat van het werkatelier draait het materiële aspect allemaal om pangi (traditionele omslagdoeken). Een cultuuruiting die een lange geschiedenis kent bij de Marrons en een die Marcel Pinas wil behouden.
Kobii Wi Koni is een installatie die bestaat uit flessen die ‘verpakt’ zijn in pangi en slierten textiel.
Er staan er veel in Club Solo. Bij de Marrons was het gebruikelijk flessen met zelfgemaakte medicijnen op deze manier te verpakken.
Vrijwilligers verwijderen het textiel van de flessen. ‘Voor Marcel Pinas gaat dit werk over de vraag hoe de voorouderlijke kennis van de Marrons een blijvende rol kan spelen in de lokale cultuur, maar ook elders in de wereld.’
Even verder op wordt het textiel gebruikt om de lappen aan elkaar te zetten.
Het resultaat zijn grote, bonte lappen.
Uiteindelijk kunnen deze lappen gepresenteerd worden als een installatie. Goontapoe I is te zien op de bovenverdieping in Club Solo. Dit is een eerder werk (2022) gemaakt in Suriname van pangies en slierten.
Marcel Pinas, Goontapoe I, Club Solo, Breda.
Marcel Pinas, Goontapoe I, Club Solo, Breda.
De komende dagen volgen nog twee kortere verhalen
over de tentoonstelling.
Club Solo – Thomas Polimé
Club Solo is een klein centrum voor moderne kunst in Breda.
Ik probeer de tentoonstellingen te bezoeken en eerlijk gezegd
ben ik meestal positief verrast.
Door het werk, door de opstelling, door de gewoonte een werk
van een andere kunstenaar commentaar te laten leveren en
door het verhaal.
Nu is er werk te zien van Marcel Pinas.
Zijn werk is voor mij onbekend.
Maar dat is voor mij geen reden om niet te gaan kijken
want Club Solo heeft er een goede reputatie als het gaat
om het samenstellen van tentoonstellingen.
Marcel Pinas is geboren in Suriname en hij wil (in mijn
woorden) met zijn werk de Marroncultuur bij een breder
publiek bekend maken.
Tijdens de tentoonstellingsperiode in Club Solo is
er sprake van een ‘werkatelier’. Dit maakt mij wat
sceptisch, maar Club Solo dus voor nu okay.
Maar eens gaan zien.
Gisteren was er een lezing door cultureel antropoloog
Thomas Polimé over de Marroncultuur.
Dat was goed te combineren met een bezoek aan het
werkatelier.
Verspreid in het (groter) Caraïbisch gebied komen
groepen Marrons voor.
Het zijn groepen afstammelingen van gevluchte slaafgemaakten.
Ze woonden aanvankelijk in onherbergzame gebieden waar
een eigen cultuur ontstond. In de cultuur van de
Surinaamse Marrons speelt onder andere textiel
een belangrijke rol. Welke? Dat hoopte ik te leren
tijdens de lezing.
Het textiel wordt gebruikt als kleding maar heeft ook
nog een aantal andere functies.
Daarbij spelen zaken als knopen, vouwen en afbeeldingen
en/of tekst op het textiel een rol.
De slides van Thomas Polimé hebben als titel ‘Marrons vrouwen en hun creativiteit met textiel’. Om een indruk te geven van de lezing laat ik hier een paar slides zien. Voor de complete lezing verwijs ik graag naar Thomas Polimé. Voor mij is het belang van deze informatie natuurlijk vooral te zoeken in relatie tot het werkatelier en Marcel Pinas.
Dit is een voorbeeld van hoe tekens op het textiel een boodschap kan bevatten.
Dit is een belangrijke slide om te begrijpen waarom Marcel Pinas nu juist dit aspect van de Marroncultuur neemt als uitgangspunt voor zijn kunst: kleding, communicatie, verhalen, kunst, geschenk, symboliek, levensfase, rouw.
Hier wordt een voorbeeld gegeven hoe het verschillend knopen van textiel een signaal kan afgeven.
Voor mij is de relatie tussen tekst en kunst van belang en dat speelt ook een rol in het werk van Marcel Pinas. Hier zien we een voorbeeld van de vormentaal van de Marrons.
Deze namen van de verschillende textielvormen kunnen handig zijn om bij de hand te hebben wanneer we naar kunstuitingen gaan kijken: kamisa, pangi, kwei en banja kosu.
Als je denkt ‘Wanneer krijg ik nou iets te zien van de
kunst van Marcel Pinas?’
Dan vraag ik om binnenkort nog een keer terug te komen
naar mijn weblog want een verslag van het werkatelier en
tentoonstelling volgt.
Het staat natuurlijk ook iedereen vrij om een kijkje
te gaan nemen bij Club Solo.
Dat wil ik iedereen zo-wie-zo aanraden!
…en stuur een hond
Club Solo heeft komend weekend de laatste dagen van een tentoonstelling rond het werk van de Belgische beeldhouwster Caroline Coolen. Ik ging kijken. De tentoonstelling zou kunnen heten: één met de pioniers.
Net als distels zijn berken pioniersplanten. De schors van berkenbomen gebruikte Caroline Coolen als basis voor het werk Chum. Een Chum is een nomadentent die door inwoners van Siberië uit berk wordt opgebouwd. De berken ‘dakpannen’ zijn hier uitgevoerd in porselein met teksten er in gekerfd. Kunst met teksten kan rekenen op extra aandacht van mij. ‘Ons is schade toegebracht’.
Caroline Coolen, Chum, 2016, porselein en roestvrij staal.
‘We willen hem niet. Hij is niet van ons’.
‘Stuur een andere man, hij komt niet voor ons op… en stuur een hond’.
Caroline Coolen, Thistle (Onopordum, is de soortnaam van de distel), 2020, aluminium en porselein. In dit geval op basis van op maat gesneden verpakkingsmaterialen. De bladeren spraken mij het meest aan.
Caroline Coolen, Thistle, 2020, aluminium en porselein.
Caroline Coolen, Arsian, 2022, houtsnede op papier.
Caroline Coolen, Thistles 1 en 2, 2021, brons. Deze distels zijn gemaakt op basis van het plantmateriaal zelf.
Caroline Coolen, Thistles 1 en 2, 2021, brons.
Caroline Coolen, Tree of life, 2022, houtsnede op papier.
Van autoband naar beeldhouwwerk: Caroline Coolen, Black Swan, 2021, brons.
Kennismaking met Arabische kalligrafie
Een vaste schrijfhand heb ik niet.
Mijn handschrift is een ramp.
Toch heb ik al meerdere malen deelgenomen aan een
workshop kalligrafie.
Maar nog nooit Arabische kalligrafie.
Toen zich onlangs de kans voordeed een workshop te
combineren met een bezoek aan de tentoonstelling
‘Groeten uit de Oriënt’ in het Huis van het Boek,
heb ik meteen ingeschreven.
De workshop werd gegeven door Mohamad Badenjki. Ik zat vrij ver vooraan maar helemaal links van zijn presentatie. De foto’s die ik er van gemaakt heb zijn daarom in een beetje vreemde vorm. Maar het gaat om de inhoud.
Wat ik leuk vond aan de workshop was:
= je weet dat het Arabisch van links naar rechts
geschreven wordt. Dat geldt niet alleen voor het
Arabisch. Maar weten en ervaren zijn twee dingen.
Dus nu je begint aan een eerste poging een letter in
het Arabisch te schrijven is dat meteen wennen.
– het Arabisch heeft een hele ontwikkeling doorgemaakt
en net als de Arabische dialecten van Noord-Afrika
kent men een serie van schriftstijlen die zich
ontwikkeld hebben in de rijd en naar geografische locatie.
– het Arabische schriften richten zich in eerste instantie
op de medeklinkers. Ook daar zijn andere voorbeelden van maar
voor mij blijft het altijd enorm wennen. Welke klinker
bij een medeklinker hoort wordt in het Arabisch aangegeven
met ‘streepjes’.
Een abjad of consonantschrift is een schrift waarin (in tegenstelling tot ”echte” alfabetten) elke letter of glief staat voor een medeklinker, en waarbij het aan de lezer wordt overgelaten om zelf een geschikte klinker erbij te lezen.
– de Arabische letter kent ook verhoudingen om de grootte
van de verschillende onderdelen van een letter.
In ons westers schrift kennen iets vergelijkbaars (de
lijntjes en hulplijntjes waartussen we leren schrijven).
In het Chinees gebruiken mensen die karakters leren schrijven
een soort van ruitjespapier.
Die verhoudingen blijven gelijk wanneer je de tekst
klein of groot schrijft.
Arabische schriftstijlen. Mohamad Badenjki is een meester in onder andere het Sulus. Mohamad Badenjki is afkomstig uit Syrië en de namen die hij gebruikt houden verband met zijn afkomst. Je vindt de naam ‘Sulus’ wel op internet maar waarschijnlijk zijn er meerdere schrijfwijzes voor hetzelfde schrift. Zo begint deze lijst met ‘Al Kufi’ en lees ik op internet daarvoor ook de naam ‘Kufic’.
Na de introductie gaan we zelf aan de slag. Dit is de werkplaats met een pen van bamboe en een kleine voorraad inkt (heel slim in een potje met daarin een stukje zijde: beter voor de pen en geen druppels inkt knoeien.
Het gereedschap (en de handen) van een kalligraaf.
‘Sulus’ betekent ook ‘één derde’. Dus dat dicteert de helling van het schrift (hoe schuin je schrijft).
Je kunt wel zien dat ik aan het oefenen ben geweest maar dat het nog heel lang gaat duren voor het iets wordt.
Dit is een deel van het Arabisch alfabet. Het begin dus rechts met de eerste letter: Alif.
De laatste oefening was dat Mohamad Badenjki je naam zou voorschrijven zodat we dat zelf ook eens konden proberen. Ik vroeg hem niet mijn naam maar om ‘Argus’ te schrijven. Van naschrijven kwam het bij mij niet. Ik was nog te druk met de eerste oefeningen.
Het was een heel leuke workshop en Mohamad Badenjki geeft die met enige regelmaat.
Afgietsel
Misschien heeft het woord ‘afgietsel’ een negatieve bijsmaak.
Voor mij geld dat niet bij de afgietsels in het Allard Pierson.
Al heel lang wilde ik de afgietsels zien in de collectie
van het Allard Pierson Museum in Amsterdam.
De afgietsels werden gemaakt en gebruikt als tekenmodel
in kunstacademies.
De laatste keer dat ik het Allard Pierson bezocht was voor de
coronacrises en er was een verbouwing in volle gang.
Twee weken geleden kreeg ik de kans ze eens te zien.
Een grote collectie, heel indrukwekkend.
Overzicht van een deel van de collectie.
Afgietsel van een deel van de westfries van het Parthenon met een ruiter en een paard. Anders alleen te zien in Londen en hoewel ‘maar een afgietsel’ completer dan het origineel dat in Londen terecht is gekomen.
Lees ook deze blog.
Poetin verslindt Oekraïne
Tot nu toe heb ik nog niets geschreven over Oekraïne.
De miljoenen experts in Nederland zijn al oorverdovend.
Maar als er dan een treffend beeld langs komt dat ook
nog eens is gebaseerd op een tijdloos kunstwerk van
een groot kunstenaar……
NRC, Hajo (Poetin verslindt Oekraïne), 05/03/2022.
Francisco de Goya, Saturnus verslindt zijn zoon, 1820 – 1823. Zie ook zijn reeks etsen en schilderijen over de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog: bijvoorbeeld ‘Los Desastres de la Guerra’ (de verschrikkingen van de oorlog).
Teun Hocks
De afgelopen tijd zag ik in de statistieken van mijn
site dat er mensen gekeken hadden naar mijn berichten
over Teun Hocks.
Dat hoeft niets te betekenen maar deze keer was het
misschien in verband met zijn overlijden.
Vandaag las ik daar over in het NRC van vorige week.
Volgens mij bestaat toeval niet. Wat het dan wel is weet ik niet. een paar weken geleden bezocht ik het Stedelijk Museum Breda en kocht daar een kleine set kaarten met afbeeldingen van werk van Teun Hocks. Vandaag gebruik ik ze als een soort van hommage. Teun Hocks, Zonder titel, 2010.
Teun Hocks, Schilderen, 1979.
Teun Hocks, Zonder titel, 1979.
Necrologie door Toef Jaeger in het NRC. Teun Hocks: Kunst met de humor van Charlie Chaplin.
Teun Hocks, Zonder titel, 2017.
Teun Hocks, Vrienden en Kennissen, 1982 – 1983.
Teun Hocks, Zonder titel, 1994.
Revolusi!
Deel 2 van twee delen.
Een crisis zonder beelden op de tv of internet,
we kunnen het ons bijna niet voorstellen.
Maar zo was het natuurlijk wel in de jaren ’50.
Henk Ngantung, President Sukarno en de Britse bemiddelaar Lord Killearn, 1946, zwarte inkt op papier.
Henk Ngantung, Nachtelijke persconferentie met de internationale pers, 1946, zwarte inkt op papier.
Een heel schrijnend sfeerbeeld: Hesje, hoofdkussen en luier gemaakt van boekomslagen, Julia Nelisse, 1947, linnen.
Je zag het goed. een van de stukken linnen die van een boekband is afgehaald heeft als titel ‘Tarzan en de Leeuwman’. Julia Nelisse, Pelantungan, Java, 6 september 1947.
Sudjojono, Portret Pejuang (Portret van een strijder), 1953, andesiet steen. Heel serieus maar die auto op de voorkant van de sokkel is dan weer grappig.
Hendra Gunawan, Pengantin Revolusi (Bruid van de revolutie), 1957, olieverf op doek.
Soerono, Pembersihan Desa (Zuivering van het dorp), 1949, olieverf op doek.
Basoeki Abdullah, Portret Mohammad Hatta, 1949, pastel.
Henri Cartier-Bresson, Officieren van het TNI, Tentara Nasional Indonesia, 1949, gelatine zilverdruk.
Bij de tentoonstelling is ook een (op het eerste gezicht)
mooi verzorgd boek verschenen.
Daar heb ik nog onvoldoende in kunnen kijken om daar
nu diep op in te gaan.
Dat komt misschien later nog.
Revolusi!
Deel 1 van twee delen.
Als het Rijksmuseum een tentoonstelling maakt over
Indonesië dan zie je automatisch de krissen, een
goudschat, VOC emblemen en nog ontelbare mooie voorwerpen.
Maar Revolusi! gaat om de vrijheidsstrijd van Indonesië
tegen de koloniale macht Nederland.
Een complex verhaal maar duidelijk is dat Nederland in
de periode na 1945 met oorlogsgeweld een situatie probeerde
te herstellen waar we om te beginnen helemaal geen aanspraak
op konden maken. Daarbij vonden oorlogsmisdaden plaats die
zeker ook door Nederlands werden gepleegd.
Het Rijksmuseum slaagt er in een heel andere tentoonstelling
te maken dan die we van het museum kennen.
Nieuw werk, historische feiten, door de ogen van veel
verschillende partijen, voorwerpen die horen bij een
protestbeweging, bij onderdrukking en bij oorlogsmisdaden,
en nabestaanden die vertellen over hoe getoonde voorwerpen
in hun omgeving beleefd werden en worden.
Een knappe prestatie die zeker ook nog veel stof zal geven
tot verder onderzoek en debat.
Timoteus Anggawan Kusno, Luka dan bisa kubawa berlari (Wounds and Venom I Carry as I am Running), 2022, mixed media installatie.
Timoteus Anggawan Kusno, Luka dan bisa kubawa berlari (Wounds and Venom I Carry as I am Running), 2022, mixed media installatie.
Door journalisten werd een oorlog verslagen zonder de moderne mogelijkheden van satellietbeelden, Facebook en mobiele telefoons. Tony Rafty, Brits-Indiase troepen van de vijfde divisie laden voorraden uit, 1945, pen en inkt op papier.
Tony Rafty, Burgers vluchten voor oorlogsgeweld, 1945, aquarel op papier.
Indonesische poster, Penerangan tentara resimen I Gadjah II Soematera, vermoedelijk uit 1947, papier.
Poster, 1945 – 1949, papier.
Een deel van de tentoonstelling bevat voorwerpen die allemaal een heel eigen verhaal hebben en waarvoor het Rijksmuseum een poging gedaan heeft om het verhaal boven tafel te krijgen. Dit is een Koran, Java, Indonesië, jaartal onbekend, papier, inkt.
Hier zie je in detail wat een prachtig boek het is. Bekijk de handgeschreven teksten eens.
Dit is het verhaal van Joop Hueting, omgeving Yogyakarta, Java, december 1948.
Morgen het vervolg.
Tu Wei-chang: De toekomst van nu
Tu Wei-chang
De toekomst van nu: de Bu Num beschaving in het Rijksmuseum
Sinds het begin van de 21ste eeuw werkt de Taiwanese kunstenaar
Tu Wei-cheng aan een reeks kunstwerken waarin hij een virtuele,
door hem bedachte beschaving creëert, de Bu Num.
Hij maakt objecten, graaft ze op, interpreteert en presenteert ze,
en gebruikt daarbij fascinerende elementen uit oude culturen.
En ook al ‘ontdekt’ hij als archeoloog specifiek de Bu Num cultuur,
toch laten zijn werken duidelijk de sporen zien van de moderne beschaving.
Feitelijk draait hij de onderzoekende blik om:
in plaats van het verleden vanuit een modern oog te interpreteren,
legt zijn werk de huidige beschaving bloot.
In deze interventie gaan de objecten uit de Bu Num beschaving
een dialoog aan met de oude culturen die te zien zijn in het
Aziatisch Paviljoen.
Een beetje verstopt in het Aziatisch Paviljoen van
het Rijksmuseum, is een bijzondere tentoonstelling
te zien: werk van Tu Wei-chang.
Over deze kunstenaar uit Taiwan kan ik eigenlijks
niets vinden op internet!
Dus het zijn de teksten die ik in het Rijksmuseum zag
die me moeten helpen een beeld te vormen van het proces
dat de kunstenaar volgt en de bedoelingen die hij heeft.
Maar het werk spreekt me erg aan.
Een deel van: Tu Wei-cheng, Bloemen die bloeien als een weefsel van brokaat, Taiwan, 2017, brons. Alleen die titel al.
Dit is het hele werk.
Detail van Tu Wei-cheng, Bloemen die bloeien als een weefsel van brokaat, Taiwan, 2017, brons.
Ik kreeg er geen genoeg van. Fascinerend.
Tu Wei-cheng, BM0803, Taiwan, 2008, kunststeen (geen idee wat kunststeen is).
Tu Wei-cheng, Een vat van vluchtende zielen, Taiwan, 2019, kunststeen.
Domitianus, Julia Titi en Domitia Longina: deel II
Al zal het bij tijd en wijle lijken op een modeshow
is dit een verslag van de super serieuze tentoonstelling
God op aarde over de Romeinse keizer Domitianus.
Voor mij een van de topstukken op de tentoonstelling. Een fresco uit Pompeï. Een afbeelding van een priester in de gedaante van de Egyptische god Anubis met de kop van een jakhals. Tempel van Isis, Pompeï, 62 – 79 na Chr.
Nog een fresco uit Pompeï: paneel uit de Tempel van Isis met Cobraslang en een Ichneumon of een Faraorat (het is schijnbaar meer een mangoest dan een rat). Verder met druiven en acanthusblad. Pompeï, 62 – 79 na Chr.
Dit deel van de tentoonstelling gaat over de manier waarop culturen elkaar beïnvloeden en hoe sommige culturen daar heel erg open voor staan. Io arriveert in Egypte, Tempel van Isis, Pompeï, 62 – 79 na Chr. Fresco.
Kop van een soldaat met helm. Deel van de eerste triomfboog van Titus (broer en keizer voor Domitianus), Rome, 81 na Chr. Marmer.
Portretkop mogelijk uit de Tempel van Jupiter, Juno en Minerva, Rome, Capitool, 81 – 96 na Chr. Marmer.
Laat ik het voorzichtig zeggen: niet zo mooi. Maar wat een verhaal. Meleager is een roodharige, mythische jager en dierentemmer. Hij werd als propagandamiddel, als voorbeeld gebruikt voor Domitianus. Het is een Romeinse kopie van een Grieks origineel dat uit de 4e eeuw voor Christus dateerde. Dit exemplaar stamt uit Pompeï, 1e eeuw na Chr. Rode kalksteen van Rhodos.
Maar de jachttrofee vond ik intrigerend. Of dit deel ook uit de 1e eeuw stamt weet ik niet. Een kop van een everzwijn (denk ik). Het publieksboek geeft na een eerste scan geen infi over dit beeld. Volgens mij komt het er niet in voor. De op zet van het boek is niet dat van een catalogus. Dus zijn voorbeelden niet snel te vinden in het boek (als ze er al in staan).
Sierreliëf met theaterscene, PomPeï, 1e eeuw na Chr. Marmer.
Twee schrijvende dames (op deze titel is wel wat af te dingen want slechts 1 vrouw geeft schrijfgerei bij zich. Ze is dus niet aan het schrijven. Waarschijnlijk kan ze dat wel). Pompeï, 45 – 79 na Chr. Fresco.
Wat een kapsel! Domitia Longina, echtgenote van Domitianus. Herkomst onbekend. 90 na Chr. Marmer.
Ik kan nu niet meer achterhalen van welk beeld dit de achterzijde is maar ik wilde laten zien dat niet alleen de voorkant opvallend was.
Nogmaals Domitia Longina, Romeinse rijk, 90 – 100 na Chr. Marmer.
Wel uniek om dit allemaal bij elkaar te kunnen zien in Nederland. Julia Titi, dochter van Titus, Romeinse rijk, 90 na Chr. Marmer.
Grafportret van een vrouw, Egypte 75 – 100 na Chr. Pigment met vloeibare bijenwas, paneel van lindenhout. Flavische mode.
Zonnegod Helios / Sol en Domitianus’ numen (= spirituele kracht), propaganda uit het Romeinse rijk, 87 na Chr. Marmer.
De slechte omgang met het establishment was een van de redenen voor de moord op Domitianus. Senatoren in toga, Romeinse rijk, fragment, 50 – 75 na Chr. Brons.
Alles bij elkaar fantastisch om te zien.
Ik heb weer veel geleerd.
Aanrader!
Domitianus, Julia Titi en Domitia Longina: deel I
Zoals altijd, ik bezoek een tentoonstelling en als het mag
maak ik foto’s van wat ik mooi vind, bijzonder, opvallend,
interessant enz.
Thuis bekijk ik de foto’s nog eens goed en lees ik de catalogus.
Dan blijkt soms dat ik veel gemist heb en soms dat ik de
voor mij interessantste objecten gefotografeerd heb.
Ga het zelf maar controleren in het Rijksmuseum van Oudheden.
Portret van Domitianus, 81 – 96 na Chr., marmer.
Portret van Domitianus in legeruitrusting, 81 – 96 na Chr., marmer met een Romeinse dolk, ijzer, West Maas en Waal, 1e eeuw na Chr.
Drie van de 12 Romeinse Keizers in twee armbanden. Hier Vespasianus, Titus en Domitianus. 19e eeuw.
Wandmozaïek met kandelaar, uit de Granaatappelstraat (waar de Flavius-familie woonde), midden 1e eeuw. Glas, kalksteen en schelpen.
Portret van een jonge man, Oost Gallië, Frankrijk, 60 – 70 na Chr., brons.
Helm, Stagno Lombardo, Cremona, 70 – 96 na Chr., brons.
Vloermozaïek, Cremona, Piazza Marconi, Domus del Ninfeo, Stanza di Arianna. Beschadigd in 69 na Chr. Detail.
Vloermozaïek, Cremona, Piazza Marconi, Domus del Ninfeo, Stanza di Arianna. Beschadigd in 69 na Chr.
Titus (broer van Domitianus), Rome, 79 – 81 na Chr. Marmer.
Vechtende jongens (De een bijt de ander in het been), Rome, Baden van Titus, 1e eeuw na Chr. Marmer.
Aziatisch paviljoen
Vandaag was ik in Amsterdam.
Onder andere in het Rijksmuseum.
Ik ging kijken naar de tentoonstelling REVOLUSI!
maar kon het Aziatisch paviljoen niet met rust laten.
Er is nu te weinig tijd om veel over dit avontuur
te vertellen maar ik zag twee werken
die ik vandaag wil laten zien.
Denk eens na over de verschillen en overeenkomsten
tussen de twee werken.
Edmund de Waal, An idea (for the journey), 2013, porselein, glas, hout.
Hoofd van een Boeddha, 550 – 650, China, marmer.
Domitianus: God op aarde
Vandaag wilde ik beginnen over mijn verslag
van de tentoonstelling ‘Domitianus: God op aarde’
in het RMO in Leiden maar ik ben nog helemaal niet
aan de voorbereiding begonnen.
Hopelijk kom ik daar morgen aan toe.
Wel las ik – toevallig – het avontuur
‘De vloek van de dertig zilverlingen’ in de serie van
Blake en Mortimer, uitgevoerd door Jean van Hamme,
René Sterne en Chantal Spiegeleer.
Domitianus komt daar in voor op bijvoorbeeld
pagina 29 van deel 1 (veel verder ben ik nog niet).
Laat ik de man anders even voorstellen:
Domitianus, Romeins keizer die leefde als god op aarde.
Ik ben niet sterk in mijn Romeinse geschiedenis (en dat is een
understatement). Daarom is het goed dat ik naar een
tentoonstelling kon die over één van de keizers gaat.
Wikipedia helpt mij:
Domitianus (Latijn: Titus Flavius Caesar Domitianus Augustus; Rome, 24 oktober 51 – aldaar, 18 september 96) was van 81 tot 96 keizer van het Romeinse Rijk. Domitianus was de derde en laatste keizer van de Flavische dynastie.
Domitianus’ jeugd en vroege carrière bracht hij grotendeels door in de schaduw van zijn broer Titus, die tijdens de eerste Joods-Romeinse oorlog militaire roem had geoogst. In deze situatie kwam geen verandering onder het bewind van zijn vader Vespasianus, die in 69 na de burgeroorlog die bekendstaat als het vierkeizerjaar, keizer was geworden. Hoewel Titus onder het bewind van zijn vader een groot aantal belangrijke ambten bekleedde, kreeg Domitianus weliswaar eervolle benoemingen, maar geen verantwoordelijkheden. Vespasianus stierf in 79 en werd opgevolgd door Titus. Aan diens bewind kwam twee jaar later echter een onverwacht einde toen hij in 81 door een dodelijke ziekte werd getroffen. Nog de volgende dag werd Domitianus door de pretoriaanse garde tot keizer uitgeroepen. Zijn bewind zou vijftien jaar duren – langer dan enige keizer ten tijde van het principaat had geregeerd sinds keizer Tiberius.
Als keizer versterkte Domitianus de economie door de Romeinse munten te revalueren. Hij breidde de grensverdediging van het Romeinse Rijk uit en startte een enorm bouwprogramma om de grote schade die Rome in de jaren zestig had opgelopen te herstellen. Belangrijke oorlogen werden uitgevochten in Britannia, waar zijn generaal Agricola een poging deed om Caledonië (Schotland) te veroveren en in Dacia (Roemenië), waar Domitianus er echter niet in slaagde een beslissende overwinning op koning Decebalus te boeken. De regering van Domitianus toonde totalitaire kenmerken; hij zag zichzelf als de nieuwe Augustus, een verlicht despoot voorbestemd om het Romeinse Rijk een nieuw tijdperk van schittering in te leiden. Religieuze, militaire en culturele propaganda bevorderde een persoonlijkheidscultus. Door zichzelf als censor voor het leven te benoemen probeerde hij de publieke en private moraal te controleren. Als gevolg daarvan was Domitianus zowel bij het volk als het leger populair. Het ontbrak hem echter aan de nodige sociale vaardigheden om zich ook populair te maken bij (delen van) de elite. Door leden van de Romeinse Senaat werd hij als een tiran beschouwd. Volgens Suetonius was hij de eerste Romeinse keizer die er op stond aangesproken worden als dominus et deus (meester en god).
Aan Domitianus’ regering kwam in 96 n.Chr. een einde toen hij door medewerkers van het keizerlijk hof werd vermoord.
Binnenkort meer.
Vanwege Vincent
Nu het weer eenvoudiger is om naar een museum
te gaan en ik een weekje vakantie heb,
maak ik er ook gebruik van.
De tentoonstelling waarover dit bericht gaat
lijkt als idee een beetje op die van Marenne Welten.
In die zin dat de kunstenaars zich uitgebreid konden
verdiepen in hun onderwerp en daar met kunst op reageerden.
In ‘Vanwege Vincent’ gaat het om kunstenaars die de
afgelopen jaren allemaal Artist in Residence zijn geweest
in Zundert als gast van het Vincent van GoghHuis.
De volledige titel van de tentoonstelling is:
‘Vanwege Vincent – De geboortestreek van Van Gogh als inspiratie’.
Hoe verhoud je je als kunstenaar tot een icoon als Van Gogh en tot beelden die zo bekend zijn? Wat levert het op om wekenlang te werken op de geboortegrond van Van Gogh? Deze vragen staan centraal in Vanwege Vincent – De geboortestreek van Van Gogh als inspiratie. De aanleiding voor de tentoonstelling is het tienjarige bestaan van het artist-in-residence programma van het Van GoghHuis in Zundert. Het gastatelier ligt naast de protestantse kerk waar de vader van Vincent predikte, terwijl de oude kosterswoning dienst doet als verblijfplaats voor de kunstenaars.
Zoals bezoekers gewend zijn bevat dit bericht foto’s van werken die mij troffen. Om wat voor reden dan ook. Soms omdat ik ze eerder zag, omdat ander werk van de kunstenaar me ooit aangesproken heeft, omdat ik het mooi of slim gevonden vind, omdat de kleuren mooi zijn, omdat de sfeer me aanspreekt. Wat spreekt jullie aan? Koen Broucke, Night walk, 2014, gouache op papier.
Albert Zwaan, Van Gogh Church Zundert, 2017, olieverf op doek.
Lotte van Lieshout, La Berceuse, 2019, olieverf op verpakkingen en doek.
Tom Claassen, Het bed / Le lit, 2021, hout.
Bij de start van het Van Gogh AIR programma in 2011
zette Tom Claassen twee houten mannen bij de ingang van het dorp.
Hij noemde de figuren Theo & Theo, refererend aan Vincents vader en broer
en het Van Hohj monument van Zadkine dat elders in het dorp staat.
Speciaal voor de tentoonstelling maakte Claassen dit nieuwe werk
in de voor hem zo kenmerkende beeldtaal.
De slaapkamer van het schilderij in het Gele Huis
in Arles vormde de inspiratie.
Rainer Fetting, Van Gogh und Mauer, 1983, acryl op doek.
Rainer Fetting behoort tot de Neue Wilde, een groep Duitse schilders
die in de jaren ’80 de expressionistische schilderkunst herontdekten.
Als grondlegger van het expressionisme is Van Gogh
een belangrijk voorbeeld voor hem.
Fetting laat dit zien door Vincent herhaaldelijk als personage
in zijn grote en felgekleurde schilderijen op te voeren,
zoals in dit werk waarop we hem langs de Berlijnse muur zien lopen.
Arnulf Rainer, Van Gogh in Wolke, voll ohne groll, 1977, grafiet op papier.
René Korten, Vinc-ent, 2-019, olieverf op doek.
Stijn Peeters, Silhouette of refugees, 2017, monotype.
Deze tekst hing niet zozeer bij het werk van Stijn Peeters
als wel aan al die werken met een wat zwaardere, zwartere toon.
Het verschil tussen voorspoed en tegenspoed,
alle twee zijn noodzakelijk en nuttig,
en de dood of het verdwijnen…
dat is zo betrekkelijk – en het leven ook.
(Aan Theo, 1889)De fatale intensiteit van het leven
Vincents wortels liggen in Zundert.
De pastorie waar zijn wieg stond en het graf
van zijn doodgeboren broertje op de begraafplaats
naast de protestantse kerk waar zijn vader predikte,
markeren zijn geboorte, met in het vooruitzicht
zijn tragische dood.
Vincents perioden van ‘waanzin’ en zijn korte leven
dragen bij aan zijn mythische status.
Hij wist echter ook als geen ander de energie en
schoonheid van het leven te schilderen.
Net als bij Vincent loopt de liefde voor het leven
en de constante nabijheid van de dood
als een rode draad door de kunstwerken uit Zundert.
Op de foto van het werk van Roos Holleman viel met de kleur wat tegen terwijl het origineel zo sprankelend is: Study skins, 2020, pastelkrijt op katoenpapier.
Daarom een detail van het werk dat ook direct duidelijk maakt dat het hier om de huid en veren van exotische vogels gaat.
Roos Holleman, Wardrobe for the 21st century, 2020, pastelkrijt op katoenpapier.
Misschien wel het mooiste werk op de tentoonstelling: Robert Zandvliet, Regen in Auvers, 2015, acryl op doek. Ook hiervan een detail:
Ronald Zuurmond, Winter (zonnebloemen), 2021, olieverf op doek.
Vanwege Vincent
…we werken aan een kunst,
aan zaken die niet alleen tijdens ons leven blijven bestaan,
maar die ook na ons door anderen kunnen worden voortgezet.
(Aan Theo, 1888)
Koen Vermeule, Vincent * yume no uchi (in een droom), 2015, olieverf op doek.
De figuur op dit schilderij stelt onmiskenbaar Vincent voor,
te herkennen aan zijn rossige haar en strohoed.
De sobere compositie en het contract tussen de zachte kleuren van de ruimte
en het zwarte kostuum doen alle aandacht uitgaan naar het werkloze
lichaam van de schilder.
Hij lijkt dood, maar de titel Yome no ucho, Japans voor ‘in een droom’,
suggereert iets anders.
Koen Vermeule heeft Van Gogh in al zijn kwetsbaarheid vastgelegd.
Loek Grootjans, Storage for distorted matter – Vincent’s Sunflower, 2013, gedroogde zonnebloem.
Erik Andriesse, Zonnebloemen, 1986, acrylverf op golfkarton en hout.
Tessa Chaplin, Zonder titel, 2020, olieverf op doek.
Diana Roig, Re-imagined tree roots, 2021, olieverf op doek.
Als laatste de catalogus bij de tentoonstelling. Een prachtig boek bij een prachtige tentoonstelling. Heel geslaagd. Gaat dat zien!
Marenne Welten: House of men
In het Stedelijk Museum Breda is een solotentoonstelling
te zien met werk van Marenne Welten.
Het is goed te weten dat het SMB gevestigd is in een
historisch pand dat dienst deed als Oudemannenhuis en
dat het museum een uitgebreide collectie religieuze kunst
heeft en met name relieken.
De schilder kende ik niet maar dit is absoluut een vondst.
Marenne Welten: House of men.
Dit is een van de fictieve portretten in de tentoonstelling. De werken hebben geen titel (althans niet terug te vinden op zaal) en er is van de tentoonstelling helaas geen catalogus. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien?
Dit is een detail van de verf van het eerste werk in dit bericht.
En nog een. De verf lijkt ruw op het doek gezet te zijn maar er is zeker afwisseling in kleur. Al moet je daar wel even op letten.
Marenne Welten.
Schilderijen opgebouwd uit smeuïge lagen witte olieverf,
waaruit in kleur een ruimte of persoon opdoemt.
Stemmige gouaches en collages in dekkende waterverf,
waarin figuratieve voorstellingen door elkaar lopen.
De gelaagde beelden van Marenne Welten (1959, Valburg)
ontstaan vanuit herinneringen en associaties –
en de emoties en verlangens die daarmee gepaard gaan.Voorafgaand aan een project verdiept Welten
zich in een onderwerp via boeken, foto’s en andere documentatie,
bijvoorbeeld de geschiedenis van een plek of wie daar leefden.
Wat ze tijdens het onderzoek tegenkomt,
vermengt ze met herinneringen uit haar eigen leven.
Zo ontstaan nieuwe beelden, waarin haar persoonlijke geschiedenis
zich verbindt met universele thema’s en symboliek.Voor House of men dook Welten in de geschiedenis
van het pand waarin dit museum is gevestigd.
Van eind 18de tot midden 20ste eeuw was het
een ‘Oudemannenhuis’.
Deze instelling, waar mannen hun laatste dagen sleten,
is verweven met Weltens familiegeschiedenis:
haar vader groeide op en een klein straatje vlakbij.
Haar tante – inmiddels in de negentig – herinnert zich de
mannen zittend voor het gebouw nog goed.Geïnspireerd op deze geschiedenis en het religieuze klimaat
in Brabant destijds, maakte Welten nieuw werk:
levensgrote fictieve portretten van oude mannen naast
groepen gouaches en collages gerelateerd aan hun leefwereld.Daarnaast selecteerde Welten objecten uit het stadsarchief
en de museumcollectie, waaronder het reglement van het
Oudemannenhuis, relieken en ex voto’s.
Deze voorwerpen uit het verleden krijgen een plek
tussen Weltens beeldende werk.
Als in een roman lopen herinnering en verbeelding door elkaar
en komen de mannen opnieuw tot leven.
Van sommige inspiratiebronnen zijn voorbeelden op de tentoonstelling aanwezig en als hobby boekbinder valt je oog dan direct op deze groep boeken met ‘Rekeningen van het Oude MannenGasthuis over de jaren 1815, 1816 en 1817 door den rentmeester F.A. Werden.’
Gouache geïnspireerd door de relieken in de collectie.
Het is een aanrader!
De oplettende bezoeker zal zien dat ik de tentoonstelling
van achter naar voor heb doorlopen.







































































































































































