Tijdens het bezoek aan het Musée Guimet
trok een klein Chola-bronzen beeld onmiddellijk mijn aandacht.
Het museum identificeert het als Krishna Enfant Dansant,
maar voordat ik die benaming accepteer,
wil ik eerst kijken naar wat het beeld zelf laat zien.
De voorstelling omvat één figuur in een dynamische houding.
Het lichaam rust op één been,
terwijl het andere been gebogen en opgeheven is.
De figuur heeft twee armen.
De rechterhand is opgeheven met de handpalm naar voren gericht,
terwijl de linkerarm zijwaarts van het lichaam is geplaatst.
Op het hoofd bevindt zich een hoge hoofdtooi.
Het lichaam is voorzien van verschillende sieraden
die hals, borst, armen en heupen accentueren.
Wat mij daarbij direct opvalt, is dat de figuur slechts twee armen heeft.
Dat lijkt een eenvoudig detail, maar het aantal armen
is een van de kenmerken die kunnen helpen bij het zoeken
naar vergelijkbare voorstellingen in iconografische handboeken.
Het is bovendien een eigenschap die direct zichtbaar is
en geen voorkennis vereist.
De figuur staat op een ronde lotusvormige basis.
Deze rust op een rechthoekig voetstuk dat in verhouding tot het beeld
opvallend hoog is.
Daardoor lijkt het beeld niet rechtstreeks op zijn omgeving te staan,
maar als het ware boven het voetstuk verheven te worden.
Juist die combinatie van houding, hoofdtooi, sieraden,
lotusbasis en sokkel geeft het relatief kleine bronzen beeld
een verrassend sterke aanwezigheid.
Voorlopig laat ik de identificatie als Krishna nog even rusten.
Wanneer ik uitsluitend kijk naar wat zichtbaar is,
zie ik in de eerste plaats een rijk versierde figuur met twee armen,
geplaatst op een lotusvormige basis.
De houding suggereert beweging, maar welke betekenis die beweging heeft,
is op dit punt nog een open vraag.
Pas daarna volgt de zoektocht naar de plaats van deze voorstelling in Rao.
