De volgende ‘kassabon’ kreeg ik bij het Huis van het Boek
in Den Haag op Prinsjesdag.
Tagarchief: Huis van het boek
Gordel van papier
Met dit bericht sluit ik mijn serie van indrukken van de
tentoonstelling ‘Gordel van papier’ af.
Het vorige bericht eindigde met dezelfde titel als waarmee
dit bericht begint.
Gordel van papier in het Huis van het Boek in Den Haag. Imam Soepardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, Surabaja, Pustaka Nasional, circa 1948.
Tjantrik Mataram, Peranan Ramalan Djojobojo dalam revolusi kita, Bandung, Masa Baru, 1950.
Bijna afsluiten met Paulus de Boskabouter is dan een verrassing. Die had ik niet op deze tentoonstelling verwacht. Jean Dulieu, Reksosiswolo en rusil, Pengalaman pak kerdil dengan si manis, Djakarta, etc. Penerbitan dan Balai Buku Indonesia (De Moderne Boekhandel Indonesia), 1952.
Het laatste boek is dan zowat het boek waarmee ik ook begon:
Op de tentoonstelling is ook ruimte voor de eigen creativiteit:
Bij veel zaken hoor je dat je het getoonde niet thuis mag proberen. Maar voor dit geldt dat je het naschrijven/tekenen van de prachtige letters zowel op de tentoonstelling als thuis kunt doen.
Gordel van papier
Gordel van papier in het Huis van het Boek in Den Haag. Balai Pustaka PN, Commissie voor de volkslectuur. Sri Poestaka was een tijdschrift om tegenwicht te geven tegen revolutionaire denkbeelden. Weltevreden, Balai Poestaka, 1919 – 1931.
Maleise syair (dat is een traditionele poëzievorm) in Arabisch schrift ter ere van het 25-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina, 1923.
Tan Malaka, Naar de ‘Republiek Indonesia’, Canton, 1925. De eerste vermelding van het begrip ‘Republiek Indonesia’ in boekvorm.
Ucee (Pseudoniem van Ulrich Coldenhoff), Het spookhuis van Tandjong-Priok, Weltevreden, G Kolff & Co, 1925.
Gewoon een leuke tekkel, leuk voor Harry Mulisch. Diet Kramer, Lodewijk de rattenvanger, Bandoeng, Vorkink, 1941.
J. Treffers, Schuim van goud, Batavia-centrum, G Kolff & Co, 1934.
Imam Soepardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, 1948.
Van de website van Huis van het Boek:
Imam Supardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, Pustaka Nasional Surabaia, c. 1948. Dit boek, waarvan de titel vertaald kan worden als: ‘Sukarno als Kokrosono’, verscheen tijdens de Indonesische Revolutie en was bedoeld als steun voor de Indonesische bevolking. Het verhaal van Kokrosono is afkomstig uit de Javaanse wajang. Kokrosono was de wettige erfgenaam van Mandura, dat werd geregeerd door de demon Kongso. Na een periode van kluizenaarschap keerde Kokrosono terug en slaagde hij erin om de demon te overwinnen.
Gordel van Papier
De tentoonstelling in het Huis van het Boek heeft als ondertitel
‘Over de opkomst van het gedrukte boek in Indonesië’.
In de reeks foto’s in dit bericht zie je daar weer allerlei
bewijzen van, ook van de krachten die het land liever
bleven onderdrukken.
Dat zie je al in de schoolboeken:
Balai poestaka tjeritera seekor koetjing jang tjerdik, Weltevreden, 1921. De Gelaarsde Kat.
JL Stegman, Militair Kookboek voor het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger, circa 1947.
JMJ Catenius van der Meijden, Groot nieuw volledig Oost-Indisch kookboek – 1381 recepten voor de volledige Indische Rijsttafel, Semarang, GCT Van Dorp & Co NV, 1942. Ik krijg meteen honger (dat mag je vast niet zeggen bij zo’n serieus onderwerp).
Folder van de Chinese Uitgeverij Sie Dhian, op handformaat, P&P Nederlandsch Indie, 19xx. Schitterend van kleur!
Prachtig schrift, met lood gezet. Lettergieterij Amsterdam voorheen N Tetterode, Nieuw Javaans gesneden door de Lettergieterij Amsterdam, 1909.
Fotoalbum Tetterode, 1919, Het interieur van Drukkerij Kolff in Batavia.
Gordel van papier
Deze foto’s zijn afkomstig van de tentoonstelling
‘Gordel van papier’ in het Huis van het Boek in
Den Haag. Ga kijken!
De Express, Algemeen Dagblad, Semarang, Electr. Drukkerij GA Kessing, 13 februari 1922. Ernest Douwes Dekker is een bekende naam. Hij is familie van Multatuli. Tjipto Mangoenkoesmo en Soewardi Soerjaningrat.
S. Goenawan, Semaoen, Bandoeng, Administratie ‘Pembatjaan Ra’jat’, 1923.
C. Snouck Hurgronje, De Atjehers, Batavia, Landsdrukkerij, 1893 – 1895.
Wat een ongelofelijk witte kinderen. Illustratie van WK Bruin.
Leesplankje bij Hoogeveen’s Leesmethode, illustraties van Cornelis Jetses, djati-hout met papier, circa 1930 – 1940.
Gordel van Papier
De tentoonstelling waarvan de foto’s zijn in dit bericht
is te bezoeken in het Huis van het Boek in Den Haag.
Heel erg de moeite waard.
De tentoonstelling volgt de ontwikkelingen in Indonesië
op het vlak van de drukpers.
Maar eerst waren er de handschriften: Gordel van papier, Batak pustaha, inkt op boombast, datering onbekend.
Deze boeken zijn zo intrigerend: beschreven lontar, datering en plaats onbekend. Object is nog in onderzoek.
Pennen.
Javaans verzamelhandschrift van ruim 60 soeloeks, circa 1860.
Joannes Willmet, Melchior Leydekker en Petrus van der Vorm, Novum Testamentum Malaïce, Joh. Enschedé, 1820.
Een mond vol. Novum Testamentum Malaïce: Cura et Sumtibus Societatis quae Bibliis per omnes gentes pervulgandis operamdat emendatius editum.
Moehammad Moessa en Raden Ongga Baya. Soendanees vertaald in Javaans, Landsdrukkerij, 1877.
De foto is zeker niet perfect. Nederlandsch-Indische prenten, Gambar-Gambar. Afbeeldingen gemaakt door Lithograaf GJ Bos, Batavia, Kolff, 1897.
Gordel van papier
In het Huis van het Boek is de tentoonstelling ‘Gordel van papier’
te zien. De titel is natuurlijk losjes gebaseerd op de naam
‘Gordel van smaragd’
Wikipedia:
Gordel van smaragd is een bijnaam van Nederlands-Indië die bedacht is door de 19e-eeuwse Nederlandse schrijver Eduard Douwes Dekker (“Multatuli”). Smaragd is een heldergroene edelsteen. De bijnaam verwijst naar de ligging en uitgestrektheid van de Indonesische archipel (als een gordel) en de schoonheid van de natuur in dat land (als smaragd).
Multatuli gebruikte de naam in het laatste hoofdstuk van zijn spraakmakende boek Max Havelaar (1859), dat eindigt met een aanklacht direct gericht aan koning Willem III:
“Want aan U draag ik mijn boek op, Willem den derden, Koning, Groothertog, Prins… meer dan Prins, Groothertog en Koning… KEIZER van ’t prachtig rijk van INSULINDE dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd…”
De ondertitel van de tentoonstelling is ‘Over de opkomst van het
gedrukte boek in Indonesië’. Aan de tentoonstelling werkten mee
Lisa Kuitert en Eline Kortekaas.
Lisa Kuitert schreef het boek ‘Met een drukpers de oceaan over’ en
Eline Kortekaas doet op dit moment onderzoek naar die onderwerp.
Het is natuurlijk geen tentoonstelling met miniaturen of
exclusieve handschriften. Het is een tentoonstelling over het
ontstaan en de opstart van de grafische industrie (gericht op
vooral boeken) in koloniaal Indonesië.
Ik vond de tentoonstelling super interessant en ga er
een paar berichten over schrijven.
De folder van boekhandel W. Bruining & Co, Batavia, 1860.
Een hopelijk leesbaarder detail ervan.
De tentoonstelling heeft meerdere onverwachte zaken zoals dit boek: H. Beecher Stowe in een vertaling van P. Munnich, De negerhut of het leven der negerslaven in Amerika, Soerabaya, uitgever Fuhri, 1853 – 1885.
NN, Lakschmi Jaarboekje voor 1840, Batavia, Cyfveer en Knollaert, 1840.
De taal en de stijl van de tekst van het afgebeelde lied zorgen voor
optrekkende wenkbrauwen:
Geboortegrond! ach, hoor mijn laatste toonen mijn Vaderland! U
is dit lied gewijd. Mij dunkt, ik min veel meer dan al uw
zonen, de bakermat van mijnen bloementijd. ‘K heb aan uw boezem
’t leven ingezogen en buiten u min ik geen ander land! Vaarwel mijn
land! gij hebt mij opgetogen. U blijft mijn liefde, dierbaar Vaderland.
Hieronder een voorbeeld hoe je als boekhandelaar jezelf voorstelt:
Hopelijk beter leesbaar detail van Aankondiging boekhandelaar P. van der Meer, 1834.
W.J.C. de Senerpont Domis, Hollandsch en Javaansch Woordenboekje, behelzende de woorden die in de dagelijksche verkeering het meeste te pas komen, Semarang, Tjokro die Wirio, 1827.
De stempel is van de Koninklijke Academie te Delft.
Nog een verrassing. Iets dergelijks had ik niet eerder gezien. Buginees manuscript van La Galigo (zoek eens op internet op), Lontar palmblad op rol. Datering onbekend.
Verder op in de tentoonstelling ligt het boekje dat in
de aankondiging van de tentoonstelling op internet wprdt
gebruikt.
De omslagafbeelding van een kinderboek.
Daar sluit ik dit eerste bericht mee af:
Mas Badjing, Dunia Buku, Djakarta, Surabaia, Penerbitan dan balai buku Indonesia, 195x.
Flora Batava
Een laatste serie foto’s gemaakt toen ik de tentoonstelling
gezien had (?) en terug liep naar de uitgang.
Missaal, Gent, 1363 – 1366. Geniet van de volgende foto’s met details.
Even iets heel anders. Ook prachtig. Marek Šindelka, Klimaatverdriet.
Bijenorchis, Ophrys apifera, Flora Batava, deel 24 (1915). Handgekleurde litho naar ontwep van Pavord Smits.
Alleen hiervoor zou ik nog een keer teruggaan.
Flora Batava
Planten als ornament:
Theo Nieuwenhuis ontwierp deze kalenderbladen voor 1898 – 1899. De uitgevers waren Scheltema & Holkema. Het onderwerp van september was de aardappel.
Nog een ontwerp van Theo Nieuwenhuis, een perkamenten boekband. Gemaakt bij het afscheid van prof.dr. MWF Treub, Amsterdam 1905.
Op een tentoonstelling in Den Haag over planten en boeken mag het werk van Louis Couperus niet ontbreken. Hier Eline Vere met een boekband naar ontwerp van Willem Wenckebach. PN van Kampen, 1889.
Herman Gorter, Mei. Stichting De Roos, 1950. Houtgravure van Dirk van Gelder.
Flora Batava
De tentoonstelling gaat niet alleen in op de Flora Batava en de
totstandkoming maar staat ook stil bij andere aspecten
van planten als onderdeel van het boek.
Bijvoorbeeld de plant als ornament.
Een voorbeeld daarvan is dit werk van John Ruskin: The Nature of Gothic – A chapter of the Stones of Venice, Hammersmith, Kelmscott Press, 1892.
Vrij naar Wikipedia:
‘The Stones of Venice’ is een verhandeling over kunst en architectuur in Venetië geschreven door John Ruskin. In ‘The Nature of Gothic’ beschrijft hij zijn ideeen over hoe de maatschappij zou moeten worden ingericht. De eerste edities van dit werk kwamen uit van 1851 tot 1853.
Wanneer hij spreekt over ‘Gothic’ dan bedoelt hij de gotiek.Onder neogotiek (Engels: Gothic Revival) wordt een 19e-eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek. Het is een reactie op de strakke, koele vormen van het classicisme met zijn uitgesproken rationele karakter. De neogotiek ontstond uit de romantische belangstelling voor de middeleeuwen.
William Morris, Sidney C. Cockerell, A note by William Morris on his aims in founding the Kelmscott Press, Hammersmith, Kelmscott Press, 1898.
Dit is dan een mooi voorbeeld van middeleeuws gebruik van planten als ornament: Werner Rolevinck van Laer, Fasciculus Temporum, inhoudende die cronijcken van ouden tijden, Utrecht, Johan Veldener, 1480. De vertaling van Fasciculus Temporum die ik op internet las is: “Little bundles of time”.
Gezien
Afgelopen zaterdag ging ik voor een soort dubbelbezoek
naar Den Haag:
– ik wilde voor de tweede keer de Flora Batava tentoonstelling
zien in Huis van het boek;
– ik ging de opera Zauberflöte The next generation zien en horen
in Amara (huis voor cultuur, educatie, events en ontmoeting).
Tussen die twee zaken zou ik ergens gaan eten.
Het liep een klein beetje anders.
Eerst maar eens zien of ik Amare kan vinden. Nou dat was geen probleem. Nu naar Huis van het Boek.
Maar het was warm.
Ik kwam wel dicht in de buurt maar besloot toch
op een terras op een van de kanalen te gaan zitten.
In de schaduw, op het water, een beetje deinzend.
Wie doet je wat.
Tussen de elegante bomen op het Voorhout: Voorhout Monumentaal 2023. Wie doet je wat? Michael Jacklin, Rest Image II, stafijzer.
Marieke Bolhuis, SHE is GIANT, EPS staal, polyurea, DD lak.
Atelier van Lieshout, Milkman, cortenstaal. Persoonlijk had ik het ‘Boer met stikstof op zijn hoofd’ genoemd.
Armando, Kopf, brons.
Zeger Reyers, Vanaf hier mag alles.
Eten deed ik bij een uitstekend Indiaas restaurant.
Werkelijk erg goed.
Toen was het tijd voor de voorstelling. Zauberflöte.
Hier met een Nederlandstalig libretto.
De opera speelt zich af in de toekomst.
Een figuur die wel erg veel weg heeft van Trump starft op toneel.
De taal is direct, er wordt geen blad voor de mond genoemen.
In grote lijnen wordt het oorspronkelijke verhaal van Emanuel Schikaneder
aangehouden.
Het is een bekende verhaalopbouw:
je stelt de deelnemers voor, je stuurt ze op een tocht met
opdrachten en daarin verwerk je muzikale hoogstandjes.
Die waren er!
Aan het eind komt alles goed.
Dus uitstapjes naar extreem rechts, klimaat, gelijkheid van
vrouw en man. Ze liggen voor de hand en passen goed.
Wolfgang Amadeus Mozart, Emanuel Schikaneder, Zauberflöte – The Next Generation. Helaas was het niet druk in Amare want de voorstelling is de moeite waard. Ik heb me prima vermaakt.
Het was nog een eindje met de train maar hij ging!
Flora Batava
Op de tentoonstelling waren een paar strooiranden te zien. Ze zijn altijd weer een lust voor het oog.
De strooiranden van Getijden- en gebedenboek, Zuidelijke Nederlanden, eind 15e eeuw. De annunciatie, de aankondiging aan Maria van haar zwangerschap. In een getijdenboek worden de gebeden ‘georganiseerd’ naar de tijd waarop de gebeden dienen te worden gebeden. De metten in de Mariatijd zijn de plaats waar de aankondiging aanleiding geeft tot overpeinzingen.
Gebedenboek van Libertus Schaloun, Sint-Truiden, circa 1570 – 1580.
Getijdenboek, Zuidelijke Nederlanden, begin 16de eeuw.
Flora Batava
Vanmorgen waren de redacteuren van de nieuwe versie
van de Flora Batava te horen in Vroege vogels.
Die nieuwe versie komt komende week uit en dus is
de reclamecampagne gestart.
Wel of geen boek, de tentoonstelling in Huis van
het boek is de moeite waard, zoals ik probeer te tonen
in een reeks van berichten over de boekenreeks en
over boeken over de planten in Nederland in het algemeen.
De houtsneden werden steeds verzorgder zoals de komende voorbeelden proberen te laten zien. In die voorbeelden speelt het Groot Weegbree een soort van centrale rol.
Otto Brunfels, Herbarum vivae eicones ad naturae imitationem, Straatsburg, Johann Schott, 1532. Plantago Major of het Groot Weegbree zie je op de voor de kijker rechtse pagina.
Nog meer weegbree maar ook bramen.
Herbarum arborum fruticum frumentorum ac leguminum images … ad viuum depictae, Frankfurt, Christian Egenolph, 1546.
Abraham Munting, Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen, Leiden, Pieter van der Aa, 1696. Parietaria of Glaskruid staat hier centraal.
Flora Batava
Op de tentoonstelling Flora Batava in het Huis van het boek zie je een prachtige reeks waarvan hierboven de eerste: Herbarium Latinus, Mandragora is de naam van de plant, het boek is gedrukt in Leuven door Johan Veldener in 1484.
Dit boek heeft dezelfde afbeelding. Dezelfde houtsnede maar hier is die niet ingekleurd en afgedrukt in spiegelbeeld. Zelfde titel, zelfde jaar, andere plaats, andere drukker: Herbarium Latinus, Mandragora, Mainz, Petrus Schoeffer, 1484.
Nog een boek, dezelfde houtdruk maar deze keer niet in spiegelschrift. Andere drukker, andere plaats en ander jaar: Herbarium Latinus, Mandragora, Passau, Johannes Petri, 1485.
Nog een prachtig boek met mooie afbeeldingen: Lambert van St. Omaars, Liber Floridus, Lille, 1460.
Misschien een idee om dit alles met eigen ogen te gaan
bekijken in Den Haag?
Flora Batava
Ook vandaag een bericht over de tentoonstelling in Den Haag
bij het Huis van het Boek, over de uitgavenreeks Flora Batava.
De tentoonstelling is een samenwerkingsverband tussen
Huis van het boek, de Koninklijke Bibliotheek, Naturalis
Biodiversity Center en Wageningen University.
Deze laatste twee organisaties noem ik ten onrechte pas
voor het eerst in deze reeks. De aquarellen zijn vooral uit hun
verzamelingen afkomstig.
De Wageningen Universiteit heeft op dit moment zelf
ook een tentoonstelling over dit onderwerp.
Mijn indruk is dat een bezoek aan Wageningen wel de moeite
waard is maar met beperkte openingstijden, niet eenvoudig.
De tentoonstelling beperkt zich niet tot de Flora Batava zelf. Ook andere boeken, uit andere persiodes, die planten en dieren tot onderwerp komen, zijn op de tentoonstelling te zien zoals bijvoorbeeld dit boek van C. Cool en H.A.A. van der Lek, Paddenstoelenboek, 1935, 3e editie, Amsterdam, uitgegeven door Versluys.
Hier is een gedroogd exemplaar van de plant die is afgebeeld en wordt besproken, ingeplakt. Helemaal links. De plant, de Muurleeuwenbek groeit, zoals de naam al aangeeft, op stenen. Vandaar de voorstelling op een baksteen.
Flora Batava, Deel 2, Muurleeuwenbek of Cymbalaria Muralis, 1807, handgekleurde kopergravure met gedroogd exemplaar.
De redacteur was bij deze aquarel vooral niet tevreden over de kleuren: Flora Batava, Deel 10, Populiervuurzwam of Phellinus Populicola, aquarel met opmerking van de redacteur, 1849.
Flora Batava
Op de tentoonstelling Flora Batava kunnen de verschillende stadia van het ‘productieproces’ van de boekenreeks worden bekeken. Hier een voorbeeld uit Deel I, Grote brandnetel of Urtica Dioica, 1800, handgekleurde kopergravure.
Flora Batava, Deel I. Werk van G.J.J. van Os, Gele plomp of Nuphar Lutea, 1800, handgekleurde kopergravure met originele tekening (rechts).
Flora Batava, Deel 3, Vogelwikke of Vicia Cracca, 1814, handgekleurde kopergravure. ‘Een zeer aangenaam voeder’.
Maar planten en bloemen hebben naast geneeskrachtige functies
ook nut als voedsel of nog voor andere dingen:
Jacob Christian Schaeffer, Proefnemingen en Monster-bladen om papier te maaken zonder lompen, Amsterdam, JC Sepp, 1770.
Martinus Houttuyn, Handleiding tot de Plant- en Kruidkunde volgens het zamenstel van C. Linnaeus, Amsterdam, Lodewijk van Es, circa 1800, Deel I.
Flora Batava
De geillustreerde serie Flora Batava was niet het eerste
boek in het Nederlands taalgebied met de wilde natuur als
onderwerp. Maar dan betroffen het vaak werken zonder
die prachtige illustraties.
Dit is een boek van Johannes Commelin, Catalogus plantarum indigenarum Hollandiae, Leiden, gedrukt door S. Luchtmans in 1709.
Het maken van geillustreerde boeken had de firma Sepp al
eerder gedaan.
Kijk maar eens naar dit prachtige werk.
Christiaan en Jan Christiaan Sepp en anderen, Beschouwing der wonderen Gods in de minstgeachte schepselen of Nederlandsche Insecten, Amsterdam, JC Sepp, 1762 – 1929, Deel1. Het jaartal 1929 kan ik niet helemaal plaatsen. De originele serie was veel eerder gereed. Althans dat suggereren de websites die ik er over raadpleegde.
Maar zoals kunt ziet staat er echt als jaartal 1929.
Flora Batava
Hoe werken in een periode van meer dan 100 jaar aan één
serie publicaties?
Ze deden dat niet in de tijd van internet, digitale foto’s,
tablets en open bronnen.
Ze begonnen in 1800, niet met het plan tot 1934 bezig
te zijn.
Stel je voor je wil alle planten die in Nederland voorkomen
opnemen in een boek.
Van iedere plant een afbeelding en een pagina met informatie.
Die planten zullen ergens in Nederland gevonden worden, dan
vervoerd worden naar Amsterdam, dan moet je als redecteur besluiten of
de plant binnenkort aan de beurt kan komen, dan de plant
met een opdracht (?) naar de tekenaar sturen.
De tekenaar levert een tekening aan in kleur, van de plant,
de bloeiwijze, de vruchten, meestal in de meerdere stadia
waarin dat allemaal voorkomt.
Vervolgens beoordeelt de redacteur het resultaat. Die is zijn
onderzoek naar de achtergrondinformatie al begonnen.
De redacteur voorziet de tekening met istructies voor de
graveur om in steen (lithografie) en later wellicht in
koper, de afbeelding over te brengen. Die gravure moet
namelijk in een groot aantal gedrukt worden.
Later worden tekst en gravure samengebracht met andere
teksten en gravures van andere planten om tot een aflevering
te komen.
Uiteindelijk 461 afleveringen met 2240 illustraties.
Dat is een van de verhalen die je kunt zien in de tentoonstelling
in het Huis van het Boek in Den Haag. De tentoonstelling kwam
tot stand in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek.
In mijn eerste bericht over deze tentoonstelling zagen we al twee inspiratiebronnen (Flora Rossica en Flora londinensis). Dit is nog een inspratiebron: Georg Carl von Oeder en anderen, Icones plantarum sponte nascentium in regnis Daniae et Norvegiae, ook wel Flora Danica genoemd. Gedrukt in Kopenhagen door Claude Philibert (Volgens internet: bogtrykker og boghandler) en anderen, 1761 – 1883. Aflevering 28 uit 1819.
In mijn inleiding had ik het over de tekenaar maar dat waren natuurlijk kunstenaars. Dit is een van de aquarellen die gemaakt werden op basis van gevonden planten: Flora Batava, deel 17 uit 1885, Mannetjesorchis of Orchis Mascula. Dit was het werk dat de redacteur voorzag van verdere instructies en dat dan naar een graveur ging. Net als heel veel andere planten staat deze plant vandaag op de rode lijst met bedreigde plantsoorten.
Flora Batava, deel 7 uit 1836, Gravure en aquarel van de Moeraslathyrus of Lathyrus Sylvestris (Nu op rode lijst).
De tekst spreekt van aquarel en gravure. Dan zou ik links de aquarel verwachten maar dat is niet zo volgens mij. Maar hier zie je de Moeraslathyrus zoals die door de kunstenaar naar de kort daarvoor nog levende plant in beeld is gebracht en zoals de plant in de Flora Batava te zien is.
De ene afbeelding is nog mooier dan de andere: Flora Batava, deel 22 uit 1906, Oosterse Sterhyacint of Scilla Sibirica. Aquarel door Pavord Smits. Helena Christina van de Pavord Smits om precies te zijn (Leiden, 21 oktober 1867 − Leiden 27 januari 1941).
De tekst krijgt ook aandacht.
Er is een voorbeeld te zien waar nog eens extra bij de tekst
wordt stilgestaan. Daar zie je de volgende informatie
samengebracht:
Naam van de plant in latijn
Nederlandse naam
De naam in verschillende talen, inclusief bijnamen
Bloeitijd
Indeling volgens Linnaeus
Geslachtskenmerken
Soortelijke kenmerken
Toelichtoing op de afbeelding, voor verwijzingen maakt men gebruik van letters
Groeiplaatsen
Kracht en geneeskundig gebruik
Huishoudelijk gebruik
Regelmatig tref je in de beschrijving een bronvermelding aan.
Jan Kops schreef bijvoorbeeld bij de Giftige Doornappel of
Datura Stramonia:
De bijen azen op de bloemen.
De schapen raken de plant geheel niet aan: de varkens het zaad etende worden duizelig en vallen:
(Mattuschka) in het geheel is het voor vee eene schadelijke plant.
Hoe nadeelig en somwijlen doodelijk deze plant en vooral het zaad voor menschen is, die het zelve bij toeval of bij vergissing voor eene andere plant gebruikt hebben, hebben eenige ontzetten de voorbeelden geleerd: het gebruik van azijn schijnt hier tegen het beste hulpmiddel te zijn.
Waarschijnlijk wordt met ‘Mattuschka’ Heinrich Gottfried von Mattuschka
bedoeld (?), (een van de) schrijver(s) van de ‘Flora Silesiaca’.
Een overzicht van de namen van de Giftige Doornappel.
Tekst met afbeelding in het grootste van de twee formaten waarin dit deel verscheen: Flora Batava, deel 2, 1807, Jan Kops, Amsterdam uitgever JC Sepp en Zoon, Giftige Doornappel, Datura Stramonia.
Alle afbeeldingen van de Flora Batava zijn op internet te zien.
Bovengenoemde Giftige Doornappel, Datura Stramonia bekeek ik er vandaag
nog.
Titelpagina eerste deel, 1800.
Flora Batava,
afgebeeld door en van wegens
J.C. Sepp en Zoon;
beschreven door Jan Kops
Commissaris van Landbouw, lid van de Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, en van het Zeeuwsche Genootschap der Wetenschappen te Vlissingen, Lid Honorair van de Maatschappij tot bevordering van den Landbouw te Amsterdam.
Flora Batava, deel 20, 1898, Aarddistel of Cirsium Acaula. Gedroogd exemplaar. Rode lijst.
Flora Batava, deel 20, 1898, Aarddistel of Cirsium Acaula. Met de hand ingekleurde lithografie of steendruk.
De heer De Haas was de vinder en Willem Frederik van Eeden (vader van de schrijver Van Eeden) de redacteur van dienst.
Ik vermoed dat ik voor de tentoonstelling afloopt
nog maar een keer in Den Haag ga kijken.
Flora Batava
Vandaag een in omvang bescheiden begin van mijn berichten
over de tentoonstelling over de Flora Batave in het
Huis van het Boek in Den Haag.
De tentoonstelling is nog maar net begonnen dus ga een
bezoek brengen aan dit mooie, kleine museum met nu
boeken met afbeeldingen van planten en bloemen.
Overigens heeft het museum meerdere tentoonstellingen.
Op de boekzaal is een verzameling vroeg Nederlands drukwerk te zien.
Mooi, interessant.
De Flora Batava spreekt een groter publiek aan, niet
in de laatste plaats door de toegankelijke opzet van de
tentoonstellig met veel prachtige planten.
De twee foto’s betreffen werken die gelden als voorlopers van
de Flora Batave. Boeken uit andere Europese landen die
gebruikt zijn als inspiratiebron.
Peter Simon Pallas, Flora Rossica, edita jussu et auspiciis imperatricis Catharina II, St Petersburg, 1784 -1788, Deel 1. De Russische voorloper. In de persoonsbeschrijving van Peter Simon Pallas op Wikipedia speelt dit werk maar een kleine rol. Maar een prachtig werk. Het boek ligt open bij de pioen.
William Curtis, Flora londinensis or Plates and descriptions of such plants as grow wild in the environs of London, London, B. White, 1777 – 1798, Deel I. De afgebeelde plant is de Plantago lanceolata, die wij kennen als weegbree.
Dit is weer een boek met zo’n heerlijk lange titel
die er voor zorgt dat als je de titel gelezen hebt,
je een deel van de inhoud van het boek al kent (bij wijze van spreken):
Flora Londinensis: or, plates and descriptions of such plants as grow wild in the environs of London: with their places of growth, and times of flowering, their several names according to Linnæus and other authors: with a particular description of each plant in Latin and English. To which are added, their several uses in medicine, agriculture, rural œconomy and other arts.
De komende tijd gaan hier nog meer boeken van die
prachtige tentoonstelling te zien zijn.
Doe jezelf een plezier en neem zelf een kijkje.
In een paar vitrines zie je in de benedenverdieping de
‘Best verzorgde boeken 2020’. Er staan ook exemplaren die
je in de hand kunt nemen.
Dit kan geen toeval zijn!
Het eind van de zomer werd voor mij ingezet door een workshop
gegeven door Sophia Hendrikx: Monsters en zeemeerminnen.
Een middag over boeken over vreemde wezens en dieren in
oude boeken. Een van de ‘gasten’ was ‘Clara’.
Tweede gelegenheid was een workshop door Marieke van Delft met
daarin onder andere aandacht voor de insekten bij Maria Sibylla Merian.
Beide gebeurtenissen in de Artis Bibliotheek in Amsterdam.
Deze posters heb ik al op meerdere plaatsen in de stad gezien in bushokjes: het Rijksmuseum, Clara en onderkruipsels.
Vervolgens ging ik nog net op tijd naar de tentoonstelling in
het Huis van het Boek in Den Haag voor de tentoonstelling ‘Boekenzoo’.
Met natuurlijk als speciale gast: ‘Clara’.
Dan het hele najaar ‘Clara en onderkruipsels’. Je zou bijna denken dat het een samenzwering is van de curatoren van Allard Pierson, Huis van het Boek en Rijksmuseum. Maar ik ben geen complotdenker. Dus binnenkort ga ik zeker naar Amsterdam om ook de interpretatie van het Rijksmuseumte zien. Met Clara, de monsters, de insecten van Maria en alle dieren van de Boekenzoo.




























































































































































