India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXVII

– over de doorlopende geschiedenis van één Dunhuang‑schildering –

Dit overzicht is een eerste poging om de levensfasen
van een Dunhuang‑object te ordenen.

DSC01375 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on paper, 63,5 x 46,9 cm. Acc.No. Ch.00384.


Er zijn nog lacunes, sommige processen zijn misschien complexer
dan ik nu kan reconstrueren,
en dat nieuwe inzichten onvermijdelijk zullen volgen.
Maar juist door de levens naast elkaar te leggen
— van ontstaan tot moderne interpretatie —
ontstaat een bruikbaar raamwerk om te begrijpen
hoe een object zich door tijd, ruimte en institutionele logica beweegt.

Vijf levens van één Dunhuang‑object

Wanneer we vandaag naar een schildering uit Dunhuang kijken
— bijvoorbeeld een zittende Avalokiteśvara uit de Mogao‑grotten —
zien we niet alleen een kunstwerk.
We kijken naar een object dat meerdere levens heeft geleid,
elk met zijn eigen ritme, functie en blik.
Pas wanneer we die levens naast elkaar leggen,
begrijpen we hoe zo’n object zich door de tijd beweegt.

1. Het eerste leven — het maken en gebruiken

In een atelier langs de Zijderoute ontstaat het werk.
Ambachtslieden brengen pigment aan op papier of zijde,
volgens iconografische tradities die al eeuwen bestaan.
Het object heeft een functie: devotie, meditatie, ritueel gebruik.
Het maakt deel uit van een levende religieuze praktijk.

2. Het tweede leven — de lange rust in de grot

Wanneer omstandigheden veranderen
— politieke instabiliteit, religieuze verschuivingen, economische neergang —
wordt het object opgeborgen.
In het geval van Dunhuang belandt het in de “Library Cave” (Grot 17),
samen met duizenden andere manuscripten, schilderingen en textielen.
Daar ligt het eeuwenlang in stilte.
Niet vergeten, maar ook niet gezien.

AurelSteinSerindiaPag995

Fragment uit Serindia, het verslag van Aurel Stein over zijn ontdekkingstocht. Ch. 00384. Paper painting showing Bodhisattva, prob Avalokiresvara, seated on Padmasana. Legs interlocked woth soles up; hands in vitarka-mudra on either side of breast; no extra heads, and no Dhyani-buddha. Fig and dress in style of Ch.00102; halo and vesica circular with flame border. A straight border is ruled off all round picture and painted grey. Colouring limited to dull red, green, grey, grey-blue, and yellow. Rude work and poor condition. 1′ 4 and a quarter” x 11 threequarter”


3. Het derde leven — Stein: registratie in een logistieke storm

Wanneer Aurel Stein in 1907 de grot betreedt,
heeft hij ongeveer drie weken voor de hele site.
Hij werkt onder extreme tijdsdruk:
verkennen, selecteren, labelen, verpakken, onderhandelen
en fotograferen waar mogelijk.
Voor kleine papier‑schilderingen zoals het onderwerp van dit bericht
(Ch.00384) maakt hij geen foto en geen tekening,
maar hij geeft wél een eerste administratieve en iconografische identiteit: materiaal, houding, mudrā, afwezigheid van een Dhyāni‑Buddha,
afmetingen, conditie.
Het is een functionele registratie, maar verrassend precies
— een essentieel spoor dat het object met zijn vindplaats verbindt.

FredHAndrewsDescroptiveCatalogueOfAntiquitiesPage2

Fred Andrews maakt later in India, van het Indiaas deel van de voorwerpen die Stein meebracht, een catalogus. Dit is het titelblad.


4. Het vierde leven — Andrews: orde scheppen in een groeiende collectie

Na de expeditie komt het object in India terecht,
waar het enige tijd in opslag ligt in dezelfde staat
waarin Stein het heeft aangeleverd.
Wanneer Fred H. Andrews jaren later aan zijn catalogus begint,
krijgt het object voor het eerst een rustige, systematische blik.
Hij bevestigt en ordent wat Stein al noteerde:
materiaal, houding, iconografie en afmetingenl.
Zijn beschrijving is kort, zakelijk en consistent
— precies wat een museum nodig heeft.
Want een instelling kan niet telkens
door duizenden pagina’s expeditieverslagen, kaarten, foto’s
en veldnotities heen.
Andrews maakt van Stein’s verspreide informatie
een handzame, gecontroleerde lijst:
een bruikbaar instrument voor beheer, opslag en toekomstig onderzoek.
Hij geeft het object geen nieuwe identiteit,
maar stabiliseert de identiteit die Stein al had vastgelegd
— en plaatst het daarmee stevig in een museale structuur.

FredHAndrewsDescroptiveCatalogueOfAntiquitiesPage232

Hier zie je de korte beschrijving van hetzelfde object.


5. Het vijfde leven — de moderne fase

In de decennia na Andrews verandert het object opnieuw:
het wordt geconserveerd, gemonteerd op nieuwe dragers,
opnieuw gemeten en opgenomen in moderne registratiesystemen.
In musea en in het International Dunhuang Project
krijgt het object een nieuw publiek.
Maar pas in de digitale herlezing
— het opnieuw vergelijken van Stein’s beschrijving,
Andrews’ catalogus en moderne foto’s —
wordt duidelijk hoe het object door de tijd heen is veranderd.
De discrepantie in maten, de afwezigheid van een historische afbeelding,
de iconografische details:
ze vormen samen een nieuw verhaal.
Het object krijgt opnieuw betekenis,
niet alleen door restauratie, maar door interpretatie.
Door aandacht. Door onderzoek.
Door het werk dat tot op vandaag doorgaat.

DSC01375 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 GeenAmitabha

Geen Amitabha

De terughoudende museumnaam van het object, komt vooral voort
uit het ontbreken van Amitābha in de kroon
— het belangrijkste identificerende kenmerk van Avalokiteśvara.

Andrews merkte dat al op en plaatste in zijn tekst een vraagteken bij Avalokiteshvara.
Moderne conservatoren volgen die iconografische voorzichtigheid.

DSC01375 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 Handen

De handen (met vingerkootjes)

Stein beschreef het gebaar als vitarka‑mudrā,
terwijl het National Museum New Delhi kiest voor śaraṇa‑mudrā.
Dat verschil onderstreept dat de iconografie niet eenduidig is,
en verklaart waarom het museum een veilige, bredere categorie hanteert.

DSC01375 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 Vlammen

Krans van vuur

New Delhi benoemt de gestileerde vlammen rond de figuur
als een ‘flame border’.
Technisch gezien zijn het slechts enkele overlappende penseelstreken
in rood en bruin, maar iconografisch functioneren ze als een aureool:
een conventioneel motief dat de heiligheid van de figuur markeert.
Het is een mooi voorbeeld van hoe moderne musea
kleine schildertechnische details lezen
binnen grotere iconografische categorieën.

DSC01375 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 CompleteLotustroon

Een complete lotustroon

De lotustroon is uitzonderlijk volledig uitgewerkt.
Bovenaan ligt de herkenbare lotus met meerdere rijen
decoratieve bloembladen.
Daaronder bevindt zich een driehoekige basis,
opgebouwd uit horizontale ringen die elk een eigen patroon dragen
— kleurvlakken, lijnen die soms een schubstructuur vormen.
Onder deze basis steken kleine, bladachtige ‘voetjes’ uit
die de hele constructie dragen.

Deze driedelige opbouw — lotus, basis en voetjes —
zie ik zelden zo compleet in kleine papier‑schilderingen uit Dunhuang.


DSC01376IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384Txt

Seated on a lotus pedestal, the bodhisattva has his hands in sharana mudra. His aureool has stylised flames, representing his powerful energies.


Tussen Spectre en de Heilige Graal

– over hoe Osvald Sirén de von der Heydt‑collectie in nevelen hulde –

Soms lees je een kunsthistorische inleiding
en heb je het gevoel dat je per ongeluk in een andere film bent beland.
Dat overkwam me vandaag bij Osvald Siréns
Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959).
Ik las delen van het het boek eerder deze week in de
Universiteitsbibliotheen in Leiden.

IMG_9085ChinesischeSkulpturenBoekband

Boekband van Osvald Sirén, Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959). Leiden: NB1042 .Z84 1959.


Wat begint als een keurige inleiding op een catalogustekst,
schuift langzaam op naar een sfeer die ergens zweeft
tussen Spectre uit Never Say Never Again
en de half‑mystieke avonturen van Indiana Jones.

Sirén schrijft over beelden die “zelden in scherp licht” mochten worden gezien,
objecten die “door natuur en mens samen” zouden zijn voortgebracht,
en een “gloed van spirituele inspiratie”
die alleen de ingewijde zou kunnen waarnemen.
Het is taal die tegelijk verheft en verhult
— alsof de collectie niet zozeer bestond uit sculpturen,
maar uit relieken die je alleen in schemerlicht mag benaderen.
En precies in dat halfduister wordt iets zichtbaar:
de collectie van Eduard von der Heydt blijkt geen stabiel geheel,
maar een diaspora van objecten die tijdens en na de oorlog
verspreid raakten over New York, Buffalo, Amsterdam en Berlijn.
Sirén benoemt dat zonder oordeel, maar de toon is die van iemand
die een verhaal probeert te ordenen dat eigenlijk uit losse draden bestaat.
Een verhaal waarin spiritualiteit, esthetiek en geopolitiek elkaar kruisen
— en waarin de verzamelaar zelf soms meer weg heeft
van een filmfiguur dan van een bankier.

De inleiding had ik afgelopen week gefotografeerd, 6 pagina’s.
Hieronder deel ik met je de fragmenten die mij het meest opvielen.

IMG_9104ChinesischeSkulpturenPrefacePage2 01

Fragment van pagina 2 van Preface / Inleiding.


De volgende citaten vielen me op:

…acquired during the war in New York and deposited at the time in the Buffalo Museum of Science, and the small Bodhisattva statuette from Lung-mên, which is still on loan in the museum of Asiatic Art in Amsterdam.

Twee zaken vallen op:

  1. Von der Heydt ging tijdens de Tweede Wereldoorlog door met kopen van Aziatische kunst.
    Blijkbaar vanuit New York.
  2. Er was in Amsterdam een ‘museum of Asiatic Art’.
    Blijkbaar doelt men hier op de verzameling van de
    Koninklijke Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst.

Consequently its general aspect and importance became somewhat different from what they were in the days before the war, when the collection was first made known through two splendidly illustrated catalogues, viz. Karl With, Bilderwerke Ost- und Südasiens aus der sammlung Yi Yuan (Basel 1924), and William Cohn, Asiatische Plastik, Sammlung Baron Eduard van der Heydt (Berlin 1932). Both of these well-known publications contain interesting records about the gradual formation of the collection of Chinese sculptures, but their contents are limited to about half the number of the sculptures which now form the collection, and the tekst is devoted to aestetic rather than to historical conciderations.

Er zijn een tweetal boeken die interessant kunnen zijn:
Karl With met een boek met de intrigerende titel met daarin ‘Yi Yuan’.
Ook William Cohn schreef een boek (dat ik tot nu toe online
vooral vind als een artikel).

More specific data for the historical classification of several important pieces are to be found in Stefan Balazs’ article in Ostasiatische Zeitschrift, 1934, entiteled “Die Inschriften der Sammlung Baron von der Heydt”. A learned sinologue, he here offers complete translations of all the inscriptions on monuments which existed at the time (1934) in the von der Heydt collection.

Er is nog een derde publicatie die interessant kan zijn:
de vertalingen van de Chinese inscripties op de steles door Stefan Balazs.

IMG_9108ChinesischeSkulpturenPrefacePage6

Pagina 6, de afsluiting. Dat Sirén en Von der Heydt vergelijkbare wereldbeelden aanhingen makt deze tekst duidelijk.


They were seldom seen in sharp light or at close range, but more or less as creations produced by nature and man in conjunction. It need hardly be pointed out that sculptures of this kind were rarely executed with the same degree of technical refinement as we are accustomed to look for in the classical sculptures in Europe. Their appeal is not pre-eminently dependent on formal beauty or technical refinement, but rather on something more functional and more difficult to interpret by formal analysis, i.e. a quality of style which may escape the casual observer but which, when at best, tranmits a glow of spiritual inspiration.

Samenvatting van wat ik vandaag ontdekte

De Yi Yuan‑fase van de collectie

De vroege collectie van von der Heydt werd in Amsterdam gepresenteerd
onder de naam Yi Yuan (zoiets als “Tuin van Vreugde / Tuin van Harmonie”).

De naam Yi Yuan was geen spirituele openbaring,
maar een zorgvuldig gekozen Chinees label
waarmee von der Heydt zijn collectie een aura
van verfijning en oosterse authenticiteit gaf.
Het was een vorm van culturele zelfstyling die paste bij de smaak
en de mode van de jaren 1920,
en die later door Sirén werd versterkt met een spiritueel geladen taalgebruik.

Het was geen museum in moderne zin,
maar een reeks zorgvuldig geënsceneerde ruimtes aan de Herengracht,
waar beelden in zacht licht en op afstand werden getoond.
Kunst als innerlijke tempel.

Sirén’s inleiding als spirituele rookmachine

De citaten die ik las zijn veelzeggend.
Sirén verschuift de aandacht van techniek en herkomst
naar “innerlijke kracht” en “spirituele inspiratie”.
Dat is niet alleen een esthetische keuze, maar ook een manier
om de rommelige geschiedenis van de collectie
— oorlogsjaren, verplaatsingen, onduidelijke herkomsten —
te omhullen met een aura van verhevenheid.

De collectie als diaspora

Wat Sirén terloops beschrijft, is eigenlijk een complexe verspreiding
van objecten over meerdere continenten.
Stukken die tijdens de oorlog in New York werden gekocht.
Objecten die in Buffalo lagen.
Een Bodhisattva
(Bodhisattva Maitreya uit de Longmen-grotten, inventarisnummer RCH 166)
die nog steeds in Amsterdam stond volgens Sirén.
En een verzamelaar die na de oorlog alles “weer bij elkaar moest brengen”.

Het is een verhaal dat vraagt om reconstructie — en om kritische vragen.

Nieuwe Amsterdamse lijnen

Vandaag ontdekte ik ook dat:

  • de Asiatic Society in Amsterdam nog steeds bestaat en eigenaar is
    van bijna 2000 objecten waarvan een selectie in het Rijksmuseum
    worden getoond;
  • het Wereldmuseum Amsterdam in mei een tentoonstelling opent over restitutie;
  • er op dit moment een tentoonstelling loopt in het Wereldmuseum Amsterdam, over makerschap en China, die ik binnenkort ga bezoeken.

Het voelt alsof de stad zelf ineens meedoet in het verhaal.

Afsluiting

Wat begon met een paar zinnen van Sirén,
is vandaag uitgegroeid tot een netwerk van lijnen:
Amsterdam, Zürich, New York, Buffalo, de Herengracht, de Asiatic Society,
en de museale discussies van nu.
Het voelt alsof de collectie van von der Heydt niet alleen een historisch object is,
maar een levende vraag:
hoe kijken we, wat zien we, en wat blijft er verborgen in het halfduister?

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXVI

– over een leesreis door negen hoofden, vreemde details en materiële sporen –

Wanneer je deze papieren Avalokiteśvara voor het eerst ziet,
lijkt hij op het bekende negen‑hoofdige type
dat in Dunhuang veel voorkomt.
Maar zodra je langer kijkt, ontvouwt zich een complexer beeld:
een hybride vorm, vol kleine afwijkingen, noodgrepen
en materiële sporen die samen een verhaal vertellen
over ritueel gebruik, atelierpraktijk en iconografische mengvormen.

DSC01370IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 Head

India, New Delhi, National Museum, Nine-headed Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on paper, 70 x 51,5 cm. Acc.No. Ch.lvi.385. Detail.

DSC01371 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385


Elf hoofden in de canon — negen in deze schildering

In de volledige canon heeft Avalokiteśvara elf hoofden:
tien in drie lagen, met Amitābha als hoogste.
In Dunhuang‑papierkunst wordt deze structuur echter
vaak vereenvoudigd tot negen hoofden:
• drie onder
• vijf midden
• één boven
Ook in deze schildering zien we die verkorte vorm.
De hiërarchie blijft echter intact:
Amitābha staat altijd bovenaan,
ook wanneer het totaal aantal hoofden wordt teruggebracht.

Hoe herken je Amitābha als bovenste hoofd?

De identificatie is eenvoudig:
Amitābha staat altijd boven Avalokiteśvara,
ongeacht of de schildering elf of negen hoofden toont.
Dat is geen kwestie van stijl, kleur of detail,
maar van iconografische structuur.
Avalokiteśvara is de emanatie van Amitābha;
daarom staat Amitābha bovenaan als spirituele oorsprong
en hoogste autoriteit.
Zelfs in vereenvoudigde papierkunst blijft deze hiërarchie intact.
De positie van het bovenste hoofd is dus de beslissende factor.

Zodra we weten dat dit Avalokiteśvara is,
weten we automatisch dat het bovenste hoofd Amitābha moet zijn.

De iconografie van de vijf middelste hoofden

In de klassieke iconografie vormen de vijf middelste hoofden
een innerlijke sequentie van compassie:

Linker buitenhoofd — de aandachtige waarnemer
Zachte, alerte blik.
Betekenis: het horen van het lijden van de wereld.

Linker binnenhoofd — de meelevende herkenning
Rondere contouren, meer open blik.
Betekenis: empathisch begrijpen.

Middelste hoofd — het stille kernbewustzijn
Vaak deels verborgen.
Betekenis: de innerlijke, gelijkmoedige kern van Avalokiteśvara.

Rechter binnenhoofd — de actieve compassie
Horizontale blik, lichte spanning.
Betekenis: de beslissing om te handelen.

Rechter buitenhoofd — de beschermende waakzaamheid
Scherpere contouren, alerte blik.
Betekenis: beschermende compassie.

Samen vormen deze vijf hoofden een cyclus:
Horen → Begrijpen → Innerlijk weten → Handelen → Beschermen.

Hoe dit zich wél en níet toont in deze schildering

Deze schildering volgt de canon globaal, maar niet in detail.

Wat je wél ziet:

  • De vijf hoofden zijn duidelijk onderscheiden.
  • De expressies variëren subtiel van zacht naar alerter.
  • Het middelste hoofd is half verscholen achter de diadeem
    — precies passend bij zijn functie.
  • De buitenste hoofden zijn iets scherper gemodelleerd.

Wat je níet ziet:

  • Geen symmetrische, volledig uitgewerkte kroon.
  • Geen verfijnde psychologische modellering.
  • Geen doorlopende ornamentiek.

De linten

Canoniek zouden alle vijf middelste hoofden deel uitmaken
van één doorlopende kroonstructuur, vaak gemarkeerd door linten.
In deze schildering is die structuur vereenvoudigd,
maar de onderliggende hiërarchie blijft zichtbaar.

Amitābha bovenaan draagt geen linten en geen sieraden.
Dat is precies zoals het hoort:
Amitābha is de emanatiebron van Avalokiteśvara
en staat boven de ornamentiek van de bodhisattva.

Het middelste hoofd van de middelste rij
— het hoofd dat het dichtst bij Amitābha staat —
heeft óók geen linten.
Dat past bij zijn functie als innerlijke kern:
het meest gelijkmoedige, boeddha‑nabije bewustzijn.

De vier andere hoofden in de middelste rij krijgen wél linten,
maar in een vereenvoudigde, schetsmatige vorm.
Ze echoën de linten van het centrale bodhisattvahoofd,
zonder een volledige kroon te vormen.

Deze schildering volgt niet de volledige canonieke kroon,
maar behoudt wél de spirituele ordening:
soberheid waar de nabijheid tot Amitābha het grootst is,
ornament waar de verbinding met de bodhisattva
visueel moet worden benadrukt.

Het gekantelde derde oog

Het derde oog in deze schildering is niet een stip,
maar een anatomisch uitgewerkt oog dat volledig 90 graden gedraaid is.
Dat is een opvallend kenmerk dat vooral voorkomt in actievere,
meer tantrische vormen van Avalokiteśvara.
Het suggereert een doorziende, ingrijpende alertheid
die verder gaat dan de serene blik van de vroege, niet‑tantrische varianten.

Dit detail is niet alleen stilistisch interessant, maar ook tijdsbepalend:
zulke uitgesproken tantrische accenten worden in Dunhuang
vooral zichtbaar vanaf de late Tang
en worden gebruikelijker in de 9e–10e eeuw.
Het gedraaide derde oog past dus goed binnen
die latere fase van de Dunhuang‑papierkunst.

Zon en maan – maar een beetje los

DSC01371 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 RechterhandDSC01371 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 LinkerhandFloraal

De bovenste handen dragen zon en maan,
maar op een opvallend ongewone manier.
De zon lijkt op de duim te balanceren,
terwijl de maan niet in de hand ligt maar erboven zweeft.
De attributen zijn dus aanwezig, maar niet anatomisch ingebed
zoals in verfijnde muurschilderingen.
Dit is geen iconografische afwijking, maar een praktische vereenvoudiging:
in snelle papierkunst worden attributen vaak
als zelfstandige vormen toegevoegd, waarbij de schilder
minder aandacht besteedt aan de exacte verbinding tussen hand en object.
Het resultaat is een soort “zwevende” plaatsing
die typisch is voor Dunhuang‑papierbanieren.

De tweede laag handen

DSC01371 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 BeideMiddelsteHanden

Onder de kosmische handen van de eerste laag verschijnt
een tweede paar handen in een open, zegenende houding.
Dit gebaar komt veel voor in Dunhuang‑papierbanieren:
een eenvoudige, directe uitdrukking van compassie en bescherming.
De handen zijn schetsmatig weergegeven,
minder verfijnd gemodelleerd dan in muurschilderingen,
maar duidelijk onderdeel van de figuur.

Een lasso en een flacon

DSC01371 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 OnderRechterDraadDSC01371 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 OnderLinkerFlacon

De onderste handen dragen een flacon en een dun touwtje
dat op een lasso lijkt.
Dat touwtje verwijst naar de amoghapāśa
— letterlijk de “onfeilbare lasso” van Avalokiteśvara.

Amoghapāśa is geen algemene of vroege vorm van Avalokiteśvara,
maar een specifieke, minder vaak voorkomende manifestatie
die vooral verbonden is met tantrische uitingen van het boeddhisme.
Deze vorm ontwikkelt zich vanaf de late 7e–8e eeuw
en wordt vooral prominent in Centraal‑Azië, Nepal en Tibet.
In deze traditie draagt Avalokiteśvara een lasso waarmee hij:

  • wezens uit gevaar trekt,
  • hen uit de cyclus van lijden “loshaalt”,
  • illusies of schadelijke krachten bindt,
  • en wie dreigt te vallen weer vastgrijpt.

Het is een actieve, reddende vorm van compassie:
Avalokiteśvara grijpt letterlijk in.

In rijk uitgewerkte schilderingen en sculpturen is de lasso
een volledig attribuut met knopen en lussen.
In Dunhuang‑papierkunst daarentegen wordt dit motief
meestal sterk vereenvoudigd:
tot één enkele lijn, een dun touwtje of een kleine lus.
Precies dat zien we hier: een minimale maar herkenbare verwijzing
naar deze tantrische traditie, passend bij de snelle,
schetsmatige stijl van papieren votiefbanieren.

Monniken, maar geen donoren

DSC01374IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 MonkLeftOfferingsDSC01373IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 MonkRightIncense

Onderaan staan twee monniken, herkenbaar aan hun geschoren hoofden,
eenvoudige gewaden en de rituele objecten die zij vasthouden.
Hun aanwezigheid is niet die van donoren
— ze worden niet geïndividualiseerd, dragen geen inscripties,
en nemen geen prominente plaats in.
In plaats daarvan functioneren zij als rituele begeleiders:
figuren die de devotionele ruimte openen,
de aandacht van de kijker richten en de overgang markeren
tussen de menselijke wereld en de aanwezigheid van Avalokiteśvara.

Dit type monastieke attendant komt vaker voor in Dunhuang‑papierbanieren.
Ze vertegenwoordigen niet een specifieke historische persoon,
maar een generieke monastieke autoriteit:
de gemeenschap die rituelen uitvoert, teksten reciteert
en de devotionele praktijk draagt.
Hun kleinere schaal benadrukt de hiërarchie:
zij staan letterlijk en figuurlijk onder de bodhisattva,
maar vormen wel een essentieel onderdeel van de rituele mise‑en‑scène.

Papier dus privédevotie?

Omdat dit object van papier is, lijkt het misschien op een prent
voor privédevotie:
iets kleins, persoonlijks, bedoeld voor een huisaltaar.
Maar zowel de materiële sporen als het formaat spreken dat duidelijk tegen.
Met zijn afmetingen van 70 × ruim 51 cm is dit werk veel te groot
voor huiselijk gebruik.
Privédevotie‑prenten uit Dunhuang zijn doorgaans klein, handzaam
en bedoeld voor een beperkte ruimte.
Een object van dit formaat hoort thuis in een tempelcontext,
waar het zichtbaar moest zijn voor meerdere mensen tegelijk
en deel uitmaakte van een grotere rituele mise‑en‑scène.

Daarnaast zijn er gebruikssporen die wijzen op ophanging:

  • in de linkerbovenhoek zijn vezelresten zichtbaar,
  • er loopt een zwarte hoeklijn, met een onduidelijke functie,
  • midden boven zit een gat dat goed voor bevestiging gebruikt kan zijn,
  • de onderhoeken ontbreken,
  • en de lotusvoet is verdwenen.

Dit zijn typische kenmerken van een hangende votiefbanier:
een licht, ritueel object dat aan een houten frame werd bevestigd
en in tempels, grotten of processies werd gebruikt.
Zulke banieren waren bedoeld om te bewegen in de luchtstroom,
om licht te vangen, en om de aanwezigheid van de bodhisattva
zichtbaar te maken tijdens rituelen.

Papier was in Dunhuang geen teken van privégebruik,
maar een praktisch materiaal voor rituele objecten die:

  • tijdelijk waren,
  • in grote aantallen werden gemaakt,
  • door monniken of leken werden geofferd,
  • en vaak na verloop van tijd werden vervangen.

Het formaat én de gebruikssporen laten dus zien
dat dit waarschijnlijk geen huiselijke devotieprent was,
maar een ritueel object dat deel uitmaakte van een publieke religieuze omgeving.

Slot

Wat begint als een eenvoudige papieren Avalokiteśvara
blijkt een rijk, hybride, ritueel object:
een vereenvoudigde negen‑hoofdige vorm die teruggaat
op een elf‑hoofdige canon,
een Amitābha die door zijn positie herkenbaar blijft,
een derde oog dat actief kijkt,
kosmische attributen die los lijken te zweven,
een tantrische lasso die India en de steppe verbindt,
monniken die de rituele ruimte openen,
en materiële sporen die vertellen dat dit ooit een hangende banier was.

Het is precies dit soort object waarin de Zijderoute voelbaar wordt:

niet als route van goederen alleen,
maar ook als route van ideeën, stijlen, lokale varianten
en pragmatische improvisaties in rituele kunst.


DSC01372IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 Txt

This painting shows a nine-headed Avalokiteshvara, with a top head being Amitabha Buddha. The sun and moon discs in his upper hands symbolise eternity. The monks flanking him carry a tray of offerings and an incense burner.


Elke stele opent anders

– over een derde ontmoeting met de Noordelijke Wei‑stijl in het Rietberg Museum –

Inleiding — verwondering als kompas

Dit is de derde Noordelijke Wei‑stele die ik in het Rietberg Museum tegenkom,
en toch voelt elke ontmoeting nieuw.
De stijl is vertrouwd, maar de details openen zich telkens anders
— alsof elke stele een eigen ritme heeft, een eigen adem.
Wat volgt is geen herhaling, maar een verdere verdieping
in een beeldtaal die me blijft verrassen.

DSC05566 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Stele depicting Buddha and two bodhisattvas, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCH 109.


Wie voor deze stele staat, voelt hoe hij zich van onder naar boven opent:
van de menselijke wereld aan de voet,
via de Boeddha en zijn begeleiders,
naar de hemelse energie die zich boven hen verzamelt.
In dit bericht volg ik die opwaartse lijn
en geef ik elk element afzonderlijk aandacht.

Daarbij begin ik bij de begeleiders van de Boeddha
en bij de dorpel waarop deze hele steen rust.

Bodhisattva (links)

DSC05566 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaLinks

De linker bodhisattva staat in een rustige, ingetogen houding.
De handen zijn voor de borst gebracht, zonder attribuut,
in een gebaar dat tussen devotie en contemplatie in ligt.
De vingers zijn licht gebogen, alsof de figuur een onzichtbare ruimte bewaakt
— een innerlijke aanwezigheid eerder dan een fysiek object.

Opvallend zijn de kleine ‘vleugeltjes’ van stof
die bij de schouders naar buiten waaieren.
Het zijn uitwaaierende plooien van het bovenkleed,
een typisch Noordelijke Wei‑motief dat beweging en lichtheid suggereert.
Ze geven de figuur een bijna speelse elegantie,
alsof er een zachte bries langs het lichaam strijkt.

Op de borst komen de linten van het gewaad samen in een ronde schijf,
een sierlijk borstsieraad dat alleen bodhisattva’s dragen.
Het is een typisch Noordelijke Wei‑motief:
een juweelplaat die als knooppunt fungeert,
waar de lijnen even samenkomen voordat ze zich
in lange, vloeiende bewegingen naar beneden ontvouwen.
Het ornament markeert de bodhisattva
als een vorstelijke, wereldse begeleider,
in contrast met de monastieke eenvoud van de Boeddha.
Tegelijk vormt de schijf een visueel knooppunt in het lijnenspel
van de draperie
— een plek waar de beweging even samenkomt en zich daarna weer ontvouwt.

Onder de voeten rust een gestileerd mythisch dier,
verwant aan de leeuw.
Het fungeert als drager en beschermer, een krachtig wezen
dat de bodhisattva optilt uit de aardse wereld
en hem verankert in de spirituele ruimte van de stele.
De combinatie van de slanke figuur en het compacte, gespierde dier
creëert een subtiel spanningsveld tussen lichtheid en kracht.

Achter de bodhisattva ontvouwt zich een eigen ovale mandorla,
fijn gegraveerd met florale motieven die naar boven groeien.
De lijnen zijn vloeiend en ritmisch, bijna dansend,
en geven de indruk dat de figuur wordt omhuld
door een levende, ademende vorm.
Aan de top komen deze motieven samen in een bijzondere ovale vorm,
een detail dat je vaker in Noordelijke Wei‑steles ziet
en dat de mandorla als een natuurlijke bekroning afsluit.

De elegantie van deze lijnen roept onvermijdelijk associaties op
met Art Nouveau en Jugendstil:
dezelfde liefde voor organische krullen, dezelfde opwaartse beweging,
dezelfde gevoeligheid voor ritme.

Het gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie die zo kenmerkend is
voor de Noordelijke Wei‑stijl.
De hoge kroon en sieraden markeren de bodhisattva
als een verlichte begeleider, maar de houding blijft bescheiden.
Samen met de rechter bodhisattva vormt deze figuur een harmonisch paar
rond de centrale Boeddha
— een balans tussen rust en actie, tussen innerlijke stilte en uiterlijke devotie.

Chinese inscriptie

DSC05566 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Inscriptie

Tussen de bodhisattva en de Boeddha staat een verticale inscriptie gegraveerd,
een devotionele tekst zoals je die vaak ziet op Noordelijke Wei‑steles.
De karakters zijn smal en hoekig, met een strak schriftbeeld
dat typisch is voor de vroege 6e eeuw.
Het is waarschijnlijk een dedicatie van een gelovige
— een naam, een wens, misschien zelfs een datum —
een kleine menselijke stem die zich tussen de goddelijke figuren nestelt.
Het maakt de stele niet alleen een kunstwerk,
maar ook een gebaar van persoonlijke devotie.

De dorpel — de menselijke wereld onder de goddelijke

Onderaan de stele strekt zich een brede dedicatiezone uit,
een horizontale strook waarin de menselijke wereld zich verzamelt.
Hier staan de donateurs: kleine, ingetogen figuren
die tussen verticale tekstkolommen zijn geplaatst.
Ze zijn niet zomaar decoratie, maar de gemeenschap
die deze stele ooit heeft laten maken
— geen portretten, maar wel afzonderlijke figuren,
elk verbonden met een naam en een wens die in de inscriptie besloten liggen,
ook al blijven ze voor ons voorlopig onleesbaar.
De figuren zijn licht gedraaid, met hun lichaam en gezicht
naar het centrum van de stele gericht,
alsof ze zich in een stille beweging naar de Boeddha boven hen toe wenden.
Sommige dragen een hoofddeksel, andere niet.
Dat verschil is geen toeval:
het weerspiegelt de sociale realiteit van de Noordelijke Wei‑tijd.
De variatie in houding en kleding is klein, maar betekenisvol:
dit is een familie, een groep verwanten,
een kleine gemeenschap die zich gezamenlijk
onder de bescherming van de Boeddha stelt.

DSC05566 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Dorpel

De complete dorpel.

Tussen de figuren staan smalle tekstkolommen gegraveerd,
elk gekoppeld aan een persoon.
De karakters zijn hoekig en verticaal gespannen.
Hoewel de tekst door slijtage niet volledig leesbaar is,
verraadt de structuur dat het gaat om dedicaties:
namen, verwantschappen, misschien een datum,
misschien een korte wens voor zegen of bescherming.
Het is de menselijke stem van de stele — klein, maar onmisbaar.

DSC05566 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelLinks

De menselijke figuren vanaf links tot en met de bol-vorm in het midden.

In het midden van de dorpel rijst een florale vorm op:
een bolvormige knop die van onderaf lijkt te ontstaan,
met een sierlijke strikvormige krul net onder de ronde contour.
Dit is een gestileerde lotusknop,
het symbool van zuiverheid en spirituele potentie.
De knop vormt een visuele en symbolische schakel
tussen de menselijke wereld onderaan en de goddelijke figuren erboven.

DSC05566 07 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelRechts

De menselijke figuren rechts.

Links en rechts wordt de hele zone begrensd door een verticale rand,
waardoor de dedicatiezone als een architectonische basis
onder de stele ligt.
Zo vormt de dorpel een fundament — letterlijk en figuurlijk.
Het is de laag waarin de menselijke wereld zichtbaar wordt,
waarin namen en gezichten zich hechten aan de steen.
Boven hen ontvouwt zich de kosmische scène van Boeddha en bodhisattva’s;
onder hen staat de wereld van de mensen,
die deze stele ooit met devotie hebben laten maken.
De dorpel is daarmee het stille hart van het object:
de plek waar geschiedenis, geloof en gemeenschap samenkomen

Bodhisattva (rechts)

DSC05566 10 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaRechts

De rechter bodhisattva vormt een duidelijke tegenhanger
van de contemplatieve figuur links.
Waar de linker bodhisattva lege handen heeft en zich naar binnen keert,
draagt de rechter een attribuut: een ovale, gesloten lotusknop.
De vorm is glad en afgerond, met aan de voorzijde een subtiele markering
die de kern suggereert.
Het is een symbool van potentie
— de belofte van verlichting die nog moet openen.

De houding van de bodhisattva is licht naar voren gericht,
alsof de figuur het attribuut aanbiedt of bewaakt.
De armen vormen een zachte boog rond de knop,
wat de actieve rol van deze bodhisattva benadrukt:
een begeleider die het pad opent, die iets draagt en doorgeeft.

Het gelaat is sereen, maar minder ingetogen dan dat van de linker figuur;
er zit een zachte alertheid in, een gerichtheid op de wereld buiten zichzelf.
De mandorla achter de bodhisattva volgt dezelfde vloeiende ornamentiek
als elders op de stele en sluit visueel aan bij de vorm van het attribuut,
waardoor figuur en achtergrond één geheel vormen.
Zo ontstaat een mooi spanningsveld tussen beide bodhisattva’s:
links de stilte en ontvankelijkheid, rechts de handeling en potentie.
Samen flankeren ze de Boeddha
als twee complementaire aspecten van hetzelfde pad.

Vanaf hier verschuift de aandacht naar de Boeddha zelf
en naar wat zich rondom hem ontvouwt.

Het lijnenspel van de kleding

DSC05566 08 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Jugendstil

Het lijnenspel van de gewaden is adembenemend.
De plooien vallen in lange, vloeiende bogen
die het lichaam niet zozeer bedekken als wel omlijnen,
alsof de figuur wordt omhuld door een ritme van beweging.
Zonder de voeten zou het bijna abstract worden:
een compositie van krullende lijnen, licht en schaduw, een dans in steen.
Het is een van de meest verfijnde trekken van de Noordelijke Wei‑stijl
— een vergeestelijkte anatomie waarin het lichaam verandert
in een patroon van ademende contouren.

De hand

DSC05566 09 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Hand

De Boeddha toont slechts één hand, opgeheven met de palm naar voren.
Het is een klein, helder gebaar — de abhaya‑mudrā,
het teken van geruststelling en bescherming.
De eenvoud ervan versterkt de kracht:
tussen de vloeiende, bijna abstracte lijnen van de gewaden
vormt de hand een stil rustpunt, een open uitnodiging.
Het is alsof de Boeddha niet alleen wordt afgebeeld,
maar zich tot de kijker wendt met een gebaar
dat al vijftien eeuwen onveranderd spreekt.

De mandorla van de Boeddha

DSC05567 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Achter het hoofd van de Boeddha ontvouwt zich een cirkel van bloembladen,
fijn gegraveerd en ritmisch gerangschikt.
Het is alsof de Boeddha zelf het hart van een bloem vormt:
een centrum waaruit licht, inzicht en compassie stralen.
Dit motief — de Boeddha als bloemkern —
is typisch voor de Noordelijke Wei‑periode,
waarin de mandorla niet alleen een stralenaura is,
maar een organische, levende vorm.
De bloembladen zijn niet naturalistisch, maar gestileerd:
langgerekte, puntige vormen die in een regelmatige kring om het hoofd liggen.
Ze suggereren zowel een lotus als een stralencirkel,
een hybride vorm die de Boeddha tegelijk aardt (lotus) en verheft (licht).

DSC05567 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Bodhisattvas

Direct buiten deze bloemcirkel volgt een tweede ring,
gevuld met kleine, zittende figuren
— waarschijnlijk bodhisattva’s of hemelse wezens.
Ze zijn miniatuur, maar zorgvuldig gegraveerd:
elk met een eigen halo, een eigen houding, een eigen aanwezigheid.
Deze ring vormt een soort hemelse gemeenschap rond de Boeddha,
een kosmische kring van begeleiders en getuigen.

Het effect is verbluffend:

  • het centrum: de Boeddha als bloemhart
  • de eerste ring: bloembladen, als een levende aura
  • de tweede ring: hemelse figuren, als een spirituele kring

Daarmee wordt de Boeddha niet alleen centraal geplaatst,
maar verankerd in een kosmische orde.
Hij is het middelpunt van een universum dat in concentrische cirkels
om hem heen is opgebouwd.

De apsara‑ring — dansende hemelwezens rond de Boeddha

DSC05567 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Apsaras

Buiten de cirkel van bloembladen ontvouwt zich nog een tweede ring,
gevuld met apsara’s
— hemelse dansers die in sierlijke beweging om de Boeddha cirkelen.
Hun lichamen zijn licht gedraaid, de linten van hun kleding waaieren uit
in elegante krullen, en de vleugelachtige ornamenten geven hen
een gewichtloze aanwezigheid.
Deze ring vormt een hemelse hofhouding rond de Boeddha:
een kring van lichtheid, muziek en devotie.
Waar de bloembladen de Boeddha als het hart van een kosmische lotus markeren,
brengen de apsara’s beweging en ritme in de mandorla,
alsof de aura zelf tot leven komt.

De apsara’s die de ring sluiten

DSC05567 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein ApsarasBovenBuddha

In de apsara‑ring gebeurt boven het hoofd van de Boeddha iets opvallends.
De hemelse dansers bewegen vanuit beide zijden naar elkaar toe,
hun lichamen licht naar binnen gedraaid,
de linten van hun kleding in sierlijke bogen achter hen aan.
Het is alsof ze in een zachte, ritmische beweging om de Boeddha cirkelen
en precies op het hoogste punt van de mandorla samenkomen.
Daar sluiten ze de ring
— een moment van perfecte symmetrie,
alsof de aura van de Boeddha daar even tot leven komt.

Op datzelfde punt verschijnt een compacte bol‑vorm,
een kleine maar betekenisvolle sluitsteen
die de beweging van de apsara’s verankert.
Waar de bol in de dedicatie‑zone een rituele, menselijke functie hebben,
is deze bol kosmisch van aard:
een knooppunt in de mandorla, een rustpunt tussen twee spiegelende figuren.
De vorm markeert het absolute midden van de bovenste zone
en geeft de apsara‑ring een helder architectonisch anker.
Het is alsof de energie van de dansers hier samenkomt
voordat de mandorla zich verder opent naar de buitenste vlammenring.

De vuurkrans — pulserende vlammen tot sluiting

DSC05567 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Vlammen

De buitenste ring van de mandorla bestaat uit een vuurkrans:
een ritmische reeks druppelvormige vlammen die in lange verticale lijnen
langs de Boeddha omhoog bewegen.
In tegenstelling tot de strak gedefinieerde vlammen met dubbele contouren
die je op veel Noordelijke Wei‑steles ziet,
zijn de vlammen hier veel vrijer en geabstraheerder:
meerdere lijnen die elkaar volgen, zonder duidelijke hiërarchie,
meer patroon dan vlam.
Het geheel ademt een gestileerde energie:
geen naturalistisch vuur, maar een abstracte visualisatie van verlichting,
kracht en kosmische uitstraling.
In het middengebied van de mandorla volgen de vlammen elkaar
in een bijna ademend ritme op.
De druppelvormen zijn langgerekt en elegant.
Dit is de zone waar de mandorla zich opent naar buiten:
na de bloembladen en apsara’s wordt de ornamentiek abstracter,
strenger, meer gericht op pure energie.
Naarmate de vuurkrans hoger klimt, worden de vlammen iets compacter
en schuiven ze dichter naar elkaar toe.
De beweging van de lijnen wordt strakker, alsof de energie zich concentreert.
Helemaal bovenaan, in de top van de stele, komen de vlammen samen
in een puntvormige afsluiting.
Daar sluit de vuurkrans zich
— niet abrupt, maar als een natuurlijke culminatie van de opwaartse beweging.
De top fungeert als een visueel anker:
het moment waarop de straling van de Boeddha zich verzamelt
en de mandorla haar hoogste punt bereikt.

DSC05566 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Top

Zo verbinden de twee zones
— het ritmische midden en de geconcentreerde top —
zich tot één doorlopende beweging.
De vuurkrans is geen decoratieve rand, maar een dynamische kracht
die de Boeddha omhult en omhoog draagt,
van de eerste vlam tot de sluitsteen van de stele.

De Boeddha — het stille centrum

DSC05567 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Boeddha

Na de concentrishe ringen van apsara’s en de opwaarts klimmende vuurkrans
kom je uit bij de Boeddha zelf:
het onverstoorbare middelpunt waar alle beweging tot rust komt.
Zijn gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie
van de Noordelijke Wei‑stijl:
hoge jukbeenderen, zachte lijnen rond de mond,
en een blik die naar binnen is gericht.
De topknot en de lange oorlellen markeren hem als een verlichte figuur,
maar het is vooral de stilte van zijn expressie die de compositie draagt.
De Boeddha is het punt waar alle lijnen samenkomen:
de bloembladen openen zich vanuit hem,
de apsara’s cirkelen om hem,
de vuurkrans stijgt boven hem uit,
en de hele stele lijkt te ademen vanuit zijn stille aanwezigheid.

DSC05568ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

De stele staat in het Rietberg Museum tegen de muur,
wat suggereert dat de achterzijde weinig of geen decoratie draagt.
Musea plaatsen objecten met een betekenisvolle achterkant
doorgaans vrij in de ruimte.
Hoewel ik de achterzijde niet heb kunnen zien,
wijst de museale opstelling erop dat de voorzijde en zijkanten
de belangrijkste zones van betekenis vormen.

Slotpassage — de adem van de stele

DSC05570ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Wanneer je tenslotte langs de zijkant van de stele kijkt,
ontvouwt zich een laatste, stille laag van betekenis.
De Boeddha en de bodhisattva’s verschijnen hier opnieuw,
ditmaal in profiel, als een zachte echo van de voorzijde.
Hun contouren steken net genoeg uit om te laten voelen
dat de stele geen vlak beeld is, maar een sculptuur
die zich om de steen heen vouwt
— een object dat in alle richtingen betekenis draagt.
Naast deze figuren loopt aan de zijkant,
een verticale band met florale motieven,
ritmisch geordend als gestileerde lotusknoppen.
De druppelvormige ornamenten herhalen zich in een rustige cadans,
minder uitgesproken dan de vuurkrans,
maar verwant in hun opwaartse beweging.
Waar de voorzijde de kosmische energie van de mandorla toont,
biedt deze zijkant een meer ingetogen, vegetatieve tegenhanger:
een ornamentiek die de stele als het ware wortelt in de symboliek van de lotus.

Het is een detail dat je gemakkelijk zou kunnen missen,
maar juist hier wordt duidelijk dat de stele niet alleen een voorstelling is,
maar een wereld in steen.
De voorzijde straalt, de zijkant ademt.
En in die ademhaling
— tussen de profielen van de heiligen en de opklimmende lotusmotieven —
sluit de stele zich als een geheel.


De Boeddha preekt waar de leeuw parmantig waakt

Wanneer je de stèle van boven naar beneden leest,
ontvouwt zich een zorgvuldig opgebouwde wereld,
waarin elk figuur een eigen rol speelt in de kosmische orde
rond de predikende Boeddha.

DSC05563 01 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele depicting Buddha Shakyamuni, China, Henan province, Eastern Wei Dynasty, dated 536 CE, RCH 111, geschenk Eduard von der Heydt, kalkstein.


Omdat de linker tophelft ontbreekt begin ik helemaal rechts, bovenaan,
half verscholen in een gordijnachtige omlijsting.

Daar verschijnt een kleine hemelse figuur.
Een been opgetrokken voor zich, een been gekromd naast zich.
De handen voor de borst gevouwen.
Het hoofd ontbreekt.
Zijn aanwezigheid is bescheiden, maar betekenisvol:
een stille getuige uit de bovenwereld, misschien een hemelse luisteraar
of een apsara‑achtige verschijning,
die de scène een eerste zweem van sacraliteit geeft.
Wellicht werd het gespiegeld in een tweede figuur aan de linkerkant
toen de stele nog compleet was.
Dat zou de figuur meer kracht gegeven hebben.

DSC05563 02 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein WezenVogel

De vogel naast hem — of boven hem —
versterkt dat gevoel van hoogte, lichtheid en hemelse nabijheid.
Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of het om een vogel gaat.
De voorstelling is in ieder geval anders dan die ik online
bij andere steles zag (Cleveland, Brooklyn, Triad 544).
Wellicht kan iemand er licht op werpen?

Naast de centrale Boeddha staan aan beide zijdes drie figuren:
een vrees aanjagende wachter, een bodhisattva en een leerling.
Ik ‘lees’ van buiten (onder) naar binnen (boven):

DSC05563 03 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt WachterBodhisattvaLeerling

De wachter, stevig verankerd op de onderste zone van de stèle.
Zijn houding is krachtig en alert: de voeten breed, de spieren gespannen,
de handen grijpend om het heft van een zwaard
waarvan het lemmet nauwelijks zichtbaar is.
Hij is geen Hemelse Koning, maar een vroege dvarapala
— een generieke bewaker die de drempel tussen de wereld
en de heilige ruimte bewaakt.
Zijn lichaamstaal is actief, bijna levend, en vormt de menselijke tegenhanger
van de leeuw die verderop verschijnt.

Een niveau hoger staat de bodhisattva, ingetogen en devoot.
Zijn handen zijn gevouwen voor het lichaam, zijn houding is kalm en waardig.
In tegenstelling tot latere, rijk versierde bodhisattva’s
is hij sober, bijna monastiek.
Hij begeleidt de Boeddha niet door pracht en praal,
maar door aanwezigheid en eerbied.

Daarboven staat de leerling, herkenbaar aan zijn eenvoudige gewaad
en de handen die in de mouwen rusten.
Zijn houding is die van aandacht en ontvankelijkheid: hij luistert.
Hij staat dicht bij de Boeddha, als directe ontvanger van de leer.
Zijn rust vormt een mooi contrast met de gespannen energie van de wachter
en de devoot gebogen bodhisattva.

DSC05563 04 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt Leeuw #Notalion

Aan de voet van de troon waarop Boeddha zit,
verschijnt de leeuw, de mythische bewaker.
Zijn houding is opvallend actief: één poot rust op de onderste trede van de troon,
alsof hij zich letterlijk in de architectuur verankert.
De bek staat open, de tong zichtbaar, de oren gespitst.
Dit is geen decoratief dier, maar een wachter die de heilige ruimte bewaakt
met dezelfde intensiteit als zijn menselijke tegenhanger.

DSC05563 05 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalksteinRokkenpartij

Centraal zit Śākyamuni, de Boeddha als leraar,
omringd door zijn twee leerlingen
— een compositie die in de Eastern‑Wei‑periode vrijwel exclusief
aan de historische Boeddha is voorbehouden.
Zijn lichaam is langgerekt, zijn gezicht smal en sereen
— typische kenmerken van de Eastern‑Wei‑stijl.

De plooien van zijn gewaad zijn niet plastisch gemodelleerd,
maar grafisch getekend, als lijnen die over het lichaam zweven.
De onderzijde van het gewaad vormt
een gelaagde en breedwaaierende plooipartij
die zich over de treden van de troon uitstrekt.
Dit is geen lotus, maar een architectonische troon, waarvan de treden
gedeeltelijk worden bedekt door een ritmische structuur van plooien en stof.

De rechterhand is geheven vóór de borst,
in een vroege variant van de onderwijzende mudrā.
En hoewel enkele vingers ontbreken, blijft de bedoeling duidelijk:
de Boeddha spreekt.
De linkerhand rust niet op de schoot, maar zweeft iets hoger
— een gevolg van het langgerekte, geabstraheerde lichaam
dat de beeldhouwer bewust heeft gekozen.
Alles in deze houding wijst op prediking, op het overdragen van de Dharma.

Wanneer je tenslotte een stap achteruit doet — zoals in de laatste foto —
zie je hoe deze figuren samen een verticale hiërarchie vormen:
van hemelse getuige tot menselijke wachter, van bodhisattva tot leerling,
van leeuw tot Boeddha.
Het geheel ademt orde, bescherming en onderricht.

DSC05564ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

De stèle is vrijwel zeker een votiefobject,
geschonken door één of meerdere donoren,
wier namen waarschijnlijk op de achterzijde staan.
Maar de voorstelling zelf richt zich niet op de donoren:
ze richt zich op de leer.
Dit is geen stèle van zegen of redding, maar een stèle van prediking.
Een Boeddha die onderwijst, omringd door toegewijde luisteraars
en bewaakt door mens en dier
— een compacte wereld waarin de Dharma wordt uitgesproken
en de kosmische orde wordt bevestigd.


De Duitstalige zaaltekst van het museum is:

Im Zentrum einer Nische mit Vorhang sitzt der historische Buddha Shakyamuni. Er hält seine Hände in der Geste des Lehrens. Begleitet wird er von zwei Schülern und zwei Bodhisattvas. Zwei Fircht erregende Wächter und ein Löwenpaar bewachten seinen Thron.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXIII

– over een rijke en volledig bewaarde Dunhuang Avalokiteśvara‑rol op zijde –

Na de eerdere fragmenten en deels verbleekte zijden schilderingen
in deze reeks,
staat vandaag in het National Museum in Delhi ineens
een Avalokiteśvara voor me die voor mij bijna onwaarschijnlijk compleet is.
Niet alleen de figuur zelf, maar ook alles wat hem omringt
— de veelkleurige lotus, het baldakijn,
de sieraden, de geometrische onderrand —
is intact en helder zichtbaar.
Het is een Dunhuang‑rol op zijde waarin de verfijning van de late Tang
en vroege Song nog volledig aanwezig is:
de aristocratische gelaatstrekken,
het subtiele snorretje,
de zachte schaduwen rond de ogen,
de rijke patronen in het gewaad.
Zelfs het hoofddeksel, zonder Amitābha
maar met florale en abstracte vormen,
past precies in de vrijere iconografie van de draagbare devotierollen.
Het is een zeldzaam moment waarop de Dunhuang‑traditie
niet alleen zichtbaar wordt, maar bijna tastbaar.

DSC01361 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on silk, 88,5 x 38 cm. Acc.No. Ch.xvii.001.


Staande bodhisattva

De staande bodhisattva‑figuur uit Dunhuang,
nu bewaard in het National Museum in New Delhi,
behoort tot de traditie van de beschilderde zijden schilderingen
die in de 8e–10e eeuw naast de muurschilderingen
in de Mogao‑grotten werden vervaardigd.
Deze zijden rollen waren bedoeld voor persoonlijke devotie
of als votiefgeschenk en onderscheiden zich
door hun verfijnde detaillering, rijke kleuren
en zorgvuldig uitgewerkte gezichten.

DSC01362 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

De schildering toont een bodhisattva die in een lichte,
elegante contrapposto staat,
gekleed in een veelkleurig ondergewaad
en een bovenkleed dat beide schouders bedekt.
De sieraden, de kroon, de amandelvormige ogen,
het subtiele snorretje en de fijn aangezette rode ūrṇā
weerspiegelen de aristocratische stijl van de late Tang en vroege Song.
Het baldakijn boven het hoofd, de veelkleurige lotus
en de geometrische onderrand onderaan de compositie
zijn typische elementen van deze draagbare zijden schilderingen.

DSC01361 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM Baldakijn

Maar welke bodhisattva?

Binnen deze rijke vormtaal is de vraag
welke bodhisattva precies wordt afgebeeld.
De sieraden en wereldlijke kleding sluiten een Boeddha‑figuur uit,
maar binnen het bodhisattva‑pantheon zijn er meerdere kandidaten.
Juist hier wordt het ontbreken van attributen doorslaggevend.
In de iconografie van Dunhuang zijn de belangrijkste bodhisattva’s
herkenbaar aan zeer specifieke voorwerpen of dieren:
Manjuśrī draagt een zwaard of een boek
en wordt vaak met een leeuw geassocieerd;
Samantabhadra verschijnt vrijwel altijd met een olifant;
Vajrapāṇi houdt een vajra (diamant‑ of bliksemscepter) vast
en heeft een krachtiger, beschermend voorkomen;
Kṣitigarbha is herkenbaar aan zijn monnikskleed en staf;
Maitreya draagt een waterfles of een stupa in de kroon.

DSC01361 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM LotusOnderrand

Wanneer deze attributen ontbreken, vallen deze figuren automatisch af.
Wat overblijft is Avalokiteśvara, de meest afgebeelde bodhisattva
in Dunhuang, die in de beschilderde zijden rollen
juist vaak zonder specifieke attributen wordt weergegeven.
In plaats daarvan wordt hij gekenmerkt door
een serene, toegankelijke houding,
zoals de gevouwen handen in añjali‑mudrā die we hier zien.
De combinatie van een rijk gedrapeerd bovenkleed, een sierlijke kroon,
een zacht en bijna portretachtig gezicht, een veelkleurige lotus
en een ceremoniële setting met baldakijn
sluit nauw aan bij bekende Avalokiteśvara‑rollen
uit de late Tang en vroege Song.
De geometrische onderrand, die minder vaak in muurschilderingen voorkomt
maar wel in zijden rollen, versterkt deze datering en context.

DSC01362 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

Zo ontstaat een helder beeld: het is niet één enkel kenmerk
dat de identificatie bepaalt, maar juist
de afwezigheid van attributen die andere bodhisattva’s definiëren,
gecombineerd met de positieve overeenkomsten met de iconografie
van Avalokiteśvara in de beschilderde zijden schilderingen van Dunhuang.
Daardoor wordt de toeschrijving overtuigend
en sluit de schildering naadloos aan bij de devotionele traditie
waarin Avalokiteśvara
als compassievolle, toegankelijke aanwezigheid centraal staat.

DSC01363IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM Txt

The bodhisattva standing at ease wears a striking coloured under-robe and an upper garment covering both his shoulders. His fine facial features, thin moustache and red urna (auspicious mark between the eyebrows) are delicately painted.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXI: twee Dunhuang‑bodhisattva’s

– over kleur, vorm en de rituele ruimte van de Zijderoute –

DSC01354 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 52 x 34,5 cm. Acc.No. Ch.xxxviii.002.

DSC01356 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011

Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 47 x 29,5 cm. Acc.No. Ch.xlvi.0011.


Deze twee fragmentarische zijdeschilderingen uit Dunhuang (7e–10e eeuw)
tonen hoe kunstenaars langs de Zijderoute
kleur, vorm en decoratieve kaders
inzetten om heilige figuren tot leven te brengen.
Hoewel de schilderingen
uit verschillende ateliers of perioden kunnen stammen,
delen ze eenzelfde beeldtaal:
een sierlijke bodhisattva die een lotus omhoog houdt,
omgeven door een rijk patroon van textiel‑ en bloemmotieven.

DSC01354 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002DSC01356 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011

Kleur als drager van spiritualiteit

De lotussen die beide bodhisattva’s vasthouden
vormen het kleuraccent van de compositie
en trekken de blik onmiddellijk naar het gebaar van aanbieden en ontwaken.

In het eerste fragment bestaat de lotus
uit groene, geometrische kelkbladeren met daarboven
een gele, halfbolvormige bloem zonder afzonderlijke blaadjes.

De compacte vorm en het heldere kleurcontrast
geven de lotus een bijna iconische helderheid.

In het tweede fragment is de lotus juist groot, paars en nog in knop.
De diepe paarstint van de lotus sluit aan
bij de warme oranje accenten in halo en gewaad:
beide kleuren delen een rode ondertoon,
waardoor ze elkaar optisch versterken
en de figuur een krachtige, bijna stralende aanwezigheid geven.

Samen laten de lotussen zien hoe Dunhuang‑schilders
kleur inzetten om verschillende registers van spiritualiteit op te roepen:
van helderheid en eenvoud tot intensiteit en diepte.

Vorm als kruispunt van tradities

De vormgeving van de bodhisattva’s laat zien
hoe Indiase en lokale tradities elkaar beïnvloedden.

In beide schilderingen volgt de lotusstengel een gebogen,
bijna dansende lijn.
Deze vorm gaat terug op Indiase boeddhistische kunst,
waar de lotus vaak met een sierlijke, S‑vormige steel werd weergegeven.
In Dunhuang wordt dit motief op verschillende manieren geïnterpreteerd:
in het eerste fragment lang en meanderend,
in het tweede slanker en compacter,
maar in beide gevallen blijft de Indiase oorsprong herkenbaar.

In het eerste fragment draagt de bodhisattva
een transparante bovenmantel,
zichtbaar als een rechte randlijn langs de rechterschouder
— een subtiele verwijzing naar de Indiase uttarīya,
die in Gupta‑kunst vaak slechts door een contour wordt aangeduid.

Op de linkerschouder ligt een geknoopte rode en groene doek,
een zwaardere, decoratieve schouderdoek die typisch is voor Dunhuang.

De lotus is compact en geometrisch, passend bij de sobere vormtaal.

In het tweede fragment ontbreekt de transparante sluier
en de knoopdoek, maar valt de figuur op
door de rijk uitgewerkte sieraden,
de oranje halo
en de grote paarse lotus in knop.

DSC01354 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002DSC01356 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011 HexagonalAndFloral

De kaders als rituele architectuur

De omlijstingen functioneren als een visuele architectuur
die de bodhisattva’s draagt en situeert.

In het eerste fragment hangt bovenaan een bloemfries
met afgeronde bloemkoppen in oranje en blauw.
Daaronder volgt een band met verticale oranje stroken
en omgekeerde driehoeken in groen en blauw.
De combinatie van ronde en rechte vormen
creëert een ritmische structuur die de figuur optilt
als onder een ceremoniële baldakijn.

In het tweede fragment wordt de bodhisattva bekroond
door een band met drie grote hexagonale figuren,
een motief dat sterk aan Centraal‑Aziatische textielpatronen doet denken.
De band daaronder
— door het museum aangeduid als floral motifs —
is een geometrisch‑florale structuur:
kleine, herhalende vormen die verwijzen naar bloembladeren,
maar in hun ritme en schakering aan geweven patronen herinneren.
De warme aardetinten creëren een vibrerend oppervlak
dat de figuur verankert in een textielachtige ruimte.

Een tweeluik van kleur en vorm

Samen tonen de twee schilderingen hoe Dunhuang‑kunstenaars
variëren binnen een gedeeld iconografisch vocabulaire.
De ene bodhisattva is sober en helder,
de andere rijk en expressief.
De lotussen, de bovenmantels en de kaders
vormen samen een visuele grammatica
waarin Indiase iconografie,
Centraal‑Aziatische textieltradities
en lokale esthetiek elkaar ontmoeten.

DSC01355IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002 Txt

This fragmentary textile depicting a bodhisattva shows the artistic achievements of Dunhuang painting with well-proportioned figures and the use of a variety of colours. The calm and composed facial expression along with the upper garment show Indian influence.

DSC01357IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011 Txt

The bejewelled bodhisattva is portrayed in a three-quarter view. This fragmentary banner has two borders on the upper end with a hexagonal pattern and floral motifs.


Afsluitend: Kleur en techniek

De kleuren in Dunhuang‑schilderingen
danken hun diepte aan een techniek
waarbij pigmenten in dunne, transparante lagen over elkaar worden gezet.
Heldere tinten zoals geel en groen worden direct aangebracht,
terwijl complexere kleuren
– zoals het paars van de lotus in het tweede fragment –
ontstaan door rood en blauw subtiel te laten samenvloeien.

Door deze gelaagdheid lijken de kleuren niet op het oppervlak te liggen,
maar van binnenuit te gloeien.
Het resultaat is een schildertraditie waarin kleur niet alleen vorm vult,
maar licht en spiritualiteit draagt,
en waarin zelfs kleine details een eigen, bijna tastbare aanwezigheid krijgen.


Wist je dat?

Er zijn gesprekken geweest – en ze lopen nog steeds – over wat die Indiase lotusstengel betekent binnen de gedeelde maar toch verschillende beeldwerelden van hindoeïsme en boeddhisme. Het is een klein vormdetail dat kunsthistorici gebruiken als venster op veel grotere thema’s: overdracht van stijl, gedeelde symboliek, religieuze migratie en lokale herinterpretatie.

De gedeelde Indiase oorsprong

De sierlijke, S‑vormige lotusstengel ontstaat in India in een context waarin hindoeïstische en boeddhistische beeldtaal parallel evolueren. Kunsthistorici wijzen op drie gedeelde kenmerken:

  • De lotus als kosmisch symbool — in het hindoeïsme als zetel van goden en bron van schepping; in het boeddhisme als metafoor voor zuiverheid en ontwaken.
  • De gebogen steel als teken van leven en beweging — een organische lijn die verwant is aan de tribhaṅga-houding en de gracieuze dynamiek van Indiase figuren.
  • De combinatie van elegantie en spiritualiteit — de steel is nooit puur decoratief; hij draagt een idee van groei, ontvouwing en innerlijke energie.

In India is de steel dus meer dan een vorm: hij is een drager van een gedeeld religieus vocabulaire.

Wat er verandert wanneer het motief de Zijderoute opgaat

Wanneer deze beeldtaal via Gandhāra en Centraal‑Azië naar Dunhuang reist, verschuift de betekenis op subtiele manieren. Kunsthistorici bespreken vooral:

  • De mate van symbolische lading — blijft de steel een kosmische verbinding, of wordt hij vooral een elegante lijn?
  • De rol van lokale esthetiek — Dunhuang‑kunstenaars behouden de gebogen beweging, maar passen de lengte, ritme en decoratie aan hun eigen visuele grammatica aan.
  • De vraag naar herkenbaarheid — is de Indiase oorsprong nog zichtbaar voor de lokale kijker, of wordt het motief volledig geabsorbeerd in een nieuwe stijl?

De consensus is dat Dunhuang‑kunstenaars de steel bewust overnemen, maar hem lokaal herinterpreteren.

Hindoeïsme en boeddhisme: gedeelde vormen, verschoven accenten

In discussies tussen specialisten komt steeds terug dat de lotus – en dus ook de steel – een gedeeld symbool is, maar met verschillende nadrukken:

  • In het hindoeïsme verwijst de lotus vaak naar schepping, kosmische orde en goddelijke geboorte.
  • In het boeddhisme ligt de nadruk op zuiverheid, verlichting en het vermogen om boven de wereld uit te stijgen.

De gebogen steel beweegt tussen die twee betekenislagen. Kunsthistorici vragen zich af:

  • Is de Dunhuangsteel nog kosmisch, of vooral esthetisch?
  • Is de beweging van de steel een echo van Indiase spiritualiteit, of een visuele conventie die zijn religieuze lading heeft verloren?
  • Hoeveel hindoeïstische beeldtaal blijft herkenbaar in een boeddhistische context?

Het antwoord is meestal: beide tradities blijven voelbaar,
maar de nadruk verschuift door tijd, afstand en lokale smaak.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXVIII

– over kijken naar wat resteert en wat verloren ging –

DSC01348IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk127x75CmAccNoCH-Lxiv-002

India, New Delhi, National Museum, Standing Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 127 x 75 cm. Acc.No. CH.lxiv.002.


Op het eerste gezicht is dit een van de duidelijkste afbeeldingen
die ik tot nu toe in deze reeks toon.
De contourlijnen van de centrale en enige figuur
staan er nog duidelijk.

Een halo met meerdere banen.
Er is een kroon.
Het gezicht voldoet aan het Tang-schoonheidsideaal
door een zacht vrouwelijke uitstraling achter te laten
terwijl de figuur zelf niet als vrouw is bedoeld.
De sierlinten golven vloeiend van de schouders naar de lotus toe.
Op de kleding eenvoudige, strakke gekleurde banen
en een glooiend golvend patroon
waarbij misschien kleur ontbreekt, maar niet het originele beeld.
De centrale figuur staat op een lotus.
De houding van de figuur is añjali:
eerbiedige begroeting, devotie en innerlijke toewijding.

Je ziet dat de banier op bepaalde plaatsen alle kleur heeft verloren
terwijl je op andere plaatsen
— bijvoorbeeld in het grijs van de sierlinten —
nog kunt zien wat er ooit te zien was.

Die grijze kleur is niet de oorspronkelijke kleur.
Wat we vandaag zien is vaak het gevolg van

  • verbleking
    dit komt veel voor bij delen van de schildering waar organische
    pigmenten zijn gebruikt.
    Dat is vaak het geval bij alle onderdelen van de tekening behalve de centrale figuur.
  • oxidatie
    De verf kan verdwenen zijn maar de zijdevezels eronder kunnen een verkleuring hebben ondergaan.
  • stof in de zijdevezels
    op het gevaar af te klinken als een waspoederreclame, door de eeuwen heen is vuil in de vezels gaan zitten en dat geeft verkleuring.
  • verkleuring van bindmiddel
    bindmiddel is een onderdeel van de verf en het verfproces. Het kan net als de pigmenten verkleuren.

Nog eens goed kijken

Als je even naar de banier kijkt zie je al snel
er zijn geen attributen te zien:
geen zon, maan of vaas,
geen lotus in de hand,
geen actieve handgebaren (varada, abhaya, dhyana),
geen Amitabha in de kroon.

We zien wel de algemene bodhisattva‑vorm:
sierlijke houding, sieraden, halo, hemelse kleding,
een zachte, wereldoverstijgende blik.

Wie is de centrale figuur?

Wat we zien is een algemene bodhisattva, met

  • aanwezigheid:
    een figuur die niet optreedt, maar verschijnt, troost en inspireert.
  • devotie:
    het gebaar van añjali is gericht op eerbied en groet, als een aanmoediging voor gelovigen.
  • bemiddeling:
    bodhisattva’s zijn in Dunhuang vaak “tussenfiguren” — niet de Boeddha zelf, maar ook niet de mens.
  • bescherming door aanwezigheid, niet door actie:
    ontdaan van grote woorden als compassie, kracht of inzicht
    — juist daardoor toegankelijk.
  • een soort stille beschikbaarheid:
    altijd aanwezig.

De zaaltekst noemt deze banieren
‘votiefobjecten om verdienste te vergaren’,
maar dat is slechts één kant van het verhaal.
Ze waren tegelijk ook persoonlijke gebaren van devotie:
lichte, beweeglijke dragers van aanwezigheid,
geschonken door mensen
die hun hoop, dankbaarheid of zorg in stof en kleur wilden vastleggen.

Aanname

Vandaag ontdekte ik een foute aanname bij mezelf
en misschien maak jij die ook:

veel objecten uit de Stein‑collectie
roepen meteen het beeld op van de Library Cave,
die afgesloten ruimte vol manuscripten en rituele voorwerpen
die Stein in 1907 voor het eerst aan de westerse wereld liet zien.

Maar niet alles wat Stein meenam, komt daar daadwerkelijk vandaan.
Alleen wanneer musea het expliciet vermelden,
weten we zeker dat een object uit Cave 17 stamt;
anders blijft de herkomst onzeker,
hoe vanzelfsprekend de associatie met de Library Cave ook lijkt.
Niet elke banier draagt dat stempel.
Soms is de oorsprong even open als de woestijn waaruit ze ooit opdook.

Dan nog iets dat daar verband mee houdt:
zelfs als een voorwerp uit de Library Cave komt
en dus van begin 11e tot het begin van de 20ste eeuw
opgeslagen heeft gelegen,
onaangeroerd door mensenhanden,
is heel waarschijnlijk dat het voorwerp nog ouder is.

Omdat Cave 17 rond het begin van de 11e eeuw werd afgesloten:

  • konden objecten die erin lagen al eeuwen oud zijn
  • waren ze vaak intensief gebruikt in rituele context
  • konden ze meerdere restauraties hebben ondergaan vóór ze werden opgeborgen
  • waren sommige voorwerpen waarschijnlijk bewust terzijde gelegd omdat ze versleten, beschadigd of ritueel “op” waren

De Library Cave is geen momentopname van de 10e–11e eeuw,
maar een verzameling van objecten met lange biografieën.

DSC01349IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk127x75CmAccNoCH-Lxiv-002

The bodhisattva stads on a lotus in anjali mudra. The banner has a triangular headpiece that is decorated with flower motifs. Banners such as these were popular votive objects offered by devotees to gain merit.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXVII

– over Avalokiteśvara als rituele aanwezigheid: compassie, donorschap en de Dunhuang‑traditie –

DSC01346 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara banner, Dunhuang, 9th – 10th century CE, linnen banner, 150,3 x 51,8 cm. Acc.No. Ch.00126.


Avalokiteśvara‑banier, beschrijving

Deze grote linnen banier uit Dunhuang toont
een staande Avalokiteśvara die zich met zachte, open aandacht
tot de toeschouwer richt.
Zijn gestalte vult bijna de volledige hoogte van het doek,
waardoor hij niet alleen een beeld is
maar een aanwezigheid in de ruimte.

DSC01346 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Amitabha

In zijn tiara verschijnt, klein maar essentieel,
de Boeddha Amitābha.
Hij behoort tot de groep van de Dhyani‑Boeddha’s
— vijf transcendente, mediterende Boeddha’s die
geen historische personen zijn, maar kosmische principes.
Amitābha vertegenwoordigt het westen, het licht van mededogen
en de mogelijkheid tot verlossing.
Zijn miniatuurfiguur is door pigmentverlies nauwelijks zichtbaar,
maar zijn positie in het midden van de kroon laat geen twijfel
over zijn functie:
hij is de bron waaruit Avalokiteśvara voortkomt,
het innerlijke licht dat zijn compassie voedt.

De banier is geschilderd op linnen,
een materiaal dat in Dunhuang vooral werd gebruikt
voor grote, rituele doeken.
Het ruwe oppervlak laat minder verfijning toe dan zijde,
maar verleent het werk een aardse, tastbare kwaliteit.
De slijtage van de pigmenten — vooral in de lichtere zones —
maakt het kijken tot een archeologische handeling:
contouren vervagen, details lossen op,
en toch blijft de compositie helder genoeg
om de oorspronkelijke intentie te voelen.

DSC01346 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Right

In zijn rechterhand houdt Avalokiteśvara een wilgentakje,
slank en gestileerd, waarvan de bladvormen
door de eeuwen heen bijna bloemachtig zijn geworden.
In zijn linkerhand draagt hij een kundikā, een ritueel water- of nektarvat
met een geprofileerde voet, bol lichaam en korte tuit.

DSC01346 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Left

Samen vormen deze attributen het rituele instrumentarium van compassie:
de wilgentak wordt gedacht te worden gedoopt in het zuiverende water
van de kundikā, waarmee Avalokiteśvara lijden verzacht,
hitte verkoelt en genezing schenkt.

DSC01346 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Donor

Onderaan het doek, zwaar aangetast door tijd en gebruik,
bevinden zich de donors.
Hun aanwezigheid is klein, bijna opgelost in de stof,
maar nog herkenbaar in de ronde contouren van twee hoofden
en de vage vorm van een hoofddeksel.
Zij plaatsen zich letterlijk aan de voeten van de bodhisattva,
als getuigen van hun eigen daad van verdienste.
Hun aanwezigheid maakt duidelijk dat deze banier niet bedoeld was
voor individuele meditatie, maar voor een publieke, rituele context:
een object dat hing in een tempelruimte of grot,
zichtbaar voor een gemeenschap, ingebed in ceremonie en devotie.
Waar kleinere schilderingen uit Dunhuang vaak intiem en innerlijk gericht zijn,
functioneert deze grote linnen banier als een collectief ritueel object.
Het is niet alleen een afbeelding van Avalokiteśvara,
maar ook een materiële herinnering aan een sociale gebeurtenis
— een moment waarop mensen zich verzamelden, offerden,
en zich onder de bescherming van de bodhisattva plaatsten.

De combinatie van schaal, materiaal, iconografie en donors
maakt dit werk tot een document van compassie in actie:
een beeld dat niet alleen werd bekeken, maar dat werkte,
dat iets deed in de ruimte waarin het hing.

De Dhyani‑Boeddha’s en Amitābha in de tiara

In de boeddhistische kosmologie verwijst de term Dhyani‑Boeddha’s
naar vijf transcendente, mediterende Boeddha’s
die geen historische figuren zijn,
maar personificaties van fundamentele aspecten van verlichting.
Zij vormen een symbolisch universum
waarin elke Dhyani‑Boeddha
een richting, kleur, wijsheid en kwaliteit vertegenwoordigt.
Amitābha, de Dhyani‑Boeddha van het westen,
belichaamt het licht van mededogen en de kracht van bevrijding.
Wanneer hij verschijnt in de tiara van Avalokiteśvara
— zoals op deze banier —
fungeert hij als het innerlijke principe waaruit de bodhisattva voortkomt.
Zijn aanwezigheid, hoe klein en vervaagd ook,
markeert Avalokiteśvara als zijn emanatie:
een gestalte die het mededogen van Amitābha zichtbaar
en werkzaam maakt in de wereld.

Wilgentak en kundikā: het rituele paar

De twee attributen die Avalokiteśvara draagt
— de wilgentak in de rechterhand en de kundikā in de linker —
vormen samen een ritueel paar dat zijn compassie
zichtbaar en werkzaam maakt.
De wilgentak, slank en buigzaam,
staat voor verzachting, genezing en het vermogen om lijden te verkoelen.
De kundikā, een peervormig vat met een geprofileerde voet en korte tuit,
bevat zuiver water of amṛta, de nectar van verlichting.
In de rituele verbeelding wordt de tak in het water gedoopt,
waarna de bodhisattva het heilzame vocht symbolisch
over de wereld sprenkelt.
Het gebaar is verwant aan het gebruik van een wijwatertak:
een handeling van bescherming, zuivering en zegen.
In de context van Dunhuang,
waar genezing en spirituele veiligheid centraal stonden,
vormt dit paar het hart van Avalokiteśvara’s iconografie
— een stille choreografie van compassie.

Donorschap en sociale aanwezigheid

Onderaan de banier bevinden zich de donors,
klein afgebeeld en zwaar aangetast door de tijd,
maar nog herkenbaar in de ronde contouren van hun hoofden
en de vage vormen van hoofddeksels.
Hun aanwezigheid maakt duidelijk
dat dit werk niet alleen een religieus beeld is,
maar ook een sociaal document.
Donorschap in Dunhuang was een daad van verdienste:
door een banier te schenken plaatste men zichzelf
letterlijk en symbolisch aan de voeten van de bodhisattva,
in de hoop op bescherming, genezing of spirituele vooruitgang.
De donors fungeren als stille getuigen van een rituele gebeurtenis,
een moment waarop een gemeenschap samenkwam
om Avalokiteśvara aan te roepen.
Hun kleine gestalte tegenover de monumentale figuur
benadrukt de hiërarchie van het heilige,
maar ook de nabijheid ervan:
de godheid is groot, maar niet onbereikbaar.
In deze banier wordt devotie zichtbaar als een gedeelde praktijk,
ingebed in sociale relaties en rituele handelingen.

Donors en hoofddeksels: sociale signalen in miniatuur

Hoewel de donorfiguren aan de onderrand van de banier
zwaar vervaagd zijn, laten de contouren van hun hoofddeksels
nog iets zien van hun sociale positie.
In Dunhuang‑schilderingen fungeren hoofddeksels
als subtiele markers van status:

  • eenvoudige, afgeronde mutsen duiden vaak op leken of reizigers,
  • terwijl meer gelaagde of hoekige hoofddeksels wijzen
    op lokale elite of functionarissen.
  • Zelfs in hun sterk beschadigde staat suggereren de twee bolle vormen
    onder een licht afgetekende hoofdtooi
    dat hier geen monniken zijn afgebeeld, maar leken‑donoren
    die zichzelf in nederige proportie laten opnemen in het heilige beeldveld.

Hun hoofddeksels functioneren zo als miniatuur‑signaturen van identiteit:
klein, bescheiden,
maar voldoende om hun aanwezigheid te verankeren
in de sociale werkelijkheid van Dunhuang.
In een banier die ritueel en collectief gebruikt werd,
vormen deze hoofddeksels de stille aanwijzing
dat devotie niet abstract was,
maar gedragen door concrete mensen
met een herkenbare plaats in de gemeenschap.

DSC01347IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Txt

This linnen banner shows a standing Avalokiteshvara facing spectators, with the donors sitting on the lower edge. His right hand is carrying willow spray and left hand, a flask. Dhyani Buddha Amitabha can be seen taking the centre of his tiara.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXVI

– over waarom we hier struikelen over voeten –

Inleiding

Voor me hangt een banier uit Dunhuang:
een lichte, ademende voorstelling van Padmapani,
de bodhisattva die luistert.
Wie de beroemde Padmapani uit Ajanta kent,
herkent hier dezelfde zachte aandacht,
maar in een andere beeldtaal:
lichter, transparanter, gevormd door de Centraal‑Aziatische traditie.

Het beeld is klein, maar rijk aan gebaren, kleuren en subtiele verschuivingen.
Wie even blijft kijken, ziet hoe lotus, houding, aureool en kleding
samen een figuur vormen die zich precies in de tussenruimte beweegt.
In wat volgt probeer ik die lagen rustig te ontvouwen.

DSC01344 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaPadmapaniDunhuang8th-10thCenturyCESilkPainting51x13CMAccNo-Ch-lvi-0010

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva Padmapani, Dunhuang, 8th – 10th century CE, silk painting, 51 x 13 cm. Acc.No. Ch.lvi.0010.


Bodhisattva Padmapani (Avalokiteshvara)

Naam / Identiteit

Padmapani is een manifestatie van Avalokiteshvara,
de bodhisattva van mededogen.
Zijn naam betekent “hij die de lotus in de hand houdt”.
In Centraal‑Aziatische en Dunhuang‑kunst
verschijnt hij als een sierlijk geornamenteerde bodhisattva
met een kalme, luisterende aanwezigheid.

Zijn lichte, naar voren gerichte houding en de blauwe lotus die hij draagt,
markeren hem als een wezen van de tussenruimte:
een figuur die niet boven de wereld staat,
maar zich precies in de overgang tussen lijden en inzicht bevindt.

Attribuut: de blauwe lotus

Padmapani wordt iconografisch gekenmerkt door de blauwe lotus (utpala),
die hij bij de schouder houdt.
De lotus staat niet alleen symbool voor helder inzicht en innerlijke diepte,
maar speelt ook visueel samen met de vierdelige aureool achter hem.
Het donkerblauw van de bloem valt deels vóór de aureool
en raakt de lichtblauw‑groene binnenband, de rode buitenband
en de twee gouden lijnen die deze scheiden.
Dat kleurenspel is niet louter decoratief:
het blauwgroen rond zijn hoofd verwijst naar
de koelte en helderheid van Padmapani’s mededogen,
het rood naar zijn levenskracht en aanwezigheid,
en het goud naar zijn zachte sacraliteit die deze kwaliteiten omkadert.
Diezelfde kleuren keren terug in zijn kleding,
waardoor de innerlijke kwaliteiten die de aureool suggereert
ook in zijn lichaam worden verankerd.
Zo ontstaat een subtiele spanning tussen binnen en buiten,
passend bij een bodhisattva die niet boven de wereld staat,
maar zich precies in de tussenruimte beweegt.

Kleurgebruik in context

Het kleurenspel in deze banier is geen moderne interpretatie
en ook geen toeval:
het sluit nauw aan bij de iconografie van Dunhuang‑
en Centraal‑Aziatische bodhisattva‑afbeeldingen uit de 8e–10e eeuw.
In deze traditie verwijst

  • blauwgroen naar de koelte en helderheid van mededogen,
  • rood naar levenskracht en aanwezigheid,
  • en goud naar een zachte, omkaderende sacraliteit.

Dat deze kleuren zowel in de aureool
als in de kleding van Padmapani terugkeren,
is typisch voor banierschilderingen:
de kwaliteiten die in de aureool worden gesuggereerd,
worden in het lichaam van de bodhisattva zelf belichaamd.
Ook het feit dat de blauwe lotus meerdere kleurbanen raakt,
past binnen deze beeldtaal:
het attribuut doorbreekt bewust de grens
tussen innerlijk licht en de wereld daarbuiten,
precies zoals Padmapani’s mededogen bedoeld is.

Houding

De bodhisattva staat met beide voeten naar voren gericht,
waarbij één voet licht is voorgeschoven.
Deze houding is niet de strikte samapada‑houding
die de Engelse zaaltekst suggereert,
maar een zachte, asymmetrische stand
die typisch is voor Dunhuang‑banieren.
De rechterarm hangt ontspannen neer;
de linkerarm ondersteunt de lotus op schouderhoogte.

Kroon en sieraden

De drievoudige kroon en de rijk uitgewerkte sieraden
zijn kenmerkend voor bodhisattva‑iconografie in Centraal‑Azië.
Ze duiden op zijn verheven staat, maar zijn niet exclusief voor Padmapani.

Verschil met Mañjuśrī

Hoewel Padmapani en Mañjuśrī in vorm en ornamentiek
overeenkomsten vertonen, vertegenwoordigen zij verschillende kwaliteiten.

Padmapani belichaamt
mededogen en herken je aan de blauwe lotus.

Mañjuśrī belichaamt
wijsheid en draagt doorgaans een vlammend zwaard en/of een boek.

Het onderscheid ligt dus niet in de kroon of sieraden,
maar in het attribuut en de innerlijke kwaliteit die wordt verbeeld.


Wat zien we:

Padmapani — een poëtische beschrijving

Hij staat niet om te imponeren,
maar om aanwezig te zijn
— een smalle, verticale adem van zijde,
een lichaam dat hangt tussen aarde en lucht.

Zijn voeten, niet streng in samapada,
maar zacht naar voren gericht,
alsof hij net een stap heeft overwogen
en toen besloot te blijven.

De driepuntige kroon is geen heerschappij,
maar een drievoudige aandacht:
naar de wereld,
naar het lijden,
naar de mogelijkheid van verlichting.

Zijn rechterarm rust als een vallende druppel,
zijn linkerarm tilt de blauwe lotus
alsof hij een mogelijkheid vasthoudt
die nog niet helemaal zichtbaar is.

DSC01344 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaPadmapaniDunhuang8th-10thCenturyCESilkPainting51x13CMAccNo-Ch-lvi-0010 BlueLotus

Die lotus is geen symbool van zuiverheid alleen,
maar een gebaar van beschikbaarheid:
een uitnodiging om te zien
dat mededogen niet luid is,
maar helder.

Padmapani staat hier niet als wonderdoener,
maar als getuige —
van de wereld zoals zij is,
van het inzicht dat doorbreekt,
van de mens die verandert.

Een banier die misschien niet verrast,
maar herinnert.
Een figuur die niet verandert,
maar zachtjes iets in jou verandert
door er gewoon te zijn.

DSC01344 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaPadmapaniDunhuang8th-10thCenturyCESilkPainting51x13CMAccNo-Ch-lvi-0010 Voeten

Afsluiting

Ik nam aan dat de zaaltekst in het Hindi was geschreven
en vervolgens in het Engels vertaald.
Maar de formulering in het Engels voelde stroef,
en sommige iconografische termen leken niet helemaal op hun plaats
— wat deed vermoeden dat er in de vertaling iets mis was gegaan.

Zo werd de houding van Padmapani benoemd als samapada
— een term die in het Hindi breder en minder strikt is,
maar die in het Engelstalige cultuurhistorische gebruik
vaak is verengd tot een volledig symmetrische stand.
Juist dat kleine betekenisverschil laat zien
hoe gemakkelijk interpretaties verschuiven
wanneer begrippen buiten hun oorspronkelijke taalgebied
worden overgenomen.

En het staat niet op zichzelf:
het zegt iets over het grotere probleem van hoe we
andere culturen bestuderen,
en hoe dominante vertalingen soms verwarring kunnen veroorzaken.

Het is een klein detail, maar precies daarom
struikelen we hier over voeten.
Niet omdat de voeten zo belangrijk zijn,
maar omdat een verkeerde term de hele houding van het beeld verschuift.
Een banier die zacht ademt wordt in de tekst ineens een icoon.
Een figuur die beschikbaar is,
wordt in de tekst een figuur die in een houding wordt vastgeprikt.
En dat doet geen recht aan Padmapani.

DSC01345IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaPadmapaniDunhuang8th-10thCenturyCESilkPainting51x13CMAccNo-Ch-lvi-0010Txt

Daarom een voorstel voor een heldere, eenvoudige zaaltekst
in het Engels — zonder iconografische ruis, zonder verkeerde aannames,
en met aandacht voor wat er werkelijk te zien is:

Proposed gallery label (English)

Padmapani (Avalokiteśvara)
India, 10th century
Painted banner on cloth

This depiction of Padmapani shows the bodhisattva in a relaxed, slightly forward‑moving stance, holding a blue lotus as a sign of compassion and attentive presence. The dark blue of the lotus sits partly in front of the halo, touching and contrasting with the light blue‑green inner band, the red outer band, and the two thin golden lines that frame them. His posture is not the strict samapada position often associated with standing figures, but a softer, asymmetrical pose that suggests availability rather than authority. The banner was used in a ritual context, not to impress, but to accompany practice with a quiet, steady presence.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXV

– over wijsheid, leegte en de stille aanwezigheid van Mañjuśrī –

DSC01342 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjusriDunhuang8th-10thCentury CESilkPainting55-2x14-6CMAccNr-Ch-lxiv-005

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva Manjusri, Dunhuang, 8th – 10th century CE, silk painting, 55,2 x 14,6 cm. Acc. Nr. Ch.lxiv.005. Het accession‑nummer is op mijn foto van het zaalbord helaas niet leesbaar door bewegingsonscherpte. Op basis van de seriële logica van de Stein‑collectie reconstrueer ik dit voorlopig als Ch.lxiv.005.


Deze banier kon ik niet op internet vinden.
Niet met meer algemene zoektermen of op het ACC. Nr.

In deze Dunhuang‑banier verschijnt Mañjuśrī in een zuivere,
solitaire vorm.
Hij staat op een gestileerd lotusplateau, een ritueel voetstuk
dat hem letterlijk en symbolisch draagt.
Zijn houding is samapāda: beide voeten stevig naast elkaar geplaatst,
gelijk belast, volledig gecentreerd.
De schilder heeft de voeten niet anatomisch verfijnd weergegeven
— de tenen zijn nauwelijks aangeduid —
maar juist daardoor valt hun onwrikbare stabiliteit op.
Het gaat hier niet om elegantie, maar om de rust en onverzettelijkheid
die de houding uitstraalt.

Achter zijn aureool rijst een parasolachtige vorm op,
een teken van eer en bescherming
dat in Centraal‑Aziatische schildertradities vaak
boven verheven figuren wordt geplaatst.
Zijn kroon bestaat uit drie punten, een herkenbaar Dunhuang‑motief
dat zijn vorstelijke wijsheid markeert.

DSC01342 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjusriDunhuang8th-10thCentury CESilkPainting55-2x14-6CMAccNr-Ch-lxiv-005

Het halssieraad is bijzonder opvallend:
een ritme van kralen in afwisselende kleuren, zorgvuldig geordend.
In andere regio’s draagt Mañjuśrī soms een leeuwenklauw‑halssieraad
(siṃha‑nakhāvalī), verwijzend naar zijn associatie met de leeuw.
In Dunhuang wordt dat motief niet letterlijk overgenomen,
maar gestileerd tot een kralenketting met een uitgesproken kleurpatroon.
Het fungeert hier als een subtiel maar duidelijk herkenningsteken
— een iconografisch signaal dat zijn identiteit bevestigt.

Aan zijn linkerzijde ontspringt een lotus
waarvan de steel langs zijn lichaam naar beneden loopt.
Op de geopende bloem rust de Prajñāpāramitā‑sūtra,
de tekst die de essentie van wijsheid belichaamt.
De schilder heeft het boek niet naturalistisch weergegeven,
maar als een compacte, bijna zwevende vorm:
een symbool van inzicht, niet een fysiek manuscript.

DSC01342 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjusriDunhuang8th-10thCentury CESilkPainting55-2x14-6CMAccNr-Ch-lxiv-005

Bija en de stengel van de lotusbloem. De stengel volgt prachtig de vorm en de richting van het lichaamen de kleding zonder uiteindelijk echt in de linkerhand te belanden.


In zijn rechterhand houdt Mañjuśrī het bīja, het zaad van dezelfde lotus.
Het is een ovaal, licht afgeplat element dat in Dunhuang‑schilderingen
de kiem van wijsheid aanduidt
— het potentieel dat zich ontvouwt tot inzicht.
In sommige sculpturale tradities verschijnt Mañjuśrī
met een kleine donor- of attendantfiguur aan zijn zijde,
maar in de Dunhuang‑schilderkunst is dat ongebruikelijk.
Deze banier volgt die conventie:
de bodhisattva staat volledig alleen, zodat alle aandacht uitgaat
naar zijn attributen en de rol die hij belichaamt
— de personificatie van wijsheid zelf.

Mañjuśrī als onderdeel van een trio

In veel Mahāyāna‑tradities verschijnt Mañjuśrī niet alleen,
maar als onderdeel van een drie-eenheid van kwaliteiten
die samen het pad naar verlichting verbeelden.
Deze triade bestaat uit:

  • Mañjuśrī – wijsheid (prajñā)
  • Avalokiteśvara – compassie (karuṇā)
  • Vajrapāṇi – kracht en bescherming (bala)

Samen vormen zij een soort geestelijke architectuur:
inzicht, mededogen en daadkracht als drie pijlers
van het boeddhistische pad.
In sommige regio’s worden ze als groep afgebeeld,
in andere tradities vooral conceptueel samen gedacht.
Dunhuang behoort tot die laatste categorie:
de drie verschijnen zelden samen in één beeld,
maar hun onderlinge verhouding was wel degelijk bekend.

Binnen dit trio neemt Mañjuśrī de rol van heldere,
onderscheidende wijsheid op zich
— het vermogen om te zien hoe dingen werkelijk zijn,
zonder projecties of vastklampen.
Waar Avalokiteśvara de wereld tegemoet treedt met mededogen,
en Vajrapāṇi met beschermende kracht,
vertegenwoordigt Mañjuśrī het heldere midden:
inzicht dat richting geeft aan handelen en mededogen.

Dat deze banier hem solitair toont, betekent dus niet
dat hij losstaat van die bredere context.
Integendeel: de afwezigheid van de andere twee
maakt zijn eigen kwaliteit des te zichtbaarder.
De lotus, het boek, de rustige samapāda-houding
— alles wijst op zijn rol binnen het grotere geheel van de Mahāyāna‑leer.

De Lotus en het Boek: over Mañjuśrī’s rol in de traditie van leegte

Mañjuśrī belichaamt in de Mahāyāna‑traditie wijsheid
— niet in de zin van geleerdheid of kennis,
maar als inzicht in de aard van de werkelijkheid.
In die traditie wordt vaak gesproken over leegte,
een woord dat gemakkelijk misleidt.
Het verwijst niet naar afwezigheid of nietsheid,
maar naar het idee dat verschijnselen geen vaste,
onveranderlijke kern hebben.
Alles ontstaat, verandert en verdwijnt
in afhankelijkheid van omstandigheden.

Dat inzicht is bevrijdend:
het maakt het mogelijk om minder te hechten
aan wat per definitie veranderlijk is,
en om met meer helderheid en soepelheid in de wereld te staan.
De Prajñāpāramitā‑sūtra’s
— waarvan Mañjuśrī hier een gestileerde versie op zijn lotus draagt —
verwoorden precies dit perspectief.
Ze vormen een van de oudste en invloedrijkste teksttradities
van het Mahāyāna‑boeddhisme,
ontstaan rond het begin van onze jaartelling
en verspreid via recitatie, vertaling en ritueel gebruik.

Voor monniken en geleerden waren deze teksten
een bron van studie;
voor leken waren ze vooral rituele objecten:

  • gereciteerd in vaste melodieën,
  • gekopieerd als verdienstelijke daad,
  • en herkend aan hun iconografische vorm.

De schilder van deze banier hoefde de tekst niet te kennen
om haar betekenis te dragen
— de lotus met sūtra was een visueel signaal
dat onmiddellijk verwees naar Mañjuśrī’s rol
als personificatie van wijsheid.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXIII

– over een hemels landschap dat zich laag voor laag ontvouwt –

DSC01337 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011

India, New Delhi, National Museum, Paradise of Amitabha, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting. Acc.No. Ch.lviii.0011.


Mijn observatie

Het schilderij is donker maar lijkt opgebouwd in vijf zones.
Van boven naar beneden:

Zone 1: zonder figuren, er staan gebouwen aan een plein
met daarop twee fonteinen (?) of symbolische waterornamenten.

DSC01337 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone1Detail

Zone 1: waterpartij.


Zone 2: met drie belangrijke figuren.
De middelste, en grootste zal wel Amitabha zijn.
De drie figuren zitten op lotustronen en er is bij alle drie een aureool te zien.
Achter hen een cirkelvormige troonwand.
Helemaal links, tussen de tronen en helemaal rechts zitten vier figuren.
Alle vier met aureool.

DSC01337 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone2DetailLinks

Zone 2, de meest linkse van de drie hrote figuren met helemaal links op deze afbeelding een veel kleinere figuur.


Zone 3: direct voor Amitabha, zitten figuren met aureolen aan 3 tafels,
een links, een rechts en een, meer naar achter, een tafel met offergaven (?)

DSC01337 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone3DetailLinks

Zone 3, de meest linkse tafel.


Zone 4: in het midden lijken musicerende figuren te zitten,
drie links, drie rechts en een in het midden.
Geen aureool.
Speelt de middelste figuur een harp? De konghou (Chinese harp)?

DSC01337 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone4Muziek

Zone 4 met de muzikanten.


Zone 5: op twee tronen met verhoogde platforms,
vergelijkbaar met keizerlijke zetels uit latere Chinese tradities,
die schuin staan opgesteld, zien we 2 belangrijke figuren
voor een amandelvormige troonwand zitten.
Geflankeerd, aan iedere kant, door een kleiner figuur. Allen met aureool.
De grote tronen hebben een klein trapje naar het hoogste plateau.
Tussen de tronen lijkt een Boeddhabeeld te staan
op een kleed versierd met zwanen (?)

DSC01337 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone5HogeTroon

Zone 5, de rechtse troon.

DSC01337 07 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone5BeeldOpKleed

Zone 5, Boeddha beeld op kleed met afbeelding van een zwaan.


Het hele schilderij is voorzien van een smalle rand met een florale decoratie.

DSC01338IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011Txt


Iconografische duiding (wat zien we volgens de literatuur)

Wanneer je deze schildering aandachtig bekijkt,
ontvouwt zich langzaam een wereld die sterk doet denken aan
Amitabha’s Westerse Paradijs, Sukhāvatī
— een hemels landschap dat in Dunhuang door de eeuwen heen
steeds opnieuw werd verbeeld.
Kunstenaars uit de 9e en 10e eeuw werkten binnen een traditie
die zo rijk en zo zorgvuldig doorgegeven werd,
dat je bijna van een visuele grammatica kunt spreken.
Ondanks variaties in stijl, kleur en detail
keren bepaalde structuren steeds terug,
alsof elke schilder opnieuw een eeuwenoud verhaal in lagen opbouwt.

Bovenaan begint het meestal:
hemelse architectuur, paviljoenen en terrassen die de sfeer
van een verheven rijk oproepen.
Soms zie je waterpartijen of vijvers die in de teksten worden beschreven
als “met zeven juwelen versierd”. Ze vormen de drempel naar het paradijs.

Daaronder verschijnt dan het hart van de voorstelling:
Amitabha, groter dan alle anderen,
gezeten op een lotustroon die zijn verheven staat markeert.
Hij wordt bijna altijd geflankeerd door zijn twee trouwe begeleiders
Avalokiteśvara (Guanyin) aan de ene zijde en Mahāsthāmaprāpta aan de andere.
Samen vormen zij een soort hemels drieluik, een rustpunt in de compositie.

Rondom hen bewegen zich bodhisattva’s en hemelse assistenten,
herkenbaar aan hun aureolen en hun gracieuze houdingen.
Vaak presenteren zij offergaven of rituele objecten op tafels
die in drievoud zijn opgesteld.
Die tafels, rijk gedecoreerd, benadrukken de overvloed en zuiverheid van Sukhāvatī.

Verder naar beneden wordt de sfeer speelser.
Daar verschijnen de hemelse musici — de apsara’s en gandharva’s —
die zonder aureool maar met een bijna gewichtloze elegantie
muziek maken.
Hun instrumenten, waaronder de karakteristieke konghou‑harp,
brengen het paradijs tot leven.
Je ziet bijna hoe de muziek door de lucht zweeft.

En dan, in de onderste zone, wordt het verhaal vaak losser.
Hier laten kunstenaars zich meer vrijheid.
Soms tonen ze predikende Boeddha’s,
soms zielen die opnieuw geboren worden in lotusknoppen,
soms rituele scènes of symbolische voorstellingen
die niet in één vaste categorie passen.
Deze zone is als een echo van het paradijs:
herkenbaar, maar altijd net iets anders ingevuld.

Tot slot wordt het geheel vaak omkaderd door een smalle florale rand,
een soort visuele ademhaling die de voorstelling afsluit en tegelijk beschermt.

Amitabha, Avalokiteśvara en Mahāsthāmaprāpta?

Amitabha wordt in deze traditie vrijwel altijd geflankeerd
door twee bodhisattva’s:
Avalokiteśvara, de belichaming van compassie,
en Mahāsthāmaprāpta, de personificatie van wijsheid en spirituele kracht.
Samen vormen zij het hemelse drieluik dat de weg naar Sukhāvatī begeleidt.

De plaats van de voorstelling binnen de theologie en de praktijk

Binnen de boeddhistische wereld van Dunhuang
had een voorstelling van Amitabha’s Westerse Paradijs
niet alleen een esthetische of devotionele waarde;
ze was ingebed in een veel bredere theologische en rituele logica.
In de leer van het Zuivere Land (Pure Land‑boeddhisme)
gold Sukhāvatī als een toevluchtsoord:
een paradijs waar zielen opnieuw geboren konden worden
om daar, onder ideale omstandigheden, het pad naar verlichting
voort te zetten.
Amitabha had in zijn geloften immers beloofd
dat iedereen die zijn naam met oprechte intentie reciteerde,
in zijn paradijs zou worden ontvangen.

In dat licht functioneerden schilderingen zoals deze
als visuele bruggen tussen de aardse wereld en dat hemelse rijk.
Ze boden gelovigen een concrete, herkenbare voorstelling van een plaats
die in de teksten vaak in overvloedige, bijna ongrijpbare termen
werd beschreven.
Door te kijken, te reciteren en te mediteren voor zo’n afbeelding
kon men zich als het ware in de richting van Sukhāvatī oriënteren.

In tempels en grotten werden deze schilderingen gebruikt
tijdens rituelen van devotie, recitatie van Amitabha’s naam,
en herdenkingsceremonies voor overledenen.
Ze fungeerden als focuspunt voor meditatie:
een plek waar de blik kon rusten terwijl de geest zich op het paradijs richtte.
Soms werden ze ook geschonken door families als verdienstelijke daad,
in de hoop dat de verdiensten zouden bijdragen
aan een gunstige wedergeboorte
— voor henzelf of voor een dierbare.

In de context van Dunhuang, waar de Zijderoute voortdurend reizigers,
monniken en ideeën samenbracht, waren zulke schilderingen
bovendien een didactisch middel.
Ze hielpen om de complexe theologie van het Zuivere Land
toegankelijk te maken voor een breed publiek.
De gelaagde zonestructuur
— van hemelse architectuur tot muziek,
van bodhisattva’s tot wedergeboorte —
fungeerde bijna als een visueel schema van de weg naar bevrijding.

Zo werd een schildering als deze niet alleen bewonderd,
maar gebruikt: als gids, als troost, als belofte.
Ze was een venster op een andere wereld,
maar ook een instrument om die wereld dichterbij te brengen.

De plaats van het Zuivere Land in Dunhuang en daarbuiten

Wanneer je door de grotten van Dunhuang wandelt
— of door hun schilderingen,
zoals deze zijde‑voorstelling van Amitabha’s paradijs —
merk je al snel dat het Zuivere‑Land‑boeddhisme
hier een bijzondere rol speelde.
Niet als enige stroming, maar wel als een van de meest zichtbare en geliefde.
Dunhuang was een kruispunt van karavanen, monniken en ideeën,
en juist in die mengeling vond de leer van Amitabha een vruchtbare bodem.
De belofte van Sukhāvatī, een paradijs waar iedereen
door oprechte devotie opnieuw geboren kon worden,
sprak tot de verbeelding
van gewone reizigers net zo goed als van geleerde monniken.

Toch was het Zuivere Land in Dunhuang nooit een alleenheerser.
De grotten tonen een rijk palet aan Mahāyāna‑tradities:
Maitreya die de toekomst belichaamt,
de Medicine Buddha die genezing brengt,
Avataṃsaka‑voorstellingen vol kosmische complexiteit,
en zelfs esoterische elementen die later zouden uitgroeien
tot Vajrayāna‑praktijken.
Maar tussen al die stemmen klinkt de lof van Amitabha het vaakst
en het duidelijkst.
Zijn paradijs werd een visueel ankerpunt,
een plek waar gelovigen hun hoop, hun verdriet
en hun verlangen naar bevrijding konden neerleggen.

Die prominente aanwezigheid in Dunhuang staat niet op zichzelf.
In China groeide het Zuivere Land vanaf de 6e eeuw uit
tot een van de meest toegankelijke en geliefde vormen van boeddhisme.
De eenvoud van de praktijk — het reciteren van Amitabha’s naam —
maakte de weg naar verlichting minder afhankelijk van scholing
of meditatie‑discipline.
In de eeuwen daarna verspreidde deze devotie zich verder naar Korea,
waar zij zich soepel verweefde met de Seon‑traditie,
en naar Japan, waar zij uiteindelijk haar meest uitgesproken vorm vond.
Daar ontstonden zelfstandige Pure Land‑scholen
zoals Jōdo‑shū en Jōdo Shinshū,
waarvan de laatste vandaag de dag
zelfs de grootste boeddhistische stroming van het land is.

Opmerkelijk genoeg ligt de oorsprong van dit alles in India,
waar de ideeën over Sukhāvatī weliswaar in Mahāyāna‑sutra’s
werden verwoord, maar nooit de dominante positie kregen
die ze later in Oost‑Azië zouden innemen.
In India bleef Amitabha één stem in een veelstemmig koor;
pas langs de Zijderoute, in plaatsen als Dunhuang,
werd zijn paradijs een levende, gedeelde verbeelding.

Zo staat deze schildering niet alleen in een artistieke traditie,
maar ook in een theologische beweging
die zich over een heel continent heeft uitgespreid.
Ze is een echo van India, een bloei in China,
een vertrouwde melodie in Korea,
en een diepgewortelde overtuiging in Japan.

En in Dunhuang — precies daar waar culturen elkaar ontmoetten —
werd het Zuivere Land
een van de meest herkenbare en geliefde vormen van boeddhistische devotie.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXI

– waar compassie door de slijtage heen ademt –

DSC01333 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting. Acc.No. CH.00460.

DSC01334IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Txt

Portayed here is a six-armed Avalokiteshvara seated in Padmasana on a lotus pedestal. His upper hands hold the sun and moon discs. He is surrounded by bodhisattvas and other divinities.


Mijn observatie:

Nogmaals Avalokiteshvara
Dezelfde maar heel anders:
Zes armen, en in de bovenste handen
de sun disc (sūrya-maṇḍala) en moon disc (candra-maṇḍala).
Het is niet eenvoudig om alle armen te vinden.
Maar na lang kijken meen ik er toch zes te zien
— vier met open handpalmen.

DSC01333 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 SunDisc

Vermoedelijke is dit de sun disc in de bovenste rechterhand.

DSC01333 03B IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 SunDisc

Die gele schijf met daarin een vorm die iets weg heeft van een takje. Maar waarschijnlijk is dat geen afbeelding maar schade als gevolg van de slijtage.

DSC01333 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 MoonDisc

Dan vermoed ik dat je hier een oranje/rode moon disc ziet. Ook hier is een vorm te zien in de schijf die ik niet kan thuisbrengen. Suggesties zijn welkom.

DSC01333 04B IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 MoonDisc


Het object bestaat uit twee grote stukken.
In de rechterhelft — midden voor Avalokiteśvara —
een rechthoekige vorm, vermoedelijk met twee handen,
bijna losgeraakt van het geheel.
Waarschijnlijk zijn er oorspronkelijk twee stukken zijde gebruikt?

De Avalokiteshvara heeft een ronde aureool.
Die ligt tegen een grotere sierrand —
een mandorla (de amandelvormige omlijsting rond heilige figuren)
of misschien een troonpaneel.

DSC01333 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Avalokiteshvara

Goed te zien zijn kleurige linten
die zwierig Avalokiteshvara omringen:
oranje/rood bij het hoofd,
groen/blauw rond de armen.

Is het een man? Is het een vrouw?
Bij Avalokiteshvara komen beide genders voor.

Avalokiteśvara zit in Padmāsana —
een gestileerde lotusbloem,
al zie je daar niet veel van.
Misschien die oranje/rode bladvormen op de grond?
Links in het zijdefragment. Rechts ook.

Links en rechts: bodhisattva’s.
Het hoofd van de linker is nog goed te herkennen.
De rechter?
Daar heeft de tijd minder compassie mee gehad.

DSC01333 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Bodhisattva

De bodhisattva voor de toeschouwer aan de linkerkant.

DSC01333 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Bodhisattva

Deze zie je aan de rechterkant.


Wat is Padmāsana?

Padmāsana is de klassieke lotushouding uit yoga en meditatie:

  • Je zit met gekruiste benen.
  • Elke voet rust op de tegenoverliggende dij.
  • De wervelkolom is recht, de handen rusten vaak in een meditatiemudra.
  • De houding symboliseert zuiverheid, stabiliteit, concentratie en verlichting.

Wat is een lotus pedestal (lotustroon)?

Een lotus pedestal is een gestileerde lotusbloem
die in kunst dient als voetstuk voor godheden, boeddha’s en heiligen.

  • Het stelt de geopende bloem van de Nelumbo nucifera (lotus) voor.
  • De lotus staat symbool voor zuiverheid, omdat zij uit modderig water oprijst zonder bezoedeld te raken.
  • In Sanskriet wordt dit voetstuk ook padmāsana of padmapīṭha genoemd.

25/01/2025 toegevoegd

Zon en maan: mogelijke iconografische parallel

Opmerkelijk is de aanwezigheid van een gele zonneschijf
en een rode maanschijf in de bovenste handen van de bodhisattva.
Bij eerste beschouwing leken de vage vormen binnen deze schijven
het gevolg van slijtage, maar recent onderzoek
naar een papieren schildering uit Dunhuang (9e–10e eeuw)
met een vergelijkbare voorstelling
suggereert dat hier mogelijk eveneens sprake is
van intentionele iconografie.
In dat werk zijn de zon en maan voorzien van
respectievelijk een plant en een dier,
wat een nieuwe interpretatie van dit zijden schilderij opent.
Een nadere bespreking volgt elders.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XX

– vanuit de compassie begint het verdere ontvouwen –

Zaalnotitie I — Aankomst bij de zijde

Een zaal. Stilte. Weinig licht.
Zijdeschilderingen achter glas, kwetsbaar en soms lichtschuw.
Mijn camera zoekt hoeken zonder reflectie, zonder schaduw.
Soms lukt het. Soms niet.
De stof ademt nog.

Aan de wand: een introductie.
Central Asian Antiquities.
In dit blogbericht nog geen uitleg op alles,
maar een uitnodiging tot veel.

DSC01329IndiaNewDelhiNationalMuseumCentralAsianAntiquitiesTxt

Central Asian Antiquities

Paintings, stuccos, scripts and other objects.

Located at a continental crossroads, Central Asia is a region of cultural connections. The Buddhist shrines, grottos and cave temples of Central Asia are embellished with stuccos and mural paintings depicting scenes from the life of Buddha, Bodhisattva figures, Jakatas and Avadanas, testifying to the Indian elements and their impact on the Central Asian culture.

National Museum, New Delhi has a collection of over twelve thousand Central Asian objects explored and rediscovered by Sir Marc Aurel Stein, the Hungarian-born British archaeologist during early twentieth century. These antiquities, dating roughly from 3rd century BCE to 12th century CE, provide great opportunities to understand the nature and growth of the Central Asian Buddhist Arts and influence of neighbouring countries especially India.

These antiquities include large Bezeklik wall-paintings, silk paintings and banners from library cave of Dunhuang and a large number of burial objects and textiles from the Astana graves. These also include stuccos statues; wood-carvings and wooden objects of daily usage, Kharosthi scripts; manuscripts and many others from prominent sites of Khotan, Yotkan, Niya, Miran (Sorchuk), Lou-lan, Balawaste, Kara-Khota, Kara Khoja, Khadalik, Kara-sai, Chiao-wan-cheng etc suggesting clear evidence of direct cultural links to the Indian subcontinent.

This hall showcases selected Aurel Stein collections from various Central Asian sites, prominent among them are the Buddha with six disciples, Lady horse rider, Griffin, two humped camel, Budhha head, paper shoes, beads on a string, pottery, terracotta figurines and funerary banner Fuxi-Nuwa.

Een continentale kruising, zeggen ze.
Stucco’s, Jakata’s, Avadana’s. Grotten, banieren, script.
De echo van India in Centraal-Azië.
En daarachter:
Aurel Stein. Hongaar, Brit, ontdekkingsreiziger.

Meer dan twaalfduizend voorwerpen, zeggen ze.
Maar wat betekent dat — twaalfduizend?
Ik begin er met één.

DSC01330 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030 Detail

India, New Delhi, National Museum, Standing Avalokiteshvara, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting. Acc.No. Ch.xxii.0030.


Zaalnotitie II — Avalokiteshvara staat

Hij staat echt. Van voet tot kruin.
Geen zweven, geen fragment.
Een volledige gestalte, onder een afdak dat geen parasol is.
Het doek toont hem niet als icoon, maar als aanwezigheid
— belichaamd, beschermd, geplaatst.

Zijn gezicht draait drie–vierde naar links.
Maar het is geen technische draaiing. Het is een gebaar.
Alsof hij luistert naar iets buiten beeld.
De kroon is gepolijst en draagt Amitabha
— klein, ingetogen, een innerlijke signatuur.
De sieraden zijn fijn, ritmisch verdeeld over borst en armen,
maar ze schreeuwen niet. Ze ademen.

Links van hem: bloemen.
Aan het uiteinde van een lange stengel, zelfs links van zijn gezicht.
Geen centrale lotus.
Misschien pioen, misschien iets lokaals.
Ornamentaal, deel van de atmosfeer.

Rechts aan de rand: een verticale tekst.

Disclaimer: de tekst laat zich moeilijk helemaal lezen.
De interpretatie is van Copilot.

高子正 書 敬奉春
Gao Zizheng schreef dit, eerbiedig opgedragen aan de lente.

Een naam, een hand, een seizoen.

Dit is het eerste werk. De eerste aanwezigheid.
Hij staat niet hier. Hij staat in.

Zijn houding roept een vraag op: wat betekent compassie in deze traditie?

Compassie in de Mahayana‑traditie

De boeddhistische Mahayana‑traditie heeft zich
vanaf de eerste eeuwen van onze jaartelling verspreid
vanuit India langs de handelsroutes,
en werd tegen de 9e eeuw de dominante invloed
— een positie die zij vandaag nog steeds inneemt.

Zodanig, dat je kunt zeggen dat het de grootste tak van het boeddhisme is.
Aanwezig in China, Japan, Korea, Vietnam, Taiwan, Singapore
en grote delen van de Himalaya‑regio.
Daarbij vormt compassie — belichaamd door Avalokiteshvara/Guanyin —
een kernbegrip, een dagelijkse praktijk, een ethisch ideaal.

In het Mahayana‑boeddhisme is compassie (karuṇā)
geen emotie maar een kracht.
Geen medelijden, geen zachtheid, geen sentiment.
Compassie is een actie:
het is de keuze om te handelen waar lijden zichtbaar wordt.

1. Compassie als kosmische beweging

Samen met wijsheid (prajñā) vormt compassie
een van de twee grote Mahayana‑krachten.
Wijsheid ziet de leegte van alle dingen.
Compassie beweegt zich naar de wereld, ondanks die leegte.

2. Compassie als luisteren

Avalokiteshvara belichaamt dit luisteren.
Zijn naam betekent: “Hij die de geluiden van de wereld hoort.”
Daarom het driekwart profiel.
Daarom de zachte houding.
Compassie begint met aandacht.

3. Compassie als keuze om te blijven

Een bodhisattva is iemand die verlichting had kunnen bereiken,
maar ervoor kiest om niet te verdwijnen.
Hij blijft waar lijden is.

4. Compassie in de Dunhuang‑schildering

Het verschijnt als:

  • luisteren (het hoofd)
  • aanwezigheid (de houding)
  • bescherming (het afdak)
  • verbondenheid (bloemen, inscriptie)
  • herkomst (Amitabha in de kroon)

Een stille, aandachtige vorm van nabijheid.

Om deze compassie kunsthistorisch te begrijpen,
helpt het om te zien hoe de overdracht van deze kracht
naar Avalokiteshvara zichtbaar wordt in de iconografische traditie.

DSC01330 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030 Detail

Mini‑genealogie van compassie

De stroom van compassie in de Mahayana‑traditie
loopt van bron naar gestalte naar wereld:
AmitabhaAvalokiteshvarade wereld

1. Amitabha — de bron

De Boeddha van Oneindig Licht.
Tijdloos, transcendent.
Hij belichaamt het oer‑mededogen dat het universum doordringt.

2. Avalokiteshvara — de emanatie

Emanatie betekent hier: een verschijningsvorm
van een boeddhistische kracht of kwaliteit,
geen geboorte of incarnatie.
Avalokiteshvara verschijnt als de zichtbare uitdrukking
van Amitabha’s compassie, niet als zijn lichamelijke afstammeling.

Uit Amitabha’s licht ontstaat Avalokiteshvara.
Niet als zoon, niet als leerling, maar als manifestatie van compassie.
Daarom draagt hij Amitabha in zijn kroon: een teken van herkomst.

3. De wereld — de ontvanger

Avalokiteshvara verschijnt in vele vormen, telkens als antwoord op lijden.
De staande vorm — zoals in de Dunhuang‑schildering in dit bericht —
is de meest nabije: niet ingrijpend, maar aanwezig.

En vanuit die aanwezigheid gaat de beweging verder.
De compassie die van Amitabha naar Avalokiteshvara stroomt,
wordt doorgegeven aan degene die kijkt, die oefent, die zoekt.
Niet als gebod, maar als mogelijkheid:
een houding die kan worden overgenomen, geoefend, belichaamd.

Zo wordt de wereld niet alleen ontvanger, maar ook drager.

Aan het begin van deze afstamming staat Amitabha zelf.

DSC01331IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030 Txt

Standing here is the figure of Avalokiteshvara with three-quarter face turned towards the left. The Avalokiteshvara is decorated with beautiful jewellery and polished crown. In accordance with iconography, Amitabha Buddha takes his position in Avalokiteshvara’s tiara.

Amitabha Buddha

Amitabha (Amitābha, “Oneindig Licht”) is een transcendente Boeddha,
geen historische leraar.
Hij manifesteert helderheid, mededogen
— de bron waaruit Avalokiteshvara voortkomt.

1. Wat Amitabha is

Een tijdloze, kosmische Boeddha en de spirituele bron van Avalokiteshvara.
De personificatie van licht en compassie.

2. Waarom hij in de kroon staat

Zijn aanwezigheid in de tiara is de iconografische sleutel:
Deze bodhisattva komt voort uit het licht van Amitabha.

In de Dunhuang-schildering is hij klein, ingetogen, bijna verborgen —
precies zoals Dunhuang hem graag afbeeldt:
niet als pronkstuk, maar als innerlijke oorsprong.

DSC01332IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030

Afsluiting

Er is al veel gezegd, en toch blijft er nog zoveel te openen.
In volgende berichten volgen nog:
– De bibliotheekgrot van Dunhuang
– De techniek van zijdeschildering
– De kaart met Khotan, Niya, Miran, Lou‑lan
– De termen: Bodhisattva, Jakata, Avadana
– De Great Game en andere reizigers
– En twintig voorwerpen, misschien meer

Maar dat komt later.
Nu eerst: deze zaal. Deze stilte. Deze aankomst.
Van hieruit ontvouwt zich de rest.

Waar de Lotus Twee Gezichten Draagt

– Padmapani en Lokeshvara als één stroom van compassie –

Gisteren kwamen de drie groepen godheden ter sprake
die zich vooral in de Himalaya ontwikkelden.
Toen had ik nog geen concreet voorbeeld.
Vandaag staat het hier voor me.
In tweevoud.

DSC05433 01ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing

Zürich, Museum Rietberg, Bodhisattva Padmapani, Indien, Himachal Pradesh, District Lahul und Spiti, 10th – 11th century CE, messing.


Padmapani is gemaakt van messing.
Tot nu toe zagen we steeds beelden van brons.
Zowel messing als brons zijn koperlegeringen.
Het verschil is dat bij messing zink gebruikt wordt
om de legering te maken, en bij brons is dat tin.
Brons is doorgaans harder waardoor details scherper kunnen worden uitgewerkt.

Een naam als ‘Padmapani’ doet me denken aan de namen
die gebruikt worden voor planeten of personen in Star Wars.
Waar zou George Lucas zijn inspiratie vandaan hebben?

De Bodhisattva zit is iets dat lijkt op een prieel.
Zijn het abstracte wolkenvormen die de bekroning van het prieel vormen?
Sierlijk wordt het prieel verbonden met de stralenkrans.
Het gietwerk oogt minder verfijnd dan bij andere voorbeelden.
Slijtage, corrosie en tijd kunnen hier
een grotere rol hebben gespeeld dan de hand van de maker.

De Bodhisattva draagt een kroon met een vermoedelijk Boeddha-beeldje.
Sierraden hangen van het hoofddeksel op de schouders en vallen samen
met de sierraden in de oren.
De ogen zijn gesloten of slechts licht geopend, zonder nadruk op detail —
waardoor de blik ingetogen en meditatief wordt.

DSC05433 02ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing

Het linkerbeen is gebogen en enkel en voet liggen op
de lotusverhoog waarop de Bodhisattva zit.
Het rechterbeen steunt op de grond.
Daarbij wijst de voet naar links.

Er loopt een koord over het torso over de linkerschouder.
Het hangt aan de linkerzijde naar beneden om vervolgens
rechts om het middel naar achter te lopen.

Er loopt een bredere band om de schouders,
aan de voorkant langs de bovenarmen,
om vervolgens tussen de benen samen te komen.
Als een lange smalle stola.

De Bodhisattva draagt een lendendoek, het bovenlichaam is naakt.
Om de hals draagt hij een grote ketting met hanger.

De rechterarm is gebogen waarbij pols en hand bijna de schouder aanraken.
De linkerarm ligt ontspannen op het linker bovenbeen.
De linkerhand houdt een lotus vast.
De bloem is zichtbaar voor de stralenkrans en naast het gezicht.

Het geheel staat op een platform,
waarop zowel het prieel als Padmapani rusten.
Rechts onderaan het platform staat een figuur met gevouwen handen.
Een donor? Een volgeling?
Het kapsel lijkt boeddhistisch en de figuur lijkt een gewaad te dragen.

DSC05433 03ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing

De grote vraag is waarvoor staat het in de hand houden van de lotus?

De lotus in de hand van Padmapani staat voor:

zuiverheid — het vermogen om in de wereld te zijn zonder door haar bezoedeld te raken;

compassie — de bloem is een van Avalokiteshvara’s kernattributen;

ontvouwing — de lotus opent zich zoals inzicht zich opent;

bodhisattvaschap — de lotus is hét symbool van de weg naar verlichting.

In de Himalaya‑regio van Lahul en Spiti, waar dit beeld vandaan komt, is de lotus bovendien een karakteristiek attribuut van bodhisattva‑voorstellingen: een teken van hun rol als gidsen tussen de aardse wereld en het pad naar inzicht.

Bij Padmapani is de lotus niet zomaar decoratief:
het is het teken dat hij de wereld benadert met mededogen
en dat hij de kracht heeft om wezens uit het lijden te tillen.

Het beeld behoort tot de Sammlung Berti Aschmann,
een privécollectie waarin boeddhistische kunst
uit uiteenlopende regio’s samenkomt.
We zagen haar naam al eerder bij Die heimliche Flucht das Prinzen Siddharta,
Pakistan, Gandhara-gebiet, 3rd or 4th century, schiefer.
Toen hebben we al stilgestaan bij het ontbreken van informatie
rond haar achtergrond.

DSC05434ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessingTxtDSC05437ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing


Toen ik in Museum Rietberg rondliep en Padmapani fotografeerde
herinnerde ik me een beeld dat ik overgeslagen had
Bodhisattva Lokeshvara
maar dat wel een vergelijkbaar thema lijkt uit te beelden.
Dus daar wil ik nu even bij stilstaan.

DSC05438ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt

Zürich, Museum Rietberg, Bodhisattva Lokeshvara als Herr der Welt, Indien, Bihar, Teladha Vihara, 9th century CE, basalt.


Bodhisattva Lokeshvara is gemaakt in basalt.
een heel ander materiaal dan de messing.
Dit beeld komt ook uit een heel andere regio:
niet uit de Himalaya maar uit Bihar,
uit een klooster in de buurt van Nalanda.

Er staan vier figuren op dit beeld.
Het centrale en grootste figuur is Bodhisattva Lokeshvara.
In zijn linkerhand zie je meteen de stengel van de lotus
waarvan de bloem naast het gezicht zichtbaar is.
Heel vergelijkbaar met Padmapani.

De bloem verbergt een knop van de lotus.
Links achter het hoofd van Lokeshvara wordt nog een lotus zichtbaar.
Er staan er vele op dit beeld, als knop, als bloem en als symbool.

DSC05439ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt DetailMetLotus

Kijken we eerst even naar Lokeshvara.

Rond het hoofd een gestyleerde stralenkrans die op de muur
achter het beeld lijkt samen te vloeien met decoratieve banden.
Die banden hebben een florale decoratie.

Binnen de krans staan tekens.
Dat lijkt me tekst te zijn.

De Bodhisattva draagt een kroon met voorop een Boeddha.
De kroon is voorzien van linten die met decoraties
tot op de schouders vallen.
De oorsierraden vallen er mee samen.
Een halsketting, een band over het torso.
Geen smalle lendendoek maar textiel tot net boven de knie
met in banen stermotieven of zijn het bloemen?

De rechterarm met een open hand naast het lichaam.
De hand met de palm naar de bezoeker,
toont een cirkel met een symbool van de lotusbloem?
Sierraden aan de bovenarmen en polsen.

Het rechterbeen met de voet naar rechts.
Dat is het standbeen.
Het linkerbeen ontspannen, de heup kantelt.
Enkelsierraden.
Een sjerp over de bovenbenen.

Lokeshvara staat op een lotusplatform.

De figuur links naast het hoofd lijkt een Boeddha te zijn
maar is beschadigd.

Dit is vrijwel zeker Amitabha, de hemelse Boeddha van wie Avalokiteshvara emanatie is.
In Pala‑kunst staat Amitabha vaak boven of naast de bodhisattva.

DSC05440ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt FiguurLinks

De figuur linksonder, klein, lijkt een monnik, misschien een donor.
Hij houdt drie lotusknoppen in de hand.

De drie lotusknoppen verwijzen naar:
of de drie juwelen (Boeddha, Dharma, Sangha)
of de drie stadia van ontplooiing (knop, halfopen, open)

Het is een devotionele toevoeging, typisch voor Nalanda‑beelden.

De figuur rechtsonder lijkt met één voet
op het blad van een bijl te staan.
De bijl rust tegen de binnenkant van het linkerbeen
en de linkerarm rust op het heft.
De linkerarm en hand zijn opgeheven naast het gezicht.
De hand lijkt naar Lokeshvara te wijzen.
Wie is deze figuur?

De figuur is waarschijnlijk Vajrapani.
Waarom staat hij hier?

Omdat Lokeshvara in Nalanda‑kunst vaak wordt geflankeerd door twee beschermers:
Amitabha (spirituele oorsprong)
Vajrapani (wereldlijke kracht)

Vajrapani is de beschermer van de Dharma, degene die de wereldlijke obstakels wegslaat.

Het beeld is een geschenk van Eduard von der Heydt.
Al eerder beschreef ik zijn leven en verzamelactiviteiten.

De grote vraag hier is waarom is dit een beeld van
Bodhisattva Lokeshvara en niet van Padmapani?

DSC05441ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt LinksAchterHoofdLotus


Padmapani en Lokeshvara lijken bijna dezelfde figuur. En dat is geen vergissing — ze zijn in wezen twee manifestaties van dezelfde bodhisattva: Avalokiteshvara.
Maar binnen de kunstgeschiedenis zijn er heel specifieke, subtiele maar beslissende iconografische verschillen:

Padmapani = “Hij die de lotus in de hand houdt”

Padmapani is Avalokiteshvara in zijn meest herkenbare, zachte, compassievolle vorm, meestal:

  • zittend
  • met één lotus
  • in een ontspannen houding
  • met weinig begeleidende figuren
  • vaak in Himalaya‑stijl zoals hier.

Het is een devotionele, intieme vorm van Avalokiteshvara.

Lokeshvara = “Heer van de Wereld”

Dit is Avalokiteshvara in zijn kosmische, beschermende, wereldomvattende vorm:

    • staande houding
    • kosmische entourage
      (Lokeshvara wordt vaak omringd door een Boeddha (Amitabha), een beschermer (Vajrapani of Hayagriva) en een donor of monnik)
    • meerdere lotussen
    • monumentale compositie
    • regionale stijlverschillen

Padmapani (Himachal Pradesh, Lahul & Spiti): Himalaya‑mengstijl, messing, zachte contouren, prieelvorm.

Lokeshvara (Bihar, Nalanda): Pala‑stijl, basalt, strakke symmetrie, rijke entourage.

Iconografisch zijn ze bijna hetzelfde.
Je kunt het zo zien:

Padmapani = Avalokiteshvara als persoonlijke gids

Lokeshvara = Avalokiteshvara als kosmische heerser

Het verschil zit dus niet in wie hij is, maar in hoe hij verschijnt.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVI Indra

– Indiase hemelpolitiek, ingebed tussen Nepalese esoterie: Indra in brons –

DSC01306IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhistDeitiesTxt

Hieronder neem ik de tekst integraal over van de foto:

Soon after the early phase of Buddhism, emerged a new form of Buddhism, which involved an expanding pantheon and elaborate rituals. In Nepal and Tibet, where exquisite metal images and paintings were produced, an entire set of new divinities were created and portrayed in both sculpture and painted scrolls. Ferocious deities were introduced in the role of protectors of Buddhism and its believers. Images of esoteric nature depicting Gods and Goddess in embrace were produced to demonstrate the metaphysical concept that salvation resulted from the union of wisdom (female) and compassion (male). Buddhism had travelled a long way from its simple beginnings.

The common Buddhist deities are explained below.

Bodhisattva is the one who seeks awakening (bodhi), hence he is an individual on the path to becoming a Buddha. Bodhisattvas include Maitreya, who will succeed Sakyamani as the next Buddha, and Avalokitesvara who is considered the embodiment of compassion.

Dhyani-Buddhas are a group of five self-born celestial Buddhas who have always existed from the beginning of time. The five are usually identified as Vairochana, Akshobhya, Retnasambhava, Amitabha and Amoghasiddhi.

Tara is the Goddess who epitomizes the amalgamation of the older mother-goddess cult and Buddhism. Her concept evolved in India and by the Gupta period she had become the most important Goddess in Buddhism. Tara is understood primarily as a savior and is, therefore, the female counterpart of the Boddhisattva Avalokitesvara with whom she is often portrayed.

Zonder een letterlijke vertaling op te nemen
wil ik samenvatten wat de tekst ons vertelt:

Bij de komst van het Boeddhisme in Nepal en Tibet
maakt de godsdienst -en dus de kunst- veranderingen door:

Uitbreiding van het pantheon
De stap van een relatief sobere vroege traditie
naar een rijk universum van bodhisattva’s, beschermers,
tantrische godheden en lokale integraties.

Regionale productiecentra
Nepal en Tibet worden genoemd als plaatsen
waar verfijnde metalen beelden en schilderingen (thangka’s) ontstonden
— een subtiele verwijzing naar de Newar-beeldtraditie en
de Tibetaans-esoterische iconografie.

De Newar‑beeldtraditie is de eeuwenoude sculptuur‑ en metaaltraditie van de Newar‑gemeenschap uit de Kathmandu‑vallei in Nepal.
Het is een van de meest verfijnde en invloedrijke beeldtradities van de hele Himalaya.

Beschermgoden (dharmapāla’s)
De “ferocious deities” zijn de woeste beschermers.

Iconografie
De passage over god en godin in omhelzing verwijst
naar de tantrische voorstelling van wijsheid
(prajñā, vrouwelijk) en compassie of methode (upāya, mannelijk).

Onderdeel van ontwikkeling
De zin “Buddhism had travelled a long way from its simple beginnings”
klinkt eenvoudig maar omvat complexe ontwikkelingen.

Dan geeft de tekst bij drie groepen goden een toelichting:
1. Bodhisattva’s
De meest toegankelijke categorie met herkenbare,
vaak serene figuren, met duidelijk uit te leggen rollen.
2. Dhyāni‑Buddha’s (Vijf Tathāgata’s)
Dit introduceert de bezoeker in de mandala‑logica
zonder het woord “mandala” te gebruiken.
3. Tārā
Tārā wordt hier gebruikt als voorbeeld van
hoe de boeddhistische godenwereld
zich vervrouwelijkte en verruimde,
en hoe tantrische iconografie
wortelt in oudere cultische lagen.

Het zou logisch zijn als het beeld dat ik laat zien in dit bericht
uit één van deze drie groepen zou komen.
Maar ik maakte een andere foto.
Wel van een beeld uit Nepal.
Laat je verrassen!

DSC01307IndiaNewDelhiNationalMuseumIndra15thCentCENepalBronzeH26-3CmW24-2CmD12CMAccNo76-130

India, New Delhi, National Museum, Indra, 15th century CE, Nepal, bronze, hoogte 26,3 cm, breedte 24,2 cm en diepte 12 cm. Acc.No. 76.130.


DSC01308IndiaNewDelhiNationalMuseumIndra15thCentCENepalBronzeH26-3CmW24-2CmD12CMAccNo76-130 Txt

In Buddhist mythology, Indra is an important figure in the episode of Buddha’s birth. He is credited with medicinal powers and even as the remover of barrenness in women. He is celebrated as an independent deity in Nepal.

DSC01309IndiaNewDelhiNationalMuseumIndra15thCentCENepalBronzeH26-3CmW24-2CmD12CMAccNo76-130 Achterzijde

Indra, hemelse koning en getuige van Buddha’s geboorte.
In Nepal gevierd als zelfstandige god,
brenger van genezing en vruchtbaarheid.

Geen tantrische godheid uit het esoterische pantheon,
maar een oudere stem die in de boeddhistische kosmos bleef klinken.


Ook deze keer heb ik het beeld beschreven zoals ik het zie.
Copilot heeft achteraf toevoegingen gemaakt die ik heb opgenomen
en die ik in de tekst er uit laat springen.

Kijk je mee?

Indra zit in een soort van kleermakerszit.
Zijn linkerhand steunt op de ondergrond.
Dezelfde ondergrond waar het hele beeld op zit.
Door het steunen op de linkerarm komt het
rechterbeen een beetje van de ondergrond.
Daardoor helt zijn torso naar links.

Dit is een lalitāsana‑variant: de “koninklijke rusthouding”.

Het rechterbeen is gebogen en ligt met de enkel
op het linker bovenbeen.
De zool van de voet naar boven gericht.
Het linkerbeen is gebogen en de voet ligt onder
het rechterbovenbeen.
De linkervoet ligt met de zool naar achter.

Een houding die meer gaat over gratie en wereldlijke macht
dan over meditatie.

Beide benen dragen rijk gedecoreerde enkelsieraden.

Zijn rechterarm ligt ontspannen, licht gebogen,
op de rechterknie.
De rechterhand met de palm naar beneden gericht.
Is dat een grijphouding of is dat gewoon ontspannen elegant?

Hier is het vooral elegante ontspanning.
“Ik ben aanwezig, niet handelend.”

Aan beide polsen sierraden.
Aan beide bovenarmen rijk gedecoreerde sierraden.
De decoratie is met krullen, knoppen en bladvormen.
Aan de decoratieve band aan het linker bovenarm lijkt
een extra sieraad te zijn toegevoegd.

De band is de yajnopavita.
De versieringen zijn voorbeelden van de Newar‑esthetiek.

Indra draagt een lendendoek.
Zijn torso is verder naakt.
Over het torso draagt hij links een smalle band met
een decoratief element op de borst.

Om de hals draagt hij een groot halssieraad.
Veel knopvormige elementen.

In de oren draagt hij grote, brede ringen.
De decoratie past bij het halssieraad.
De oorringen liggen op het halssieraad
en lijken aan de onderkant voorzien te zijn
van een aantal elementen die tot op de schouders liggen.
Deze elementen lijken gedraaide ronde vormen.

De patina van het metaal maakt delen van het beeld
donker van kleur terwijl andere delen nog koperkleurig zijn.

Op de plaatsen waar mensen in de loop van de tijd
het beeld aangeraakt hebben
tijdens rituelen of bij aanbidding,
is het beeld vandaag koperkleurig.

Heeft het gezicht drie ogen?

Nee, in Nepal meestal twee.

De wenkbrauwen lijken op het gezicht te liggen en
door te lopen van links naar rechts.
De ogen lijken naar beneden gericht.
Neus en mond zijn niet opvallend.

Het hoofd helt een beetje naar rechts.

Op het hoofd draagt Indra een kroon.
De decoratie sluit aan op de overige sierraden.
Achter het hoofd zie je ‘uitsteeksels’,
die lijken op opgebonden linten.
Ze worden door sierraden bij elkaar gehouden.

Het beeld staat in een vitrine die je in staat stelt
alle kanten goed te zien.
De achterkant is bijzonder interessant omdat je daar ziet
hoe de kroon in werkelijkheid op een hoofd met
golvend haar en een verhoging op het hoofd
(uṣṇīṣa‑achtige verhoging), is vastgemaakt.

Vanaf de voorkant gezien, suggereert de kroon een rond voorwerp
te zijn maar in werkelijkheid is het halfrond.
Vanaf de achterkant zie je dat de kroon volledig naar
de voorkant gericht is en hol is.
Je ziet de bevestigingsband om het hoofd.

Het halssieraad is achter om de hals eenvoudig.

De band om het torso loopt aan de achterzijde diagonaal.

Is dat een ring aan zijn linker wijsvinger?


Hoe zit dat met het verhaal van de geboorte van Boeddha
en de rol van Indra?

Het verhaal kent een aandtal stappen
1. Maya’s droom
Koningin Māyā droomt dat een witte olifant haar rechterzij binnengaat.
Dit wordt gezien als de aankondiging van een uitzonderlijk wezen.
2. De geboorte in Lumbinī
Tijdens een reis stopt Māyā in een tuin.
Ze houdt een tak van een boom vast — een iconografisch motief dat je overal terugziet.
3. De Boeddha wordt uit haar rechterzij geboren
Het is een bovennatuurlijke geboorte, zonder pijn.
4. De baby kan meteen lopen en spreken
Hij zet zeven stappen, en verklaart dat dit zijn laatste geboorte zal zijn.
5. De hemel reageert
De aarde beeft, bloemen vallen neer, en hemelse wezens verschijnen.

Indra verschijnt als een van de eerste godheden om de pasgeboren Boeddha te eren.
In sommige versies houdt Indra een gouden net of hemelse doek vast
om de baby op te vangen.
In andere verhalen houdt Indra een parasol boven de baby
— een teken van koningschap en eerbied.

De aanwezigheid van Indra onderstreept dat dit
geen gewone geboorte is,
maar een gebeurtenis die
de hemelse en menselijke werelden raakt.

Veel elementen uit deze verhalen
kun je tegenkomen in boeddhistische kunst.
Ongetwijfeld snel in een van de volgende
berichten op mijn blog.

Silk Roads: Tokharistan

Van ‘Tokharistan’ had ik nog nooit gehoord maar het is een
land, een van de vele landen aan de zijderoute.
Eerst nog een voorwerp uit Sogdië of Sogdania.
Niet verder vertellen: op het internet zijn veel mooiere
foto’s van dit voorwerp te zien dan die van mij,
die nu gelijk volgen:

DSC00261LondenBritishMuseumSilkRoadsOssuaryMullaKurganSmarkandReginUzbekistanAD600-700sDSC00262LondenBritishMuseumSilkRoadsOssuaryMullaKurganSmarkandReginUzbekistanAD600-700s

Londen, British Museum, Silk Roads, Ossuary (bewaarplaats voor botten), Mulla Kurgan, Samarkand region, Uzbekistan, AD 600s – 700s.

DSC00263LondenBritishMuseumSilkRoadsChangingBurialPracticesTxtDSC00264LondenBritishMuseumSilkRoadsOssuaryMullaKurganSmarkandReginUzbekistanAd600-700s

De opstelling in het British Museum kwam bij mij over als een opstelling die tot doel had een verhaal over te brengen, een constatering (er is niet één zijderoute, er zijn er meerdere, over land en over zee) uit te leggen maar daarbij waren de voorwerpen ondergeschikt. Vandaar dat soms de voorwerpen heel dicht op elkaar stonden, er geen kaartjes zijn met de details van het voorwerp en de belichting erg dramatisch is. Volgens mij kan dat beter.


DSC00266LondenBritishMuseumSilkRoadsBodhisattvaTokharistanCoridor23Ajina-TepaVakhshValleyTajikistanAD600-700s

Bodhisattva, Tokharistan, Corridor 23, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.

DSC00267LondenBritishMuseumSilkRoadsLegacyOfGandhranArtTxt


DSC00269LondenBritishMuseumSilkRoadsSculptureOfABuddhistCorridor28Ajina-TepaVakhshValleyTajikistanAD600-700s

Sculpture of a buddhist, Corridor 28, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.

DSC00268LondenBritishMuseumSilkRoadsKaftanFashionsAcrossEurasiaTxt


DSC00270LondenBritishMuseumSilkRoadsHeadOfABuddhaRoom39Ajina-TepaVakhshValleyTajikistanAD600-700sClay

Head of a Buddha, room 39, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s, clay.

DSC00271LondenBritishMuseumSilkRoadsHeadOfABuddhaTxt


DSC00272LondenBritishMuseumSilkRoadsTorsoOfAKneelingManKala-iKafirniganTajikistanAD600-700s

Torso of a kneeling man, Kala-i Kafirnigan, Tajikistan, AD 600s – 700s.

DSC00273LondenBritishMuseumSilkRoadsHeadOfMaraVakhshValleyTajikistanAD600-700s

Head of Mara, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.

DSC00274LondenBritishMuseumSilkRoadsBuddhistSitesAcrossTokharistanTxt


Alles bij elkaar vond ik het een fantastische ervaring.

Silk Roads: Dunhuang II

DSC00218LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900s

Londen, British Museum, Silk Roads. Fotograferen op een tentoonstelling valt niet mee. Zeker niet als de belichting heel dramatisch is. Op de tentoonstelling Silk Roads was dat het geval. Dat is best begrijpelijk. De voorwerpen (de een wat meer dan de ander) zijn erg kwetsbaar. Zoals dit boek. Concertina, Heart of the Perfection sutra (Prajnaparamita hrdaya sutra), sanskrit and chinese, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 900s.

DSC00217LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900sTxtDSC00219LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900s

Deze ‘ster uit het oosten’ is misschien wel grappig om te zien maar je mist op deze manier natuurlijk een deel van het beeld.

DSC00220LondenBritishMuseumSilkRoadsConcertinaHeartOfThePerfectionSutraPrajnaparamitaHrdayaSutraSanskritChineseCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD900s

Onder glas liggen levert soms ook verstoringen van het beeld op.


DSC00221LondenBritishMuseumSilkRoadsPothiLeavesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800sDSC00223LondenBritishMuseumSilkRoadsPothiLeavesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800sTxt

Pothi leaves, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 800s.

DSC00222LondenBritishMuseumSilkRoadsPothiLeavesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800s


DSC00224 01 LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchOfEnvoysLeadingTributeAnimalsCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD966s

Sketch of two envoys leading tribute animals, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 966s.

DSC00225LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchOfEnvoysLeadingTributeAnimalsCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD966sTxtDSC00224 02 LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchOfEnvoysLeadingTributeAnimalsCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD966s


DSC00227LondenBritishMuseumSilkRoadsPaintedBannerBodhisattvaVajrapaniTheThunderboltHolderCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD801-850Silk

Painted banner, bodhisattva Vajrapani (The Thunderbolt Holder), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 801 – 850, silk.

DSC00228LondenBritishMuseumSilkRoadsPaintedBannerBodhisattvaVajrapaniTheThunderboltHolderCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD801-850SilkTxtDSC00229LondenBritishMuseumSilkRoadsPaintedBannerBodhisattvaVajrapaniTheThunderboltHolderCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD801-850Silk


DSC00230LondenBritishMuseumSilkRoadsBodhisatvaWithAGlassBowlCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD851-900

Bodhisattva with a glass bowl (slecht te zien als gevolg van de reflectie van een tekst in het glas voor de banier), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 851 – 900.

DSC00231LondenBritishMuseumSilkRoadsBodhisatvaWithAGlassBowlCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD851-900DetailDSC00232LondenBritishMuseumSilkRoadsSasanianElementsInDunhuangTxt

DSC00233LondenBritishMuseumSilkRoadsFacet-cutGlasBowlProbablyAmlashIranAD500s-600s

Facet-cut glass bowl, probably Amlash, Iran, AD 500s – 600s. De dynastie van de Sasaniden was een dynastie in pre-Islam Iran.


Silk Roads: Dunhuang I

DSC00207LondenBritishMuseumSilkRoadsTheDunhuangLibraryCaveTxtDSC00209LondenBritishMuseumSilkRoadsEmbroideryWithBuddhaAndBodhisattvasAndDisciplesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD700sSilkOnHemp

Londen, British Museum, Silk Roads, Embroidery with Buddha and bodhisattvas and disciples, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about AD 700s, silk on hemp.

DSC00208LondenBritishMuseumSilkRoadsEmbroideryWithBuddhaAndBodhisattvasAndDisciplesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD700sSilkOnHempTxtDSC00210LondenBritishMuseumSilkRoadsEmbroideryWithBuddhaAndBodhisattvasAndDisciplesCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD700sSilkOnHemp


DSC00211LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchIfATravellingMonkCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD861-900

Sketch of a travelling monk, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about AD 861 – 900.

DSC00212LondenBritishMuseumSilkRoadsSketchIfATravellingMonkCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD861-900Txt


DSC00213 01 LondenBritishMuseumSilkRoadsMandalaOrMeditationAidVajradhatuCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD861-900

Mandala or meditation aid called ‘Vajradhatu’, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about AD 861 – 900.

DSC00213 02 LondenBritishMuseumSilkRoadsMandalaOrMeditationAidVajradhatuCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD861-900

Detail.

DSC00214LondenBritishMuseumSilkRoadsMandalaOrMeditationAidVajradhatuCave17MogaoCavesDunhuangChinaAboutAD861-900


DSC00216LondenBritishMuseumSilkRoadsChristianFigureCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800sInkAndPigmensOnSilk

Een moeilijke afbeelding. Er is op het eerste gezicht niet heel veel op te herkennen. Christian figure, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 800s, ink and pigments on silk.

DSC00215 02 LondenBritishMuseumSilkRoadsChristianFigureCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800sInkAndPigmensOnSilkTxt

Reconstructie op basis van onderzoek door Dr Zsuzsanne Gulacsi en getekend door Ryan Belnap.

DSC00215 01 LondenBritishMuseumSilkRoadsChristianFigureCave17MogaoCavesDunhuangChinaAD800sInkAndPigmensOnSilkTxt


Silk Roads: Tibet

DSC00197LondenBritishMuseumSilkRoadsRoutesInAsiaTxtDSC00196LondenBritishMuseumSilkRoadsKeyPlacesMapDSC00198LondenBritishMuseumSilkRoadsFroTheCoastToTheRoofOfTheWorldTxtDSC00199LondenBritishMuseumSilkRoadsHeadFromBuddhaBorobudurJavaLateAD700sOrEarlyAD800sPoreusVolcanicRock

Londen, British Museum, Silk Roads, Head from Buddha, Borobudur, Java, Indonesia, late AD 700s or early AD 800s, poreus volcanic rock.

DSC00200LondenBritishMuseumSilkRoadsBuddhistArtOfJavaTxt


DSC00201LondenBritishMuseumSilkRoadsBodhisattvaAvalokiteshvaraThailandAD600-700sBronze

Bodhisattva Avalokiteshvara, Thailand, AD 600 – 700s, bronze.

DSC00202LondenBritishMuseumSilkRoadsBodhisattvaAvalokiteshvaraThailandAD600-700sBronzeTxt

De tekstbordjes in het British Museum zijn anders dan bij andere musea. Dat is natuurlijk even wennen maar soms is het verwarrend. Hier gaat de titel over een maritiem religieus centrum, vervolgens schrijft men over het Belitung scheepswrak en dan over een bronzen beeld uit Thailand. Verwarrend en onduidelijk.


DSC00203 03 LondenBritishMuseumSilkRoadsStaningBronzeBuddhaFigureProbablyMadeInBiharIndiaFoundInTibetOrXizangChinaAD601-650

De belichting van de voorwerpen is zeker theatraal. Standing bronze Buddha figure, probably made in Bihar, India, found in Tibet or Xizang, (Xizang of de Tibet Autonomous Region heet officieel ‘the Xizang Autonomous Region’. In het westen noemen we dit meestal gewoon Tibet) China, AD 601 – 650.


DSC00203 01 LondenBritishMuseumSilkRoadsSeatedBronzeBuddhaFigureMadeInWestBengalFoundInPrambananJavaIndonesiaAD800s

Seated, bronze Buddha figure made in West Bengal, found in Prambanan, Java, Indonesia, AD 800s.


DSC00203 02 LondenBritishMuseumSilkRoadsSeatedSchistBuddhaFigureBiharIndiaLateAD600s

Seated, schist Buddha figure, Bihar, India, late AD 600s.

DSC00204LondenBritishMuseumSilkRoadsBuddhismFromIndiaOnTheMoveTxt


DSC00205LondenBritishMuseumSilkRoadsWilliamHomeLizarsMuskDeer1866

Een beetje ‘een vreemd hert in de bijt’. William Home Lizars, Musk deer, 1866, engraving.

DSC00206LondenBritishMuseumSilkRoadsMuskConnectingTibetAndTheIslamicWorldTxt