In het Valkenberg hebben we nu ook corona graancirkels.
Auteursarchief: Argusvlinder
Nog een handvol
foto’s van het eerste verblijf op Santiago in Cabo Verde.
De vorige keer waren we in het archeologische museum in Praia.
Vandaar gingen we terug naar Ciudade Velha.
Ik las nog even in mijn dagboekje. Het archeologisch museum wat we bezochten stond niet op de kaartjes in de twee (!) gidsen die we bij ons hadden. “Maar we hebben het wel gevonden. Het museum was dicht vanwege de lunch. Maar een paar havenwerkers verderop gaven aan wat lawaai te maken. Dat deden we met de ketting van de poort. We werden binnengelaten. Het museum is op zich zelf een schat die zich moeilijk laat vinden maar die zeer de moeite waard is.” Dit was een gebouw in de buurt.
Dit souvenir kochten we in Assomada maar nu was er tijd het alvast op de foto te zetten. Het is nogal kwetsbaar. Het staat overigens nog steeds in de hoek met souvenirs in ons huis.
Op deze foto is het intussen 27 februari 2011. We zijn om 07:30 uur opgestaan, ontbeten met gebakken banaan. Om 08:30 was de taxi er om ons op te halen. Het vliegtuig ging om 11:15 (dus deze foto was net daarvoor) om dan om 12:00 uur in het hotel aan te komen. De vlucht duurde alles bij elkaar 25 minuten. São Filipe is de naam van de plaats van het vliegveld en het hotel. Degene die goed oplette telde 6 foto’s in dit bericht. Eén meer dan een handvol :).
Linoplank in bedrijf
Gisteren was ik enthousiast over het Harappa-motief
(en dat ben ik vandaag nog steeds)
maar ik had onvoldoende tijd voor twee berichten.
Daarom kom ik vandaag terug op mijn eerste ervaringen met
de zelfgemaakte linoplank.
Even een demonstratie-opstelling gemaakt en een foto natuurlijk. De gutsen liggen gereed naast een modern zacht materiaal. Nu de plank even uitproberen.
Er lagen nog twee stukken die eerder van een linosnede zijn afgesneden. Eens zien of ik daar een soort van ornamentje kan maken dat straks de marge in een boek met een kleurtje kan opfrissen.
Wat je niet op de foto ziet is dat ik een tijdje terug
op een kleine strook lino eens had geprobeerd een stukje
van een raster te maken met een stuk ‘ouderwets’
linoleum.
Dat stukje had nog de rechthoekige vorm zoals ik het
in mijn bak voor nog op te werken restjes.
Deze vorm begon met de afdruk van de langste vorm. Door de vorm om te draaien en nog eens af te drukken kreeg ik de smaak te pakken. Toen het papier vol was met de kleine lino een soort van boven- en onderkant er aan gezet. Het idee om eens met een compactere vorm te proberen te komen tot een aanzet van een schutblad (zie blog van gisteren) werd hier geboren.
Zo’n ornament zie ik toch wel op een pagina van een boek staan.
Het raster werd door het afsnijden plotseling een soort van pelpinda.
Zo’n pelpinda is dan weer goed te gebruiken om een ander drukwerk aan te vullen (vergeet even de betekenis van het jaartal en het woord). Het papier dat ik hier gebruik is veel geschikter voor lino afdruk dan veel andere papiersoorten.
Dit papier bedoel ik. Het is niet goedkoop. Voor een boek is het alleen niet zo bruikbaar want het is erg dun. Maar de afficheletters laten zich er mooi op afdrukken (kan altijd nog beter). Dit papier in van een ‘Vang Linolblock’.
De webwinkel die dit verkoop beschrijft het als volgt:
Dit handgeschepte 45 grams Japans papier is uistekend geschikt voor linoleumdruk. Het papier geeft een goede randscherpte en heeft een goed absoberend vermogen. De lichte wolkachtige structuur laat de linoleumdruk goed tot zijn recht komen.
Dat ‘absorberend vermogen’ is denk ik de sleutel tot de scherpe afdruk.
Kijk maar eens naar de achterkant van de afdruk die je hierboven ziet.
Dit is de achterzijde van het papier. Je ziet de vezel in het papier en je ziet ook hoe het papier een eventueel te veel aan inkt opneemt. Ik zie me wel een boek maken met lino-afdrukken op dit papier waarbij dit papier op een of andere manier bevestigd wordt op een stevigere papiersoort dat dan het boekblok gaat vormen.
Harappa motief
Harappa of de Indus Valley beschaving is een cultuur
die in het gebied van Pakistan en Noord India gevestigd was.
Deze beschaving was actief tijdens de bronstijd.
Dat is ongeveer tussen 3200 – 1900 voor Christus.
Toen ik in 21013 in het National Museum van Delhi was
zag ik daar aardewerk met motieven die ik heel mooi vond.
Eenvoudig maar mooi.
Pas geleden waren op mijn blog daarvan foto’s te zien.
Dit was een van de aardewerk kommen (?) die er te zien waren. Je ziet hier 1 motief dat steeds naast elkaar en boven en onder elkaar herhaald wordt. Een paar jaar terug zag ik op een dag van de Stichting Handboek Binden mensen die een toelichting gaven op hoe zij met motieven en herhaling van die motieven zelf bijvoorbeeld schutbladen maakten. Eén en één bij elkaar leverde het volgende avontuur op.
Ik besloot eerst het motief van de foto over te tekenen (op de foto rechts). Vooral om een beetje gevoel te krijgen voor hoe de vorm in elkaar zit. Vervolgens heb ik een lengte en breedte gekozen en dat uitgezet op millimeterpapier. Nu koos ik voor 4 bij 4 centimeter. Misschien was 4 hoog en 3 centimeter breed beter geweest. Op het millimeterpapier heb ik toen de vorm op overgenomen (links). Eerst met potlood, daarna met een zwarte pen.
De vorm heb ik toen uitgeknipt.
Overgenomen op een stuk lino. Zowel de buitenste vorm als
de binnenkant.
Die vorm heb ik vervolgens uitgesneden.
Als test heb ik de vorm vervolgens een paar keer afgedrukt.
Dit is het resultaat.
Ik moet wel eerlijk zijn. De foto is op een paar plaatsen digitaal bijgewerkt. Intussen heb ik de lino op een paar plaatsen gecorrigeerd. Het afdrukken moet ook met meer zorg worden uitgevoerd dan ik vanmiddag bij deze eerste poging heb gedaan. Maar het eerste resultaat geeft goede hoop om met geometrische vormen versieringen te kunnen maken in mijn boeken.
In de vitrine in New Delhi stond nog een stuk aardewerk
waar het motief mij erg aansprak.
Dus daar ga ik een volgende keer misschien mee experimenteren.
Hier kan ik kiezen om 1 lino te maken van het volledige motief of 2 lino’s die in elkaar passen. Dat laatste geeft dan mogelijkheden om met meerdere kleuren te werken binnen één motief.
Nog meer scheepswrakken
Naast voorwerpen uit het wrak van de Leijmuiden waren er
nog meer voorwerpen van allerlei scheepswrakken in het museum in Praia.
Het is er dus druk geweest bij de Kaapverdische Eilanden
maar tegelijk gevaarlijk.
Zilveren Realen of ‘Pieces of eight’. Spaanse munt die bekend stond als de Spaanse dollar. Afkomstig van het schip met de naam Hartwell. Het schip heeft een bewogen geschiedenis. Al op de eerste reis vond er muiterij plaats en verging het schip even later. Sindsdien zijn er drie pogingen gedaan de vracht (en aanwezig geld) veilig te stellen.
Hartwell, 1787 vergaan.
Messing leeuw. Engels exportproduct. Afkomstig van de Hartwell.
Gesp van een militair. Brons.
Dit is een ‘shako’. Een bronzen embleem voor op een hoofddeksel. Gevonden in het wrak van de Lady Burgess die op 20 april 1806 verging,
Messing beeldje. Was waarschijnlijk verguld of verzilverd. Lady Burgess,
Miss Dixon heeft de ondergang van het schip overleefd. Dit is een van de bagagelabels die aan boord was op de Lady Burgess. Dit was nummer 7 van de stukken bagage die ze bij zich had.
Dit had ik niet eerder gezien: Zweedse, koperen munten. Dales werden die genoemd. Verschillende waardes, is grootte, liggen hier in een vitrine bij elkaar. Gevonden in het wrak van een Deens schip met de naam Ernest von Schimmelmann.
Een van de munten van de vorige foto, een 2 daler stuk.
Zilveren bel afkomstig van de Leijmuiden of de Hartwell.
Spaanse koloniale munten.
Dit is een replica van een astrolabium of astrolabe. Een meetinstrument dat wordt gebruikt in de zeevaart (voor-, voorloper van onze GPS). Het origineel was van Portugese afkomst, verzilverd en had als inscriptie Nicolao Ruffo, 1645.
Naast een speciale vitrine met vondsten van zilver
is er in het museum ook een vitrine met gouden voorwerpen.
Diamond and emerald gold cross of een gouden kruis met diamanten en smaragden.
Gouden munten. Dit waren waarschijnlijk munten die een van de passagiers bij zich had. Deze en de eerdere zilveren munten vertellen ook een bijzonder verhaal over het koloniale systeem. Het Westen verkende de wereld met als eerste doel handel te drijven. Om handel te drijven heb je middelen nodig om te ruilen of kopen. Maar toen westerse landen aan land gingen in delen van de wereld (waar ze niets te zoeken hadden) was er steeds meer behoefte aan een gereguleerd systeem van betrouwbare middelen om handel te drijven maar ook om te kunnen leven in een gebied ver van huis. Landen zetten daarvoor speciale monetaire systemen op met speciaal daarvoor ontwikkelde betaalmiddelen.
In het archeologisch museum waren ook meer ‘traditionele’ voorwerpen te zien die we in verband brengen met een archeologisch museum. Alles bij elkaar een zeer interessante ervaring.
Het Archeologisch Museum in Praia (Santiago, Cabo Verde) is moeilijk te vinden.
Het gebouw maakt geen ‘open’ indruk en de poort is niet altijd open.
Met de mooie vondsten die binnen te zien zijn in dat te begrijpen.
Dus aanhouden en dan vind je een verzameling schatten
en spannende verhalen.
Linoplank
Als ik een filmpje of blog over het snijden van lino’s
zie of lees, komt regelmatig het advies terug om een
plank te hebben die
1. aan je tafel haakt en
2. een opstaande rand heeft om je stuk lino tegen te leggen.
Zo schuift je lino niet tijdens je werk weg en heb
je je handen vrij voor het snijden.
Op zich is dat een eenvoudige constructie. Onlangs zag
ik nog een website waar je een verstelbare versie kon kopen.
Misschien is die beter dan de plank die ik de afgelopen
dagen heb gemaakt maar ik hoop dat mijn versie ook gaat helpen.
Het formaat van de plank is iets groter dan A4. Ik begin aan één lange zijde een rand te lijmen met houtlijm. Dat wordt de rand die straks over de tafelrand blijft hangen.
De tweede rand en de rand van de basisplank zijn beide ingelijmd. Ik laat de lijm al een beetje drogen voor ik de twee helften tegen elkaar druk. Iedere uitstekende rand laat ik een nacht drogen. Eén rand per keer.
Dit is dan het resultaat. Alle randjes even schuren zodat de splinters van het zagen weg zijn. Het idee is om beide randen ook nog met spijkers vast te zetten.
Het is niet nodig de plank te verven maar ik heb nog een beetje verf staan en binnenkort kan ik die verf weggooien. Dus beter om op te maken. Vandaag eerst gespijkerd en toen beide kanten even geverfd.
Met zo’n lichte achtergrond zie je wel beter waar straks de uitgesneden deeltjes blijven.
Misschien komende week al een eerste poging doen om een lino te snijden.
Geen Bacchanalen

Het is al weer even geleden dat ik een stapel krantenartikelen
kocht die gaan over het werk van Hella Haasse.
Af en toe laat ik een van die stukken terug komen op mijn
blog. Soms is het voor mij aanleiding om een boek te kopen en lezen.
Maar in het geval van “Geen Bacchanalen”, een recensie
uit De Tijd van maandag 13 december 1971, gaat het om een
toneelstuk. Zelfs Boekwinkeltjes heeft dan geen resultaat.
Het formaat van het artikel is zo dat ik dat moeilijk kan omzetten tot iets dat ik hier kan tonen. Maar met een beetje digitaal knip- en plakwerk lukt dat nog best met de titel van het artikel van André Rutten.
Maar de tekst van het artikel kan ik hier wel overnemen:
GESPANNEN AANDACHT,
ruim twee uur lang van een jong publiek voor het nieuwe toneelstuk van Hella Haasse: “Geen Bacchanalen”.Het is typisch “voer” voor dat jonge publiek, zeker als het in zo’n scholengemeenschap verkeert als er in het stuk op de planken komt: wat daar zo aan spanningen tussen leerlingen en docenten kan ontstaan.
Het leeft helemaal bij de dag van vandaag.
Daar heeft Hella Haasse niet meer voor nodig dan een conciërge, een rector, een lerares en vier scholieren.
Het verrassende is dat haar stuk ophangt aan een passage uit de geschiedenis van Rome, zoals Titus Livius die geschreven heeft, omdat zij daar een parallel in ziet met was er ook nu weer gaande is, en die parallel werkt zij op een eenvoudige heel menselijk-aansprekende manier uit.Eerst maar even wat er ongeveer twee eeuwen vóór Christus in een bos buiten Rome gebeurde.
Daar was een on-Romeinse eredienst tot bloei gekomen, van oer-Griekse herkomst, in de rituelen waarvan mensen zich overgaven aan Dionysos (latijns: Bacchus).
De magie, de menselijke spontaniteit werd daarin als een wezenlijk bevrijdende ervaring ondergaan.
De nette burgers van Rome, en dus ook de overheid, die van gezag en orde hielden, dachten dat dit een vorm van zedenbederf was, en dat er subversieve activiteiten uit zouden ontstaan.
De overheid greep hard in.
Duizenden burgers werden in vijf jaar tijd gedood of verbannen.
Toen en nu
In het stuk van Hella Haasse heeft de rector van een scholengemeenschap (havo, atheneum, gymnasium) daar in zijn jonge jaren een toneelstuk van gemaakt, dat leerlingen van 5 gym alfa nu onder leiding van een jonge lerares gaan opvoeren.
DAAR GROEIT een levensgroot conflict uit.
De leerlingen, die aan het stuk repeteren, herkennen in de Bacchanalia zoiets als het Vondelparkgebeuren, de Damslaperij, het Fantasiobezoek, dingen waar zij zelf nog niet aan meedoen, maar die zij wel herkennen als iets van hun eigen wereld.
Zij hebben de pest aan het stuk van hun rector, omdat de hoofdfiguren daarin of oudere snobs op de hippietoer zijn, of handhavers van gezag en orde.
Tekenend is dat zij uit hun eigen gymnasiumklas geen speler hebben kunnen vinden voor de consul, de harde orde-handhaver, maar daar wel een hbs-er voor aanvaarden.
toch is het juist die hbs-er (of atheneumleerling), die op een kritiek moment het emotioneelst, het persoonlijkst reageert.
Voor de schrijver van het stuk, de rector, was de consul juist de ideale held, een projektie van zichzelf eigenlijk, zonder dat hij dat zelf zo ziet.
Hij ontdekt het pas, als hij op een repetitie een fragment uit die rol voorspeelt en ontdaan ervaart dat hij zichzelf speelt.Dat is het hoogtepunt van het conflict tussen hem en de jonge lerares die in de leefwereld van de leerlingen thuis is, daar ook uitstekend in functioneert, al verknoeit zij het tenslotte ook.
Dat hangt samen met tweede kant van het conflict.
Een meisje , dat ook zou meespelen in het stuk, is van school gestuurd – het is zelfs in de kranten gekomen – omdat zij tegen het uitdrukkelijke verbod van de rector in toch in Dionysis – zoiets als Fantasio of Paradiso – geweest is.
De lerares wil dat meisje opvangen, helpen, redden.
Daar verzetten de andere leerlingen zich tegen: zij redt zich zelf wel.
Je kunt er hoogstens zijn als ze je nodig heeft.
Blijf er verder af, dring je niet op.
De laconieke conciërge blijkt nog het best te functioneren.HELLA HAASSE kent door haar kinderen het huidige schoolmilieu, zoals ik het door mijn kinderen ken.
Dat herken ik in haar stuk en in de opvoering die de Nieuwe Komedie er onder regie van Erik Plooyer van gemaakt heeft.
De figuren er in worden ook zeer menselijk-herkenbaar gespeeld: Win de Haas de rector, Dore Smit de lerares, Niek Pankras, Robert Prager, Ineke Roosen, Ad Fernhout de leerlingen, Johan Sirag de conciërge.ANDERé RUTTEN
Geen Bacchanalen, toneelstuk van Hella Haasse. Regie: Erik Plooyer. Decor: Wim Vesseur. Nieuwe Komedie, Hot, Den Haag t/m 16 december ’71.
De lerares (Dore Smit) en de rector (Wim de Haas) tijdens een repetitie in “Geen Bacchanalen”.
Ik ken Dore Smit wel (van tv-gezicht, niet van naam) maar
vond info op Wikipedia:
Theodora Adriana (Dore) Smit (Scheveningen, 27 juni 1933) is een voormalige omroepster op de Nederlandse televisie, en actrice.
Biografie
Na de MULO volgt Dore Smit een tijdje lessen aan de Toneelschool in Amsterdam. Hier krijgt ze les van Elise Homans, Jaap Hoogstra, Kees van Iersel en Peter van der Linden. Nadat ze de toneelschool voortijdig afbreekt, werkt ze enige tijd op een advocatenkantoor. In de tussentijd is ze verbonden aan de toneelgroep Studio, waar ze 14 jaar aan verbonden blijft, tot 1970.
Nadat ze een rolletje in een thriller van Agatha Christie speelt, benadert regisseur Erik de Vries haar voor een instructief filmpje. Drie maanden later laat hij haar een screentest doen voor omroepster. In 1960 als omroepster en presentatrice in dienst bij het IKOR, dat wordt opgevolgd door de IKON.
Naast omroepster is ze soms te zien als presentatrice, of is ze te horen als commentator bij een aantal producties, bijvoorbeeld Woord voor Woord en God in Frankrijk. Het acteren laat haar echter niet los, en ze speelt diverse rollen, bijvoorbeeld een aflevering van Memorandum van een Dokter en Het onvruchtbare Huwelijk.
Dore Smit krijgt haar grootste bekendheid als ‘gezicht’ van het programma Wilde Ganzen, een wekelijkse inzamelingsactie bestemd voor kleinschalige, praktische, eenmalige projecten om menselijk leed in de wereld te verzachten. Op 26 december 1999 presenteert zij voor de laatste maal Wilde Ganzen. Het is haar eigen wens om met het werk voor de camera te stoppen.
In de Theaterencyclopedie vind ik veel programma’s en stukken waar
ze in gespeeld heeft maar “Geen Bacchanalen” staat er niet tussen.
Ik vind er nog wel informatie over haar tegenspeler op de foto:
Wim de Haas.
Naam: Wim de Haas (Haas, Willem Frederik de)
Geboren: 20 april 1926, ‘s-Gravenhage
Overleden: 13 juli 2016Biografie
Wim de Haas bracht de jaren 1950-1952 door op de Amsterdamse toneelschool, debuteerde daarop bij de Schouwspelers o.l.v. Theo van Duyn, en is sindsdien onafgebroken actief geweest in het theater. Naast een gemiddelde van ruim drie rollen per seizoen werkte hij ook nog mee aan enkele films, een vijftigtal televisieprodukties, nasynchronisaties (tekenfilms, enz.) en vele honderden hoorspelen.
Volgens André Rutten is het stuk geschreven naar aanleiding
van de beschrijving van de bacchanalen door Titus Livius.
Titus Livius (Padua, rond 59 voor Christus – aldaar, 17 na Christus) was een beroemd Romeins geschiedschrijver uit de tijd van Augustus. Hij schreef een algemene geschiedenis van Rome vanaf haar veronderstelde stichting in 753 voor Christus onder de titel Ab Urbe Condita.
Er wordt verder gesproken over Fantasio. Dat kende ik niet:
Fantasio
In 1968 opende psychedelische poptempel Fantasio haar deuren aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam.
Fantasio werd het internationale centrum van de jongeren en undergroundcultuur.
De Theaterencyclopedie heeft een samenvatting van “Geen Bacchanalen”:
Titel: Geen bacchanalen
Producent: Nieuwe Komedie
Discipline: Toneel
Onderwerp: Nederland
Premièredatum: 10 december 1971
Seizoen: 1971/1972, 1972/1973
Locatie HOT, ‘s-GravenhageGeen bacchanalen van Hella Haasse
Team
Regie: Erik Plooyer
Decorontwerp: Wim VesseurRolverdeling
Johan Sirag (Conciërge, Sneevoort)
Niek Pancras (Simon)
Wim de Haas (Rector, meneer van Duin)
Robert Prager (André)
Ineke Roosen (Delia)
Ad Fernhout (Rupert)
Dore Smit (Lerares, juffrouw Otterman)
De Schenkelworkshop 26
Vandaag weer een klein stapje gezet.
Dit is zover als ik vorige keer gekomen ben. Er moet nog een tekst aan toegevoegd worden voor het kan gaan dienen als illustratie in het boek.
Even testen op speciaal linopapier van Japanse makelij (Linoblock, handgeschepte 45 grams Japans papier).
Voor nu is deze pagina af. Ik kan me op de tekst gaan richten.
Nederlands VOC-schip in Kaapverdië
Het Archeologisch Museum in Praia is niet eenvoudig te vinden.
Denk je dat je het gevonden hebt dan moet je nog even extra
aanzetten. Het ziet er niet open of gastvrij uit maar
eenmaal binnen is het precies zo’n museum dat je
in de toekomst vaker hoopt tegen te komen.
Bij de eilandengroep Cabo Verde verging een schip en lading in 1770.
De meeste bemanningsleden wisten op tijd (al dan niet
de lading plunderend) het schip te verlaten.
Het schip heeft de naam: de Leijmuiden. Voor ieder schip (er zijn vondsten van meerdere schepen te zien) was zo’n kaart gemaakt met algemene gegevens en per tentoongesteld voorwerp een toelichting. Die toelichting daar valt soms wel iets over te zeggen. Maar dat maakt het juist leuk.
Steeds is er voor een schip een overzicht gemaakt in drie talen. Hieronder vat ik de informatie samen en vul ik het aan met gegevens die te vinden zijn op ‘de VOC-site‘.
Leijmuiden (Leimuiden) is de naam van het Hollandse schip.
Het zonk op 25 januari 1770 bij het eiland Boa Vista.
Daarbij vielen geen slachtoffers.
Het schip was onderweg van Holland naar India.
Op 29 december 1769 vertrok het schip van Texel en
strandde op 27 januari 1770.
Het werd uitgezonden door de ‘kamer’ Amsterdam en voer
onder gezag van J. H. Kinsbergen.
Het type schip is een Dutch East Indiaman, 1150 ton.
Dit is een van de voorwerpen. Dit is gelijk heel grappig. Op de toelichting staat dat dit een ‘Bible lit’ is. Dat wil zoveel zeggen als een bijbeldeksel. Die term ken ik niet. Heb er naar gezocht op internet maar kwam niet veel verder.
Maar er staan duidelijk afbeeldingen en Hollandse teksten op:
Bovenaan: Christus gedoop(t)
Daaronder: De namen van de evangelisten Mattheus en Marcus
in een voor hen typische afbeelding (Marcus lezend bv).
Daaronder: De hemelvaarts onses Heylandt Handele IV 9-10-11
Daaronder: De namen van de evangelisten Lukas en Johannes
in een voor hen typische afbeelding.
Daaronder: Christus roept de 2 broeders
Toen ben ik gaan zoeken met de tekst ‘hemelvaarts onses Heylandt’
en kwam toen op de website van het Pijpmuseum in Amsterdam.
Daar is een messing Tabaksdoos te zien, zelfde vorm, zelfde afbeeldingen
en teksten:
Dit is de detailfoto van de Tabaksdoos uit het Pijpmuseum in Amsterdam. Dit zijn de twee evangelisten Mattheus en Marcus.
De beschrijving van de Tabaksdoos op de website:
Tabaksdoos van messing met langwerpig formaat met afgeronde einden,
deksel en bodem van messing, de opstaande wand van roodkoper,
vierkakige scharnier.
Deksel in reliëf gedrukt centraal de hemelvaart van Christus met
eronder “DE HEMELVAART ONZES HEYLANDT HANDELE I.V.9.10.11”,
erboven een medaillon waarin de doop van Christus met
eronder “CHRISTUS GEDOOP” en twee kleinere velden met
“MATTHEUS” en “MARCUS”, onder “LUCAS” en “IOHANNES”,
onder scène met onderlangs “CHRISTUS ROEPT DE 2 BROEDERS”.
Doos onderzijde centraal een tafereel met eronder
“DE UYTSTORTING DES HEYLILGEN GEES HANDELE 2 V 2.3.4”,
erboven veld met doop en eronder “PAULUS GEDOOPT” en
twee kleine velden met “ADAM” en de slang met “M..IS”,
onder “PAULUS LEERT TOT ATHENEN” en twee kleine
met “SIMSOM” en “ELIAS”. Vierkakige scharnier.
Collectienummer: APM 19.892
Deelcollectie: tabacologie
Kenmerken:
techniek: gestanst
materiaal: metaal (messing)
kleur: geel
Afmetingen:
hoogte: 3,1 cm
breedte: 4,6 cm
lengte: 15,6 cm
Productie:
land: Nederland ?
Datering:
periode: 1755 – 1770
Verwerving:
aanwinst: 2009
Commentaar: Een tabaksdoos in de stijl van Iserlohn
maar vermoedelijk toch van Hollandse makelij want
het plaatmateriaal is dunner dan bij de Iserlohner dozen.
Van deze doos zijn inmiddels meerder exemplaren bekend.
Literatuur:
Duco, Don, De Hollandse tabaksdoos. Amsterdam:
Stichting Pijpenkabinet, 2012. cat. 27. Dit exemplaar.
Lim Sa porselein uit China. Eerlijk gezegd: de term ‘Lim Sa’ zegt me niets en ik kon er ook niets over vinden.
Maar bij de zoektocht naar de tabaksdoos op internet kwam ik
nog een ander interessant bericht tegen (Reformatorisch Dagblad):
VOC-goudstaaf uit museum gestolen
LEIDEN – Uit de beveiligde vitrine van Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet aan het Rapenburg in Leiden is gistermiddag rond vier uur een unieke VOC-goudstaaf gestolen. Het gaat om de enig overgebleven baar goud van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). De 5 kilo wegende staaf is zo’n 75.000 gulden waard. Het Rijksmuseum beheerde de staaf pas sinds 28 maart.
De dader sloeg rond vier uur de glasplaat van de vitrine kapot, greep de goudstaaf en koos het hazenpad. Vier beveiligingsmedewerkers probeerden de man vergeefs tegen te houden, maar hij gebruikte pepperspray en ontkwam. Hij ging er vandoor in een auto. De politie vond de auto korte tijd later. De wagen bleek gestolen.
Directeur M. Scharloo van het Koninklijk Penningkabinet noemt de diefstal „heel erg verschrikkelijk”. „De geldwaarde van de goudstaaf is 75.000 gulden, maar de historische waarde is niet te schatten. Het is een belangrijk stuk cultureel erfgoed dat we sinds 28 maart in ons beheer hadden.”
Het museum beheert de goudstaaf voor de Nederlandse staat, die hem heeft aangekocht. De goudstaaf maakte deel uit van de lading van VOC-schip Leimuiden dat in 1770 zonk bij de Kaapverdische eilanden. Zeven jaar geleden vond een speciaal duikteam de goudstaaf als enige van 37 goudstaven terug.
De Leimuiden was op weg naar Ceylon en liep op 25 januari 1770 vast op de rotsen van het Kaapverdische eiland Boa Vista. Het aan boord hebben van goudstaven was destijds goed gebruik: van het edelmetaal werden op de plaats van bestemming munten gemaakt, waarmee bijvoorbeeld specerijen werden betaald.
Met rechts een pantservoertuig
Op Tweede Kerstdag bezoeken we Praia, de hedendaagse hoofdstad van
de staat Cabo Verde en de grootste stad op het eiland Santiago.
Uitzicht op Praia. Bij een hoofdstad van een land met een ligging en bewogen geschiedenis als Cabo Verde, passen andere verwachtingen dan wanneer je, ik zeg maar wat, aan Kopenhagen denkt. Als je met open ogen rondkijkt zie je interessante dingen.
Dit is het Quartel Jaime Mota. Gebouwd in 1827 als militaire barak en nu is er onder andere een museum. Rechts staat een oud pantservoertuig (Een Russische BRDM-2, een amfibisch pantservoertuig).
Quartel Jaime Mota.
Ik vermoed een dagje vrij.
In het centrum van de stad.
Zomaar een winkel? Nou nee. ‘loja grande muralha’ betekent zoiets als ‘geweldige muurwinkel’. Let eens op het embleem op de muur.
Er was toen ook al veel te doen op Kaapverdië over de ontwikkelingshulp die de Chinese overheid gaf. Een verschijnsel in veel regio’s. Niet alleen Azië.
Hier zie ik nu een linosnede in.
Natuurlijk hebben wij gestemd
De schenkelworkshop 25
Vandaag was er niet zo veel te melden.
De jaarwaaier is gereed.
Helemaal tevreden ben ik niet maar ik heb niet het
idee dat ik de afbeelding beter kan krijgen.
Dus voor nu even stoppen.
Het boek-in-boek katern is ook gereed.
Dat moet nog een beetje op maat gesneden worden maar
dat ga ik later doen.
Intussen ben ik begonnen een kleine werkplank te maken om het lino snijden comfortabeler te maken. De plank krijgt een stootrand waartegen de lino gelegd kan worden. Die zal dan beter blijven liggen. Aan de andere kant krijgt het blad een rand om achter de tafelrand te blijven hangen. Binnenkort een foto van dit heel eenvoudige voorwerp. Voor nu 1 rand met houtlijm vastgezet. De volgende keer spijkers meenemen om de randen ook vast te kunnen spijkeren.
Kerst op Cabo Verde
Het eiland heet Santiago, we waren eerst van Cidade Velha
naar het fort gelopen:
Forte Real de Sao Filipe of Fortaleza Real de S. Filipe.
Onderweg terug naar Cidade Velha besloten we de rivierbedding
van Ribeira Grande op te zoeken.
Op het eerste gezicht een gewoon huis maar kijk eens naar de decoratie onder aan het dak/boven aan de gevel: maan, ster, maan.
Geen idee wat dit was of is.
Cidade Velha ligt in het ravijn geklemd.
Dit is het begin (of einde) van de weg die we nemen. Dit zal even later overgaan in een pad.
Links van de weg stond dit bord: Sidadi Velha Kandidata a patrimoniu di umanidadi of kandidaat voor wereld erfgoed. De inschrijving was in 2009 dus ik vermoed dat dit bord van voor dat jaartal was.
In het begin staan links en rechts muren maar dan neemt de natuur het over.
Geen idee wat voor soort vogeltjes dat dit zijn maar ze zaten zo knus bij elkaar.
Men hoefde niet verder aan te dringen. Tijd om om te keren. Morgen naar Praia.
De Schenkelworkshop 24
Gisteren eerst nog even gewerkt aan de jaarwaaier.
Van licht naar donker. Nog één jaartal te gaan.
Van de twee pagina’s met een schenkelmonument is er één met een gouden schenkel. Die zie je hier. Hiermee is het middelste katern gereed. De boek-in-boek constructie moet nog op maat gesneden worden en straks genaaid worden met de andere twee katernen.
“Ik ben maar een matrozenmeid / zo’n meid die zonder onderscheid /…”
In een stapeltje krantenartikelen over Hella Haasse zit
een artikel over een uitgave uit 2000 van de margedrukker
De Lange Afstand.
Teksten geschreven door Hella Haasse voor het cabaret van
Wim Sonneveld onder de titel:
“Yvonne de spionne en andere cabaretteksten”.
De tekst vond ik ook op de website van het NRC maar
daar ontbrak de leuke foto (tijdsbeeld!).
Eindelijk kreeg Wim Sonneveld, eind 1943, zijn zin. Al een jaar of vijf trad hij her en der op, maar het liefst wilde hij met een eigen gezelschapje een avondvullend programma brengen in het Leidsepleintheater in Amsterdam. Toen hij er ten slotte in was geslaagd het theatertje voor een paar weken te huren, contracteerde hij vijf veelbelovende vrouwen en stelde een programma samen onder de titel Alleen voor dames… De teksten betrok hij van diverse auteurs. Zo schreef Hella Haasse het ironische groepsnummer De dames van het ballet, over de moeite die men zich tijdens een auditie moet getroosten om in de smaak te vallen: ,,Benen op, benen neer, lach eens lief naar die meneer. / Koop relaties met prestaties, koop beroemdheid met je eer…”
De 25-jarige Hella Haasse genoot sinds kort enige bekendheid als actrice. In de zomer van 1943 speelde ze de titelrol in de openluchtvoorstelling Mariken ,,met zulke jeugdige onbevangenheid”, aldus het weekblad Cinema & Theater, ,,met zooveel gratie en charme, natuurlijke smartuitdrukking en echte vroomheid, dat het voor iedereen een verrassing werd.” Maar de journaliste Wim Hora Adema, die naast haar illegale werk een baantje had als secretaresse van Sonneveld, wist dat deze veelbelovende toneelspeelster ook kon schrijven. Zij legde het contact met haar 26-jarige werkgever.
Wim Sonneveld wilde de samenwerking graag voortzetten. Zijn tweede programma, dat begin 1944 in première ging, was geheel door Hella Haasse geschreven. Het heette Sprookjes en werd alom met gejuich ontvangen. Diverse ooggetuigen hebben nadien verzaligde herinneringen opgehaald aan de verfijnde, feeërieke sfeer, die zo’n hartverwarmend contrast vormde met de grauwe buitenwereld. Over de oorlog werd natuurlijk met geen woord gerept – niet alleen omdat het publiek daarvan nu juist een avond lang wilde wegvluchten, maar ook omdat de Duitse censuur bij elk onvertogen woord onmiddellijk zou hebben ingegrepen.
Hoe de aankomende tekstschrijfster niettemin een ernstige overpeinzing vooraf liet gaan aan de lichtvoetige sprookjessfeer, blijkt uit haar proloog In de sprookjeshemel, waarin Scheherazade, Moeder de Gans, Hans Christian Andersen en de gebroeders Grimm zich weemoedig afvragen hoe het de hoofdpersonen uit hun vertellingen later is vergaan. ,,Wie luistert nog naar een verhaal / in sprookjesstijl, in sprookjestaal?” begint hun gezamenlijke slotcouplet. ,,Die dagen zijn voorgoed verdwenen, die nachten komen nimmer weer. / Wij moeten in de hemel leven… Op aarde is geen plaats voor sprookjes meer.”
Met dit lied opent het bundeltje Yvonne de spionne en andere cabaretteksten, dat kortgeleden in een bibliofiele editie verscheen bij de eenmansuitgeverij De Lange Afstand. Het bevat negen liedteksten die Hella Haasse tijdens en kort na de oorlog schreef voor het cabaretgezelschap van Wim Sonneveld en voor een cabaretprogramma onder leiding van de acteur Cor Ruys, waarin Fien de la Mar met al haar dramatiek de berijmde monoloog Drie circusvrouwen ten beste gaf. Eigenaardig genoeg is in het colofon sprake van teksten uit de jaren 1945 tot 1947. In werkelijkheid dateert het vroegste nummer in de bundel, de proloog voor Sprookjes, dus al uit het begin van 1944.
In een hedendaags cabaretprogramma zouden deze lyrische, licht-filosofische en soms ook grappige liedjes niet meer passen, maar Hella Haasse verstond haar vak. De openingszinnen van Matrozenmeid zitten geheid in elkaar: ,,Ik ben maar een matrozenmeid / zo’n meid die zonder onderscheid / met elke losse zeeman vrijt / zijn geld versmijt, zijn deken spreidt…” En het door Conny Stuart vertolkte Yvonne de spionne wemelt van de komische effecten, vooral als de hoogst opvallende spionne telkens herhaalt hoe `onopvallend’ ze te werk gaat.
Maar in de loop van 1947 groeiden Sonneveld en zijn tekstschrijfster uit elkaar. Zij publiceerde in 1948 haar debuutnovelle Oeroeg en hij zocht andere auteurs. ,,Het had niet bar veel om het lijf, maar het was toch wel fijn”, zei Hella Haasse later in het Algemeen Handelsblad over de cabarettijd. ,,En ik heb er veel geleerd. Maar het lag me inderdaad niet helemaal, ik ben er te relativerend voor. Het cabaret ziet alle dingen zwart-wit, zo moet ze het althans naar buiten voorstellen, en ik weeg altijd alles af…”
Hella Haasse: Yvonne de spionne en andere cabaretteksten. De Lange Afstand, postbus 2013, 7210 ZG Eefde, ƒ85.
Dit is het hele artikel van Henk van Gelder zoals dat op 2 mei 2000 verscheen in het NRC.
Forte Real de São Filipe
Bij Cidade Velha liggen op een heuvel de restanten van
een fort dat in de 16e eeuw is aangelegd.
Wikipedia geeft onder andere de volgende beschrijving:
Forte Real de São Filipe is a 16th century fortress in the city of Cidade Velha in the south of the island of Santiago, Cape Verde. It is located on a plateau above the town centre, 120 meters above sea level. The historic centre of Cidade Velha is an UNESCO World Heritage site since June 2009.
De geschiedenis van Cabo Verde is best een bewogen geschiedenis.
De Bradt-gids uit 2011 (5e editie) beschrijft het ontstaan
van leven op de Kaapverdische eilanden als volgt:
er waren voor het jaar 445 voor Christus al Phoenicische bezoekers.
Zeevarenden.
In 445 voor Christus kwam Kapitein Hanno op een tocht die
begon in Cadiz een aantal eilanden tegen en
maakte daar melding van.
Men vermoedt vandaag dat dit om de Kaapverdische eilanden ging.
Hij noemde de eilandengroep ‘Hesperias’.
Hanno meldde verder dat hij een grote vulkaan zag ten westen
van Afrika. Dit zou Fogo geweest kunnen zijn.
Ook vanuit West Afrika is het mogelijk dat er zeevarende bezoekers
zijn geweest op Cabo Verde maar de mensen gingen er ook weer weg.
Pas toen Portugese ontdekkingsreizigers met hun schepen verder
voeren dan de Canarische Eilanden kwam bewoning in beeld.
Tussen 1455 en 1461 werden de eilanden ‘ontdekt’ en de eer gaat
meestal naar Antómio de Noli (Genua) en Diogo Gomes (Portugal).
In 1462 werd er een kleine kolonie gesticht door Portugezen,
Spanjaarden en Genuezen.
Op Santiago, aan de rivier de Ribeira Grande vestigde De Noli zich.
Arbeiders, in de vorm van slaafgemaakten, werden aangevoerd
vanuit Afrika en in 1852 waren er 13.700 slaven op Santiago
en Fogo, onder dwang van 100 blanke Europeanen.
Via de eilanden werd veel handel gedreven:
van Afrika naar Europa en Noord- en Zuid Amerika en andersom.
Niet in de laatste plaats met slaafgemaakten als handelswaar.
In 1770 wordt Praia de hoofdstad.
Pas in 1975 werden de eilanden samen met Guinea-Bissau
onafhankelijk van Portugal.
Dan in 1980 gaat Guinea-Bissau zijn eigen weg.
Cabo Verde is daarmee een volledig zelfstandige staat.
Op Eerste Kerstdag gingen we eerst naar Cidade Velha. Eigenlijk op zoek naar vervoer. Maar omdat er geen vervoer te zien was besloten we zelf te gaan lopen. Dat kan best. Het gaat wel even omhoog maar onderweg is het uitzicht prachtig. Hier zie je bijvoorbeeld de Kathedraal (of wat er na al die jaren van over is).
De foto’s geven niet echt een stralende aanblik. Maar het was die dag gewoon mooi weer maar het woestijnzand in de lucht levert een bijna mistige aanblik.
Forte Real de São Filipe of Fortaleza Real de São Filipe.
Dit enorm ravijn was lang geleden een machtige rivier die er de oorzaak van was dat Cidade Velha, in het begin van de bewoning van de eilanden, de belangrijkste plaats was. De rivier is inmiddels zo goed als droog. Ribeira Grande is de naam.
Toen we eerder het oude deel van Cidade Velha doorwandelden bezochten we ook dit gebouw: Igreja e convento de Sao Francisco.
Cidade Velha.
Vissen is nog steeds belangrijk.
Zo hoog op de heuvel ben je misschien wel veilig en is het effectief om een eiland te verdedigen maar veel zoet water zal er niet zijn. Zeker niet bij het klimaat van Cabo Verde. Dus voor water was er een speciale voorraadkelder (cisterne).
Cabo Verde is vooral rustig en erg mooi.
Hotelkunst op Cabo Verde
De Schenkelworkshop 23
Nadat ik het bladgoud op de testafdruk nog aangerold heb en overtollige stukje bladgoud verwijderd heb, kan ik beginnen aan één van de twee bladen met een afdruk van het schenkelmonument, dat in het boek gaat komen. Eén van die twee bladen krijgt een gouden schenkel. Dus begin ik met een dikkere lijm aan te brengen.
Daar plaats ik een stuk van een heel dun vel bladgoud heel voorzichtig op. Dan druk ik dat aan, eerst met de haren van een kwast, dan met mijn vingers. Voorzichtig dat het goud niet scheurt. Dan is het wachten tot morgen dat het goed droog is om de overtollige delen weg te halen.
Daarna had ik tijd om weer eens verder te gaan
met de jaarwaaier. Op de testafdruk kwam nog 1 jaartal.
Dat heb ik er op gedrukt met de nieuwe inkt.
Het papier is heel zacht geel of crème waar de jaarwaaier op komt te staan. Dus wilde ik ook eens proberen wat een witte afdruk doet. Omdat dit niet gelijk bij de eerste afdruk tot een goed gevolg leidde bedacht ik de tweede druk, op dezelfde plaats, te drukken met een mengsel van wit en blauw.
Dat lukte beter. Dat heb ik toen tot werkwijze verheven.
Daarom deze nieuwe kleuren op de definitieve pagina. De jaarwaaier gaat nog drie jaartallen bevatten.
Assomada
Voor de vakantie naar Cabo Verde hebben we de vluchten
en het verblijf in drie hotels/appartementen geboekt.
Toen we na een spannende vlucht aankwamen op Santiago
werden we met een taxi naar ons hotel gebracht.
Samen met andere Nederlandse toeristen.
Dus toen we naar Assomada, een grote markt op het eiland,
wilden, hebben we de taxi weer gebeld.
Toen bleek dat we veel geluk hadden gehad.
In de taxi zaten ander Nederlanders die of in dezelfde vlucht
gezeten hadden als wij of vergelijkbare issues hadden ervaren.
Voor de mensen van dezelfde vlucht gingen we eerst
terug naar de luchthaven. Hun bagage was net aangekomen.
De twee andere Nederlandse toeristen waren tot dan toe
niet op Fogo geraakt. Ook binnenlandse vluchten
ondervinden hinder van het woestijnzand in de lucht.
(Fogo was onze tweede bestemming)
Markten zijn overal op de wereld een feest. Je kijkt je ogen uit. Alles wat je maar kunt bedenken kun je er kopen. Vandaag een kleine selectie.
Cine Clube.






















































































































































