Mahler en Boenin

Afgelopen vrijdag zou in het Concertgebouw in Amsterdam
het Mahler-festival beginnen.
Door de corona omstandigheden gaat dat niet door.
Wat nu wel georganiseerd wordt is een 10-daags online
Mahler-festival.

Iedere dag staat een symfonie van deze componist centraal.
De dag begint dan om 15:00 uur met een korte introductie
van de symfonie van de dag door een solist.
Later op de dag gevolgd door een documentaire over de
symfonie met beroemde musici, veel dirigenten.
Dan in de avond een uitvoering van het Koninklijk Concertgebouw Orkest.
Afgelopen weekend zag en hoorde ik er al twee.

In de documentaire van de eerste symfonie werd een anekdote verteld:
Gustav (7 juli 1860 – 18 mei 1911) ging met zijn vader wandelen in het bos,
na verloop van tijd gaan ze even zitten.
De vader gaat daarna naar huis maar vergeet dat hij
zijn zoon bij zich had. Toen de vader later terugging om zijn zoon
te zoeken vond hij hem op de plaats waar hij hem achtergelaten had.
Rustig en nog steeds geconcentreerd op de natuur. (mijn vrije samenvatting)

Daar moest ik aan denken toen ik de volgende tekst van Boenin (10 oktober 1870 –
8 november 1953) las:

Ik weet het nog goed:
de zon brandde steeds feller op het gras,
op de stenen trog op de binnenplaats,
de lucht werd steeds drukkender, betrok,
de wolken pakten zich steeds langzamer samen,
kregen geleidelijk een scherpe frambozerode glans,
begonnen ergens in hun onpeilbare,
weerklinkende hoogte te rommelen, daarna te donderen,
galmend te rollen en los te barsten in machtige slagen,
steeds voller, grootser, prachtiger…
O, hoe ervoer ik dan de goddelijke grootsheid
van de wereld en van God,
die over de wereld heerste en die haar met de volheid
en de kracht van de materie had geschapen!
Daarna werd het donker, een lichtflits, storm,
een stortbui met kletterende hagel,
alles ging tekeer, trilde, de wereld leek te vergaan,
in huis werden de ramen gesloten,
de gordijnen dichtgetrokken,
er werd een passiekaars aangestoken
voor de zwarte iconen in de oude zilveren lijsten,
we sloegen een kruis en zeiden aan één stuk door:
Heilig, heilig, heilig is God de Heer, Sabaoth!
Maar wat een opluchting daarna,
wanneer alles stil en tot rust gekomen was
en je uit volle borst de onbeschrijfelijke verkwikkende
vochtige frisheid van de natte velden inademde,
wanneer in huis de ramen weer opengingen en mijn vader,
die bij het raam van zijn werkkamer zat te kijken
naar de wolk die nog steeds de zon afdekte en
als een zware muur in het oosten, achter de moestuin stond,
mij naar buiten stuurde om daar
de allergrootste rammenas uit de grond te trekken en
naar hem toe te brengen!
Zelden heb ik in mijn leven zulke ogenblikken beleefd
als toen ik over het kletsnatte gras holde,

de rammenas uit de grond trok en gulzig

in het staartje beet,

waar de dikke blauwe modder nog aan kleefde…

IMG_3048BoeninHetLevenVanArsenjevVertalingMargrietBergEnMarjaWiebesVanOorschot

I. A. Boenin, Het leven van Arsenjev. Roman in het verzameld werk in vertaling van Margriet Berg en Marja Wiebes van uitgeverij Van Oorschot.


Wouter Hamel in het Concertgebouw

Het is al weer even geleden, maar de avond was er niets minder om. Op 15 augustus was er een carte blanche concert van Wouter Hamel. Met een grote groep stijkers, een harpiste uit Engeland, een achtergrondkoortje, een blazersgroep, Benjamin Herman en nog meer vrienden. Zoals altijd was de ambiance van het Concertgebouw weer perfect.