Gisteren groente gesneden en de soep gemaakt, in de koelkast en….
….vandaag een eerste kom. Heerlijk! Het is er weer voor.
de kermis kan naar huis
de muziek is uitgezet op zondag
de verlichting gaat maandag niet meer aan
de bezoekers blijven thuis
zijn aan het werk of naar school
sneeuwvermaak komt er voor in de plaats
eerst weinig, dan een dwarrelfestijn
de temperatuur is laag
sneeuwballen, slee of
wordt het wintersport?
de stad is in winterse dracht
kermis buiten bedrijf
Cingelstraat is sneeuw
Spanjaardsgat tussen kadetten en ijs
een vlies op de Haven
vissen op ijs
lange sneeuwbaan voorbij de brug
trappen tussen ijs en gemaal
diep zwarte Mark
ijs als spinrag
PTT in ijzig blauw
munten draaien in de koude lucht
een molen, de markt, Grote Kerk en Catharina
de wandelaar glibbert voort
vanmiddag plots een gat in het rad
Tobias en de engel, Mari Andriessen, Breda, Valkenberg, 1972.
Gistermiddag liep ik door het Valkenberg.
Op mijn blog was het beeld Tobias en de engel al eerder te zien.
Het is niet echt verstopt, want het bevindt zich direct
aan een van de grote doorgaande paden van het park.
Maar gisteren wierp de zon een accent op het beeld.
Tobias stond in het licht van de zon.
De engel staat bij dit beeld bescheidener naar achter.
Gisteren trad hij letterlijk uit de stralen van de zon.
Het is niet de engel die het middelpunt is van het verhaal:
het is Tobias die op reis gaat
het is Tobias die de vis vangt
Het is Tobias die met de vis zijn vader heelt.
Misschien is dat de stille boodschap van het verhaal.
Het oudtestamentisch bijbelverhaal begint bij vader Tobit en zijn zoon Tobias. Tobit, oud en blind geworden, heeft in het verleden een kleine schat achtergelaten bij iemand in Medië en stuurt zijn zoon Tobias op pad om die op te halen. Op zijn reis krijgt Tobias gezelschap van de aartsengel Rafaël. Tobias herkent hem echter niet. Rafaël is gestuurd na gebeden van Tobit én van diens vrouw. Met hulp van Rafaël brengt Tobias zijn vaders schat naar huis. Met de gal van een vis die hij samen met Rafaël heeft gevangen, geneest Tobias zijn vaders blindheid. Een deel van de schat wordt als aalmoezen weggegeven.
— Notities langs de fotowanden —
Op een ochtend liep ik door het Valkenberg.
Aan de rand van het park vielen me een aantal witte ‘wanden’ op.
Van dichtbij bleek het de reizende tentoonstelling Queer Realities te zijn.
Op witte, trapeziumvormige panelen — gebogen en ritmisch opgesteld —
ontvouwen zich foto’s en teksten.
De witte panelen staken af tegen de vaalbruin-gele herfstkleur.
Zo rond acht uur was de zon nog gedimd, deels achter wolken.
Breda, Valkenberg.
Supranav Dash, Eros and its discontents, India.
Voor mij is deze foto herkenbaar voor veel mensen.
De omgeving is wat statisch en enigszins statig.
De lambrisering met de rechte vlakken kun je overal tegenkomen.
Misschien zijn de slang, de cactus, de kraaien,
de tafeltjes met fruit, voor de maker heel belangrijk.
Maar mij trof het beeld van twee mensen die gevangen zitten
in de waslijnen.
Het web van waslijnen is voor mij
een beeld van geschreven en ongeschreven regels.
Regels die mensen kunnen beperken in hun vrijheden.
Dat kunnen zowel wettelijke regels zijn als sociale conventies.
Ohm Phanphiroj, You will be there, USA.
Het duurde even voordat ik zag dat er een persoon
aan het eind van de tafel zat.
In een bijzondere houding.
Je ziet slechts de handen, armen en schouders.
Het levert een geometrisch beeld op van een jong persoon.
De persoon is niet opvallend gespierd maar de huid is egaal.
De titel is: You will be there….
Melissa Ianniello, Wish it was a coming iut, Italy.
De houding van de man is niet comfortabel.
Armen over elkaar, gesloten.
Hij kijkt bedachtzaam opzij.
In bad, op het punt van… misschien opstaan.
Su Cassiano, Love harder, France/Italy.
Een portret van twee mannen.
Ze lijken op hun gemak bij elkaar.
De teksten op hun t-shirts troffen mij:
fragile en home,
kwetsbaar en thuis.
‘Love harder’ is een uitdagende boodschap.
Tamta Gokadze, Sadness and fear, Georgia.
Akanksha Pandey, My daughter Bonita, India.
Vincent Wechselberger, Ready, Germany/Austria.
Je ziet een foto met een persoon op een bed
maar het gezicht blijft verborgen.
Eronder staan drie gezichten.
Kijk ik naar een menselijke menukaart?
Ik kan me voorstellen dat sekswerkers zichzelf zo ervaren:
Misschien vind je het “flauw”.
Maar ik kan me nog herinneren dat we op de lagere school
de tekst
‘een trosje yoghurt’
erg leuk vonden. We lagen dubbel.
Deze tekst was het antwoord op een vraag
waarin kleur en plaats
een rol spelen.
Iets als:
het is wit
en het hangt in een boom.
Je weet het antwoord al, vermoed ik.
We vonden het erg leuk: het ding kan niet bestaan.
Yoghurt houdt zich niet op in trossen.
Maar in de taal kon het wel.
Daarom gebruik ik het heel soms als titel.
Misschien vind je het flauw.
Maar ik kan me nog herinneren dat we op de lagere school
de tekst ‘een trosje yoghurt’ erg leuk vonden.
Deze tekst was hetr antwoord op een vraag waarin kleur
en plaats een rol spelen.
Iets als: het is wit en het hangt in een boom.
Het antwoord ken je intussen al.
We vonden het erg leuk: het voorwerp kan niet bestaan.
Yoghurt houdt zich niet op in trossen.
Maar in de taal kon het wel.
Daarom gebruik ik het heel soms als titel.
Misschien vind je het flauw.
Maar ik kan me nog herinneren dat we op de lagere school
de tekst ‘een trosje yoghurt’ erg leuk vonden.
Deze tekst was hetr antwoord op een vraag waarin kleur
en plaats een rol spelen.
Iets als: het is wit en het hangt in een boom.
Het antwoord ken je intussen al.
We vonden het erg leuk: het voorwerp kan niet bestaan.
Yoghurt houdt zich niet op in trossen.
Maar in de taal kon het wel.
Daarom gebruik ik het heel soms als titel.
Wanneer de beelden zich niet laten vangen.
Afgelopen dagen maakte ik een paar foto’s die niets met elkaar
te maken hebben, behalve dan dat ik de maker ben.
Een trosje avonturen, dus.
Pizza van de week: tomaat, burrata (achteraf pas toevoegen!) en chorizo.
Deze bloeiende plant zet stug door. Hij staat in een perk aan de Nieuweweg of Markendaalseweg (zo je wilt) in Breda.
Er is een boom afgezaagd aan de Nieuwe Prinsenkade. Met een schroef is er een kaartje op bevestigd met een QR-code voor extra info. Dit zag ik niet eerder. Leuke service van de Gemeente Breda.
Breda kijkt uit naar de feestdagen. De Haven van Breda.
Wonen in een stad heeft zo de klassieke afweging van
voor- en nadelen:
toegang tot voorzieningen als bus en trein, winkels,
theater, film, horeca en altijd wel activiteiten;
de voordelen.
Waar de nadelen dan beginnen is ingewikkeld.
Is Carnaval in een stad in het zuiden overlast?
Persoonlijk vind ik van niet. Dat hoort erbij.
Maar een filmpleg die een film gaat maken over
carnaval…..
Dat ligt anders. Is dan de geluids-, stank-,
verkeersoverlast en de vervuiling van de stad,
een gebeurtenis die iets toevoegt voor de bewoners
van een binnenstad?
Het basekamp van de filmploeg op het Kasteelplein in Breda.
Filmlocatie Zattegat (de Schoolstraat).
De vorige film van deze filmploeg leverde heel veel geld op. Zou Breda een deel van de toekomstige recette ontvangen of betalen wij alleen de rekening?
Eerder deze maand was ik verrast mooie gele bloemen
te zien in het perk aan het einde van de Verlengde Mark,
aan de Nieuweweg.
Toen was het mij niet duidelijk of de plant nog in bloei aan het komen was. Het leek er wel op. Een prachtig gezicht.
Deze week was duidelijk te zien dat de plant inderdaad in bloei aan het komen was. Steeds meer mooie bloemen. Dat in oktober. Het weer is best zacht. Maar toch. Helaas zag ik vanmorgen dat de bloemen beschadigd zijn. Iets of iemand heeft een deel van de bloemen er af getrokken. De losse bloemen lagen nog in het perk.
Een visuele wandeling langs wat zich toont, verdubbelt en verdwijnt.
Licht als gids
Vanmorgen begon ik mijn wandeling eerder dan anders.
Het is duidelijk dat de herfst in volle omvang om zich heen grijpt.
Doordat de zon later opkomt en eerder ondergaat,
blijft het ’s ochtends langer donker en valt de avond sneller.
Het wordt frisser en in de natuur veranderen de kleuren.
Dus als ik dan in de ochtend net iets vroeger ga wandelen merk ik
dat meteen. Dan ziet alles er anders uit.
Ook de binnenstad van Breda, waar ik doorheen wandel,
toont zich dan in een ander licht.
Je merkt meteen dat de verlichting anders werkt dan zonlicht.
Dat is volgens mij ideaal voor fotografie.
Zonlicht plaatst alles óf in het volle licht, óf in de schaduw.
Natuurlijk vindt je daartussen heel veel nuances maar die zijn
vooral het domein van de traditionele schilderkunst of het
impressionisme.
Kunstlicht is er vooral om ons de weg te wijzen.
Het is dus niet zo krachtig als de zon. Maar juist die ‘beperking’
zorgt ervoor dat andere zaken worden uitgelicht dan overdag.
Dingen die je overdag niet opvallen spelen nu ineens de hoofdrol.
Rommel op straat, vuilniszakken, lelijke kleuren of vormen,
ze lijken te verdwijnen of minder belangrijk te worden.
Een camera, bij mij de camera van mijn telefoon, ziet dat meteen.
Dus besloot ik vanmorgen daar eens extra op te letten en
nam meer dan 20 foto’s die ik in dit bericht met jullie deel.
Koningin Wilhelmina Paviljoen en op de achtergrond de KMA.
Cingelstraat.
Reflectie en uitsnede
Bij het fotograferen let ik extra op lichtbronnen en
de oppervlakken die het licht terugkaatsen.
In de schemering kan het zijn dat een licht juist te sterk is.
Dan probeer ik die uit mijn foto te houden.
Maar soms lukt dat niet of ben ik nog niet zeker hoe het
er uiteindelijk op de foto uit zal komen te zien.
Ik let extra op weerspiegelingen op glas of op het water.
Op een eerdere foto weerspiegelt een lantaarn in de
ruit van een modern gebouw. Niet op de laten tussen de ruiten.
In het oude gebouw rechts zie je een lantaarn (die
niet te zien is) weerspiegelen in een van de ramen.
De weerspiegeling toont een witte gevel met weer een raam.
Er is een foto waarvan ik twee versies laat zien hieronder.
De eerste foto laat zien hoe ik de foto gemaakt heb.
Originele, volledige foto. Cingelstraat. Inrijpoort van het Huis van Brecht.
Op die foto krijgen de deur links en de lichtbron linksboven
te veel accent. Eigenlijk zou ik ook liever de steigers niet op
de foto willen zien. Maar dan moet ik misschien een paar weken
wachten want ze zijn net geplaatst.
Natuurlijk leveren de buizen van de steigers ook reflecties op.
Daarom verdwijnen ze niet allemaal uit het uiteindelijke resultaat.
Door een kleinere uitsnede komt het tegenlicht in de poort
beter tot zijn recht, en krijgt het licht
op de kinderkopjes meer nadruk.
Waarschijnlijk valt het jaartal 1792 (boven de deur,
in de timpaan) ook meer op.
De uitsnede van de eerdere foto. Deze beschouw ik als het echte resultaat.
Het maken van een uitsnede stelt je dus in staat om die
delen van de foto te kiezen waarmee je het verhaal wilt vertellen.
Breda, de Schoolstraat.
Spanjaardsgat.
Hoek Kraanstraat – Vismarktstraat.
De Vismarkt.
Vismarktstraat en Grote Kerk.
De Haven.
Het begin van de Haagdijk.
De Haven die achteraan nog donker is maar waar op de voorgrond het licht dat tussen de wolken door op het water reflecteert.
Tolbrug.
De Verlengde Mark tussen de Nieuwe Weg (links) en de Markendaalseweg (rechts).
St. Janstraat.
Grote Markt Zuid.
Grote Markt met tussen de bomen het standbeeld Judith op een pilaar. Ik ben zo gaan staan dat het licht deels achter het hoofd van Judith ‘verdwijnt’.
Lange Brugstraat.
Het begin van het Stadserf vanaf de Grote Markt.
Afwezigheid en stilte
Op mijn foto’s zie je weinig mensen. Natuurlijk is het
op een donderdagochtend rustiger in de binnenstad
dan op zaterdagmiddag. Dus er zijn minder mensen.
Ik wacht bewust, zodat er minder auto’s of mensen
in beeld verschijnen.
Mijn foto’s moeten een ander verhaal van de stad vertellen
dan het beeld dat overdag ontstaat.
De foto’s van vanochtend tonen niet alleen andere accenten,
maar ook hoe snel het ochtendlicht verandert —
en hoe stil de stad kan zijn.
BREDA – Bezoekers van de tentoonstelling Futura Botanica in de Nieuwe Veste keken vreemd op toen er plots een roestige brommer opdook tussen de futuristische kunstwerken. Het voertuig, een deelscooter van Felyx, stond pal naast een installatie van kunstenaar Merlijn Toby.
Volgens de folder – een A5-harmonica met zes zijdes – reageert Toby’s werk op de aanwezigheid van het lichaam door het verschil in elektrische lading op te vangen. “Het werk beweegt, resoneert en lijkt een eigen leven te leiden,” staat er. In de praktijk bleef het object stil. Snoeren liepen langs takachtige elementen naar platte bakken, waarvan de functie niet direct duidelijk was. “Ik zag geen beweging, hoorde niets,” zegt een bezoeker. “Maar misschien moet je het voelen in plaats van zien.”
Geen officiële toevoeging
De brommer is niet opgenomen in de folder. Toch hangt er een QR-code aan het stuur, die leidt naar een website over ‘Metaalflora’—een onbekend project van een performancekunstenaar die zichzelf Rostflora noemt. Op de site staan profielen van roestige fietsen en scooters, met Latijnse namen en beschrijvingen alsof het planten zijn.
Van ongeroest naar geroest
Volgens bronnen in de kunstscene is de brommer niet zomaar geplaatst, maar onderworpen aan een proces van gecontroleerde verwaarlozing. De performance zou hebben bestaan uit het blootstellen van het voertuig aan singelwater, compost, en stadsverkeer—een soort stedelijke groeicyclus. “Roest is bloei,” staat op de website van Rostflora.
Meerdere stadia van mutatie?
Op de kade bij de Nieuwe Veste staan inmiddels ten minste vier roestige fietsen en de deelscooter, bedekt met modder en oxidatie. Daarnaast hangen er enkele fietsen in het hek die niet verroest zijn, maar mogelijk toch deel uitmaken van het experiment. Volgens kenners zou dit kunnen wijzen op een gestage groeicyclus: van ongeroest naar geroest, van functioneel naar fossiel. “Het lijkt alsof sommige voertuigen nog in het kiemstadium verkeren,” zegt een voorbijganger. “Alsof ze wachten op hun beurt.”
Waarom op de Nieuwe Prinsenkade?
De locatie wordt gezien als een overgangszone tussen kunst en infrastructuur. “Het is een uitzetting,” zegt een anonieme bron. “Net als jonge planten die je na het kiemen buiten zet.”
Geen aangifte gedaan
Er is geen schade gemeld en er is geen aangifte gedaan. De brommer is niet geregistreerd als gestolen. De politie is op de hoogte, maar ziet geen reden tot actie. “Zolang het geen gevaar oplevert, laten we het aan de kunstwereld,” aldus een woordvoerder.
Tentoonstelling loopt nog tot eind oktober.
Of de brommer blijft staan, is nog niet beslist. Of het experiment inmiddels is afgerond, ook niet.
Fotobijschrift: Aan de Nieuwe Prinsenkade, net buiten het centrum van Breda en vlak bij de Nieuwe Veste (bibliotheek en muziekschool), zijn meerdere exemplaren van het Metaalflora-project te zien. Van rechts naar links: Velociflora oxidata F1 t/m F4 (volgroeid, met radiale oxidatie en bastachtige textuur), Scooteria urbana (Felyx-exemplaar, met modderpatina en beginnende roestvorming), en daarachter, in het hek, enkele hangende exemplaren van Velociflora juvenilis—nog niet verroest, mogelijk in kiemstadium. Volgens kunstenaar Rostflora betreft het een stedelijke groeicyclus waarin voertuigen muteren tot botanische entiteiten. De exacte grenzen van het experiment blijven onduidelijk.
Voor verdere unformatie:
Het was een leuk idee om op de feestdag van St. Franciscus
een tentoonstelling over plantkunde te openen.
Dat vond ik tenminste, maar waarschijnlijk was 4 oktober
bij toeval gekozen: het was een zaterdag.
Zaterdag begon een tentoonstelling in de binnentuin
van de Nieuwe Veste in Breda.
Werk van drie jonge kunstenaars is door Stichting KOP
bij elkaar gebracht rond het thema Futura Botanica.
Dat doen ze in het kader van ‘de Bredase maand
van de geschiedenis’.
Ik ging kijken en maakte foto’s.
Sien Custers.
Merlijn Toby.
Silke Riis, The Red Fruit, 2024, steel, recycled glass bulbs, waterproofed plaster, natural latex, acrylic paint, textile, ink, wire. Silke Riis geeft op 9 oktober een workshop Werken met natuurlatex. Lijkt me erg leuk. Binnenkort zal ik zeker nog een keer in de binnentuin gaan kijken naar de resultaten van de workshop.
Sien Custers.
Merlijn Toby.
Kortgeleden zag ik plots grote H-balken uit de muur van
het voormalige PTT-gebouw in het centrum van Breda steken.
Toen maakte ik een eerste foto.
Het was bij de oude ingang van het postkantoor.
Later is het nog de ingang van een meubelwinkel geweest.
Geen idee wat de plannen met deze ingang zijn maar
het leek mij wel wat laat om deze balken in de
constructie aan te brengen?
Het gebouw lijkt aan de buitenkant verder helemaal gereed.
Een tijdje later kreeg ik nog een betere kans om de
toegang te fotograferen maar toen ik later de foto zag
was het de kleur van de foto die me verwonderde.
Bij het maken van de foto was me dat helemaal niet
opgevallen maar het is daardoor wel wat meer geworden
dan een foto van een gat in de muur.
Op het station in Breda zijn twee grote kunstvitrines.
Echt imposant van formaat. Ze waren eerder op mijn blog te zien.
Deze week liep ik er weer langs en zag twee totaal
verschillende invullingen.
In de ene vitrine: een ingepakte berg, met plastic en touwen
strak eromheen.
In de andere: een verzameling verwrongen interieurstukken:
een gieter, stoelen, en meer.
Vooral de stoelen trokken mijn aandacht.
Ze deden me denken aan de smeltende uurwerken van Salvador Dalí.
Ik fotografeerde er twee.
Tegen de muur hangt een bord met namen van kunstenaars en
een korte uitleg.
Maar de tekst leek niet goed aan te sluiten bij
wat ik zag in de vitrines.
Daarom vroeg ik Copilot wat die smeltende horloges
eigenlijk betekenen, met Salvador Dalí in gedachten.
Ik kreeg de volgende toelichting:
1. Tijd als vloeibaar en subjectief
Dalí zag tijd niet als iets vasts of lineairs. In zijn surrealistische droomwereld kon tijd vervormen, vertragen of zelfs verdwijnen. De smeltende klokken symboliseren deze vloeibaarheid: tijd is geen harde constante, maar een persoonlijke en veranderlijke ervaring.
2. Verzet tegen rationaliteit en orde
Door de klokken te laten smelten, daagt Dalí de rigide structuur van de maatschappij uit. Hij ondermijnt het idee van een universele tijdsorde en nodigt uit tot een alternatieve manier van kijken—een waarin logica plaatsmaakt voor intuïtie en droom.
3. Invloed van Einstein’s relativiteitstheorie
Sommige kunsthistorici zien een verwijzing naar Einstein: de klokken zouden de relativiteit van tijd verbeelden, zoals beschreven in de natuurkunde. Dalí was gefascineerd door wetenschappelijke ideeën en verwerkte ze op zijn eigen, poëtische manier.
4. De droomwereld als echte werkelijkheid
Dalí geloofde dat de ware realiteit te vinden was in dromen. De smeltende klokken zijn een overgangssymbool: ze markeren de grens tussen de rationele wereld en de onvoorspelbare, vrije droomwereld waarin tijd geen macht heeft.
5. De “Camembert van de tijd”
Volgens Dalí zelf ontstond het idee voor de smeltende klokken toen hij keek naar een stuk zachte kaas dat smolt in de zon. Hij noemde het “de camembert van de tijd”—een speelse, maar treffende metafoor voor hoe tijd kan vervormen en vergaan.
Mooie en verrassende redeneringen.
De meeste zijn goed te volgen.
Nummer 5 lijkt misschien wat vergezocht, maar is wel gebaseerd
op wat Dalí er zelf over zei.
Maar hoe zagen die stoelen er dan uit, daar in de stationshal?
Ik maakte twee foto’s die het vervreemdende effect goed laten zien.
Als we die twee stoelen bekijken door de bril van
Dalí’s smeltende horloges,
wat zouden we dan kunnen zien?
1. Zitten als vloeibaar en subjectief
De stoel, die normaal een vaste vorm van rust is, verandert hier in iets vormeloos — een object dat zijn herkenbaarheid en functie verliest. Hij lijkt niet meer bedoeld om op te zitten, maar om te laten zien dat rust niet altijd duidelijk of stevig is. Soms is rust troostend, soms ongemakkelijk, soms moeilijk te begrijpen.
2. Verzet tegen rationaliteit en orde
De smeltende stoel laat zich niet gebruiken zoals je zou verwachten. Hij weigert dienst te doen als zitplek en laat zien dat niet alles logisch of netjes hoeft te zijn. Het is alsof hij protesteert tegen regels en vaste vormen—een stoel die zich niet laat temmen.
3. Invloed van Einstein’s relativiteitstheorie
Als tijd niet altijd hetzelfde is, dan geldt dat ook voor rust. De stoel lijkt te smelten onder de druk van tijd en zwaartekracht. Hij laat zien dat rust niet vaststaat—het verandert, afhankelijk van waar je bent, hoe je je voelt, en hoe je kijkt.
4. De droomwereld als echte werkelijkheid
In dromen zijn stoelen zelden gewoon stoelen. Ze zweven, vervormen, verdwijnen. Deze smeltende stoel lijkt uit een droom te komen, waarin rust iets is dat je voelt maar niet vast kunt pakken. Hij nodigt uit tot fantasie en loslaten van het normale.
5. De “Camembert van de rusten”
De stoel lijkt zacht en smeltend, alsof hij een stuk kaas is dat te lang in de zon heeft gelegen. Het is een speels beeld: rust als iets dat rijpt, smelt, vervormd en geur verspreidt. Misschien is de stoel niet om op te zitten, maar om te ruiken, te herinneren, te voelen.
Ik ben benieuwd wat de makers zelf van deze gedachtenkronkels
zouden vinden.
Misschien wil je zelf eens gaan kijken en je eigen interpretatie vormen?
PS:
De tweede stoel deed me niet alleen denken aan smelten,
maar ook aan Dalí’s hoogpotige olifanten:
verheven, fragiel, en vervreemd.
Misschien is rust hier niet iets om op te zitten,
maar iets om naar te reiken?