Vanochtend door het raam van de trein zag ik dit spel van lijnen van wolken, electriciteitskabels en het metaal van de mast.
Opdracht W.L. Idema gelukt
Het is gelukt om samen met The British Library
een sutra op te dragen aan de vertaler van het verhaal
dat ik op dit moment met de hand aan het zetten ben.
Dit is de website waar je het kunt zien:
http://idp.bl.uk/database/oo_loader.a4d?pm=Or.8210/S.4243;img=1.
Daar zie je het volgende:
Het grappige is nu dat in de tekst een van de hoofdpersonen
in de gevangenis terecht komt.
Terwijl ik de tekst aan het zetten ben in de FutureDome,
de voormalige Koepelgevangenis in Breda.
Hier ligt onder andere het woord gevangenis op de zethaak.
Jean Dubuffet bij het Rijksmuseum
De tuin van het Rijksmuseum is een beeldentuin die steeds bevolkt wordt door beelden van andere kunstenaars. Op dit moment is Jean Dubuffet aan de beurt. Hier Le Plongeur (de duiker).
Jean Dubuffet, L’incivil.
Jean Dubuffet, Le Deviseur. De foto’s zijn een volledig willekeurige selectie van al het moois dat er te zien is.
Sanskrit – Asia and Beyond
Gisteren was het een echte museumdag voor mij.
Ik bezocht musea in Amsterdam en een tentoonstelling
in de universiteitsbibliotheek van Leiden:
Sanskrit – Asia and Beyond.
In het Nederlands: Sanskriet, in Azie en ver daar buiten.
Het is geen eenvoudige tentoonstelling voor een leek.
Maar de kans om prachtige oude manuscripten te kunnen zien,
komt niet zo vaak voor.
Er was een prachtige leporello te zien en een paar
boeken van palmbladeren.
Van die laatste ben ik nu al weer een tijd aan het proberen
te achterhalen hoe dat nu precies in elkaar zit.
Jammer dat er geen uitgave bij de tentoonstelling is.
Al was het maar een paar A4-thes met de teksten van de tentoonstelling
(misschien zelfs in het Nederlands) en een paar foto’s van de voorwerpen.
Het eerste voorwerp dat mijn aandacht trok was meteen een boek van palmbladen: Manuscript of the Sivadharmasastra, palm leaf, Grantha script, South India, 1830.
De tentoonstelling vertelt over verschillende adpecten van het Sanskriet.
Volgens de makers van de tentoonstelling is Sanskriet voor Azie
wat het Latijn was voor Europa: de taal van de wetenschap, religie,
machthebbers en de verhalen.
Over de boeken en andere voorwerpen is het moeilijk informatie
te vinden op het internet.
Is het ‘Sivadharmasastra’ of ‘Siva Dharmasastra’ of ‘Śivadharmaśāstra’?
Over het ‘Grantha ‘ schrift zegt Wikipedia:
The Grantha alphabet (Tamil: கிரந்த எழுத்து, translit. Kiranta eḻuttu; Malayalam: ഗ്രന്ഥലിപി; Sanskrit: ग्रन्थलिपिः, translit. grantha lipi) is an Indian script that was widely used between the sixth century and the 20th centuries by Tamil and Malayalam speakers in South India, particularly in Tamil Nadu and Kerala, to write Sanskrit and the classical language Manipravalam, and is still in restricted use in traditional Vedic schools (Sanskrit veda pāṭhaśālā). It is a Brahmic script, having evolved from the Tamil-Brahmi. The Malayalam script is a direct descendant of Grantha, as are the Tigalari and Sinhala alphabets.
Hele korte samenvatting:
Het Grantha alfabet is een Indiaas schrift dat tussen de 6de en 20ste eeuw
werd gebruikt door mensen die Tamil of Malayalam spreken in Zuid India.
Met name in Tamil Nadu en Kerala werd het gebruikt om Sanskriet en de
klassieke taal Manipravalam te schrijven.
Manuscript of the Sivadharmasastra, palm leaf, Grantha script, South India, 1830. Detail.
Manuscript of the Sivadharmasastra, palm leaf, Grantha script, South India, 1830. Detail.
Manuscript of the Mahabharata, paper, Bengali script, Bengal, circa 19th century.
Dit is een voorbeeld van hoe in de vitrines de verschillende voorwerpen worden verklaard. Hier ‘Talen en Schriftsoorten’.
De bestudering van het Sanskriet kent een wetenschappelijke traditie waarbij stil gestaan wordt. Hier zien we een versie van het boek ‘De open-deure tot het verborgen heydendom’ door D. Abrahamus Rogerius. De drukker van dit boek was Françoys Hackes of Franciscus Hackius. Drukker in Leiden van 1638-1655. Dit boek is uit 1651.
Het prachtige titelblad van ‘De open-deure tot het verborgen heydendom’ door D. Abrahamus Rogerius
Wikipedia (helaas in het Engels):
It is possible Abraham was born in Haarlem, like his brother Jacobus, also a chaplain, who went to the Indies. The Calvinist Rogerius (anglicized as Roger), studied in Leiden under Antonius Walaeus. His first trip was to Batavia (1631) and then Surat (1632). From 1633 he worked as a chaplain in Pulicat, the capital of Dutch Coromandel. He studied Hinduism in southern India and learned Portuguese. Rogerius authored Open Door to the Secrets of Heathendom, which begins with ten years of ministry among the Tamil people in the Dutch colony of Pulicat near Madras, India. His knowledge came from three Brahmins whom he met regularly. In 1642 he went back to Batavia and became the manager of an orphanage/school and promoted the use of Portuguese during church services. In 1647 he returned to the Dutch Republic.
“De Open-Deure tot het verborgen Heydendom ofte Waerachtigh vertoogh van het leven ende zeden, mitsgaders de Religie ende Gotsdienst der Bramines op de Cust Chormandel ende der landen daar ontrent (“The open door to the hidden paganism or truthful account of life and customs, as well as religion and worship of the Brahmins at Coromandel Coast and surrounding countries “), which was published in Leiden in 1651 and since translated into German (1663), French (1670). This book was one of the first European books describing hinduism. The book has two parts. The first deals with the Brahmins life and customs, while the other describes their faith and worship. Rogerius seems to have been the first published a translation of aphorisms in Sanskrit by Bhartṛhari, (Hundred aphorisms on the path to heaven by the heathen Bhartṛhari, famous amongst the Brahmins on the Coromandel coast) which forms the third part of the book.
Belangrijkste feiten in de tekst hierboven:
Abraham Rogerius was een Calvinistische predikant.
Ging in 1631 naar Batavia en in 1632 naar Seurat.
Van 1633 werkte hij in Pulicat.
Daar bestudeerde hij het Hindoeisme.
zijn boek ‘De Open-Deure tot het verborgen Heydendom’
was een van de eerste boeken in Europa over Hindoeisme.
Het werd in 1663 in het Duits en in 1670 in het Frans vertaald.
Het boek bestaat uit drie delen. Deel 3 bevat een vertaling
van aforismen die origineel in Sanskriet geschreven waren.
Illuminated volume of Wajang Purwa plays Kandhi Ana and Minta Raga, Javanese language and script, Java, 1863. Met die prachtige extra flap aan het boek (rechts).
De linkerpagina van het boek op de vorige foto: Wajang Purwa plays.
Een wel heel bijzondere uitvoering van een boek: op rollen in een houten kist. Illuminated manuscript of the Devimahatmya, paper on roll in wooden box, North-West India, 19th century.
Wikipedia:
Devi Mahatmya (Sanskriet, IAST: devī māhātmyam, letterlijk: “glorie van de godin”), Durga Saptashati (Sanskriet: durgā saptashatī, “700 verzen voor Durga”) of Chandipatha (Sanskriet: caṇḍī pāṭha) is een hindoegeschrift uit de 5e of 6e eeuw. Het is de oudst bekende hindoeïstische tekst waarin waarin god aanbeden wordt als vrouw. In oudere hindoeïstische teksten komen wel vrouwelijke goden (godinnen) voor, maar deze hadden een ondergeschikte rol. De Devi Mahatmya is onderdeel van de Markandeya Purana, een van de zogenaamde Purana’s, en is opgesteld in het Sanskriet.
Het viel niet mee mooie foto’s te maken door de vitrines. Maar dit is een heel bijzonder boek. Een prachtige uitvoering. Illuminated manuscript of the Devimahatmya.
Illuminated volume of the Bhagavadgita, paper, Devanagari script, North India, circa 19th century.
Detail met de illustratie van de vorige foto. Illuminated volume of the Bhagavadgita in Devanagari script.
Leaf from an illuminated Bhagavatapurana manuscript, Urdu in Arabic script, North India, circa 19th century.
Detail van de vorige foto. Een soort ‘hij heeft het gedaan’.
De afbeelding paste niet helemaal in het kader. Dan pas je natuurlijk gewoon het kader aan.
Ik had het vermoeden dat boeken van palmbladen altijd klein en handzaam zijn. Niet dus. Manuscript of the Ramayana, lontar (lontar is een Indonesische term voor palm leaf manuscript), Javanese language in Balinese script, Bali, 1807.
Leather bound volume of the Adi Darma Sastra and Adidumastra, Javanese language and script, Java, 1900.
Met links een blad met prachtige vissen.
En rechts grapjes die we ook kennen uit Westerse middeleeuwse geschriften.
De afbeelding uit dit geillustreerde handschrift dient een beetje als het logo voor de tentoonstelling. Illuminated manuscript of the Visnusahasranama, paper, Devanagari script, North India, 19th century.
Ergens op internet (of misschien was het op de tentoonstelling) las ik wat deze afbeelding betekent. Maar helaas kan ik het niet meer vinden. Illuminated manuscript of the Visnusahasranama.
Wikipedia:
De Vishnu sahasranama is een hymne waarin de 1008 namen bezongen worden van Vishnoe, een van de belangrijkste vormen van God in het hindoeïsme en voor volgelingen van Vishnoe ook de verpersoonlijking van de Allerhoogste. De letterlijke betekenis is de 1000 namen van Vishnoe.
Manuscript of the Astasahasrika Prajnaparamita, palm leaf, Nepal, circa 12th century.
Manuscript of the Atthakatha of Buddhaghosa, palm leaf, Pali in Cambodian script, 19th century, gift of Prince Damrong of Siam.
De eerder genoemde leporello. Leporello manuscript of a Buddhist work on tantric ritual with 284 illustrations of Mudra (Hand-Gestures), Nepal, 19th century.
Hetzelfde document maar dan frontaal.
Het document gaat over de betekenis van de houdigen die je met je handen kunt aannemen en die zo typisch zijn voor beelden in het Boeddhisme.
Dit lichamelijke aspect van Sanskriet komt ook terug in dit moderne werk: Etching ‘Devi’ by Jyoti Bhatt, India, 20th century. Referred to as pseudo tantric art.
Wikipedia:
Jyotindra Manshankar Bhatt (12 March 1934) Better Known as Jyoti Bhatt’, is an Indian artist best known for his modernist work in painting and printmaking and also his photographic documentation of rural Indian culture. He studied painting under N. S. Bendre and K.G. Subramanyan at the Faculty of Fine Arts, Maharaja Sayajirao University (M.S.U.), Baroda. Later he studied fresco and mural painting at Banasthali Vidyapith in Rajasthan, and in the early 1960s went on to study at the Academia di Belle Arti in Naples, Italy, as well the Pratt Institute in New York
Prachtige tentoonstelling. Ga eens kijken zou ik zeggen.
Gewoon leuk: Hampstead
Wat Banan
Wat Banan was het tweede tempelcomplex op deze dag.
Via het hotel hadden we een soort motortaxi gehuurd die
ons de hele dag mee nam naar de drie complexen die we wilden zien.
Wat Banan was het tweede.
Een heel mooi complex gebouwd in de stijl van Angkor Wat (plateau
met daarop 5 torens) maar iets later gebouwd.
De tempel begon zijn leven als een Hindoeistische tempel maar
werd later omgrebouwd tot een Boeddhistische tempel.
Niet zo groot, niet in de allerbeste staat,
maar met een hele mooie dramatische ligging.
geen vermelding op Wikidepia dus even naar een andere web site gezocht.
Wat Banan is made up of four temple towers, with a further one in the centre.
The original temple dates back to 1050, and the reign of king Udayadityavarman I as a Hindu temple, later it was rebuilt using the same stones, as a Buddhist temple, around 1219, during the reign of king Jayarvarman VII.
Banan is built from sandstone and laterite, laterite being the fashionable material used so much nowadays for bars and hotel receptions in Phnom Penh and Siem Reap, it’s a light brown sediment rock with lots of small holes within it.
The towers are impressive and basically intact, if not a little shaky looking, but many of the carvings are headless, having been plundered.
Het vervoer deze dag, een motortaxi.
Deze tijd van het jaar zijn er veel trouwpartijen. de horeca heeft zich daar op ingesteld.
Onderweg stoppen we even bij een brug en een modern Boeddhistisch complex.
Een medeweggebruiker.
De brug is nog meebetaald door de Amerikanen als ondersteuning bij de wederopbouw.
Deze rivier kan af en toe wel een brug gebruiken.
Tempelversiering.
Modern Boeddhistisch tempel- en kloostercomplex.
Deel van het tempelinterieur.
Tempelversiering.
Het restaurant van deze middag bij Wat Banan.
Wat Banan ligt op een heuveltop dus eerst een flink stuk klimmen.
De schubben van de slang op de trapleuning.
Het laatste stuk naar boven is nog steiler.
Het eerste zicht op Wat Banan. Zo staan er 5 torens op het platform.
Dit is een tweede toren.
Er is veel beeldhouwwerk te zien maar vaak is het erg beschadigd. Door de tijd, het weer en de wind of door plunderaars.
Dit is een typische versiering van muren (het kader en de pilaren van ‘gestapelde ringen’), vooral bij ommuringen van tempelcomplexen.
Het is een zoekplaatje maar hier zijn alle 5 de torens van Wat Banan te zien. Heel indrukwekkend als je dit zo voor de eerste keer ziet.
De torens zijn prachtig van vorm en helemaal bewerkt. Dat tussen al die natuur is prachtig.
De binnenkant van een van de torens.
Een ingang en doorkijkje van een van de torens.
Hier en daar liggen nogal wat losse stukken.
Wat Banan, onderweg naar beneden.
Een leeuw (gezien vanaf de achterkant) die als beschermer van het complex staat opgesteld.
Het uiteinde van de trapleuning.
Beide leeuwen, vooraanzicht.
De idyllische lunchplaats beneden bij War Banan. Tijd om nog even uit te rusten.
Wat Ek Phnom
Na een reisdag hebben we besloten een paar tempels
te bezoeken in de omgeving van Battambang (de tweede stad van Cambodja).
Battambang is heel anders dan Phnom Penh: geen hoogbouw, overzichtelijk
en een stuk rustiger.
De eerste tempel was een schot in de roos.
Voor een leek op gebied van Cambodjaanse kunst is Wat Ek Phnom
een geweldig beginpunt.
Het geeft je de kans om meer begrip te krijgen voor de architectuur
door de beperkte schaal (beperkt maar niet klein).
De tempel ligt prachtig verscholen achter een Boeddhistisch
monument en tempel en in het bos.
Het enorme monument in de vorm van deze grote Boeddha waarachter Wat Ek Phnom verborgen ligt.
Daar ligt Wat Ek Phnom tussen de bomen en struiken.
De berg stenen die we de komende dagen nog zo vaak zullen zien is het symbool voor de heilige berg van het geloof. Zowel in het Hindoeisme als in het Boeddhisme komen heilige bergen voor.
Op wikipedia staat het een en ander over Wat Ek Phnom.
Wikipedia:
Wat Ek Phnom is an angkorian temple located on the left bank of the Sangkae River near the Peam Aek spot approximately 13 km north of the city of Battambang in north western Cambodia.
It is a Hindu temple built in the 11th century under the rule of king Suryavarman I.
Although partly collapsed and looted it is famous for its well-carved lintels and pediments.An enormous white-stone sitting Buddha statue leads to the modern Buddhist pagoda Ek Phnom surrounded by 18 Bodhi Trees. The site is deemed as a very popular picnic and pilgrimage destination for Khmers at celebration times. The pagoda opens the way to the ruins of the ancient hinduist temple.
The ancient temple, built of sandstone blocks and enclosed by the remains of a laterite outer wall and a Baray, consists of small temples or prasats on a platform and measures 52m by 49m.
Mostly reduced to ruins today only the main towers of the temple remain standing whose upper flanks hold some fine bas-reliefs.
Samenvatting en vertaling:
Wat Ek Phnom is een Hindoe-tempel op 13 kilometer van Battambang.
De tempel is gebouwd in de 11e eeuw onder Koning Suryavarman I.
Al is de tempel gedeeltelijk in verval (onder andere door plundering)
staat de tempel bekend voor de mooi gebeeldhouwde dorpels.
Een wit, stenen Boeddha leidt de weg naar een moderne Boeddhistische tempel
omrings door 18 Bodhi-bomen. De plaats in een populaire pick-nick plaats
en pelgrimsbestemming. Vanuit de Boeddhistische pagode kom je bij
de antieke tempel. Het platform van de tempel is bijna
50 meter in het vierkant.
Wat Ek Phnom.
Nu met de Boeddhistische pagode op de achtergrond.
Een dergelijk gebouw heeft altijd wel een aantal doorkijkjes.
Ik ben eerst eens rond de tempel heen gelopen. Pas daarna er op geklommen en de binnenkant bekeken.
Detail van de vorige foto.
Hier en daar afgesleten maar je krijgt een goed beeld van hoe de tempel er uit heeft kunnen zien.
De binnenkant is gestut en veilig gemaakt voor bezoekers.
Restanten van wat voor mij het achterterrein van de tempel was. Maar misschien zat aan deze kant wel de ingang.
Wat Ek Phnom.
De moderne Boeddhistische tempel.
Detail van de vorige foto met de schilderingen tegen het plafond.
Rond de enorme Boeddha staan er nog een reeks ‘kleinere’ beelden.
Versiering van de Boeddhistische tempel.
Een trapleuning in de vorm van een slangelijf met meerdere koppen (hier 5) zullen we in de Cambodjaanse tempels nog vaker zien.
We laten deze enorme Boeddha achter ons.
Creatieve woensdag
Het boek dat ik ga maken (Stringing together) is heel
eenvoudig maar dat neemt niet weg dat ik wel een nieuwe tekst
aan mijn ‘oeuvre’ wil toevoegen.
In het kader van mijn interesse voor Dunhuang/Mogao heb
ik een boek gekocht van W. L. Idema:
Chinese verhalen uit Dunhuang.
Het boek is nog tweedehands te koop. Mijn exemplaar is erg mooi, in goede staat. W.L. Idema: Chinese verhalen uit Dunhuang.
Dat verhaal ‘De hulpvaardige reiziger’ ben ik met de hand aan het zetten.
Nou mag je natuurlijk niet zomaar een verhaal gebruiken.
Dat hoop ik als volgt op te lossen:
DISTRIBUTE MERIT AND HELP IDP – SPONSOR A SUTRA
Just as donors in the past paid a scribe to copy Buddhist texts in memory of loved ones or to distribute merit to the world, IDP’s Sponsor a Sutra Scheme enables anyone today to support the digitization of a favourite sutra and add your dedicatory message. This will be added below the image on the database, just as donor names and messages previously appeared at the end of manuscripts and at the bottom of paintings. You can Sponsor a Sutra from as little as £35 (US$50): the cost depends on the length of the sutra. All funds go directly to the work of IDP.
Dus heb ik een sutra gekozen en geprobeerd die te betalen.
Dat lukte echter niet.
Dus stuur ik hen een email.
Mijn keuze was dus gevallen op het document met als code Or.8210/S.4243.
Dit was de opdracht die men bij het document mocht plaatsen. Maar hierna ging het fout. Overigens ongeacht welk document ik ook koos in deze prijsklasse.
Genaaide boekjes (xian zhuang)
Uitgangspunt zijn ook nu weer de twee teksten
van Arnon Grunberg uit 2016.
Daar ga ik een tekst uit Dunhuang aan toevoegen,
een Nederlandse vertaling.
Maar vandaag heb ik eerst de 10 pagina’s met
allemaal dezelfde set van twee teksten voorzien
van de afdrukken van de linosnedes.
Hier zie je 8 van de pagina’s. Ze gaan straks in twee gevouwen worden. In de lengte. Dan staat op 1 pagina 1 afbeelding en 1 stuk tekst. Bij sommige pagina’s is een heel klein stuk met een kleur met de hand beschilderd.
Hier zie je 2 bladen. De combinatie van de verschillende soorten papier, de vormen en kleuren doen het goed (vind ik). Alle 10 de pagina’s liggen nu onder bezwaar te drogen. Vanaf morgen begin ik met het met de hand zetten van de Dunhuang-tekst. Dat zal wel even gaan duren voor die gereed is. Hoeveel ruimte die tekst zal gaan vragen moet nog blijken. Uit de informatie van de ‘Stringing together’ kan ik niet opmaken of bij de originele pagina’s in de collectie van de British Library, het papier aan beide zijdes bedrukt of beschreven zijn. Voorlopig kies ik er voor om de bladen aan een (1) kant te bedrukken.
Dit is een voorbeeld van 1 blad. Met een beetje geluk is de afdbeelding groot genoeg om ook de tekst te kunnen lezen hier op mijn blog. De pagina’s gaan nog korter gesneden worden maar dat doe ik pas als de Dunhuang-tekst gezet en gedrukt is.
Phnom Penh: Boeddha’s in alle maten
Een serie foto’s van een wandeling in de stad.
Cambodja heeft een koningshuis en een communistische regering. Dit is de reclame voor de Volkspartij van Cambodja.
Boeddhabeelden zijn er in allerlei maten en stijlen te koop.
Rechts koop je de beelden in Bayon stijl.
Boomtempeltje.
Nog even langs het koninklijk paleis.
Een soort vogeltjesflat.
Lotusbloemen nog in de knop.
Kokos.
Dit is een monument voor een zangger die tegen de regering op kwam en om het leven kwam. Heel precies ken ik het verhaal niet.
Gezien: Dunkirk
Dunhuang genaaide boeken (xian zhuang)
Tussen de manuscripten en boeken die gevonden zijn
in de Mogao grotten in de buurt van Dunhuang zitten
ook verschillende soorten genaaide boeken.
Daar gan ik na de vlinder- en wervelwindbinding mee
aan de slag.
Daarvoor begin ik eerst met het maken van een aantal linosnedes.
En die dan afdrukken.
Ik ga ze met twee of meer kleuren afdrukken.
De eerste gaan dan boven de tekst komen.
Dit is het voorbeeld wat ik heb en op basis hiervan
ga ik mijn volgende boek maken. Heel eenvoudig.
Stringing together, zoals het International Dunhuang Project het noemt. De andere vormen zijn ‘stitched gatherings’, ‘stab stitching’ en ‘thread bound book with covering case’.
De afbeeldingen maak ik op losse stukken papier. Speciaal voor dit doel gekocht. Dit papier leent zich erg goed om afdrukken te maken van de lino met een lepel. Een eenvoudige maar heel effectieve methode. Als tekst ga ik de uitspraken van Arnon Grunberg gebruiken die ik al eerder gebruikt heb.
India 1995
In de set dia’s die ik heb laten inscannen
zijn er ook een aantal die ik niet meerr kan schikken
naar tijd of plaats.
Ze zijn in India gemaakt, in Rajasthan of Chitwan of Nepal.
Maar waar precies weet ik niet meer.
Zijn ze misschien nog van een andere vakantie in India.
Vermoedelijk niet.
Deze foto is in Nederland gemaakt. Na afloop van de vakantie wou ik een foto maken die zou aangeven waar we geweest zijn. Ik had een kaart en metalen revetten. Om nou te zeggen dat dit een heel helder beeld geeft van de plaatsen die we bezocht hebben.
De 35-daagse reis wordt niet meer in de samenstelling aangeboden
zoals wij die toen maakten.
Maar we deden in ieder geval de volgende plaatsen aan:
Delhi
Fatehpur Sikri
Bikaner
Jaisalmer
Jodhpur
Udaipur
Jaipur
Agra
Varanasi
Chitwan nationaal park
Pokhara
Bhaktapur
Kathmandu
Een onderdeel van de serie is in ieder geval een aantal ambachten. Zoals deze kleermaker.
Metaalbewerker.
Snoepmaker of snackbereider.
Voorganger.
Berijder van een fietstaxi.
Nieuwsgierig.
Niet populair bij de strijders voor een beter milieu. Maar uit dierlijke uitwerpselen maakt men deze ‘pannekoeken’ die in gedroogde vorm het heel goed doen als brandstof.
Kapper.
Nog meer fietstaxi´s net voor de ondergaande zon.
Hiervan is de plaats bekend. Deze foto is gemaakt in de rattentempel van Karni Mata.
Wikipedia:
Karni Mata Temple (Hindi: करणी माता मंदिर) is a Hindu temple dedicated to Karni Mata at Deshnoke, 30 km from Bikaner, in Rajasthan, India. It is also known as the Temple of Rats.
The temple is famous for the approximately 25,000 black rats that live, and are revered in, the temple. These holy rats are called kabbas, and many people travel great distances to pay their respects. The temple draws visitors from across the country for blessings, as well as curious tourists from around the world.
Ook hiervan is de naam bekend. Dit is de Tharwoestijn in India.
Dit lijkt me een typische tekening-muurschildering van een haveli. Waarschijnlijk gaat het hier om een portret van een Europeaan.
Troon, vermoedelijk Jaipur.
De details zijn schitterend.
Is het een fontein of een plafond.
Waarom deze foto er tussen zit weet ik niet precies. Maar goed waarschijnlijk is dit Jaipur.
Heilige koeien.
Onderweg kwamen we ook een soort veldhospitaal tegen. We werden uitgenodigd om een kijkje te nemen. Dit hier was de plaats waar de rontgenfoto´s werden genomen. Kijk maar eens aan de waslijn.
Spoorwegwerkers.
Haveli.
Wikipedia:
Haveli is a traditional townhouse or mansion in India, Pakistan, Nepal and Bangladesh, usually one with historical and architectural significance. The word haveli is derived from Arabic haveli, meaning “partition” or “private space” popularised under Mughal Empire and was devoid of any architectural affiliations. Later, the word haveli came to be used as generic term for various styles of regional mansions, townhouse and temples found in India, Pakistan, Nepal and Bangladesh.
Marktkoopman.
Drogist “De blauwe winkel” Fa. Adank
Schilderijenwissel?
Iedere keer kom je weer nieuwe dingen tegen op cultureel gebied in Antwerpen. Nu deze bijzondere schilderijwissel maandag 14 augustus aanstaande.
Wikipedia:
Sint-Carolus Borromeuskerk
De St.-Carolus Borromeuskerk aan het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen is een voormalige jezuïetenkerk in barokke stijl.
De kerk werd ontworpen door leden van de jezuïetenorde, zoals François d’Aguilon en Pieter Huyssens. De kerk werd tussen 1615 en 1621 gebouwd boven op de toenmalige Ankerrui (niet te verwarren met de huidige) voor die aansloot met de Minderbroedersrui.
Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan Ignatius van Loyola, stichter van de jezuïetenorde. Na het opheffen van de orde in 1773 werd de kerk opnieuw gewijd, ditmaal aan Carolus Borromeus. Na enige tijd gebruikt te zijn voor godsdienstonderwijs is het gebouw sinds 1803 in gebruik als parochiekerk.
De kerk is een typisch product van de contrareformatie, waarin de katholieke Kerk probeerde met pracht en praal het volk weer aan zich te binden en waarin de jezuïeten een leidende rol speelden. De voorgevel is geïnspireerd op onder andere die van de Gesù-kerk in Rome, de moederkerk van de jezuïeten, en is acht meter hoger dan de kerk zelf. De kerk heeft een driebeukige, basilicale opzet. Boven de zijbeuken zijn galerijen aangebracht. Het koor wordt gemarkeerd door een toren.
Aan de decoratie van de kerk werden belangrijke bijdragen geleverd door Peter Paul Rubens, die zowel schilderijen als beeldhouwwerk verzorgde.
In de middelste apsis wordt het hoogaltaar bekroond door een schilderij. Er waren vier stukken voor dit doel, waaronder de Kruisoprichting van Gerard Seghers (1591-1651) en een Kroning van Maria van Cornelis Schut (1597-1655) – uit de Antwerpse School. Vroeger maakten de twee retabels De mirakelen van de H. Ignatius van Loyola en De mirakelen van de H. Franciscus Xaverius van Rubens mee de faam van dit altaar uit, maar nu pronkt het Kunsthistorisches Museum in Wenen met deze twee topstukken. Dankzij een vernuftig katrolsysteem (dat in verscheidene jezuïetenkerken te vinden is) kon men de vier altaarstukken afwisselend tonen, afhankelijk van de liturgische feesten. De twee overblijvende werken en de 19e-eeuwse Onze-Lieve-Vrouw van de Karmel door Gustaaf Wappers functioneren nog steeds volgens hetzelfde systeem. Drie maal per jaar, op Aswoensdag, Paasmaandag en 14 augustus, wordt gewisseld tijdens een druk bijgewoonde schilderijenwissel.
Okay, Aswoensdag kan ik me iets bij voorstellen:
het begin van de vasten.
Paasmaandag, vind ik al moeilijker.
Je zou verwachten op het feest van Pasen.
Paasmaandag is dan al weer een dag later. Maar goed.
Dan 14 augustus.
Het feest van de Heilige Maagd Maria van de berg Karmel
valt op 16 juli
Maria-Tenhemelopneming is een katholiek feest
en wordt op 15 augustus gevierd.
Maria Koningin wordt op 22 augustus gevierd.
Andere mogelijkheden:
Ignatius van Loyola, kasteel Loyola bij Azpeitia, 24 december 1491 –
Rome, 31 juli 1556.
Franciscus Xaverius 7 april 1506 –
Shangchuan, 3 december 1552).
Xavier was een Spaanse jezuïeten-missionaris uit Navarra
die een belangrijke rol speelde in de opbouw van de missie
in Zuid- en Oost-Azië.
In Parijs maakte hij kennis met Ignatius van Loyola.
Op 15 augustus 1534 was hij een van de eerste zes
die de gelofte deden waarop later de jezuïetenorde
zou worden gebaseerd.
In 1539-1540 speelde Xaverius een belangrijke rol
in de bijeenkomsten die leidden tot
de stichting van de Sociëteit van Jezus.
Waarschijnlijk is het de 15 augustus 1534 die deze wisseling
te weeg brengt.
Jaipur 1995
Nog niet zo heel lang geleden bezochten we Jaipur
voor een tweede keer.
Sommige dingen waren niet veranderd en blijven mooi.
Een must see is het Town palace, het stadspaleis van de maharadja. Het gebouw is nog steeds in gebruik door de voormalige koninklijke familie. Toen we er de tweede keer waren, was het binnenplein waar deze prachtige gevel aan grenst, midden in een metamorfose. Het was verhuurd voor een feestje en bij 30 graden (of zoiets) was men vele, vele bloemstukken aan het schikken. In de brandende zon. Allemaal voor een feestje later die dag. Voor sommige mensen, ook in India, mag het wat kosten.
Hier is te zien met wat een enorm vakmanschap de schermen gemaakt zijn in de ramen. Ze ontnemen de zonnestralen een deel van de mogelijkheid naar binnen te schijnen, ze zijn toch nog doorzichtig, laten de wind door en zijn prachtig om te zien.
Het stucwerk met beschildering en ingelegde stenen is adembenemend.
Hawa Mahal of het Paleis der Winden. Een fantastische uitvinding. Je wil je vrouwen niet zomaar over straat laten gaan maar hen niet de kans ontnemen het leven op straat te zien of er zelfs een beetje aan mee te doen. Je bouwt een ‘paleis’, een gebouw dat voornamelijk bestaat uit ramen waaraan je kunt zitten met direct daarachter gangen. Zo zit je binnen maar toch ook buiten. Natuurlijk, met een dergelijke oplossing moet je in onze cultuur niet aankomen maar zeg niet dat er niet creatief nagedacht werd.
Zo zien de smalle gangen in de Hawa Mahal er ongeveer uit. Ik garandeer niet dat de foto daar gemaakt is. De foto kan ook uit het stadspaleis of uit de paleizen op de heuvels net buiten de stad komen.
Khajuraho oftewel India in 1995
In 1995 bezochten we Khajuraho.
We mochten de tempels alleen bezoeken zonder leren schoenen en
het was er zo heet.
Op blote voeten ging al snel niet meer.
Ik herinner me dat ik op een flap van mijn rugzak ging staan
om mijn voeten te ontzien.
De volgende foto’s zijn van die dag in begin 1995.
Het tempelcomplex in Khahuraho is niet heel erg groot. Hier zie je de tempels liggen in een verder goed begaanbaar terrein.
De tempels zijn bekend (of berucht) vanwege het beeldhouwwerk.
Sommige tempels stonden in de steigers. Geen zware metalen steigers zoals we die thuis kenden maar van lokaal materiaal: bamboe en touw.
Maar de meeste tempels stonden er mooi bij.
De tempels van Khajuraho.
Wervelwind, Whirl wind binding of Xuang Zhuang
Rode Fort en Jama Masjid: Delhi 1995
In 1995 landden we in New Delhi.
De eerste indrukken waren verwarrend maar we trokken
er toch op uit. Voorzichtig.
We bezochten in Delhi twee sites waarvan er nu nog dia’s zijn:
de Jama Masjid en het Rode fort.
Een korte serie foto’s:
Dit is de ingang van het Rode fort vanaf de stad. Boven op het enorme paleizencomplex staat de trotse vlag van India.
Ben je dan door het poortencomplex en je kijkt terug dan is dit het beeld. Ook in 1995 waren er veel Indiase toeristen die het Rode fort bezoeken.
Zoals deze groep meisjes die we in de tuinen tegen kwamen. Ik had eigenlijk geen beeld bij een fort in India. Deze combinatie van paleizen, woonruimtes, kazernes, moskeeën en tuinen.
Hier een doorkijkje.
Wikipedia:
Het Rode Fort van Delhi of Lal Qila (Hindi) is een ommuurd paleis in Shahjahanabad, in Delhi. Het Rode Fort ligt aan de rivier Yamuna. Het is één van de bekendste bezienswaardigheden in Delhi, en maakt deel uit van de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is ook de plaats waar de minister-president van India elke 15 augustus een toespraak houdt, op de dag dat India onafhankelijk werd van Groot-Brittannië.
Het fort werd als paleis gebouwd door de Mogolse keizer Shah Jahan.
De tweede bezienswaardigheid waarvan ik nog foto’s heb is de Jama Masjid.
Dit was de eerste keer dat we in India de enorme open moskeeën bezochten. Het is eigenlijk een groot ommuurd terein met fonteinen en richting oosten een ondiep, open gebouw met daarop ui-vormige koepels. En natuurlijk met minaretten. Een van de minaretten kun je beklimmen (of dat vandaag nog kan weet ik niet). Wij hebben toen die attractie maar aan ons voorbij laten gaan.
Een van de minaretten van de Jama Masjid.
Voor de duidelijkheid. In 1995 waren de veiligheidsmaatregelen voor beklimmers van de minaret beperkt.
In de Jama Masjid bevint zich een heiligdom: ‘the tomb of Shaikh Salim Chishti’.
De marmeren schermen in de ramen zijn doorzichtig door het fijne werk. Hier krijg je daar een idee van.
http://www.jamamasjid.org/2017/05/jama-masjid-delhi-history.html
One of these is the tomb of Shaikh Salim Chishti, the patron saint of Sikri. It is a small, square and attractive building in marble. The pierced screens of the corridor of this tomb are very finely worked. Close by and to the east of the tomb of the Shaikh attends the mausoleum of Islam Khan, a grandson of the saint, built in 1612.
Wikipedia:
De Vrijdagmoskee van Delhi of de Masjid-i-Jahan Numa (مسجد جھان نمہ) is de belangrijkste moskee van Delhi in India. De moskee werd gebouwd door de Mogel Sjah Jahan. De bouw was in 1656 gereed. Het is een van de grootste en bekendste moskeeën van India.
Wervelwind, Xuanfeng of Whirl wind binding: status
De bamboe ligt gereed. Gedroogd van de vernis. Voor iedere bamboehelft een strookje papier gesneden om onder het bamboe aan te brengen. Waarom ik dat doe weet ik nog niet precies. Ik wil weten hoe het binden dadelijk gaat, hoe strak het hout dan op de vellen komt te zitten. Daarom voorlopig ter bescherming de stroken papier. Het boortje ligt klaar om gaatjes te maken door de bamboe. Daarbij probeer ik recht door de twee helften te boren om het binden eenvoudig te houden. De gaatjes zijn breder dan de naald en de naald plus het naaigaren.
Er zijn vier gaten geboord. Met twee draden heb ik eerst links en rechts de bamboe aan elkaar gebonden. Daarna ook in het midden de draad er een keer door gehaald. Ik heb geen idee hoe dit bij de originele bindingen werd gedaan.
De draad zit goed in de was en is daarom heel goed te verwerken.
Deze foto geeft een beeld van de knoopjes aan de achterkant. Ik heb de gaatjes en het garen nog aangestipt met lijm. Dat ligt nu te drogen en dan ga ik morgen de Wervelwind binding oprollen.


































































































































































































