De stad maakt zich op voor het evenement ‘Art Breda’.

De stad maakt zich op voor het evenement ‘Art Breda’.

Afgelopen zondagmiddag heb ik een tentoonstelling bezocht
waar ik erg enthousiast over ben.
Het Breda’s museum heeft ontdenkt hoe ze interessante tentoonstellingen
kunnen organiseren over thema’s en kunstenaars die tegelijkertijd
interessant zijn en een groter publiek kunnen trekken.
Een voorbeeld was de tentoonstelling over Jaap de Vries en
dan nu het werk van Isabelle de Borchgrave.
Deze voor mij onbekende kunstenares maakt in haar atelier
reconstructies van modebeelden uit verschillende tijden uit papier.

De tentoonstelling in het Breda’s Museum richt zich op een serie
reproducties die De Medici genoemd is.
De Medici is een belangrijke Italiaanse familie waaraan Florence
haar kunstbezit voor een groot deel aan dankt.
De waren belangrijke machthebbers en de familie telt drie pausen
en verschillende koningen en koninginnen.
Een van de stamvaders is Cosimo (Il Vecchio) die leefde van 1389 – 1464.
Hij is uitgekozen om een van de eerste klezingstukken te tonen.

Isabelle de Borchgrave, Cosimo (Il Vecchio).
Op de tentoonstelling mogen geen foto’s gemaakt worden.
Helaas een van de ouderwetse regels waaraan het Breda’s Museum nog vasthoudt.
Maar toen men mij daarover informeerde had ik al twee foto’s gemaakt.
Die zijn hier dan ook te zien.

Isabelle de Borchgrave, Cosimo in een houppelande (een soort overgooier).
De detaillering die de Belgische kunstenaar aanbrengt
en de varieteit in gebruik van papiersoorten, behandelwijze en kniptechnieken
is verbluffend. Een voorbeeldje hiervan volgt hieronder.
Je ziet hier Eleonora van Toledo.
Het is gemaakt naar het schilderij van Agnolo Bronzino, Eleonore van Toledo
en haar zoon Giovanni.

Isabelle de Borchgrave, Eleonora van Toledo, (van achter gezien) 1522 – 1562.
Haar kapsel en hoofdbedekking, de parelsnoer rond haar hals.
Die zien er als volgt uit:

Isabelle de Borchgrave, Eleonora van Toledo, haardracht.

Het schilderij dat als uitgangspunt is gebruikt: Agnolo Bronzino, Eleonore van Toledo
en haar zoon Giovanni, 1545.
Sommige van haar creaties zijn erg groot:

Een slechte foto van Johannes VII Palaeologus, keizer van het Byzantijnse rijk.
Gaat het zien in het Breda’s Museum.
Het Dordrechts Museum heeft een schitterende tentoonstelling
over de verzameling van Koning Willem II.
Ik ben er vandaag geweest.
In Dordrecht was gelijkertijd een open aterlier route.
Erg druk dus (te druk).
Een paar indrukken.

Deze rij was nog kort. Later ontstonden er ook rijen voor de ruimtes van de tentoonstelling.


Toegangskaart.

Bernard van Orley, Maria en kind, circa 1520.

Alleen al voor deze Rembrandt zou je al gaan. Man in Oosterse kledij, 1632.

Ook het tweeluik van Quinten Massijs mag er zijn. Twee prachtige luiken. Christus heeft een fascinerende wereldbol in zijn hand. Hij lijkt van glas met daarin huizen. Om het glas gouden banden met bovenop een kruis.
Quinten Massijs, Tweeluik met Christus en Maria, circa 1500 – 1550. Zie voor het hele werk: Dordechts Museum.

Detail.
In een voormalige kerk, ook in de museumstraat zag ik werk van Sarena Huizinga.
Erg de moeite waard:




Sarena Huizinga.

Deze krant nam ik vorige week toevalling mee in het Catharijneconvent in Utrecht.
Ik had deze krant nog nooit gezien.
Tot mijn verbazing las ik er een aankondiging voor een kunstbeurs in Breda.

Blijkbaar wordt er een soort van paviljoen gebouwd op het Chasseveld.


Nou ik ga in ieder geval kijken, de website toont de standhouders: www.artbreda.nl
Vandaag ben ik naar de tentoonstelling
‘Thuis in de Bijbel’ geweest in het Catharijneconvent.
De ondertitel van de tentoonstelling is ‘Oude meesters,
grote verhalen’, maar ik vermoed
dat ze dit verhaal nog niet gehoord hebben.
In een van de tentoongestelde werken herken ik
de overgrootvader van ons Smanneke.
Kijk zelf maar eens:

Abraham Bloemaert, Landschap met Tobias en de engel, circa 1630, olieverf op doek.
In de zeventiende eeuw stonden er in de omgeving van Utrecht
veel duiventillen.
Hier gebruikt de schilder het voor zijn tijdgenoten bekend beeld
in een bijbelvertelling.
Die lijkt toch erg veel op ons Smanneke, zeg nou zelf.

Annunciatie in een Getijdenboek van Geert Grote.

Een fantastisch uitgevoerde bijbel, in fluweel gebonden. Deux-Aes-bijbel, Leiden, 1608.
De tentoonstellingen van Museum Catharijneconvent zijn altijd
goed verzorgd en zorgvuldig samengesteld.
Dat is ook nu weer het geval.
Het museum gebouw en zijn omgeving alleen al
zijn een bezoek meer dan waard.
En nu dus helemaal.
De creatie van Tom L’Istelle is gelukkig weer terug.
Van begin af aan waren de benen niet sterk genoeg
om een heel lange tijd in een looppositie te blijven staan.
Daar is nu wat op bedacht en nu is Smanneke weer terug.

Smanneke is een designlamp.

De knieeen zijn voorzien van een soort pacemaker of een extra gewricht.

Je ziet er niet veel van maar met een kleinkoppige lange schroef en een boutje zijn de kniegewrichten versterkt.

Vanochtend stond ons wandelend huisje al weer te stralen in de zon.

Francisco de Goya, Loth and his daughters, second half of the 1770s, oil on canvas.

Francis Newton Souza, The student, 1956, oil on board.
De kwaliteit van de afbeelding is helaas niet hoog.

Pagina uit een boek. Schrijver: Sadi, schilder: Bihzad. Het boek heet The Gulistan (Rosegarden, rozentuin). 1486, waterverf, inkt en goud op papier.

Sean Scully, Chelsea Wall 1, 1999, oil on canvas.

Valerie Jaudon, Verbatim, 2007, oil on linen.

Winslow Homer, Forebodings, 1881, watercolor on wove paper.

Yin Xiuzhen, Thought, 2009, clothes and steel.
Een hele mooie titel voor een tentoonstelling van de collectie.
De collectie is geplaatst in zijn maatschappelijke context.
In grote brokken wordt de recente geschiedenis opgedeeld
en voorzien van daarbij behorende kunstwerken.
Wat een collectie. Schitterend!
De verzameling video neemt een bijzondere plaats in.
Letterlijk en figuurlijk.
Ik maakte een paar foto’s.

Henk Visch, 2 herten, 1981.

John Körmeling, Hi Ha, 1992.

‘Zomaar’ een wand in het museum.

Qiu Zhijie, Map of Zhongshan Park, 2012.

Detail.

Surasi Kusolwong, Naked machine (Volkswagen Modern), 2000 – 2011.

Juan Munoz, Conversational Piece, 1994.

Marlene Dumas, Models, 1994.

De muur was niet zomaar voorzien van plaatjes. De maker is onbekend bij mij.

John Körmeling, Hi Ha tegen de muur en weerspiegeld in het raam.

Entreekaartje en catalogus. Ga er kijken. Geweldig!

Aram Bartholl, MAP.

Van mij mag de grote A best weg.
Ik vond het niet echt een icoon voor de stad.
Opvallend was het natuurlijk.
Overal in de wereld is het teken geplaatst en kreeg het media-aandacht.
Maar dat maakt het voor mij nog geen goede kunst.
Het is meer reclame dan kunst.
Maar misschien is dat nou juist een nieuwe
grens die overschreden wordt door Aram Bartholl.
Er is een kleine, maar heel mooie tentoonstelling
in het Vincent van Gogh Huis in Zundert.
In totaal 15 kunstwerken vullen twee kamers en een entree.
Een video toont een interview met Marc Mulders over de tentoonstelling.
Het filmpje is ook te zien op YouTube:

Erik Andriesse, Zonnebloem, 1987, acryl op papier.
Erik Andriesse (1957 – 1993)
Schilder en tekenaar van bloemen, schelp en dier,
in verbondenheid met de natuur, en zo werkte hij dan ook
in de voetsporen van Vincent van Gogh.
Hij was de eerste hedendaagse kunstenaar
die een solotentoonstelling kreeg
in het Van Gogh Museum Amsterdam in 1988.

Erik Andriesse, Zonnebloem (detail), 1987, acryl op papier.

Marc Mulders, Zonnebloemen in bloemenakker, 2013, olie op doek.
Marc Mulders (1958)
Schilder, aquarellist, fotograaf en glazenier.
Hij exposeerde solo onder meer in het Stedelijk Museum Amsterdam,
De Pont Tilburg, Frans Hals Museum Haarlem en Van Abbemuseum Eindhoven.
Voor deze expositie schilderde hij een reeks nieuwe abstracte doeken
van zonnebloemen in de bloemenakker rondom zijn atelier in Baest.
Zonnebloemen: Erik Andriesse + Marc Mulders
Op deze expositie toont Marc Mulders oude en nieuwe schilderijen
van zijn geliefde motief: de zonnebloem.
De liefde voor dit onderwerp deelt hij niet alleen
met Vincent van Gogh,
maar ook met zijn vroegere schildersvriend Erik Andriesse.

Marc Mulders, Zes zonnebloemen nr 3, 1995, olie op doek.

Marc Mulders, Zonnebloemen in bloemenakker, 2013, olie op doek.

Erik Andriesse, Zonnebloem, 1992, aquarel, pastel, inkt op papier.

Erik Andriesse, Twee zonnebloemen, 1980 – 1990, acryl op doek.

Erik Andriesse, Twee zonnebloemen, 1980 – 1990, acryl op doek (detail).

Erik Andriesse, Twee zonnebloemen, 1980 – 1990, acryl op doek (detail).

Marc Mulders, Detail.

Marc Mulders, Detail, verfstreken.

Marc Mulders, Zonnebloem.

Erik Andriesse, Tekeningen in ‘The complete Van Gogh’, Jan Hulsker, 1980 – 1990, diverse technieken op papier.
Dat rood mijn lievelingskleur is
blijkt wel uit deze volkomen willekeurige selectie kunstwerken.

Gerhard Richter, Wand (Wall), 1994, oil on canvas.

Gian Lorenzo Bernini, Seated male, nude. Circa 1618 – 1624, red chalk heightened with white on buff laid paper.
‘Buff’ is een Engelse aanduiding voor een geel-bruine kleur.
Zeg maar kleur woestijnzand.
‘Laid paper’ is een Engelse term die wordt gebruikt om de manier
van papier maken te beschrijven van het pre-industriele tijdperk.
Daarbij werden vezels ‘gelegd’in tegenstelling tot de hedendaagse
productiewijze waarbij men spreekt van ‘geweven’.

Giorgio de Chirico, Hector and Andromache, 1968, Patinated bronze.

Jean Meisel, Untitled, watercolor, 1970s – 2013.

JMW Turner, Foot of St Gothard, circa 1842, watercolour on paper.

Mel Kendrick, Red wal #l6, 2013, mahogany and red japan color.

Piero della Francesca, Saint Jerome and a supplicant, circa 1460 – 1464, tempera and oil on wood.

Vincent Desiderio, Study for Exodus: burning chair, 2013, oil on paper.
Een kleine maar bijzondere kunstvaria vandaag.
Ik volg al een tijdje een serie filmpjes die het
Metropolitan Museum of Art in New York maakt en publiceert
om werken in de collectie in het spotlicht te zetten.
De serie met 100 filmpjes is onlangs afgesloten.
De serie heet 82nd&fifth. Dat zijn de straatnamen waaraan
het museumgebouw gelegen is.
In 100 afleveringen worden 100 kunstvoorwerpen geintroduceerd
door 100 curatoren.
Het is een fantastische reis langs werken die bij het grote publiek,
of laat ik voor mezelf spreken, voor mij, onbekend zijn.
De volgende url brengt je bij de museumsite
met de 100 filmpjes van 2 minuten: http://82nd-and-fifth.metmuseum.org/
Maar als gevolg daarvan ontving ik een nieuwsbrief met een overzicht
van hun tentoonstellingen.
Daar komen de werken van vandaag vandaan:
![]()
Burhan Dogançay, Ribbon Mania, 1982, acrylic on canvas.
Deze Turkse kunstenaar laat zich inspireren door taal
en dat trekt me altijd erg aan.
In de serie van vandaag staat dit werk op zichzelf.
Burhan Dogançay is one of Turkey’s most acclaimed
contemporary artists.
His works are included in the permanent collections
of almost one hundred museums around the world.
In the 1960’s, he started exploring the social, cultural,
and political transformation of modern
and contemporary urban culture
through the lens of urban walls.
The artist traveled to countless cities around the world
with the particular intention of studying their walls,
which he saw as a mirror of society.
Dogançay was drawn to the ways in which walls depict
personal narratives and messages that shape
public spaces and transform urban life.This artwork is part of Fifty Years of Collecting Islamic Art
of The Metropolitan Museum of Art in New York.
In het Nederlands:
De kunstenaar die in veel musea is terug te vinden,
onderzoekt al vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw,
veranderingen in de stedelijke cultuur (politiek, cultureel en sociaal)
aand de hand van muren in verschillende steden.
Hiervoor is hij vele steden afgereisd.
De volgende werken horen bij elkaar in de zin dat ze
allemaal deel uitmaken van een tentoonstelling die nu loopt:
The Nelson A. Rockefeller Vision
In Pursuit of the Best in the Arts of Africa, Oceania, and the Americas
October 8, 2013–October 5, 2014.

Kopar or Angoram people, figure, late 19th – early 20th century, wood, paint.
The distinctive figures with lithe attenuated bodies
and long beak-like noses created by the Kopar
and Angoram peoples,
who live near the mouth of the Sepik River
in northeastern New Guinea,
are said to portray powerful spirits.
Werk uit Papoea Nieuw Guinea.
Een verbeelding van krachtige geesten.

Edo peoples, Nigeria, Court of Benin, Plaque: Equestrian Oba and Attendants, 1550 – 1680, brass.
Over the course of the sixteenth and seventeenth centuries
a remarkable series of some nine hundred
rectangular brass plaques were cast in relief
at the Court of Benin by a guild of brass casters
for display across at the facade of the royal palace.
A seventeenth-century Dutch visitor to the court
described the sprawling palace complex,
with its many large courtyards and galleries.
In the largest rooms, wooden pillars were covered
from top to bottom with works depicting
the array of officials at the court in great detail.
In this example, the king mounting a horse
is flanked by attendants rendered on a hierarchical scale
that designated their relative rank.
Een koning uit Nigeria te paard, in het midden
van dienaren en ambtenaren.
Een bronzen plaquette, een van de velen
die de wanden van het koninklijk paleis ooit hebben versierd
samen met houtsnijwerk.

Baule peoples, Côte d’Ivoire, Bandama River region, Mblo Twin Mask (Nda), 19th–20th century, Wood, metal, patina stain.
In Baule communities, Mblo performances feature
masked dancers who impersonate familiar subjects
that range from animals to human caricatures.
Mblo dances culminate in a performance
that pays tribute to the community’s most admired member.
The individual thus honored is referenced by a mask
that is conceived as his or her artistic “double” or “namesake.”
The highly stylized compositions of double-faced twin masks
are the abstract projection of ideas relating
to complementary opposites.
The right red side of this mask has greater dominance
given its higher placement and taller coiffure.
That subtle formal asymmetry imbues the composition
with dynamism.
Een masker dat gebruikt werd door dansers in Ivoorkust.
De dansers dragen maskers die hen bekende onderwerpen afbeelden.
Vaak dieren maar ook mensen.
De dans leidt tot een hoogtepunt waarin een bewonderde stamgenoot
wordt vereerd.
Voor die persoon werd een dergelijk dubbelmasker gemaakt.
Mooi is hier te zien hoe abstract die maskers zijn.
Het kleine hoogteverschil tussen de twee koppen
geeft dit masker zijn dynamiek.

Baule peoples, Mblo Twin Mask, 19th–20th century.
Het heeft even geduurd maar het boek
‘De Bonobo en de 10 geboden’ heb ik nu helemaal gelezen.
Het centraal punt dat Frans de Waal wil maken in zijn boek
is dat de moraliteit, zeg maar ons idee van goed en kwaad,
niet de vrucht is van religies,
maar onderdeel is van onze natuur.
Het is dus niet, volgens De Waal,
omdat Mozes van de berg afkwam met stenen tafelen
met daarop de 10 geboden,
dat wij als mensheid morele regels hebben.
De religie bevestigt eerder gedragingen of opvattingen
die we al van nature in ons hebben.

De Waal uit zijn opvatting niet vanuit het perspectief
van een rechter die oordeelt over wie er gelijk heeft,
maar vanuit een belangstelling voor de verschillende invalshoeken
en om te zien wie zoal welke element bijdraagt.

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, detail waarop paus, keizer en koning de hooiwagen volgen, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-lHolger Borchert.
In het boek vat De Waal dit als volgt samen.
Hoofdstuk ‘Moraal van onderop’, pagina 246 – 247:
‘De moraal ontstond eerst, en de moderne religie sprong er bovenop. De grote religies gaven ons geen morele wetten, maar werden bedacht om die wetten te ondersteunen. We weten nog maar sinds kort dat de religie dat doet door mensen te binden en goed gedrag af te dwingen. Het is allerminst mijn bedoeling die rol te bagatalliseren, die in het verleden van groot belang is geweest en dat waarschijnlijk zal blijven, maar religie de oorsprong van de moraal zit er helemaal naast.’

Mensen bestormen en graaien naar De Hooiwagen.
Het is overigens niet alleen de religie die denkt het alleenrecht op moraliteit te hebben.
Ook de filosofie zit er volgens De Waal vaak naast.
Hoofdstuk ‘Het dilemma van de atheist’”
‘Volgens de meeste filosofen komen we via de rede bij de morele waarheid. Zelfs al halen ze God er niet bij, toch gaan die filosofen uit van een van bovenaf opgelegd proces: eerst formuleren we algemen principes, die we vervolgens opleggen aan menselijk gedrag.’

Fantasiewezens trekken de kar in de richting van de hel.
De Waal schrijft over een mogelijk zwaar en complex onderwerp
een opvallend luchtig boek.
Veel hoofdstukken hebben goed gevonden titels.
Wat te denken van:
‘Losing my religion’, song titel van de band REM (1991)
‘De parabel van de barmhartige primaat’,
variant op het Bijbelverhaal over de barmhartige Samaritaan.
‘Vogelpoep in een koekoeksklok’,
over het passend maken van wetenschappelijk bewijs
en de manier waarop de wetenschappelijke wereld
met het uitroeien van die praktijk worstelt.

De Meester van De Hooiwagen, Drinkende monnik terwijl nonnen een (zijn?) zak met hooi vullen. Gesigneerd met JHERONIMUS BOSCH.
Sommige (historische) conflicten tussen biologen, filosofen
of journalisten, enz, worden breed uitgemeten in het boek.
Ik heb geen reden om aan te nemen dat De Waal
een correcte of incorrecte weergave geeft
van het verloop van die conflicten.
Maar soms wordt het wel erg gedetailleerd zonder dat
het de inhoud van het boek verbeterd.
Gevolg is dat het boek soms veel meer voorkennis vraagt
dan de meeste luchtige delen doen vermoeden.
Ik werd aangenaam verrast door De Waals interesse in Jeroen Bosch.
Zo schrijft hij op pagina 232 het volgende:
‘Bosch maakte dromen werkelijkheid en schilderde de eeuwige zwaktes van de mensheid op de manier waarop zijn tijdgenoot Erasmus ze beschreef.’
‘Een goed voorbeeld is het andere drieluik van Bosch dat in zaal 56 hangt, De Hooiwagen. Het toont een kar met een enorme stapel hooi erop die tussen een mensenmenigte door rijdt. Bij nadere beschouwing zien we dat de mensen om strootjes vechten. In het Middelnederlands staat ‘hoy’ voor ijdelheid, nietigheid en leegte. Het schilderij beeldt mensen uit die elkaar slechts om wat hooi naar de keel vliegen, messen trekken en elkaar afranselen, terwijl andere onder de karrenwielen worden vermorzeld. De geestelijkheid doet net zo hard aan het gedrang mee, zoals een dikke monnik die wacht tot nonnen zijn hooizak vullen. Edelen en de paus volgen de wagen in het volle vertoon van hun waardigheid om te laten zien dat zij zich niet tussen het gepeupel hoeven te begeven om te krijgen wat ze willen. De wagen rijdt verder en lokt iedereen als een rattenvanger naar het rechterpaneel, waar de hel wacht.’

De Meester van De Hooiwagen, detail waarop een persoon verpletterd wordt onder een wagenwiel.
In de noten van het boek staat het spreekwoord ‘Tis al hoy en stof’ als voorbeeld.
Zie ook http://www.dbnl.org/tekst/plei001laat01_01/plei001laat01_01_0001.php
In het artikel ‘De laatmiddeleeuwse rederijkersliteratuur als vroeg-humanistische overtuigingskunst’ van Herman Pleij worden de volgende dichtregels genoemd:
Tis al hoy en stof
Sijdi van den danssers keert u daer of
Tis titeliken lof
Toeval wil dat in het onlangs verschenen boek ‘Meesterwerk’
van Till-Holger Borchert aandacht wordt besteed aan het zelfde schilderij.
Daar lees je:
‘De hooiwagen mag dan onderaan rechts gesigneerd zijn met JHERONIMUS BOSCH, recent onderzoek heeft uitgewezen dat het geen eigenhandig werk van de Brabantse meester is.
Het werd geschilderd door een bijzonder getalenteerde ‘discipulus’ of navolger die bewust van de populariteit van Bosch profiteerde en die reeds in de 16e eeuw geprezen werd om zijn perfecte nabootsing van diens schilderstijl.’
Deze navolger wordt ‘De Meester van de Hooiwagen’ genoemd.
Even verder:
‘Het hooi symboliseert hier duidelijk geld en rijkdom,
zoals in de uitdrukking ‘geld als hooi bezitten’.
Die uitdrukking kende ik niet.
Dus eens gezocht. Ik vond: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/geld1
‘Volgens Joos zegt men in Vlaanderen geld hebben gelijk zaad, zand;
geld winnen gelijk hooi, water, slijk;
vgl. Teirl. 465: geld winne gelijk more (modder), gelijk slijk;
Schuermans, Bijv. 92: ik heb geld zoo lang als hooi in de omstr. van Gent);’
Het werk ‘De Hooiwagen’ is overigens een drieluik:

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-Holger Borchert.
Links:
Het paradijs met de val van de engel Lucifer, de geboorte van Eva,
de zondeval en de verwijdering van Adam en Eva uit het paradijs.
Midden:
De allegorische voorstelling van de Hooiwagen
over het najagen van geld en rijkdom.
Vanuit de hemel kijkt Christus als Man van Smarten toe.
Christus toont zijn littekens als gevolg van de kruisiging
maar ondanks zijn offer gaat de zondigheid gewoon door,
zo wil de schilder ons zeggen.
Rechts:
De hel.

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, gesloten luiken, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-Holgert Borchert.

De tweede tentoonstelling die ik afgelopen zaterdag
in Brussel in het Bozar bezocht heeft als titel Indomania.
Het wil een beeld geven van hoe het westen aangekeken heeft
tegen India, met alle wilde ideeen en misinterpretaties.
De tentoonstelling laat ook zien op welke manier
onze westerse kunst en cultuur beinvloed zijn door India.
Dat gaat dan van Rembrandt, via The Beatles tot bijvoorbeeld Rauschenberg.
Heel interessant.
De tentoonstelling en catalogus zijn gemaakt door onder andere
Deepak Ananth en Dirk Vermaelen.

Een India-verslaafde maakt je met alles uit of over India blij. Zo ook met deze tas.

Catalogus Indomania door Deepak Ananth en Dirk Vermaelen. Op de omslag ‘John Wombwell in Indiaas kostuum met een hookah (waterpijp)’, Lucknow, Uttar Pradesh, Circa 1790, gouache gehoogd met goud.


Hoort eigenlijk niet hier. Uit de folder over de twee tentoonstellingen ‘India belichaamd’en ‘Indomania’. Folio ‘Rhino Hunting’ (Neushoornjacht) uit de Baburnama, National Museum, Delhi, 1598, gouache op papier.

In het kader van Europalia is er een fantastische tentoonstelling
Indiaase kunst in Brussel. De titel van de tentoonstelling is
‘India belichaamd’ of ‘The body in Indian art’ (het lichaam in de Indiase kunst).

Afgelopen zaterdag was dat mijn belangrijkste doel in Brussel.
De thema’s die behandeld werden in de tentoonstelling zijn allemaal
terug te voeren op de titel.
Een curator uit India (Naman P. Ahuja) is de drijvende kracht
achter de geweldige tentoonstelling en bijbehorende catalogus.
Hier geen oppervlakkig overzicht van de kunst in India maar
uitgebreide essays over de verschillende thema’s en veel,
heel veel afbeeldingen van voorwerpen.
Er zullen nog maanden overheen gaan voor ik dit gelezen heb.
Een prachtig naslagwerk.

Naman P. Ahuja, India belichaamd (catalogus).
Voor mij is het onvoorstelbaar dat deze tentoonstelling /
deze kunstmanifestatie (want dans, muziek, tentoonstellingen, literatuur, enz),
zo weinig aandacht krijgt in Nederland.
De tentoonstelling is nog te zien in Bozar tot 5 januari 2014.
Snel gaan dus.


Kapoor grijpt onze aandacht,
niet door ons de berg te tonen
maar door hem te sublimeren.Pascale van Zuylen
Curator Lhoist Collection

Anish Kapoor, Large mountain, 1994, houtcomposiet en metallic verf.
Ik vind de uitspraak van Pascale van Zuylen onzin.
Prietpraat van een marketingdenkster.
Als je op de website van de collectie kijkt lees je,
dat dit bedrijf een verzameling foto’s heeft.
Hoe dit werk daar dan in past is mij een raadsel.
De foto’s die op de site worden gepresenteerd
zijn allemaal van grote, bekende, veilige namen.
De verzameling van een verwend kind.
Het werk van Kapoor wordt op een slechte plaats gepresenteerd.
De grote ruimte in Bozar is rommelig.
De ruimte is niet voorbereid op een tentoonstelling.
De ruimte is ongedefinieerd, slecht belicht, wel groot.
Het werk van Kapoor is heel vaak mysterieus maar
eigenlijk altijd estetisch aangenaam.
Je kijkt er met plezier naar.
De kleuren en of de materiaalwerking zijn aangenaam.
Dat is ook hier het geval.
Gelukkig is het kort na de opening van het museum nog niet druk.
Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar De Nieuwe Kerk
in Amsterdam geweest maar ook nin het vernieuwe Rijksmuseum.
Ik was er nog niet geweest na de heropening.

Het was er verschrikkelijk druk: veel toeristen vanwege de kersttijd
en er zijn natuurlijk mensen die vakantie hebben.
Ik had geen kaartje geprint thuis dus in de rij.
Buiten in de regen en kou.
Toen ik eenmaal binnen was zag ik de rijen:
een voor de kaartjesverkoop en een voor de garderobe.
Ik dacht: ‘Deze jongen houdt zijn jas aan’.

Kop van een Boeddha, Gandhara, Pakistan, 3e eeuw, leisteen.

Ik had al een tentoonstelling bezocht en wilde me dus beperken tot twee afdelingen:
Aziatische kunst en de eregalerij.
Beide waren een fantastische ervaring.
Het was lang, te lang geleden, maar nu is er die fantastische presentatie.

Portret van Sjah Jahan, 1625 – 1650, beschilderd albast, Noord-India. Helaas is de foto een beetje bewogen.

Een feest voor het oog:
de ‘recente’ aanwinst van de twee levensgrote paleiswachters bijvoorbeeld.
Ga dat zien.

Gisterochtend heb ik de tentoonstelling Ming bezocht
in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

De tentoonstellingen die ik er tot nu toe zag
waren zorgvuldig samengesteld en uitstekend gepresenteerd.
Over de samenstelling kan ik weinig zeggen.
De verzameling van het Nanjing Museum ken ik helaas niet.
Maar de presentatie is slordig.
Zo is de audio toer niet altijd goed afgestemd
met de voorwerpen die er getoond worden.
Zo wordt er gezegd dat ‘hiernaast’
het portret van de schilder Xu Wei te zien is.
Hiernaast?
30 Meter verderop.
De vitrines weerkaatsen op een vervelende manier
de toelichting in het glas zodat
van sommige voorwerpen delen niet of moeilijk te zien zijn.
Van een Kom (Longqing, 1567 -1572) wordt de buitenkant geroemd.
Prima, maar de buitenkant is niet te zien.
De opstelling is zo dat je alleen de binnenkant van de kom kunt zien.
Op de film en in de catalogus kun je zien dat het om
een prachtig voorwerp gaat.
Maar ik betaal 15 euro om het met eigen ogen te zien en dat
is helaas niet mogelijk.

Catalogus bij de tentoonstelling ‘Ming’.

Wat mij betreft het mooiste voorwerp op de tentoonstelling. Een prachtige gele kruik. Kruik met twee handvatten, Hongzhi, 1487 – 1505, porselein, Nanjing Museum.
Geel aardewerk was voorbehouden aan de keizerlijke familie.
Hier is de binnenkant wit. Het fungeerde dan ook als hulpmiddel
bij rituele hofceremonies en niet als onderdeel van het priveservies van de keizer.
Maar het is er niet minder mooi om.

Folder van de tentoonstelling ‘Ming’.
Tweede hoogtepunt was zeker een schildering van een ‘Fluitspelende Dame’.
Gemaakt door Tang Yin (of Tang Bohu).
(1470 – 1524, hangende rolschildering, inkt op zijde, Nanjing Museum)
Heel sierlijk, heel sereen. Mooi, beheerd kleurgebruik.
De rolschilderingen die er te zien waren,
zijn stuk voor stuk van een hoge kwaliteit.
Prachtig om te zien.
Een heel andere stijl is het werk ‘Pruimenbloesem en bamboe’
van Xu Wei (1521 – 1593 Rolschilderij, inkt op papier, Nanjing Museum).
Maar ook dit vond ik schitterend.
Gaan? Zeker.
Zeker als je niet eerder in de Nieuwe Kerk bent geweest.
Ga kijken naar de erotische prenten (Collectie Bertholet, Amsterdam)
in dezelfde ruimte als het praalgraf van Michiel de Ruyter.
(Wang Sheng, 1595, Compleet album van 10 schideringen op zijde en 10
kalligrafieen op papier)
De Chinese voorwerpen zijn prachtig en geven in korte tijd
een goed beeld van de Ming dynastie.


Maar mijn eindoordeel is dat het beter kan.
Daar is niet zo veel voor nodig en is een enorme gemiste kans.
Zo vaak kunnen we niet kunst uit het Nanjing Museum zien.

Albrecht Durer, A wise virgin (recto), 1493, pen and brown ink.

Dying Gaul, ancient Roman sculpture, first/second century AD.

Edward Hopper, East wind over Weehawken, 1934, oil on canvas.

Francisco de Goya y Lucientes, Don Pedro (Duque de Osuna), circa 1790, oil on canvas.

Frank Stella, Eskimo Curlew (3X), 1977, enamel, oil stick and crushed glass on corrugated aluminum.

Henri Matisse, Nuit de Noel, 1952, gouache on paper, cut, pasted, mounted on board.

Marc Chagall, Orphee, 1969, stone and glass mosaic.

Vajradhatu mandala, 11th century, Tibet.

Vincent van Gogh, Head of a peasant woman, late 1884 / early 1885.

Wassily Kandinsky, Studie zu improvisation 3, 1909.
Op zeven van die meesterwerken na, zo besefte ik, had op zijn minst eens in mijn leven voor alle gestaan.
Terwijl ik de personages op de foto’s iets nauwkeuriger bekeek – overal staat minstens één figuur op, op sommige honderden – realiseerde ik me dat ik ze allemaal ooit al had ontmoet, maar ze me niet zo helder voor de geest kon halen als ik zou willen.
Ik beschouwde hen niet als oude vrienden of overleden familie, maar zag in dat ze voor mij onsterfelijke, emotieve symbolen waren geworden van het denkbeeldige universum dat kunst is.

Ik heb mijn telefoon erbij gelegd om een idee te geven van de grootte van het boek ‘Meesterwerk van Van Eyck tot Rubens in Detail’ van Till-Holger Borchert.
Dat is een mooi begin of een mooie herinnering of allebei.
Is dit je eerste kennismaking met deze werken, ga ze dan bekijken.
Herinneren deze afbeeldingen je aan sterke emoties die je gewaarwerd toen je er voor stond, ga ze dan opnieuw bekijken.Mickey Cartin

‘Meesterwerk van Van Eyck tot Rubens in Detail’ van Till-Holger Borchert.