Kunstbeurs in Breda?

 photo DSC_3411ArtBredaKunstkrant.jpg

Deze krant nam ik vorige week toevalling mee in het Catharijneconvent in Utrecht.
Ik had deze krant nog nooit gezien.
Tot mijn verbazing las ik er een aankondiging voor een kunstbeurs in Breda.

 photo DSC_3413Logo.jpg

Blijkbaar wordt er een soort van paviljoen gebouwd op het Chasseveld.

 photo DSC_3412ArtBredaArtikel.jpg

 photo DSC_3412ArtBredaLogistiek.jpg

Nou ik ga in ieder geval kijken, de website toont de standhouders: www.artbreda.nl

De grootvader van ons Smanneke

Vandaag ben ik naar de tentoonstelling
‘Thuis in de Bijbel’ geweest in het Catharijneconvent.
De ondertitel van de tentoonstelling is ‘Oude meesters,
grote verhalen’, maar ik vermoed
dat ze dit verhaal nog niet gehoord hebben.

In een van de tentoongestelde werken herken ik
de overgrootvader van ons Smanneke.
Kijk zelf maar eens:

 photo WP_20140309_002LandschapMetTobiasEnDeEngel.jpg

Abraham Bloemaert, Landschap met Tobias en de engel, circa 1630, olieverf op doek.

In de zeventiende eeuw stonden er in de omgeving van Utrecht
veel duiventillen.
Hier gebruikt de schilder het voor zijn tijdgenoten bekend beeld
in een bijbelvertelling.
Die lijkt toch erg veel op ons Smanneke, zeg nou zelf.


 photo WP_20140309_001AnnunciatieGetijdenboekGeertGrote.jpg

Annunciatie in een Getijdenboek van Geert Grote.


 photo WP_20140309_003DeuxAesbijbelLeiden1608.jpg

Een fantastisch uitgevoerde bijbel, in fluweel gebonden. Deux-Aes-bijbel, Leiden, 1608.


De tentoonstellingen van Museum Catharijneconvent zijn altijd
goed verzorgd en zorgvuldig samengesteld.
Dat is ook nu weer het geval.
Het museum gebouw en zijn omgeving alleen al
zijn een bezoek meer dan waard.
En nu dus helemaal.

Geillustreerde intertextualiteit op de tentoonstelling Ongekende Schoonheid

Kort geleden was ik op de tentoonstelling “Ongekende schoonheid”.
Een beetje weggedrukt op een ongelukkige plaats was
een vitrine met terracotta voorwerpen.
Ze zijn niet zo sensationeel als de (soms heel grote) ikonen en zeker niet
zo sensationeel als bijvoorbeeld het gouden masker.
Maar ze trokken wel mijn aandacht.
Gisteren las ik in het boek bij de tentoonstelling
de beschrijving van de tegels.

De beschrijving probeert ook een verklaring te geven voor deze tegels
die in Vinica in Macedonie gevonden zijn.
En dat valt niet mee.

Tegels met Latijnse teksten, die gevonden zijn op plaatsen waar je
Byzantijnse (lees Griekse) teksten zou verwachten.
De functie is onbekend. De afbeeldingen overduidelijk vroeg-Christelijk.
De tegels zijn uniek in hun soort en tot nog toe zijn er slechts
50 complete tegels gevonden.
Vreemd is ook dat op een aantal van hen de tekst in spiegelschrift staat.
Dat kan wel verklaard worden door de manier van produceren
maar dat kan bijna niet de bedoeling geweest zijn.
Dus nog heel veel vragen rondom deze bijzondere tegels.
Op dit moment zijn ze te zien in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.


Jozua en Kaleb, de verspieders van Kanaan. Vinica, 5e -6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie, Skopje, inventarisnummer 337-VI.


Uit het boek “Ongekende Schoonheid – Ikonen uit Macedonie” door Desiree M.D. Krikhaar, Pagina 36.

Jozua en Kaleb zijn de twee soldaten met prachtig gedetailleerde harnassen, wapenrokken, helmen en lansen, die ter weerszijden van een schild zijn afgebeeld. Zelfs de plooival in hun mantels is tot in de kleinste draperieen uitgewerkt. Zij zijn de vertrouwelingen van Mozes, die als verspieders naar Kanaan zijn gestuurd om het land te verkennen.

(Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaan, het land dat ik de Israelieten geven zal, te verkennen, Numeri 13:1).

Door God is hen toegezegd dat zij het beloofde land eens zullen bewonen. Bij de strijd van de Israelieten tegen de Amorieten bij Gibeon laat de onverschrokken Jozua met hulp van Jahwe de zon en de maan stilstaan om de vijand af te straffen.

(Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon. En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israel zijn vijanden had afgestraft, Jozua 10:12-13).

Jozua, die links op de tegels is afgebeeld wijst met zijn hand op de stralende zon tussen de strijders in. Naast het hoofd van Kaleb is de maan voorgesteld. Naast de speer links is een ster weergegeven om de duisternis te symboliseren. Deze episode uit het Oude Testament wordt door de kerkvaders uitgelegd als een voorafbeelding van het Laatste Oordeel, dat door Christus uitgesproken zal worden om de mensheid te redden.

De afbeelding is die van een Oud-Testamentisch verhaal.
Een verhaal uit het Nieuwe Testament verwijst naar deze oude tekst.
In het geval van de bijbel kun je niet echt spreken van een (1) boek.
De bijbel is een bibliotheek van oude boeken waar heel veel
onderlinge verwijzingen in staan.
Intertextualiteit is de term die daarbij hoort.
Het gaat hier om een verwijzing naar de inhoud.

Deze kwam ik toevallig tegen bij het lezen van het boek
over de tentoonstelling.
En toevallig waren de tegels me opgevallen bij het zien ervan in Utrecht.
Maar je weet: toeval bestaat niet!


In verband met een recente log over de Grote Kerk in Breda en de Heilige Christoffel is er nog een bijzondere tegel te zien. Deze tegel toont de Heilige Christophorus (Christoffel, links) en soldaatheilige Joris (rechts), Vinica, 5e – 6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie in Skopje, inventarisnummer 353-VI.


 

Ongekende schoonheid; ikonen uit Macedonie in het Catharijneconvent

Vandaag samen met mijn ouders naar
Museum Catharijneconvent geweest in Utrecht.
Dit museum heeft bij gelegenheid van het 20-jarig bestaan
van de staat Macedonie een tentoonstelling
met voornamelijk religieuze voorwerpen uit dat land.
Een groot deel daarvan wordt uitgemaakt door
een serie van 50 ikonen.
Ik ben geen kenner maar deze ikonen zien er weer heel anders uit
dan die uit Griekenland of Rusland.
Goede gelegenheid om eens te gaan kijken.


De folder.


Het toegangskaartje.


Binnenstad van Utrecht.


De Dom.


Moeder Gods Psychsostria (Redster van de zielen) en Christus Pantokrator (Albeheerser), midden 14e eeuw.


Koninklijke deuren met de verkondiging aan de Moeder Gods en de Koningen Salomo en David, Kerk van de Heilige Redder, Kucevise, Skopje, 1608.

Detail van de aankondiging.

Detail van de deuren met de koningen.


Ikonostasekruis met de gekruisigde Christus en kruisgetuigen, Michael Anagnosti Zograph, 1827.

Detail met Christus en op het uiteinde van het kruis het symbool van de evangelist Johannes.

Detail met in het houtsnijwerk de draak als teken van het kwaad en het portret van een van de kruisgetuigen. In dit geval Johannes de apostel.


Feestdagenrij van de ikonostase, de intocht van Christus in Jeruzalem, Palmzondag, uit het Atelier van David van Selenica, Kerk van de heilige Demetrius, Bitola, 1730 – 1739.


Rij met heiligen.


Uitstorting van de Heilige Geest, Pinksteren uit het Atelier van Jovan Teodor van Gramosta, Kerk van Johannes de Doper, Slepceklooster, circa 1535.


Gouden reliekhouder diptiek, 14e eeuw.


Koninklijke deuren met de drie Byzantijnse Kerkvaders en de heilige Athanasius, Kerk in Dolno Vodno, Skopje, begin 18e eeuw.

Detail met de koningen Salomo en David en de Aankondiging.

Detail van de aankondiging.


Aartsengel Michael, verderdiger van het Geloof, Nikolaaskerk, Struga, midden 16e eeuw.


Veertig martelaren van Sebaste, eerste kwart 17e eeuw.


Intrede van de Maria Gods in de tempel, 14e – 15e eeuw.

Detail.


Aardenwerken cultus object in de vorm van een moedergodin, Cerje-Govrlevo, vroeg midden-steentijd.

Detail met volgens mij kleurverschillen als gevolg van de restauratie.


Gouden oorhangers met negroide koppen, graftombe, Ohrid, 3e – 2e eeuw voor Christus.


Gouden armband met ramskoppen, graftombe 127, Ohrid, 4e eeuw voor Christus.


Ritueel gouden gezichtsmasker, graftombe 132, Ohrid, 5e eeuw voor Christus.


Rituele gouden handschoen met ring, graftombe 132, Ohrid, 5e eeuw voor Christus.


Ontslapen Moeder Gods met twee heilige bisschoppen, 15e eeuw.


Heilige Nikolaas, eind 14e eeuw.

Heilige Nikolaas, detail.


De foto die ik hier van maakte was bewogen. Op zich is dat wel toepasselijk omdat dit een van de weinige ikonen is met actie. De evangelist Matteus loopt hier en zijn gewaad valt dan ook ‘dynamisch’ om zijn benen. Evangelist Matteus, eind 13e – begin 14e eeuw, Nationaal Instituut en Museum Ohrid.


De zeven aportelen van de Slaven met de Heilige Erasmus van Lychnidos en Jovan Vladimir, Dico Krstevic, Tresonce, 1862.


Russisch-Orthodox ikoon: Moeder Gods aan Kazan, Moskou, eind 19e eeuw, Carl Faberge, hout tempera zilver goud briljanten roosdiamanten saffieren smaragden robijnen pareld en email. Het betreft hier de aankondiging van de tentoonstelling ‘Glans en Glorie’, kunst van de Russisch-orthodoxe kerk in het Hermitage


Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.