India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXV

– over wijsheid, leegte en de stille aanwezigheid van Mañjuśrī –

DSC01342 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjusriDunhuang8th-10thCentury CESilkPainting55-2x14-6CMAccNr-Ch-lxiv-005

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva Manjusri, Dunhuang, 8th – 10th century CE, silk painting, 55,2 x 14,6 cm. Acc. Nr. Ch.lxiv.005. Het accession‑nummer is op mijn foto van het zaalbord helaas niet leesbaar door bewegingsonscherpte. Op basis van de seriële logica van de Stein‑collectie reconstrueer ik dit voorlopig als Ch.lxiv.005.


Deze banier kon ik niet op internet vinden.
Niet met meer algemene zoektermen of op het ACC. Nr.

In deze Dunhuang‑banier verschijnt Mañjuśrī in een zuivere,
solitaire vorm.
Hij staat op een gestileerd lotusplateau, een ritueel voetstuk
dat hem letterlijk en symbolisch draagt.
Zijn houding is samapāda: beide voeten stevig naast elkaar geplaatst,
gelijk belast, volledig gecentreerd.
De schilder heeft de voeten niet anatomisch verfijnd weergegeven
— de tenen zijn nauwelijks aangeduid —
maar juist daardoor valt hun onwrikbare stabiliteit op.
Het gaat hier niet om elegantie, maar om de rust en onverzettelijkheid
die de houding uitstraalt.

Achter zijn aureool rijst een parasolachtige vorm op,
een teken van eer en bescherming
dat in Centraal‑Aziatische schildertradities vaak
boven verheven figuren wordt geplaatst.
Zijn kroon bestaat uit drie punten, een herkenbaar Dunhuang‑motief
dat zijn vorstelijke wijsheid markeert.

DSC01342 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjusriDunhuang8th-10thCentury CESilkPainting55-2x14-6CMAccNr-Ch-lxiv-005

Het halssieraad is bijzonder opvallend:
een ritme van kralen in afwisselende kleuren, zorgvuldig geordend.
In andere regio’s draagt Mañjuśrī soms een leeuwenklauw‑halssieraad
(siṃha‑nakhāvalī), verwijzend naar zijn associatie met de leeuw.
In Dunhuang wordt dat motief niet letterlijk overgenomen,
maar gestileerd tot een kralenketting met een uitgesproken kleurpatroon.
Het fungeert hier als een subtiel maar duidelijk herkenningsteken
— een iconografisch signaal dat zijn identiteit bevestigt.

Aan zijn linkerzijde ontspringt een lotus
waarvan de steel langs zijn lichaam naar beneden loopt.
Op de geopende bloem rust de Prajñāpāramitā‑sūtra,
de tekst die de essentie van wijsheid belichaamt.
De schilder heeft het boek niet naturalistisch weergegeven,
maar als een compacte, bijna zwevende vorm:
een symbool van inzicht, niet een fysiek manuscript.

DSC01342 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjusriDunhuang8th-10thCentury CESilkPainting55-2x14-6CMAccNr-Ch-lxiv-005

Bija en de stengel van de lotusbloem. De stengel volgt prachtig de vorm en de richting van het lichaamen de kleding zonder uiteindelijk echt in de linkerhand te belanden.


In zijn rechterhand houdt Mañjuśrī het bīja, het zaad van dezelfde lotus.
Het is een ovaal, licht afgeplat element dat in Dunhuang‑schilderingen
de kiem van wijsheid aanduidt
— het potentieel dat zich ontvouwt tot inzicht.
In sommige sculpturale tradities verschijnt Mañjuśrī
met een kleine donor- of attendantfiguur aan zijn zijde,
maar in de Dunhuang‑schilderkunst is dat ongebruikelijk.
Deze banier volgt die conventie:
de bodhisattva staat volledig alleen, zodat alle aandacht uitgaat
naar zijn attributen en de rol die hij belichaamt
— de personificatie van wijsheid zelf.

Mañjuśrī als onderdeel van een trio

In veel Mahāyāna‑tradities verschijnt Mañjuśrī niet alleen,
maar als onderdeel van een drie-eenheid van kwaliteiten
die samen het pad naar verlichting verbeelden.
Deze triade bestaat uit:

  • Mañjuśrī – wijsheid (prajñā)
  • Avalokiteśvara – compassie (karuṇā)
  • Vajrapāṇi – kracht en bescherming (bala)

Samen vormen zij een soort geestelijke architectuur:
inzicht, mededogen en daadkracht als drie pijlers
van het boeddhistische pad.
In sommige regio’s worden ze als groep afgebeeld,
in andere tradities vooral conceptueel samen gedacht.
Dunhuang behoort tot die laatste categorie:
de drie verschijnen zelden samen in één beeld,
maar hun onderlinge verhouding was wel degelijk bekend.

Binnen dit trio neemt Mañjuśrī de rol van heldere,
onderscheidende wijsheid op zich
— het vermogen om te zien hoe dingen werkelijk zijn,
zonder projecties of vastklampen.
Waar Avalokiteśvara de wereld tegemoet treedt met mededogen,
en Vajrapāṇi met beschermende kracht,
vertegenwoordigt Mañjuśrī het heldere midden:
inzicht dat richting geeft aan handelen en mededogen.

Dat deze banier hem solitair toont, betekent dus niet
dat hij losstaat van die bredere context.
Integendeel: de afwezigheid van de andere twee
maakt zijn eigen kwaliteit des te zichtbaarder.
De lotus, het boek, de rustige samapāda-houding
— alles wijst op zijn rol binnen het grotere geheel van de Mahāyāna‑leer.

De Lotus en het Boek: over Mañjuśrī’s rol in de traditie van leegte

Mañjuśrī belichaamt in de Mahāyāna‑traditie wijsheid
— niet in de zin van geleerdheid of kennis,
maar als inzicht in de aard van de werkelijkheid.
In die traditie wordt vaak gesproken over leegte,
een woord dat gemakkelijk misleidt.
Het verwijst niet naar afwezigheid of nietsheid,
maar naar het idee dat verschijnselen geen vaste,
onveranderlijke kern hebben.
Alles ontstaat, verandert en verdwijnt
in afhankelijkheid van omstandigheden.

Dat inzicht is bevrijdend:
het maakt het mogelijk om minder te hechten
aan wat per definitie veranderlijk is,
en om met meer helderheid en soepelheid in de wereld te staan.
De Prajñāpāramitā‑sūtra’s
— waarvan Mañjuśrī hier een gestileerde versie op zijn lotus draagt —
verwoorden precies dit perspectief.
Ze vormen een van de oudste en invloedrijkste teksttradities
van het Mahāyāna‑boeddhisme,
ontstaan rond het begin van onze jaartelling
en verspreid via recitatie, vertaling en ritueel gebruik.

Voor monniken en geleerden waren deze teksten
een bron van studie;
voor leken waren ze vooral rituele objecten:

  • gereciteerd in vaste melodieën,
  • gekopieerd als verdienstelijke daad,
  • en herkend aan hun iconografische vorm.

De schilder van deze banier hoefde de tekst niet te kennen
om haar betekenis te dragen
— de lotus met sūtra was een visueel signaal
dat onmiddellijk verwees naar Mañjuśrī’s rol
als personificatie van wijsheid.


Van bezit naar zorg

DossierRestitutieDocumenterend

Over de tentoonstelling die ik niet zag

Er had zomaar nog een derde tentoonstelling bij kunnen komen.
Een beetje veel voor één dag, al had het misschien toch gekund
De tentoonstelling opende pas in de middag,
terwijl ik rond tien uur al door de folders bladerde.
De titel:
Benin Verpflichtet / Benin Dues – Dealing with looted royal treasures.
De tentoonstelling is in Zürich nog te zien tot begin maart.

De centrale vraag lijkt te zijn:
hoe ga je om met geroofde koningsschatten?

Het beeld dat de tentoonstelling voor haar affiche kiest, roept meteen vragen op.
Op de affiche houdt een vrouw van kleur een masker uit Benin vast.
Ze toont het masker half voor haar gezicht, alsof ze zich erachter verschuilt.
En dan die groene plastic handschoen.
Dat voelt allerminst toevallig…

Het waren witte Europeanen die de kunst uit Benin roofden.
Het waren witte Europeanen die de kunst blijvend in bezit namen.
Die schatten keren soms pas na jaren onderhandelen — en vaak met tegenzin — terug.

In 1897, British troops attacked the kingdom of Benin in present-day Nigeria. They ousted the king, burned down the capital and looted thousands of royal artefacts from the palace. In Europe, the objects were sold on the art market as “Benin Bronzes”. In 1940, Benin artefacts also entered the collection of the Ethnographic Museum.

IMG_7665BeninDues

De vrouw staat niet op de foto om herkend te worden.
Daarvoor verbergt ze haar gezicht te veel.

Op de website ontdekte ik dat er nóg een affiche bestaat.
Nu een man van kleur.
Ook die groene kunststof handschoenen.
Op de website staan ook foto’s die
niets met de publiciteitscampagne te maken hebben,
en daarop draagt een man precies dezelfde groene handschoenen.
Dat lijkt eerder op een standaardpraktijk in het museum
dan op een bewuste beeldkeuze
— waardoor de affiche minder doordacht overkomt.
De man verbergt zijn gezicht niet achter het masker.
Een heel andere opzet.
Dat doet vermoeden dat het beeld op de affiche
niet vanuit een doordachte keuze is ontstaan.

BeninVerpflichtetBeninDues

Vanaf dat moment wilde ik weten hoe het museum zelf
deze tentoonstelling kadert.
De press release opent met een vraag die ik hierboven al citeerde:

Why are objects from the Kingdom of Benin held in the Ethnographic Museum at the University of Zurich?

Maar wie verder leest, merkt al snel dat er
in de onderliggende visie iets wringt.
De alinea die begint met

A paradigm shift in dealing with looted artifacts

laat dat misschien wel het duidelijkst zien.

De alinea begint met:

Considering what to do with looted artifacts is an issue for the academic community and cultural sector.

Verderop staat:

As owner of objects from Benin, the University of Zurich and ultimately the cantonal authorities are now examining the next steps. Museum Director Mareile Flitsch talks of a ‘paradigm shift’: “Ethnographic museums now need to reconsider past world views and attitudes…”

Maar juist in die formuleringen wordt zichtbaar
hoe beperkt dat paradigma nog steeds is.

Misschien onbedoeld,
maar het museum zegt hier dat Europese professionals gaan bepalen
wat er moet gebeuren met de geroofde kunst
— kunst die bovendien al twintig jaar in opslag stond.

Het museum erkent de roof,
maar noemt zichzelf nog altijd eigenaar.
Dat is geen paradigmawisseling.
De autoriteiten bepalen de ‘next steps’,
en het museum ‘engages’ met nazaten
— maar altijd vanuit dezelfde positie.
De taal verandert, de structuur niet.

Van bezit naar zorg

Verantwoordelijkheid voor kunstvoorwerpen
kan op uiteenlopende manieren worden ingevuld,
en in deze context zijn vooral twee begrippen van belang.

Eigenaarschap (Ownership) is een harde, juridische claim:
het impliceert dat iets toebehoort aan degene die het fysiek bezit,
ook wanneer dat bezit historisch door roof is verkregen.

In de praktijk betekent dit dat
de eigenaar de beschrijving van het object maakt,
de eigenaar beslist over de rol van het object in tentoonstellingen,
de eigenaar bepaalt of en wanneer het object wordt uitgeleend,
en de eigenaar vastlegt welke informatie wel of niet wordt gedeeld.
Het is de eigenaar die de voorwaarden stelt,
de toegang reguleert en uiteindelijk beslist over de toekomst van het object.

Beheer (Custodianship) daarentegen verwijst naar een tijdelijke zorgrelatie,
een vorm van verantwoordelijkheid zonder aanspraak op eigendom.

In de praktijk betekent dit dat
de beheerder het object documenteert zonder het te claimen,
dat de beheerder tentoonstellingskeuzes maakt in overleg
met de gemeenschap van herkomst,
dat de beheerder uitleenverzoeken faciliteert in plaats van controleert,
en dat de beheerder informatie deelt in de wetenschap
dat het object elders thuishoort.
De beheerder bewaart, beschermt en ontsluit,
maar beslist niet over de uiteindelijke bestemming.

Waar eigenaarschap de koloniale logica voortzet,
opent beheer de mogelijkheid om zorg te dragen voor iets dat elders thuishoort.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXIV

– over kijken naar mededogen op golvend ramie –

DSC01340 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara Banner, Dunhuang, 9th – 10th century CE, painted on ramie. Acc.Nr. Ch.lxiv.001.


Mijn observatie:

Soms zitten er in deze reeks over het Nationaal Museum
afbeeldingen tussen die je als ‘aandoenlijk’ kunt omschrijven.
Dat klinkt misschien wat oneerbiedig.
Maar zo is het niet bedoeld.

Kijk eens naar deze bodhisattva Avalokiteshvara-banier.
Het hoofd ziet er goed uit.
Een beetje generiek.
Maar dat is zo bij de meeste boeddhistische voorstellingen.

DSC01340 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Het zijn vooral de houding, de stand van de handen,
de kleding, de attributen en de enscenering
die betekenis geven aan een boeddhistische voorstelling,
niet de gelaatstrekken van de figuren.

DSC01340 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001DSC01340 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Kijk eens hoe de vingers geschilderd zijn.
Ze lijken wel te golven.
Of de voeten.
Voor hele korte schoentjes.
Met tenen die zich niet schikken naar maat of volgorde.

DSC01340 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001DSC01340 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001

Kijk nog eens naar de Boeddha,
helemaal bovenaan de banier.
Meer een icoon dan een persoonlijkheid.
Aandoenlijk toch?


Ramie

Ramie is een van de oudste plantaardige vezels ter wereld:
een bastvezel uit de stengel van een netelachtige plant
die al duizenden jaren in China, India en Egypte wordt gebruikt.
Het is een glanzende, bijna zijdeachtige vezel, opvallend wit van nature,
en zo sterk dat het zelfs in natte toestand nog sterker wordt.
Toch is ramie nooit zo alomtegenwoordig geworden als katoen of zijde.
Niet omdat de plant zeldzaam is
— ze kan meerdere keren per jaar geoogst worden —
maar omdat de verwerking arbeidsintensief en kostbaar is.
De vezels zitten stevig vast in de bast en moesten in de tijd van Dunhuang
door langdurig weken in water worden ‘ontgomd’
voordat ze tot draad konden worden gesponnen.
Dat maakt ramie historisch gezien een luxevezel
die vooral in specifieke regio’s en toepassingen werd gebruikt,
van Chinese kleding tot Egyptische mummiewindsels.
In vergelijking met zijde of hennep heeft ramie een eigen karakter.
Ze deelt met zijde een natuurlijke glans,
maar mist de soepelheid en elasticiteit van echte zijden draden.
Met hennep heeft ze de baststructuur gemeen,
maar ramie is fijner, witter en sterker
— bijna twee keer zo sterk als vlas en veel sterker dan katoen.

Ramie werd in Dunhuang vooral gebruikt voor banners en rituele textielen,
maar minder vaak dan zijde.
Daardoor — én door de gevoeligheid van deze lichte stoffen
voor vocht en veroudering —
zijn ramie‑objecten in museale collecties
zoals die van het Nationaal Museum
relatief zeldzaam.

Driehoek

Hoewel de driehoekige top ook voorkomt
bij memorial banners en sutra wrappers,
wijst de combinatie van verticale compositie,
centrale bodhisattva en de Boeddha bovenaan in deze banner
eerder op gebruik als tempelhanger
— vandaar de suggestie in de zaaltekst.

Avalokiteśvara ?

Het is niet zo dat men Avalokiteśvara “bedenkt”
omdat bepaalde kenmerken ontbreken;
de identificatie ontstaat juist door een combinatie van wat wél aanwezig is
en wat níet past bij andere bodhisattva’s.

De lotusbasis, de kroon, de aureool en de verticale hiërarchie
met een Boeddha bovenaan
sluiten nauw aan bij de manier
waarop Avalokiteśvara in Dunhuang doorgaans wordt afgebeeld.
Tegelijkertijd ontbreken de specifieke attributen
die andere bodhisattva’s onmiddellijk herkenbaar zouden maken
— zoals het zwaard of boek van Mañjuśrī,
de stupa van Maitreya,
of de vajra van Vajrapāṇi.
Zo ontstaat een iconografisch profiel dat niet toevallig,
maar vrij consistent naar Avalokiteśvara wijst.


DSC01341IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieAccNiChlxiv-001 txt

Zaaltekst: This painting shows a Bodhisattva standing on lotus, with the right hand hanging down and left placed at chest. The presence of triangular headpiece is suggestive of the banner being used as a temple hanging.


Een biennale die verder kijkt dan vorm

– a place to be and experience, side by side –

IMG_7666AlterBotanischerGartenSideBySide

Side by side, Design Biennale Zürich, 2025.

IMG_7668AlterBotanischerGartenSideBySideTxt


Van mijn hotel naar het centrum lopend,
stuitte ik op een aankondiging van de Design Biennale Zürich.
Ik ging uit van strak vormgegeven horloges, lampen of meubels.
Maar de objecten bleken minder om hun buitenkant te gaan
dan ik had verwacht.
Misschien was het de tuin zelf — de Alter Botanischer Garten —
die het geheel meer diepte gaf.
Iets dat op een ondiep zwembad leek trok direct mijn aandacht.
En hoe verder ik de tuin in ging, hoe boeiender het werd

Pas later, bij een gebouw in de tuin, bladerend door enkele folders,
zag ik hoe deze editie heette:
Side by side.
Grappig genoeg kreeg die titel voor mij nog een tweede betekenis.
Als een persoonlijke variant op ‘naast elkaar’.
’s Ochtends de biennale, ’s middags In Fraunhand.
Twee tentoonstellingen naast elkaar.

Vergankelijke Omheiningen, Eeuwigdurende Gemeenschappelijke Ruimtes

IMG_7647AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommons

Side by side, Alter Botanischer Garten, Lara Mehling & Nicole de Lalouvière, Ephemeral Enclosures Perennial Commons.

IMG_7648AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommons

The mobile, lightweight structure offers a new interpretation of the sarāparda. The Persian term combines saray (palace) and parda (curtain) and refers to a relic of Central Asian nomadic pastoralism. To define the boundaries of a temporary camp, a portion of a blooming meadow was temporarily enclosed. Through this ephemeral enclosure, the vital grazing land was transformed into a ceremonial space —an act that challenges the conventional definition of a garden as an artifact of sedentary life and invites a new understanding of contemporary commons in the landscape.

Wildflower meadows have long drawn nomadic peoples to the mountain steppes of Western and Central Asia. These lands belonged to no one but those who temporarily inhabited them during seasonal migrations. Among the first spring vegetation were fire-red wild tulips. The beauty of these red-flowering fields was widely celebrated, their imagery woven into the art and iconography of tribal and courtly cultures —particularly in textiles crafted by women. The installation in the Old Botanical Garden at the University of Zurich consists of a multi-part screen whose segments form a visual essay on the journey of the red flowers from Central Asia westward. Each panel traces a fragment of archived textile. The designs have been reinterpreted in a style reminiscent of European chintz fabrics, also known as Indiennes. Through the reclamation of this medium, the textile panels aim to honor the heritage of the red flowers.

Online worden daarom twaalf textielstukken genoemd
waarin de bloemmotieven een rol spelen.
Met name vloerkleden, plus een enkel kussenovertrek.
Ze zijn oorspronkelijk gemaakt in Siberië, Herat, Iran,
het Ottomaanse Rijk en Italië.
De makers in Zwitserland, Lara Mehling & Nicole de Lalouvière,
zien zichzelf in de eerste plaats als landschapsarchitecten.

IMG_7649AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommonsTxtIMG_7650AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommons


Tales & Tails: Verhalen met huid en haar

IMG_7651AlterBotanischerGartenAnninaArterTalesAndTails

Annina Arter, Tales & Tails

This project presents a series of textile images that engage with entries from Conrad Gessner’s Historiae Animalium, also known as the “Thierbuch”– one of the earliest encyclopedias of the animal world,published in the 16th century. In this work, Gessner systematically compiled all available knowledge from ancient, medieval, and contemporary sources. Alongside real animals, he also documented mythical creatures such as the unicorn or basilisk. The depiction of these hybrid beings reveals how, in the 16th century, the boundaries between observation, myth, and inherited narrative, were still fluid —between the visible and the told, between documented fact and imagination.
“Tales & Tails” reflects on this theme through a contemporary, textile interpretation. Selected original illustrations from a hand-colored version of the Thierbuch are highlighted and embedded in narrative compositions. The series positions itself as an artistic exploration of collecting as a cultural practice —both historical and contemporary. The textile works explore the influence of social imagination, visual interpretation, and collective labor on how we perceive nature. The materials themselves follow the logic of collecting: fabrics, fragments, and materials from diverse sources come together in collage-like compositions with a quilt-like aesthetic, referencing various forms of collecting, ordering, and interpreting.

The Thierbuch used as a source was kindly provided by the University of Amsterdam: Gessner-Platter albums, Allard Pierson, University of Amsterdam, Library of the Remonstrant community of Amsterdam, Hs. III C 22–23.

Annina Arter is textielontwerpster.
De werken, geplaatst langs een smal pad tussen bomen en struiken,
krijgen daardoor een onverwachte charme.

IMG_7652AlterBotanischerGartenAnninaArterTalesAndTailsTxtIMG_7653AlterBotanischerGartenAnninaArterTalesAndTails


Vloeibare klei

IMG_7654AlterBotanischerGartenMariaSmigielskaAnaAscicLiquidClayFormsInFlux

Maria Smigielska en Ana Ascic, Liquid Clay Forms in Flux.

“Liquid Clay: Forms in Flux” is a site-specific installation in the round pond of Zurich’s Old Botanical Garden. Drawing from the forms of aquatic plants —adapted to channel and collect water —the work translates these logics into a sculptural system of 3D-printed clay funnels. Stacked in shifting rhythms, the modular elements evoke patterns of growth, erosion, and riverine flow. The project highlights clay’s potential as a sustainable, locally sourced material, reinterpreted through advanced digital fabrication.
Each funnel element is printed with precision yet retains the tactile character of layered clay, producing a rhythm that feels simultaneously natural and crafted. Mist, reflections, and shifting daylight animate the work, transforming it throughout the day and offering a sensory experience of atmosphere and space. Rather than inviting interaction, the piece functions as a sculptural intervention that amplifies the garden’s qualities of pause, contemplation, and connection. “Liquid Clay: Forms in Flux” is a gentle encounter between natural processes and digital craftsmanship, where visitors are invited to reflect on the shared language of water, material, and form.

Ana Ascic en Maria Smigielska zijn architecten.

IMG_7655AlterBotanischerGartenMariaSmigielskaAnaAscicLiquidClayFormsInFlux  Txt


Positief zwermen

IMG_7660AlterBotanischerGartenEthelRossettiElenaZihlmannCollectiveMind

Ethel Rossetti en Elena Zihlmann, Collective Mind.

How does your presence influence the movement of others? Collective Mind explores the nature of the swarm – as movement, as structure, and as a form of intelligence.
The work investigates the ever-shifting relationship between the individual and the collective, between autonomy and mutual dependence. What invisible forces come into play when many become one? What emerges when control slips away, and complexity arises from repetition and simple rules? These dynamics are staged through artistic means. Human bodies take on fluid formations reminiscent of bird flocks. Photographs reveal ant-like behaviors, repetition, and rhythm. A generative digital swarm simulates the logic of decentralized systems —where movement isn’t imposed but collectively created. In such systems, the individual dissolves into the collective – and yet the collective depends on every single element. There is no leadership, and still, direction emerges. There is no central plan, and yet structure forms. Collective Mind invites viewers into a living, breathing system. A space where identities dissolve, proximity creates meaning, and the choreography of the many becomes a mirror of our shared movement.

Ethel Rossetti en Elena Zihlmann onderzoeken het begrip ‘Zwerm’.
Hun onderzoek vindt plaats via de camera
— via kijken, vastleggen, herhalen.
Het is iets anders dan het gedrag van buitenlandminister Rubio,
die zijn baas blind volgt,
zelfs wanneer hij buitenspel wordt gezet.
Maar ook in een zwerm is weinig ruimte voor individueel denken.
Bij deze fotografen levert het prachtige foto’s op.

IMG_7659AlterBotanischerGartenEthelRossettiElenaZihlmannCollectiveMind Txt


Voetbad

A cross-disciplinary spatial-performative installation.
A place to be and experience, side by side.

IMG_7661AlterBotanischerGartenValerieHessSibylleStoeckliTHEPOOOL

Valerie Hess en Sibylle Stoeckli, THE POOOL.

The performative and interdisciplinary installation THE POOOL is both space and process. An urban oasis where bodies, ideas, disciplines, generations, and communities converge. All visitors are invited to sit at the edge of the pool, dip their feet in the water, receive a towel, and simply be—alone or SIDE BY SIDE with others. This gesture is simple and universal, rooted in many traditions. Here, everyone is welcome to pause, observe, interact, and reconnect with what matters. The project raises fundamental questions: How can we live side by side? How do we connect with ourselves—and with others? Where do we draw inspiration from? How do we behave alone—and how do we share space at the pool? To explore these questions, designers Sibylle Stoeckli and Valerie Hess are present on site every day. They create spaces, situations, images, and words, engaging in an ongoing, collective design process. Their approach is open, interactive, and participatory. The installation becomes an experiential space where water acts as a medium—between people, nature, and society, between body and mind. THE POOOL evolves into a living stage for coexistence, reflection, and collective action—SIDE BY SIDE in the urban realm. It is a place where creativity, imagination, and discovery take center stage. A place that values process, transition, and transformation. Come by, refresh yourself, and let yourself be inspired.

Terwijl ik op een bank in de vroege zon mijn meegebrachte ontbijt at,
kwam er een groep studenten de biennale bezoeken — een hele klas
Ze kregen, vermoed ik, een rondleiding door de tentoonstelling
in dit kleine maar verrassende stadspark.
Dus terwijl ik de tentoonstelling op mijn eigen tempo bekeek,
kwam ik steeds weer een paar van die studenten tegen.
Het leukste moment speelde zich af bij The Pooool.
Er klonk veel gegiechel — logisch, het is toch wat
om met een groep je schoenen uit te trekken
en samen een voetbad te nemen.

IMG_7662AlterBotanischerGartenValerieHessSibylleStoeckliTHEPOOOL


Pop-up- of inloopsculptuur

IMG_7663AlterBotanischerGartenMaxBiligerKollektiveKrönlihalle

Kollektive Krönlihalle, Max Biliger.

Used beverage crates form a geometric, temporary sculpture. They shape a bar counter and various seating options – almost like at a spontaneously convened party. With this, the Krönlihalle Collective casts a humorous glance at design. By repurposing crates, they create an accessible installation that invites people to touch and use it. The right-angled figures are a full-scale copy of Max Bill’s sculpture Pavillon, located about 300 meters away on Bahnhofstrasse – SIDE BY SIDE. The abstract color patterns formed by the crates provide another reference to the original artist and his work. In contrast to the monumental granite sculpture, the copy in the Old Botanical Garden of the University of Zurich, built with simple means, appears ephemeral. After ten days it will be dismantled, and the crates will once again serve their original purpose. Despite the simplicity of the reproduction, its underlying idea closely follows that of the original:
«Max Billiger» invites visitors to linger and to social exchange in the open air – just like the Pavillon on the city’s most exclusive shopping mile.Those in the mood for a short walk can head to Bahnhofstrasse to view the original there and discover similarities and differences.

IMG_7664AlterBotanischerGartenMaxBiligerKollektiveKrönlihalleTxt


In vrouwenhand IV – laatste deel

– over een huis van papier –

DSC05494ZürichInFrauenhandSonjaSekulaMidnight1945ÖlAufLeinwandPrivatbesitz

Zürich, In Frauenhand/In Her Hand, Sonja Sekula, Midnight, 1945, öl auf leinwand, privatbesitz.


Sonja Sekula (1918–1963)

Sonja Sekula was een Zwitsers-Amerikaanse schilderes
die een belangrijke, maar lang ondergewaardeerde rol speelde
binnen het abstract expressionisme in New York.
Ze verhuisde in 1936 naar de VS, studeerde aan Sarah Lawrence College
en later aan de Art Students League,
waar ze in contact kwam met surrealisten in ballingschap
en kunstenaars als Jackson Pollock en Robert Motherwell.
Sekula exposeerde bij Peggy Guggenheim en Betty Parsons
en nam deel aan de invloedrijke 9th Street Show van 1951.
Haar werk varieert van biomorfe vormen tot lyrische abstractie,
vaak doordrongen van poëtische notities.
Ondanks erkenning tijdens haar leven werd haar carrière overschaduwd
door psychische problemen en haar openlijke homoseksualiteit.
Ze keerde in 1955 terug naar Zwitserland, waar ze in 1963 overleed.

DSC05496ZürichInFrauenhandHedwigThomaTierbilderbuchInHäuschenformUm1922Privatbesitz

Hedwig Thoma, Tierbilderbuch in Häuschenform, im 1922, privatbesitz.


Hedwig Thoma (1886–1946)

Hedwig Thoma was een Zwitserse schilderes
en grafisch ontwerpster uit Basel.
Ze werd bekend door haar illustraties,
waaronder een reeks Jugendstil-postkaarten
voor de Zoo Basel (1920–1921),
en won in 1927 een wedstrijd voor een artistiek stadsplakkaat voor Basel.
Haar werk werd in de jaren 1920 genoemd in overzichtspublicaties
over vernieuwende vrouwenkunst in Zwitserland.
Ze illustreerde kinderboeken en maakte boekillustraties,
waaronder voor een Duitse vertaling van Sally Salminens roman Katrina.
Thoma was gehuwd met kunstenaar en kunstcriticus Hermann Meyer
en bewoog zich in een cultureel actief netwerk in Basel.

DSC05498ZürichInFrauenhandHedwigThomaTierbilderbuchInHäuschenformUm1922Privatbesitz


DSC05499ZürichInFrauenhandMajaZürcherBirdFire1979Schallplattencover

Maja Zürcher, Bird Fire, 1979, schallplattencover.


Maja Zürcher (1945–1997)

Maja Zürcher was een Zwitserse houtgraveur, schilderes en grafisch kunstenaar.
Ze studeerde aan de Kunstgewerbeschule Zürich
en vervolgde haar opleiding in Parijs en Londen.
Vanaf 1970 werkte ze in Parijs, waar ze onder meer bekend
werd door haar ontwerpen voor jazz-albumhoezen voor musici als
Max Roach, Archie Shepp en John Tchicai.
Haar oeuvre omvat houtdrukken, etsen, schilderijen, pastels,
tekeningen, illustraties en mozaïeken.
Zürcher reisde intensief, werkte in internationale kunstenaarsgemeenschappen
en gaf les in houtdruktechnieken.
Haar werk was vaak verbonden met antikoloniale
en Afrikaanse bevrijdingsbewegingen.

DSC05501ZürichInFrauenhandMargueriteHersbergerReliefNr21967Terrakotta

Marguerite Hersberger, Relief nr 2, 1967, terrakotta.


Marguerite Hersberger (1943– )

Marguerite Hersberger is een Zwitserse kunstenaar die in Zürich woont en werkt.
Ze studeerde in Basel en werkte eind jaren 1960 in Parijs
in het atelier van François Stahly.
Sinds de jaren 1970 ontwikkelde ze een eigen beeldtaal
binnen de constructief-concrete kunst,
met een sterke focus op licht, kleur en geometrie.
Haar oeuvre omvat schilderijen, tekeningen, fotografie, reliëfs,
objectkunst, installaties en talrijke kunst-op-locatieprojecten
in Zwitserland en Duitsland.
Hersberger staat bekend om haar gebruik van licht
als sculpturaal en architectonisch element,
en om haar precieze, vaak mathematisch geïnspireerde vormen.
Ze ontving diverse kunstbeurzen en had tentoonstellingen
in o.a. Kunsthaus Zürich en Haus Konstruktiv.

Afsluitend:

Als ik een minpuntje zou moeten noemen dan is dat
het ontbreken van recent werk van jonge vrouwelijke kunstenaars.
Een bibliotheek is natuurlijk geen kunstgalerie en
dat heeft gevolgen voor de verzameling en de gemaakte keuzes
bij een tentoonstelling als deze.
Maar verder vond ik het een heel geslaagde tentoonstelling.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXIII

– over een hemels landschap dat zich laag voor laag ontvouwt –

DSC01337 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011

India, New Delhi, National Museum, Paradise of Amitabha, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting. Acc.No. Ch.lviii.0011.


Mijn observatie

Het schilderij is donker maar lijkt opgebouwd in vijf zones.
Van boven naar beneden:

Zone 1: zonder figuren, er staan gebouwen aan een plein
met daarop twee fonteinen (?) of symbolische waterornamenten.

DSC01337 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone1Detail

Zone 1: waterpartij.


Zone 2: met drie belangrijke figuren.
De middelste, en grootste zal wel Amitabha zijn.
De drie figuren zitten op lotustronen en er is bij alle drie een aureool te zien.
Achter hen een cirkelvormige troonwand.
Helemaal links, tussen de tronen en helemaal rechts zitten vier figuren.
Alle vier met aureool.

DSC01337 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone2DetailLinks

Zone 2, de meest linkse van de drie hrote figuren met helemaal links op deze afbeelding een veel kleinere figuur.


Zone 3: direct voor Amitabha, zitten figuren met aureolen aan 3 tafels,
een links, een rechts en een, meer naar achter, een tafel met offergaven (?)

DSC01337 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone3DetailLinks

Zone 3, de meest linkse tafel.


Zone 4: in het midden lijken musicerende figuren te zitten,
drie links, drie rechts en een in het midden.
Geen aureool.
Speelt de middelste figuur een harp? De konghou (Chinese harp)?

DSC01337 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone4Muziek

Zone 4 met de muzikanten.


Zone 5: op twee tronen met verhoogde platforms,
vergelijkbaar met keizerlijke zetels uit latere Chinese tradities,
die schuin staan opgesteld, zien we 2 belangrijke figuren
voor een amandelvormige troonwand zitten.
Geflankeerd, aan iedere kant, door een kleiner figuur. Allen met aureool.
De grote tronen hebben een klein trapje naar het hoogste plateau.
Tussen de tronen lijkt een Boeddhabeeld te staan
op een kleed versierd met zwanen (?)

DSC01337 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone5HogeTroon

Zone 5, de rechtse troon.

DSC01337 07 IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011 Zone5BeeldOpKleed

Zone 5, Boeddha beeld op kleed met afbeelding van een zwaan.


Het hele schilderij is voorzien van een smalle rand met een florale decoratie.

DSC01338IndiaNewDelhiNationalMuseumParadiseOfAmitabhaDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-lviii-0011Txt


Iconografische duiding (wat zien we volgens de literatuur)

Wanneer je deze schildering aandachtig bekijkt,
ontvouwt zich langzaam een wereld die sterk doet denken aan
Amitabha’s Westerse Paradijs, Sukhāvatī
— een hemels landschap dat in Dunhuang door de eeuwen heen
steeds opnieuw werd verbeeld.
Kunstenaars uit de 9e en 10e eeuw werkten binnen een traditie
die zo rijk en zo zorgvuldig doorgegeven werd,
dat je bijna van een visuele grammatica kunt spreken.
Ondanks variaties in stijl, kleur en detail
keren bepaalde structuren steeds terug,
alsof elke schilder opnieuw een eeuwenoud verhaal in lagen opbouwt.

Bovenaan begint het meestal:
hemelse architectuur, paviljoenen en terrassen die de sfeer
van een verheven rijk oproepen.
Soms zie je waterpartijen of vijvers die in de teksten worden beschreven
als “met zeven juwelen versierd”. Ze vormen de drempel naar het paradijs.

Daaronder verschijnt dan het hart van de voorstelling:
Amitabha, groter dan alle anderen,
gezeten op een lotustroon die zijn verheven staat markeert.
Hij wordt bijna altijd geflankeerd door zijn twee trouwe begeleiders
Avalokiteśvara (Guanyin) aan de ene zijde en Mahāsthāmaprāpta aan de andere.
Samen vormen zij een soort hemels drieluik, een rustpunt in de compositie.

Rondom hen bewegen zich bodhisattva’s en hemelse assistenten,
herkenbaar aan hun aureolen en hun gracieuze houdingen.
Vaak presenteren zij offergaven of rituele objecten op tafels
die in drievoud zijn opgesteld.
Die tafels, rijk gedecoreerd, benadrukken de overvloed en zuiverheid van Sukhāvatī.

Verder naar beneden wordt de sfeer speelser.
Daar verschijnen de hemelse musici — de apsara’s en gandharva’s —
die zonder aureool maar met een bijna gewichtloze elegantie
muziek maken.
Hun instrumenten, waaronder de karakteristieke konghou‑harp,
brengen het paradijs tot leven.
Je ziet bijna hoe de muziek door de lucht zweeft.

En dan, in de onderste zone, wordt het verhaal vaak losser.
Hier laten kunstenaars zich meer vrijheid.
Soms tonen ze predikende Boeddha’s,
soms zielen die opnieuw geboren worden in lotusknoppen,
soms rituele scènes of symbolische voorstellingen
die niet in één vaste categorie passen.
Deze zone is als een echo van het paradijs:
herkenbaar, maar altijd net iets anders ingevuld.

Tot slot wordt het geheel vaak omkaderd door een smalle florale rand,
een soort visuele ademhaling die de voorstelling afsluit en tegelijk beschermt.

Amitabha, Avalokiteśvara en Mahāsthāmaprāpta?

Amitabha wordt in deze traditie vrijwel altijd geflankeerd
door twee bodhisattva’s:
Avalokiteśvara, de belichaming van compassie,
en Mahāsthāmaprāpta, de personificatie van wijsheid en spirituele kracht.
Samen vormen zij het hemelse drieluik dat de weg naar Sukhāvatī begeleidt.

De plaats van de voorstelling binnen de theologie en de praktijk

Binnen de boeddhistische wereld van Dunhuang
had een voorstelling van Amitabha’s Westerse Paradijs
niet alleen een esthetische of devotionele waarde;
ze was ingebed in een veel bredere theologische en rituele logica.
In de leer van het Zuivere Land (Pure Land‑boeddhisme)
gold Sukhāvatī als een toevluchtsoord:
een paradijs waar zielen opnieuw geboren konden worden
om daar, onder ideale omstandigheden, het pad naar verlichting
voort te zetten.
Amitabha had in zijn geloften immers beloofd
dat iedereen die zijn naam met oprechte intentie reciteerde,
in zijn paradijs zou worden ontvangen.

In dat licht functioneerden schilderingen zoals deze
als visuele bruggen tussen de aardse wereld en dat hemelse rijk.
Ze boden gelovigen een concrete, herkenbare voorstelling van een plaats
die in de teksten vaak in overvloedige, bijna ongrijpbare termen
werd beschreven.
Door te kijken, te reciteren en te mediteren voor zo’n afbeelding
kon men zich als het ware in de richting van Sukhāvatī oriënteren.

In tempels en grotten werden deze schilderingen gebruikt
tijdens rituelen van devotie, recitatie van Amitabha’s naam,
en herdenkingsceremonies voor overledenen.
Ze fungeerden als focuspunt voor meditatie:
een plek waar de blik kon rusten terwijl de geest zich op het paradijs richtte.
Soms werden ze ook geschonken door families als verdienstelijke daad,
in de hoop dat de verdiensten zouden bijdragen
aan een gunstige wedergeboorte
— voor henzelf of voor een dierbare.

In de context van Dunhuang, waar de Zijderoute voortdurend reizigers,
monniken en ideeën samenbracht, waren zulke schilderingen
bovendien een didactisch middel.
Ze hielpen om de complexe theologie van het Zuivere Land
toegankelijk te maken voor een breed publiek.
De gelaagde zonestructuur
— van hemelse architectuur tot muziek,
van bodhisattva’s tot wedergeboorte —
fungeerde bijna als een visueel schema van de weg naar bevrijding.

Zo werd een schildering als deze niet alleen bewonderd,
maar gebruikt: als gids, als troost, als belofte.
Ze was een venster op een andere wereld,
maar ook een instrument om die wereld dichterbij te brengen.

De plaats van het Zuivere Land in Dunhuang en daarbuiten

Wanneer je door de grotten van Dunhuang wandelt
— of door hun schilderingen,
zoals deze zijde‑voorstelling van Amitabha’s paradijs —
merk je al snel dat het Zuivere‑Land‑boeddhisme
hier een bijzondere rol speelde.
Niet als enige stroming, maar wel als een van de meest zichtbare en geliefde.
Dunhuang was een kruispunt van karavanen, monniken en ideeën,
en juist in die mengeling vond de leer van Amitabha een vruchtbare bodem.
De belofte van Sukhāvatī, een paradijs waar iedereen
door oprechte devotie opnieuw geboren kon worden,
sprak tot de verbeelding
van gewone reizigers net zo goed als van geleerde monniken.

Toch was het Zuivere Land in Dunhuang nooit een alleenheerser.
De grotten tonen een rijk palet aan Mahāyāna‑tradities:
Maitreya die de toekomst belichaamt,
de Medicine Buddha die genezing brengt,
Avataṃsaka‑voorstellingen vol kosmische complexiteit,
en zelfs esoterische elementen die later zouden uitgroeien
tot Vajrayāna‑praktijken.
Maar tussen al die stemmen klinkt de lof van Amitabha het vaakst
en het duidelijkst.
Zijn paradijs werd een visueel ankerpunt,
een plek waar gelovigen hun hoop, hun verdriet
en hun verlangen naar bevrijding konden neerleggen.

Die prominente aanwezigheid in Dunhuang staat niet op zichzelf.
In China groeide het Zuivere Land vanaf de 6e eeuw uit
tot een van de meest toegankelijke en geliefde vormen van boeddhisme.
De eenvoud van de praktijk — het reciteren van Amitabha’s naam —
maakte de weg naar verlichting minder afhankelijk van scholing
of meditatie‑discipline.
In de eeuwen daarna verspreidde deze devotie zich verder naar Korea,
waar zij zich soepel verweefde met de Seon‑traditie,
en naar Japan, waar zij uiteindelijk haar meest uitgesproken vorm vond.
Daar ontstonden zelfstandige Pure Land‑scholen
zoals Jōdo‑shū en Jōdo Shinshū,
waarvan de laatste vandaag de dag
zelfs de grootste boeddhistische stroming van het land is.

Opmerkelijk genoeg ligt de oorsprong van dit alles in India,
waar de ideeën over Sukhāvatī weliswaar in Mahāyāna‑sutra’s
werden verwoord, maar nooit de dominante positie kregen
die ze later in Oost‑Azië zouden innemen.
In India bleef Amitabha één stem in een veelstemmig koor;
pas langs de Zijderoute, in plaatsen als Dunhuang,
werd zijn paradijs een levende, gedeelde verbeelding.

Zo staat deze schildering niet alleen in een artistieke traditie,
maar ook in een theologische beweging
die zich over een heel continent heeft uitgespreid.
Ze is een echo van India, een bloei in China,
een vertrouwde melodie in Korea,
en een diepgewortelde overtuiging in Japan.

En in Dunhuang — precies daar waar culturen elkaar ontmoetten —
werd het Zuivere Land
een van de meest herkenbare en geliefde vormen van boeddhistische devotie.

In vrouwenhand III — Tussen blik en aanraking

– over natuur, nabijheid en het gezicht van de maker –

Inleiding

Intussen is dit de derde blogpost over de tentoonstelling
n Frauenhand / In Her Hand, die ik in september vorig jaar in Zürich zag.
Als ik terugkijk op mijn eerdere blogberichten
— en vooruitblik op wat nog komt —
dan valt het me op hoe geslaagd deze tentoonstelling was.
Ze probeert niet te imponeren met grote namen,
maar schittert juist met wat dichtbij is:
de eigen collectie.
Zorgvuldig samengebracht.

DSC05481ZürichInFrauenhandMariaClaraEimmartZeichnungDerMondoberflächeAquarellInStammbuchVonJohannJacobScheuchzer16August1695

Zürich, In Frauenhand / In Her Hand, Maria Clara Eimmart, Zeichnung, Der Mondoberfläche, aquarell. In: Stammbuch von Johann Jacob Scheuchzer, 16. August 1695.


Het ‘Stammbuch’ is een vriendenboek of album amicorum.
Johann Jakob Scheuchzer (1672–1733), was een beroemde Zürcher arts
en natuuronderzoeker.
Het stammbuch werd bijgehouden tussen 1691 en 1699.
Johann Jakob Scheuchzer stond bekend om zijn vroege Alpenonderzoek
en zijn interpretaties van fossielen.
Hij studeerde o.a. in Altdorf en Utrecht en reisde veel door Europa.

Maria Clara Eimmart (1676–1707)

Duitse astronome, graveur en tekenaar.
Eimmart werkte in Neurenberg in het observatorium van haar vader,
Georg Christoph Eimmart,
waar zij uitzonderlijk precieze astronomische tekeningen maakte.
Ze documenteerde maanfases, zons- en maansverduisteringen
en planetenobservaties,
en wordt beschouwd als een van de vroegste vrouwelijke
wetenschappelijke illustratoren.
Haar werk combineert nauwkeurige waarneming
met een verfijnde grafische stijl.
Ze overleed jong, kort na de geboorte van haar eerste kind.

In het stammbuch van Johann Jakob Scheuchzer bevindt zich
– zoals in dit bericht te zien is –
een originele maanillustratie van Maria Clara Eimmart
— een zeldzaam en tastbaar bewijs van hun intellectuele verwantschap.
De tekening, verfijnd en astronomisch precies,
toont niet alleen haar uitzonderlijke talent,
maar ook Scheuchzers erkenning van haar werk
binnen zijn geleerdennetwerk.
Het begeleidende motto,
Despicit haec terram facies temperata tenebris,
ut purae ad solem lumina levent,
geeft de maan een bijna menselijk gelaat:
“Dit door schaduw verzachte aangezicht kijkt neer op de aarde,
terwijl zijn zuivere glans zich verheft naar de zon.”

DSC05482ZürichInFrauenhandMariaClaraEimmartZeichnungDerMondoberflächeAquarellInStammbuchVonJohannJacobScheuchzer16August1695

De combinatie van nauwkeurige observatie en poëtische verbeelding
maakt duidelijk dat dit geen vluchtige geste was,
maar een zorgvuldig uitgevoerde bijdrage
– een teken van wederzijds respect binnen een wetenschappelijke relatie –
die tijd, aandacht en erkenning vroeg.
Alles wijst erop dat deze illustratie in Neurenberg tot stand kwam,
in de omgeving van het Eimmart‑observatorium,
waar Maria Clara dagelijks werkte
en waar Scheuchzer tijdens zijn reizen
waarschijnlijk langere tijd verbleef.


DSC05483ZürichInFrauenhandCorneliaHesseHoneggerCoreidaeCoreusMarginatusZweiLederwanzenlarvenAusDerNäheDesPaulScherrerInstitutsVilligen(AG)1992Aquarell

Cornelia Hesse-Honegger, Coreidae, Coreus Marginatus, zwei lederwanzenlarven aus der Nähe des Paul Scherrer Instituts, Villigen (AG), 1992, aquarell.


Cornelia Hesse-Honegger (1944)

Zwitserse wetenschappelijke illustrator en kunstenaar.
Hesse-Honegger werkte jarenlang als wetenschappelijk tekenaar
voor de Universiteit van Zürich
en ontwikkelde een unieke praktijk
waarin kunst en ecologie samenkomen.
Sinds de jaren tachtig documenteert zij mutaties bij insecten
— vooral wantsen —
die leven in de buurt van kerncentrales
en radioactief besmette gebieden.
Haar uiterst gedetailleerde aquarellen zijn zowel esthetisch
als politiek geladen en worden internationaal tentoongesteld.

Esthetisch geladen betekent hier:
de aquarellen zijn niet alleen documentair, maar ook kunstwerken.
Politiek geladen betekent hier:
de aquarellen dragen een impliciete kritiek,
een bewustzijn, een vraag naar verantwoordelijkheid.


DSC05485ZürichInFrauenhandReginaDeVriesKatzeUndZeichnendesKind1952Farbholzschnitt

Regina de Vries, Katze und zeichnendes Kind, 1952, farbholzschnitt.


Regina de Vries (20e–21e eeuw?)

Over Regina de Vries zijn nauwelijks biografische gegevens bekend.
Door het ontbreken van archiefsporen
blijft haar artistieke achtergrond vooralsnog onbekend.


DSC05487ZürichInFrauenhandMargareteGoetzKaterFranz1937FarbstiftUndBleistift

Margarete Goetz, Kater Franz, 1937, farbstift und bleistift.


Margarete Goetz (1909–1994)

Zwitserse schilder en tekenaar. Goetz studeerde
aan de Kunstgewerbeschule Zürich
en ontwikkelde een figuratieve stijl met aandacht voor introspectie
en psychologische nuance.
Ze maakte portretten, zelfportretten en stillevens,
vaak met een sobere, geconcentreerde beeldtaal.
Haar werk werd in de jaren dertig en veertig regelmatig tentoongesteld
in Zwitserland, maar bleef daarna relatief onbekend buiten de regio.


DSC05488ZürichInFrauenhandStefanieRabinovitch-VonBachSelbstporträtBeimMalen1930er-JahreAquarell

Stefanie Rabinovitch-von Bach, selbstporträt beim malen, 1930er-jahre, aquarell.


Stefanie Rabinovitch–von Bach (1884–1966)

Oostenrijks-Zwitserse kunstenares, moeder van Isa Rabinovitch.
Geboren als Stefanie von Bach in Oostenrijk,
later werkzaam in München en Zürich.
Ze trouwde met de Russisch-Joodse kunstenaar Gregor Rabinovitch.
Haar werk omvatte schilderkunst en toegepaste kunst,
vaak met aandacht voor vorm, kleur en decoratieve structuren.
Ze maakte deel uit van een artistiek netwerk
dat zich tussen Duitsland en Zwitserland bewoog.
Haar dochter Isa groeide op in dit creatieve milieu.


DSC05490ZürichInFrauenhandElisabethEberleGenieLavaboI2020FineArtPrint

Mijn eerste reactie was: ‘Die heeft humor’. Elisabeth Eberle, Genie – Lavabo I, 2020, Fine Art Print.

Zaaltekst:

Hier bin ich: selbstrepräsentation

Auffällig, humorvoll, ironisch – so lässt sich das Werk der feministischen Künstlerin Elisabeth Eberle (1963) beschreiben. Ihr Selbstporträt, ein buchstäbliches ‘Selfie’, erschien ursprünglich als digitaler Post. Nur halb sichtbar, zwingt uns das Gesicht zum Innehalten: Der durchdringende Blick und die Waschmittelverpackung – teils ‘objet trouvé’, teils Pop Art – stellen provokativ die Frage “Wer ist ein Genie?”. Mit witzigen Irritationen wie dieser reagiert Eberle auf die Geschlechterungleichheit.

Ein weiteres Werk von Eberle – Duschvorhänge aus ihrem Archiv Mind the Gap – dokumentieren die Ungleich-Behandlung von Frauen in der Kunstwelt der Jahre 2010-2021 und sind im Katalogsaal der Zentral Bibliothek ausgestellt.

Nederlandse vertaling:

Hier ben ik: zelfrepresentatie

Opvallend, humoristisch, ironisch – zo laat het werk van de feministische kunstenaar Elisabeth Eberle (1963) zich omschrijven. Haar zelfportret, een letterlijk ‘selfie’, verscheen oorspronkelijk als digitale post. Slechts half zichtbaar dwingt het gezicht ons tot stilstand: de doordringende blik en de wasmiddelverpakking – deels objet trouvé, deels Pop Art – stellen op provocatieve wijze de vraag: “Wie is een genie?” Met zulke speelse verstoringen reageert Eberle op genderongelijkheid.
Een ander werk van Eberle – douchegordijnen uit haar archief Mind the Gap – documenteert de ongelijke behandeling van vrouwen in de kunstwereld in de jaren 2010–2021 en is te zien in de cataloguszaal van de Zentralbibliothek.


Elisabeth Eberle (1963)

Zwitserse hedendaagse kunstenaar.
Eberle werkt multidisciplinair — van fotografie en installatie
tot digitale media.
Haar werk onderzoekt zelfrepresentatie, genderrollen
en de spanning tussen object en lichaam.
Ze gebruikt humor, ironie en found objects (objets trouvés)
om maatschappelijke ongelijkheid en beeldvorming te bevragen.
Haar projecten, waaronder Mind the Gap,
documenteren structurele genderongelijkheid in de kunstwereld.


DSC05492ZürichInFrauenhandIsaRabinovitchSelbstporträtMet23Jahren1940BleistiftPrivatbesitz

Isa Rabinovitch, selbstporträt met 23 jahren, 1940, bleistift. Privatbesitz.

Zaaltekst:

Obwohl Isa Rabinovitch (1917–2003) zum Zeitpunkt der Entstehung des Selbstporträts erst 23 Jahre alt war, strahlt das Werk Selbstbewusstsein aus. Der konzentrierte Blick und der leicht nach vorne geneigte Kopf verweisen auf die Haltung der Künstlerin, die sich selbst im Spiegel betrachtet und abbildet. Die Tendenz, unter die Oberfläche der Dinge zu schauen, durchzieht ihr Werk in all seinen künstlerischen Ausdrucksformen und begleitet sie ihr Leben lang.

Nederlandse vertaling

Hoewel Isa Rabinovitch (1917–2003) bij het ontstaan van dit zelfportret pas 23 jaar oud was, straalt het werk zelfbewustzijn uit. De geconcentreerde blik en de licht naar voren gekantelde hoofdpositie verwijzen naar de houding van de kunstenares, die zichzelf in de spiegel bekijkt en afbeeldt. De neiging om onder het oppervlak van de dingen te kijken doortrekt haar oeuvre in al zijn artistieke uitingsvormen en blijft haar haar hele leven vergezellen.


Isa Rabinovitch (1917–2003)

Zwitserse kunstenares, dochter van Stefanie Rabinovitch–von Bach
en Gregor Rabinovitch.
Isa groeide op in Zürich in een uitgesproken artistiek gezin.
Ze werkte als schilder, tekenaar en grafisch kunstenaar.
Haar oeuvre wordt gekenmerkt door introspectie, psychologische diepte
en een neiging om “onder de oppervlakte” te kijken
— een houding die in haar zelfportret bijzonder zichtbaar is.
Ze bleef haar hele leven actief in de Zwitserse kunstwereld.


Afsluiting

De tentoonstelling toont ons slechts de toppen van de ijsberg
als het gaat om vrouwelijk talent in de kunsten
en herinnert ons eraan dat de weg naar erkenning nog lang is
om er voor te zorgen dat het aanwezige talent,
ongeacht gender, kleur, overtuiging of leeftijd,
de aandacht krijgt die het verdient.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXII

– over de boom in het daglicht, de fenix in het nachtelijk duister –

Het leuke aan het schrijven van deze berichten is
dat het voor mij vaak ook een avontuur is.
De Harrappa-collectie bevat voor mij meer voorwerpen
die ik me nog levendig herinner van het eerste bezoek in 1995.
Van de stenen en bronzen beelden begin ik steeds meer
zaken te herkennen, wie er afgebeeld is en
op welke details ik kan letten.
Maar de Aurel Stein-collectie oogt complexer.
Misschien geldt dat alleen voor mij maar de iconografie
ervaar ik als ingewikkelder.
Dus ieder nieuw voorwerp in deze reeks bekijk ik,
ruim een jaar nadat ik de foto’s maakte,
eigenlijk weer voor het eerst.
Soms herinner ik me het voorwerp en weet ik ook nog
waarom ik de foto maakte.
Maar vaak is het ook voor mij een verrassing.
Zeker als er dan ook nog een iconografische verrassing
in het voorwerp blijkt te zitten zoals vandaag.
Ik geniet daar van!

DSC01335IndiaNewDelhiNationalMuseumSeated(SunAndMoon)AvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCEPaperPaintingAccNoCH-00395

India, New Delhi, National Museum, Seated (sun and moon) Avalokiteshvara, Dunhuang, 9th – 10th century CE, paper painting. Acc.No. CH.00395.


Mijn observatie:
Enkele dagen geleden zagen we ook al een voorstelling van Avalokiteśvara,
de bodhisattva van compassie.
Toen zagen we een zijden variant met zes armen;
hier een papieren versie met vier.
Ook toen een aureool en een amandelvormige troonwand achter de bodhisattva.
Ook toen een kroon, sieraden en zwierige linten.
Ook toen een zitplaats in de vorm van een gestileerde lotus.

Maar hier zien we die details veel scherper,
zonder de slijtage van het zijden werk —
de zithouding, de voeten, de contouren.

De onderste handen: handpalm naar voren gericht,
duim en wijsvinger raken elkaar en vormen een cirkel.
De overige vingers gestrekt of licht gebogen en
hier ter hoogte van de borst.

En dan de grote verrassing:
de zon‑ en maanschijf,
met de boom van onsterfelijkheid
en de fenix in het nachtelijk duister.
De zaaltekst bevestigt deze lezing.

DSC01336IndiaNewDelhiNationalMuseumSeated(SunAndMoon)AvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCEPaperPaintingAccNoCH-00395

This paper painting shows a four-armed Avalokiteshvara seated on a lotus in Vajrasana. His upper hands hold a moon disc containing the tree of immortality and a sun disc containing a phoenix.


Op basis van bekende Dunhuang‑voorstellingen
zou men verwachten dat Avalokiteśvara wordt geflankeerd
door de zon‑ en maan‑bodhisattva’s.
In die traditionele compositie staan Surya en Chandra
links en rechts van de bodhisattva,
vaak herkenbaar aan hun respectieve vāhana
— het paard voor de zon en de gans voor de maan —
en aan de grote schijven achter hun hoofd.

Maar hier is voor een andere oplossing gekozen
— een oplossing die alleen te begrijpen is
wanneer we de bredere symboliek van zon en maan
in Dunhuang‑kunst in ogenschouw nemen.

Zon en maan in een traditie zonder centrale theologie

Hoewel het boeddhisme geen centrale organisatie
of canonieke theologie kent,
werkt de beeldtaal van zon en maan in Dunhuang‑kunst
binnen een breed gedeelde symbolische traditie.
Deze symboliek is niet het resultaat van dogmatische vastlegging,
maar van eeuwenlange uitwisseling tussen Indiase,
Centraal‑Aziatische, Chinese en Tibetaanse kosmologieën.
Zon en maan functioneren daarin als een herkenbaar paar
van complementaire krachten:
dag en nacht, warmte en koelte,
zichtbaarheid en cycliciteit, groei en transformatie.
Kunstenaars in Dunhuang konden deze betekenissen vrij inzetten,
omdat ze deel uitmaakten van een culturele grammatica
die door reizende monniken, manuscripten, ateliers
en lokale devotionele praktijken werd gedragen.

Binnen die context verwijzen de zon‑ en maanschijf
op zichzelf al naar deze kosmische polariteit.
In het hier besproken werk worden die abstracte principes
verder verdiept door de figuren binnen de schijven:

  • de zon bevat de boom van onsterfelijkheid,
    een motief dat in Chinese en Centraal‑Aziatische tradities staat
    voor vitaliteit, continuïteit en de regeneratieve kracht van licht.
  • De maanschijf bevat een phoenix, een mythisch dier
    dat transformatie, wedergeboorte en cyclische vernieuwing belichaamt.

Deze toevoegingen zijn geen theologische voorschriften,
maar artistieke intensiveringen van een gedeelde symboliek.

Doordat Avalokiteśvara deze twee gevulde schijven
in zijn bovenste handen draagt,
wordt hij niet alleen de bemiddelaar tussen beide krachten,
maar hun drager.
De kosmische polariteit is hier niet buiten hem geplaatst,
maar letterlijk in zijn handen gelegd
— een uitzonderlijke en betekenisvolle variant
binnen het Dunhuang‑repertoire.

Waarom Avalokiteśvara vier armen heeft

In de boeddhistische beeldtaal is veelarmigheid
geen anatomische eigenschap, maar een visuele strategie
om vermenigvuldigde vermogens uit te drukken.
Extra armen maken zichtbaar dat een godheid of bodhisattva
meerdere kwaliteiten, handelingen of werkingssferen
tegelijk kan belichamen.
Het aantal armen — vier, zes, acht of zelfs duizend —
is geen vaste code, maar een manier om de reikwijdte
van een figuur te tonen:
meer armen betekenen meer mogelijkheden om te beschermen,
te handelen, te zegenen, te grijpen, te redden of te onderwijzen.
Welke armen een mudrā vormen en welke attributen dragen,
verschilt per traditie, atelier en rituele context;
de veelarmigheid zelf staat voor
simultane aanwezigheid en meervoudige werkzaamheid.

De stand van de onderste handen

De twee onderste handen vormen de vitarka‑mudrā:
de handpalmen naar voren gericht,
met duim en wijsvinger die elkaar raken.
Dit gebaar staat in de boeddhistische beeldtaal voor
onderricht, uitleg en het doorgeven van inzicht.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXI

– waar compassie door de slijtage heen ademt –

DSC01333 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting. Acc.No. CH.00460.

DSC01334IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Txt

Portayed here is a six-armed Avalokiteshvara seated in Padmasana on a lotus pedestal. His upper hands hold the sun and moon discs. He is surrounded by bodhisattvas and other divinities.


Mijn observatie:

Nogmaals Avalokiteshvara
Dezelfde maar heel anders:
Zes armen, en in de bovenste handen
de sun disc (sūrya-maṇḍala) en moon disc (candra-maṇḍala).
Het is niet eenvoudig om alle armen te vinden.
Maar na lang kijken meen ik er toch zes te zien
— vier met open handpalmen.

DSC01333 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 SunDisc

Vermoedelijke is dit de sun disc in de bovenste rechterhand.

DSC01333 03B IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 SunDisc

Die gele schijf met daarin een vorm die iets weg heeft van een takje. Maar waarschijnlijk is dat geen afbeelding maar schade als gevolg van de slijtage.

DSC01333 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 MoonDisc

Dan vermoed ik dat je hier een oranje/rode moon disc ziet. Ook hier is een vorm te zien in de schijf die ik niet kan thuisbrengen. Suggesties zijn welkom.

DSC01333 04B IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 MoonDisc


Het object bestaat uit twee grote stukken.
In de rechterhelft — midden voor Avalokiteśvara —
een rechthoekige vorm, vermoedelijk met twee handen,
bijna losgeraakt van het geheel.
Waarschijnlijk zijn er oorspronkelijk twee stukken zijde gebruikt?

De Avalokiteshvara heeft een ronde aureool.
Die ligt tegen een grotere sierrand —
een mandorla (de amandelvormige omlijsting rond heilige figuren)
of misschien een troonpaneel.

DSC01333 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Avalokiteshvara

Goed te zien zijn kleurige linten
die zwierig Avalokiteshvara omringen:
oranje/rood bij het hoofd,
groen/blauw rond de armen.

Is het een man? Is het een vrouw?
Bij Avalokiteshvara komen beide genders voor.

Avalokiteśvara zit in Padmāsana —
een gestileerde lotusbloem,
al zie je daar niet veel van.
Misschien die oranje/rode bladvormen op de grond?
Links in het zijdefragment. Rechts ook.

Links en rechts: bodhisattva’s.
Het hoofd van de linker is nog goed te herkennen.
De rechter?
Daar heeft de tijd minder compassie mee gehad.

DSC01333 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Bodhisattva

De bodhisattva voor de toeschouwer aan de linkerkant.

DSC01333 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCH-00460 Bodhisattva

Deze zie je aan de rechterkant.


Wat is Padmāsana?

Padmāsana is de klassieke lotushouding uit yoga en meditatie:

  • Je zit met gekruiste benen.
  • Elke voet rust op de tegenoverliggende dij.
  • De wervelkolom is recht, de handen rusten vaak in een meditatiemudra.
  • De houding symboliseert zuiverheid, stabiliteit, concentratie en verlichting.

Wat is een lotus pedestal (lotustroon)?

Een lotus pedestal is een gestileerde lotusbloem
die in kunst dient als voetstuk voor godheden, boeddha’s en heiligen.

  • Het stelt de geopende bloem van de Nelumbo nucifera (lotus) voor.
  • De lotus staat symbool voor zuiverheid, omdat zij uit modderig water oprijst zonder bezoedeld te raken.
  • In Sanskriet wordt dit voetstuk ook padmāsana of padmapīṭha genoemd.

25/01/2025 toegevoegd

Zon en maan: mogelijke iconografische parallel

Opmerkelijk is de aanwezigheid van een gele zonneschijf
en een rode maanschijf in de bovenste handen van de bodhisattva.
Bij eerste beschouwing leken de vage vormen binnen deze schijven
het gevolg van slijtage, maar recent onderzoek
naar een papieren schildering uit Dunhuang (9e–10e eeuw)
met een vergelijkbare voorstelling
suggereert dat hier mogelijk eveneens sprake is
van intentionele iconografie.
In dat werk zijn de zon en maan voorzien van
respectievelijk een plant en een dier,
wat een nieuwe interpretatie van dit zijden schilderij opent.
Een nadere bespreking volgt elders.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XX

– vanuit de compassie begint het verdere ontvouwen –

Zaalnotitie I — Aankomst bij de zijde

Een zaal. Stilte. Weinig licht.
Zijdeschilderingen achter glas, kwetsbaar en soms lichtschuw.
Mijn camera zoekt hoeken zonder reflectie, zonder schaduw.
Soms lukt het. Soms niet.
De stof ademt nog.

Aan de wand: een introductie.
Central Asian Antiquities.
In dit blogbericht nog geen uitleg op alles,
maar een uitnodiging tot veel.

DSC01329IndiaNewDelhiNationalMuseumCentralAsianAntiquitiesTxt

Central Asian Antiquities

Paintings, stuccos, scripts and other objects.

Located at a continental crossroads, Central Asia is a region of cultural connections. The Buddhist shrines, grottos and cave temples of Central Asia are embellished with stuccos and mural paintings depicting scenes from the life of Buddha, Bodhisattva figures, Jakatas and Avadanas, testifying to the Indian elements and their impact on the Central Asian culture.

National Museum, New Delhi has a collection of over twelve thousand Central Asian objects explored and rediscovered by Sir Marc Aurel Stein, the Hungarian-born British archaeologist during early twentieth century. These antiquities, dating roughly from 3rd century BCE to 12th century CE, provide great opportunities to understand the nature and growth of the Central Asian Buddhist Arts and influence of neighbouring countries especially India.

These antiquities include large Bezeklik wall-paintings, silk paintings and banners from library cave of Dunhuang and a large number of burial objects and textiles from the Astana graves. These also include stuccos statues; wood-carvings and wooden objects of daily usage, Kharosthi scripts; manuscripts and many others from prominent sites of Khotan, Yotkan, Niya, Miran (Sorchuk), Lou-lan, Balawaste, Kara-Khota, Kara Khoja, Khadalik, Kara-sai, Chiao-wan-cheng etc suggesting clear evidence of direct cultural links to the Indian subcontinent.

This hall showcases selected Aurel Stein collections from various Central Asian sites, prominent among them are the Buddha with six disciples, Lady horse rider, Griffin, two humped camel, Budhha head, paper shoes, beads on a string, pottery, terracotta figurines and funerary banner Fuxi-Nuwa.

Een continentale kruising, zeggen ze.
Stucco’s, Jakata’s, Avadana’s. Grotten, banieren, script.
De echo van India in Centraal-Azië.
En daarachter:
Aurel Stein. Hongaar, Brit, ontdekkingsreiziger.

Meer dan twaalfduizend voorwerpen, zeggen ze.
Maar wat betekent dat — twaalfduizend?
Ik begin er met één.

DSC01330 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030 Detail

India, New Delhi, National Museum, Standing Avalokiteshvara, Dunhuang, 9th – 10th century CE, silk painting. Acc.No. Ch.xxii.0030.


Zaalnotitie II — Avalokiteshvara staat

Hij staat echt. Van voet tot kruin.
Geen zweven, geen fragment.
Een volledige gestalte, onder een afdak dat geen parasol is.
Het doek toont hem niet als icoon, maar als aanwezigheid
— belichaamd, beschermd, geplaatst.

Zijn gezicht draait drie–vierde naar links.
Maar het is geen technische draaiing. Het is een gebaar.
Alsof hij luistert naar iets buiten beeld.
De kroon is gepolijst en draagt Amitabha
— klein, ingetogen, een innerlijke signatuur.
De sieraden zijn fijn, ritmisch verdeeld over borst en armen,
maar ze schreeuwen niet. Ze ademen.

Links van hem: bloemen.
Aan het uiteinde van een lange stengel, zelfs links van zijn gezicht.
Geen centrale lotus.
Misschien pioen, misschien iets lokaals.
Ornamentaal, deel van de atmosfeer.

Rechts aan de rand: een verticale tekst.

Disclaimer: de tekst laat zich moeilijk helemaal lezen.
De interpretatie is van Copilot.

高子正 書 敬奉春
Gao Zizheng schreef dit, eerbiedig opgedragen aan de lente.

Een naam, een hand, een seizoen.

Dit is het eerste werk. De eerste aanwezigheid.
Hij staat niet hier. Hij staat in.

Zijn houding roept een vraag op: wat betekent compassie in deze traditie?

Compassie in de Mahayana‑traditie

De boeddhistische Mahayana‑traditie heeft zich
vanaf de eerste eeuwen van onze jaartelling verspreid
vanuit India langs de handelsroutes,
en werd tegen de 9e eeuw de dominante invloed
— een positie die zij vandaag nog steeds inneemt.

Zodanig, dat je kunt zeggen dat het de grootste tak van het boeddhisme is.
Aanwezig in China, Japan, Korea, Vietnam, Taiwan, Singapore
en grote delen van de Himalaya‑regio.
Daarbij vormt compassie — belichaamd door Avalokiteshvara/Guanyin —
een kernbegrip, een dagelijkse praktijk, een ethisch ideaal.

In het Mahayana‑boeddhisme is compassie (karuṇā)
geen emotie maar een kracht.
Geen medelijden, geen zachtheid, geen sentiment.
Compassie is een actie:
het is de keuze om te handelen waar lijden zichtbaar wordt.

1. Compassie als kosmische beweging

Samen met wijsheid (prajñā) vormt compassie
een van de twee grote Mahayana‑krachten.
Wijsheid ziet de leegte van alle dingen.
Compassie beweegt zich naar de wereld, ondanks die leegte.

2. Compassie als luisteren

Avalokiteshvara belichaamt dit luisteren.
Zijn naam betekent: “Hij die de geluiden van de wereld hoort.”
Daarom het driekwart profiel.
Daarom de zachte houding.
Compassie begint met aandacht.

3. Compassie als keuze om te blijven

Een bodhisattva is iemand die verlichting had kunnen bereiken,
maar ervoor kiest om niet te verdwijnen.
Hij blijft waar lijden is.

4. Compassie in de Dunhuang‑schildering

Het verschijnt als:

  • luisteren (het hoofd)
  • aanwezigheid (de houding)
  • bescherming (het afdak)
  • verbondenheid (bloemen, inscriptie)
  • herkomst (Amitabha in de kroon)

Een stille, aandachtige vorm van nabijheid.

Om deze compassie kunsthistorisch te begrijpen,
helpt het om te zien hoe de overdracht van deze kracht
naar Avalokiteshvara zichtbaar wordt in de iconografische traditie.

DSC01330 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030 Detail

Mini‑genealogie van compassie

De stroom van compassie in de Mahayana‑traditie
loopt van bron naar gestalte naar wereld:
AmitabhaAvalokiteshvarade wereld

1. Amitabha — de bron

De Boeddha van Oneindig Licht.
Tijdloos, transcendent.
Hij belichaamt het oer‑mededogen dat het universum doordringt.

2. Avalokiteshvara — de emanatie

Emanatie betekent hier: een verschijningsvorm
van een boeddhistische kracht of kwaliteit,
geen geboorte of incarnatie.
Avalokiteshvara verschijnt als de zichtbare uitdrukking
van Amitabha’s compassie, niet als zijn lichamelijke afstammeling.

Uit Amitabha’s licht ontstaat Avalokiteshvara.
Niet als zoon, niet als leerling, maar als manifestatie van compassie.
Daarom draagt hij Amitabha in zijn kroon: een teken van herkomst.

3. De wereld — de ontvanger

Avalokiteshvara verschijnt in vele vormen, telkens als antwoord op lijden.
De staande vorm — zoals in de Dunhuang‑schildering in dit bericht —
is de meest nabije: niet ingrijpend, maar aanwezig.

En vanuit die aanwezigheid gaat de beweging verder.
De compassie die van Amitabha naar Avalokiteshvara stroomt,
wordt doorgegeven aan degene die kijkt, die oefent, die zoekt.
Niet als gebod, maar als mogelijkheid:
een houding die kan worden overgenomen, geoefend, belichaamd.

Zo wordt de wereld niet alleen ontvanger, maar ook drager.

Aan het begin van deze afstamming staat Amitabha zelf.

DSC01331IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030 Txt

Standing here is the figure of Avalokiteshvara with three-quarter face turned towards the left. The Avalokiteshvara is decorated with beautiful jewellery and polished crown. In accordance with iconography, Amitabha Buddha takes his position in Avalokiteshvara’s tiara.

Amitabha Buddha

Amitabha (Amitābha, “Oneindig Licht”) is een transcendente Boeddha,
geen historische leraar.
Hij manifesteert helderheid, mededogen
— de bron waaruit Avalokiteshvara voortkomt.

1. Wat Amitabha is

Een tijdloze, kosmische Boeddha en de spirituele bron van Avalokiteshvara.
De personificatie van licht en compassie.

2. Waarom hij in de kroon staat

Zijn aanwezigheid in de tiara is de iconografische sleutel:
Deze bodhisattva komt voort uit het licht van Amitabha.

In de Dunhuang-schildering is hij klein, ingetogen, bijna verborgen —
precies zoals Dunhuang hem graag afbeeldt:
niet als pronkstuk, maar als innerlijke oorsprong.

DSC01332IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang9th-10thCenturyCESilkPaintingAccNoCh-xxii-0030

Afsluiting

Er is al veel gezegd, en toch blijft er nog zoveel te openen.
In volgende berichten volgen nog:
– De bibliotheekgrot van Dunhuang
– De techniek van zijdeschildering
– De kaart met Khotan, Niya, Miran, Lou‑lan
– De termen: Bodhisattva, Jakata, Avadana
– De Great Game en andere reizigers
– En twintig voorwerpen, misschien meer

Maar dat komt later.
Nu eerst: deze zaal. Deze stilte. Deze aankomst.
Van hieruit ontvouwt zich de rest.

Een huisaltaar en een tempelgebaar

– over drie objecten die elkaar nooit hadden hoeven ontmoeten –

Inleiding

Twee goden die je in huis haalt,
beelden die vragen om aanraking,
om zorg, om dagelijkse nabijheid.
Twee stemmen uit Orissa,
spel en tederheid in brons gegoten,
alsof devotie begint bij wat je kunt vasthouden.

DSC05453ZürichMuseumRietbergBalakrishnaKrishnaAlsKleinkindMitDerButterkugelIndienOrissaUm1800BronzeRVI531

Zürich, Museum Rietberg, Balakrishna, Krishna als Kleinkind mit der butterkugel, Indien, Orissa, um 1800, bronze, RVI531, 11 x 15 x 13,5 cm.

DSC05454ZürichMuseumRietbergBalakrishnaKrishnaAlsKleinkindMitDerButterkugelIndienOrissaUm1800BronzeRVI531


DSC05456ZürichMuseumRietbergFlöteSpielenderGottKrishnaIndienOrissaUm1800BronzeRVI530

Zürich, Museum Rietberg, Flöte spielender gott Krishna, Indien, Orissa, um 1800, bronze, RVI530, 25,5 x 13,5 x 10 cm.

DSC05457ZürichMuseumRietbergFlöteSpielenderGottKrishnaIndienOrissaUm1800BronzeRVI530

Krishna in huiselijke devotie
Indië, Orissa, ca. 1800
Brons
Museum Rietberg, Zürich — Inv. RVI530 & RVI531

Deze twee bronzen Krishna‑voorstellingen
— Balakrishna met de boterkogel (RVI531)
en de fluitspelende Krishna (RVI530) —
behoren tot de huiselijke devotiecultuur van Orissa rond 1800.
Beide beelden tonen Krishna in twee geliefde gedaanten
die in de Vaishnava‑bhakti een centrale rol spelen.

Binnen het hindoeïsme wordt Krishna beschouwd
als de achtste incarnatie (avatar) van Vishnu,
de god die het universum beschermt en in balans houdt.
In veel tradities wordt Krishna bovendien als oppergod vereerd,
niet slechts als manifestatie van Vishnu.
Zijn verering is diep geworteld in de bhakti‑traditie,
een vorm van devotie die draait om persoonlijke toewijding,
liefde en een directe, affectieve relatie met de godheid.
Krishna is daarin een god van nabijheid: speels, teder, benaderbaar.

De sculpturen waren vermoedelijk in bezit van een welgestelde familie
of een lokale notabele.
Brons was kostbaar, en dergelijke fijn uitgewerkte huisaltaarbeelden
waren geen alledaagse objecten.
Ze dienden voor dagelijkse rituelen,
waaronder het wassen, aankleden, voeden en vereren van de godheid
— handelingen die Krishna’s nabijheid en tederheid benadrukten.
In Orissa, waar de Jagannath‑cultus diep verankerd is,
vormden dergelijke Krishna‑beelden een vertrouwd onderdeel
van de familiale religieuze praktijk.

Balakrishna toont Krishna als kruipend kind
met een boterkogel in de hand,
een geliefde iconografie die de goddelijke speelsheid (līlā) benadrukt.
De fluitspelende Krishna staat in elegante tribhaṅga‑houding
op een lotusbasis,
een vorm die verwijst naar zijn rol
als herder, verleider en kosmische muzikant.

Opmerkelijk is dat de fluit zelf visueel afwijkt van het brons:
het materiaal, de proportie en de versiering aan het uiteinde
suggereren een latere, mogelijk hedendaagse toevoeging.
De fluit lijkt niet origineel en kan een restauratieve ingreep zijn,
bedoeld om het gebaar van fluitspel te herstellen.

Samen belichamen de beelden de twee polen van Krishna‑devotie:
intieme zorg en esthetische overgave,
het kind dat men koestert en de god die men volgt.

Twee gestalten van dezelfde god,
de ene kruipt naar je toe,
de andere opent een dans.
In huiselijke stilte worden ze één:
zorg die een ritueel wordt,
spel dat een openbaring wordt.
En zelfs wanneer de fluit niet van zijn tijd is,
blijft het gebaar van muziek intact —
een god die je aanraakt
en een god die je aanspreekt.


DSC05459ZürichMuseumRietbergKniendesEinhornTibet17th-18thCentCEKupferlegierungVergoldetGeschenkEduardVanDerHeydtRTI1

Zürich, Museum Rietberg, Kniendes einhorn, Tibet, 17th – 18th century CE, Kupferlegierung, vergoldet, Geschenk Eduard von der Heydt, RTI1, afmetingen onbekend.

DSC05460ZürichMuseumRietbergKniendesEinhornTibet17th-18thCentCEKupferlegierungVergoldetGeschenkEduardVanDerHeydtRTI1

Knielend dierfiguur (traditioneel aangeduid als ‘eenhoorn’)
Tibet, 17e–18e eeuw
Koperlegering, verguld
Schenking Eduard von der Heydt
Museum Rietberg, Zürich — Inv. RTI1

Deze vergulde dierfiguur, in de collectie
aangeduid als “knielende eenhoorn”,
toont in vorm en proportie eerder een hertachtig wezen:
een langgerekte romp, slanke poten,
een zachte kop zonder spoor van een hoorn.
De benaming “eenhoorn” weerspiegelt waarschijnlijk
een traditionele of oudere interpretatie binnen de collectie,
eerder dan een letterlijke iconografische beschrijving.

De houding — knielend, met opgeheven kop —
is ongewoon en suggereert een ceremoniële of tempelmatige functie.
Dergelijke dierenfiguren konden dienen als dragers, wachters,
of als deel van een grotere groep rond een altaar of heiligdom.
De schaal en de vergulding wijzen op een object dat bedoeld was
voor een sacrale ruimte, niet voor huiselijke devotie.

In de Tibetaanse en bredere Himalaya‑traditie
komen mythische dieren voor die verwant zijn
aan de Chinese qilin of aan beschermende hert‑figuren.
Ze fungeren als dragers van voorspoed,
symbolen van zuiverheid, of begeleiders van heilige figuren.
Hoewel er geen directe parallel bestaat met verhalen
zoals Franciscus en de wolf,
kent het boeddhisme wél Jātaka‑verhalen waarin de Boeddha
in vroegere levens verschijnt als hert, gazelle of ander edel dier
dat mensen leidt, beschermt of onderwijst.
Ook in tantrische context kunnen dierenfiguren optreden
als voertuigen (vāhana’s) of symbolische metgezellen van godheden.

Of dit beeld oorspronkelijk deel uitmaakte van een paar of groep
is niet met zekerheid te zeggen,
maar de knielende houding en de frontale gerichtheid
suggereren dat het mogelijk
in relatie tot een centraal beeld was geplaatst
— als begeleidend dier, als drager van offers, of als rituele bewaker.

Een dier dat niet vlucht maar knielt,
alsof het luistert naar iets dat wij niet horen.

Geen hoorn, geen dreiging,
alleen een lichaam dat licht draagt,
en in dat licht
een stilte die ouder is dan woorden.

Misschien stond het ooit naast anderen,
misschien keek het op naar een god.
Nu blijft alleen de houding over —
een gebaar van aandacht,
vastgelegd in goud.


Afsluiting

Het knielende wezen laat zich niet verklaren:
geen hoorn, geen mythe die sluit.
Alleen een rituele houding die blijft hangen,
als een echo uit een andere wereld.

Een huisaltaar uit Orissa en een verguld dier uit Tibet —
drie stemmen die elkaar nooit zouden hebben ontmoet,
maar die in één zaal toch een gesprek begonnen.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XIX

– over een gouden intermezzo –

Ergens halverwege mijn omzwervingen door het National Museum
belandde ik in een onverwacht gouden tussenmoment:
een presentatie gewijd aan Taxila, het oude Taksasila
— gelegen in het huidige Pakistan —
dat eeuwenlang een kruispunt was van handel, ambacht en ideeën.
Een stad waar Griekse, Indiase en Centraal‑Aziatische tradities
elkaar raakten, en waar het vakmanschap in steen en metaal
een bijna vanzelfsprekende verfijning bereikte.

Taxila is vooral bekend om zijn schist‑sculpturen
— die serene, licht hellenistische Bodhisattva’s
in koel grijs gesteente.
Maar hier, in Delhi, werd de blik even verschoven van steen naar goud.
Hiranmaya — “gemaakt met goud” —
noemde het museum deze tijdelijke tentoonstelling.
Een titel die zowel naar het materiaal verwijst
als naar de ervaring van de kijker:
dat gevoel van overlopende aandacht
wanneer iets kleins en fijns je dwingt om dichterbij te komen.

Tussen de vijfentwintig sieraden
die ooit in Bhir Mound en Sirkap werden opgegraven,
toonde het museum twee stukken die me bijbleven:
een paar oorbellen en een segment van een gordel.
Miniaturen van vakmanschap, bijna gewichtloos,
maar met een technische precisie die alleen ontstaat
in culturen waar het sieraad niet louter versiering is,
maar onderdeel van hoe een lichaam zich toont.

DSC01321IndiaNewDelhiNationalMuseumEarringsTaxilaSirkaCirca1stCenturyCEGoldAccNo49-262slash12a+b

India, New Delhi, National Museum, Earrings, Taxila, Sirkap, circa 1st century CE, gold. Acc.No. 49.262/12a+b.


DSC01323IndiaNewDelhiNationalMuseumGirdleSegmentTaxilaSirkaCirca1stCenturyCEGoldAccNo49-262slash14

India, New Delhi, National Museum, Girdle segment, Taxila, Sirkap, circa 1st century CE, gold. Acc.No. 49.262/14.


DSC01325IndiaNewDelhiNationalMuseumHiranmayaGoldOrnamentsFromTaksasilaTxt

The exhibition title ‘Hiranmaya: Gold ornaments from Taksasila’ is derived from the word hirnya ‘gold’ and maya’ filled’ or ‘made with’. Hirnyamaya extrapolates the presence of gold which laces every artefact in the exhibition. In aesthetic terms, hiranmaya expresses the state of the beholder brimming with the exquisite beauty and intricate detailing on the gold ornaments displayed in the exhibition. The finest of the twenty-five gold ornaments discovered from the sites of Bhir moun and Sirkap at Taksasila (Taxila) thatare part of the Jewellery Collection of the National Museum, New Delhi are showcased in this exhibition. These ornaments reflect the pinnacle of gold craftsmanship deting back to 4th century BCE – 1st century CE, India.

As a hommage to Taxila and in its splendid sculptural heritage, especially of the divinely bejeweled Bodhisattva figure carved impeccable in black schist stone, the delicate gold ornaments are displayed against the black schist stone colour as an ode to the schist carvers of Taxila. However, cautiously shifting the locus from schist to gold, the exhibition is envisioned as an adorned body evoking the spirit of gold artistry! Barring the two showcases at the beginning and at the end, the exhibits progress in the sequence of ‘head to toe’ offering insights into how sophisticatedly the hair, ear, neck, hands and waist were adorned. This jewellery spurs us to imagine how the art of the adornment was perfected in the ancient times.

Daarna liep ik verder — misschien een verdieping hoger,
misschien gewoon een bocht verder rond de rotonde
die het museum van dak tot beneden open houdt.

De precieze route ben ik kwijt,
maar ik herinner me de curve van de ramen
en het licht dat langs de binnenwand naar beneden viel.
Op de bovenste verdieping stonden ingepakte vitrines,
klaar om te vertrekken of net teruggekeerd,
en daar heb ik een tijd op een bank gezeten.
Een kleine pauze tussen dozen en bubbeltjesplastic,
terwijl het gouden intermezzo van Taxila nog zachtjes nagloeide.

DSC01326IndiaNewDelhiNationalMuseumPrepForExhibition

National Museum, New Delhi.


De God met het Panoramische Blikveld

DSC05450ZürichMuseumRietbergGottBrahmaIndienSüdlichesRajasthanOderNördlichesGujarat14thCMarmorGeschenkEduardVonDerHeydtRVI304

Zürich, Museum Rietberg, Gott Brahma, Indien südliches Rajasthan oder nördliches Gujarat, 14th century, marmor. Geschenk Eduard von der Heydt. RVI304.


Mijn observatie

Het einde is in zicht.
Toen ik in Zürich het Museum Rietberg heb bezocht,
heb ik daar twee dagen voor gereserveerd.
Aan dag 1 komt met dit blogbericht bijna een einde.
Want ik heb nog foto’s van twee bijzondere beelden:
één in steen en één bronzen beeld.
Vandaag het stenen beeld.

Hij is misschien de belangrijkste in het Hindoe-pantheon
maar ik heb nog niet zo vaak een beeld van hem gezien:
Brahma.

Het lijkt me beklemmend om zo te moeten staan.
Met drie gezichten nog wel.
Dan wil je van het uitzicht genieten.
Met 6 ogen moet dat een heel panorama opleveren.

Maar hij oogt ingebouwd.

Rechts van Brahma iets dat ik niet herken,
een gedraaid slaghout met bovenop een kastje?
Het rechtse achterarm houdt het vast.

Ook links van Brahma een onbekend object.
De vorm zou van een schede kunnen zin waarin je een zwaard opbergt.
Gedecoreerd me en gevlochten motief.
De hand van de linker achterarm houdt het vast.

De handen van de voorarmen liggen ontspannen langs het lichaam.
De handpalm open naar de toeschouwer.
In het rechterhand een gebedssnoer (?)
De linkerhand is te beschadigd
en wat er ooit te zien was in zijn hand is nu weg.
Maar een gebedssnoer was het niet.

De gezichten zijn besnord en bebaard.
De gezichten lijken identiek al lijkt het gezicht
dat de toeschouwer frontaal aankijkt grote oorbellen te dragen
terwijl die bij de andere gezichten niet te zien zijn.
Op het hoofd draagt hij een soort kroon
met meerdere niveau’s:
een rand, een ring met vormen die me doen denken
aan maiskolven en in het midden in elkaar passende cirkels.
De hoge ring daarboven bestaat uit lange smalle bladvormen.
Erboven, steeds iets smaller, een ring met vlakken.
Daarboven een rind die uitsteekt en als laatste een top
die naar boven taps toeloopt.

Is de cirkel achter het hoofd een aureool of
is dit onderdeel van het hoofddeksel?
(Het is een aureool.)

Brahma draagt verder nog sieraden aan hals,
bovenarmen, polsen, enkels, op de voet en duimringen,

Twee kleinere figuren staan naast de benen van Brahma.
Beide hebben één arm omhoog, maar of ze iets dragen kan ik niet zien.
Beide hebben in de andere hand een ei-vormig voorwerp.

De figuur langs Brahma’s rechterbeen staat stevig op
zijn rechterbeen terwijl het linkerbeen gebogen is en de voet
met de tenen op de ondergrond rust.

Van het andere figuur zijn de benen niet helemaal te zien
omdat er iets voor hem lijkt te liggen.
Wat dat is kan ik door beschadigingen niet zien.

DSC05452ZürichMuseumRietbergGottBrahmaIndienSüdlichesRajasthanOderNördlichesGujarat14thCMarmorGeschenkEduardVonDerHeydtRVI304

Context

Dit 14e‑eeuwse marmeren beeld van Brahma uit de collectie van het Museum Rietberg behoort tot de West‑Indiase beeldtraditie die vooral bloeide in Zuidelijk Rajasthan en Noordelijk Gujarat. Die geografische aanduiding is geen vaagheid, maar een kunsthistorisch nauwkeurige afbakening: het gebruik van wit marmer, de specifieke ornamentiek van de kroon, de compacte, bijna architectonische opbouw van de compositie en de manier waarop baard, snor en gelaat zijn vormgegeven, sluiten precies aan bij de marmerateliers die in deze regio’s actief waren. Rajasthan en Gujarat deelden in deze periode materiaal, stijl en vakmanschap; hun ateliers beïnvloedden elkaar intensief, waardoor een exactere toeschrijving vaak onmogelijk is, maar de regionale herkomst juist des te duidelijker.

Brahma verschijnt hier met drie gezichten — een veelvoorkomende oplossing in halfplastische sculptuur, waar het vierde gezicht (dat naar achteren zou kijken) niet zichtbaar hoeft te zijn. De drie gezichten zijn vrijwel identiek: kalm, baarddragend, met zware oogleden en een gelijkmatige snor. De kroon is opgebouwd uit meerdere zones: een brede basis, daarboven een ring met korrelige, maïskolfachtige vormen, vervolgens een zone van smalle bladvormen en tenslotte een taps toelopende top. Deze gelaagdheid is typisch voor West‑Indiase marmerkunst, waarin ritme en ornament elkaar versterken.

Aan Brahma’s voeten staan twee kleinere figuren die elk een chamara boven het hoofd houden — het rituele waaiertje van yakhaar dat in Zuid‑Aziatische kunst een teken van eerbetoon en koninklijke waardigheid is. De beweging van de chamara markeert Brahma als verheven en onaantastbaar. In hun andere hand dragen beide figuren een ei‑vormig object, mogelijk een gestileerde lotusknop of vruchtbaarheidssymbool. Naast Brahma’s linkerbeen staat een vogel met een gebogen hals, herkenbaar als een gestileerde Hamsa, de zwanenrijder die traditioneel als Brahma’s vahana fungeert.

In Brahma’s achterhanden bevinden zich twee objecten die niet direct te identificeren zijn. Het rechter object — smal, gedraaid, onderaan smaller dan bovenaan, bekroond door een vierkant blok met een nisachtig reliëf — lijkt eerder op een architectonische miniatuur dan op een klassiek attribuut zoals een kamandalu of Veda‑manuscript. Zulke miniaturen komen vaker voor in West‑Indiase sculptuur en kunnen verwijzen naar tempelarchitectuur, kosmische ordening of rituele symboliek die niet altijd meer te duiden is.

De voorste handen hangen ontspannen langs het lichaam. De rechterhand toont een open handpalm naar de toeschouwer — mogelijk een variant van de abhaya mudra, het gebaar van geruststelling. De linkerhand is beschadigd; wat zij ooit vasthield, is niet meer te achterhalen.

Het geheel ademt de ingetogen monumentaliteit van West‑Indiase marmerkunst: een god die tegelijk verheven en ingebouwd oogt, omringd door dienende figuren, rituele attributen en symbolische vormen die samen een kosmische orde suggereren. De chamara’s, de Hamsa en de rijk gelaagde kroon plaatsen Brahma stevig in zijn rol als schepper, maar ook als vorst van kennis, ritme en tijd.

Afsluiting

En zo komt mijn eerste dag in het Museum Rietberg bijna tot een einde:
bij een god die zelden wordt afgebeeld, maar hier — in koel marmer,
met drie gezichten en een stille waardigheid — een hele wereld draagt.
Een beeld dat niet alleen naar een verre regio verwijst,
maar ook naar de manier waarop kijken zelf een vorm van scheppen wordt.
Binnenkort wacht nog het bronzen beeld.
Vandaag sluit ik af bij Brahma.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVIII

Rama en Sita · Ranjit Singh · Krishna:
drie miniaturen over goddelijke orde, menselijke devotie en de tocht naar het geliefde

De afgelopen weken toonde ik vooral bronzen beelden
uit het National Museum in New Delhi.
Maar ik wilde ook zeker de verzameling zien van voorwerpen
uit Dunhuang (China).
Onderweg naar een plaats voor een middagpauze,
zag ik de drie schilderijen die in dit bericht
te zien zullen zijn.
Van brons naar papier, van hamer naar kwast:
een heel andere wereld.

Introductie in een andere wereld van beeld en betekenis

1. Van materie naar verbeelding

Waar de bronzen beelden vaak een zekere monumentaliteit
en rituele zwaarte dragen
— met nadruk op iconografie, gestileerde houdingen en aanwezigheid —betreden we met deze schilderijen een domein
waarin verbeelding, emotie en het verhaal centraal staan.
Papier vervangt metaal, penseelstreek vervangt reliëf,
en de blik wordt geleid door kleur, ritme en symboliek
in plaats van door de driedimensionale vorm.

2. Andere regels, andere ritmes

De schilderijen zijn geworteld in de Pahari, Kangra,
en Sikh-Kangra stijlen
— regionale tradities die floreren in de heuvelachtige gebieden
van Noord-India.
Deze stijlen volgen hun eigen afspraken:

  • Verhalende cycli:
    zoals de Rama Darbar of Radha als Abhisarika Nayika
  • Emotionele typologieën:
    men gebruikt herkenbare personages
    die een bepaalde emotionele toestand belichamen,
    zodat hun houding en omgeving
    de betekenis direct zichtbaar maken voor de toeschouwer.
  • Devotionele intimiteit:
    zoals Maharaja Ranjit Singh die zich buigt voor Devi

De schilderijen zijn vaak kleiner van formaat,
bedoeld om door één persoon bekeken te worden,
en doordrenkt van poëtische en literaire verwijzingen.

3. Wat verbindt deze drie?

Ondanks hun verschillen in onderwerp en stijl,
zijn er subtiele verbindingslijnen:

  • Devotie en ontmoeting:
    Elk werk toont een moment van spirituele of emotionele toewijding:
    Rama met zijn gevolg,
    Ranjit Singh voor Devi,
    Radha op weg naar Krishna.
  • Met verhalen geladen scènes:
    Geen enkel werk is louter decoratief;
    ze zijn fragmenten uit grotere verhalen,
    geladen met culturele en religieuze betekenis.
  • Sikh-Kangra en Pahari invloeden:
    De vermenging van stijlen wijst op een gedeelde visuele grammatica
    in Punjab en Himachal Pradesh rond de 19e eeuw.
  • Papier als drager van intimiteit:
    In tegenstelling tot de publieke monumentaliteit van brons,
    nodigen deze werken uit tot overpeinzingen
    en persoonlijke interpretatie.

DSC01315 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

India, New Delhi, National Museum, Rama Darbar (audientie), Sikh-Kanga mixe style, dated 1865 AD, paper. Acc. No. 58.21/6.


In dit schilderij, vaak aangeduid als Rama Darbar,
kijken we niet zomaar naar een verhaal,
maar naar een zorgvuldig gecomponeerde wereld.
Een bloemenrand en een laag muurtje vormen samen een drempel:
ze bakenen een heilige ruimte af,
zoals in middeleeuwse miniaturen of een ommuurde tuin rond Maria.

DSC01315 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

Binnen die rand ontvouwt zich een ritueel toneel.
Voor de troon knielt Hanuman, gekroond maar nederig,
zijn lichaam diagonaal gericht
als een zachte lijn die doorloopt via Rama en Sita
naar de hofhouding achter hen.
Het hele gezelschap vormt zo een diagonale stroom,
een zachte beweging die de scène draagt.
Zijn rechterhand is uitgestrekt, alsof hij iets aanbiedt
— geen gebed, maar een gebaar.
Hij is dienaar, deelnemer én vertegenwoordiger van de toeschouwer.
Door hem kan de toeschouwer zelf deelnemer worden,
in een houding van persoonlijke devotie.
Rama, Sita en Hanuman spelen een centrale rol in het epos Ramayana.

DSC01315 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

Achter Rama en Sita staat een rij gekroonde figuren in profiel,
als het ware een engelenkoor van patronen
dat met kleur en ritme het ritueel toneel ondersteunt.

DSC01315 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumRamaDarbarSikh-KangaMixeStyleDated1865ADPaperAccNo58-21-6

In het midden zit Rama op de troon, herkenbaar aan zijn aureool
en aan de boog die hij vasthoudt:
een harde, strakke lijn die haaks door de zachte diagonalen
van de scène snijdt.

De hofhouding is gehuld in vloeiende patronen
die de zachtheid van die diagonale stroom versterken,
waardoor de boog nog nadrukkelijker als tegenkracht zichtbaar wordt.
Die boog doorbreekt de decoratieve rust en herinnert eraan
dat deze vrede niet vanzelf gekomen is.

De harmonie die we zien is hersteld, bevochten,
en precies daarom zo zorgvuldig geënsceneerd:
een constellatie van orde, erkenning en hernieuwde balans.

Zo wordt het schilderij niet alleen een voorstelling,
maar een plek voor stille overdenking
— een beeld dat de toeschouwer uitnodigt om innerlijk mee te knielen.


DSC01317 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumMaharadjaRanjitSinghPayingHomageToDeviPaharo-SikhMixedStylePunjabCircaAD1850PaperAccNo72-313

India, New Delhi, National Museum, Maharadja Ranjit Singh paying homage to Devi, Pahari-Sikh mixed style, Punjab, circa AD 1850, paper. Acc. No. 72.313.


Waar het vorige schilderij een mythische scène toonde,
zien we hier een historische vorst
in een vergelijkbare devotionele omkadering.
De bloemenrand, het hekje en de ommuurde ruimte keren terug,
maar de inhoud verschuift:
van goddelijke orde
naar wereldlijke macht onder spirituele leiding.

In dit schilderij zien we Maharadja Ranjit Singh en een heilige man
— waarschijnlijk een sadhu of brahmaan —
samen met gevouwen handen naar een godin kijken.
Ranjit Singh, stichter van het Sikh‑rijk
en bekend om zijn religieuze tolerantie,
staat op de eerste tree van het tempelachtige gebouw,
herkenbaar aan zijn tulband, zwaard en schild.
De heilige staat een tree hoger,
zijn hoofddoek hangt losjes om het hoofd en in de hals.
Hun houding is devotioneel, niet ceremonieel:
ze zijn geen heerser en adviseur,
maar gelovigen in gezamenlijk gebed.
Dat Singh hier in een Hindoeïstische beeldtaal verschijnt,
past bij de religieuze verwevenheid van Punjab in zijn tijd,
waarin Sikh, Hindoe en islamitische tradities
door elkaar liepen en vorsten zich vaak lieten afbeelden
in een hybride, hoficonografische devotie.

DSC01317 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumMaharadjaRanjitSinghPayingHomageToDeviPaharo-SikhMixedStylePunjabCircaAD1850PaperAccNo72-313

Voor hen troont Devi, een godin met vier armen,
een zwaard, een lasso en een stralenkrans.
Ze zit in een paviljoen met muren
waarin ondiepe reliëfs zijn uitgespaard.

Haar twee andere handen zijn leeg:
de ene is uitgestrekt met de handpalm omhoog,
een uitnodigend gebaar dat doet denken aan de varada‑mudrā;
de andere is voor de borst geheven,
de hand opgericht in een beschermende houding
die aan de abhaya‑mudrā herinnert.

Op de hoeken van het gebouw staan oranje driehoekige vlaggen
— symbolen van heiligheid en oriëntatie.

Achter haar opent een raam naar de natuur,
die links en rechts ook buiten de afgebakende ruimte doorloopt.
Het geheel is geen troonscène,
maar een moment van gedeelde devotie:
een vorst en een heilige die samen buigen voor de goddelijke macht,
in een beeld dat Singh’s heerschappij toont
zoals hij die zelf begreep
— wereldlijk gezag onder goddelijke bescherming.

DSC01317 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumMaharadjaRanjitSinghPayingHomageToDeviPaharo-SikhMixedStylePunjabCircaAD1850PaperAccNo72-313


DSC01319IndiaNewDelhiNationalMuseumAbhisarikaNayikaRadhaOnWayToMeetKrishnaKangraPahariMiddle1900CEPaperAccNo58-21-8

India, New Delhi, National Museum, Abhisarika Nayika Radha on way to meet Krishna, Kangra, Pahari, middle 1900 CE, paper. Acc. No. 58.21/8.


Ik begin met te beschrijven wat ik zie.
Het is een methode die misschien wat oefening vraagt
maar die de meeste mensen kunnen uitvoeren,
bij elk kunstwerk.
Daarna volgt meer context over dit werk.

Mijn observatie

De gekroonde Krishna zit in een landschap op een heuvel.
De hoofdkleur van zijn kleding is geel.
Boven hem zie je donkere wolken en in de verte een bliksemschicht.
Er staan bomen op de heuvels.
In de verte zie je ook een gebouw.
Krishna kijkt achterom.
Hij voorvoelt de komst van Radha.

Een beetje van hem af, en wat lager,
zie je verschillende dieren en mensen.

Een pauw, een hert, een viervoeter tussen de bomen, twee duiven.

Een bijzonder wezen zit in een boom (een bhûta, een nachtwezen).
Hij heeft een menselijk ogend lichaam dat geheel grijs is.
Op het lijf staat een woest hoofd met slagtanden.
Het bijzondere wezen zit in een boom.

Er zijn nog drie mensfiguren aanwezig: twee vrouwen en een man.
De grootste figuur is een vrouw die loopt in de richting van Krishna.
Dit is Radha als Abhisarika Nayika.
Ze draagt een oranje kleed, haar sluier is blauw.

De man, een kleinere figuur, draagt een wit pakket op zijn hoofd.
Hij draagt een lange doek half over zijn achterhoofd en rug
tot op zijn bovenbenen.
Hij loopt weg van de vrouw maar kijkt om.
Hij is bijna onder de boom van de grijze, woeste figuur.

In de buurt van de lopende vrouw zit nog een vrouw.
Naast haar ligt een bundel op de grond
in dezelfde kleur als haar sluier: oranje.
Ze maakt muziek op een fluit.
Die heeft de vorm van een fluit die gebruikt wordt door slangenbezweerders.
Uit een van de gaten in de rotsen voor haar,
komt een slang te voorschijn.

Het geheel wordt omlijst met een smalle band met donkere ondergrond.
Op de band ligt een slinger met afwisselend een bloem en bloemblad.

Context

Dit schilderij behoort tot de Kangra‑traditie
van de Pahari‑miniatuurkunst,
een stijl die bekendstaat om haar lyrische landschappen,
zachte kleuren en verfijnde emotionele verbeelding.

De scène toont Radha als Abhisarika Nayika,
de geliefde die zich, ondanks duisternis en gevaar,
op weg begeeft naar Krishna.
De dramatische hemel met donkere wolken en bliksem
is een klassiek motief:
de storm weerspiegelt zowel de uiterlijke omstandigheden
als de innerlijke beroering van haar verlangen.

Het landschap is bevolkt met dieren
— pauw, hert, vogels —
en met wezens die de nacht bewonen,
zoals de grijze figuur met slagtanden in de boom.
Zulke verschijningen zijn typerend voor Pahari‑voorstellingen
van de Abhisarika:
zij belichamen de obstakels, angsten en verleidingen
die de geliefde moet trotseren.

Ook de slang die uit de rots tevoorschijn komt,
en de reiziger die omkijkt terwijl hij zijn last draagt,
versterken het gevoel van een wereld vol beweging en spanning.

Radha zelf, gehuld in oranje en blauw,
beweegt vastberaden door dit geladen landschap.
Haar tocht is zowel letterlijk als symbolisch:
een reis door de nacht naar de geliefde,
maar ook een metafoor voor de ziel die zich naar het goddelijke wendt.

Krishna, hoger op de heuvel gezeten
en gekleed in zijn traditionele gele doek,
kijkt achterom
— niet uit schrik, maar in een subtiel gebaar van herkenning
en verwachting.
Hij is aanwezig als het doel van haar verlangen,
maar blijft op afstand, wachtend, uitnodigend.

De omlijsting met bloemen en bladeren
sluit aan bij de Kangra‑esthetiek,
waarin natuur, emotie en devotie in één ritmisch geheel
worden samengebracht.
Het schilderij is daarmee niet alleen een verhalende scène,
maar ook een poëtische meditatie op liefde,
verlangen en de moed om het onbekende tegemoet te treden.

Afsluiting

Wie aandachtig kijkt, ontdekt dat elk kunstwerk
zichzelf openbaart
— eerst in vormen, kleuren en details,
daarna in betekenissen die zich langzaam ontvouwen.

De drie schilderijen in deze reeks nodigen uit
tot precies die beweging:
van waarnemen naar begrijpen,
van beschrijven naar duiden.
Door eerst te zien wat er werkelijk staat,
en pas daarna de iconografie en context toe te laten,
ontstaat een helderheid die niet alleen het individuele werk verdiept,
maar ook de samenhang tussen de drie zichtbaar maakt.

Het eerste schilderij toont een goddelijke orde,
het tweede een historische vorst
die zich onderwerpt aan het goddelijke,
en het derde een geliefde die door duisternis en gevaar
naar het goddelijke toe beweegt.
Samen vormen ze een boog van devotie:
van goden naar mensen, en van mensen terug naar het goddelijke.

Wie leert kijken, ziet hoe deze drie werelden elkaar raken
— in ritueel, in verlangen, in de stille beweging van het hart.

Een bronzen drie‑eenheid voor een wankele wereld

– over de ordening van Vishnu, Lakshmi en Garuda — stabiliteit, voorspoed en kracht –

Iets minder precies als een metronoom
besteed ik dan weer aandacht aan een voorwerp
uit het National Museum in New Delhi.
Om vervolgens een voorwerp onder je aandacht te brengen
uit de verzameling van Museum Rietberg in Zürich.

Vandaag stel ik je een beeld voor uit Museum Rietberg.

DSC05442ZürichMuseumRietbergVishnuUndLakshmiAufGarudaIndienSüdlichesRajasthanWahrscheinlichDungarpur16th17thCentCEGrünschwarzeSepentin

Zürich, Museum Rietberg, Vishnu und Lakshmi auf Garuda, Indien, Südliches Rajasthan, wahrscheinlich Dungarpur 16th – 17th century CE, grünschwarze sepentin. Geschenk Eduard von der Heydt, RVI301.


Mijn eerste observatie

Een druk beeld in de betekenis dat het oog nergens rust vindt
omdat er zoveel te zien is:
De manier waarop het beeld is uitgevoerd is ook confronterend.
Waar soms beelden zacht en aaibaar kunnen aandoen,
ervaar ik deze stijl als hard en scherp,
alsof iedere lijn een scherpe rand heeft.

Twee grote figuren
Vishnu met Lakshmi op zijn schoot.
Onder Vishnu: Garuda

Een mythische vogel, goddelijk en
speelt een rol in meerdere godsdiensten.
Zijn naam is ook die van de luchtvaartmaatschappij van Indonesië.

Dan nog twee kleine figuren,
links en rechts van het trio,
helemaal onderaan.
Beide op één been.
Zijn het man en vrouw?

Prominent toont Vishnu een schelp.
Zowel links als rechts lotussen.
Links haast abstract.
Om de lotus rechts te zien kun je het beeld
beter even van opzij bekijken.
Ook deze lotus oogt abstract, schematisch of symbolisch.

Onder, op de plint rechts, staat een tekst die ik niet kan ontcijferen;
mogelijk Sanskriet.


Aan de hand van een aantal onderwerpen geef ik
verdere toelichtig of stel ik vragen.
Soms moet ik mijn eerste observatie bijsturen.

Standaard‑iconografie van Vishnu / Lakshmi / Garuda

In de klassieke Vaishnavistische iconografie vormt
het trio Vishnu–Lakshmi–Garuda een hechte,
theologisch geladen groep.
Vishnu verschijnt doorgaans met vier attributen —
shankha (schelp), chakra (schijf), gada (knots) en padma (lotus).
Hier zien we de schelp en de lotus.
Samen tonen ze zijn functies:
scheppen, ordenen, beschermen en herstellen.

DSC05446ZürichMuseumRietbergVishnuUndLakshmiAufGarudaIndienSüdlichesRajasthanWahrscheinlichDungarpur16th17thCentCEGrünschwarzeSepentin

Vishnu en Lakshmi.


Lakshmi, aan zijn zijde of licht achter hem geplaatst.
Haar aanwezigheid onderstreept Vishnu’s rol als beschermer van de wereld.

DSC05445ZürichMuseumRietbergVishnuUndLakshmiAufGarudaIndienSüdlichesRajasthanWahrscheinlichDungarpur16th17thCentCEGrünschwarzeSepentin

Garuda.


Garuda, half mens half adelaar, fungeert als voertuig (vahana).

Samen staan ze voor:
Vishnu = behoud van de wereld
Lakshmi = de welvaart en legitimiteit die dat behoud mogelijk maken
Garuda = de dynamische kracht die dit geheel beschermt en uitvoert

Een eenheid die onze wereld vandaag opnieuw lijkt te verlangen.

Grünschwarze Serpentin

De groen‑zwarte serpentijnsteen uit Zuid‑Rajasthan
is fijn van structuur, goed te bewerken en
laat zich hoog polijsten.
Het materiaal geeft scherpe contouren én een zachte glans,
waardoor huid, textiel en ornament helder uitkomen.
De keuze voor serpentijn is zowel praktisch door de
regionale beschikbaarheid,
als esthetisch:
de donkere toon verleent de voorstelling gewicht en rust.

De ‘verborgen’ lotus is niet alleen

Aan de rechterzijde van het beeld, zichtbaar vanuit een schuine hoek,
verschijnt een wielvormig motief.
De centrale kern en radiërende bladvormen doen sterk denken
aan een gestileerde lotus
— een attribuut dat Vishnu en Lakshmi verbindt met zuiverheid en kosmische orde.
Hoewel het ook een chakra zou kunnen zijn,
lijkt de ornamentale uitvoering eerder op een bloem dan op een wapen.
De buiging van de steel, zichtbaar in het frontale aanzicht,
bevestigt het vermoeden:
dit is geen chakra, maar een lotus
— een bloem die zich in geometrie heeft gehuld.

DSC05447ZürichMuseumRietbergVishnuUndLakshmiAufGarudaIndienSüdlichesRajasthanWahrscheinlichDungarpur16th17thCentCEGrünschwarzeSepentin

De centrale kern en radiërende bladvormen


De gedecoreerde steel van de lotus aan de linkerkant van het beeld,
lotus nummer 2 om zo te zeggen, slingert zich omhoog als een slang
— een levend ornament dat zich lijkt te richten naar Vishnu’s hand.
Maar het contactpunt is onduidelijk.
Is de bloem ooit vastgehouden? Of is hier iets afgebroken?
De steen zwijgt, en laat ruimte voor interpretatie.

DSC05448ZürichMuseumRietbergVishnuUndLakshmiAufGarudaIndienSüdlichesRajasthanWahrscheinlichDungarpur16th17thCentCEGrünschwarzeSepentin

De gedecoreerde steel van de lotus, slingert zich omhoog als een slang.


Zelfs op de schelp die Vishnu vasthoudt — zijn shankha —
duikt het lotusmotief opnieuw op. Mijn lotus nummer 3.
In de decoratie zie ik bloembladachtige segmenten,
een echo van het grotere lotusmotieven elders in het beeld.
Alsof de symboliek zich herhaalt, ritmisch en geconcentreerd.

DSC05449ZürichMuseumRietbergVishnuUndLakshmiAufGarudaIndienSüdlichesRajasthanWahrscheinlichDungarpur16th17thCentCEGrünschwarzeSepentin

Zelfs op de schelp duikt het lotusmotief opnieuw op.


De kleine figuren

Ik ben nog een keer aandachtig naar beide figuren gaan kijken
en toen bleek mijn eerste observatie niet helemaal correct,
en zeker niet compleet was.
Dat kan beter:

Aan weerszijden, onderaan, twee kleine begeleidende figuren.
Rechts een vrouwelijke dienares met opgeheven arm,
een langharige waaier (chamara) boven het hoofd;
haar houding en attribuut duiden op hofdienst en eerbetoon.

Links, onderaan, een mannelijke begeleider
— licht uit balans, het lichaam schuin naast Vishnu’s been geplaatst.
Zijn rechterarm hangt ontspannen omlaag,
de linkerhand rust voor de borst, alsof hij een groet of offer gebaart.
Het standbeen draagt het gewicht, het andere been is deels afgebroken,
maar lijkt ooit met de tenen de grond geraakt te hebben.
De houding is ongewis: devotioneel, maar ook fysiek gespannen,
alsof hij zich in een ritueel moment bevindt dat het evenwicht tart.

Beide figuren — vrouw met waaier, man in gebaar —
licht beschadigd, licht uit balans,
rituele begeleiders van de centrale groep.

Overigens is ook dit beeld een geschenk van Eduard von der Heydt.

Afronding

De hardheid van het brons lijkt geen uitnodiging tot nabijheid,
maar juist een middel om afstand te bewaren.
Om de blik te richten, de aandacht te scherpen.
In die afstand ontstaat ruimte voor devotie
— toen, en misschien ook nu.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVII

– Twee manieren om kosmische kracht te verbeelden: Shiva in de tempel en Vishnu in huis –

Vandaag merk ik hoe twee kunstwerken in het National Museum
elkaar kunnen laten oplichten.
Shiva als Chandrashekara, krachtig en tempelgebonden,
trekt mijn aandacht door zijn directe energie.
Even later dwingt een Mysore‑ivoren doosje me
tot een andere manier van kijken:
kleiner, gelaagder, narratiever.

Het ene beeld vult de ruimte,
het andere ontvouwt een universum in miniatuur.
Samen tonen ze twee manieren om kosmische kracht te verbeelden:
Shiva in de tempel en Vishnu in huis.

DSC01310IndiaNewDelhiNationalMuseumChandrashekara15th-16thCentCEKeralaBronzeAccNo47-109slash11H72cmW35cmD25-5cm

India, New Delhi, National Museum, Chandrashekara, 15th – 16th century CE, Kerala, bronze, acc.no 47.109/11. Hoogte 72 cm, breedte 35 cm en diepte 25,5 cm.


De zaaltekst zegt:

Chandrashekara stands on a lotus pedestal, which is mounted on a square base. The figure has four arms which bifurcate at the shoulders. In the upper right hand he holds a parashu (axe), in the upper left mriga (antelope). The lower right hand is in abhaya-mudra and the lower left hand is in varada-mudra. The hair is jatas (or jata-makuta) as-chakra behind the head. The figure is ornamented with a coronet featuring a crest and a fillet (karanda-mukuta) and a flower decked on either side above the ears.

In vertaling:

Chandrashekara staat op een lotuspiedestal, die is geplaatst op een vierkante basis.
De figuur heeft vier armen, die zich ter hoogte van de schouders in tweeën splitsen.
In de bovenste rechterhand houdt hij een parashu (bijl), in de bovenste linkerhand een mriga (antilope).
De onderste rechterhand is in abhaya‑mudra (het gebaar van bescherming), en de onderste linkerhand in varada‑mudra (het gebaar van schenking).
Het haar is in jatas (of jata‑makuta) opgestoken, met een chakra achter het hoofd.
De figuur is versierd met een kroon met een kam en een band (karanda‑mukuta), en aan weerszijden boven de oren is een bloem aangebracht.

De beschrijving klopt helemaal maar er zijn
een paar aspecten die ik nader wil noemen:

In de vorm van Chandrashekara verschijnt Shiva
als drager van de maansikkel,
een manifestatie die de cyclische aard
van tijd, groei en afname belichaamt.

Waar Shiva in het algemeen wordt gezien
als de bron en beheerser van energie,
legt Chandrashekara de nadruk op ritme:
de herhaling van fasen,
de beweging tussen ontstaan en verdwijnen,
en de innerlijke rust die deze kosmische cyclus draagt.

Op het eerste gezicht lijkt dit beeld uitzonderlijk rijk en
bijna boetseerachtig van karakter.
De oppervlaktes dragen nog duidelijk de sporen
van het oorspronkelijke wasmodel,
waardoor het brons een zachte, gemodelleerde tactiliteit behoudt.

In de hoge, gelaagde haarkroon herkennen we zowel
de riviergodin Ganga
als de maansikkel
— een verwijzing naar Shiva’s naam Chandrashekara,
“hij die de maan draagt”.

Aan weerszijden van het hoofd zijn bloemen aangebracht
die in hun vorm bijna op lotussen lijken,
een echo van de gestileerde lotuspiedestal waarop de god staat.

De lendendoek is opvallend lang, veel langer
dan in andere voorstellingen van Shiva die we eerder zagen.
De verschillende delen van de doek worden met linten vastgezet,
zichtbaar aan beide zijden van het lichaam.
Deze details versterken de indruk van
een beeld dat eerder is opgebouwd dan uitgehakt
— een sculptuur waarin het boetseren nog voelbaar is.

Onder de lange doek vallen de grote, massieve enkelornamenten op,
een type sieraad dat we tot nu toe niet tegenkwamen.
Ze omsluiten onderbeen en wreef als een metalen bescherming,
terwijl de tenen vrij blijven
— alsof de god op gouden of zilveren kracht staat.

Opmerkelijk is dat juist het gezicht minder geboetseerd oogt:
het is gladder, rustiger, bijna verstild,
als een tegenwicht voor de rijkdom van het lichaam.

DSC01311IndiaNewDelhiNationalMuseumChandrashekara15th-16thCentCEKeralaBronzeAccNo47-109slash11H72cmW35cmD25-5cm


DSC01313 01IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029

India, New Delhi, National Museum, Box depicting Dashavatar, Mysore, Southern India, late 18th century, ivory, carved and painted. Acc. No. 63.1029.


Behalve een beschrijving op de Indian Culture-website
vond ik geen uitgebreide beschrijving van deze doos.
Dus heb ik die geprobeerd te maken met Copilot.
Daarbij hielp de beschrijving op Indian Culture omdat
die de voorstelling in de deksel als ‘Seshasayi Vishnu’ beschreef.
De doos is 13,8 cm lang, 10,9 cm breed en 6 cm hoog.

We kwamen tot de volgende beschrijving van de buitenzijde:

De voorkant toont vier avatars van Vishnu, van links naar rechts
te identificeren als Varaha, Narasimha, Kurma en Matsya.
De voor de kijker rechtse zijkant bevat drie nissen;
als we aannemen dat de linker zijkant eveneens drie nissen heeft,
kunnen zo alle tien avatars van Vishnu worden weergegeven
en wordt de volledige Dashavatar‑cyclus voltooid.

DSC01313 02IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029 Detail

Helaas maakte ik maar één foto. Dit is een detail van de vorige afbeelding. Dit zouden dan Kurma en Matsya zijn.


De zes resterende avatars
— Vamana, Parashurama, Rama, Krishna, Buddha en Kalki —
zijn naar alle waarschijnlijkheid verdeeld over de twee zijkanten,
in overeenstemming met de gebruikelijke ordening
in Mysore‑ivoren uit de late 18e eeuw.
De achterzijde lijkt onversierd of decoratief,
zoals vaker voorkomt bij dergelijke doosjes.
De boven- en onderrand, evenals de zones links, rechts en
rond het slot, zijn opgevuld met florale motieven
die de afzonderlijke panelen ritmisch omlijsten en
de compositie visueel verbinden.

Als we een reconstructie zouden maken,
dan zouden de overige avatars als volgt
verdeeld kunnen zijn:

Linkerzijkant:
Vamana — kleine brahmaan met waterpot of parasol
Parashurama — met bijl
Rama — met boog

Rechterzijkant:
Krishna — fluit of Govardhana‑houding
Buddha — staand, handen in abhaya/dhyana
Kalki — paardenkop of ruiter op paard

De binnenzijde van de deksel kun je dan als volgt beschrijven:

DSC01313 03IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029 Detail

De binnenzijde van het deksel toont een voorstelling met centraal
een tempelstructuur waarin Vishnu in kosmische rust ligt,
gedragen door de veelkoppige slang Sesha (Seshasayi Vishnu).
De compositie is duidelijk gelaagd:
in de bovenste zone bevindt zich Vishnu in zijn kosmische binnenruimte;
daaronder, in een tweede register, staat een aanbidder
die in beide handen een lotus omhooghoudt,
geflankeerd door twee kleinere begeleiders;
en buiten de architecturale omlijsting
markeren twee grotere wachterfiguren
de grens van de heilige ruimte.

De achtergrond is roze geschilderd en gevuld
met kleinere figuren en ornamenten,
terwijl de hoofdfiguren in groen zijn uitgevoerd,
een kleurcontrast dat kenmerkend is voor Mysore‑ivoren
uit de late 18e eeuw.

De rijk versierde boogvormige architectuur versterkt zowel
de verticale gelaagdheid als de sacraliteit van Vishnu’s rust.


Daar zijn we dan:
twee kunstwerken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben.

Brons:
duurzaam, kan tegen een stootje, goed voor een tempel
Ivoor:
kostbaar, verfijnd, hofkunst, miniatuurprecisie en intieme schaal.

Beide objecten verbinden de tijd,
de tijd van de eerste bronzen voorwerpen tot en met
lang in de 20ste eeuw.
Tot het verbod op nieuwe ivoren.

Ze zijn allebei te zien in het National Museum in New Delhi.

Een bronzen beeld van een manifestatie van Shiva,
groot, in een geboetseerde stijl.
Daarnaast een kleine doos met ivoren panelen,
een object voor de persoonlijke devotie voor Vishnu.

Deze voorwerpen, elk voor een eigen god,
verbeelden samen met Brahma, het hart van het Hindoeïsme.


Waar de Lotus Twee Gezichten Draagt

– Padmapani en Lokeshvara als één stroom van compassie –

Gisteren kwamen de drie groepen godheden ter sprake
die zich vooral in de Himalaya ontwikkelden.
Toen had ik nog geen concreet voorbeeld.
Vandaag staat het hier voor me.
In tweevoud.

DSC05433 01ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing

Zürich, Museum Rietberg, Bodhisattva Padmapani, Indien, Himachal Pradesh, District Lahul und Spiti, 10th – 11th century CE, messing.


Padmapani is gemaakt van messing.
Tot nu toe zagen we steeds beelden van brons.
Zowel messing als brons zijn koperlegeringen.
Het verschil is dat bij messing zink gebruikt wordt
om de legering te maken, en bij brons is dat tin.
Brons is doorgaans harder waardoor details scherper kunnen worden uitgewerkt.

Een naam als ‘Padmapani’ doet me denken aan de namen
die gebruikt worden voor planeten of personen in Star Wars.
Waar zou George Lucas zijn inspiratie vandaan hebben?

De Bodhisattva zit is iets dat lijkt op een prieel.
Zijn het abstracte wolkenvormen die de bekroning van het prieel vormen?
Sierlijk wordt het prieel verbonden met de stralenkrans.
Het gietwerk oogt minder verfijnd dan bij andere voorbeelden.
Slijtage, corrosie en tijd kunnen hier
een grotere rol hebben gespeeld dan de hand van de maker.

De Bodhisattva draagt een kroon met een vermoedelijk Boeddha-beeldje.
Sierraden hangen van het hoofddeksel op de schouders en vallen samen
met de sierraden in de oren.
De ogen zijn gesloten of slechts licht geopend, zonder nadruk op detail —
waardoor de blik ingetogen en meditatief wordt.

DSC05433 02ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing

Het linkerbeen is gebogen en enkel en voet liggen op
de lotusverhoog waarop de Bodhisattva zit.
Het rechterbeen steunt op de grond.
Daarbij wijst de voet naar links.

Er loopt een koord over het torso over de linkerschouder.
Het hangt aan de linkerzijde naar beneden om vervolgens
rechts om het middel naar achter te lopen.

Er loopt een bredere band om de schouders,
aan de voorkant langs de bovenarmen,
om vervolgens tussen de benen samen te komen.
Als een lange smalle stola.

De Bodhisattva draagt een lendendoek, het bovenlichaam is naakt.
Om de hals draagt hij een grote ketting met hanger.

De rechterarm is gebogen waarbij pols en hand bijna de schouder aanraken.
De linkerarm ligt ontspannen op het linker bovenbeen.
De linkerhand houdt een lotus vast.
De bloem is zichtbaar voor de stralenkrans en naast het gezicht.

Het geheel staat op een platform,
waarop zowel het prieel als Padmapani rusten.
Rechts onderaan het platform staat een figuur met gevouwen handen.
Een donor? Een volgeling?
Het kapsel lijkt boeddhistisch en de figuur lijkt een gewaad te dragen.

DSC05433 03ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing

De grote vraag is waarvoor staat het in de hand houden van de lotus?

De lotus in de hand van Padmapani staat voor:

zuiverheid — het vermogen om in de wereld te zijn zonder door haar bezoedeld te raken;

compassie — de bloem is een van Avalokiteshvara’s kernattributen;

ontvouwing — de lotus opent zich zoals inzicht zich opent;

bodhisattvaschap — de lotus is hét symbool van de weg naar verlichting.

In de Himalaya‑regio van Lahul en Spiti, waar dit beeld vandaan komt, is de lotus bovendien een karakteristiek attribuut van bodhisattva‑voorstellingen: een teken van hun rol als gidsen tussen de aardse wereld en het pad naar inzicht.

Bij Padmapani is de lotus niet zomaar decoratief:
het is het teken dat hij de wereld benadert met mededogen
en dat hij de kracht heeft om wezens uit het lijden te tillen.

Het beeld behoort tot de Sammlung Berti Aschmann,
een privécollectie waarin boeddhistische kunst
uit uiteenlopende regio’s samenkomt.
We zagen haar naam al eerder bij Die heimliche Flucht das Prinzen Siddharta,
Pakistan, Gandhara-gebiet, 3rd or 4th century, schiefer.
Toen hebben we al stilgestaan bij het ontbreken van informatie
rond haar achtergrond.

DSC05434ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessingTxtDSC05437ZürichMuseumRietbergBodhisattvaPadmapaniIndienHimachalPradeshDistrictLahulUndSpiti10th-11thCentCEMessing


Toen ik in Museum Rietberg rondliep en Padmapani fotografeerde
herinnerde ik me een beeld dat ik overgeslagen had
Bodhisattva Lokeshvara
maar dat wel een vergelijkbaar thema lijkt uit te beelden.
Dus daar wil ik nu even bij stilstaan.

DSC05438ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt

Zürich, Museum Rietberg, Bodhisattva Lokeshvara als Herr der Welt, Indien, Bihar, Teladha Vihara, 9th century CE, basalt.


Bodhisattva Lokeshvara is gemaakt in basalt.
een heel ander materiaal dan de messing.
Dit beeld komt ook uit een heel andere regio:
niet uit de Himalaya maar uit Bihar,
uit een klooster in de buurt van Nalanda.

Er staan vier figuren op dit beeld.
Het centrale en grootste figuur is Bodhisattva Lokeshvara.
In zijn linkerhand zie je meteen de stengel van de lotus
waarvan de bloem naast het gezicht zichtbaar is.
Heel vergelijkbaar met Padmapani.

De bloem verbergt een knop van de lotus.
Links achter het hoofd van Lokeshvara wordt nog een lotus zichtbaar.
Er staan er vele op dit beeld, als knop, als bloem en als symbool.

DSC05439ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt DetailMetLotus

Kijken we eerst even naar Lokeshvara.

Rond het hoofd een gestyleerde stralenkrans die op de muur
achter het beeld lijkt samen te vloeien met decoratieve banden.
Die banden hebben een florale decoratie.

Binnen de krans staan tekens.
Dat lijkt me tekst te zijn.

De Bodhisattva draagt een kroon met voorop een Boeddha.
De kroon is voorzien van linten die met decoraties
tot op de schouders vallen.
De oorsierraden vallen er mee samen.
Een halsketting, een band over het torso.
Geen smalle lendendoek maar textiel tot net boven de knie
met in banen stermotieven of zijn het bloemen?

De rechterarm met een open hand naast het lichaam.
De hand met de palm naar de bezoeker,
toont een cirkel met een symbool van de lotusbloem?
Sierraden aan de bovenarmen en polsen.

Het rechterbeen met de voet naar rechts.
Dat is het standbeen.
Het linkerbeen ontspannen, de heup kantelt.
Enkelsierraden.
Een sjerp over de bovenbenen.

Lokeshvara staat op een lotusplatform.

De figuur links naast het hoofd lijkt een Boeddha te zijn
maar is beschadigd.

Dit is vrijwel zeker Amitabha, de hemelse Boeddha van wie Avalokiteshvara emanatie is.
In Pala‑kunst staat Amitabha vaak boven of naast de bodhisattva.

DSC05440ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt FiguurLinks

De figuur linksonder, klein, lijkt een monnik, misschien een donor.
Hij houdt drie lotusknoppen in de hand.

De drie lotusknoppen verwijzen naar:
of de drie juwelen (Boeddha, Dharma, Sangha)
of de drie stadia van ontplooiing (knop, halfopen, open)

Het is een devotionele toevoeging, typisch voor Nalanda‑beelden.

De figuur rechtsonder lijkt met één voet
op het blad van een bijl te staan.
De bijl rust tegen de binnenkant van het linkerbeen
en de linkerarm rust op het heft.
De linkerarm en hand zijn opgeheven naast het gezicht.
De hand lijkt naar Lokeshvara te wijzen.
Wie is deze figuur?

De figuur is waarschijnlijk Vajrapani.
Waarom staat hij hier?

Omdat Lokeshvara in Nalanda‑kunst vaak wordt geflankeerd door twee beschermers:
Amitabha (spirituele oorsprong)
Vajrapani (wereldlijke kracht)

Vajrapani is de beschermer van de Dharma, degene die de wereldlijke obstakels wegslaat.

Het beeld is een geschenk van Eduard von der Heydt.
Al eerder beschreef ik zijn leven en verzamelactiviteiten.

De grote vraag hier is waarom is dit een beeld van
Bodhisattva Lokeshvara en niet van Padmapani?

DSC05441ZürichMuseumRietbergBodhisattvaLokeshvaraAlsHerrDerWeltIndienBiharTeladhaVihara9thCentCEBasalt LinksAchterHoofdLotus


Padmapani en Lokeshvara lijken bijna dezelfde figuur. En dat is geen vergissing — ze zijn in wezen twee manifestaties van dezelfde bodhisattva: Avalokiteshvara.
Maar binnen de kunstgeschiedenis zijn er heel specifieke, subtiele maar beslissende iconografische verschillen:

Padmapani = “Hij die de lotus in de hand houdt”

Padmapani is Avalokiteshvara in zijn meest herkenbare, zachte, compassievolle vorm, meestal:

  • zittend
  • met één lotus
  • in een ontspannen houding
  • met weinig begeleidende figuren
  • vaak in Himalaya‑stijl zoals hier.

Het is een devotionele, intieme vorm van Avalokiteshvara.

Lokeshvara = “Heer van de Wereld”

Dit is Avalokiteshvara in zijn kosmische, beschermende, wereldomvattende vorm:

    • staande houding
    • kosmische entourage
      (Lokeshvara wordt vaak omringd door een Boeddha (Amitabha), een beschermer (Vajrapani of Hayagriva) en een donor of monnik)
    • meerdere lotussen
    • monumentale compositie
    • regionale stijlverschillen

Padmapani (Himachal Pradesh, Lahul & Spiti): Himalaya‑mengstijl, messing, zachte contouren, prieelvorm.

Lokeshvara (Bihar, Nalanda): Pala‑stijl, basalt, strakke symmetrie, rijke entourage.

Iconografisch zijn ze bijna hetzelfde.
Je kunt het zo zien:

Padmapani = Avalokiteshvara als persoonlijke gids

Lokeshvara = Avalokiteshvara als kosmische heerser

Het verschil zit dus niet in wie hij is, maar in hoe hij verschijnt.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVI Indra

– Indiase hemelpolitiek, ingebed tussen Nepalese esoterie: Indra in brons –

DSC01306IndiaNewDelhiNationalMuseumBuddhistDeitiesTxt

Hieronder neem ik de tekst integraal over van de foto:

Soon after the early phase of Buddhism, emerged a new form of Buddhism, which involved an expanding pantheon and elaborate rituals. In Nepal and Tibet, where exquisite metal images and paintings were produced, an entire set of new divinities were created and portrayed in both sculpture and painted scrolls. Ferocious deities were introduced in the role of protectors of Buddhism and its believers. Images of esoteric nature depicting Gods and Goddess in embrace were produced to demonstrate the metaphysical concept that salvation resulted from the union of wisdom (female) and compassion (male). Buddhism had travelled a long way from its simple beginnings.

The common Buddhist deities are explained below.

Bodhisattva is the one who seeks awakening (bodhi), hence he is an individual on the path to becoming a Buddha. Bodhisattvas include Maitreya, who will succeed Sakyamani as the next Buddha, and Avalokitesvara who is considered the embodiment of compassion.

Dhyani-Buddhas are a group of five self-born celestial Buddhas who have always existed from the beginning of time. The five are usually identified as Vairochana, Akshobhya, Retnasambhava, Amitabha and Amoghasiddhi.

Tara is the Goddess who epitomizes the amalgamation of the older mother-goddess cult and Buddhism. Her concept evolved in India and by the Gupta period she had become the most important Goddess in Buddhism. Tara is understood primarily as a savior and is, therefore, the female counterpart of the Boddhisattva Avalokitesvara with whom she is often portrayed.

Zonder een letterlijke vertaling op te nemen
wil ik samenvatten wat de tekst ons vertelt:

Bij de komst van het Boeddhisme in Nepal en Tibet
maakt de godsdienst -en dus de kunst- veranderingen door:

Uitbreiding van het pantheon
De stap van een relatief sobere vroege traditie
naar een rijk universum van bodhisattva’s, beschermers,
tantrische godheden en lokale integraties.

Regionale productiecentra
Nepal en Tibet worden genoemd als plaatsen
waar verfijnde metalen beelden en schilderingen (thangka’s) ontstonden
— een subtiele verwijzing naar de Newar-beeldtraditie en
de Tibetaans-esoterische iconografie.

De Newar‑beeldtraditie is de eeuwenoude sculptuur‑ en metaaltraditie van de Newar‑gemeenschap uit de Kathmandu‑vallei in Nepal.
Het is een van de meest verfijnde en invloedrijke beeldtradities van de hele Himalaya.

Beschermgoden (dharmapāla’s)
De “ferocious deities” zijn de woeste beschermers.

Iconografie
De passage over god en godin in omhelzing verwijst
naar de tantrische voorstelling van wijsheid
(prajñā, vrouwelijk) en compassie of methode (upāya, mannelijk).

Onderdeel van ontwikkeling
De zin “Buddhism had travelled a long way from its simple beginnings”
klinkt eenvoudig maar omvat complexe ontwikkelingen.

Dan geeft de tekst bij drie groepen goden een toelichting:
1. Bodhisattva’s
De meest toegankelijke categorie met herkenbare,
vaak serene figuren, met duidelijk uit te leggen rollen.
2. Dhyāni‑Buddha’s (Vijf Tathāgata’s)
Dit introduceert de bezoeker in de mandala‑logica
zonder het woord “mandala” te gebruiken.
3. Tārā
Tārā wordt hier gebruikt als voorbeeld van
hoe de boeddhistische godenwereld
zich vervrouwelijkte en verruimde,
en hoe tantrische iconografie
wortelt in oudere cultische lagen.

Het zou logisch zijn als het beeld dat ik laat zien in dit bericht
uit één van deze drie groepen zou komen.
Maar ik maakte een andere foto.
Wel van een beeld uit Nepal.
Laat je verrassen!

DSC01307IndiaNewDelhiNationalMuseumIndra15thCentCENepalBronzeH26-3CmW24-2CmD12CMAccNo76-130

India, New Delhi, National Museum, Indra, 15th century CE, Nepal, bronze, hoogte 26,3 cm, breedte 24,2 cm en diepte 12 cm. Acc.No. 76.130.


DSC01308IndiaNewDelhiNationalMuseumIndra15thCentCENepalBronzeH26-3CmW24-2CmD12CMAccNo76-130 Txt

In Buddhist mythology, Indra is an important figure in the episode of Buddha’s birth. He is credited with medicinal powers and even as the remover of barrenness in women. He is celebrated as an independent deity in Nepal.

DSC01309IndiaNewDelhiNationalMuseumIndra15thCentCENepalBronzeH26-3CmW24-2CmD12CMAccNo76-130 Achterzijde

Indra, hemelse koning en getuige van Buddha’s geboorte.
In Nepal gevierd als zelfstandige god,
brenger van genezing en vruchtbaarheid.

Geen tantrische godheid uit het esoterische pantheon,
maar een oudere stem die in de boeddhistische kosmos bleef klinken.


Ook deze keer heb ik het beeld beschreven zoals ik het zie.
Copilot heeft achteraf toevoegingen gemaakt die ik heb opgenomen
en die ik in de tekst er uit laat springen.

Kijk je mee?

Indra zit in een soort van kleermakerszit.
Zijn linkerhand steunt op de ondergrond.
Dezelfde ondergrond waar het hele beeld op zit.
Door het steunen op de linkerarm komt het
rechterbeen een beetje van de ondergrond.
Daardoor helt zijn torso naar links.

Dit is een lalitāsana‑variant: de “koninklijke rusthouding”.

Het rechterbeen is gebogen en ligt met de enkel
op het linker bovenbeen.
De zool van de voet naar boven gericht.
Het linkerbeen is gebogen en de voet ligt onder
het rechterbovenbeen.
De linkervoet ligt met de zool naar achter.

Een houding die meer gaat over gratie en wereldlijke macht
dan over meditatie.

Beide benen dragen rijk gedecoreerde enkelsieraden.

Zijn rechterarm ligt ontspannen, licht gebogen,
op de rechterknie.
De rechterhand met de palm naar beneden gericht.
Is dat een grijphouding of is dat gewoon ontspannen elegant?

Hier is het vooral elegante ontspanning.
“Ik ben aanwezig, niet handelend.”

Aan beide polsen sierraden.
Aan beide bovenarmen rijk gedecoreerde sierraden.
De decoratie is met krullen, knoppen en bladvormen.
Aan de decoratieve band aan het linker bovenarm lijkt
een extra sieraad te zijn toegevoegd.

De band is de yajnopavita.
De versieringen zijn voorbeelden van de Newar‑esthetiek.

Indra draagt een lendendoek.
Zijn torso is verder naakt.
Over het torso draagt hij links een smalle band met
een decoratief element op de borst.

Om de hals draagt hij een groot halssieraad.
Veel knopvormige elementen.

In de oren draagt hij grote, brede ringen.
De decoratie past bij het halssieraad.
De oorringen liggen op het halssieraad
en lijken aan de onderkant voorzien te zijn
van een aantal elementen die tot op de schouders liggen.
Deze elementen lijken gedraaide ronde vormen.

De patina van het metaal maakt delen van het beeld
donker van kleur terwijl andere delen nog koperkleurig zijn.

Op de plaatsen waar mensen in de loop van de tijd
het beeld aangeraakt hebben
tijdens rituelen of bij aanbidding,
is het beeld vandaag koperkleurig.

Heeft het gezicht drie ogen?

Nee, in Nepal meestal twee.

De wenkbrauwen lijken op het gezicht te liggen en
door te lopen van links naar rechts.
De ogen lijken naar beneden gericht.
Neus en mond zijn niet opvallend.

Het hoofd helt een beetje naar rechts.

Op het hoofd draagt Indra een kroon.
De decoratie sluit aan op de overige sierraden.
Achter het hoofd zie je ‘uitsteeksels’,
die lijken op opgebonden linten.
Ze worden door sierraden bij elkaar gehouden.

Het beeld staat in een vitrine die je in staat stelt
alle kanten goed te zien.
De achterkant is bijzonder interessant omdat je daar ziet
hoe de kroon in werkelijkheid op een hoofd met
golvend haar en een verhoging op het hoofd
(uṣṇīṣa‑achtige verhoging), is vastgemaakt.

Vanaf de voorkant gezien, suggereert de kroon een rond voorwerp
te zijn maar in werkelijkheid is het halfrond.
Vanaf de achterkant zie je dat de kroon volledig naar
de voorkant gericht is en hol is.
Je ziet de bevestigingsband om het hoofd.

Het halssieraad is achter om de hals eenvoudig.

De band om het torso loopt aan de achterzijde diagonaal.

Is dat een ring aan zijn linker wijsvinger?


Hoe zit dat met het verhaal van de geboorte van Boeddha
en de rol van Indra?

Het verhaal kent een aandtal stappen
1. Maya’s droom
Koningin Māyā droomt dat een witte olifant haar rechterzij binnengaat.
Dit wordt gezien als de aankondiging van een uitzonderlijk wezen.
2. De geboorte in Lumbinī
Tijdens een reis stopt Māyā in een tuin.
Ze houdt een tak van een boom vast — een iconografisch motief dat je overal terugziet.
3. De Boeddha wordt uit haar rechterzij geboren
Het is een bovennatuurlijke geboorte, zonder pijn.
4. De baby kan meteen lopen en spreken
Hij zet zeven stappen, en verklaart dat dit zijn laatste geboorte zal zijn.
5. De hemel reageert
De aarde beeft, bloemen vallen neer, en hemelse wezens verschijnen.

Indra verschijnt als een van de eerste godheden om de pasgeboren Boeddha te eren.
In sommige versies houdt Indra een gouden net of hemelse doek vast
om de baby op te vangen.
In andere verhalen houdt Indra een parasol boven de baby
— een teken van koningschap en eerbied.

De aanwezigheid van Indra onderstreept dat dit
geen gewone geboorte is,
maar een gebeurtenis die
de hemelse en menselijke werelden raakt.

Veel elementen uit deze verhalen
kun je tegenkomen in boeddhistische kunst.
Ongetwijfeld snel in een van de volgende
berichten op mijn blog.

Zürich, een vreemde leeuw in de bijt

DSC05430ZürichMuseumRietbergLöwenkopfIndienOrissaBhubaneshwar11th-12thCCESandstein

Poëtische notitie

Een leeuw,
niet brullend maar afgebroken,
zandsteen in Zürich,
een echo uit Bhubaneswar, Odisha.
Een geschenk, losgemaakt uit een tempelveld
waar regen en ritueel elkaar eeuwenlang ontmoetten.

Zijn tanden afgesleten en zonder dreiging,
zijn snor een beetje rafelig,
zijn neus breed en onttopt,
zijn ogen bol van tijd,
zijn manen een ritme van afwezigheid,
een patroon dat ooit schaduw ving
en nu alleen nog stilte draagt.

Een leeuw die geen prooi vasthoudt
maar regen doorlaat,
die de tempel beschermt
door water te laten stromen
dat anders de stenen zou oplossen,
een mond die niet spreekt
maar doorlaat, zuivert, bewaakt.

Nu rust hij in Rietberg,
een vreemde leeuw in de bijt,
uit zijn functie gelicht
maar niet uit zijn betekenis.
De maat ontbreekt,
een fragment dat zich niet laat meten,
alleen lezen,
zoals men een spoor leest
dat niet terug wil naar zijn oorsprong
maar vooruit naar wie het nu bekijkt.

DSC05432ZürichMuseumRietbergLöwenkopfIndienOrissaBhubaneshwar11th-12thCCESandstein

Zürich, een vreemde leeuw in de bijt


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XV Nataraja

– een vroeg‑Chola Nataraja die zich schijnbaar aan de canon onttrekt –

Vandaag begon ik met veel optimisme aan dit bericht.
De foto’s waren gisteren al voorbereid en wat kan er mis gaan
met een Nataraja?
Dan als inleiding een algemene tekst over Indiase bronzen beelden.
Dat hoeft niet lang te duren. Het liep anders.
Laat ik beginnen met de algemene introductie van de bronzen:

DSC01303IndianBronzes Txt

De tekst heb ik hier overgenomen met een vertaling:

Indian Bronzes

Indian bronzes exhibit rare charm and exquisite beauty. They are valued for their elegance and craftmanship. The oldest group of bronze sculptures from the Indian subcontinent date back te the 3rd millennium BCE. The famous Dancing Girl from this period is kept in the Harappan Gallery of this museum. The early bronzes represent technological achievements in metal-craft of ancient times.

Bronze is an alloy of copper and tin. Historically it was often mixed with three other metals like zinc, silver and gold and called Panchaloha. Occasionally it was alloyed with eight metals and called Ashtadhatu. Usually Indian bronzes are cast solid but very often they can be hollow and finished with engraving, gilding or repousse.

The tradition of casting metal images started in north-west India. It later travelled through the heartland of the country, reached South India around 3rd-4th century CE and attained a high watermark under the reign of Pallavas, Cholas and other succeeding dynasties. Bronze sculptures have been discovered from all parts of India; from Kashmir in the North to Kerala in the South and from Gujarat en the West to Odisha in the East.

In vertaling.

Indiase bronzen vertonen een zeldzame charme en verfijnde schoonheid. Ze worden gewaardeerd om hun elegantie en vakmanschap. De oudste groep bronzen sculpturen uit het Indiase subcontinent dateert uit het 3e millennium v.Chr. Het beroemde ‘Dancing Girl’-beeld uit deze periode bevindt zich in de Harappa-galerij van dit museum. De vroegste bronzen getuigen van de technologische prestaties op het gebied van metaalbewerking in de oudheid.

Brons is een legering van koper en tin. Historisch werd het vaak gemengd met drie andere metalen, zoals zink, zilver en goud, en dan ‘Panchaloha’ genoemd. Soms werd het gelegeerd met acht metalen en ‘Ashtadhatu’ genoemd. Gewoonlijk worden Indiase bronzen massief gegoten, maar vaak zijn ze hol en afgewerkt met gravure, vergulding of repoussé (Argus: een dunne metalen plaat van de achterkant uit bewerken zodat er aan de voorkant een reliëf ontstaat).

De traditie van het gieten van metalen beelden begon in het noordwesten van India. Later verspreidde zij zich door het hart van het land, bereikte Zuid-India rond de 3e–4e eeuw n.Chr., en bereikte een hoogtepunt onder de heerschappij van de Pallava’s, de Chola’s en andere opvolgende dynastieën. Bronzen sculpturen zijn ontdekt in alle delen van India: van Kashmir in het noorden tot Kerala in het zuiden, en van Gujarat in het westen tot Odisha in het oosten.

Bij deze tekst zijn een paar opmerkingen te plaatsen:

Ik ervaar de zin

‘The early bronzes represent technological achievements in metal-craft of ancient times.’

als een zin die niet helemaal zegt wat de schrijver wil vertellen.
Naar mijn gevoel zou een betere zin zijn:

‘Deze vroege bronzen illustreren de technische verfijning die in het oude India al vroeg werd bereikt in de kunst van het metaalgieten.’

De volgende zin suggereert een verhouding die denk ik anders is:

‘Usually Indian bronzes are cast solid but very often they can be hollow’

Ik denk dat beter is:

‘De meeste Indiase bronzen worden hol gegoten volgens de lost-wax techniek; kleinere votiefbeelden kunnen echter massief zijn.’

Je kunt beargumenteren dat het vinden van bronzen in
het Noordwesten van India niet per se hetzelfde is
als dat het ontstaan van het gieten van metalen voorwerpen
in Noordwest India is ontstaan en vervolgens naar het zuiden
is uitgerold. De werkelijkheid is vaak complexer.
Nieuwe ontwikkelingen vinden vaak gelijkertijd
op meerdere plaatsen plaats.
Daarbij kunnen accenten verschillen in het proces en
in de (vaak wederzijdse) beinvloeding.

Allemaal niet fout maar misschien verdienen deze beelden
net iets meer nuance. Zeker ook bij de introductie
naar mensen voor wie de kunstvorm nagenoeg nieuw is.


DSC01304 01IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40

India, New Delhi, National Museum, Nataraja, Early-Chola, 9th – 10th century CE, Tiruvarangulam, South India, bronze, acc.no 55.40. Hoogte 71.5 cm, breedte: 46.0 cm en diepte: 28.7 cm.


DSC01305IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 Txt

Ook hier neem ik de tekst over:

This bronze image of Nataraja (dansende Shiva) is in the chatura-tandava pose (de vierhoekige pose zonder optillen linker been). The three-eyed and four-armed Shiva is dancing with his right foot placed on the demon of ignorance (Apasmara). The rear right hand holds the damaru and the front right hand is in abhaya-mudra, with a serpent coiled around the forearm. The loops extending at the side were used as support when these bronze images were taken out on ceremonial processions, as mobile shrines with deities.

In deze tekst wordt gesproken over de ‘chatura-tandava’ houding.
Die is anders, en typisch vroeg-Chola, dan de houding die
we eerder zagen bij een Shiva-beeld uit hetzelfde museum:
de ananda-tandava.
De verschillen zie je summier in onderstaand overzicht:

VierTandavaVormen

De hoekige indruk die de armen en benen geven is de
chatura-tandava.

De zaaltekst bespreekt de twee rechterarmen en -handen.

DSC01304 02IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 DamaruAbhayaMudra

De handen met damaru (trommel) en de abhaya-mudra (bescherming).


In bovenstaande tekst ontbreekt een beschrijving van de
linkerarmen en -handen terwijl die volledig aanwezig lijken:
– achterste linkerhand: Agni (vlam), symbool van vernietiging en transformatie
– voorste linkerhand: in Gajahasta (slurfgebaarhouding).

DSC01304 03IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 Flame

Dan zijn er een aantal verschillen met de eerdere Nataraja (Late Chola):

  • Geen krans met vlammen (prabhamandala)
  • Geen zwierige haarlokken die het hoofd verbinden met de krans

Dat zijn wel stijlkenmerken van vroege Chola,
dus die had ik wel verwacht.
Waarom die er niet zijn weet ik niet.

Wel worden in de Engelse tekst ‘loops’ genoemd, ringen.
Ringen die worden gebruikt bij het ronddragen van beelden
in processies.
Ze zitten helemaal onderaan

DSC01304 04IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 DemonLoops

Vervolgens zijn er ‘uitstulpingen’ te zien links en rechts
van de lendedoek en op de schouders waarbij het aan een kant
lijkt alsof ze tussen de voorste en achterste arm zitten.

DSC01304 06IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 BijzondereLendedoekDSC01304 07IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 BijzondereSchouders

De vorm van de uitstulpingen bij de lendedoek lijken ook
terug te komen bovenin de haardracht/kroon van het beeld.

Tijd om een samenvatting te maken.

DSC01304 05IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40

Nataraja (Shiva als kosmische danser)
India, Tamil Nadu, Tiruvarangulam
Vroeg‑Chola, 9e–10e eeuw CE
Brons, lost-wax
National Museum, New Delhi — Acc. No. 55.40

Beschrijving
Vierarmige Shiva in chatura‑tandava, dansend met beide voeten in relatie tot Apasmara, demon van onwetendheid: de rechtervoet stevig geplaatst op de demon, de linkervoet met de tenen licht steunend op diens lichaam.

Achterste rechterhand houdt de damaru (trommel van schepping); voorste rechterhand in abhaya‑mudra, met een slang rond de onderarm.

De linkerhanden ontbreken in de zaaltekst, maar tonen canonieke vroeg‑Chola iconografie:

  • achterste linkerhand met agni (vlam van vernietiging),
  • voorste linkerhand in gajahasta, diagonaal voor het lichaam gevoerd en gericht naar het subtiele voetgebaar.

Hoofd en aureool
Het hoofd draagt een kroonachtige coiffure, opgebouwd uit gestileerde haarlokken in verticale bundeling. De bovenrand vertoont puntige, licht afgeronde uitstulpingen die visueel verwant zijn aan de ornamenten van de lendedoek. Deze vormecho suggereert een regionaal ritmisch principe of een functionele esthetiek waarin hoofd en heup visueel worden verbonden.

Er is geen zichtbare prabhamandala (vlammenkrans), noch uitwaaierende jata die het hoofd verbinden met een kosmische cirkel. Dit wijkt af van de canonieke Nataraja‑vorm, en kan wijzen op:

  • een afneembare processie‑aureool,
  • verlies van de oorspronkelijke krans,
  • of een regionale atelierstijl waarin deze elementen niet integraal werden gegoten.

Schouders en armzone
Tussen de voorste en achterste armen bevinden zich gladde, afgeronde bronzen uitstulpingen zonder ornamentiek.
Deze worden geïnterpreteerd als functionele bevestigingspunten voor:

  • rituele bekleding,
  • draagconstructies,
  • of een afneembare aureool.

Ze zijn niet iconografisch bedoeld, maar vormen wel een zichtbare onderbreking in de ritmiek van de dans.

Lendedoek en heupzone
De lendedoek toont puntige, licht afgeronde ornamenten die afwijken van de strakke, bladachtige motieven van canonieke vroeg‑Chola‑beeldhouwkunst.
Deze vormen kunnen duiden op:

  • regionale variatie binnen de Chola‑traditie (bijv. Tiruvarangulam),
  • functionele bevestigingspunten voor rituele textielversiering,
  • of transregionale invloeden via Sri Lanka of Zuidoost‑Azië.

De ornamenten zijn symmetrisch geplaatst en lijken constructief verbonden met de kati‑bandha (heupgordel).


Afsluitend:
Als er mensen zijn die ideeën hebben over de elementen
die ik als mogelijk afwijkend heb benoemd of
die weten waar die elementen mee te maken hebben,
dan hoor ik dat graag.