Wel heel bijzonder boek: Diamond Sutra / Lotus Sutra

ZhangXiaodongDiamondSutra(2017

Een van de vele versies van de Diamond Sutra die er ooit gemaakt zijn. Het oudst bekende Chinese gedrukte boek (uit 868 na Christus) is een versie van de Diamond Sutra. Dit hierboven is een moderne versie van dit Boeddhistische gebed gemaakt door een hedendaagse Chinese boekbinder waar ik verder niets van weet: Zhang Xiaodong. Gemaakt in 2017.


Deze kunstenaar maakt prachtige boeken.
Deze driedimensionale vorm is natuurlijk wel heel speciaal.
Van de beperkte informatie die ik via CNN las blijkt dat
dit soort vormen zijn voorkeur hebben.
Soms werkt hij meerdere jaren aan 1 boek.

Dat ik dit in een tweet vond geeft me gelijk de kans
om er een heel ander boeken project aan te koppelen.

LotusSutraProject

Het International Dunhuang Project (Internationaal samenwerkingsverband rond de archeologische vondsten van Aurel Stein) start een project om alle versies van de Lotus Sutra (een ander belangrijk Boeddhistisch gebed) te digitaliseren.


De Lotus Sutra werd geschreven tussen de 1e eeuw voor en 2e eeuw na Christus.
Het zouden de laatste aanwijzingen zijn van Boeddha ten aanzien van zijn leer.
Door parabels en korte verhalen wordt de boodschap aan de lezer overgebracht.

Frontispiece of Or.8210 S.1511, The Parable of the Medicinal Herbs (Chapter 5 of the Lotus Sūtra) ©TheBritishLibrary

Begin van een van de rollen (Or.8210/S.1511), de parabel van de medicinale kruiden (hoofdstuk 5 van de Lotus Sutra). Foto van het British Library ©.


Aurel Stein was de eerste westerling die in aanraking kwam met ‘Grot nummer 17′
in Dunhuang. Dit is een grot die lange tijd niet door mensen bezocht was
omdat de ingang van de grot verstopt was.
Stein kocht of kreeg een groot aantal van de manuscripten en gedrukte boeken
die in de grot aanwezig waren en bracht die naar de financiers van zijn
expeditie. Daarom zijn veel van deze werken aanwezig in de British Library.
In de grot waren -naast andere voorwerpen en boeken- meer dan 4000 versies
van de Lotus Sutra. De British Kibrary heeft er daar meer dan 1000 van.
Enkele versies bestaan uit een rol van 13 meter lang.
Het is de bedoeling om in 4 jaar zo’n 800 versies te conserveren en digitaliseren.

End piece of Or.8210 S.54, with wooden roller©TheBritishLibrary

Het eind van de versie met nummer Or.8210/S.54 met de houten rol. Foto van het British Library ©.


Mijn ridderroman

De portemonnee die ik eerder deze week uit elkaar gehaald heb
was van het merk of type ‘Chevalier’.
Een van de betekenissen van dat woord ‘Chevalier’ is ‘Ridder’.
Daarom wordt mijn dummy-boekje een ridderroman.
Dan kan ik de sluiting mooi gebruiken op de rand van het boek.
Het boek wordt maar klein vanwege de maat van het leer.

WP_20180404_14_19_23_ProDummyRidderromanWordtOngeveer6x9CM

Het boekblok wordt ongeveer 6 bij 8 centimeter. De katernen die je hier ziet moeten nog op maat gesneden worden. Maar eerst moet mijn tekst af. Het boekje krijgt 4 keer vier kantjes. De eerste pagina begint met de kapitaal ‘K’.


WP_20180404_15_24_19_ProMijnEersteGeschilderdeKapitaalIsK

Vanmiddag die eerste kapitaal geschilderd. Deze week speciaal hiervoor hele fijne kwastjes gekocht. De letter ‘K’ is de eerste letter van de eerste zin en die is: Karel Martin en Van Aysma zijn de belangrijkste helden in dit prachtige en echt gebeurde verhaal. Ik geef toe hiervoor heb ik op twee plaatsen ideeën gestolen: de naam ‘Van Aysma’ van een collega weblog en ‘prachtige en echt gebeurde verhaal’ uit een hertaling van Karel ende Elegast.


WP_20180404_16_53_23_ProRidderroman

De platten zijn ook al gesneden. De rug nog niet. Ook het leer is rechtgesneden. Dat moet dadelijk nog beter op maat worden gemaakt. Maar eerst moet de tekst af.


Edammer rood

Vanmiddag nog op zoek geweest naar de juiste kleur rood.

WP_20180404_14_16_09_ProZoekDeJuisteEdammerKleur

Dit zijn de kleuren die ik eerder aangebracht heb op het kunstleer naast een stuk van de Edammer kaaskorst (Driehoek onderaan).


WP_20180404_15_24_32_ProZoekDeJuisteEdammerKleur

Daarna ben ik op zoek gegaan naar maar nog een andere kleur rood. Onderaan rechts. Die lijkt me tot nu toe het best passen.


Gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg

WP_20180404_12_19_54_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Hella S. Haasse, Ogenblikken in Valois.


Dit jaar kwam er naast de herinneringen van Yvonne Keuls aan
Hella S. Haasse en herdruk uit van een boek van Hella S. Haasse.

Het boek ‘Ogenblikken in Valois’ wordt bijna aangekondigd in ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’:

‘Ja, ja goed,’ zei Jan, ‘maar het zit erin dat ik de Haagse rechtbank ga verlaten, vervroegd dus, omdat ik me niet verenigen kan met… met wat ik dus niet mag vertellen.’
Codetaal.
‘Ja, en daardoor komt iets anders voor ons dichterbij,’ zei Hella. ‘De streek boven Parijs, de Valois, dat gebied tussen de rivieren Oise, Aisne en Ourcq… We reizen er altijd doorheen als we naar het zuiden gaan, en we hebben er ons hart aan verpand.’ Het woud der verwachting speelt zich in die streek af, legde ze uit, de Franse koningen bezaten er uitgestrekte domeinen. Daar waren de bossen van Compiegne, waar de edelen gingen jagen, Charles van Orléans trad in het huwelijk in Compiegne in 1406.

Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij, pagina 166.

Eerder verwees ik al eens naar de recensie in de Volkskrant.
Bo van Houwelingen schreef die op 2 maart 2018 en zat er voor mij flink naast.

Lukraak slingeren we via nodeloos lange en complexe zinnen van de Keltische tijd naar de middeleeuwen,
van de Gallo-Romeinse tijd naar de Eerste Wereldoorlog,
van adellieden naar koningen,
van riviertje zus naar vallei zo,
van ruïne hier naar uitkijktoren daar,
ondertussen bedolven rakend onder een stortvloed van historische weetjes die je direct weer vergeet.

Het is verleidelijk om beide boeken in een recensie op te nemen.
De boeken zijn ongeveer tegelijkertijd uitgekomen, ter gelegenheid van
de 100ste geboortedag van de schrijfster (2 februari 1918)
die een van de boeken zelf schreef en van het andere boek het onderwerp is.

Maar het zijn wel twee verschillende boeken, elk met zijn eigen doel.
Niet twee boeken over Hella S. Haasse. Althans niet in de zin van een biografie.

Daar waar het boek van Yvonne Keuls (zoals ik jou ken, ken je mij) gaat
over de gezamenlijke avonturen van Haasse/Keuls en dus een kijkje geeft
op de persoon Hella S. Haasse, is Ogenblikken in Valois dat helemaal niet.
Het gaat over het beeld dat Valois bij Hella S. Haasse heeft opgeroepen.
Dat dit een beeld is waarin de historie een belangrijke rol speelt,
mag niet verrassen.

ik heb een paar stukjes uit het boek overgenomen.
Oordeel zelf.

Pagina 75 – 76: Mooi en belezen.

Feeën zijn bij uitstek Keltische toverwezens.
Van feeënbronnen, feeënrotsen, feeënweiden en -wouden wemelt het in de Franse folklore.
Ze heten altijd ‘Dames’, goede vrouwen, witte vrouwen of groende vrouwen.
Ze horen bij beken en meren, bij grote stenen, zij wonen in bomen in de wouden, bij voorkeur in beuken.
Niemand ziet hen ooit meer.
Er zijn alleen lange lage nevels, dunne mistslierten boven het water of tussen de stammen van het bos;
de boomstronken die de boeren hier en daar laten staan in hun akkers of aan de rand van een plek kreupelhout
lijken vaak op grillige gestalten met bezwerend geheven armen, als het ware in een danspas verstard.

Het is duidelijk dat hier iemand aan het werk is die zowel
een boodschap wil overbrengen als mooie Nederlandse taal schrijft.
Om zo’n stukje te schrijven moet je allereerst veel lezen.
anders kun je moeilijk beweringen doen over Franse folklore.
Daarnaast is het gewoon hard werk om de zinnen te maken zoals
je hier kunt lezen.

Haasse zegt het zelf als volgt in Zoals ik jou ken, ken je mij:

Hella reageerde afwijzend op Solzjenitsyns woorden en het feit dat Jan daarmee instemde. ‘Als je schrijft gaat het in de eerste plaats om je woordkeuze, om verbeelding, stijl, poëzie, fantasie, ritme, de emotie die je kunt overbrengen. Je onderwerp is daaraan ondergeschikt,’ zei ze.’ Als je als schrijver toevallig ook nog signaleert is dat meegenomen.’

Of ik het met haar eens ben is niet zo belangrijk.
Het is wel haar visie op schrijven.

Pagina 100: één lange zin.

De fraai gelegen schietbaan in Valois is in het oudste hooggelegen stadsdeel van La Ferté-Milon,
op de top van de heuvel, vlak onder de enige nog overeind staande, massieve, met boompjes en struiken begroeide, door duiven omfladderde frontale muur van de burcht
(omstreeks 1400 op last van Louis d’Orléans gebouwd),
die Henri IV liet ontmantelen,
omdat hij dat geducht sterke kasteel
– als het ooit in handen van zijn tegenstanders zou vallen –
een bedreiging achtte voor zijn koningschap.

Ook de lezer zal moeten werken bij Haasse.
Hierin lijkt Haasse totaal anders dan Yvonne Keuls die in korte zinnen schrijft
die minder werkt lijken te vragen.

Pagina 140: gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg.

…..tot de klauwen van de waterspuwers, de gargouilles.
Het woord ‘gargouilles’ komt voor het eerst voor in een manuscript uit de veertiende eeuw.
Het was de naam van een bloeddorstige gevleugelde draak die, volgens de legende,
in een woud aan de oevers van de Seine huisde.
Omstreeks het jaar 700 zou het monster onschadelijk gemaakt zijn door de bisschop van Rouen, die zich,
bij gebrek aan andere vrijwilligers, op deze expeditie liet vergezellen door twee uit de kerker gerekruteerde misdadigers, een dief en een moordenaar.
Alleen de laatste had de moed de gargouille te lijf te gaan.
Oorsprong van dit verhaal is, meent men, het historische feit van het terugdringen van de buiten haar oevers getreden kronkelige ‘slang’ Seine,
en het droogleggen van het land rondom Rouen, dat bij iedere hoge waterstand tot een onafzienbaar moeras werd.

Pagina 173: Prachtig.

Eens, op een vroege ochtend in de herfst, zag ik bij Chantilly, tegen de achtergrond van het woud, uit de nevel een ruiter en zijn ros opdoemen:
het mooiste paard van de wereld, een schimmel met wuivende staart en manen, die op ranke benen met edel genegen hoofd licht dansend naderbij kwam door het lange gras.’

Als je zoals de schrijver van de recensie in de Volkskrant
meer van Haasse wilt te weten komen, dan kan dat wel in Ogenblikken in Valois.
De inleiding op bovenstaande tekst van Aleid Truijens
is volgens mij correct en geeft dat inzicht:

Voor Haasse is dat rijke verleden hier voelbaar,
het is de motor voor haar verbeelding.
Met gemak verplaatst ze zich naar vroeger tijden.

WP_20180404_12_21_45_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Het boek ligt wat ver weg op de foto. Dat is ook een beetje het perspectief dat Haasse geeft in het boek van Valois. Van heel dichtbij tot ver in het verleden.


Hermitage Amsterdam

Afgelopen vrijdag ging ik rond het middaguur naar de Hermitage.
Daar schrok toch wel even van de entreeprijs: 25 Euro.
Daarnaast was het op de tentoonstelling veel en veel te druk.

WP_20180330_13_34_27_ProHollandseMeestersInDeHermitage

Dit was mijn zicht op een van de schilderijen van Rembrandt: Flora. Dit is het schilderij waarvoor je naar deze tentoonstelling gaat.


Wikipedia:

Flora, ook Saskia als Flora, is een schilderij van de Hollandse schilder Rembrandt van Rijn uit 1634. Het toont Rembrandts vrouw Saskia van Uylenburgh als de Romeinse godin Flora. Het olieverfschilderij op doek meet 125 bij 101 cm en behoort tot de belangrijkste aanwinsten van het Hermitage-museum in Sint-Petersburg.

 

Sinds eind negentiende eeuw wordt algemeen aangenomen dat het Saskia van Uylenburgh is die is afgebeeld. Ook op Rembrandts schilderijen uit 1635 en 1641 komt dezelfde persoon voor als Flora. Rembrandt trouwde haar op 22 juni 1634.

 

Het doek werd in 1770 in Amsterdam verkocht op de veiling van de verzameling van Herman Aarentz. Wanneer het in handen kwam van het Hermitage-museum is niet met zekerheid te zeggen. In elk geval kwam het al in 1774 voor in een museumcatalogus. Op grond van de weelderige aanwezigheid van bloemen en planten is de gedachte dat de Romeinse godin Flora wordt afgebeeld.

WP_20180330_13_40_33_ProHollandseMeestersInDeHermitage

Dit was het zicht op de grote zaal in het Hermitage. Jammer, duur en op z’n minst oncomfortabel.


High society in Amsterdam

Afgelopen vrijdag ben ik op het ‘feestje’ van Marten & Oopjen
geweest: high society.
Een groot aantal genodigden waren er in de vorm van prachtige
manshoge portretten waarop het onderwerpen ten voeten uit
geschilderd zijn.
Een mooie, frisse verzameling schilderijen.
Met stiekem ook veel aandacht voor kleding en huisdieren.

Ik heb er het volgende dubbelportret gemaakt:

WP_20180330_10_31_33_ProPaoloVeroneseGravinLiviaDaPortoThieneEnHaarDochterDeidamiaOlieverfOpDoekCa1552PaoloVeroneseGraadfIseppoDaPortoEnZijnZoonLeonidaOlieverfOpDoekCa1552

Met links: Paolo Veronese, Gravin Livia da Porto Thiene en haar dochter Deidamia, olieverf op doek, circa 1552 en rechts Paolo Veronese, Graaf Iseppo da Porto en zijn zoon Leonida, olieverf op doek, circa 1552.


De tijdelijke tentoonstellingen worden in het Rijksmuseum gehouden
in een van de vleugels waardoor je iedere keer langs
de Aziatische afdeling kunt lopen.
Dat doe ik dan ook meestal.
Even kijken bij de twee grote Japanse tempelwachten of bij
de dansende Shiva uit Tamil Nadu (India).
Als extra bonus had ik vrijdag zicht op de bomen die in de tuin in bloei staan.

WP_20180330_10_17_00_ProTuinRijksmuseumAziatischPaviljoen

In de tuin van het Rijksmuseum staan ten minste drie van deze bomen in bloei.


WP_20180330_10_17_26_ProDansendeShiveTamilNaduCa12eEeuw

Dansende Shiva, Tamil Nadu, 12e eeuw.


Kaas – mijn exemplaar en Edammer

KaasWillemElsschot16edruk1969

Dit is het exemplaar van Kaas dat ik op de middelbare school gelezen heb. Het boekje mag dan wel dun zijn maar eenvoudig is het niet. Dat is wat ik gisteravond ondervond toen ik op zoek ging naar de Edammer.


Mijn versie is de 16e druk uit 1969.
Toen zat ik nog niet op de middelbare school.
Dus hoe ik er precies aan kom weet ik niet.
Misschien was deze druk een aantal jaren te koop.

Een frontispice heeft mijn versie niet.
Wel een opdracht aan Jan Greshoff.

KaasWillemElsschot16edruk1969GeenFrontispice


Vervolgens volgt er een ‘Inleiding’.
Die lijkt me niet eenvoudig.
Het begint zo:

Buffon heeft gezegd dat de stijl de mens zelf is. Bondiger en juister kan het niet. Maar een gevoelsmens is weinig gebaat met dat slagwoord dat daar staat als een model, om vereeuwigd te worden door een steenkapper. Kan men echter wel met woorden enig inzicht geven in wat stijl eigenlijk is?

Een goede vraag maar aan die vraag was ik nog lang niet toe.
Ik denk dat ik het boek nog maar eens een keer ga lezen.
Het lijkt me zo op het eerste gezicht ook erg Vlaams

Het boek begint met twee lijstjes.
Daar ben ik helemaal weg van; lijstjes.
Het eerste lijstje bevat de personages, het tweede lijstje ‘Elementen’:

KaasWillemElsschot16edruk1969Elementen

De elementen van Kaas van Willem Elsschot.


Maar Edammer, hoe zit het daar mee?

Op pagina 28, het einde van hoofdstuk III las ik het volgende:

‘Denk er eens over na,’ raadde hij. ‘Er is veel mee te versienen en jij bent de geschikte man.
Dat was wel een beetje brutaal van hem, want ik vind dat niemand mij geschikt vinden moet voor dat ik mijzelf geschikt heb gevonden. Maar toch was het aardig dat hij mij zonder enige conditie in de gelegenheid stelde mijn eenvoudige plunje van klerk bij de General Marine and Shipbuikding Company uit te trekken en zo maar en eens koopman te worden. Zijn vriendenzouden dan wel van zelf vijftig percent van hun hooghartigheid laten vallen. Met hun beetje centen!
Ik vroeg hem dan ook wat voor soort handel zijn Hollandse vrienden dreven.
‘In kaas,’ zei mijn vriend. ‘En dat marcheert altijd, want eten moeten de mensen toch.’

Okay, Kaas. Maar Edammer dan?

Op pagina 34 lees ik:

‘Klein beginnen is voorzichtig,’ zei opeens Hornstra die zeker vond dat ik lang genoeg had nagedacht. ‘Ik zend u volgende week twintig ton volvette Edammer in onze nieuwe patentverpakking. En naar gelang u die verrekent zal ik uw voorraad aanvullen.’

‘volvette Edammer’ dus, daar gaat het over in Kaas.

Kaas – de dummy

Soms komen dingen zomaar bij elkaar.
Gister kreeg ik van mijn vader zijn oude portemonnee.
Model billfold (gevouwen biljet in het Nederlands).

Vandaag heb ik de portemonnee uit elkaar gehaald
om te zien hoe groot het grootste stuk keer
is dat ik er uit kan halen.
Want dat is de maat waarbinnen mijn boekje moet passen.
Met dit boekje ga ik onderzoeken hoe ik het boek Kaas
van Willem Elsschot kan gaan inbinden/onderbrengen in een doos.

WP_20180401_12_57_05_ProDummyKaasBillfoldVader

Dit is de portemonne. Goed versleten. Tijd voor een tweede leven.


WP_20180401_12_57_18_ProDummyKaasOpengevouwen

Zo ziet hij er opengevouwen uit. Bekend gezicht. Het klepje en het zakje rechts heb ik er als eerste afgehaald. Die ga ik niet bij de dummy voor Kaas gebruiken. Dat wordt de sluiting van een ander boek.


WP_20180401_13_35_40_ProDummyKaasDeBillfoldKomtLangzaamUitElkaar

Vervolgens haal je stap voor stap de portemonnee uit elkaar.


WP_20180401_13_44_56_ProDummyKaasGrootsteStukLeer

Dit is het grootste stuk leer dat ik er uit kan halen, de buitenkant. Het is ongeveer 23-24 centimeter lang en 9 centimeter breed. Dus het boekblok zal iets kleiner dan deze afmetingen moeten worden.


WP_20180401_13_57_15_ProDummyKaasBruikbareDelenVoorkantLeer

Dit zijn al de losse stukken leer die ik uit de portemonnee kon halen (buiten de klep en zakje, die liggen al onder de pers te drogen omdat ik de losse delen aan elkaar gelijmd heb). Dit is de ‘mooie’ leerkant. Opvallend voor mij is dat leren producten (jas, portemonnee) een werkelijke puzzel zijn van losse, kleinere stukken leer en veel ander materiaal (band, papier, karton, plakband enz).


WP_20180401_13_59_06_ProBruikbareDelenAchterkantLeer

De binnenkant.


WP_20180401_13_59_54_ProDummyKaasMerkje

Het merkje of de naam van het type portemonnee. Chevalier. Dit ga ik natuurlijk weer verwerken in een van mijn boeken. Als het kan in de Kaas-dummy.