India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 05

– over paraplu’s die meer geven dan schaduw: een glimp van betekenis –

DSC01740IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPostureUmbrellaAndPillar5thCenturyCESandstoneAccNo344-354-460
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Buddha in protection giving posture, umbrella and pillar, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 344, 354 and 460.
DSC01741IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPostureUmbrellaAndPillar5thCenturyCESandstoneAccNo344-354-460

De Boeddha als een levende stupa

In dit Gupta‑beeld uit Sarnath wordt de Boeddha voorgesteld
als een levende stupa:
een verticale as waarin
lichaam, licht (aureool) en bescherming (chatra) samenvallen.

Zijn houding is slank en ritmisch, de gelaatstrekken zacht en sereen,
en het kleed valt als een bijna gewichtloze sluier
die hij met een verfijnde handgreep vasthoudt
— een typisch Gupta‑gebaar van beheersing en innerlijke rust.

Achter hem straalt een rijk uitgewerkte aureool,
opgebouwd uit dubbele cirkels met florale motieven
die het licht van de Boeddha zichtbaar maken:
geen ornament, maar een beeldtaal waarin zijn innerlijke verlichting
wordt vertaald naar het ritme, de vorm en de beweging van de aureool.

Boven dit alles verheft zich de chatra,
de stenen paraplu die de hemel verbeeldt,
gedragen door een pilaar die de aarde en de hemel verbindt
— een topstuk dat de hele verticale structuur van het beeld voltooit.

De hand in abhaya‑mudrā sluit deze compositie af,
want het is het gebaar waarin de bescherming van de Boeddha
de wereld van de kijker bereikt.
Zo wordt de Boeddha zelf het centrum van richting en verlichting
— een menselijk lichaam
dat de structuur en betekenis van een heilig monument draagt.

Wat de Gupta‑beeldhouwkunst kenmerkt

De Gupta‑beeldhouwkunst, die tussen de 4e en 6e eeuw
in Noord‑India tot bloei kwam,
wordt vaak gezien als het klassieke hoogtepunt van de Indiase sculptuur.

De figuren krijgen een slank en vloeiend lichaam,
met zachte, natuurlijke overgangen die rust en innerlijke balans uitstralen.
De gezichten zijn sereen en licht naar binnen gekeerd,
met een subtiele glimlach en halfgesloten ogen
die contemplatie suggereren.
Het kleed ligt als een dunne, bijna doorzichtige sluier
over het lichaam, waardoor de vorm zichtbaar blijft
maar toch een gevoel van verfijning ontstaat.
En het haar wordt weergegeven in kleine, regelmatige krullen
die het hoofd een ritmische, bijna geometrische structuur geven.

Samen vormen deze vier elementen een stijl
waarin eenvoud en verfijning samenvloeien,
en waarin spiritualiteit zichtbaar wordt gemaakt in houding, proportie en detail.

DSC01750 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348
Stone umbrella, 1st century CE, sandstone. Acc. No. 348.
DSC01750 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348
DSC01751IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail
DSC01752IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail
DSC01753IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail
DSC01754IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail

De ringen van de chatra

De stenen chatra uit de 1e eeuw staat in het museum los van haar oorspronkelijke context,
maar de onderzijde
— de kant die zichtbaar was voor iedereen die onder de paraplu stond —
is nog bijna volledig intact.

In het midden bevindt zich een bevestigingsholte voor de staander (yasti):
een uitsparing waarin de bovenkant van de staander werd verankerd
om de chatra te dragen.

Daarom is de binnenste ring, bijna een halve bol, rond deze holte zo robuust:
zij moest het gewicht en de krachten van de chatra zelf opvangen
en verdelen, zodat de stenen paraplu stabiel op de staander rustte.

Daaromheen ligt een lotuskrans,
een ring van radiaal uitgesneden bloembladen
die duidelijk laat zien waar de constructie ophoudt en de decoratie begint.
De lotus introduceert meteen de kosmische betekenis van de chatra:
het ontvouwen van zuiverheid, groei en het ontstaan van de wereld.

In de volgende ring verschijnen mythische dieren,
waaronder een paardachtig wezen dat lijkt te zwemmen of te zweven.
Zulke hybride figuren — verwant aan de makara of vyala —
fungeren in vroege Indiase kunst als bewakers van de kosmos:
grenswezens die de overgang markeren tussen het aardse
en het hemelse domein.
Tussen deze wezens liggen rozetten, kleine florale knoppen
die het ritme van de ring versterken.

Nog een ring verder staan twee vissen, naar elkaar toe gericht
en verbonden door een lus.
In latere boeddhistische iconografie kunnen vissen een vrijheidsmotief zijn,
maar hier functioneren ze eerder als kosmische ornamenten:
symmetrische waterdieren die leven, balans
en de aanwezigheid van de Ganga oproepen.
Hun plaats in de ring versterkt de indruk van een geordende wereld
onder de paraplu.

Daarna volgt een ring met gebundelde planten,
sierlijke gestileerde stengels en takken
die niet als agrarisch motief bedoeld zijn,
maar als een decoratieve verbeelding van groei en samenkomst.
Deze vegetatieve vormen geven de ring een ritmische levendigheid
en verbinden de chatra met het idee van voortdurende vitaliteit.

Aan de buitenzijde loopt tenslotte een reeks concentrische banden
met geometrische patronen:
kleine driehoeken, parelrijen en herhalende lijnen.
Deze ornamenten worden afgesloten door een opstaande rand
(in oorspronkelijke opstelling afhangende),
een stenen zoom die de schijf visueel begrenst en technisch versterkt.
Deze rand vormt de uiterste grens van de hemelkoepel
en geeft de chatra haar ritmische, kosmische afronding.

Van binnen naar buiten ontvouwt zich zo een gelaagde ordening:

bevestigingsholte → bolvormige draagring → lotus → mythische wezens
→ rozetten → vissen → gebundelde planten → geometrische buitenrand
→ afhangende rand.

Het is een kosmische doorsnede in steen
— een paraplu die ooit hoog boven een pilaar of stupa stond,
maar waarvan de onderzijde nog steeds
het ritme, de symboliek en de bescherming van een hemelkoepel draagt.

Een vroeg Kushana‑fragment

Deze chatra behoort tot een veel vroegere fase van Sarnath:
het Kushana‑tijdperk (1e eeuw CE),
ruim vier eeuwen vóór de verfijnde Gupta‑chatra
die boven de Boeddha in het museum staat.
Dat verschil in tijd is zichtbaar in de stijl.

De ringen die je in dit fragment ziet
— van de draagring en de lotus tot de dierenband,
de vissen, de gebundelde planten en de geometrische buitenrand —
tonen een daadwerkelijke ring‑voor‑ring‑opbouw
die kenmerkend is voor vroege Kushana‑steenhouwwerk.
De steenhouwer werkte waarschijnlijk van binnen naar buiten:
eerst de constructieve kern, daarna de symbolische zones,
en tenslotte de ornamenten en de afhangende rand.
Deze concentrische structuur is dus geen algemeen kunsthistorisch principe, maar een direct gevolg van hoe dit specifieke fragment is gemaakt.

Het resultaat is een vroeg, krachtig stuk van een hemelkoepel
dat ooit op een pilaar, boven een beeld of een stupa was geplaatst,
en waarvan de onderzijde nog steeds de ritmiek en beeldtaal
van het Kushana‑Sarnath laat zien.

Kushana: oorsprong en stijl

De Kushana’s waren een dynastie van Centraal‑Aziatische oorsprong
die zich in de 1e eeuw CE vestigde in Noord‑India.
Hun rijk lag op een kruispunt van culturen:
de Iraanse wereld, de Grieks‑Bactrische traditie
(uit het gebied dat nu grotendeels Afghanistan is)
en de vroege Indiase kunst.
Daardoor ontwikkelde zich een stijl die kosmopolitisch is
en tegelijk krachtig en ritmisch.
Figuren en ornamenten krijgen vaak een duidelijke contour,
volumes zijn stevig gemodelleerd,
en dieren, planten en symbolen worden weergegeven
met een directe, bijna emblematische helderheid.

De Kushana‑koningen gebruikten paraplu’s, baldakijnen en zuilen
als tekens van koninklijke status, en die wereldlijke beeldtaal
sijpelde door in religieuze contexten zoals Sarnath.

De sobere Gupta‑chatra boven de Boeddha

De chatra boven de Boeddha in het museum is opvallend sober:
een gladde, ongedecoreerde schijf die vooral als architectonisch teken
van status en bescherming fungeert.
Dat past bij de Gupta‑stijl (4e–6e eeuw CE),
waarin de kosmische en florale ornamentiek
niet op de chatra zelf wordt aangebracht,
maar wordt verplaatst naar het aureool achter de Boeddha.
Daar verschijnen de sierlijke patronen, de lichtsymboliek
en de verfijnde florale motieven die de Boeddha omgeven.
De chatra blijft daardoor bewust eenvoudig,
zodat hij de Boeddha markeert zonder hem te overstemmen.

Dit maakt het contrast met de vier eeuwen oudere Kushana‑chatra
des te groter:
in de Kushana‑tijd lag de betekenis juist in de concentrische decoratie
van de paraplu zelf,
terwijl de Gupta‑chatra boven het beeld een strakke,
koninklijke baldakijn vormt — een teken van eer, niet van ornament.


India 2012 – 2013: deel 17

 photo 20121216DavidKerkhoffCulDeSac.jpg


De nachttrein.

Maar omdat we er geen genoeg van kunnen krijgen
nog 1 keer naar de Old Palace, of beter gezegd,
naar alle stalletjes rond de tempel in het centrum van Kolhapur.

 photo DSC_0374TaraRani.jpg

Het standbeeld van Tara Rani.

De driver parkeert de auto op de parkeerplaats voor de pelgrims.
Iets wat we eerder niet zagen
zijn wielklemmen en het verwijderen van verkeerd gestalde brommers
rond het paleis en de tempel.
Rond de tempel is veel bewaking en zoals vaker in India
zijn er stukken ‘voetgangersdomein’.

 photo DSC_0377Worstelen.jpg

Standbeeld voor de worstelaar bij The Old Palace.

 photo DSC_0380Armbandje.jpg

Bij de offerandes die je kunt kopen in de stalletjes rond de tempel
stond ook een kokosnoot, volledig versierd.
Je kunt die naar eigen inzicht voorzien van een gezicht en
allerlei andere versiersels, bijvoorbeeld een kroontje.

 photo DSC_0381VersierdeOffergave.jpg

Een gezichtje heb ik gekocht.
Compleet met een potje ‘lijm’ waarmee ik het gezichtje
meerdere keren op een ondergrond kan plakken.

 photo DSC_0384VerkiezingenInAantocht.jpg

De verkiezingen zijn in aantocht. Dus heel veel borden, meer dan anders.


 photo DSC_0385AltijdAfrikaantjes.jpg

Overal kun je bloemen kopen. Hier Afrikaantjes (Tagetes). Zowel geel als oranje. Allemaal om in de tempel te gebruiken. Het is warm.


 photo DSC_0386.jpg

Omdat het zo warm is heeft dit beeld een eigen paraplu.


Nog even gegeten in een hotel en we gaan zodadelijk naar het station.
We hebben het stationsgebouw al gezien.
Het is in een traditioneel Engelse stijl gebouw station,
zoals je dat bijvoorbeeld ook in Chennai ziet.