Breda, Claudius Prinsenlaan.
Vanmorgen in het Valkenberg
Now Show
Dit weekend bezocht ik de afstudeertentoonstelling van de
Sint Joost in Breda. Het prachtig gelegen voormalig klein semenarie
is dan het domein van de kunstenaars van de toekomst.
Er is de afgelopen jaren veel veranderd.
Van (strip)tekenen zijn mensen nu bezig met Illustrated and
animated storytelling.
Deze groep is enorm gegroeid. We gaan in de toekomst nog
veel meer (reclame)filmpjes zien. Natuurlijk verschillende technieken
kwamen langs maar beklijven deed het bij mij niet zo.
Fotografie was altijd een goed gevuld atrium. Nu is
Photography, film & the digital een heel beperkte groep.
New Design & attitudes…….best veel afstudeerders.
Art & research is denk ik wat eerder Beeldende kunst was.
Veel zelf bewegende camera’s en even verder op de projectie
van die beelden. Het kan dus het moet?
Door alle afdelingen heen was gender een thema. Begrijp me niet
verkeerd, dat is een belangrijk onderwerp maar vooral vandaag.
Maar is dat morgen nog zo groot in de media en wat doe je dan
als kunstenaar?
Als je jezelf ziet werken op een marketing bureau om filmpjes
te maken dan is het prima om je daarin te scholen.
Maar kunstenaar?
Now Show, 2024, St. Joost, Graduation Show, Rosa Vermeijden, Everything the walls have heard the floor has felt and the ceiling has seen. Een installatie waarbij het geluid van vallende druppels de ruimte vult.
Van dichtbij hoorde je het water zelf vallen.
Carmen van Beem, Tracing the intangible.
Fabio Bliek, Eden Reframed.
Goede informatiebordjes maken blijft moeilijk. Maar dat gold voor de hele show.
Gelezen en gezien
Twee pakketjes de afgelopen weken: een momotype en een maandenkroon.
De term ‘maandenkroon’ kende ik niet.
Internet ook niet en dus copilot ook niet.
Misschien kennen ze de Italiaanse term ‘corona dei mesi’.
En jawel, zie Wikipedia:
Folgóre da San Gimignano, pseudoniem van Giacomo di Michele of Jacopo di Michele (San Gimignano, 1270 – 1332), was een Italiaans dichter uit de hoge middeleeuwen.
Zijn naam zou afgeleid zijn van het Italiaanse fulgore (schittering, glans) en is onder andere te vinden in een document uit Siena uit 1295. Andere bronnen maken melding van zijn overlijden in 1332. Men weet weinig van zijn leven, behalve dat hij gevochten heeft als infanterist en later cavalerist voor zijn geboortestad of “commune” (Italiaanse lokale bestuurseenheid in de middeleeuwen, vergelijkbaar met gemeente en ommelanden).
Aan hem worden 32 sonnetten toegeschreven, geschreven tussen 1308 en 1316, die in de traditie staan van de Provençaalse lyriek. Het meest bekend zijn de sonnettenkransen gewijd aan de dagen van de week en die aan de maanden van het jaar. Van deze laatste sonnetten bestaat een integrale vertaling door Dolf Verspoor in zijn boek Romaanse sonnetten. Hierin wordt een nostalgisch beeld bij elke maand opgeroepen, waarbij het goede leven (lekker eten en drinken, het beminnen van de vrouwen, het gezellig bij elkaar zitten) een belangrijke rol in nemen.
Daarnaast zijn er enkele fragmenten overgeleverd van een sonnettenreeks over de deugden waar een ridder niet zonder kan en nog enkele politiek getinte sonnetten die betrekking hebben op de toenmalige strijd tussen Ghibellijnen en Welfen (zie ook Dante Alighieri). De strekking van de sonnetten is anti-Ghibellijns.
Het boek bevat per maand van het jaar een sonnet geschreven
door Maarten Asscher. Het boek heet: Dickninge, naar het landgoed
met die naam.
Ik kocht het boek niet vanwege de schrijver maar vanwege de
drukker/boekbinder Geert de Koning van de Factotum Pers.
Voor een hele reeks foto’s van het boek (en andere boeken)
bezoekt u het best de website.
Zoals steeds prachtig gemaakt: Factotum Pers, Geert de Koning, Maarten Asscher, Dickninge, een maandenkroon.
Het het tweede pakket had ik voldoende geduld om foto’s
te maken van het uitpakken:
De voorkant onthult meteen waar we mee te doen hebben. Een tijd terug steunde ik, samen met gelukkig een heel aantal anderen, Myrthe Majoor die een film aan het realiseren was: Home of the Giants. Als tegenprestatie zou ik een monotype ontvangen van een van de stills uit haar film.
Bij de monotype drie briefkaarten met een boodschap.
Ik kan op zoek naar een plaatje aan de muur.
Snijresten
Vandaag heb ik een verantwoordeing geschreven voor de manier
waarop ik de losse bladen met tekst en tekeningen van een
ruimtevaartstrip ga inbinden.
Dan onderzoek je de zaken nog eens een slag naukeuriger.
Dat was maar goed ook want ik vond het volgende.
Bij een blad zijn de tekeningen op de achterkant gemaakt. Bij alle anderen op de voorkant. Daarom zit bij de meeste bladen een stuk marge en de rij gaten voor de ringband aan de linkerzijde. Dat is de zijde waar ik de bladen ga binden. Maar de ruimte, de witmarge, van het ene afwijkende blad is links slechts 5,5 mm.
Bij die andere bladen zou ik dus 1,15 cm hebben maar ik moet me aan de kleinste maat houden.
Dit blad heeft een lelijke vouw van boven naar onder aan de linkerkant van het blad. Daar ga ik dus een bredere strook bevestigen dan bij de andere bladen.
Hier zie je dezelfde vouw aan de achterkant. Toen ik met dit vel bezig was viel me op dat zijn maten niet precies gelijk zijn aan die van de andere bladeren. Het bleek om twee afwijkende bladen te gaan.
Hier zie je het blad oversteken aan de bovenkant.
Schetsbloc. De bladen die groter zijn blijken precies dezelfde maat te hebben als een blad van de originele kaft die ik in de stapel vond.
Zevenentwintig centimeter waar de andere bladen 26,5 zijn. Je ziet hier dat de oude kaft ook een vouw heeft zo’n halve cm van de onderrand. In het zwarte deel is dat het best te zien.
Aan de zijkant hetzelfde.
Het mes is er bij aan te pas moeten komen maar gelukkig kon het snijden beperkt worden tot smalle stroken. Nergens zijn tekeningen of is de tekst geraakt. De bladspiegel is zo goed en zo kwaad als mogelijk gehandhaafd. De snijresten.
Met de dag actueler
Argus in China
Met China ben ik nog lang niet rond maar met dit bericht
komt wel een einde aan het meer dan fantastische bezoek
aan het Provincial Museum of Gansu.
Lanzhou was een vermoeiende dag, veel gelopen. Dus in de
avond bleef er weinig fut over om nog een restaurant te
zoeken. Het werd een Chinees fastfood restaurant.
Het museum toont een hele rij met dergelijke beelden. Groot. Ze staan achter glas en daarom zie je op de foto een klein stukje groen van een verlichting die naar de nooduitgang wijst. Het spiegelt. China, Lanzhou, Provincial Museum of Gansu, Painted clay sculpture of Danapati Bodhisattva, Tang Dynasty, 618 – 907 AD, Tiantishan Grottoes, Wuwei City.
De Tiantishan Grottoes zijn een groep van zo’n 20 grotten
waarvan er blijkbaar een aantal in het Provincial Museum of Gansu.
In de grotten staan ze geregeld in groepen al dan niet rond Buddha.
dāna-pati: An almsgiver, or a person who offers alms to others including the Buddha and Buddhist Order. Dāna means to donate and also gift, and pati means master, lord, or owner.
Meer dan manshoog. Painted clay sculpture of attendant Bodhisattva, Tang Dynasty, 618 – 907 AD, Tiantishan Grottoes, Wuwei City.
Mural with image of Bodhisattva, Northern Liang Dynasty, 401 – 445 AD. Je zou in de musea graag meer informatie zien. Maar dit is wat ik heb.
Mooi maar eigenlijk geen provenance: Koran, Qing Dynasty, 1636 – 1911 AD. Donated.
Zo’n intrigerend voorwerp. Een kussen van porcelein: Porcelain pillow with tiger design, Song Dynasty, 960 – 1279 AD. De centrale afbeelding is een tijger waarvoor je de hashtag #notatiger gebruikt. De vorm van het kussen is aflopend. Kijk maar eens naar de volgende foto, rechts zie je de zijkant.
Porcelain jar with incised peony design, Western Xia Dynasty (Tangut Empire), 1038 – 1227 AD, Collection (?).
Porcelain jar with black design against white grounding, Western Xia Dynasty, 1032 – 1227 AD. Unearthed at Xujiaping in Zhangxian County.
Eerder op de dag, toen het nog droog was, was ik deze jongen tegengekomen. Dit soort beelden zie je vaker bij banken en beursgebouwen.
Lanzhou ligt in een heuvelachtig terrein. Dit is het centrale en reguliere treinstation van Lanzhou. De hogesnelheidstreinen hebben vaak een eigen station aan de rand van een stad.
Zoals ik al aangaf: avondeten in een fastfood restaurant. Morgen weer verder met de hogesnelheidstrein. Dan reis ik naar Xi’an.
Gelezen
In de NRC las ok een recentie van het stripboek Molo Uku.
Vooral het gemelde vertelperspectief vanuit de lokale bevolking
en niet vanuit de koloniale bezetters, sprak me aan.
Daarom bestelde ik het boek en heb het gelezen.
Ook Adriaan van Dis heeft een paar zinnen geschreven om
het boek aan te bevelen.
Ik vraag me af of Van Dis het boek ook daadwerkelijk heeft gelezen. Erno Pickee is een Nederlandse docent die de tekst schreef, Harits Farhan is een Indonesische tekenaar, Molo Uku, Erfenis van de Gouden Eeuw.
Ik stel me de vraag of Van Dis het boek zelf gelezen heeft
omdat ik niet overtuigd ben dat het Moluks perpectief wel
echt tot zijn recht komt.
Het boek schetst een idillisch beeld van vredelievende mensen
die in een soort van perfecte wereld leven tot er een VOC-schip
voor de kust verschijnt.
De tekst is naif optimistisch en als fantasie prima maar de
claim is dat het een Moluks perspectief gaat tonen.
Maar het lijkt een bedacht Moluks perspectief van een
wereld zonder kwaad.
Dat is jammer want het is zo belangrijk dat er boeken
verschijnen met een ander beeld dan de VOC-mentaliteit die
de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende
in 2006 de wereld in stuurde.
Ongelukkig is ook dat het boek een deel 1 is waar wel de
zaadjes worden gelegd voor een vervolg maar dat het vervolg
er nog niet is. Denk niet dat het een dun boekje is.
Het is een dik boek maar op zich zelf omvat het nauwelijks
enige karakterontwikkeling en maar weinig voortgang.
De tekenstijl is mooi. Maar de meeste tekeningen zijn
zwart/wit en de stijl past wat minder bij een verhaal dat
het beeld op de geschiedenis wil veranderen.
Daarvoor zou ik voor een meer strakke stijl gekozen hebben.
De stijl van Harits Farhan zou het prima doen bij een
fantasyverhaal. Maar ik verwachtte meer een verhaal dat
in de geschiedenis een paar dingen gaat rechtzetten.
Het verhaal wordt ingeleid door paginavullende tekeningen
over Syrië, Egypte, China, de Romeinen en Arabië.
De tekening van Egypte toont een dodenmasker, laten we
zeggen van Toetanchamon, 14e eeuw voor Christus.
Daarnaast zien we piramides, ze zijn te herkennen als
de piramides van het plateau van Gizeh. De grootste
is uit de 26ste eeuw voor Christus.
Het is niet fout zo’n beeld te construeren maar heel
nauwkeurig vindt ik het ook niet. Het doet de vraag
stellen of de andere dingen die je in het boek ziet en
leest wel nauwkeurig zijn.
Het tweede deel ga ik ook zeker lezen. Wie weet…..
Argus in China
Er stond een vreemd voorwerp.
Het had nog het meest weg van de antenne die vroeger
bij ons op dak stond.
Het is wel een beetje een oneerbiedige vergelijking maar
ik weet niet goed hoe ik het voorwerp anders moet uitleggen.
Het was hoog, maar iel van volume.
Ik heb drie foto’s gemaakt maar geen is goed genoeg
om hier te tonen. Helaas. Ik heb ook geen foto van een tekstbordje
die er toch overal stonden. Dus dit voorwerp sla ik even over.
Maar als je houdt van paarden of kamelen kijk dan nog
even verder.
Met dit beeld maakt men veel reclame. China, Lanzhou, Provincial Museum of Gansu, Bronze galloping horse, Eastern Han Dynasty, 25 – 220 AD, unearthed in Leitai, Wuwei City. Drie poten in de lucht en de vierde staat net op een vogel.
Maar er is ook een indrukwekkende groep te zien. Hier een deel er van. Bronze galloping horses, a honored guard of horsemen and carts, Han Dynasty 202 BC – 220 AD, unearthed in Leitai, Wuwei City.
Ink painted wooden horses, Han Dynasty, 202 BC – 220 AD, unearted at Mozuizi in WuWei City.
Tri-color glazed pottery figurie of military official, Tang Dynasty, 618 – 907 AD, unearthed in Yejiabu, Qin’an Country.
Tri-color glazed pottery camel dragging figurine and a camel, Tang Dynasty, 618 – 907 AD, beide zijn opgegraven in Yejiabu, Qin’an Country.
Ruimtestrip
Al een keer eerder gaf ik aan hoe ik de handgetekende bladen van een ruimtevaartstrip in wil binden. Per pagina ga ik een dubbelgevouwen strook aanbrengen waarbij de tekeningen niet geraakt gaan worden. Dus eerst maar eens stoken gesneden met de snijmachine.
Steeds passen of de stroken passen zoals je het bedacht hebt. Er zijn twee vellen die niet meer de oorspronkelijke grootte hebben. Daar gaan de stroken dan ook niet groot genoeg voor zijn. Maar eerst maar eens de meerderheid van de bladen een oplossing bieden.
De stroken van etalagekarton laten zich moeilijk vouwen. Daarbij gebruik ik mijn metalen driehoek om de ene helft vast te houden en ik gebruik mijn vouwbeen om te vouwen. Klinkt logisch maar de stroken moeten zoveel mogelijk identiek zijn. Dat valt nog niet mee.
De vouw is afgemeten.
Het stapeltje dubbelgevouwen stroken.
Het lijkt zo wel een kunstwerk van Jan Schoonhoven maar het zijn mijn stroken die ik weggelegd heb om onder de boekenpers te stoppen. Daar hebben ze meer dan 20 uur gelegen.
Eenmaal uit de boekenpers stop ik de stroken, op elkaar, nog een paar dagen tussen de twee ‘knijpers’. Volgende stap gaat worden gaten voorprikken en dan stroken lijmen aan de bladen. Maar voor ik dat doe wil ik een verantwoording schrijven voor de keuzes die ik maak. Volgt binnenkort.
Vulpen
16.000 duizend dode kinderen
Mosterdsoep
Frans Hals
Een laatste bericht over de Frans Hals tentoonstelling
in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Aan het eind nog twee ‘grote stukken’. De grotere stukken
vind ik een feest om naar te kijken; de schuttersstukken,
de regenten en regentessen.
We zaken als schutters.
Hopelijk bevallen deze laatsten u ook.
Dat derde hoofd (met hoed) van rechts! Amsterdam, Rijksmuseum, Frans Hals, Regenten van het Oudemanenhuis, circa 1664, olieverf op doek.
Frans Hals, Regentessen van het Oudemannenhuis, circa 1664, olieverf op doek. De achtergrond alleen lijkt me al een studie waard.
Één tip: in het echt zijn ze nog mooier!
Argus in China
In het Provincial Museum of Gansu in Lanzhou zag ik
een voor mij spectaculaire tentoonstelling:
Gandhara heritage along the Silk Road.
Maar het museum is op zich zelf ook al een interessant
museum. Nie gespecialiseerd in kunst of natuurhistorie
maar een museum met allelei voorwerpen waarvan de kern
uit Gansu komt. Gansu is ongeveer net zo groot als Zweden.
Het museum omvat bijvoorbeeld skeletten van pre-historische
dieren maar ook een Zijderoute-verzameling.
China, Lanzhou, Provincial Museum of Gansu, Stone reliquary (coffin) carved with relief, Five Dynasties (907-979) – Song Dynasty (960-1279), unearthed in 1957, Lintai County, Gansu, grey white sandstone.
Lycoptera, Liaoxi, vroeg krijt.
Bird shaped terracotta vessel with incised design, Qijia Culture, about 2000 BC.
Wikipedia:
De Qijia-cultuur (24e eeuw v.Chr. – 19e eeuw v.Chr.) was een cultuur in China die opbloeide in de Bronstijd, vooral in de gebieden rond de Gele Rivier, Gansu (het midden van Lanzhou) een het oostelijke gedeelte van Qinghai. De cultuur wordt gezien als een van de eerste Chinese bronstijdculturen. Johan Gunnar Andersson ontdekte het gebied in de buurt van Qijiaping (齊家坪), in 1923.
Bronze ornament with dog design, Shajing Culture, about 880 – 600 BC, Yushugou, Shuping, Yongdeng County.
Bronze he made for a count at Luan, Western Zhou Dynasty, 1046 – 771 BC, Baicaopo, Lingtai County.
Bronze elk, Warring States Period, 475 – 221 BC.
White Sands, 28 juli 1962
Een van de handgetekende plaatjes van de stripverhaal die ik ga inbinden. De tekeningen en de tekst zijn al lang geleden gemaakt. De persoon die ze maakten had heel veel interesse in ruimtevaart. Er zijn een aantal losse vellen, waarvan een aantal zijn die goed zouden kunnen dienen als omslag en een aantal vellen uit het schetsboek met tekeningen die samen een strip vormen.
Of er een verband is of bedoeld is met het gebied White Sands
in de Verenigde Staten, weet ik niet en daar zullen we ook
niet meer achter komen. Maar de kans is groot.
Wikipedia:
Het White Sands National Park (voor 20 december 2019 White Sands National Monument) is een Nationaal Park en Nationaal Monument in de Verenigde Staten, ongeveer 25 km verwijderd van Alamogordo in New Mexico op een hoogte van 1291 meter. Het gebied is een deel van de door bergen omringde vallei Tularosa Basin en bevat het zuidelijke deel van een 710 km² groot veld met zandduinen van gipskristallen.
Maar er is ook een aantal vellen die nog in het originele schetsboek zaten. Ze zijn tweezijdig voorzien van tekeningen en teksten. De eerste pagina is een soort van titelblad. De lekst is ‘Van planeet tot planeet’. Het is eenzijdig benut. Te zien is dat de bladen met een metalen draad vast zitten. Een draad die als een ringband is gevormd. Die draad haal ik weg want die verhinderd het inbinden. De bruine rand op de bladen lijkt uit plakbandresten te bestaan. Daar blijf ik van af. Ik ga inbinden, niet restaureren.
De draad is een lange draad. Die haal ik dus door ieder gat om hem er zo langzaam maar zeker uit te halen. Als de draad te lang wordt knip ik hem af.
Alleen het laatste eindje kon ik er uitdraaien. De stukjes papier die je hier ziet liggen tussen het metaal zijn niet van de bladen met tekeningen. Ze zijn denk ik van bladen die eerder uit het schtsboek zijn gehaald of (gezien de kleur) de achterkant van het schetsboek. De achterkant zit er namelijk niet meer bij.
De beschadigingen aan de bladen zijn in de loop der jaren gebeurd. Eerst wilde ik die rand met gaten en omgekrulde stukken van de bladen afsnijden. Maar de strook papier naast de tekeningen, aan de voor- en achterkant, zijn de enige stukken die ik kan gebruiken om de bladen te ‘verlengen’ met een inbindbare strook papier. Dus ik ga niets wegsnijden, iedere millimeter zal ik moeten gebruiken. Technieken om losse bladen in te binden waarover je kunt lezen, gaan bijna altijd uit van voldoende ruimte om een boek in te binden. Die is er hier niet dus die moet ik eerst maken.
Het idee is om de schetsbladen aan één kant te lijmen op een dubbelgevouwen strook karton . De vouw is dan de plaats waar gaten in gemaakt kunnen worden voor de binddraad. Na het binden kan dan het tweede uiteinde van de strook op het schetsblad gelijmd worden. Als een soort van sandwich, zonder tekening of tekst te overlappen. Omgekrulde delen van de schetsbladrand kan ik dan op zijn plaats lijmen.
Frans Hals
Lef, niet het gore lef uit het devies van de mogelijk toekomstige regering van Nederland met een minister die iedere dag er uit probeert te zien als de weduwe van Rost van Tonningen (Nederlands politicus die collaboreerde met de nazi’s, lid van de NSB, plunderaar van De Nederlandsche Bank, pleegde zelfmoord op 6 juni 1945. Zijn weduwe leefde tot in 2007 en bleef al die jaren nationaalsocialist) en een minister die een NSB-speldje draagt en nog een aantal van deze extreemrechtse figuren). Het gaat hier om lef als een houding op 17e eeuwse portretten en de schildertechniek van Frans Hals .
Deze houding moet standvastigheid uitbeelden. Amsterdam, Rijksmuseum, Frans Hals, Portret van Isaac Abrahamsz Massa, 1622, olieverf op paneel.
Nog een schilderij van dezelfde man. Frans Hals, Portret van Isaac Abrahamsz Massa, 1626, olieverf op doek.
Frans Hals, De lachende cavelier, 1624, olieverf op doek. Ik denk dat ik voor de term ‘bravoure’ zou hebben gekozen.
Niet heel charmant, vind ik, maar over smaak valt te twisten. Frans Hals, Portret van een man mogelijk Nicolaes Pietersz Duyst van Voorhout, circa 1637, olieverf op doek.
Volgens Wikipedia een van de eerste koffiedrinkende Nederlanders. Frans Hals, Portret van Pieter van den Broecke, circa 1633, olieverf op doek. Hij oogt sympathiek maar ik betwijfel of hij dat ook echt was. Zie Wikipedia dat minder verhullend is dan de tekst op de tentoonstelling.
Frans Hals, Portret van Jasper Schade, 1645, olieverf op doek.
Detail van de techniek van Frans Hals: bovenarm en kleding.
Soep van de week
Geen heel opvallend recept maar wel erg lekker.
Het seizoen valt alles bij elkaar met de vele regen wel tegen.
De asperges blijven dunne stengels dus het is met moeite.
Asperges, aardappel, kerry, room, peterselie, sjalot.
Gelukkig biedt soep troost en dat hebben we deze dagen met Den Haag heel nodig.
Argus in China
Het laatste bericht over de tentoonstelling
‘Gandhara heritage along the Silk Road’ in het
Provincial Museum of Gansu in Lanzhou (september 2023).
De schrijfwijze van de Boeddhistische begrippen en namen
op de informatiebordjes bij de voorwerpen lijken allemaal
het Sanskriet te volgen. Alleen heb ik niet al die
bijzondere lettervarianten gehanteerd.
In één beeld zie je hier drie momenten in het verhaal ‘The Buddha’s descent from the Trayastrimsa’: China, Lanzhou, Provincial Museum of Gansu, 2nd – 3rd century, Peshawar Museum, grey schist.
The Seven Buddhas of the Past and the Maitreya bodhisattva, 2nd – 3rd century, Gandhara District, Peshawar Museum, schist. Af en toe gaat het mis met het nemen van een foto van het tekstbordje daarom de tekst uitgetikt.
This work shows a combination of the Seven Buddhas of the past and the future Buddha Maitreya. Six of the Seven Buddhas, all in Buddha features, can be observed in the fragmented stone carving, body wrapped in an overrobe (Samghati) or right shoulder and arm exposed, standing evenly spaced; Maitreya, as the future Buddha, is still bodhisattva, therefore stands on one side, dressed in Bodhisattva attire. All seven Buddha’s and Maitreya perform Abhayamudra. The inscription on the front of the rectangular pedestal means “Offerings to all Buddhas”.
The Seven Buddhas of the past refer to Sakyamuni and the six Buddhas that preceded his appearance in the world, namely Vipasyin, Sikhim, Visvabhu, Krakucchandra, Kanakamuni, Kasyapa.
The Buddha in abhaya mudra, 4th – 5th century, National Museum of Pakistan, Karachi, schist.
Head of bodhisattva, 2nd – 3rd century, National Museum of Pakistan, Karachi, schist.
Bodhisattva Maitreya, 2nd – 3rd century, Peshawar District, National Museum of Pakistan, Karachi, schist.
Frans Hals
Amsterdam, Rijksmuseum, Frans Hals, Portret van een man, mogelijk een geestelijke, circa 1658, olieverf op paneel.
Frans Hals, Portret van een jonge man met handschoenen, circa 1619, olieverf op paneel.
Frans Hals, Portret van Pieter Verdonck (?), circa 1627, olieverf op paneel. Zou het vraagteken bij mij op de juiste plaats staan. Twijfelt men over de voor- of voor- en achternaam?
Frans Hals, Portret van een man met een slappe hoed, circa 1660, olieverf op doek.
Zei iemand ‘losse toets’?




















































































































































