Ik ben ziek (verkouden, neus en keel, hoofd vol, gister veel water nu vast).
Mooi dat mobiel mogelijk maakt dat ik kan bloggen vanuit bed.
St. Franciscus – Kickstarter – Crowdfunding
De crowdfunding actie waarover ik al eerder een blog schreef
heeft gisteren de New York Times gehaald.








De test in Engels is:
Aging Church Passes Digital Collection Plate
(Oude kerk geeft de digitale collectiesachaal door).
Not far from the banks of the Tiber
River, the 800-year-old church of St. Francis at
Ripa has never been one of Rome’s most famous
destinations. A quietly glorious Baroque
sanctuary, with the famous statue by Bernini
tucked into a side chapel, it has often been
overlooked by tourists and Roman Catholics in a
city so rich with other splendors.
Then, a year ago, a new pope was elected from
Argentina who unexpectedly took the name
Francis, in honor of St. Francis of Assisi, the
venerated Catholic saint born in the 12th century
who dedicated himself to the poor. It so
happened that the small church by the Tiber
(named for St. Francis) had a dark upstairs room
where he slept centuries ago during his visits to
Rome. It even had the stone that St. Francis
purportedly used as a pillow.
Interest suddenly ticked up. Tour groups started
coming by. For the Rev. Stefano Tamburo, the Franciscan friar in charge of
the church, this was welcome news, except that the building had not been
significantly renovated since the 17th century. The room, or cell, used by St.
Francis needed repair, yet the church did not have $125.000 for the project.
Franciscans take a vow of poverty and for centuries
have depended on charity. So that is
what Father Tamburo and the other
Franciscans at the church are now doing, if
with a contemporary approach: They have
begun a 30-day online fund-raising campaign,
using the crowdfunding website Kickstarter.
‘We have nothing against modern tools of
communication,’ Father Tamburo said, ‘What
is important to us is our tradition. Not the
tools that we use to spread that tradition.’
The church and attached monastery house
nine Franciscans, about a dozen or so
migrants who are receiving shelter and
assistance, and three computers. Father
Tamburo said he had not known much about online fund-raising untill the
idea was suggested by a media relations firm, but now he checks several
times a day to see how the campaign is progressing. (So far, the answer is
slowly. The campaign has raised just over $34.780 with nine days to go.)
Situated at the edge of Trastevere, an ancient neighborhood of narrow,
cobblestone streets now known for its restaurants and night life, the St.
Francis at Ripa church dates to the early 1200s and was erected on the site
of a medieval hospital. St. Francis had won admiration for his work with
lepers at the hospital, and the land was eventually handed over to his
Franciscan order.
His cell is above what is now the church’s choir stall, located behind
the altar. It is a spare, darkened room, with a wooden altar, which contains
relics such as shards of bones from saints and martyrs. Behind a metal
screen is a stone that St. Francis is said to have used as a pillow to lean
against as he slept in a sitting position in the cell, (Such stones were
considered holy in medieval Christianity.)
Father Tamburo said the cell was nearly destroyed during the 17th century,
when wealthy patrons financed a major renovation that transformed the
simpler medieval sanctuary into one with the lush, ornate features
of the Baroque era.
This is not the Franciscan style, Father Tamburo said, chuckling as he
walked through the nave, which was filled with dusty statuary of former
cardinals and noble patrons, and with fading frescoes on the ceiling
of the side chapels.
During the Baroque-era renovation, the architect wanted to raze the
St. Francis cell in order to expand and elevate the choir stall.
Franciscan monks opposed the razing, according to letters found at the chuch,
and eventually the cardinal overseeing the project intervened.
The cardinal had a dream in which St. Francis appeared to him and said,
‘So, do you want to kick me out of my house?’, Farther Tamburo said.
The current renovation aims to preserve the cell and possibly reveal its
original character. Alessia Scazzuso, a restauration artist, first examined the
cell in 2009 and proposed using laser technology to asses the walls and
learn what is underneath. One question is whether St. Francis inscribed the
walls with the tau symbol from the ancient Hebrew alphabet, as he was
known to do in some other places.
‘We want to give back the real history of the cell by studying the layers
in the walls,’ she said. ‘We don’t know what is under the walls.’
MS. Scazzuso’s proposal was approved in 2009 by Italy’s Ministry of
Interior, which owns and administers the church along with 750 historical
churches across the country. But the fund dedicated to maintenance and
renovations was only 1.7 million euros, or just over $2 million, last year after
the budget cuts that were part of austerity efforts by Italy’s government.
No money was allocated for renovating the St. Francis cell.
‘Funds were not enough before the cuts, and they are less so now,’
said Lucia Di Maro, the government official in charge of the fund. ‘Just repairing
the electrical system of an ancient church can cost 200.000 or 300.000 euro.’
Father Tamburo said he and other friars decided against even asking the
state to pay for the renovation, given the economic crisis in the country and
the needs of the poor. He now compares the Kickstarter campaign to the
ancient tradition of questua, or asking for public donations, as St. Francis
himself did.
Under the rules of Kickstarter, the campaign must reach the goal of
$125.000 in the allotted 30 days; in the case of a shortfall, donations are
returned. The friars have tried to stir interest through the Italian news media.
‘I’m convinced we’ll find a way forward,’ Father Tamburo said. ‘We hope
we’ll make it.’
Josua Wechsler en Floris Visser

Josua Wechsler.
Er is een tentoonstelling georganiseerd door KOP in Gebouw-F,
het huis van de beeldcultuur in de Reigerstraat in Breda.
De tentoonstelling gaat over zelfportretten en selfies.
Daarnaast worden kunstenaars uitgenodigd een tijd te werken
in Gebouw-F.
Volgens mij is Josua Wechsler een van die kunstenaars.
Floris Visser is initiatief nemer van een wekelijks radioprogramma
van 2 minuten dat via de voicemail van een bepaald telefoonnummer
te beluisteren is.
Wat het programma en de steen met de ‘diskjockeys’ van doen heeft
met Floris Visser en de tentoonstelling in Gebouw-F weet ik niet.

Het telefoonnummer is 06-1973 6-0 48.
Het is interessant de namen op dit paneel eens op te zoeken op het web!
Halfvatjesbal
Met een kroegentocht op de Grote Markt van Breda
werd gisteren in prachtig weer afscheid genomen van carnaval 2014.
Ik maakte er de volgende foto’s:

Het was heel druk op de Grote Markt.

Bij verschillende kroegen bandjes die hun kunnen nog eens toonden.

Het drukst was het op de kop van de Veemarktstraat.



Voor sommige deelnemers reden om de vuile was buiten te hangen.




Maar het ging niet alleen om de muziek.

Het is een cliché, maar het was dorstig weer.

Dus naast het muziek maken was het ook een goed weerzien.
Als een schilderij….

Het boeket wordt steeds mooier.
Vacature: dynamische zaalhulp


We zijn deze week 2 dagen naar Kortijk in Belgie geweest.
Kortrijk is geen Brugge, Gent of Leuven, maar verrast wel.
Na op dag 1 de stad verkend te hebben, hebben we op dag twee
de volgende foto’s gemaakt.

Kortrijk is een belangrijke plaats in de Vlaamse geschiedenis.
In 1302 vond hier namelijk de Guldensporenslag plaats.
De Vlaamse partij haalt daar een overwinning op de Franse overheerser.
Een legende is geboren met Hendrik Conscience is een van de vele hoofdrollen.
In het museum Kortrijk 1302 wordt een genuanceerd beeld van deze slag gegeven.
Maar vandaag begint de tocht door Kortrijk vanuit Hotel Brasserie Het Duivels Paterke,
bij de Groeningepoort (Bij de 600ste verjaardag van de Guldensporenslag in 1902
werd het initiatief tot deze poort genomen, 1908 gerealiseerd).
Deze poort geeft toegang tot het monument voor de veldslag van 1302.


Twee monumenten staan op het Groeningeveld: Grote sporen en het beeld van de Vlaamse Maagd.

De gouden sporen.

Het Groeninge monument.

De Vlaamse Maagd houdt de leeuw onder controle. Van hier is het niet ver naar minder, minder, ….

De tekst op bovenstaand bord is:
De stad Kortrijk en het Groeningecomite
kozen in 1902 dit ontwerp
van Godfried Devreeze (Kortrijk 1861-Brussel 1941)
naar aanleiding van de viering
van 600 jaar Guldensporenslag
Officiele onthulling op 5 augustus 1906.
Beschermd monument.

De St. Maartenskerk domineert het stadsbeeld van Kortrijk.

Op de Grote Markt tref je dit stadhuis aan.

Detail.

In dit deel van Belgie kom je veel monumenten tegen die verwijzen naar de Eerste en Tweede Wereldoorlog, zoals hier op de Grote Markt van Kortrijk.

In Kortrijk is ook een mooi beginhof, het St. Elisabeth.

Via deze grote poort kom je in het hof.

Op bovenstaand bord staat de volgende tekst:
Oorspronkelijk werd het in 1238 gestichte
begijnhof omringd door het grafelijk kasteel,
de stadswallen en het Sint-Maartenskerkhof.
Het werd verscheidene malen vernield, een
eerste maal tijdens de Guldensporenslag en
nadien door huurlingen in 1382 en de Fransen in 1684.
De circa 40 barokke huisjes stammen uit
de 17e eeuw. De gotische Sint-Matteuskapel
uit 1464 werd tussen 1764 en 1768 verbouwd
in barokke stijl. Het gebouw met dubbele
trapgevel (1649) was dat van de grootjuffrouw.
De merkwaardige traptoren is de hoektoren
van de vroegere Sint-Annazaal uit 1682.
In 1998 werd het begijnhof door UNESCO
erkend als werelderfgoed.


Sommige huisjes hebben dringend restauratiewerkzaamheden nodig en volgens mij staan die ook gepland.

het huisje van de Grootjuffrouw.




De Onze-Lieve-VrouweKerk vanaf het Begijnhof.




Het bronzen beeld van Juffrouw Marcella.
Juffrouw Marcella
Laatste der Kortrijkse Begijnen
van de hand van mevr. Renee Gerard,
werd gerealiseerd in opdracht van
het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk welzijn
van Kortrijk
Zaterdag 29 seprtember 2001.

De Artillerietoren.

Maar er zijn meer bijzondere gebouwen en details te zien in Kortrijk.


De voormalige abdij is nu Kortrijk 1302. De roestige muur is de achterkant van een heel grote maquetten van Kortrijk in 1302.

In het museum is ook een tijdelijke tentoonstelling over de woelige tijden rond onder meer de Beeldenstorm. Dit stuk damast vond ik bijzonder omdat het een afbeelding heeft van Stadhouder Willem II te paard. Net als het standbeeld op het Kasteelplein in Breda.


Kortrijk 1302 met een moderne kijk op de Guldensporenslag.



Het Vlaamsch Huis.

Borstbeeld van Guido Gezelle.

In een van de kerken troffen we dit lijdensbeeld aan. Dat zie je in Nederland nauwelijks en in Belgie soms.

Het Belfort op de Grote Markt.



Het ziekenhuis.

De Broeltorens.
Deze torens staan pal naast het Broelmuseum.
Een heel mooi museum met een mooie verzamelijk kunstwerken uit alle tijden.

Wikipedia:
De naam broel verwijst naar bruul, een afgebakend stuk land, meestal moerassig of braakliggend. De torens zijn een overblijfsel van de middeleeuwse stadsomwalling die tijdens verscheidene bezettingen en oorlogen verwoest werden. Ze beschermden de Broelbrug die na de Eerste en Tweede Wereldoorlog weer opgebouwd werd. Ze zijn opgetrokken uit kalk- en zandsteen.
De oudste van het duo torens, de zuidelijke ‘Speytorre’ of ‘Blauwe Toren’, werd samen met de Broelbrug gebouwd in 1385 om het verkeer op de Leie te controleren. Deze toren was een deel van de versterkte omheining van het eerste grafelijk kasteel van Kortrijk waar de graven van Vlaanderen resideerden.
De tweede, noordelijke, toren, de ‘Inghelburghtorre’, uit 1415 diende als wapenopslagplaats, en was voorzien voor het gebruik van artillerie. Vandaar zijn tweede naam ‘Armorietorre’.
Kortrijk was ook een culinaire zoektocht.
De eerste avond hebben we gegeven bij het voortreffelijke restaurant Nata:

Niet goedkoop maar erg lekker.
Het gaat ook wel eens mis.
De Zwitserse kaasfondue bij ‘Bistro ’t Fonduetje’ had niets met kaasfondue te doen.
Heel jammer.
Maar de meeste culinaire tijd werd doorgebracht op de Grote Markt.
Het weer was immers schitterend:

Tongerlo Bruin.

Ommegang.
Isabelle de Borchgrave (2)
Al eerder schreef ik een blogje over de tentoonstelling
in het Breda’s Museum.
Maar de volgende afbeelding was ik vergeten.
Ik heb namelijk twee ‘catalogi’ gekocht.
De eerste uitgave: ‘de Medici’ Een vorstelijke wereld van papier,
is een uitgave in het bekende formaat en de bekende opmaak van het museum.
Een heel betaalbare en goedleesbare toelichting op de werken die
in de tentoonstelling aan de orde komen.
De tweede uitgave is duurder, maar is een prachtige uitgave:
pulp FASHION
the art of Isabelle de Borchgrave.
Deze uitgave van de ‘Fine Arts Museums of San Francisco’,
gaat dieper op de achtergronden in en toont ook andere werken dan ‘de Medici’-serie.
De uitgave bevat prachtige schutbladen met reliefdruk van motieven
gebruikt door De Borchgrave en het papier is van een zwaardere kwaliteit.
Dat laat de foto’s zo prachtig tot hun recht komen.
Gaat dat zien!

Verborgen plaquette: Kolonel Phaff
Krijgszuchtig ben ik niet maar ik ontdekte een tijd terug, plots,
een plaquette aan de Nieuwe Prinsekade, ter hoogte van het Spanjaardsgat.
Weer een stukje geschiedenis van Breda tot leven gebracht.
De foto van mijn telefoon is van slechte kwaliteit.
Daarom volgt onder de foto de tekst van de plaquette.

Op 30 november 1813 landt te Scheveningen de zoon van de laatste stadhouder, die tot Soeverein Vorst wordt uitgeroepen. Deze Prins van Oranje, de latere Koning Willem I, draagt het regiment infanterie van Kolonel Phaff op (opgericht 23 november 1813) om vanuit De Haag naar Breda te marcheren. Op deze plaats, bij de voormalige Waterpoort ondersteunen zij, als eerste onderdeel van het nieuwe Nederlandse leger, de Bredase stadsmilitie en Russische eenheden bij de verdediging tegen Napoleontische troepen, die de stad eerder hebben verlaten. Deze Franse troepen proberen op 20 december 1813 de stad weer te bezetten. Dit wordt verijdeld door het net aangekomen regiment van Kolonel Phaff. Een tweede aanval van de Fransen, op 21 december bij de Waterpoort, wordt in een man tot man gevecht van 150 leden van Phaff’s regiment succesvol afgeslagen. Het eerste wapenfeit van de nog in oprichting zijnde Nederlandse krijgsmacht is een feit.
Het regiment van Kolonel Phaff is het stamregiment van het huidige Regiment Limburgse Jagers. Deze plaquette is op 6 december 2013 aangeboden aan de stad Breda ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van het regiment.
Art Breda
De stad maakt zich op voor het evenement ‘Art Breda’.

‘garandeert voor iedereen dat je behandeld wordt op grond van wat je doet’
‘De rechtsstaat in Nederland garandeert voor iedereen dat je behandeld wordt op grond van wat je doet, dat je behandeld wordt als individu en nooit als lid van een groep en dat de vrijheden die voor ons allen gelden onvervreemdbaar zijn.’
Namens het Nederlands kabinet, viceminister-president Asscher.
Daar heb ik niets aan toe te voegen.
Isabelle de Borchgrave
Afgelopen zondagmiddag heb ik een tentoonstelling bezocht
waar ik erg enthousiast over ben.
Het Breda’s museum heeft ontdenkt hoe ze interessante tentoonstellingen
kunnen organiseren over thema’s en kunstenaars die tegelijkertijd
interessant zijn en een groter publiek kunnen trekken.
Een voorbeeld was de tentoonstelling over Jaap de Vries en
dan nu het werk van Isabelle de Borchgrave.
Deze voor mij onbekende kunstenares maakt in haar atelier
reconstructies van modebeelden uit verschillende tijden uit papier.

De tentoonstelling in het Breda’s Museum richt zich op een serie
reproducties die De Medici genoemd is.
De Medici is een belangrijke Italiaanse familie waaraan Florence
haar kunstbezit voor een groot deel aan dankt.
De waren belangrijke machthebbers en de familie telt drie pausen
en verschillende koningen en koninginnen.
Een van de stamvaders is Cosimo (Il Vecchio) die leefde van 1389 – 1464.
Hij is uitgekozen om een van de eerste klezingstukken te tonen.

Isabelle de Borchgrave, Cosimo (Il Vecchio).
Op de tentoonstelling mogen geen foto’s gemaakt worden.
Helaas een van de ouderwetse regels waaraan het Breda’s Museum nog vasthoudt.
Maar toen men mij daarover informeerde had ik al twee foto’s gemaakt.
Die zijn hier dan ook te zien.

Isabelle de Borchgrave, Cosimo in een houppelande (een soort overgooier).
De detaillering die de Belgische kunstenaar aanbrengt
en de varieteit in gebruik van papiersoorten, behandelwijze en kniptechnieken
is verbluffend. Een voorbeeldje hiervan volgt hieronder.
Je ziet hier Eleonora van Toledo.
Het is gemaakt naar het schilderij van Agnolo Bronzino, Eleonore van Toledo
en haar zoon Giovanni.

Isabelle de Borchgrave, Eleonora van Toledo, (van achter gezien) 1522 – 1562.
Haar kapsel en hoofdbedekking, de parelsnoer rond haar hals.
Die zien er als volgt uit:

Isabelle de Borchgrave, Eleonora van Toledo, haardracht.

Het schilderij dat als uitgangspunt is gebruikt: Agnolo Bronzino, Eleonore van Toledo
en haar zoon Giovanni, 1545.
Sommige van haar creaties zijn erg groot:

Een slechte foto van Johannes VII Palaeologus, keizer van het Byzantijnse rijk.
Gaat het zien in het Breda’s Museum.
Prachtige bos bloemen
Vandaag kreeg ik op mijn laatste dag
van de klant een prachtige bos bloemen.
Dat vind ik natuurlijk geweldig en daarom deel ik die hier.
Er zat ook een kaart bij maar die is prive.


Crowdfunding
In Rome is er een klooster met een cel waarin St. Franciscus verbleef
toen hij in Rome was om de paus te vragen goedkeuring te geven
aan de Fransiscaanse leefregel.
Die cel is in een slechte conditie.
Daarom is er een crowdfunding actie opgestart om geld bij elkaar te brengen
voor de restoratie van de cel.

Dit is een blik in de cell.

De cel van Sint Fransiscus is gelegen op de eerste verdieping van de kerk en het klooster van ‘San Francesco a Ripa’.
De crowdfunding actie is opgezet via Kickstarter en kan hier gevonden worden:
Gezien: The Grand Budapest Hotel
De hoofdrolspeler van de film die ik vrijdagavond zag,
is toevallig de regiseur van de film die ik maandagavond zag.
Ralph Fiennes.
Maar dat heeft eigenlijk niets met de film te maken.
Het is een vreemde film, een apart verhaal, vol humor.
Bijzondere karakters en op eigen wijze gefilmd.

Het deed me nog het meest denken aan een opera.
Als je een opera vergelijkt met een toneelstuk, bekruipt je
misschien ook dat ongemakkelijke gevoel.
Ik beide kunstvormen heb je te maken met rekwisieten, toneelspelers,
een verhaal, vaak een verhaal naar het leven, maar niet altijd.
Een decor, belichting, kleding enz.
Maar toch is een opera anders, statischer. Minder natuurgetrouw.
Soms directer als het om de thema’s gaat. Verstild. Ingedikt.
Vergelijk je The Grand Budapest Hotel met andere films dan merk je
dat er ook iets aan de hand is.
Het lijkt een vertelling over een hotel maar er is iets mis.
Dat maakt je als toeschouwer scherp, je wilt steeds maar weer
begrijpen hoe het zit. Wat is de bedoeling.
Intssen ga je via een slalom, een skischans en een bobbaan
door het verhaal.

Misschien wel de bendste foto van de film. Ralph Fiennes, Tilda Swinton, Tony Revolori en Paul Schlase in The Grand Budapest Hotel in de rollen van M. Gustave, Madame D., Zero en de Liftboy

De eigenaresse van Boy with apple: Tilda Swinton als Madame D.
Het schilderij ‘Boy with apple’bestaat in werkelijkheid niet.
Het zou geschilderd zijn door Johannes Van Hoytl the Younger.
Een bestaand werk van Egon Schiele verliest het leven in de film.
Nog even gaan eten…..
Komende week werk ik voor het laatst voor de klant
waar ik de afgelopen 2 jaar gewerkt heb.
Om nog even terug te kijken op die tijd
zijn we gaan eten bij Koh-I-Noor in Amsterdam.

Heerlijk Indiaas eten, mild of liever heet? Kan allemaal!
Een van mijn collega’s is naast zijn automatiseringswerk
ook nog brouwer: Van de Streek Bier is de naam van de brouwerij
die hij samen met zijn broer runt.
Van hem kreeg ik een kratje Van de Streek bier.
Twee flesjes waren van de Hop Art serie. Nummer 2.
Een IPA: India Pale Ale

India Pale Ale is een biersoort die nogal in de mode is op het moment.
Volgens Wikipedia:
Het bier werd voor het eerst gebrouwen in Engeland in de 19e eeuw en was bestemd voor de Londense markt.
De naam India Pale Ale werd al gebruikt in een advertentie in de Liverpool Mercury, gepubliceerd op 30 januari 1835. Waarschijnlijk werd deze bierstijl voordien aangeduid als pale ale as prepared for India, India Ale, pale India ale of pale export India Ale. Hiervoor zijn echter weinig bewijzen te vinden en in de meeste gevallen sprak men enkel van Pale Ale.
Even extra aandacht voor het etiket. Dat is ontwikkeld in het kader
van het project Hop Art.
Het tweede etiket in deze serie siert de IPA van Van de Streek Bier:


Het was een erg leuke avond en ik heb nu nog een aantal flesjes
die er voor gaan zorgen dat ik er nog met regelmaat aan terug kan denken.
Wonen in de binnenstad, is dat nou leuk?
De titel van deze blog is een vraag die ik zo af en toe krijg.
Voor alle duidelijkheid:
wonen in de binnenstad is geweldig!
Afgelopen maandag liep ik terug naar huis
nadat ik naar de film was geweest:
The Invisible Woman.
Ik liep door de Catharinastraat en in de Waalse Kerk
was een koor aan het repeteren:
stukken uit de Matthaus Passion klonken in de straat.
Prachtig!
Gisteravond ging ik kijken naar The Grand Budapest Hotel.
Maar ik stapte in een heel andere surrealistische wereld.
Die van een staking met een frietkraam, selfis en een tent met housemuziek.

Stakingsactie van het Casinopersoneel.


Het was er erg gezellig. Ik had zowat zin om aan te schuiven.
De vrouw blijft uit beeld
Afgelopen maandagavond ben ik naar een Boek in Beeld
voorstelling geweest in het Chasse Theater in Breda.
De voorstelling betrof de film ‘The Invisible Woman’.
Nee, geen actiefilm over een nieuwe superheldin
maar een film over een van de vrouwen in het leven van
Charles Dickens.
‘De grootste Engelse schrijver na Shakespeare’, Charles dickens
had een vreemde relatie met vrouwen.
Vier vrouwen spelen een bijzondere rol in zijn leven.
In zijn boeken komen die vreemde, engelachtige wezens terug.
Dickens idealiseerde vrouwen tot engelen, haast een andere soort.
Mooi, niet slim, eerder kinderlijk maar tegelijkertijd verheven.
In zijn persoonlijk leven leverde dit wat problemen op.
Zo was zijn eerste liefde een onbereikbare dochter
van een bankier, die hem lang aan het lijntje hield
en uiteindelijk afwees (Maria Beadnell).
Een andere ‘Engel’ was zijn schoonzus die deel uitmaakte van
zijn gezin en heel plotseling stierf (Mary Hogarth).
Met zijn vrouw had Dickens 10 kinderen maar het huwelijk (22 jaar)
was niet gelukkig.
Het leidde uiteindelijk tot een financiële regeling,
een scheiding van tafel en bed.
Een werkelijke scheiding was in die tijd onmogelijk.

Nummer vier is de vrouw waar de film over gaat: Ellen Lawless Ternan.
Bewezen details van de relatie zijn schaars.
Maar velen herkennen haar in bijvoorbeeld Estella (uit Great Expectations).
De gespannen relatie tussen Pip en Estella en de uiteindelijk
onbeantwoorde liefde (in het originele einde van het boek, voor de uiteindelijk
uitgegeven versie herschreef Dickens het einde in een happy ending),
krijgen belangrijke plaatsen in de film.
Een van de biografen van Dickens; Claire Tomalin,
schreef een boek over die relatie met ellen Ternan: ‘The Invisible Woman’.
Mooi aan de film naar dit boek, is dat de film grotendeels vanuit
het standpunt van Ellen gemaakt is.
De maker van de film, Ralph Fiennes, slaagt er erg goed in
schijnbaar onrijmbare zaken te laten samenvloeien
tot een goed lopend en geloofwaardig verhaal.
Natuurlijk een verhaal met prachtige kostuums, in prachtige landschappen,
met mooie huizen en de gruwelijke levensomstandigheden
voor de lagere sociale klassen van die tijd (BBC!).
Trivia:
What’s in a name.
De tweede naam van Ellen is Lawless.
Letterlijk betekent dit ‘zonder wet’.
De Ellen in film is dat juist niet, ze is zich erg bewust
van de conventies, de wetten, die gelden in de samenleving
waarin zij en Dickens moeten leven en die
een relatie van haar met een getrouwde vader van 10 kinderen
nooit zou accepteren.
De film is binnenkort in de theaters te zien.
Kunstkoning
Het Dordrechts Museum heeft een schitterende tentoonstelling
over de verzameling van Koning Willem II.
Ik ben er vandaag geweest.
In Dordrecht was gelijkertijd een open aterlier route.
Erg druk dus (te druk).
Een paar indrukken.

Deze rij was nog kort. Later ontstonden er ook rijen voor de ruimtes van de tentoonstelling.


Toegangskaart.

Bernard van Orley, Maria en kind, circa 1520.

Alleen al voor deze Rembrandt zou je al gaan. Man in Oosterse kledij, 1632.

Ook het tweeluik van Quinten Massijs mag er zijn. Twee prachtige luiken. Christus heeft een fascinerende wereldbol in zijn hand. Hij lijkt van glas met daarin huizen. Om het glas gouden banden met bovenop een kruis.
Quinten Massijs, Tweeluik met Christus en Maria, circa 1500 – 1550. Zie voor het hele werk: Dordechts Museum.

Detail.
In een voormalige kerk, ook in de museumstraat zag ik werk van Sarena Huizinga.
Erg de moeite waard:




Sarena Huizinga.
Toots Tielemans

Bye Toots! Tot zover: Dank je wel!
Afgelopen week maakte het management van Toots Tielemans bekend dat hij al zijn concerten afgezegd heeft en met onmiddelijke ingang stopt met optreden.
Collignon maakt daarover afgelopen zaterdag in De Volkskrant deze prachtige tekening.
Voor sommige is de lente al begonnen

Bij ons in de tuin.

De voorbereidingen van het nest zijn in volle gang.
