Ben nog even door de binnenstad van Breda gelopen.
Oranje zal iets bescheidener zijn dan andere jaren maar
laten we wel wezen, het lijkt erop dat het weer
niet gaat meewerken.
Kasteelplein / Valkenberg.
Havermarkt.
Via een andere blog (Woest en vredig) kwam ik op het spoor van de web site
Art UK (Art UK). Deze web site probeert
alle kunstwerken in Engelse collecties beschikbaar te maken via Internet.
Ik dacht: wat hebben ze in Engeland over Breda.
Hier een samenvatting.
Het begint met een onduidelijk verband met Breda.
De achternaam lijkt naar Breda te verwijzen maar het fijne krijg ik
niet boven water.
Carl Fredrik von Breda (1759–1818), Zweeds, Portret van James Watt (1736–1819), 1792, Science Museum
Wikipedia:
Op de Nederlandse pagina over Carl Fredrik von Breda lees je:
Carl Frederic von Breda (Stockholm, 16 augustus 1759 – aldaar, 1 december 1818) was een Zweeds kunstschilder die vooral bekend is omwille van zijn portretten, onder andere van het Zweeds koninklijk huis.
Von Breda’s achternaam doet een verband vermoeden met de Nederlandse stad Breda. Von Breda’s overgrootvader Pieter was naar Stockholm geëmigreerd rond 1670.
In Groot-Brittannië kwam von Breda in aanraking met het werk van grote schilders en had hij de mogelijkheid om te studeren bij Joshua Reynolds. Deze had veel invloed op von Breda’s stijl en, via von Breda, op vele Zweedse portretschilders na hem.
De Engelse Wikipedie geeft iets meer informatie over de afkomst:
Breda’s great-grandfather Pieter emigrated to Stockholm around the year 1670 from the Netherlands. The “von Breda” family name seems to indicate a connection with the city of Breda. Von is not a Dutch preposition, but in the Nordic countries, this originally German preposition has occasionally been used as a part of names of ennobled families of native or foreign, but non-German, origin.
Een schilderij van een varken met de naam Breda.
Niet de naam van het varken maar van het schilderij.
Diarmuid Delargy (b.1958), Breda, 1990, oil on canvas, Arts Council Collection, Southbank Centre.
Over de schilder vond ik het volgende:
Diarmuid Delargy was born in Belfast in 1958 and is the twin brother of Fergus Delargy. He studied at the University of Ulster and the Slade School of Fine Art in London, from which he obtained an MA in 1983.
As a printmaker Delargy has few equals in the province, in an art form that has often been associated with sweet images of pastoral retreat. The marks of his drawing technique never find fixed, formal, definitions, but are always in a swirling search for an allusive presence that leaves traces of where they have been.
An interest in animals extends from childhood experiences in rural County Antrim. The horse is used as a symbol of freedom and the Utopian ideal. Not so the pig, often depicted exposed on the land as crude victim.
Delargy worked in Berlin in the ‘Artists’ Union’ workshop and was printmaker-in-residence at the Arts Council of Northern Ireland in 1988. He has had solo shows at the Orchard Gallery, Derry, the Fenderesky Gallery, Belfast, and the Taylor Galleries, Dublin. He has participated in numerous internationally toured group shows.
Deze informatie vond ik op de volgende web site Diarmuid Delargy
Van de kunstenaar Gerard van der Heijden kan ik op internet niet veel vinden.
Wel zie ik dat hij een tijd in en in de buurt van Breda gewoond heeft:
Geboren in Londen (Engeland) en daar gewoond tot 1894,
dan woont hij tot 1902 in Boxtel,
daarna tot 1904 in Teteringen (Breda),
tot 1928 vervolgens in Breda,
dan in Roosendaal en Nispen (Roosendaal) tot 1929,
vervolgens in Cuijk tot 1932, in Neerpelt tot 1937,
en als laatste in Sint-Oedenrode.
Gerard van der Heijden (1864–1939), The Cathedral, Breda, The Netherlands, Doncaster Museum and Art Gallery, oil on canvas, gift from Dr E. K. Graftdyck, 1973.
Volgens mij zie je links op de voorgrond
een van de torens van het Spanjaardsgat.
De Grote Toren staat dan centraal op het schilderij.
Met een kleine knik naar rechts, de toren ziet
er ieler uit dan in werkelijkheid.
Een Vlaamse kunstenaar met in zijn naam ‘Breda’.
Jan Pieter van Bredael (1683–1735), Cavalry engagement against the Turks, with a church in the background, Victoria and Albert Museum
Een heel interessant werk: De Overgave van Breda.
Het origineelis van Velasques en voor de stad Breda een belangrijk wer.
Zo zal een andere kopie in het nieuwe Stedelijk Museum Breda te zien zijn.
Daar las ik onlangs het volgende over:
Lanzas
In museumcafé Lanzas zie je straks het enorme schilderij De Overgave van Breda van Velázquez. Niet het origineel – dat hangt in het Prado – maar een kopie die werd gemaakt door Kees Maks. In 1903 werkte hij acht maanden in Madrid om dit meesterwerk na te schilderen. Vanwege de vele lanzen wordt De Overgave van Breda ook Las Lanzas genoemd.
John Phillip (1817–1867), The Surrender of Breda (after Diego Velázquez), c.1860, Royal Scottish Academy of Art & Architecture
Wikipedia:
John Phillip (April 19, 1817–1867) was a Victorian era Scottish painter best known for his portrayals
of Spanish life.
He started painting these studies after a trip to Spain in 1851. He was nicknamed “Spanish Phillip”.
Born into a poor family in Aberdeen in Scotland, Phillip’s artistic talent was recognised at an early age.
Lord Panmure paid for Phillip to become the student of Thomas Musgrave Joy in London briefly in 1836.
His education at the Royal Academy of Arts was paid for by Panmure.
While at the academy, Phillip became a member of The Clique, a group of aspirant artists organised by Richard Dadd.
The Clique identified as followers of William Hogarth and David Wilkie.
Phillip’s own career was to follow that of fellow-Scot Wilkie very closely,
beginning with carefully detailed paintings depicting the lives of Scottish crofters.
He moved on to much more broadly painted scenes of Spanish life influenced by Bartolomé Esteban Murillo
and Diego Velázquez.
Phillip’s early works tended to depict pious Scots families.
In 1851 he visited Spain, after he was advised to travel to southern Europe for his health.
Thereafter he concentrated on Spanish subjects.
The first of these, The Letter Writer, Seville, displayed the influence of Pre-Raphaelitism, a movement he had previously opposed, along with most other members of The Clique, despite his friendship with Millais, one of its leaders.
He was so influenced by his travels that he advised other artists to do the same.
Some artists, such as Edwin Long, took this advice and were similarly inspired.
In the late 1850s and 1860s Phillip’s style became much broader and more painterly, in line with Millais’s late work.
Phillip’s two most important paintings in these years were The Early Career of Murillo (1864) and La Gloria (1865, National Gallery of Scotland).
The first depicted the young Murillo drawing his art from Spanish street-life; the second portrayed a Spanish wake for a dead child.
Phillip was commissioned to paint the wedding in 1858 of Victoria, Princess Royal to Prince Frederick William of Prussia, later German Emperor Frederick III.
Phillip married Richard Dadd’s sister.
Like her brother she became insane.
Phillip died of a stroke while visiting William Powell Frith in Kensington.
Phillip’s self-portrait, The Evil Eye, commissioned by his close friend Patrick Allan-Fraser, is in Hospitalfield House in Arbroath, along with portraits of other members of The Clique.
Een persoon die niets met Breda te maken heeft.
Alleen in zijn achternaam zit het woord ‘Breda’.
Peeter van Bredael (1629 – 1719), Market Scene with a Harlequin, Colchester and Ipswich Museums Service. Gift from Mussenden Leathes (Mussenden Leathes is een Engelse familienaam).
Alles bij elkaar een heel interessante set werken.
Deze grond werd op 22 maart 1267 door de Heer van Breda in eigendom gegeven aan de begijnen voor realisatie van een begijnhof met eigen kerk en begraafplaats.
Dit hof verhuisde in 1535 op verzoek van Hendrik III van Nassau naar de huidige locatie aan de Catharinastraat.
Onthuld door Gen-maj. N. Geerts, 22 maart 2017.
De onthulling van dit plakaat was even aan mijn aandacht ontsnapt.
Daarom dat ik dit vandaag even recht zet.
Gisteren was de feestelijke opening van de tentoonstelling
Blikvangers in het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur.
De openingshandeling werd verricht door:
mevr. H. van Rijnbach-de Groot, Wietske Lute en Gioia Smid.
Dat ging als volgt:
Daarmee zijn vanaf vandaag bezoekers meer dan welkom! Met op de achtergrond Pim en Pom.
En vandaag ben ik in het pop-up museum gaan kijken.
Ik maakte er de volgende foto’s:
St. Josephschool maakt kunst voor het museum.
Ik zag er een hele serie grote figuren zoals dit duiveltje.
Een serie kijkdozen zoals deze over Marokko.
Of deze moderne skyline met reclame.
Een serie ingekleurde foto’s. De originele foto’s bevinden zich in het Breda’s Museum dat op dit moment fuseert met Moti.
Series portretten.
Sommige kunstwerken waren heel groot zoals de superheld die uit het raam komt.
Gelukkig heb ik mijn foto’s kunnen maken
voordat de regen er met bakken uit de hemel kwam.
Cafe Biljart Meej Maote.
Sjassee.
Pijler van de Hoge Brug.
Grote Toren.
Een paar wagens in zijn totaal.
Deze stonden dit jaar opgesteld op de Nieuwe Haagdijk.
Grote Toren.
Hoepel op.
Hoepel op.
Rustende ridder.
Prei.
Na 63 jaor lope in de maot z’n we nu aan winnetou.
Na 63 jaor lope in de maot z’n we nu aan winnetou.
De tent van Winnetou
Na 63 jaor lope in de maot z’n we nu aan winnetou.
Venetie in Brabant.
Ok de vromste vrouwe kunne de maot nie ‘ouwe.
De begijnen bereiden zich voor op de optocht.
Het begijnhof moet in de verkoop vanwege maotje te klein.
Hier wordt een heel begijnhof afgeladen.
Zomaar een gevel van het begijnhof.
En hier een kopse kant.
Virtjoel riejelletie. Ik zie, ik zie wadde gij nie ziet.
Prison escape.
Prins Carnaval.
BCV: Begijnse Carnavals Viering.
Dakkapel.
Brouwerij de drie begijntjes.
Brouwerij de drie begijntjes.
Brouwerij de drie begijntjes.
B-gein bier.
NAC telt nog steeds mee.
Dun 2.0 pastor.
Ze lopen nog steeds warm voor de optocht. Dat soort optimisme was vandaag hard nodig. Volhouden!
De Coopjesjagers kunne gin maot ‘ouwe.
We kunne gin maot ‘ouwe: obesitas.
Breda kleurt Zen.
Geve bos hout loopt illegaal mee met de optocht.
Verkeerde maot.
Flower Power.
Heel mooi!
Geen Trump te zien.
Ik was er in ieder geval op tijd bij. Het weer is niet gewelding maar het is niet koud en droog!
De kleding snap ik niet bij het thema (Kunde Maot ‘Ouwe?) maar de kleding en schmink zijn gewoon erg leuk.
Veel muziek, dirigenten maat houden met eten en drinken, en haring.
Dirigent.
Nog een dirigent.
Wie windt ons op?
De gebroeders Trump zonder masker.
Maotjes Haring.
Super Maot.
Ze kunne gin maot ouwe.
Ma Touw en Pa Touw.
De gebroeders Trump met masker.
Ze kunne gin maot ouwe want slaon nerregus op.
Van het station naar huis zie ik maar een klein stukje van Breda
maar vanavond zag ik op twee plaatsen stormschade.
Bij de cadettenflat lag er op de bovenste verdieping een ruit uit.
Hier en daar leek nog een stuk glas in de sponning te zitten.
Twee cadetten attendeerden voorbijgangers erop niet te dicht
langs de flat te lopen (op het Kasteelplein).
Of iemand het raam had geopend en de wind onderschat heeft
of dat er iets anders was weet ik niet.
In het park lag een flink stuk van een van de bomen zomaar
op het pad:
Boom deels geknapt in het Valkenberg in Breda.
Het lijkt erop alsof de plaats waar de tak en de stam verbonden waren, niet helemaal ongeschonden was op het moment dat de storm vandaag begon. Maar toch jammer.
Los van al het geschreeuw van sommige politici en bange burgers
in het vluchtelingendebat, ontroeren de volgende foto’s mij.
De FutureDome in Breda was eerder De Koepel in Breda en
een tijd lang ook AZC.
Los van wat je vindt van het vluchtelingenbeleid in Nederland,
in Europa of waar dan ook, deze foto’s ontroeren.
De muren van het voormalige AZC spreken.
wie de schilderingen gemaakt hebben weet ik niet,
de namen zeggen me zo niets.
Maar de kleuren, de boodschap,…
Het Koepelcomplex in Breda ziet er anders uit
als het gesneeuwd heeft.
Omdat we niet zoveel sneeuw meer zien de laatste
jaren heb ik nog even de kans gegrepen.
Luchtplaats 4.
De grote buitenmuur.
Een bushalte (?) tussen de verschillende gebouwen in het complex.
In de verte de koepel. Dit hoort allemaal bij het Koepelcomplex/FutureDome.
Achter de muur de gebouwen van het Chasseveld. De UWV zit daar nu bijvoorbeeld.
Zo ziet het er wel erg somber uit.
Vandaag zijn al mijn handzet-, drukkerij en boekbindspullen
verhuisd naar mijn nieuwe locatie in de FutureDome.
Het is een hobbyruimte dus ik heb maar een paar vierkante meter
maar precies goed voor mij.
Vaste bezoekers van mijn weblog herkennen vast
een paar dingen die op de volgende foto te zien zijn:
Hobby handzet-, druk- en boekbindwerkplaats de Argusvlinder. De foto is vanuit de gang en door het raam gemaakt (vandaar de schittering op de foto). Vanaf morgen ga ik een tafel maken voor deze ruimte.
Het Breda’s Museum wordt samengevoegd met Moti.
Volgens mij het failliet van de plannen rond Breda Grafiekstad.
Maar het is een economische en politieke realiteit
die velen vanaf het begin hebben zien aankomen.
Lastig is dan nu de pijnlijke samenvoeging waar
iedereen in de pers, tegen beter weten in, luchtig
over doet. Vooral pijnlijk voor het Breda’s Museum.
De verzameling Bredase kunst en historische stukken
zullen het met een veel, veel kleinere ruimte moeten doen.
Ik ben een liefhebber van grafiek maar wat heeft de
reconstructie van het Turfschip of het werk van
Petrus van Schendel of Teun Hocks te maken met
letterontwerp en pagina-opmaak?
Vandaag nog een laatste keer gaan kijken en wat op de foto
vastgelegd want wanneer krijgen we het weer te zien?
Overigens is het museum nog open tot eind van dit jaar.
Er zijn drie tentoonstellingen: een van fotografie,
de toepstukken en de historische tentoonstelling.
Ik ging door alle drie:
Robin de Puy, Jan.
Vanwege de symboliek voor mij de mooiste foto uit de serie Jan.
Indruk van een van de ruimtes boven.
‘Inpakken en….’ is de tweede tentoonstelling. Dit is een serie topstukken van het museum maar naar mijn gevoel ontbreken er een hele hoop. De teksten zijn leuk opgemaakt als verzendlabels.
Links en rechts staan de kisten al klaar voor de verhuis.
Teun Hocks, Geest uit de fles, 1983 – 1984, papier.
Een schildering die een indruk geeft van de activiteiten van de Teolin. Een voormalige lakkenfabriek in Breda.
Dan is er ook dit drieluik te zien van Dio Rovers, De Vlucht.
Het linkerpaneel.
Het midden.
Het rechterpaneel.
Bij de historische stukken is ook het Turfschip te zien. Je kunt onderin de soldaten zien zitten.
Anoniem, Justinus van Nassau, 1600 – 1700, olieverf op paneel.
Mijn laatste toegangsbewijs.