Voor elf uur was het verdacht stil in het Kielegat.
Kasteelplein.
De Grote Markt.
Reigerstraat.
Havermarkt.
Dan als laatste de Haven.
Ondanks de regen zat de sfeer er goed in.
De sfeer was naar mijn idee heel positief.
De foto’s zijn tussen 19:00 – 20:00 uur gemaakt.
Kielegat, Kasteelplein.
Kasteelplein, foodtrucks.
Café de Beyerd in de Boshstraat: Toeten noch blazen.
De feesttent op het Chasséveld leek gesloten of nog niet open.
Veemarktstraat.
Grote Markt, zuid.
Grote Markt, midden.
In de St. Annastraat was een mobiele biechtstoel.
Het zal eens niet zijn. Dat zal voor een aantal mensen heel vervelend zijn.
Kasteelplein, zuid.
Grote Markt, noord. Dat is de kant van de Reigerstraat.
Het zicht op de Havermarkt vanuit de Reigerstraat.
Foodtrucks Kasteelplein.
De afgelopen dagen las ik het mooie stripverhaal van
Manuele Fior ‘Hypericon’.
De omslag van het album vertelt het al helemaal: de benen van een vrouw, de plattegrond van Berlijn, een mok met het oog van Horus, gele bloemen (Hypericum perforatum) en een opengeslagen boek van Howard Carter ‘The tomb of Tutanckhamun’.
Schijnbaar moeiteloos vlecht Fior 1924 (de ontdekking van het
graf van Toetanchamon) met 2001 (de aanslag op de Twin Towers
in New York) en het punk milieu in Berlijn.
Dat gaat met mooie (ingekleurde) tekeningen.
Egypte.
Berlijn.
New York.
Maar hoe zit dat nou met de Hypericum perforatum.
Fior beweert dat in een van de bloemenkransen gevonden op de
mummie van Toetanchamon deze bloem gevonden is.
Manuele Fior ‘Hypericon’, pagina 138.
De laatste twee tekeningen lijken overeen te komen met de
foto van Harry Burton:
Howard Carter, The tomb of Tutanckhamun, foto gemaakt door Harry Burton (vergelijk met Burton photograph 0709 of 0658), opgenomen in de versie die verscheen in London, uitgegevendoor The Folio Society in 2013. De foto is uit de 2e druk en vind je tussen de pagina’s 204 – 205. Het is plate XXIX. De foto is ook op internet te vinden.
Probleem, geen groot probleem, maar toch, is dat in de beschrijving
in appendix C (Report on the floral wreaths found in the coffins
of Tutankhamun) op pagina 363 gesproken wordt over blaadjes van de
olijf, bloemblaadjes van de blauwe waterlelie en bloemen van de
korenbloem. De ‘Hypericum perforatum’ wordt niet genoemd.
Ook op internet vond ik geen verwijzing naar een relatie tussen
Hypericum perforatum en grafkransen in Egypte. Homeopatische
middelen met Hypericum perforatum tegen oa depressie zijn
er in overvloed. Jammer, het was zo’n mooie verbinding.
Overigens is de uitgave van The Folio Society een prachtige.
De versie komt in een prachtige doos. Howard Carter, The tomb of Tutanckhamun, London, The Folio Society, 2013, 2e druk 2014. Engelstalig.
In de doos tref je twee boeken aan. Een met de tekst van onder andere Howard Carter uit 1924-1927 en foto’s waarvan het grootste deel van Harry Burton die voor de hele looptijd van de expeditie de fotograaf was. Details over zijn werk zijn bijvoorbeeld te vinden op Wikipedia.
Met speciale schutbladen met een foto van het vergrendelde graf (Harry Burton).
De toegang tot het graf dat tijdens de opgraving werd afgesloten met een hek. Je ziet dit beeld ook terug in het stripverhaal (pagina 83 waar het een begin is van het overschakelen naar Berlijn op pagina 84).
Ook deze schets van de plattegrond komt in het stripverhaal een paar keer terug. De schets ‘ontwikkelt’ zich tijdens het verhaal als illustratie van de voortgang in de opgravingen.
Dit stripverhaal kan ik zeker aanraden.
Misschien wel het meest aandoenlijke voorwerp op de tentoonstelling.
Een houten lader die in een waterput is teruggevonden.
Een lader van mogelijk meer dan 1000 jaar oud!
Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, Het jaar 1000, Ladder met vijf sporten uit een waterput, 986 – 1020, essenhout, Maasdijk.
De tentoonstelling toont een aantal restanten van oude (Viking) schepen. Maar dat er nog restanden zijn van een boomstamkano uit ongeveer 900. Gevonden in Zeewolde.
De nadruk in dit bericht zal vooral op de munten liggen.
Je ziet die afbeeldingen van Keizers en Koningen wel eens in boeken,
maar in Leiden kun je ze in werkelijkheid zien.
Schat na schat. Prachtig.
Schat met 193 denarii (denarii is meervoud voor denarius) en een vingerring, 900 – 911, zilver, Midlum (bij Harlingen in Friesland).
Zilverkleurige, spiegelende kaartjes met toelichtingen doen het niet goed op foto’s. Zeker niet als er ook nog schaduwen op vallen. Heb dit kaartje zoveel mogelijk leesbaar gemaakt.
Schat met 29 penningen van onder andere Otto en Bruno, geslagen in Tiel of Nijmegen, 936 – 975, zilver, Grave.
Helaas geeft het RMO vooral publieksboeken uit bij hun tentoonstellingen. Misschien lezen die wel beter weg dan een catalogus die ieder voorwerp op de tentoonstelling beschrijft maar als naslagwerk is zo’n publieksboek van beperkte waarde.
Maar wie nou op welke munt staat kan ik thuis moeilijk achterhalen. Neemt niet weg dat de munten heel leuk zijn om te zien.
Volgens mij is dit Bisschop Koenaard van Zwaben, 1076 – 1099. Bisschoppen hadden in die tijd zowel kerkelijke als wereldlijke macht.
Het jaartal lijkt een beetje willekeurig gekozen maar
de toelichting in de 4-delige podcast en op de
tentoonstelling overtuigd.
Veel voorwerk met een nauwkeurigere datering van de stukken
dan een tijdvak op ‘stijlkenmerken’, leidde tot een
prachtige tentoonstelling.
De vier delen van de podcast verlopen een beetje stroef maar
ze ijn wel informatief. De twee aanvullende podcasts (deel
5en 6) zijn erg dun qua inhoud. Marketing-dun. Je zou zeggen:
‘dat heeft zo’n tentoonstelling toch niet nodig’.
Rijksmuseum van Oudheden, Kistje met vlechtwerk en dieren, Maastricht, Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek, 1000 – 1100, ivoor.
De strukken in de eerste vitrine maken meteen veel indruk. Jachthoorn ‘Olifant’ met jachtscenes en vlechtwerk uit de Mariakerk in Utrecht, 1000 – 1100, ivoor, gemaakt in Zuid Italie. Direct valt je ook niet alleen op de mooie stukken maar ook op de internationale dimensie.
Reliekhoorn met beslag met dieren en maskers, Maastricht, Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, 900 – 1000, runderhoorn en zilver (Uiteindes zijn uit de 19e eeuw).
Fragmenten textiel met leeuwen uit de ‘Noodkist’met de botten van Sint Servaas, 900 – 1000, gemaakt van zijde in Centraal Azië.
De tentoonstelling gaat je versteld doen staan.
Ga kijken, de tentoonstelling duurt extra lang.
Of hoe deze blog in het oog om de volgende afleveringen
bij te kunnen houden.
Misschien beter bekend als de KMA aan het Kasteelplein.
Als je naar je zin een te klein café hebt, zet je alles gewoon buiten. De gemeente ruimt het wel op.
Er is blijkbaar veel meer nodig dan pontons en een tent.
Binnen in de café’s is het versieren al begonnen.
St. Janstraat, carnavalvoorbereiding.
Carnavalvoorbereiding, Grote Markt.
Kerkplein.
Havermarkt.
Kasteelplein, foutje?
Geregelde bezoekers weten dat ik iets heb met het begrip ‘toeval’.
Vorige week bestelde ik een boekje.
Gisteren zag ik, terwijl ik ergens naar toe ging, dat er een envelop
in de brievenbus lag. Maar die liet ik liggen en later,
bij thuiskomst dacht ik niet meer aan die brief.
Vandaag zag ik hem opnieuw en nam hem wel mee naar binnen.
Ik had wel een idee wat in de envelop zat.
Nadat de envelop geopend was zag ik dat het inderdaad om het
betreffende boekje ging.
Het in een Kronkel van Simon Carmiggelt.
De Kronkel gaat over het ‘echte’ Amsterdam en de centrale figuur
in het verhaal is Jan Van Musscher, beter bekend als
Johnny Jordaan.
Toevel (!) wil dat het vandaag 7 februari 2024 is en dat
Johnny Jordaan 7 februari 1924 is geboren,
Voor wie Johnny Jordaan niet kent: hij was een frappante en in sommige fasesvan zijn loopbaan een treurige volkszanger. Maar een waar hele volksstammen een voorbeeld aan kunnen nemen. Carmiggelt was blijkbaar een liefhebber van de eerlijkheid en het grote hart. De foto op de omslag toont Johnny Jordaan in zijn karakteristieke pose.
Het boekje is een uitgave van de Carmiggeltvrienden.
Gedrukt in kleine oplage. Met zorg opgemaakt en gerealiseerd.
Met veel plezier gelezen.
Het bekende ‘Geef mij maar Amsterdam’ heeft hij vaak en op
geheel eigen wijze gezongen en voorgedragen.
Leuk boekje.
Johnny Jordaan met een voorwoord van Carmiggelvriend Ruud Broens en de kronkel ‘Mokum’ van Simon Carmiggelt over de vertolker van het Jordaanse lied.
De afgelopen week zijn een paar foto’s tussen de boeken,
de fresco’s en de operavoorstellingen vergeten geraakt.
Een korte inhaalslag.
De voortdurende graafwerkzaamheden aan de Verlengde Mark in Breda.
De verkeersdrukte op de Grote Markt in Breda.
De steigers tegen de Grote Kerk.
Het netwerk van Nederland ontrolt zich. Markendaalseweg.
Breda, Karnemelkstraat.
Breda, St Janstraat met verder op de Ridderstraat met Barones.
Met dit bericht sluit ik mijn serie van indrukken van de
tentoonstelling ‘Gordel van papier’ af.
Het vorige bericht eindigde met dezelfde titel als waarmee
dit bericht begint.
Gordel van papier in het Huis van het Boek in Den Haag. Imam Soepardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, Surabaja, Pustaka Nasional, circa 1948.
Tjantrik Mataram, Peranan Ramalan Djojobojo dalam revolusi kita, Bandung, Masa Baru, 1950.
Bijna afsluiten met Paulus de Boskabouter is dan een verrassing. Die had ik niet op deze tentoonstelling verwacht. Jean Dulieu, Reksosiswolo en rusil, Pengalaman pak kerdil dengan si manis, Djakarta, etc. Penerbitan dan Balai Buku Indonesia (De Moderne Boekhandel Indonesia), 1952.
Het laatste boek is dan zowat het boek waarmee ik ook begon:
Op de tentoonstelling is ook ruimte voor de eigen creativiteit:
Bij veel zaken hoor je dat je het getoonde niet thuis mag proberen. Maar voor dit geldt dat je het naschrijven/tekenen van de prachtige letters zowel op de tentoonstelling als thuis kunt doen.
In een van de grote paleizen die op mij de indruk van een vesting maken
is een kapel te zien van de Medici-familie. De kapel is helemaal
ingericht rond het thema Kerstmis.
Met een kerstscene als altaarstuk en de overige drie wanden
gevuld met de drie koningen die onderweg zijn van Jeruzalem
naar Bethlehem.
Die stoet van koningen met allerlei mensen die hen begeleiden
is een voorstelling die het midden houdt tussen een jachtpartij
en een processie.
Tussen al die mensen zijn de gelaatstrekken van de Medici zichtbaar
samen met een groot aantal tijdgenoten. Zie ons eens onderweg zijn!
Filippo Lippi, Adoration in the forest (copy), 1459. Deze uitvoering is een kopie. Het origineel is in Berlijn. Maar dit is de gebeurtenis die centraal staat bij Kerstmis: de geboorte van Christus en de presentatie van het kind aan de wereld in de vorm van herders en koningen.
De herders zijn in de kapel ook aanwezig. Benozzo Gozzoli schildert van hen in dit smalle deel van de kapel. Het paleis waarin de kapel zich bevindt is een ontwerp van Michelozzo waarvan in een eerder bericht de bibliotheek te zien was.
Florence, Palazzo Medici Riccardi, architect Michelozzo, schilder van de fresco’s is Benozzo Gozzoli. De fresco’s zijn rond 1459 afgerond. The Magi Chapel, Caspar (waarvoor waarschijnlijk Lorenzo il Magnifico model stond).
Direct achter de koning Casper zien we twee heren met rode mutsen: Cosimo en Piero.
Balthasar.
In de fresco’s is ook plaats voor dieren. Zoals hier bij deze vijver.
De meeste vogels en ook de eens (is dat een vogel?) zijn volgens mij goed gelukt.
Zelf kan ik niet tekenen maar de kop van deze vogel is wel bijzonder.
Het engelenkoor. Een vast onderdeel van veel werken met een religieuze inslag.
Melchior op een ezel.
De kapel moet natuurlijk ook het succes van de Medici-dynastie uitstralen en daar hoort een plafond met veel goud bij. Of je het mooi vindt is waarschijnlijk een kwestie van smaak. Het ontwerp voor het plafond is van Michelozzo die voor de uitvoer van dergelijk werk vaker Pagno di Lapo Portigiano inzette.
De manier waarop de stoet zich haast door de berg heen werkt vind ik grappig.
Een page (bediende) in blauw met een luipaard. De persoon die hier afgebeeld is zou de heerser van nabijgelegen Lucca zijn.
Dat het er allemaal heel luxe uitziet lijkt me duidelijk. De ruimte is behoorlijk indrukwekkend. In september (20 september 2022) mocht je maar een paar minuten in de kapel zijn.
Al die verschillende kleuren herenmaillots vond ik grappig. Soms per been een andere kleur.
Gordel van papier in het Huis van het Boek in Den Haag. Balai Pustaka PN, Commissie voor de volkslectuur. Sri Poestaka was een tijdschrift om tegenwicht te geven tegen revolutionaire denkbeelden. Weltevreden, Balai Poestaka, 1919 – 1931.
Maleise syair (dat is een traditionele poëzievorm) in Arabisch schrift ter ere van het 25-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina, 1923.
Tan Malaka, Naar de ‘Republiek Indonesia’, Canton, 1925. De eerste vermelding van het begrip ‘Republiek Indonesia’ in boekvorm.
Ucee (Pseudoniem van Ulrich Coldenhoff), Het spookhuis van Tandjong-Priok, Weltevreden, G Kolff & Co, 1925.
Gewoon een leuke tekkel, leuk voor Harry Mulisch. Diet Kramer, Lodewijk de rattenvanger, Bandoeng, Vorkink, 1941.
J. Treffers, Schuim van goud, Batavia-centrum, G Kolff & Co, 1934.
Imam Soepardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, 1948.
Van de website van Huis van het Boek:
Imam Supardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, Pustaka Nasional Surabaia, c. 1948. Dit boek, waarvan de titel vertaald kan worden als: ‘Sukarno als Kokrosono’, verscheen tijdens de Indonesische Revolutie en was bedoeld als steun voor de Indonesische bevolking. Het verhaal van Kokrosono is afkomstig uit de Javaanse wajang. Kokrosono was de wettige erfgenaam van Mandura, dat werd geregeerd door de demon Kongso. Na een periode van kluizenaarschap keerde Kokrosono terug en slaagde hij erin om de demon te overwinnen.
Ook als je in Florence naar de uitgang vaneen museum loopt
kom je de meest onwaarschijnlijke kunst tegen.
Je valt steeds van de ene in de andere verbazing.
Het is ongelofelijk.
Toen ik de bibliotheek van Michelozzo di Bartolomeo Michelozzi
uit liep, liep ik weer langs een serie van cellen.
Sommige met, andere zonder decoratie.
Florence, Museo di San Marco, een cel. Bijvoorbeeld deze kerstvoorstelling. Deze keer niet met de herders of de drie koningen maar met Dominicus (vermoed ik). De stichter van de orde waarvoor dit klooster was.
Of anders deze heel serene Avé Maria of Annunciatie. Die vleugel van die engelen. Dat was me eerder nooit opgevallen. Zo kleurrijk.
Volgens Google translate zegt dit ons:
Due este di leone destinate al fregio del cornicione della cupola di
Santa Maria del Fiore
realizzato su uno degli otto lati da baccio d’agnolo entro il 1515Twee leeuwenkoppen bestemd voor de fries van de kroonlijst van de koepel van
Santa Maria del Fiore (de kathadraal van Florence)
gemaakt op een van de acht zijden door Baccio d’Agnolo in 1515
Die Baccio d’Agnolo was voor mij een onbekende.
Gelukkig is er Wikipedia.
Dan loop je de souvenirwinkel in en zie je dit grote fresco van een Laatste Avondmaal. Het heeft prachtige details. Vooral de vogels nodigen uit het eens goed te bekijken. Een paar details.
Een pauw en een aantal kleinere vogels.
De rand van het tafelkleed.
Wat kersen en een stuk brood.
Een laatste blik op de binnenplaats.
De dag verliep zoals iedere moderne dag: met app-jes:
Het theater informeert over verkeersproblemen en later zegt het de proloog af. Dat was wel jammer want toen ik mijn kaartje kocht was er wel sprake van de voorstelling en een introductie. Maar over een proloog werd niets gezegd. Pas in de mail, een dag voor de voorstelling werd gesproken over de proloog. Ik was nieuwsgierig maar dat werd meteen de grond in geboord.
De introductie was een inleiding op het verhaal van de opera, de quotes van Bach zoals die door de componist zijn gebruikt voor de muziek van de opera en de thematiek achter de voorstelling.
De voorstelling was ‘JS Bach- De Apocalyps’, een opera ontstaan in de samenwerking van de Bach Vereniging en Opera2Day.
Er is heel veel te vertellen over de opera. Dat is misschien voor mij ook meteen de conclusie: er werd heel veel verteld, misschien wel te veel.
Er is het verhaal over ‘mag/kan je muziek van Bach’ gebruiken
in een opera?
Er is het verhaal over radicalisering, de oorzaken, het verloop.
Er is het historische verhaal van Leiden, Münster en de
Wederdopers.
Er is het verhaal van de Bach Vereniging.
Er is het verhaal van Opera2Day en hun educatieve activiteiten.
Er is het verhaal van Heinrich Gresbeck, leugen of waarheid.
Er is het verhaal op toneel met veel rollen, veel zangers
en acteurs.
Er zijn vast nog een paar verhalen vergeten.
Gevolg was dat het allemaal complexer was dan strikt noodzakelijk.
Als poging muziek van Bach te gebruiken in een opera, was
de avond geslaagd.
Ik heb me prima vermaakt.
Maar wellicht kun je het geheel nog verder optillen door
het verhaal en de scene’s eenvoudiger te maken.
In de opera JS Bach – de Apocalyps, zit een scene waarin we een parodie zien op gebruiken in de katholieke kerk. De parodie was een voorstelling met eenvoudige middelen in een kroeg in Leiden. Een voorstelling in de voorstelling dus. Een heel geslaagd fragment met wat minder zangers en acteurs. Dat had met nog minder mensen ook gewerkt, misschien nog beter.
Tijd voor de voorstelling. Het decor met de maquette van die stad Münster die de verrader van destad maakt om de tegenstander de stad te laten heroveren. De panelen schermen soms een opstelling nog even af voor het publiek en dienen dan even later als stadsmuren.
Solisten, koor en acteurs na afloop.
Het programma. In het boekje werd me vandaag duidelijk waar de proloog vandaan komt. Nu ik het begrijp vind ik het heel erg jammer dat we in Breda geen proloog hadden gisteren.
Toeval bestaat niet maar vandaag zag ik op Twitter een bericht langskomen over Jan van Leiden, de wederdopers en Münster. Boudewijn Steur.
Ga eens kijken!