Saskia Noort: Afgunst

Nog afgelopen week zag in Saskia Noort op de tv
in gesprek met onder andere Connie Palmen.
Connie Palmen was Connie: arrogant, ongenuanceerd, onaardig
en ze onderschatte de tegenpartij.
Maar ze had gelijk.
Het werk van Saskia Noort heeft niets met literatuur te maken.
Gisteravond las ik in bad: “Afgunst”, literaire thriller.
Althans dat staat op de kaft.

Een moderne damesroman met passie en hartstocht en vol clichxc3xa9s:
grachtengordel, overspel, bestsellerauteur, cocaine, drank, sex.
En dat vlot geschreven in een slimme structuur.
Veel moderne media: mobiele telefoon, pda, sms, mms
Een marketingtekst.
Daarom ook goed gekozen door de Stichting Collectieve Propaganda
van het Nederlandse Boek.

Leuke lectuur.



Juni – maand van het spannende boek 2007.





Badboeken voor mijn verjaardag

Ik heb gisteren twee boeken gekocht van geld
dat ik voor mijn verjaardag heb gekregen.
Allebei boeken over Breda.
Heerlijk om in bad te lezen: badboeken dus.


John van Ierland, Het ijzeren hek, het groot Breda’s verhalenboek, deel 2..






Leo Nierse, Breda, stad van borderlords en baronnen.





Binnenkort een verslag hierover.

Tim Krabbe: een tafel vol met vlinders

Idereen heeft altijd medelijden met de schrijvers van boekenweekgeschenken.
Onzin lijkt me.
Als je kunt schrijven is deze opdracht/dit verzoek, niet anders
dan een boek waartoe je zelf besloten hebt te schrijven.
Tim Krabbe heeft het probleem, althans wat mij betreft,
dat het resultaat te gekunsteld is.
Ik las eerder van hem De Grot.
Natuurlijk heeft ieder boek iets gekunsteld. Hier in de novelle
is de uitdaging dat het erg kort moet zijn.
Maar als je een boek van Krabbe leest is de structuur te duidelijk
in het verhaal aanwezig.

Het verhaal bestaat uit 4 stukken:

hoofdstuk 1: Het vijverspook
pagina 5 t/m 30:
“En ineens wist hij het: dit is het omslagpunt”;
pagina 30 t/m 46:
deel twee van het eerste hoofdstuk;

hoofdstuk 2: Het scherfjepagina 46 t/m 81:
“Met iedere trap wist ik: alles is veranderd.;
pagina 82 t/m 89: deel twee van het tweede hoofdstuk;

Tot aan pagina 30 de introductie en opbouw van de vader-zoon relatie.
Vervolgens tot aan pagina 46 de teruggang in die relatie.
Vervolgens tot aan pagina 82 de opbloei van de liefde.
Vanaf 82 het afscheid van de liefde en het leven.
Het ligt er zo dik bovenop.

Om te begrijpen wat de Maori met dit boek van doen hebben moet je het natuurlijk even lezen.

Dan zijn taalgebruik.
Ik heb het gevoel dat er minder alledaagse woorden en zinsconstructies gebruikt worden
om te laten zien dat Krabbe een geweldig schrijver is.
Bij mij roept dat tegenovergestelde gevoelens op:

Pagina 5:
“Tussen het gruis lagen stukken obsidiaan,
zwart en dof glanzend als de scherfranden van een zwart cocktailglas
dat hij eens kapot had laten vallen.”

Wikipedia:Obsidiaan is een natuurlijk voorkomend vulkanisch glas.

Pagina 6:
“De wind was hier snijdend.
Het was geen erg diepe krater;
langs de binnenwand voerde een paadje naar de bodem,
waar in het midden weer een zwart gruisbergje was.
Op de ringvormige vlakte daaromheen
hadden voorgangers namen gelegd met lichter gekleurde stenen,
sommige in het cyrillisch.”

Wikipedia:Het cyrillische alfabet is het alfabet dat in zes Slavische talen gebruikt wordt.

Pagina 38:
“Hij hield zijn duim omhoog naar de stroom onverschillige auto’s;
een jongen van negentien in een blauwe anorak,…”

Wikipedia:Een anorak is een zware jas met aangehechte capuchon,
veelal gewatteerd of met bont gevoerd.

Het gebruik van minder alledaagse woorden is op zich geen probleem.
Maar in het verhaal heeft het naar mijn gevoel geen functie.

Het leest erg snel uit.

Pagina 41:
“Het alleenstaan van het vijverspook was geen sterk alleenstaan geweest,
maar een zwak alleenstaan.”

Pagina 43:
“Fred vroeg zich af of hij de bespotting zag.
Hij had zijn rijbewijs gehaald om overal ter wereld te kunnen rijden;
nu gebruikte hij het om in Amsterdam pakjes uit de hele wereld rond te brengen.”

Pagina 46:
“Maar terwijl hij praatte kreeg hij het gevoel dat Bram,
zonder aan het woord te zijn,
was gaan zwijgen.”

Pagina 66:
“Nu moet ik zeker drie weken langer werken voor ik weg kan.
Nu kan ik zeker drie weken langer van Emma genieten voor ik wegga.”

Pagina 68:
“Ik zei dat ze geen Emma was maar een dilemma….”

Pagina 85:
“Wie laf is moet dapper zijn.”

Allemaal wat gekunstelde constructies.
Ze lijken misschien goedgevonden maar het ligt er allemaal zo dik bovenop.
Overigens kun je een prima samenvatting en een aantal recenties vinden
op de volgende website:
Scholieren.com/boekverslagen

Met dieren heeft het boek niets van doen,
dus ook niet met het thema van de boekenweek.
Slechts op een paar plaatsen komen de vlinders naar voor.
Nog het opvallendst op de kaft en op pagina 86:
“De rest van mijn leven is een tafel vol vlinders.
Iedere seconde vliegt er een weg.
Als de tafel leeg is ben ik dood.

Het gebrek aan dieren aak ik hier dan maar even goed.

De Argusvlinder.

Pagina 75:
“Staat dat daar echt? ‘Emma’ en ‘twijfel’,
die twee woorden zo dicht bij elkaar?
En nu komt er een nieuwe gedachte bij me op,
een gedachte die mij doet huiveren.
Maar eerst een regel wit.
Zie je Fred, ik volg je lessen.’
De regel wit is een krachtig uitdrukkingsmiddel.’
Evenals de alinea.

Recentie verschenen in Vrij Nederland:
Een tafel vol vlinders – Tim Krabbe, 14-03-2009
Door Jeroen Vullings

Het schrijven van het Boekenweekgeschenk is niet eenvoudig.
In de eerste plaats door de streng opgegeven omvang
– die van een novelle.
Echte schrijvers werken niet zo dat ze hun hele hebben en houden,
de uitstalkast van hun talent, ambitie, zeggingskracht en verbeelding
op commando kunnen posteren in ruim negentig pagina’s.
Ook is het een belemmerende gedachte
dat een jaarlijks aanzwellend massapubliek (nu: 968.000 exemplaren)
je pennenroersel gratis ontvangt bij de aankoop van andere boeken.
Bovendien mogen ze dankzij de vrucht van je inspanningen
ook nog eens een dagje gratis met de trein.
Zoveel gratis lijkt bij voorbaat een schaamlapje voor de abominabele kwaliteit.
Je moet als schrijver sterk in je schoenen staan,
wil je daar niet over gaan liggen tobben.
Nog erger is het als je, bezield van competitiedrift,
vervuld raakt van de gedachte:
ik ga die 968.000 lezers voorgoed voor me winnen.
De rest van hun leven – lange leven, want er zitten vast jonge lezertjes bij
– talen ze alleen nog maar naar de nieuwe Tim Krabbe.
Dan ga je je boekje daar misschien wel op afstemmen
en verwar je eenvoud van geest,
in een taal die voortijdige schoolverlaters kunnen behappen,
met de schone letteren.
Krabbe’s gratis psychologisch-realistische novelle Een tafel vol vlinders
opent met waarachtig aandoende problematiek
uit het alledaagse moderne leven.
De adolescent Fred ontmoet in zijn jonge jaren een vrouw met kind;
het jongetje heet Bram.
Brams vader Menno is kort na diens geboorte van het dak gesprongen.
Fred vindt het maar wat leuk, zo’n zoontje dat niet van hem is
en over wie hij toch mag vaderen.
Dus als moeder toch een degelijke tandarts verkiest
boven de studentikoos levende Fred, opteert Fred voor een co-ouderschap.
Daarbij projecteert hij zijn eigen ambitie
– Fred is reisverhalenschrijver voor bladen-
op het jongetje.
Bram, die is pas uitzonderlijk, die zal nooit ‘confectie’ zijn.
Bram moet ook schrijven – schrijver worden! – vindt Fred,
dus Bram gaat als pre-puber mee op reis,
maakt aantekeningen en dat wordt dan een heuse coproductie.
In Brams puberteit voelt Fred dat de jongen afstand tot hem neemt
en dat wordt er niet minder op als Bram tot leedwezen van het co-ouderstel
een wereldreis gaat maken en verliefd raakt
op een plat sprekende Amsterdamse telefoniste.
Tot zover is Krabbe’s boekje acceptabel.
Als het over verliefdheid gaat op jonge leeftijd en daarmee vanzelf
over spijt en gemiste kansen, is hij op dreef,
zoals in zijn laatste roman Marte Jacobs (2007).
Daar kan hij even naturel over schrijven als in zijn beste werk,
De renner (1978) en de novelle Col d’Uglas – alt 539 (2007):
in dat ‘wielrenproza’, vergeven van dat rare authentieke sporterstaaltje,
scores en tijdsvermeldingen, heeft hij geen last
van de neiging Literatuur te willen scheppen.
Maar in zijn niet-sportgerelateerde boeken
is zijn schrijfstijl kreukvrij en vaak karakterloos.
Met de opgeroepen gevoelens, grote gevoelens, is niks mis in Krabbe’s proza
– integendeel – maar wel met het drama dat hij daar via de intrige van wil maken.
Zo ook in Een tafel vol vlinders, dat fataal ontspoort
doordat hij uiteindelijk het vertelperspectief verlegt
naar de zich zo infantiel uitende en denkende Bram,
dat sprake is van een onwaarachtige karikatuur.
Daardoor laat de portee in dit emo-proza
voor alle gezindten en leeftijden ons onberoerd.
Tim Krabbe, Een tafel vol vlinders,
Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 92 pagina’s
Tijdens de Boekenweek (11 t/m 21 maart) gratis
bij besteding van minimaal Euro 11,50 aan Nederlandstalige boeken
of als men lid wordt van een bibliotheek.

Gelezen: Het leven van Charles Dickens, Wolf Mankowitz

Ik weet niet of dit boek nog vaak gelezen wordt.
Deze versie van het boek is uit 1977.
Het boek leest eenvoudig en snel.
Het zijn grote letters op dik papier.
Veel foto’s, da’s natuurlijk altijd aangenaam.
Maar veel diepgang heeft het boek niet.
Het is een vlakke opsomming van jaartallen en gebeurtenissen.
Weinig analyse van de boeken, het leven van de schrijver,zijn betekenis voor de literatuur of van de gebeurtenissen in zijn leven.
Er blijven te veel vragen over.
Wel geeft dit aanleiding om eens op zoek te gaan naar een volgende biografie.

En of je het nu wil geloven of niet,
ik ga zodadelijk met L. het laatste deel van Nickolas Nickleby afkijken
(van DVD, BBC de versie van 1977).

Op 18 januari 2011 kom ik er achter dat Photobucket probeert
bovenstaandexa0boekomslagxa0niet op mijn weblog te laten zien.
Ik hoop dat ik ongelijk heb.
Deze belachelijke censuur komt toevallig aan het licht
op de dag dat de Engelstalige Wikipedia een dag op zwart gaat
om te protesteren tegen nieuwe Amerikaanse wetgeving
die het verder moeilijk moet maken om producten
als dit boek te tonen op het internet.

Gisteravond kreeg ik vier boeken: Charles Dickens

Gisteravond kreeg ik vier boeken,
gekocht op de rommelmarkt.
Vier boeken van Charles Dickens.
Prachtige verhalen, bijzondere vertalingen,
heel lang erg populair geweest.

Ook tegenwoordig is de auteur nog populair.
Al zal hij minder gelezen worden en meer bekeken.
De verfilmingen van de BBC zijn legendarisch.

Het mooie van de uitgaves van Dickens is vaak ook de uitvoering.
Kijk maar eens naar de prachtige Jugendstil uitvoering
van de boekomslagen.


Charles Dickens, Een reiziger die geen handel drijft.


De kaft vermeldt:
Arnhem & Nijmegen
Gebr. E & M. Cohen.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Schiedam – H. A. M. Roelants.
En vervolgens:
Gedrukt ter boekdrukkerij van H. A. M. Roelants, te Schiedam.





Charles Dickens, Londen en Parijs.


De kaft vermeldt:
Schiedam
H. A. M. Roelants.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Vertaling van Dr. M. P. Lindo – Houtgravuren naar teekeningen van J. Barnard
Schiedam – H. A. M. Roelants.
En vervolgens:
Gedrukt bij Gebr. v. Asperen v. d. Velde, te Haarlem.





Charles Dickens, Slechte tijden.


De kaft vermeldt:
Arnhem-Nijmegen
Gebr. E & M. Cohen.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Vertaling van C. M. Mensing
Met 19 houtgravuren naar teekeningen van H. French
Nieuwe geheel herziene druk

Nijmegen – Gebr. E. & M. Cohen – Arnhem.
En vervolgens:
Gedrukt bij H. C. A. Thieme te Nijmegen.




Overigens zijn de details op de omslag erg leuk.
Er staat bij “Londen en Parijs” ook nog een tekst onderaan de kaft.
In de onderste zwarte lijn.
Lezen kan ik het niet, ook niet als ik de afbeelding vergroot.
Probeer maar eens:











Charles Dickens, Kleine Dora.


De kaft vermeldt:
Amsterdam
Gebr. E & M. Cohen.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Vertaling van C. M. MensingHoutgravuren naar teekeningen van J. Mahoney
Achtste druk

Amsterdam – Gebr. E. & M. Cohen.




Harry Mulisch – Twee vrouwen

Nog een laatste reeks mooie fragmenten,
relaties in de kunstgeschiedenis en vragen.

Het was gevestigd in een herenhuis aan de Keizersgracht, waarin op twee verdiepingen de verzameling-Zinnicq Bergmann werd getoond.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 72.

Dit is het enige fragment wat me opviel
en waarbij ik geen achtergrondinformatie kan vinden.
De naam Zinnicq Bergmann bestaat.
Advocaten en een oorlogsheld.
Maar een verzamelaar van ikonen of zelfs
een ikonenmuseum op de Keizersgracht???

Langzaam begon zij langs de iconen te lopen. Bij het pronkstuk van de verzameling, de Annunciatie van Oestjoeg, uit de school van Novgorod, bleef zij staan.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 74.


Dit was lastig zoeken.
Dit kon haast niet verzonnen zijn.
Is het ook niet.
Alleen de plaatsnaam Oestjoeg kun je ook anders schrijven: Ustyug.
De Annunciatie van Ustyug is een icoon
die in het Tretyakov museum in Moskou hangt.



Op de icoon zie je hoe Maria te horen krijgt dat ze moeder zal worden
van Jezus, onder toeziend oog van God.



Bijzonder is dat ze op haar borst al een afbeelding van Jezus draagt.



Het schijnt zo te zijn dat op afbeeldingen in de Westerse kunst
je meestal ziet dat Maria aan het lezen was
net voor ze de boodschap te horen kreeg.
In de Oosterse kunst was ze net voor het krijgen van de boodschap
aan het spinnen.



Deze icoon zou aanbeden zijn door de heilige Procopius.
Een Engelstalige beschrijving van de ikoon
en de verhalen er om heen is terug te vinden op de volgende web site:
http://religiousreading.blogspot.com/2007/05/annunciation-scene.html

xe2x80x98xe2x80xa6 Maar dat weet je pas als je iets gedaan hebt. Je moet altijd eerst maar eens iets doen. Laat maar staan voorlopig, want anders kun je niet overschrijden.xe2x80x99
xe2x80x98Niet wat?xe2x80x99
xe2x80x98Overschrijden, je eigen bedoelingen overschrijden. Uit de dag in de nacht komen, je eigen nacht waar een ander nooit geweest is. Ik heb nu net in xc3xa9xc3xa9n ruk een roman geschreven, maar ik heb geen idee wat het voorstelt. Thuis tik ik het uit, en dan zal ik het wel een kritisch bekijken. Als je met kritiek begint, ben je net een man die een drol eet in de hoop dat hij een brood zal schijten.xe2x80x99

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 77.

Een beetje onsmakelijk maar anders wel een mooie vergelijking.
En op de volgende pagina wordt die nog even doorgezet:

Recensent:
A.B. schrokt mijn kookkunst
en drukt de dag daarop
zijn recentste keutel:
xe2x80x98Moet je ruiken,xe2x80x99
spreekt hij lakend,
xe2x80x98en dat noemt zich kok.xe2x80x99

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 78.

A.B. is in dit verhaal Alfred Boeken, een recensent van theater.

Ik voelde mij als een vlieg, die midden in zijn vlucht door iemand met een opgevouwen krant in een hoek was geslagen.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 92.

Die had zij alles verteld, van begin tot eind, op de rieten mat zittend, haar benen onder haar lichaam, in een kamertje met een reproductie van Degas aan de muur, en bamboe houdertjes met hangplanten.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 93,


Edgar Degas, La classe de danse, 1873-1876.

xe2x80x99s Middags werd ik in de buurt van Lyon gepasseerd door een grote zwarte sportwagen. Ofschoon ik honderddertig reed, schoot hij mij zo snel voorbij dat het was alsof ik stilstond. Een man en een vrouw zatern er in. Op hetzelfde moment zag ik het hotel voor mij waar zij heengingen: het witte paleis in Cannes, of in Monte Carlo, met hoge smeedijzeren hek en oprijlanen van grint.
Met een sprong verdwenen zij over de heuvel, het was alsof er boven even een nabeeld bleef hangen.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 99.

Agenten dirigeerden ons naar de linker rijbaan, waar wij langzaam langs hen defileerden. Dwars op de berm stond een truck met oplegger, zelf in twee verdiepingen volgeladen met nieuwe autoxe2x80x99s. Daar waren zij onder gekropen, alsof zij ergens bang voor waren. Exc3xa9n moment zag ik ze allebei zitten in hun opengescheurde wagen: voorover, in slaap, terwijl de reusachtige motor hun hele lichaam opvulde, van hun schoot tot hun kin: – zij hadden zichzelf ingehaald.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 100.

Maar dat jezelf inhalen komt later in het boek nog een keer voor.

Een boek las ik: de brieven van Abxc3xa9lard en Hxc3xa9loise.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 102.

Weer een verwijzing naar een klassiek verhaal.
Dit keer niet zo ver terug in de geschiedenis (rond 1118).
Maar weer een soort xe2x80x98onmogelijke liefdexe2x80x99.

Alleen al de zekerheid, dat zij zo dadelijk hier zou zijn, waarvoor het ook was, gaf een horizon aan mijn bestaan xe2x80x93 zoals bij een ruimtevaarder, die uit de grenzeloosheid terugkeert in de dampkring.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 105.

Toen zij niet antwoordde, ging ik naar mijn schrijftafel en haalde haar paspoort er uit. Ik sloeg het even open om naar haar foto te kijken: een veel jonger meisje. Het leek meer op het meisje, dat ik een half jaar geleden had ontmoet, dan op het meisje dat nu in mijn kamer stond. Ik zag plotseling hoe zij was veranderd: iets ronds en donzig was uit haar gezicht verdwenen, het was harder geworden, vrouwelijker.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 108.

En nu herinnerde ik het mij opeens: bij Runge, een romantisch Duits schilder van rond 1800, in zijn tekeningen Die Tageszeiten.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 109.


Philip Otto Runge, De morgen, 1803.


Philip Otto Runge, De dag, 1803.


Philip Otto Runge, De avond, 1803.


Philip Otto Runge, De nacht, 1803.


Philipp Otto Runge, Morgen.

Ik reed over de weg, zoals ik nu al urenlang deed, -en plotseling klapte er iets om en ik stond stil, terwijl het op hetzelfde moment de weg was die onder mij vandaan werd getrokken met een vaart van honderddertig kilometer per uur. Geschrokken omklemde ik het stuur, mijn ogen op de onder mij wegsnellende weg. Ik begon te zweten, ik probeerde de wagen er op te houden, ik moest remmen maar ik kon de weg niet loslaten om in het spiegeltje te kijken. Voorzichtig minderde ik snelheid, dat wil zeggen die van de weg, en stuurde de vluchtstrook naar mij toe, terwijl ik gepasseerd werd door woedend toeterende automobilisten.

De aarde stond stil. xe2x80xa6
xe2x80xa6 Ik kon hier niet blijven. Ik startte, gaf voorzichtig gas, en langzaam zette de aarde zich weer onder mijn wielen in beweging. Ik liet de knipperlichten aan en zorgde dat de vluchtstrook onder mij bleef; zijn snelheid hield ik onder de vijftig kilometer.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 110.

Ik vind dit een heel mooi fragment.
Mulisch draait hier de dingen om.
Het is niet de auto die snelheid maakt.
Het is de weg die de snelheid maakt.

In een winkel in de Spiegelstraat werd ik getroffen door een plaatwerk van Gustave Moreau en ik kocht het.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 117.


Gustave Moreau, Salome dancing before Herod, 1876.

In het boek gaat het om Salome.
Deze figuur is door Moreau meerdere malen geschilderd.
Steeds gaat het in die schilderijen om ‘de verleiding’.

Zij was zwanger. Zij had gevraagd of ik een kind van haar wilde hebben, ik had ja gezegd, en zij had er voor gezorgd langs een meedogenloze omweg, – op een manier, die ik tot nu toe alleen kende uit de politiek.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 123.

Scheef aan een spijker hing een ingelijste reproductie van De oude Koning van Rouault, die in Alfreds studeerkamer boven de schoorsteen had gehangen.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 125.


Rouault, The old King, 1937.

De werkkamer wordt de kinderkamer,
de werkkamer wordt verplaatst naar de zolder.
Op zolder was het een bende met spullen van haar vader en haar moeder.
Waarom hangt nu juist daar dit schilderij ?
Is Alfred de oude koning?

Lingueglietta is de plaats waar het boek eindigt.
Niet Nice waar de moeder van Laura haar laatste jaren had doorgebracht.

Volgens de tekst:

In de kamer achter de mijne scharrelt de oude dame, tegenover mij staat het pausenlijk paleis: loodrecht onder mijn raam gaapt het gat als een wachtend graf.
Ik kan eerder beneden zijn dan de echo van mijn schreeuw terug is van het paleis.

Lingueglietta, mei-juni 1975


Nu er is in Lingueglietta geen pauselijk paleis.
Een korte speurtocht op het intenet levert Rome, Avignon, Viterbo,
Castel Gandolfo en Orvieto op.
Maar niet Lingueglietta.
Bovendien: de plaats ligt in Italie.
Zo’n 80 kilometer van Nice vandaan.
Voorbij Nice wel te verstaan.

Harry Mulisch – Twee Vrouwen – Piranesi

 

Waar toen een lange tafel had gestaan met grote vellen papier erop, etsen misschien, de Carceri van Piranesi stel ik voor, stonden nu vitrines met illustratiemateriaal over de techniek van het icoonschilderen: penselen, verf, hout, beitels, lijm, krijt, bladgoud, hars.

Twee vrouwen, pagina 73.

Nog meer kunstgeschiedenis: Giovanni Battista Piranesi en de Carceri (gevangenissen).

Wikipedia:

Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) was een Italiaans graficus die bekend werd door zijn stadsgezichten van Rome, gravures en etsen van kerkers. Hij hield zich ook bezig met archeologie. Hij was bovendien ook werkzaam als architect, ontwerper en auteur. Zijn etsen, in het bijzonder zijn topografische etsen, vormen een hoogtepunt in de kunstgeschiedenis. Zijn unieke visie gaf een nieuwe kijk op de kunst en de technologie van het antieke Rome. Zijn architecturale ontwerpen, hoewel er slechts weinig ook uitgevoerd werden, hadden een merkbare invloed op het Neoclassicisme in Europa. Hij heeft zijn verbeeldingsvolle interpretatie van de Romeinse cultuur weergegeven in een reeks invloedrijke geschriften, die zowel schrijvers en dichters als artiesten en ontwerpers hebben beinvloed. Het werk “Invenzioni capric(ciose) di Carceri (eerste editie rond 1749-1750) met zestien etsen werd zijn meest gekende publicatie. Hierin gebruikte hij een techniek en voorstellingen uit zijn verbeelding zonder weerga als een reeks briljante improvisaties op uitbeeldingen van een kerker.

De etsen waarover hier gesproken wordt zijn een prachtige verzameling
fantastische ruimtes, niet allemaal kerkers.
Kunstenaars als Escher moeten in hoge mate door hem beinvloed zijn.
Zijn stadsgezichten zijn trouwens ook prachtig.
Grappig is te lezen dat Piranesi in de toeristenindustrie werkte.
Hij opende een winkel in Rome om afdrukken van zijn etsen te verkopen.
Aan toeristen, vooral Engelsen en Fransen.
Zoals later mensen prentbriefkaarten en andere souveniers verkopen.

Van de carceri zijn meerdere ‘staten’.
Als een ets gemaakt wordt kan de kunstenaar besluiten
om op een bepaald moment van de plaat een afdruk te maken.
Dat is een staat.
Als de afdruk niet bevalt kan er verder worden gewerkt aan de plaat
om later weer een afdruk te maken. De tweede staat.
In het geval van Piranesi is de eerste staat de eerste publicatie van de etsen.
Jaren later zijn nieuwere versies uitgebracht met enkele nieuwe etsen
en sommige etsen zijn verder bewerkt.

Op het web is bijvoorbeeld een hele mooie serie te zien van de eerste staat.
Van de Universiteit van Leiden, 14 afdrukken.
Hieronder een overzicht van de Carceri volgens de benaming
(in werkelijkheid hebben de etsen geen naam meegekregen van Piranesi)
zoals ik die aantrof op de Engelstalige Wikipedia site.
Afbeelding 2 en 5 zijn dus van een latere staat.

I- Titelplaat .


II – De man op het marteltuig.

Ik ben niet zeker van de vertaling van de titel.
Deze plaat is uit een latere staat.
In de eerste staat komt deze prent niet voor.
De latere staten lijken mij steeds drukker en overdadiger te worden.
Maar als ik naar het volgend detail kijk,
lijkt het wel of er iemand op een marteltuig
uit elkaar getrokken wordt:


III – De ronde toren.


IV – Het grote plein.


V – De leeuw, relief.


VI xa0-Het rokende vuur.


VII – De ophaalbrug .


VIII – De trap met trofeeen.


IX – Het gigantische wiel.


X – Gevangenen op een platform.


XI – De boog met schelpenornament.


XII – De zaagbok.


XIII – De waterput.


XIV – De gotische boog.


XV – De pier met een lamp.


XVI – De pier met kettingen.


Dat er een grote beinvloeding is geweest naar andere kunstenaars lijkt me duidelijk.
Wat te denken van het volgende werk:

M.C. Escher, Relativity, 1953.

Of wat te denken van het volgende detail:

Detail: X – Gevangenen op een platform.

En dan dit:

Detail: Nationaal monument op de Dam.

Mulisch: Twee vrouwen

Een cruciaal deel van de tekst van dit prachtige boek
staat op pagina 62 (t/m 67).
De twee hoofdpersonen in het boek: Laura en Sylvia,
komen op een punt in hun relatie waarop Laura aangeeft
dat ze eigenlijk altijd al een kind had willen hebben,
alleen ze bleek in haar huwelijk onvruchtbaar te zijn.
Nu is het krijgen van een kind voor twee dames in 1975 een uitdaging.
Het onderwerp was ook niet echt bespreekbaar tussen hen.
Mischien dat de op een klassiek verhaal gestoelde voorstelling
kon helpen:

Kort er na las ik in de krant een vraaggesprek met een schrijver, van wie bij het begin van het Holland Festival een nieuw stuk in premixc3xa8re zou gaan. Dat was in juni. Hij zei dat vrouwenrollen bij de grieken natuurlijk altijd door mannen werden gespeeld, verkleed en gemaskerd als vrouw. Dat werd algemeen beschouwd als een sociale conventie, en in de meeste gevallen was dat natuurlijk ook zo.
… Wat de grieken betreft, daar bestonden helemaal geen gewone vrouwen: die waren zoiets als tegenwoordig elektrische keukenapparatuur annex broedmachines.
… Daarom had hij, deze schrijver, nu eens de mythe van Orfeus en Eurydike op het toneel gezet als een verhaal van twee mannen. Daarbij voelde hij zich gesteund door het oudste verhaal van de mensheid, het Gilgamesh Epos, waarin ook de man zijn vriend ging zoeken in de onderwereld.
‘Zullen we er heengaan?’ vroeg ik aan Sylvia.
Misschien dacht ik, leverde het stuk iets op dat vorm kon geven aan de toestand, waarin wij zelf verzeild waren geraakt; misschien konden wij achteraf over het stuk spreken, terwijl wij het in werkelijkheid over onszelf hadden.
… ‘Heb je er iets van ons in herkend?’
‘Van ons?’ Verbaasd keek zij mij aan. ‘Wie van ons zit er dan in de onderwereld?’
Ik lachte en nam zwijgend haar hand.
Jij, dacht ik, Jij zit ni de onderwereld, want jij bent een schim – niet van een gestorvene, maar van een ongeborene.

De voorstelling zou ook helpen, maar niet zoals Laura in gedachten had.
Sylvia zou bij de voorstelling de ex-man van Laura ontmoeten.



Laat ik dan hier toch even de kern van het verhaal van
Orfeus en Eurydike herhalen van Wikipedia:

Door het ganse land werd de verrukkelijke zanger Orpheus geprezen. Hij had van zijn moeder de gave van de zang gexc3xabrfd, waarmee hij alle mensen in vervoering bracht. Apollo schonk hem een lier en wanneer Orpheus zijn gezang liet horen, kon niemand de goddelijke macht ervan weerstaan. Alle dieren in de natuur, de vogels zowel als de vissen, ook de bomen, ja zelfs de gevoelloze stenen bracht de zanger in beweging met de tovermacht van zijn stem. Grenzeloos leek zijn geluk, toen hij de nimf Eurydice tot zijn vrouw nam.

Maar toch, hoe kort was dit geluk hun gegund! Toen de bekoorlijke nimf achternagezeten werd door Aristaeus, werd zij door een adder gebeten. Deze beet veroorzaakte haar dood. Een leven zonder Eurydice xe2x80x93 Orpheus’ gedachten lieten het niet toe. Hij greep zijn lier, sloeg de snaren aan en liet zijn verdriet tot de hemel doordringen.

Orpheus ging een plan ondernemen, zoals voor hem nog geen mens bedacht had. Hij zou in de onderwereld neerdalen en de heerser over de schimmen smeken zijn echtgenote aan hem terug te geven. Bij de poort die naar de onderwereld leidde, daalde hij af. Eens bij de troon, waarop Hades met zijn vrouw Persephone als heerser over de doden zetelde, nam hij zijn lier en begon te zingen.

De wezenloze schimmen luisterden naar de liefelijke klanken en weenden. Het koningspaar was niet minder ontroerd en besloten Eurydice weer bij hem te verenigen, op een voorwaarde: Orpheus mocht niet naar zijn geliefde omkijken, voor ze het zonlicht bereikt hadden.

Toen het eind in zicht leek, kon Orpheus de verleiding niet weerstaan. Hij keerde zich om en zag hoe zijn geliefde naar beneden werd getrokken om diep onder de grond als schim te verblijven, maar nu voor eeuwig.

Dan wordt in het fragment van Twee Vrouwen
ook nog het Gilgamesh Epos genoemd.
Wat is dat nu weer?

Wikipedia:

Het Gilgamesjepos is een van de oudste literaire werken. De oorsprong van dit heldendicht ligt waarschijnlijk in het Sumer van ca. 2100 v. Chr. Gilgamesj zelf zou koning zijn geweest in Uruk rond 2620 v. Chr. Het epos werd ontelbare malen overgeschreven en bewerkt en verspreidde zich over een groot gebied. Waarschijnlijk is het bijbelse verhaal van de zondvloed overgenomen uit dit werk.

Mulisch: Twee vrouwen

Nog meer ‘De Da Vinci-code’ van Harry Mulisch.
Op pagina 60 begin een heel mooi stuk tekst.
Ook hier weer verwijzingen naar de kunstgeschiedenis.

Met Sylvia had ik de wandeling herhaald, die ik daarbinnen eens met mijn vader had gemaakt. Toen was ik nog een kind, en voor de eerste keer in Parijs met mijn ouders. Mijn vader zei, dat alle dingen in het museum zich bevonden op een lijn, die zich uitstrekte tussen twee punten. Het eerste was de Nikxc3xa8 van Samothrake bij de ingang, -marmer dat in de wind wappert, een witte, extatische verschijning uit een andere wereld, de overwinning, ook van de hand over de steen, onhoorbaar jubulend door het geschuifel in het trappenhuis. Het andere punt lag diep in het museum, op de assyrische afdeling, honderden meters verder. Mijn moeder was bij de renaissance gebleven. De stxc3xa8le van Hammoerabi. Een zwarte, slanke, glanzende steen, hoger dan een mens.
‘Zie je dat het een wijsvinger is?’
In de bijna vierduizend jaar dat die steen bestaat, was mijn vader misschien de eerste die dat heeft opgemerkt: dat hij de vorm heeft van een opgeheven wijsvinger, de vermanende wijsvinger van de wet. Ik kende die vinger – van juffrouw Borst. Op de plaats van de nagel is de koning afgebeeld, staande neemt hij de wet in ontvangst van de zonnegod, die op een troon zit. Daaronder, op het vlees, in glinsterend spijkerschrift de honderden artikelen.
Een er van herinner ik mij, mijn vader vertelde die toen en ik citeerde hem voor Sylvia:
‘Heeft een bouwmeester een huis gebouwd dat instort, en de bewoner wordt daarbij gedood, dan zal die bouwmeester gedood worden; wordt de zoon van de bewoner gedood, dan zal de zoon van de bouwmeester gedood worden.’

Twee vrouwen, pagina 61.

Deze twee kunstwerken kun je hieronder zien.

Dat van de hand van de Nikxc3xa8 van Samothrake heeft betrekking op het feit
dat het beeld in stukken werd gevonden en dat men pas
later na de eerste reconstructie de beschikking over
de hand kreeg.
Dat gaf een heel nieuwe visie op het beeld.


De Nikxc3xa8 van Samothrake: …marmer dat in de wind wappert, een witte, extatische verschijning uit een andere wereld, de overwinning…



De stxc3xa8le van Hammoerabi: …dat hij de vorm heeft van een opgeheven wijsvinger, de vermanende wijsvinger van de wet…

Nog meer Mulisch

De beeldspraak die Harry Mulisch gebruikt is vaak prachtig.
Hier nog een voorbeeld.

Ik voelde mij als iemand die in een restaurant een kreeft heeft besteld, maar die niet weet hoe hij hem eten moet.

Twee vrouwen, pagina 25.

Maar er staan nog meer verwijzingen naar de cultuurgeschiedenis
in het algemeen en de literatuurgeschiedenis in het bijzonder.
Wat te denken van:

Nel mezzo del cammin di nostra vita
mi ritrovai per una selva oscura

Wikipedia biedt ook hier weer uitkomst.
Het gaat om een citaat van Dante.
Dante (doopnaam Durante) Alighieri
(Florence, tussen 14 mei en 13 juni 1265 – Ravenna, 13/14 september 1321)

Vertaling: Op het midden van onze levensweg gekomen werd mij het zicht door een donker bos benomen Divina commedia, Inferno, Canto I, 1-3

Dante zou dit geschreven hebben op 35-jarige leeftijd.
Toevallig is dat ook de leeftijd van de hoofdpersoon Laura
uit het boek “Twee Vrouwen”.

Proloog
Op Goede Vrijdag van het jaar 1300 is Dante 35 jaar oud, “Op het midden van ons levenspad” (Nel mezzo del cammin di nostra vita, canto 1:1)

Dan gebruikt Mulisch op pagina 49 het woord “zoel”.
Ik dacht eerst, een zetfout.
Uit de zin maak ik op dat hier zwoel wordt bedoeld.
Maar dat heb ik mis, in die zin dat het een correct Nederlands woord is.
Volgens Synoniemen.net wel te verstaan:

zoel is 4 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

trefwoord: drukkendxa0
synoniemen: beklemmend, benauwd, benauwend, broeierig, klam, zoel, zwaar, zwoelxa0
trefwoord: lauwxa0
synoniemen: koel, luw, zacht, zoelxa0
trefwoord: zachtxa0
synoniemen: zoel
trefwoord: zwoelxa0
synoniemen: broeierig, drukkend, warm, zacht, zoel

En dan de volgende beschrijving van een hotelkamer in Nice.

Mijn kamer is ingericht in neo-gotische stijl anno 1890, met meubels die ik tot nu toe alleen op franse vlooienmarkten heb gezien. Het bed, de stoelen, het sprookjesachtige buffet, alles is van zwart, hoog, puntig gedraaid hout; aan de muur hangt een ingelijste reproductie van het lezende meisje van Fragonard, de enige kleur in de kamer.

Twee vrouwen, pagina 53.

Ik ben dan benieuwd naar dat schilderij.

Wat moet ik zonder Wikipedia:

Jean-Honore Fragonard (1732-1806) was een Frans kunstschilder.
De werken van Jean-Honore Fragonard behoren tot de rococo-periode. Zijn schilderijen lopen over van de tinten creme en roze, maar zijn duidelijk meer dan luchtig vermaak. Fragonard is bezeten van licht en kleur en poogt de tintelingen en bewegingen van het licht op het oppervlak van de dingen te vangen. Daarvoor ontwikkelt hij een stijl die voortuitloopt op het impressionisme uit de 19e eeuw.
Zijn voorkeur voor het verrassende lijnenspel in de natuur en voor de ronduit virtuoze weergave van variatie en grilligheid doen zijn werken op de rand van de romantiek balanceren.

Mooi vind ik het niet. Ik zou het niet in mijn kamer ophangen.
Maar ik zie het zo in een hotelkamer hangen.

Binnenkort meer.

Harry Mulisch: Twee vrouwen

Zo’n cadeautje krijg je niet vaak,
Twee vrouwen van Harry Mulisch.
Ik ben er vandaag, in bad liggend, aan begonnen.
Ik ben nu op pagina 73.
Dat leest dus vlot maar niet omdat het zo’n eenvoudig boek is.
De boeken van Mulisch zijn heel leesbaar,
maar hier en daar loop je tegen zaken aan waar je wat dieper op moet studeren,
tenminste als je dat wilt.

Hier wat dingen die mij opvielen bij het lezen van dit boek.
Misschien slaat het nergens op maar dit is wat mij opviel.
In het boekje staat een foto.
Je zou het boek alleen al lezen vanwege deze foto.
Heb je ooit zo’n ijdeltuit gezien?
Maar in het boek trof ik het volgende:

De elegantste nichten van de stad waren verschenen, -de oudere zorgvuldig gekapt boven hun gegroefde gezichten en soms gehuld in roodgevoerde capes, de jongere met lange blonde lokken en in doorzichtige kanten hemden, die openstonden tot hun navels, sieraden bungelend in hun borsthaar en hun ogen overal, behalve bij degene in wiens gezelschap zij waren. Verscheidene ook in gezelschap van opvallende, dikke oude dames, die slecht ter been waren; sommige alleen: parmantig met een schoudertasje en met een biljartkeu in hun rug leek het of zij niet liepen maar op een lopende band het theater inschoven.

Twee vrouwen, pagina 63.

Dit is de foto die ik bedoelde.

Mulisch schrijft prachtig, soms heel mooi beeldend.
Hetcitaat hierboven is er een voorbeeld van maar wat te denken
van de volgende passages:

…plotseling bedolf de vermoeidheid mij, zoals een gedropte parachutist wordt bedolven door zijn parachute.

Twee vrouwen, pagina 11.

Iedereen kent wel het vervreemdende gevoel dat je kunt hebben
als je iets doet wat buiten je normale patroon ligt.
Niet dat je iets vreemds doet maar wel iets buiten het ‘normale’ patroon:

Ook het binnenste van de auto scheen mij enigsinzs verbaasd te ontvangen, op dit uur.

Twee vrouwen, pagina 13.

Soms is hij onze eigen ‘Da Vinci-code’ avant la lettre:

Haar gezicht deed mij denken aan Giotto, en aan die op sommige fresco’s uit Siena, van Ambrogio Lorenzetti.

Twee vrouwen, pagina 24.

Giotto is be bekendste van de twee schilders die hier genoemd worden.

Wikipedia zegt over Giotto en zijn grootste bijdrage aan de schilderkunst:

Giotto beeldde mensen “massief” af en slaagde erin emoties weer te geven. Velen vinden de dramatiek in zijn werk dan ook zijn belangrijkste innovatie. Ook betrok Giotto de achtergrond beter bij het geheel; gebouwen en natuur zijn geschilderd op een manier die veel beter overeenkomt met de regels van het perspectief, hoewel nog niet perfect. Dit alles wordt gedeeltelijk toegeschreven aan veranderingen in de kerk; onder invloed van Franciscus van Assisi (1182-1226) waren emoties en de natuur belangrijker geworden.

Het werk van Giotto is niet zonder meer aan te duiden.
Er is nogal wat discussie over de schilderingen over het leven van St. Franciscus
Daarom hier twee onbesproken toewijzingen.
Alleen zijn het niet alleen vrouwengezichten.

Giotto: Ognissanti Madonna.

Giotto: Cappella degli Scrovegni, Padua.

En dan Ambrogio Lorenzetti.

Wikipedia:

Ambrogio Lorenzetti (of Ambruogio Laurati) (1290 – 1348) was een Sienese kunstschilder.

Hij werd geboren en stierf in Siena. Hij was actief tussen ongeveer 1317 en 1348. Zijn broer was de kunstschilder Pietro Lorenzetti. Zijn werk toont de invloed van Simone Martini, hoewel het naturalistisch is. Ambrogio Lorenzetti werd vooral bekend door de fresco’s die hij maakte voor het Palazzo Pubblico in Siena (Het goede bewind en Het slechte bewind).

Hoe zien dergelijke gezichten er dan uit:

Het zijn naar mijn gevoel wat gestrenge gezichten.
Streng.
Ze spelen de baas.
Even verder schrijft Mulisch:

Zij hield zich koel, maar zij was het niet. Als iemand hier verleid werd, dan was ik het.

Twee vrouwen, pagina 27.

Binnenkort meer.

Gehoord

Het is een redelijk boek.
Er van uitgaand dat het luisterboek een goede afspiegeling is
van de geschreven versie.
Dat moet haast wel want de schrijver is hier de verteller.
En dat doet hij erg goed.
Het is niet echt een topboek naar mijn gevoel.
Sommige thema’s worden mooi tegen over of langs elkaar gezet.
‘De Overgave’ van de titel is het zich overgeven van de Comanche indiaan,
leider van een stam, die ook het kleinkind van de blanke hoofdpersoon is.
Maar ‘De Overgave’ is ook het je overgeven aan de omstandigheden,
je neerleggen bij de voorbeschikking, de vergeving.
Mooi, maar niet top.
Heerlijk om in de auto naar te luisteren.


Op zoek

John Forster: HET LEVEN VAN CHARLES DICKENS
1953, Prisma 33-34, in 2 delen
Reeks: De werken van Charles Dickens
vert.van: The Life of Charles Dickens, vert.uit het Engels en vrij bewerkt: A. Bogaerts

Om onze verzameling compleet te maken zoek ik bovengenoemde boeken.
Ik heb al een bod uitgebracht op een web site.
Welke site dat is kun je wel raden door verder deze log te bekijken.





Als je niets weet om aan Sinterklaas te vragen.

Er is een erg mooi luisterboek uit.
Het bevat drie cd’s.
Op die drie cd’s wordt het kerstverhaal verteld.
Zowel de delen uit de Bijbel als de verhalen die er later
rond om heen geschreven zijn.

Wil je weten waarom er een os en ezel in de meeste kerststallen staan ?
Wil je weten of het wel een stal was ?
Waarom staat Jozef vaak op blote voeten afgebeeld op schilderijen
over de geboorte van Jezus ?
Hoe zit dat nou met die onbevlekte ontvangenis ?

Al deze aspecten en nog veel meer komen aan bod in het luisterboek:

Karin Braamhorst: Er is een kind geboren. Een kunsthistorische reis door het kerstverhaal.


Het leuke is ook dat er een klein boekje bij zit waarin een groot aantal
afbeeldingen te zien zijn, die besproken worden op de CD’s.
Het gaat om schilderijen, muurschilderingen, boeken enz.


Louis Couperus

Gisteren ben ik in Den Haag geweest en heb daar het
Louis Couperus Museum bezocht.
Terwijl ik in Den Haag was heb ik ook nog wat andere
zaken op de foto kunnen zetten en een paar kaarten gekocht.
Dat komt nu in een lange sliert voorbij:

Het borstbeeld van Couperus in de Surinamestraat.

Gebatikte omslag voor De Still Kracht.

Monument opgericht door onder andere de VVDM
bij de gelegenheid van de afschaffing van de dienstplicht in Nederland.

Eline Vere, 5e druk.

Oorlogsmonument aan het Nassauplein.

Het huis met de geel/wiite vlag huisvest
onder andere het Louis Couperus museum.

Omslag van ‘Langs lijnen van geleidelijkheid’.

Opstelling in het museum. Tijdsbeeld van rond 1900.

Oostwaarts, 1e druk.

Couperus ?

Nog een tableau maar nu met Couperus.

Na afloop van een voordracht over Vrouwen en lezen rond 1900
hebben we een wandeling gemaakt langs een aantal plaatsen in Den Haag
die met Couperus te maken hebben.
Zo zijn we hier bij Surinamestraat 20.
Dit is het huis waarin Couperus woonden toen hij Eline Vere schreef.
Het huis staat nu te koop.

Surinamestraat.

Ik denk niet dat de makelaars enige steun nodig hebben
dus kan ik hier vrijuit zeggen dat dit wel een heel bijzonder mooie straat is.

Damesleesmuseum.

In tegenstelling tot wat de naam zegt was en is dit een bibliotheek.

In 1859 werd er een huis gebouwd in opdracht van Guillaume L. Baud.
De minister van kolonieen is (groot?)vader van de vrouw van Couperus.

Het huis is omringd door grote bomen vandaar dat de zon
het moeilijk heeft.

Van 1878 tot 1883 woonden Couperus aan het Nassauplein.
Hier werd ‘Een lent van vaerzen’ geschreven.

Het pand is nu in gebruik door de ambassade van Peru.

Eline Vere, Theo van Nahmer.

Louis Couperus,
foto van een verloren gegaan schilderij door Antoon van Welie, 1916.

Reisverslag India 2004 (16): Boek in foedraal

In deze web log een paar foto’s waarmee ik probeer
duidelijk te maken hoe zo’n Boeddhistisch ‘boek’ er uit ziet.

Dit is de foedraal in gesloten toestand.
Met een lint worden de twee plankjes bij elkaar gehouden.
De plankjes zijn bekleed met een stuk stof.

Als je het foedraal opent zit het boek tussen de plankjes.
De bladen zijn als het ware bestempelde vellen papier.
Ieder vel is 38,5 cm lang en bijna 10 cm breed.

Hoewel, lang en breed.

Ik kan de tekst niet lezen.
Ik weet niet in welke richting er geschreven is
en dus niet wat boven, onder, links of rechts is.

De vellen liggen los in de foedraal
en kunnen er dus makkelijk uit gehaald worden.